VAN WILDLUST IS ALLEEN EEN SLAKKENHUIS OVER

De geschiedenis van buitenplaats Wildlust wordt besproken. Het geheel bestond uit een ‘herenhuizing, tuinmanswoning, schuur en verder getimmerte en met de landerijen, bossen en duinen groot 14 morgen. Coenraad Jacob Temminck kocht het in 1819 van Casparus Henricus Wolff.

Hulkenberg, A.M.

NIEUWSBLAD Jaargang 4 nummer 1, januari 2005

De villa Wildlust op de hoek van de Zwartelaan en de Heereweg moet van de Provincie gesloopt worden om plaats te maken voor een verkeersrotonde. Dat is jammer voor dit fraaie en beeldbepalende pand, dat overigens geen status heeft van gemeentelijk of rijksmonument. In feite doet dan ook alleen de naam nog denken aan het buiten dat hier in de eerste helft van de 18e eeuw werd gebouwd.

door A.M.Hulkenberg

In 1733 bestond Wildlust nog niet. Toen was ter plaatse aan de Zandsloot ten noordwesten van de Lisserbrug op het huidige bollenland van Grullemans een bleekveld met een bouwhuis ( een boerenhuisje). Dit bleekveld behoorde met alle duinen ten noorden van de Zandsloot aan de eigenaar van het Hof van Hillegom, Jhr. (Cornelis) Ascanius van

Sijpesteyn. Op dit bleekveld, doorsneden door veel slootjes met helder duinwater werd door regelmatig “hozen” in het zonlicht de was gebleekt. Iets verder van de weg stond op het gras een fraaie tuinvaas, waarop de bewoonster van Zandvliet, Jkvr. Adriana C. Sohier de Vermandois (“de Mammesel”) uit haar zijraam een fraai uitzicht genoot. De rest bestond uit “houtbos”.

Buitenplaats van apothecar

In 1742 was de “blekerij” al niet meer in gebruik en beplant met “wilgeplanten”. Later vindt men aldaar de tuinen van “de buitenplaats genaamd Wildlust”, die op 2 augustus 1814 “bij titel van koop bij gerechtelijke uit­winning” in handen was gekomen van “de Heer Casparus Henricus Wolff, chirurgijn en apothecar” te Lisse. Wolff ging echter niet zelf op Wildlust wonen; het was verhuurd aan “den WelEdelGeboren Heer Coenraad Jacob Temminck, landeigenaar, wonende te Amsterdam op de Herengracht bij de Leidsegracht”, aan wie Wolff op 30 januari 1819 Wildlust voor f 10.000 verkocht.

Het geheel bestond uit een “herenhuizing, tuinmanswoning, schuur en ver­der getimmerte en met de landerijen, bossen en duinen groot 14 morgen tot de gemelde buitenplaats behorende en om en bij dezelve gelegen.” De verkoper verklaarde “niet in te staan voor de tegenwoordige staat der gebouwen”, hetgeen erop wijst, dat ze al niet nieuw meer waren.

Roemrijke bioloog

Het oog der liefde ziet niet ver: Temminck trouwde met Anna Agnetha Smissaert, de dochter van Marinus A.P. Smissaert, de eigenaar van (het buiten) Veenenburg en van de duinen die aan de noord- en westzijde Wildlust omsloten.

Coenraad Jacob Temminck, geboren te Amsterdam op 31 maart 1778, was een verdienstelijk dierkundige. Op achttienjarige leeftijd aanvaardde hij een winstgevende betrekking bij de Oostindische Compagnie, legde zich tevens met ijver toe op de beoefening der biologie, werd door koning Lodewijk benoemd tot kamerheer en ridder van de Orde der Unie, nam in 1813 als luitenant bij een vrijkorps te paard met geestdrift deel aan de afschudding van het Franse juk en zag zich in 1820 benoemd tot directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden. Nu werden op zijn aandringen geleerde mannen naar verschillende werelddelen uitgezon­den om exemplaren uit het dierenrijk voor het museum te verzamelen. Met onvermoeibare volharding bleef bij daarvoor werken, totdat hij op de 30ste januari 1858 door de dood werd weggerukt.

Wijngaardslakken

Ook op Wildlust bleef hij de biologie trouw. In 1827 kwamen daar wijn­gaardslakken voor, waarvan nog steeds een schelp te Leiden bewaard wordt. “Professor Temminck” heeft veel voor de uitbreiding en verfraaiing van Wildlust gedaan. In 1828 kocht hij boer­derij en landerijen van het voormalige Zandvliet en hij bestelde voor Wildlust duizenden eiken en honderden sierheesters bij de firma, die toen “Cornelis de Graaff en Zn” heette. Zo bracht onze Jan hem posthuum nog een laatste groet:

Geachte Heren, die U ’s zomers komt vermeien

In dit district, en aan de groene weiden

In ’t lommer van Uw lustpaleizen woont

En uwe gunst aan deze plaats betoont,

Verheug u lang nog in het buitenleven,

Totdat hij in een lustplaats wordt verheven

Daar nooit geen damp of gore noorden wind

U aan uw huis of enge kamers bindt,

Maar waar de zon en d’heldere zomerdagen                        .

Steeds zonder eind verschijnen met behagen,

Daar nooit geen druk ofscheidgalm zich verspreidt.

Leef zaliglijk tot in de eeuwigheid!

Slakkenhuis in museum

Na de dood van de Weduwe Temminck in 1865 viel Wildlust toe aan haar tweede zoon Marinus, naar wie de boerderij Oud-Zandvliet later “Marinus” werd genoemd. Hij liet enige tijd later het oude Wildlust slopen en vervangen door een nieuw huis, dat met de tuinen omstreeks 1930 (correct is 1924 – redactie Nwbl) verdween.’ Van (de buitenplaats) Wildlust is niets meer over, behalve dan een slakkenhuis in het Museum van Natuurlijke Historie te Leiden.

Slotopmerking

Tot zover het relaas van Fons Hulkenberg zoals dat gedrukt staat in zijn broek ’t Roemwaard Lisse, 1971, 2e druk 1998. Het door Marinus Temminck gebouwde huis kwam in het bezit van de Graaf van Lynden en is in 1924 gesloopt. De fami­lie Grullemans liet in dat jaar de huidige villa bouwen. Die is in 1964 gekocht door de familie A. de Regt, waarvan thans nog weduwe De Regt in het huis woont.

Het buiten Wildlust. Tekening in Oostindische inkt door P.J.Lutgers (1808-1874). GemeenteArchief Leiden

De statige villa Wildlust die in 1924 werd gebouwd en nu van de provincie gesloopt moet worden ten behoeve van een verkeersrotonde.