VEEL PACHTERS KONDEN HET NIET BOLWERKEN: ARMOE TROEF OP DEVERBOERDERIJ

Volgens Hulkenberg werd de eerste boerderij bij Dever gebouwd aan het einde van de 16e eeuw. De geschiedenis en de bewoning van de boerderij wordt besproken.

door Hans Smulders

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 1, januari 2003

Het is niet bekend wanneer precies de boerderij van het versterkte Huys Dever, dat omstreeks 137O werd gebouwd door Reinier die Ever, is gebouwd op de plaats waar hij nog steeds staat, terzijde en achter het Huys en goed zichtbaar vanaf de Heereweg. Volgens de Lissese historicus A.M. Hulkenberg moet dat geweest zijn aan het einde van de 16e eeuw, dus ruim vijfhonderd jaar geleden. Hij concludeerde dat uit stenen die werden gevonden nadat de boerderij in 1894 afbrandde. Een deel van die stenen is gebruikt voor het vergroten van de stal.

Maar veehouder Jan Rotteveel, die in 1935 op de boerderij geboren werd en er nog steeds woont, betwijfelt de vondst van Hulkenberg. Hij zegt: 7/c heb hier nog nooit een oude steen gezien! Toen de boerderij afbrandde door hooibroei was het een lage rietgedekte stolpboerderij. Daar kunnen nooit veel stenen in gezeten hebben!1

In het begin van het versterkte woonhuis zal, zo neemt ook Hulkenberg aan, de boerderij die de bewoners van het huis van allerlei moest voorzien, gestaan hebben op het voorplein. Een van de casteleyns, de bewoner van een kasteel, was in het begin van de 15e eeuw een zekere Matheus Claes, die waarschijnlijk de vader was van Vranck Matheusz en de groot­vader van Dirk

Vrankez, die hem opvolgden. Leenheer in die tijd was Gysbert van Haeften die op jonge leeftijd stierf aan een beet van een dolle hond. Ze hebben hem op een voor die tijd behulpzame wijze uit zijn lijden verlost door hem ‘tussen twee bedden te smoren’.

Casteleyn

Dirck Vrankesz werd omstreeks 1465 geboren en bewoonde tot 1550 als casteleyn, slotvoogd dus, en als pachter van de 33 morgen en 83 roeden* grond waarschijnlijk het bouwhuis, boerenhuis, op het erf. Op de oudste afbeelding van het Huys

Dever (‘Caertgen van thuys te Dever’) kan men een aantal boerenbouwsels op de voorplaats zien staan. Hulkenberg vermoedt dat aan het einde van de 16e of het begin van de 17e eeuw de boerderij achter het versterkte huis werd gebouwd. De pachter was in die tijd Jacob Jansz van Soertermeer, die getrouwd was met Jannetje Florysdr uit Wassenaar. Ze hadden een hele reeks kinderen. De pachter werd ook wel Jacob Jansz van ’t Slot genoemd of Jacob Jansz op ’t Hof.

In 1658 werd de waarde van de boerenwoning met de erbij behorende landerijen geschat op 20.000 gulden. In het betrokken stuk wordt daar laconiek aan toegevoegd: lhet welcke imers genough is1.

In 1678 werd de boerderij, die bestond uit het ‘bouwhuys, bergh, schuer en een groot aantal percelen gronds, waaronder ook 84 roe bij de boerewoning, van ouds elstland, nu tot boomgaert gemaekf, gehuurd door Jannetien Pieters van Bouwman uit Lisse, die zich omdat vrouwen in die tijd niet zelfstandig mochten handelen, liet vertegenwoordigen door haar voocht Maerten Cornelisz van der Burch die in de Engel woonde. Jannetien had een vijftal bouwmeijts of bouwknechts in huis. Dat wijst er op dat het Jannetien goed ging, maar de geschiedenis wijst uit dat de meeste pachters het zwaar hadden en nauwelijks rond konden komen. Zo best waren de gronden van Dever niet!

Boedel

Zo kon pachter Willibrord Ariusse Akersloot in het begin van de 18e eeuw niet rondkomen. Een hevige storm blies het rieten dak eraf en beschadigde kozijnen en keldervensters. Het land bracht zo weinig op dat hij in 1707 de pacht niet meer kon betalen. Alles wat hij had moest hij via een boedel verkopen: veldvruchten, bouwgereedschap, meubelen, de bruine ruin, 21 koeien, de bonte stier, het hooi, kaas, een vloot, een berie, een melkmouw, een tafel, twee stoelen, koperen ketels, een karrewagen, een kruiwagen, een gierbak, twee emmers, een karn, een pers en een tobbe. De volgende pachter, Pancras Damasse Santvliet, wiens vader nog kroosheemraad was geweest, in welke functie hij moest

Er waren veel liefhebbers. Onder hen Arie Rotteveel die in Lisse een boerderij en een broodbakkerij had (thans bakker Freriks), welke zaken Arie na de dood van zijn vader in 1880 had overgenomen. Hij trad evenwel op voor zijn zoon Jan, die toen 25 was. Zijn tussenkomst slaagde en Jan werd de nieuwe boer; hij trouwde nog dat jaar in oktober met Cornelia Verdegaal uit Groenendijk-Hazerswoude.

Te hoog en te droog

Het zat Jan Rotteveel niet mee. Het land was slecht, op ruim 20 hectare kon hij maar 16 koeien houden. De huidige bewoner van de boerderij Jan Rotteveel vertelt: Het land aan de voorkant van de boerderij was te hoog en te droog en de achterkant, richting Haarlemmermeer, was moeras. Er groeide dus niks. Mijn grootvader heeft het hoge land afgezand en het moeras opgehoogd, zodat het nog wat werd.’  Maar in oktober 1894 ging de boerderij met al het hooi in vlammen op. De familie Rotteveel ging in de schuur wonen Daar werd Anna geboren die later het klooster in ging. Spoedig werd een nieuwe boerderij gebouwd zonder voorhuis en opkamer, maar wel ruim en modern zodat boer Rotteveel er nu voor het eerst rechtop in kon staan. Tot op de dag van vandaag woont de familie Rotteveel op de boerderij. Jan (Johannes Petrus) Rotteveel (1935) zal er voorlopig nog blijven, zegt hij. Hij is veehouder en brengt jongvee groot tot melkvee voor zijn zoon die een veehouderij heeft in Stellendam. Jan Rotteveel is geen pachter meer van de boerderij. Hij is eigenaar.

Duits dus vijandelijk bezit

Dat kwam door de Tweede Wereldoorlog. De eigenaar van Dever en dus van de landerijen was sedert 1720 de familie Heereman van Zuydwijck, een katholieke familie die tijdens de reformatie naar Duitsland was gevlucht. Toen de Tweede wereldoorlog uitbrak, was Max Emmanuel Joseph Maria Aloysius Hubertus baron Heereman van Zuidwijck niet alleen Fideikommiszherr van Surenburg, Nevinghof, Wienburg en Delsen, heer van Maser, Herding en Grevinghof, maar ook heer van Dever en Lisse. Hij kwam in de oorlog af en toe naar zijn bezit kijken, maar was liever reserve-officier dan kasteel­heer.

Na de oorlog kwam het Nederlands Beheersinstituut in werking die voor de Raad van Rechtsherstel het Duits en dus vijandelijk bezit, wat Dever was, onder beheer nam. In 1949 ging het instituut tot liquidatie van de Devergronden over en aangezien de voormalige pachters het eerst in aanmerking kwamen voor koop, geraakt Jan-Piet Rotteveel in het bezit van ongeveer 25 ha land om Dever met de woning en de bedrijfsruimten. Baron Heereman van Zuidwijck bezocht zelf zijn pachter en raadde hem ten sterkste aan de koop te sluiten! Maar al in 1970 moest veehouder Rotteveel 10 ha afstaan aan de gemeente Lisse voor het Bedrijventerrein Dever, in casu voor een vestiging van de autofabriek Nissan.

In 1895 werd de boerderij van ’t Huys Dever opnieuw gebouwd nadat de vorige, een rietgedekte stolpboerderij, was uitgebrand. Het geheel
is thans in bezit van de familie Jan Rotteveel. * Een morgen is 600 Rijnlandse roe. Een hont is 100 Rijnlandse roe. 7 hont is 1 hectare