Lisser Chris Balkenende bouwde prachtige replica. De oorspronkelijke bouwtekeningen van de ophaalbrug over de Gracht naar de Schoolstraat was aanleiding voor Chris Balkenende om een maquette te maken van de brug en omgeving. Chris vertelt ook over het ontstaan van de brug en school de Akker.
door Arie in ’t Veld
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 3, juli 2002
Er zijn veel inwoners van Lisse die oude ansichtkaarten van het dorp sparen. Ook zijn er velen die naast kaarten ook foto’s bij hun verzameling voegen. En er zijn Lissers die nog verder gaan en ook oude verhalen bij elkaar sprokkelen en alles wat ze van de geschiedenis van Lisse in woord en beeld voor de voeten komt, vergaren. En: er zijn Lissers die dat alles al jarenlang doen, maar bovendien het enthousiasme en kunde hebben om een stukje oud Lisse te herbouwen. Tot die laatste categorie mag Chris Balkenende worden gerekend.
In zijn woning in de Lisbloemstraat is, nog
zonder dat er één van de vele plakboeken tevoorschijn is gekomen, duidelijk
waarneembaar dat hier een ‘Lisse freak’ bij uitstek woont. En degenen die
deelgenoot van zijn enthousiasme worden, zullen het dan misschien ook nog mogen
beleven dat ze een blik wordt gegund op een stukje oud Lisse op de schaal van l : 20. Daar moet dan wel het
nodige voor gebeuren, want het heeft heel wat voeten in aarde voordat Chris
Balkenende de grote, door hem gebouwde replica van de voormalige brug over de
Gracht naar beneden heeft getransporteerd. De brug die aan het begin van de
vorige eeuw de huidige Schoolstraat met de Kapelstraat verbond en de enige
verbinding vormde die leidde naar en van de school van de Gereformeerde Gemeente.
Lantaarns op schaal
Bij de viering van het tienjarige jubileum van de Vereniging Oud Lisse werd de ‘brug van Balkenende’ voor het eerst tijdens de expositie in De Gevulde Mand aan het grote publiek getoond en op verzoek van de redactie van de Nieuwsblad van Oud Lisse sjouwde Balkenende het gevaarte onlangs opnieuw naar beneden, stofte het geheel af, ontstak de niet van de oorspronkelijke (weliswaar op schaal) te onderscheiden lantaarns en de tijd van het zich vergapen was aangebroken. Een prachtige replica, tot in de details nagebouwd en als je de visite zat bent, haal je gewoon de brug op en klaar is Kees. Maar dat is geenszins de bedoeling van de gastvrije Balkenende, die elke gelegenheid aangrijpt om zijn opgedane kennis over oud Lisse uit te dragen en zo mogelijk te verrijken met de verhalen en opmerkingen die de bezoekers over vroegere jaren op hem loslaten. Niets voor niets en in dank slaat hij die informatie op om deze ten gunste van zijn gigantische verzameling te gebruiken.
Brug boeide
Het herbouwen van de brug werd door
Balkenende aangepakt omdat hij daartoe wegens omstandigheden in de gelegenheid kwam.
Een schitterende tijdsbesteding. “De brug en ook de hele omgeving ervan, heeft me
altijd erg geboeid. De school, de brug, de aan- en afvoer van goederen per schip
van onder andere Mart van der Linden, de korenmolen, het gebied waar zich nu CNB en Hobaho
bevinden en noem maar op. Noem het toeval of geluk, maar via een
familielid kreeg ik de oorspronkelijke bouwtekening van de brug te pakken en zo
ontstond al snel het plan om dat prachtstuk op de schaal na te bouwen.
Vier maanden heeft de klus in beslag genomen. Vier maanden van meten,
zagen, lijmen, timmeren, boren en wat al niet meer. Een bijzonder leuk
werk en met een resultaat waarop ik trots ben.”
Gereformeerde school
Als verwoed verzamelaar van alles wat
met het ‘Lisse van toen’ te maken heeft, ging Balkenende ook op jacht naar
alle mogelijke gegevens over de brug die tot ergens in de twintiger jaren de
school van de rest van Lisse scheidde. Als het ding tenminste openstond. “Ik
kreeg inzage in het eerste notulenboek van de schoolvereniging, waarin is te
lezen dat in maart 1904 een stuk grond werd gekocht van de weduwe C. Vreeburg.
Deze grond was gelegen tegenover het slop (nu de Kapelstraat) en er werd een bedrag van
14.000
gulden voor neergeteld. Op 20 februari 1905 diende de Vereeniging tot oprichting en
instandhouding van eene school voor lager onderwijs op Gereformeerde Grondslag,
bij de gemeente het verzoek in om een brug over de Gracht te mogen bouwen,
waardoor het terrein waarop de school zou verijzen, bereikbaar werd. De
vergunning kwam los, maar om de een of andere reden mocht de brug er niet toe
dienen om tijdens de bouw van de school het bouwverkeer van dienst te zijn. Er
werd dus zo lang een nood-verbinding aangelegd via de achterzijde van het
bedrijf van Van der Zaal in het Vierkant, thans het museum De Zwarte Tulp. Dat ging
overigens niet voor niks, want Van der Zaal bedong dat hij de nieuwe school zou
mogen bouwen.
Die order wilde hij kennelijk erg graag binnenslepen, want hij beloofde ook nog
tien procent van de door hem te behalen winst in de verenigingskas te storten.
Zo kom je natuurlijk vrij snel tot zaken.
Gemaaid gras
Op 21 maart 1905 verleende Rijnland haar toestemming onder de voorwaarde dat de brug
(niet bekend is om welke reden) voor l augustus van dat jaar opgeleverd zou
worden. Dat is gelukt. Uit de boeken is ook te leren dat de hectare grond die
van de weduwe Vreeburg werd gekocht, veel te groot was voor het
schoolgebouw. Er werden stukjes verkocht en de opbrengst werd gebruikt om de
bouw van de brug te bekostigen. Zelfs het gemaaide gras werd voor dat doel aan
de man gebracht. Dat geld was zeer welkom, want het bouwen van de brug kostte
5312 gulden en dat was in die jaren een flink bedrag. In 1914 werd de brug door de
gemeente overgenomen. De schoolvereniging bracht een nieuw verf] e aan en de
gemeente verzorgde de herbestrating van de Kapelstraat en Gracht en vanaf dat
moment was de brug voor iedereen te gebruiken.”
Keurig muurtje
Tot op heden heeft Balkenende niet kunnen achterhalen wanneer nu precies het stuk Gracht werd gedempt en de Schoolstraat ontstond. Op de betreffende plaats is de tot aan het begin van de zestiger jaren bestaande Gracht van de straat afgescheiden geweest door een keurig muurtje en was aan niets meer de vroegere aanwezigheid van de brug te ontdekken. In de loop der jaren verdwenen vele andere nostalgische stukjes uit dit gebied en resten daarvan thans alleen nog de afbeeldingen op foto’s en ansichtkaarten.
Sneltreinvaart
Na het dempen van de Gracht tot aan de houtfabriek Elka ging het allemaal
in sneltreinvaart. De ene verandering en vernieuwing na de andere vond plaats. Niet altijd
verbeteringen overigens. En anno 2002 staat dit stukje Lisse opnieuw aan de
vooravond van ingrijpende veranderingen. Het nieuwe Masterplan Centrum kondigt
rigoureuze veranderingen aan. Hoog tijd dus om hetgeen er nu (nog) is op de
gevoelige laag vast te leggen en te bewaren. Voor de verlevendiging van de
eigen herinneringen en ter lering van het nageslacht. Balkenende zal wat dat
betreft ongetwijfeld de nodige stappen ondernemen.
Of er ooit nog iets wordt nagebouwd? “Ik kan dat nu niet met
zekerheid zeggen.
Maar als ik ooit in staat ben om de originele tekeningen en/of gegevens van de
molen ‘De Korenbloem’ te bemachtigen, dan acht ik het niet uitgesloten dat ik
ook daarvan een replica zal gaan bouwen.
Feiten over de Brug:
Grachtbreedte 12 meter; doorvaartbreedte brug 4.25 meter;
doorvaartlengte 8.50 meter; onderbouw 18 heipalen; breedte brugdek 7.40 meter;
opbouw geheel van staal; hoogste doorrijhoogte 5 meter; hoogte brug in dichte
stand 6.40 meter; hoogte brug in geopende stand 10.40 meter. Architect L. Doedes te Rotterdam;
Aannemer J.P. A. Nelissen te Haarlem.
Komt de Grachtbrug
terug?
Zoals er Lissers zijn die ervan dromen dat Herberg De Witte Zwaan wordt herbouwd, zijn er ook die dromen van de terugkeer van de Gracht en de Grachtbrug. Zij wijzen er op dat Lisse een nieuw waterbekken behoeft voor de opslag van regenwater. Wat is er dan logischer om voor dat doel de Gracht weer uit te graven? Als men dan toch ondergronds gaat voor parkeergarages en supermarkten, slaat men vele vliegen in een klap. En als de Gracht weer terug is, dan versterk je natuurlijk het oude dorpse karakter met de wederopbouw van de brug!
Chris Balkenende bij de fraaie replica van de Grachtbrug. Hij maakte gebruik van de originele bouwtekeningen
https://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2002/07/Grachtwegbrug.png530709Nico Groenhttps://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2018/05/VOL_logo_original_dark387-300x300.pngNico Groen2002-07-12 12:13:142019-11-12 12:39:10HET TWEEDE LEVEN VAN DE GRACHTBRUG
De Stichting Historische Genootschap Duin- en Bollenstreek bereidt een publicatie voor over het leven in de Bollenstreek rond 1800. Er is een oproep voor schrijvers.
Nieuwsflitsen
Oproep CHG voor oproep oude verhalen
De Stichting Historische Genootschap Duin- en Bollenstreek wil de nog aanwezige kennis van de Bollenstreek vast leggen. Men zoekt mensen, die verhalen te vertellen hebben.
Nieuwsflitsen
S-bocht in de Schoolstraat vermijden
De gemeente wil het Patronaatsgebouw ‘Welkom’ en de ‘Voorhof’ slopen om de Hobahostraat te verlengen naar het Raadhuisplein. De monumentencommissie en de VOL zijn tegen.
Nieuwsflitsen
Nieuwe website www.lisse-actueel.nl
Nieuws van Lisse is sinds kort snel en makkelijk te lezen op de website www.lisse.nl en www.lisse-actueel.nl.
Nieuwsflitsen
Lindeboom Heereweg 21 verplant
De gemeente verbond aan de bouwvergunning voor nieuwbouw voor van der Zwet op Heereweg 21 voorheen huize Bercosa de voorwaarde, dat de monumentale lindeboom verplaatst moet worden.
Nieuwsflitsen
Lindebomen in Oegstgeest verwijderd
In Oegstgeest zijn 12 monumentale lindes gekapt ten behoeve van een rotonde.
Nieuwsflitsen
Historisch museum Z. Kennemerland tentoonstelling over tulpen
In het Historisch Museum Zuid-Kennemerland is de tentoonstelling ‘Tulpen uit Haarlem – 400 jaar bloemenstad’ te zien.
Nieuwsflitsen
Enquête over traditionele feesten
Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur heeft een enquête gehouden over het immaterieel Nederlands erfgoed.
Nieuwsflitsen
Geschiedenis van Z. en N. Holland in 1500 pag.
Er komt een serie van 3 delen in 4 banden over de geschiedenis van Holland van totaal 1500 pagina’s met 700 illustraties bij Uitgeverij Verloren.
Nieuwsflitsen
Praktijkboek Instandhouding Monumenten
Bij SDU Servicecentrum Uitgevers is Praktijkboek Instandhouding Monumenten verschenen.
De oorspronkelijke bouwtekeningen van de ophaalbrug over de Gracht naar de Schoolstraat was aanleiding voor Chris Balkenende om een maquette te maken van de brug en omgeving. Chris vertelt ook over het ontstaan van de brug en school de Akker.
Redactie
Komt de Grachtbrug terug?
Er zijn Lissers, die er van dromen, dat de Gracht weer wordt open gegraven en dat de ophaalbrug weer wordt herbouwd.
In Lisse zijn vanaf de 16de eeuw veel bruggen over zandsloten gemaakt in de Heereweg en de Achterweg. Besproken worden De Engelenbrug, De Staalbrug, de Jannetjesbrug, De brug over de Vennesloot in de Achterweg, De Zemelbrug, en de Lisserbrug.
Wanneer komt een pand in aanmerking om op de lijst van Rijkst- dan wel Gemeentelijke monumenten geplaatst te worden met alle daaraan verbonden voor- en nadelen. Een korte schets.
Rond 1900 werden de arbeiders in de Duin- en Bollenstreek steeds mondiger. De nieuwe arbeidsorganisatie Flora in Hillegom werd in 1900 opgericht. Zij hadden diverse eisen, maar men kwam niet overeen met de werkgevers.
De periode van 1900 tot heden wordt beschreven. De bewoners van het Reigerbos passeren de revue. In 1965 werd een groot deel van het Reigerbos afgegraven.
De geschiedenis van de molen wordt beschreven. Het oudste jaartal in de molen is 1743. Het is een wind schepradmolen met ijzeren bovenas en houten wieken. De Zemelpolder was 71 ha. In 1943 is de molen gekocht door de gemeente Lisse.
In de jaren 1832, 1850 en 1852 werden er in de omgeving van Haarlem, Heemstede, Bennebroek, Vogelenzang en zelfs op het Keukenduin in Lisse én in Voorhout aardschokken gevoeld met een kracht van 2 op de Schaal van Richter. Wonen wij op een gevaarlijke breuklijn? Dat is niet het geval. Men denkt dat de schokken veroorzaakt werden door het dempen van het Haarlemmermeer. Allerlei onderaardse waterkanalen moesten nu andere wegen zoeken, spoelden veenlagen uit en de holten stortten in. (Dwars Op)
Onlangs liet de natuur weer zien hoe wonderlijk zij is. Een perceel grond dat vroeger behoorde tot de uitgestrekte landerijen van het buitengoed Wassergeest, werd diep omgeploegd. Een halfjaar later bloeide daar weer het Knikkend Vogelmelk. De Ornitholagum nutans is een bolgewas dat vroeger veel (in het wild) voorkwam op buitenplaatsen, zoals Wassergeest. Het gewas met de bedauwde, groenwitte bloemen die toortsvormig bloeien aan stengels met een lengte van 30 cm, verdween uit het landschap tegelijk met de buitenplaatsen. Het ploegen tot een diepte van meer dan een meter bracht de bollen kennelijk weer daar waar ze tot groei en bloei konden komen. Wellicht hebben ze meer dan honderd jaar diep in de grond op hun nieuwe levensmogelijkheid liggen wachten! (Info Rob Pex)
https://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2002/04/Knikkend-vogelmelk.jpg618822Nico Groenhttps://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2018/05/VOL_logo_original_dark387-300x300.pngNico Groen2002-04-25 20:56:022022-01-25 21:17:45Wonder der natuur
De voorzitter schrijft in het voorwoord dat de VOL na de verkiezingen de constante factor in het uitvoerend gemeentelijk beleid is. We zijn onder andere betrokken bij de gemeentelijke monumentenlijst en de Centrumvisie.
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
Ton Rouwhorst
De verkiezingen zijn gelukkig weer achter de rug en we kijken er vol verwachting naar uit om met de nieuwe gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders te gaan samenwerken.
Je ziet in deze tijd maar weer eens wat het belang is van onze Verening. De samenstelling van de raad of het college kan zo maar veranderen en de Vereniging Oud Lisse blijkt dan toch de constante factor te zijn in het uitvoerend gemeentelijk beleid. Het bijsturen van het monumentenbeleid en het behoud van het dorpse karakter blijven voor ons de komende raadsperiode weer de speerpunten.
De afgelopen jaren zijn we als Vereniging nauw betrokken geweest bij de bescherming van de nodige panden en deze panden op de gemeentelijke monumentenlijst te krijgen. Tevens zijn we in een vroeg stadium betrokken geweest bij het ontwikkelen van een Centrumvisie en ook daarbij is onze inbreng voor ingewijden duidelijk herkenbaar. Betreffende de uitvoering van deze Centrum- plannen zullen we zeker onze rol blijven opeisen.
Ik denk dat ‘herkenbaar voor ingewijden’ een beetje in kaart brengt wat ons de komende jaren als Vereniging Oud Lisse te doen staat. De resultaten van onze inbreng in het gemeentelijk beleid zijn goed te noemen, maar meestal slechts bekend bij een kleine groep.
We zullen ons dan ook de komende periode duidelijker moeten profileren en ook zal het ledental van onze vereniging drastisch moeten toenemen. Een andere mogelijkheid is om de samenwerking met het Museum de Zwarte Tulp en de Stichting Dever te verwezenlijken om daardoor onze positie te verstevigen.
Deze en andere onderwerpen komen aan de orde op onze komende jaarvergadering. Ik hoop veel leden op onze jaarvergadering te mogen begroeten om gezamenlijk over deze onderwerpen te kunnen discussiëren.
https://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2021/07/Klein-Logo-zonder-tekst.png94120Nico Groenhttps://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2018/05/VOL_logo_original_dark387-300x300.pngNico Groen2002-04-25 20:50:122024-11-16 10:37:10Voorwoord van de voorzitter: Behoud van het dorpse karakter
Een interview met de 87-jarige Fons Hulkenberg. Hulkenberg begon zijn eerste onderzoek naar aanleiding van 500 jaar Agathakerk in 1960.
door Rob Pex en Paul ter Linde
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
‘ZOVEEL GING HELAAS VERLOREN!’
Hij schreef talloze boeken over lokaal-historische onderwerpen. Hij stond aan de basis van de oprichting van de Stichting Dever en de restauratie van deze unieke middeleeuwse woontoren. A.M.Hulkenberg groeide in een halve eeuw uit tot dé historicus van Lisse. Interview met de 87-jarige oud-leraar van de tuinbouwschool.
Alphons Marie Hulkenberg is geboren te Hillegom op 11 juli 1915. Reeds als zestienjarige jongen stond hij voor de klas op de kweekschool in Beverwijk. Vanaf 18 juni 1934 was hij onderwijzer op de Joannesschool te Hillegom. In 1942 verhuisde hij, zevenentwintig jaar oud naar Zevenaar, waar hij aan de Mulo les gaf tot 1949. De Tuinbouwschool in Lisse vroeg in dat jaar of hij naar Lisse wilde komen. Hulkenberg was namelijk leraar tuinbouwkunde en leraar Duits en daar had men op de Tuinbouwschool op dat moment nu net behoefte aan.
“Bovendien was ik eigenlijk ook nog leraar Frans en Engels”, zo vertelt hij. “Dat kwam goed van pas bij de ontvangst en rondleiding van de diverse buitenlandse groepen studenten die elk jaar in de praktijktijd de bloembol-lenstreek bezochten”.
In het begin had hij er wel wat moeite mee naar Lisse te komen, “want”, aldus Hulkenberg, “de streek van Zevenaar vond ik heel mooi.” Om diverse redenen zag hij er echter wel wat in en zo gebeurde het dan dat hij in 1949 Zevenaar de rug toekeerde en in Lisse kwam wonen. Hulkenberg heeft Lisse altijd een bijzonder warm hart toegedragen, niet op de laatste plaats vanwege Dever en Keukenhof. Toch heeft hij niet alleen een positieve kijk op Lisse. Zo klaagt hij nog altijd over de sloop van het Grachthuisje in de jaren ’70: “Ik had alle raadsleden verteld dat de heer Van Hemert van Monumentenzorg aanbood om naar Lisse te komen. Die zei in mooi Engels om “at any place, at any time” alles over het Grachthuisje te komen vertellen. Over de financiële gevolgen (van een eventuele restauratie), etc.”. Maar het is al weer jaren weg. “Het is verschrikkelijk jammer”, zo verzucht Hulkenberg.
A.M.Hulkenberg thuis op zijn praatstoel. Zijn historische carrière begon met een boek over de Agathaparochie (Foto Paul ter Linde)
Rond 1960 begon hij met zijn onderzoeken. Hoe kwam hij er toe om in de geschiedenis van zijn woongemeente te duiken? Daar blijkt een heel verhaal achter te zitten. “Toen ik in 1949 naar Lisse kwam, was het de bedoeling dat de plaatsvervangend directeur, die in feite directeur van de school was, over zes jaar met pensioen zou gaan”. Hulkenberg zou hem dan opvolgen. Hij keek er al naar uit. “Een jonge ingenieur meende echter dat hij er veel meer recht op had. Dit leidde tot een hoogst onaangenaam gekrakeel, in Lisse maar ook in Den Haag. Daar wilde men de ander niet en ik had er toen ook geen zin meer in”. Hulkenberg bleef dus “gewoon” leraar. In ieder geval had hij nu in de toekomst genoeg gelegenheid om zich in zijn vrije tijd ook met wat andere zaken bezig te houden. “Het was op dat moment dat het Parochiebestuur van de St. Agatha naar mij toekwam met het verzoek een boek te schrijven in verband met het 500-jarig bestaan van de St. Agathaparochie”. We schrijven dan het jaar 1960. Hij toog toen voor het eerst naar het Algemeen Rijksarchief in Den Haag, waar hij onder meer de heer Fox en mevrouw Leemans-Prins leerde kennen. In het gemeentearchief Leiden ontmoette hij bovendien ir. A.F. de Graaff die hem het oude schrift leerde lezen. Spoedig bemerkten mevrouw Leemans en de heer Van der Klooster dat onderzoek doen hem zo lag en dat hij dat meer moest gaan doen.
Dever
Hulkenberg wilde sinds lange tijd meer weten over Dever. “Daar was praktisch niets van bekend”. Mevrouw Leemans merkte toen op dat er wellicht in het archief Heereman van Zuydtwijk nog veel te vinden was. “Toen ben ik met het onderzoek begonnen”, zo vertelt Hulkenberg. Na de publicatie van zijn boek over Dever in 1966 volgden nog vele andere boeken en artikelen. Hulkenberg bleek vooral veel interesse te hebben voor buitenplaatsen en kastelen. Waarom? “Daar is historie, daar is natuur (stinsenplanten!) en bovendien heeft het ook te maken met de valkenjacht in de Middeleeuwen. Je kan het allemaal met elkaar verbinden”. Daarbij heeft Hulkenberg altijd een bijzondere interesse aan de dag gelegd voor adelsgeschiedenis. En waar tref je meer adel aan dan op buitenplaatsen en kastelen? De adel heeft hem dus altijd beziggehouden. “Dat heeft veel met de historie vanuit de Middeleeuwen te maken (…) Het is iets watje vanuit de Middeleeuwen wordt aangereikt. Het geeft diepte aan een huis. Als er in een huis iemand woont die niet verder terug kan gaan dan zijn vader of grootvader dan mis je die traditie vanouds”. Het boeit hem om er van alles over te weten te komen. “Als ik een overlijdensadvertentie zie, dan ga ik altijd in het Adelsboekje kijken. Ja, wie is dat? Helemaal niet dat die mensen beter zijn. Maar die sfeer trekt me toch wel”. Zijn belangstelling voor zaken als bovengenoemd hebben bovendien ook veel te maken met zijn romantische inslag. Van daaruit voelt hij dikwijls behoefte zich in het verleden te verplaatsen. Niet dat hij ook daadwerkelijk in het verleden zou willen leven, “maar je kunt je verbeelden dat je er middenin zit”.
Wetenschap?
Hulkenberg’s publicaties maken op veel mensen een wetenschappelijke indruk. Is dat terecht? Volgens Hulkenberg is het ook daadwerkelijk wetenschap, al heeft iemand ooit eens geschreven: “Wanneer men de boeken van de heer Hulkenberg leest, dan komt men meer te weten over de schrijver dan over de materie”. Overigens ziet hij zichzelf niet als wetenschapper: “Je mag je pas historicus noemen, als je academische studies hebt gemaakt en met succes hebt afgesloten”. Hij zou zichzelf eerder bestempelen als ama-teur-historicus en “doorgever van wetenschap” vanuit zijn vroegere hoedanigheid als leraar. Overigens worden zijn werken door wetenschappers zeer positief beoordeeld. Zo heeft hij van de Historische Vereniging Holland uit handen van professor Borger ooit de grote oorkonde ontvangen, die niet gauw wordt uitgereikt. Bovendien ontving hij ook de legpenning van de Bond Heemschut.
Details
De studies van de heer Hulkenberg worden over het algemeen gekenmerkt door gedetailleerdheid. Hulkenberg is niet bepaald kort van stof. Waar zit hem dat nu in? “Machiavelli heeft ooit eens gezegd: Geschiedenis wordt pas interessant als het uitgebreid is”. Dat houdt niet in dat je jezelf moet verliezen in details. De grote hoofdlijn is van belang, “maar daarnaast zijn zoveel interessante details er bij te vermelden dat het zonde zou zijn om dat niet te doen”. De lezer kan overigens gerust iets overslaan en iets uitkiezen van zijn gading “net als bij een koud buffet”.
De laatste jaren groeit de historische belangstelling. Hulkenberg is daar uiteraard enthousiast over. Maar hij weet ook als geen ander dat het ook heel anders is geweest. Zo weet hij nog goed hoezeer hij er bij de Lissese politiek op aandrong Herberg De Witte Zwaan te handhaven, toen er plannen bestonden voor sloop. “Ze lachten me niet helemaal uit, maar toch… ze beschouwden je wel als enigszins zonderling”. Samen met anderen, zoals Ir. A. Paardekooper en de heer Tissing, had Hulkenberg al veel eerder een plan gemaakt “hoe Lisse kon worden als er allerlei gebouwen gehandhaafd konden worden. Maar de burgemeester joeg je gewoon het gemeentehuis uit. Dat was waardeloos”. En dan nog de affaire met de beide leeuwenzuilen van Rosendaal: “Ik had van één van de burengehoord, dat ze ’s nachts stilletjes aangereden zouden worden. Ik heb meteen de burgemeester opgebeld. Ik hoor zijn stem nog: “De gemeente weet zeer goed hoe zij dient te handelen en zij heeft er geen behoefte aan te worden opgebeld door, etc.” Hoe keek in de jaren zestig de plaatselijke politiek tegen de pas opgerichte Stichting De ver aan? “Oh, erg vreemd. Je bemoeide je met zaken waar je eigenlijk als burger niets mee te maken had. Het was wel aardig als je een artikeltje schreef, maar verder niet. Dat was wel moeilijk.” Later werd dat gelukkig anders: “Ze hadden bij De ver ook een bedrijventerrein gepland. Maar toen hebben ze waarachtig een hele ommezwaai gemaakt en het bedrijventerrein tegenover de Nachtegaal verwezenlijkt”.
Enthousiasme
Tegenwoordig zijn er meerdere enthousiaste mensen in het voetspoor van Hulkenberg getreden. Ook daar zitten schrijvers tussen, zoals Arie in ’t Veld, Ed Olivier en Herman van Amsterdam. Ieder probeert op zijn manier iets bij te dragen aan de Lissese geschiedschrijving. Hulkenberg kan dat zeer waarderen en ziet wat dat betreft de toekomst niet somber in. “Maar”, aldus Hulkenberg, “er is al eerder zo veel verloren gegaan…”.
Hulkenberg wilde sinds lange tijd meer weten over Dever. “Daar was praktisch niets van bekend”. Mevrouw Leemans merkte toen op dat er wellicht in het archief Heereman van Zuydtwijk nog veel te vinden was. “Toen ben ik met het onderzoek begonnen”, zo vertelt Hulkenberg. Na de publicatie van zijn boek over Dever in 1966 volgden nog vele andere boeken en artikelen. Hulkenberg bleek vooral veel interesse te hebben voor buitenplaatsen en kastelen. Waarom? “Daar is historie, daar is natuur (stinsenplanten!) en bovendien heeft het ook te maken met de valkenjacht in de Middeleeuwen. Je kan het allemaal met elkaar verbinden”. Daarbij heeft Hulkenberg altijd een bijzondere interesse aan de dag gelegd voor adelsgeschiedenis. En waar tref je meer adel aan dan op buitenplaatsen en kastelen? De adel heeft hem dus altijd beziggehouden. “Dat heeft veel met de historie vanuit de Middeleeuwen te maken (…) Het is iets watje vanuit de Middeleeuwen wordt aangereikt. Het geeft diepte aan een huis. Als er in een huis iemand woont die niet verder terug kan gaan dan zijn vader of grootvader dan mis je die traditie vanouds”. Het boeit hem om er van alles over te weten te komen. “Als ik een overlijdensadvertentie zie, dan ga ik altijd in het Adelsboekje kijken. Ja, wie is dat? Helemaal niet dat die mensen beter zijn. Maar die sfeer trekt me toch wel”. Zijn belangstelling voor zaken als bovengenoemd hebben bovendien ook veel te maken met zijn romantische inslag. Van daaruit voelt hij dikwijls behoefte zich in het verleden te verplaatsen. Niet dat hij ook daadwerkelijk in het verleden zou willen leven, “maar je kunt je verbeelden dat je er middenin zit”.
https://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2019/11/hulkenberg.png460666Nico Groenhttps://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2018/05/VOL_logo_original_dark387-300x300.pngNico Groen2002-04-10 22:42:302020-08-18 10:07:33Portret van de Lisser historicus A.M. Hulkenberg
Naar aanleiding van Lisse 800 met de bouw van de Witte Zwaan filosofeert de schrijver over de geschiedenis van de Witte Zwaan. Er staat ook een gesprek met de laatste huurder van de Witte Zwaan vermeld
door Paul ter Linde
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
Begin 1981 ben ik met mijn gezin verhuisd naar Lisse. Na de gebruikelijke hectiek die iedere verhuizing met zich meebrengt, besloot ik mijn nieuwe woonomgeving eens te verkennen.
Dankzij de prachtige statige huizen aan de Heereweg was ik direct verknocht aan dit dorp. Ik stapte langs het oude Politiebureau in de richting van de Agathakerk. Aan mijn linkerhand zag ik een prachtig herenhuis. Villa Rozenheim. Op de plaats waar nu het Opleidingsinstituut voor diepzeeduiken is gevestigd. Even later keek ik vol bewondering naar de Grote Kerk met zijn prachtige zonnewijzer. Daarvoor was ik langs het gemeentehuisje gekomen. Het maakte een kneuterige en wat gammele indruk op me. Staande aan de noordkant van de Grote Kerk observeerde ik het Vierkant. De naam kwam mij vreemd voort. Een wat driehoekig plein dat echter wel aan vier kanten te bereiken was. (Heereweg weg noord en zuid, Achterweg en Grachtweg) Langzaam liep ik langs het woonhuis van de boerderij van Vreeburg. Plotseling werd de doorgaande bebouwing onderbroken, alsof er een rotte kies was getrokken. Ik zag een aantal betonnen platen met daarop een enkele auto. Ik schoot een wat ouder echtpaar aan. Dat zei: “Die haben es nicht gewüsst!” Een dame van middelbare leeftijd vertelde me met een melancholieke blik in haar ogen dat daar het beroemde Hotel Restaurant De Witte Zwaan had gestaan.
Ik spoedde me naar boekhandel Merison en kocht de beide boekjes: Lisse in oude ansichten’. Vooral de begeleidende tekst van A.M.Hulkenberg fascineerde me; wat betekent die man veel voor Lisse! Thuisgekomen keek ik de boekjes direct in. Op een of andere manier ontroerde me de eerste foto van De Zwaan. De kiem was gelegd.
In 1988 trad ik toe tot de Historische Werkgroep van de Vereniging Oud Lisse. Samen met Eric Plantenberg kreeg ik de opdracht het Vierkant en De Zwaan rond 1900 beter in beeld te brengen. Als eerste namen we contact op met de heren Co Lieverse en Frans Mooyekind van het Gemeenterachief. Zij voorzagen ons van erg veel informatie, o.m. het adres van de laatste pachter van de Zwaan, de familie Van Duinen. Momenteel runnen zij een hotel restaurant in Ootmarsum, genaamd Het Wapen van Ootmarsum.
Voor Eric Plantenberg, die een aardige, maar geografisch zeer armoedig onderlegde figuur is, was het een groot avontuur. Doodgemoedereerd vroeg hij terwijl wij het prachtige Twentse Ootmarsum binnenreden, of we nu vlakbij Berlijn waren. We draaiden de straat in waar Het Wapen van Ootmarsum zich bevond. Verbaasd keken we elkaar aan. Een prachtig hotel met een Zwaanachtige veranda.
Urenlang spraken we met mevrouw van Duinen en haar oudste zoon Henk (41). Anekdotes, prachtige, maar ook trieste verhalen gaven een goed beeld van de functie en het functioneren van de Zwaan in de Lissese gemeenschap van vlak na de oorlog tot 1969.
Het is mijn bedoeling van dit gesprek een compilatie te maken en deze in verschillende afleveringen in ons Nieuwsblad te publiceren. Ik hoop dat u ernaar uitziet!
PS Wist u dat vroeger alle herbergen die de naam De Witte Zwaan droegen en dat zijn er nogal wat in Nederland, ook huizen van plezier waren?
In 1998 vierden we het 800-jarig bestaan van ons dorp. Op de dag dat de replica van De Zwaan werd onthuld, stond ik tussen de toeschou¬wers. Een schok ging door de menigte toen het zeil werd verwijderd. Ik keek om me heen: ge- en ontroerde gezichten, soms zelfs een traantje.
https://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2019/11/witte-zwaan-1998.jpg545725Nico Groenhttps://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2018/05/VOL_logo_original_dark387-300x300.pngNico Groen2002-04-10 18:13:512025-04-05 11:44:29DE MYTHE VAN DE WITTE ZWAAN
Deel 2 over Wassergeest behandelt de periode van 1804 tot 1900. De opbloei en neergang van het landgoed wordt besproken .
door Rob Pex
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
In het jaar 1804 kwam de buitenplaats Wassergeest in bezit van D.R J. van der Staal. Spoedig onderging het een grote gebiedsuitbreiding. Het werd nu een groot landgoed dat zich uitstrekte van de Heereweg in het oosten tot de Leidsevaart in het westen over niet minder dan 110 hectare.
De nieuwe heer van Wassergeest, D.P.J. van der Staal, begon het landgoed uit te breiden in de Lageveense polder, in het Keukenduin van Teylingen en in de Oude Duinbuurt. Al in het jaar 1804 kocht hij het latere Reigersbos met de daarbij behorende zanderij van Mr. Pieter Cornelis Hartsinck uit Amsterdam. In 1805 verkrijgt hij het eigendom van boerderij De Phoenix met 26 morgen grond. In de Lageveense Polder koopt hij in 1820 de zogenaamde Bossen van Daams, die aan de westkant van de Loosterweg gelegen waren. In 1821 wordt hij eigenaar van boerderij Duinhof en bijbehorende landerijen.
Ook het huis Wassergeest zelf blijkt in 1812 uitgebreid te zijn, terwijl de directe omgeving van het huis veranderde in een zogenaamde Engelse Tuin, een parkachtige landschapsstijl, die men in deze zelfde periode ook wel op andere buitenplaatsen aantreft. De Catharijnelaan – of Trijnelaan zoals men hem in deze tijd nog noemde – werd zelfs enige tientallen meters naar het zuiden verlegd ten behoeve van deze tuin.
Boottochtjes
Na 1813 wordt het stil rond Wassergeest. Het gewone dagelijkse leven speelt zich af. Omstreeks mei kwam men vanuit Den Haag naar Wassergeest. Men vermaakte zich met boeken lezen, een tochtje met de boot of de jacht. Ook legde men in de zomer dikwijls bezoekjes af bij familie en/of kennissen. Omstreeks de maand oktober ging men weer terug naar Den Haag.
Jarenlang gebeurde er weinig, totdat Van der Staal, net als zijn voorgangers, in de schulden kwam. Dit leidde er tenslotte toe dat hij in 1852 – hij is dan inmiddels al bejaard, maar wil toch de leiding over zijn landgoed niet overlaten aan zijn zoon of iemand anders – Wassergeest moet verkopen. Het geheel werd overgedragen aan Johan Frederik Steengracht van Duyvenvoorde, die echter bij zijn broer Nicolaas Johan onder curatele stond. Er begon een geheel andere periode voor Wassergeest: een periode van neergang. Zo werd in 1856 het huis Wassergeest deels gesloopt, deels verbouwd tot boerderij. Een boerderij aan de Achterweg (tegenover het huidige tuincentrum Overvecht) werd gesloopt. In plaats daarvan werd een kleine woning gebouwd waar voortaan de opzichter van Wassergeest in zou wonen: Pieter van Dijk.
Neergang
Ook als Wassergeest in 1862 na de dood van Johan Frederic, wordt nagelaten aan Cecilia Maria baronesse van Pallandt geboren Steengracht, zet de neergaande lijn zich voort. In 1877 komt zo een einde aan boerderij De Hoogewerf die al sinds oude tijden aan de Achterweg gelegen was schuin tegenover Wassergeest. In 1886 valt ook boerderij Duinhof onder de slopershamer en rond 1888 ook nog een woning aan de Leidsevaart, waar vanouds de zandbazen die werkzaam waren in de afzanderij bij het Reigersbos, in woonden. De laatste “zandman” die hier woonde, was Bastianus van Graven.
Ligging van vaarten, wegen, huizen en sloten die deel hebben uitgemaakt van het Wassergeest-bezit, getekend door Th.J.M. Pex. Bron : boek Wassergeest te Lisse, R.J. Pex
Cecilia Maria baronesse van Pallandt geboren Steengracht overleed in 1899. Ze liet haar bezittingen na aan haar dochter Cornelia Johanna. “Freule Cornelie” was in 1861 getrouwd met Jan Carel Elias graaf van Lynden. Deze laatste is op 22 januari 1900 te ‘s-Gravenhage overleden. Cornelia Johanna had een drietal kinderen. Ten eerste Jkvr. Cecile Marie barones van Lynden, die in 1885 te Lisse in het huwelijk trad met Jhr. Mr. Ocker Johan Repelaer, Heer van Molenaarsgraaf. De oudste zoon, Jan Maurits Dideric, huwde in 1895 Aurelia Elisabeth gravin van Limburg Stirum. Ze betrokken kort daarop het door hen aangekochte buitengoed Wildlust. Op Jonker Jan zou de grafelijke titel overgaan alsmede het buiten Keukenhof.
De tweede zoon van het echtpaar Van Lynden-Van Pallandt, Carel Anne Adriaan Willem baron van Lynden, trouwde in 1898 met Adolphine Wilhelmina Anne gravin van Limburg Stirum. Hij heeft in latere tijden Wassergeest geheel in zijn bezit gekregen. Op 21 maart 1900 kreeg hij een dochter, Carola Elisabeth Aurelia Anna barones van Lynden. Ze werd geboren op huize Beukenhorst te Wassenaar. Carola trad in 1937 te Londen in het huwelijk met A.R.Z. graaf van Rechteren Limpurg. Zo kwam dus Wassergeest via dit huwelijk in handen van de familie Van Rechteren. Maar dan zitten we al in de jaren dertig.
Verkopen
Cornelia Johanna is niet lang eigenares gebleven van Wassergeest. Al gauw ging ze er toe over gedeelten van het uitgestrekte landgoed van de hand te doen en wel aan verschillende familieleden. Zo doet ze reeds op 18 juli 1900 de tuinmanswoning van Wassergeest met bijbehorende voormalige tuinderij en partijen weiland tussen de Heereweg en Achterweg over aan haar zoon C.A.A.W. baron van Lynden voor de prijs van ƒ 66.984,25. Een niet mis bedrag. Daar is echter wel bij inbegrepen de “partijen tuin en bloembollenland en water, gelegen in de zanderij van het landgoed Wassergeest”.
Op dezelfde dag in juli 1900 doet Cornelia Johanna een drietal percelen ten noorden van de boerderij De Phoenix over aan Jan Maurits Dideric, haar oudere zoon. De Phoenix zelf met bijbehorende gronden, ging tussen mei 1900 en oktober 1902 over in het gemeenschappelijke eigendom van de twee gebroeders Van Lynden, J.M.D. graaf van Lynden en C.A.A.W. baron van Lynden. Later, in 1914, hebben de twee broers dit bezit onder elkaar verdeeld.
Hooibargen
Tegelijkertijd gaat de boerderij “genaamd ‘De Phoenix’ met bijbehorende schuren, hooibargen en verdere getimmerten benevens partijen weiland” naar Carel Anne Adriaan Willem baron van Lynden. Ook Cecile Marie baronesse van Lynden gehuwd met Ocker Johan Repelaer van Molenaarsgraaf, koopt van haar moeder een aantal percelen. Het betreft “twee Hofsteden (….) meterven, boomgaard, tuin-of bloembollenland, bekend onder de namen Grootenhof, Duinhof (moet Dijkhofzijn R. R), Abdij en Hoogewerf gronden, met daartussen gelegen gedeelte van de Groene of Sparrenlaan”.
Wat verder naar het noorden toe beginnen de gronden van de voormalige buitenplaats Grotenhof, al in het begin van de 19de eeuw door R.C.Affourtit opgedeeld in smalle, langwerpige percelen ten behoeve van de bollenteelt. En dan krijgen we vervolgens het huis Grotenhof zelf natuurlijk, door A. Raaphorst in 1922 nog “het groote witte huis, door hooge boomen omgeven” genoemd.
Al deze gronden gingen op 10 juni 1900 over in handen van Cecile Marie baronesse van Lynden, echtgenote van Ocker Johan Repelaar van Molenaarsgraaf.
Ook de boerderij Wassergeest werd (op 19 mei 1900) voor ƒ 57.045,- verkocht en wel C.A.A.W. baron van Lynden, een zoon van eigenaresse Cornelia Johanna, inclusiefi alle erbij behorende percelen grond tussen de Heereweg en de Achterweg, die zich uitstrekten tot de verlegde Catharijnelaan.
Het huis Wassergeest zoals het er rond 1850 uitzag. Enkele jaren later moest D. van der Staal het buiten verkopen wegens schulden.
https://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2018/05/achterwegZuid35etc.jpg570800Nico Groenhttps://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2018/05/VOL_logo_original_dark387-300x300.pngNico Groen2002-04-10 00:44:292025-04-24 21:26:19De geschiedenis van Wassergeest. Deel 2:1804-1900: OPBLOEI EN NEERGANG
Aan het begin van de twintigste eeuw gaf de Federatie van Bloemistwerklieden Verenigingen een lijst uit, waarop stond wat een gezin per week kon uitgeven. Het gangbare weekloon was 9-10 gulden.
Tekst en foto: Arie in t Veld
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
Aan het begin van de vorige eeuw gaf de Federatie van Bloemist-werkliedenverenigingen een lijstje uit, waarop stond wat een gezin van een bloemistknecht, bestaande uit zes personen, per week kon uitgeven. Het gangbare weekloon was 9-10 gulden.
Op dit uitgezuinigde, beknibbelde, schrale budget was geen enkele post uitgetrokken voor drank, schoonmaakartikelen, boven- en onderkleding, aardewerk, spek en vlees, groenten, beddengoed, meubelen en kosten van ziekte of bevalling! Wanneer er dan ook “iets wezen moest” bezuinigde men maar op het eten. Allemaal maar een snee brood minder, een aardappel minder, wat water bij de jus en bij sommigen een oneindig poffen, lenen bij leen-vrouwen. Ook bij het pandjes-huis was menigeen een bekende.
In het Reigerbos, op de plaats waar vroeger het huis van de rentmeester van het buitengoed Wassergeest stond, is een schitterend landhuis verrezen
Tekst: Ine Elzinga Fotografie: Hans Smulders
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
Op de plaats waar ooit het huis stond van de rentmeester van het befaamde buitengoed Wassergeest, is een schitterend landhuis verrezen. Heel Lisse kan trots zijn op deze nieuwe buitenplaats.
Het Reigersbos, een stukje oerduin in de Randstad. Rust en vogels. Een pad van grind en bladeren leidt met een bocht langs hoge steile duintjes, begroeid met hakhout, naar het landhuis. Ooit woonde de rentmeester van Wassergeest op deze plek. Een aantal jaren geleden is zijn woning en de grond verkocht. Dat veroorzaakt veel commotie in de gemeente Lisse. De kersverse koper, tevens een bekend handelaar, vraagt namelijk direct een sloopvergunning aan voor de bestaan de woning en vervolgens een bouwvergunning voor een groter nieuw huis
De Lisses gemeenteraad, natuurverenigingen
o.a. Zuid-Holland Landschap, het Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek en de
Vereniging Oud Lisse vrezen het einde van het waardevolle stukje oerduin.
Behalve het Keukenhofbos is dit het enige oerduin dat nog in redelijk authentieke
staat verkeert. Discussies in de gemeenteraad. De handelaar ziet er geen been
meer in. Hij verkoopt de grond, tien hectare, met de bouwtekening van het
landhuis aan het echtpaar Peters.
Beschermd oerduin
Zij wonen er nu een jaar en de heer des huizes,
Frits Peters, zegt: „We
voelen ons bijzonder bevoorrecht dat we hier kunnen wonen. Ik wil niet meer verhuizen. Er
is al zoveel van het oude duin weg, dat mag niet verder beschadigd worden. En wat
dit betreft, regeer ik over mijn graf heen. Alles is zo geregeld en afgedekt dat ook
mijn kinderen
later geen gekke dingen zullen kunnen doen.”
Peters
is geboren en getogen in Hillegom: „Mijn grootmoeder bezat het café Zomerzorg
(nu de Doofpot) in De Zilk. Ik was daar graag en vaak en kende het duin op mijn
duimpje. Mijn vrouw en ik hebben een aantal jaren onder andere in Hoorn
gewoond, maar op een bepaald moment wilde ik terug naar de Duin- en
Bollenstreek. Het idee ’terug naar mijn roots’ is wat overdreven, maar ik voel
mij wel emotioneel
aan deze streek gebonden. Als ik iets dergelijks in bijvoorbeeld de Achterhoek
had kunnen kopen, had ik dat niet gedaan.
Groene omgeving
Het komt het echtpaar ter ore dat Loosterweg zuid 14 te koop is: „Waarom we hiervoor hebben gekozen? Wel, omdat het is wat het is!. We hadden geen enkele moeite met de voorwaarden omtrent het beheer van het terrein. Zelf stel ik een groene omgeving bijzonder op prijs en begrijp ten volle dat dit gebied beschermd moet worden. Het vervult ook een rol in de ecologische verbindingszones. Ik heb uitvoerig met het MODB (Milieu Overleg Duin en Bollenstreek) gesproken. Men was bang dat ik paden zou aanleggen. Neen, ik wandel graag in dit bos, maar niet via aangelegde paden. Mijn neefjes vinden het prachtig, ze zijn zelfs een keer verdwaald.” Bosonderhoud vraagt specifieke kennis: „Ik onderhoud intensief contact met Zuid-Hollands Landschap. Na een hevige storm laatst stond er een boom vreselijk scheef. Ik wist even niet wat ik het beste kon doen, een boom behoort rechtop te staan of om te vallen, en dat laatste heeft hij uiteindelijk ook gedaan.” Peters is tevens lid ‘voor het leven’ van de Stichting Behoud Natuur en Landschap.
Bollenburen
We zitten in de keuken met uitzicht op de nu
nog met stro bedekte bollenvelden: „Een van de eerste acties die ik verder heb
ondernomen, was kennis maken met mijn buren, bollenkwekers en de eigenaren van het aangrenzende
land. Dat was wederzijds erg plezierig, zij wilden ook graag weten wie er hier
kwam te wonen. Ze hadden al minder goede ervaringen elders, mensen klaagden omdat de
hyacinthen
te sterk roken!” Zulke problemen zullen ze met het echtpaar Peters niet
krijgen. Peters wil er zeker van zijn dat hij de bollenburen houdt: „Zo’n
bedrijf als van Beelen bestaat al honderd jaar, die zijn zo aan hun grond
gebonden. Maar ik heb wel gevraagd dat als hij die grond ooit wil verkopen, hij
eerst naar mij toekomt. Ik kan het niet hebben dat een of andere
projectontwikkelaar er iets mee gaat doen.” Aan de houding van Peters is
te zien dat hij het niet zo op heeft met projectontwikkelaars: „Als ze een lege
vierkante meter zien,
krijgen ze het vreselijk warm en pakken
ogenblikkelijk het tekenboek. De Randstad is al vol genoeg, dit
gebied moet zo blijven. Wat dat betreft ben ik
blij dat ook de streek zich daar sterk voor maakt, ondermeer in het Pact van Teylingen.”
Mooi ontwerp
Peters koopt het landhuis, ontworpen door de
Noordwijkse architect Van Manen, op tekening: „Even hebben we met de gedachte gespeeld zelf
een woning te laten ontwerpen. Eigenlijk was ik op zoek naar zo’n
bollenkwekersvilla, groot en recht en hoog. Ik had het beeld op mijn netvlies
staan. Maar die gedachte hebben we laten varen. Een nieuw idee vraagt ook
opnieuw overleg met de gemeente, er waren immers beperkingen wat betreft het
bouwvolume en de nokhoogte. En dit ontwerp vonden we toch best mooi. We hebben wel
wat dingen
veranderd om het huis meer passend bij ons te maken. De garagedeur zit in een andere
gevel zodat ik er gemakkelijker in en uit kan.
Mijn hobby is het sleutelen aan antieke
auto’s en die hebben geen stuurbekrachtiging.
We hebben voor ander materiaalgebruik gekozen en
de kleuren aangepast. Op tekening had het landhuis een dak van zwarte pannen en
wittige stenen, het leek net een puist in het bos. We vinden dat een huis in
zijn omgeving moet passen en hebben voor natuurlijker, meer aardekleuren
gekozen. We wonen er nu een jaar en dat nieuwe, glimmende gaat er nu gelukkig
een beetje vanaf, het huis wordt langzaam in
zijn omgeving opgenomen.” Vóór het landhuis is een rozenboog aangelegd:
„Met open vakken, omdat we wel ons uitzicht willen behouden.”
Duinhuis
Misschien is dit landhuis beter een duinhuis
te noemen. De ‘dakkapellen’ hebben gebogen vormen als ronde
duintoppen. Een lijnvoering die steeds weer terugkomt, ook de ramen beneden
eindigen in een boogvorm en zelfs de brede binnendeuren die toegang geven tot
de woonkamer. Centraal in de woonkamer de grote open haard, uitzicht op de bollenvelden, aan de andere zijde zicht op het
oerduin met toegang naar een terras dat aan een galerij
doet denken. Lichte ruimtes, maar nergens wit. Wel deuren met glazen panelen
die veel licht en een groot gevoel van ruimtelijkheid geven. De deur die
toegang naar de rondom lopende gang geeft, is in acht vakken ingedeeld met een
glas-in-lood motief: „Dat
motief met rode tulpen heeft mijn vrouw ontworpen,” meldt Peters niet geheel
zonder trots. De knusse studeerkamer met kleine open haard, aan de andere
zijde van de woning kijkt eveneens uit op het bollenland, in het midden het
bureau met aan
weerskanten voor zowel meneer als mevrouw de pc. Als screen-saver dienen twee foto’s
van het huis, één vorig jaar in de sneeuw genomen en één met zomertafereel.
Peters: „Voor de inrichting is mijn vrouw geheel verantwoordelijk.”
Baronesse
Er is veel tijd besteed aan details. Ter weerszijden van de voordeur is een kleine grijze natuursteen ingemetseld: „Deze steen is bij de sloop van de rentmeesterswoning gered. Te lezen zijn de initialen van baronesse Cecilia Maria van Pallandt (geb. Jvr. Steengracht) met daaronder de datum 1856. Dat vond ik erg leuk. Ik heb met moderne hedendaagse technieken een foto van haar uit een boek gekopieerd, die krijgt ingelijst nog eens een prominent plaatsje. Aan de andere zijde hebben we zo’n zelfde steen laten inmetselen met de initialen van mijn vrouw en mij en de datum 1999.” Ook de toegangspoort vraagt bijzondere aandacht. Peters: „Het gemetselde deel is in de stijl van het huis. Het ijzeren hekwerk is voor het grootste gedeelte nagemaakt naar voorbeeld uit een Duits architectenboek uit begin 1900, Art Deco en een beetje uit eigen koker. Een smid heeft dat voor ons gemaakt, dat hek is echt uniek in Nederland. Maar het staat ook bij een unieke plek.”
Vos
„Jammer genoeg is er weinig wild, geen konijnen, fazanten of patrijzen. Ik zie wel regelmatig een vos en ik denk dat die de oorzaak daarvan is. Zo’n beest vreet alles wat op de grond leeft of broedt, en heeft zelf geen natuurlijke vijanden. Ik heb hier wat kippen en een paar hanen rondlopen, die haal ik ’s avonds dus wel naar binnen.”
Het oude duinloofbos
Het natuurkerngebied Reigersbos is een restant van een droge en geaccidenteerde strandwal met oud eikenbos,liggend naast de natte en vlakke strandvlakte vanWassergeest. Het gebied heeft hiermee een belangrijkecultuurhistorische betekenis, omdat de vroegere landschapstypen hier op korte afstand en in relatiemet elkaar te vinden zijn. Het Reigersbos bevatbelangrijke cultuurwaarden, met name hetoude duinloofbos en de hierin voortkomendekwetsbare broedvogels als roofvogels en spechten.
Het huis van de rentmeester van het buitengoed Wassergeest, op de plaats waarvan nu het landhuis is gebouwd. (Foto: Ton Rouwhorst)
https://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2019/11/REIGERBOS-LANDHUIS.jpg6651248Nico Groenhttps://oudlisse.nl/wp-content/uploads/2018/05/VOL_logo_original_dark387-300x300.pngNico Groen2002-04-09 00:35:422019-11-09 23:53:22LISSE HEEFT WEER EEN BUITENPLAATS: Midden in het Reigersbos aan de Loosterweg Zuid
HET TWEEDE LEVEN VAN DE GRACHTBRUG
/in Historie /door Nico GroenLisser Chris Balkenende bouwde prachtige replica. De oorspronkelijke bouwtekeningen van de ophaalbrug over de Gracht naar de Schoolstraat was aanleiding voor Chris Balkenende om een maquette te maken van de brug en omgeving. Chris vertelt ook over het ontstaan van de brug en school de Akker.
door Arie in ’t Veld
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 3, juli 2002
Er zijn veel inwoners van Lisse die oude ansichtkaarten van het dorp sparen. Ook zijn er velen die naast kaarten ook foto’s bij hun verzameling voegen. En er zijn Lissers die nog verder gaan en ook oude verhalen bij elkaar sprokkelen en alles wat ze van de geschiedenis van Lisse in woord en beeld voor de voeten komt, vergaren. En: er zijn Lissers die dat alles al jarenlang doen, maar bovendien het enthousiasme en kunde hebben om een stukje oud Lisse te herbouwen. Tot die laatste categorie mag Chris Balkenende worden gerekend.
In zijn woning in de Lisbloemstraat is, nog zonder dat er één van de vele plakboeken tevoorschijn is gekomen, duidelijk waarneembaar dat hier een ‘Lisse freak’ bij uitstek woont. En degenen die deelgenoot van zijn enthousiasme worden, zullen het dan misschien ook nog mogen beleven dat ze een blik wordt gegund op een stukje oud Lisse op de schaal van l : 20. Daar moet dan wel het nodige voor gebeuren, want het heeft heel wat voeten in aarde voordat Chris Balkenende de grote, door hem gebouwde replica van de voormalige brug over de Gracht naar beneden heeft getransporteerd. De brug die aan het begin van de vorige eeuw de huidige Schoolstraat met de Kapelstraat verbond en de enige verbinding vormde die leidde naar en van de school van de Gereformeerde Gemeente.
Lantaarns op schaal
Bij de viering van het tienjarige jubileum van de Vereniging Oud Lisse werd de ‘brug van Balkenende’ voor het eerst tijdens de expositie in De Gevulde Mand aan het grote publiek getoond en op verzoek van de redactie van de Nieuwsblad van Oud Lisse sjouwde Balkenende het gevaarte onlangs opnieuw naar beneden, stofte het geheel af, ontstak de niet van de oorspronkelijke (weliswaar op schaal) te onderscheiden lantaarns en de tijd van het zich vergapen was aangebroken. Een prachtige replica, tot in de details nagebouwd en als je de visite zat bent, haal je gewoon de brug op en klaar is Kees. Maar dat is geenszins de bedoeling van de gastvrije Balkenende, die elke gelegenheid aangrijpt om zijn opgedane kennis over oud Lisse uit te dragen en zo mogelijk te verrijken met de verhalen en opmerkingen die de bezoekers over vroegere jaren op hem loslaten. Niets voor niets en in dank slaat hij die informatie op om deze ten gunste van zijn gigantische verzameling te gebruiken.
Brug boeide
Het herbouwen van de brug werd door Balkenende aangepakt omdat hij daartoe wegens omstandigheden in de gelegenheid kwam. Een schitterende tijdsbesteding. “De brug en ook de hele omgeving ervan, heeft me altijd erg geboeid. De school, de brug, de aan- en afvoer van goederen per schip van onder andere Mart van der Linden, de korenmolen, het gebied waar zich nu CNB en Hobaho bevinden en noem maar op. Noem het toeval of geluk, maar via een familielid kreeg ik de oorspronkelijke bouwtekening van de brug te pakken en zo ontstond al snel het plan om dat prachtstuk op de schaal na te bouwen. Vier maanden heeft de klus in beslag genomen. Vier maanden van meten, zagen, lijmen, timmeren, boren en wat al niet meer. Een bijzonder leuk werk en met een resultaat waarop ik trots ben.”
Gereformeerde school
Als verwoed verzamelaar van alles wat met het ‘Lisse van toen’ te maken heeft, ging Balkenende ook op jacht naar alle mogelijke gegevens over de brug die tot ergens in de twintiger jaren de school van de rest van Lisse scheidde. Als het ding tenminste openstond. “Ik kreeg inzage in het eerste notulenboek van de schoolvereniging, waarin is te lezen dat in maart 1904 een stuk grond werd gekocht van de weduwe C. Vreeburg. Deze grond was gelegen tegenover het slop (nu de Kapelstraat) en er werd een bedrag van 14.000 gulden voor neergeteld. Op 20 februari 1905 diende de Vereeniging tot oprichting en instandhouding van eene school voor lager onderwijs op Gereformeerde Grondslag, bij de gemeente het verzoek in om een brug over de Gracht te mogen bouwen, waardoor het terrein waarop de school zou verijzen, bereikbaar werd. De vergunning kwam los, maar om de een of andere reden mocht de brug er niet toe dienen om tijdens de bouw van de school het bouwverkeer van dienst te zijn. Er werd dus zo lang een nood-verbinding aangelegd via de achterzijde van het bedrijf van Van der Zaal in het Vierkant, thans het museum De Zwarte Tulp. Dat ging overigens niet voor niks, want Van der Zaal bedong dat hij de nieuwe school zou mogen bouwen. Die order wilde hij kennelijk erg graag binnenslepen, want hij beloofde ook nog tien procent van de door hem te behalen winst in de verenigingskas te storten. Zo kom je natuurlijk vrij snel tot zaken.
Gemaaid gras
Op 21 maart 1905 verleende Rijnland haar toestemming onder de voorwaarde dat de brug (niet bekend is om welke reden) voor l augustus van dat jaar opgeleverd zou worden. Dat is gelukt. Uit de boeken is ook te leren dat de hectare grond die van de weduwe Vreeburg werd gekocht, veel te groot was voor het schoolgebouw. Er werden stukjes verkocht en de opbrengst werd gebruikt om de bouw van de brug te bekostigen. Zelfs het gemaaide gras werd voor dat doel aan de man gebracht. Dat geld was zeer welkom, want het bouwen van de brug kostte 5312 gulden en dat was in die jaren een flink bedrag. In 1914 werd de brug door de gemeente overgenomen. De schoolvereniging bracht een nieuw verf] e aan en de gemeente verzorgde de herbestrating van de Kapelstraat en Gracht en vanaf dat moment was de brug voor iedereen te gebruiken.”
Keurig muurtje
Tot op heden heeft Balkenende niet kunnen achterhalen wanneer nu precies het stuk Gracht werd gedempt en de Schoolstraat ontstond. Op de betreffende plaats is de tot aan het begin van de zestiger jaren bestaande Gracht van de straat afgescheiden geweest door een keurig muurtje en was aan niets meer de vroegere aanwezigheid van de brug te ontdekken. In de loop der jaren verdwenen vele andere nostalgische stukjes uit dit gebied en resten daarvan thans alleen nog de afbeeldingen op foto’s en ansichtkaarten.
Sneltreinvaart
Na het dempen van de Gracht tot aan de houtfabriek Elka ging het allemaal in sneltreinvaart. De ene verandering en vernieuwing na de andere vond plaats. Niet altijd verbeteringen overigens. En anno 2002 staat dit stukje Lisse opnieuw aan de vooravond van ingrijpende veranderingen. Het nieuwe Masterplan Centrum kondigt rigoureuze veranderingen aan. Hoog tijd dus om hetgeen er nu (nog) is op de gevoelige laag vast te leggen en te bewaren. Voor de verlevendiging van de eigen herinneringen en ter lering van het nageslacht. Balkenende zal wat dat betreft ongetwijfeld de nodige stappen ondernemen.
Of er ooit nog iets wordt nagebouwd? “Ik kan dat nu niet met zekerheid zeggen. Maar als ik ooit in staat ben om de originele tekeningen en/of gegevens van de molen ‘De Korenbloem’ te bemachtigen, dan acht ik het niet uitgesloten dat ik ook daarvan een replica zal gaan bouwen.
Feiten over de Brug:
Grachtbreedte 12 meter; doorvaartbreedte brug 4.25 meter; doorvaartlengte 8.50 meter; onderbouw 18 heipalen; breedte brugdek 7.40 meter; opbouw geheel van staal; hoogste doorrijhoogte 5 meter; hoogte brug in dichte stand 6.40 meter; hoogte brug in geopende stand 10.40 meter. Architect L. Doedes te Rotterdam; Aannemer J.P. A. Nelissen te Haarlem.
Komt de Grachtbrug terug?
Zoals er Lissers zijn die ervan dromen dat Herberg De Witte Zwaan wordt herbouwd, zijn er ook die dromen van de terugkeer van de Gracht en de Grachtbrug. Zij wijzen er op dat Lisse een nieuw waterbekken behoeft voor de opslag van regenwater. Wat is er dan logischer om voor dat doel de Gracht weer uit te graven? Als men dan toch ondergronds gaat voor parkeergarages en supermarkten, slaat men vele vliegen in een klap. En als de Gracht weer terug is, dan versterk je natuurlijk het oude dorpse karakter met de wederopbouw van de brug!
INHOUD NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 3, juli 2002
/in Nieuwsblad /door Nico GroenAardbevingen
/in Historie, Nieuws /door Nico GroenNieuwsflitsen
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
In de jaren 1832, 1850 en 1852 werden er in de omgeving van Haarlem, Heemstede, Bennebroek, Vogelenzang en zelfs op het Keukenduin in Lisse én in Voorhout aardschokken gevoeld met een kracht van 2 op de Schaal van Richter. Wonen wij op een gevaarlijke breuklijn? Dat is niet het geval. Men denkt dat de schokken veroorzaakt werden door het dempen van het Haarlemmermeer. Allerlei onderaardse waterkanalen moesten nu andere wegen zoeken, spoelden veenlagen uit en de holten stortten in. (Dwars Op)
Keukenhofbosch, foto ZH Landschap
Wonder der natuur
/in Historie /door Nico GroenNIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
Nieuwsfitsen
Onlangs liet de natuur weer zien hoe wonderlijk zij is. Een perceel grond dat vroeger behoorde tot de uitgestrekte landerijen van het buitengoed Wassergeest, werd diep omgeploegd. Een halfjaar later bloeide daar weer het Knikkend Vogelmelk. De Ornitholagum nutans is een bolgewas dat vroeger veel (in het wild) voorkwam op buitenplaatsen, zoals Wassergeest. Het gewas met de bedauwde, groenwitte bloemen die toortsvormig bloeien aan stengels met een lengte van 30 cm, verdween uit het landschap tegelijk met de buitenplaatsen. Het ploegen tot een diepte van meer dan een meter bracht de bollen kennelijk weer daar waar ze tot groei en bloei konden komen. Wellicht hebben ze meer dan honderd jaar diep in de grond op hun nieuwe levensmogelijkheid liggen wachten! (Info Rob Pex)
Voorwoord van de voorzitter: Behoud van het dorpse karakter
/in Over de Vol /door Nico GroenDe voorzitter schrijft in het voorwoord dat de VOL na de verkiezingen de constante factor in het uitvoerend gemeentelijk beleid is. We zijn onder andere betrokken bij de gemeentelijke monumentenlijst en de Centrumvisie.
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
Ton Rouwhorst
De verkiezingen zijn gelukkig weer achter de rug en we kijken er vol verwachting naar uit om met de nieuwe gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders te gaan samenwerken.
Je ziet in deze tijd maar weer eens wat het belang is van onze Verening. De samenstelling van de raad of het college kan zo maar veranderen en de Vereniging Oud Lisse blijkt dan toch de constante factor te zijn in het uitvoerend gemeentelijk beleid. Het bijsturen van het monumentenbeleid en het behoud van het dorpse karakter blijven voor ons de komende raadsperiode weer de speerpunten.
De afgelopen jaren zijn we als Vereniging nauw betrokken geweest bij de bescherming van de nodige panden en deze panden op de gemeentelijke monumentenlijst te krijgen. Tevens zijn we in een vroeg stadium betrokken geweest bij het ontwikkelen van een Centrumvisie en ook daarbij is onze inbreng voor ingewijden duidelijk herkenbaar. Betreffende de uitvoering van deze Centrum- plannen zullen we zeker onze rol blijven opeisen.
Ik denk dat ‘herkenbaar voor ingewijden’ een beetje in kaart brengt wat ons de komende jaren als Vereniging Oud Lisse te doen staat. De resultaten van onze inbreng in het gemeentelijk beleid zijn goed te noemen, maar meestal slechts bekend bij een kleine groep.
We zullen ons dan ook de komende periode duidelijker moeten profileren en ook zal het ledental van onze vereniging drastisch moeten toenemen. Een andere mogelijkheid is om de samenwerking met het Museum de Zwarte Tulp en de Stichting Dever te verwezenlijken om daardoor onze positie te verstevigen.
Deze en andere onderwerpen komen aan de orde op onze komende jaarvergadering. Ik hoop veel leden op onze jaarvergadering te mogen begroeten om gezamenlijk over deze onderwerpen te kunnen discussiëren.
Portret van de Lisser historicus A.M. Hulkenberg
/in Historie, Over de Vol /door Nico GroenEen interview met de 87-jarige Fons Hulkenberg. Hulkenberg begon zijn eerste onderzoek naar aanleiding van 500 jaar Agathakerk in 1960.
door Rob Pex en Paul ter Linde
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
‘ZOVEEL GING HELAAS VERLOREN!’
Hij schreef talloze boeken over lokaal-historische onderwerpen. Hij stond aan de basis van de oprichting van de Stichting Dever en de restauratie van deze unieke middeleeuwse woontoren. A.M.Hulkenberg groeide in een halve eeuw uit tot dé historicus van Lisse. Interview met de 87-jarige oud-leraar van de tuinbouwschool.
Alphons Marie Hulkenberg is geboren te Hillegom op 11 juli 1915. Reeds als zestienjarige jongen stond hij voor de klas op de kweekschool in Beverwijk. Vanaf 18 juni 1934 was hij onderwijzer op de Joannesschool te Hillegom. In 1942 verhuisde hij, zevenentwintig jaar oud naar Zevenaar, waar hij aan de Mulo les gaf tot 1949. De Tuinbouwschool in Lisse vroeg in dat jaar of hij naar Lisse wilde komen. Hulkenberg was namelijk leraar tuinbouwkunde en leraar Duits en daar had men op de Tuinbouwschool op dat moment nu net behoefte aan.
“Bovendien was ik eigenlijk ook nog leraar Frans en Engels”, zo vertelt hij. “Dat kwam goed van pas bij de ontvangst en rondleiding van de diverse buitenlandse groepen studenten die elk jaar in de praktijktijd de bloembol-lenstreek bezochten”.
In het begin had hij er wel wat moeite mee naar Lisse te komen, “want”, aldus Hulkenberg, “de streek van Zevenaar vond ik heel mooi.” Om diverse redenen zag hij er echter wel wat in en zo gebeurde het dan dat hij in 1949 Zevenaar de rug toekeerde en in Lisse kwam wonen. Hulkenberg heeft Lisse altijd een bijzonder warm hart toegedragen, niet op de laatste plaats vanwege Dever en Keukenhof. Toch heeft hij niet alleen een positieve kijk op Lisse. Zo klaagt hij nog altijd over de sloop van het Grachthuisje in de jaren ’70: “Ik had alle raadsleden verteld dat de heer Van Hemert van Monumentenzorg aanbood om naar Lisse te komen. Die zei in mooi Engels om “at any place, at any time” alles over het Grachthuisje te komen vertellen. Over de financiële gevolgen (van een eventuele restauratie), etc.”. Maar het is al weer jaren weg. “Het is verschrikkelijk jammer”, zo verzucht Hulkenberg.
Rond 1960 begon hij met zijn onderzoeken. Hoe kwam hij er toe om in de geschiedenis van zijn woongemeente te duiken? Daar blijkt een heel verhaal achter te zitten. “Toen ik in 1949 naar Lisse kwam, was het de bedoeling dat de plaatsvervangend directeur, die in feite directeur van de school was, over zes jaar met pensioen zou gaan”. Hulkenberg zou hem dan opvolgen. Hij keek er al naar uit. “Een jonge ingenieur meende echter dat hij er veel meer recht op had. Dit leidde tot een hoogst onaangenaam gekrakeel, in Lisse maar ook in Den Haag. Daar wilde men de ander niet en ik had er toen ook geen zin meer in”. Hulkenberg bleef dus “gewoon” leraar. In ieder geval had hij nu in de toekomst genoeg gelegenheid om zich in zijn vrije tijd ook met wat andere zaken bezig te houden. “Het was op dat moment dat het Parochiebestuur van de St. Agatha naar mij toekwam met het verzoek een boek te schrijven in verband met het 500-jarig bestaan van de St. Agathaparochie”. We schrijven dan het jaar 1960. Hij toog toen voor het eerst naar het Algemeen Rijksarchief in Den Haag, waar hij onder meer de heer Fox en mevrouw Leemans-Prins leerde kennen. In het gemeentearchief Leiden ontmoette hij bovendien ir. A.F. de Graaff die hem het oude schrift leerde lezen. Spoedig bemerkten mevrouw Leemans en de heer Van der Klooster dat onderzoek doen hem zo lag en dat hij dat meer moest gaan doen.
Dever
Hulkenberg wilde sinds lange tijd meer weten over Dever. “Daar was praktisch niets van bekend”. Mevrouw Leemans merkte toen op dat er wellicht in het archief Heereman van Zuydtwijk nog veel te vinden was. “Toen ben ik met het onderzoek begonnen”, zo vertelt Hulkenberg. Na de publicatie van zijn boek over Dever in 1966 volgden nog vele andere boeken en artikelen. Hulkenberg bleek vooral veel interesse te hebben voor buitenplaatsen en kastelen. Waarom? “Daar is historie, daar is natuur (stinsenplanten!) en bovendien heeft het ook te maken met de valkenjacht in de Middeleeuwen. Je kan het allemaal met elkaar verbinden”. Daarbij heeft Hulkenberg altijd een bijzondere interesse aan de dag gelegd voor adelsgeschiedenis. En waar tref je meer adel aan dan op buitenplaatsen en kastelen? De adel heeft hem dus altijd beziggehouden. “Dat heeft veel met de historie vanuit de Middeleeuwen te maken (…) Het is iets watje vanuit de Middeleeuwen wordt aangereikt. Het geeft diepte aan een huis. Als er in een huis iemand woont die niet verder terug kan gaan dan zijn vader of grootvader dan mis je die traditie vanouds”. Het boeit hem om er van alles over te weten te komen. “Als ik een overlijdensadvertentie zie, dan ga ik altijd in het Adelsboekje kijken. Ja, wie is dat? Helemaal niet dat die mensen beter zijn. Maar die sfeer trekt me toch wel”. Zijn belangstelling voor zaken als bovengenoemd hebben bovendien ook veel te maken met zijn romantische inslag. Van daaruit voelt hij dikwijls behoefte zich in het verleden te verplaatsen. Niet dat hij ook daadwerkelijk in het verleden zou willen leven, “maar je kunt je verbeelden dat je er middenin zit”.
Wetenschap?
Hulkenberg’s publicaties maken op veel mensen een wetenschappelijke indruk. Is dat terecht? Volgens Hulkenberg is het ook daadwerkelijk wetenschap, al heeft iemand ooit eens geschreven: “Wanneer men de boeken van de heer Hulkenberg leest, dan komt men meer te weten over de schrijver dan over de materie”. Overigens ziet hij zichzelf niet als wetenschapper: “Je mag je pas historicus noemen, als je academische studies hebt gemaakt en met succes hebt afgesloten”. Hij zou zichzelf eerder bestempelen als ama-teur-historicus en “doorgever van wetenschap” vanuit zijn vroegere hoedanigheid als leraar. Overigens worden zijn werken door wetenschappers zeer positief beoordeeld. Zo heeft hij van de Historische Vereniging Holland uit handen van professor Borger ooit de grote oorkonde ontvangen, die niet gauw wordt uitgereikt. Bovendien ontving hij ook de legpenning van de Bond Heemschut.
Details
De studies van de heer Hulkenberg worden over het algemeen gekenmerkt door gedetailleerdheid. Hulkenberg is niet bepaald kort van stof. Waar zit hem dat nu in? “Machiavelli heeft ooit eens gezegd: Geschiedenis wordt pas interessant als het uitgebreid is”. Dat houdt niet in dat je jezelf moet verliezen in details. De grote hoofdlijn is van belang, “maar daarnaast zijn zoveel interessante details er bij te vermelden dat het zonde zou zijn om dat niet te doen”. De lezer kan overigens gerust iets overslaan en iets uitkiezen van zijn gading “net als bij een koud buffet”.
De laatste jaren groeit de historische belangstelling. Hulkenberg is daar uiteraard enthousiast over. Maar hij weet ook als geen ander dat het ook heel anders is geweest. Zo weet hij nog goed hoezeer hij er bij de Lissese politiek op aandrong Herberg De Witte Zwaan te handhaven, toen er plannen bestonden voor sloop. “Ze lachten me niet helemaal uit, maar toch… ze beschouwden je wel als enigszins zonderling”. Samen met anderen, zoals Ir. A. Paardekooper en de heer Tissing, had Hulkenberg al veel eerder een plan gemaakt “hoe Lisse kon worden als er allerlei gebouwen gehandhaafd konden worden. Maar de burgemeester joeg je gewoon het gemeentehuis uit. Dat was waardeloos”. En dan nog de affaire met de beide leeuwenzuilen van Rosendaal: “Ik had van één van de burengehoord, dat ze ’s nachts stilletjes aangereden zouden worden. Ik heb meteen de burgemeester opgebeld. Ik hoor zijn stem nog: “De gemeente weet zeer goed hoe zij dient te handelen en zij heeft er geen behoefte aan te worden opgebeld door, etc.” Hoe keek in de jaren zestig de plaatselijke politiek tegen de pas opgerichte Stichting De ver aan? “Oh, erg vreemd. Je bemoeide je met zaken waar je eigenlijk als burger niets mee te maken had. Het was wel aardig als je een artikeltje schreef, maar verder niet. Dat was wel moeilijk.” Later werd dat gelukkig anders: “Ze hadden bij De ver ook een bedrijventerrein gepland. Maar toen hebben ze waarachtig een hele ommezwaai gemaakt en het bedrijventerrein tegenover de Nachtegaal verwezenlijkt”.
Enthousiasme
Tegenwoordig zijn er meerdere enthousiaste mensen in het voetspoor van Hulkenberg getreden. Ook daar zitten schrijvers tussen, zoals Arie in ’t Veld, Ed Olivier en Herman van Amsterdam. Ieder probeert op zijn manier iets bij te dragen aan de Lissese geschiedschrijving. Hulkenberg kan dat zeer waarderen en ziet wat dat betreft de toekomst niet somber in. “Maar”, aldus Hulkenberg, “er is al eerder zo veel verloren gegaan…”.
Hulkenberg wilde sinds lange tijd meer weten over Dever. “Daar was praktisch niets van bekend”. Mevrouw Leemans merkte toen op dat er wellicht in het archief Heereman van Zuydtwijk nog veel te vinden was. “Toen ben ik met het onderzoek begonnen”, zo vertelt Hulkenberg. Na de publicatie van zijn boek over Dever in 1966 volgden nog vele andere boeken en artikelen. Hulkenberg bleek vooral veel interesse te hebben voor buitenplaatsen en kastelen. Waarom? “Daar is historie, daar is natuur (stinsenplanten!) en bovendien heeft het ook te maken met de valkenjacht in de Middeleeuwen. Je kan het allemaal met elkaar verbinden”. Daarbij heeft Hulkenberg altijd een bijzondere interesse aan de dag gelegd voor adelsgeschiedenis. En waar tref je meer adel aan dan op buitenplaatsen en kastelen? De adel heeft hem dus altijd beziggehouden. “Dat heeft veel met de historie vanuit de Middeleeuwen te maken (…) Het is iets watje vanuit de Middeleeuwen wordt aangereikt. Het geeft diepte aan een huis. Als er in een huis iemand woont die niet verder terug kan gaan dan zijn vader of grootvader dan mis je die traditie vanouds”. Het boeit hem om er van alles over te weten te komen. “Als ik een overlijdensadvertentie zie, dan ga ik altijd in het Adelsboekje kijken. Ja, wie is dat? Helemaal niet dat die mensen beter zijn. Maar die sfeer trekt me toch wel”. Zijn belangstelling voor zaken als bovengenoemd hebben bovendien ook veel te maken met zijn romantische inslag. Van daaruit voelt hij dikwijls behoefte zich in het verleden te verplaatsen. Niet dat hij ook daadwerkelijk in het verleden zou willen leven, “maar je kunt je verbeelden dat je er middenin zit”.
DE MYTHE VAN DE WITTE ZWAAN
/in Historie /door Nico GroenNaar aanleiding van Lisse 800 met de bouw van de Witte Zwaan filosofeert de schrijver over de geschiedenis van de Witte Zwaan. Er staat ook een gesprek met de laatste huurder van de Witte Zwaan vermeld
door Paul ter Linde
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
Begin 1981 ben ik met mijn gezin verhuisd naar Lisse. Na de gebruikelijke hectiek die iedere verhuizing met zich meebrengt, besloot ik mijn nieuwe woonomgeving eens te verkennen.
Dankzij de prachtige statige huizen aan de Heereweg was ik direct verknocht aan dit dorp. Ik stapte langs het oude Politiebureau in de richting van de Agathakerk. Aan mijn linkerhand zag ik een prachtig herenhuis. Villa Rozenheim. Op de plaats waar nu het Opleidingsinstituut voor diepzeeduiken is gevestigd. Even later keek ik vol bewondering naar de Grote Kerk met zijn prachtige zonnewijzer. Daarvoor was ik langs het gemeentehuisje gekomen. Het maakte een kneuterige en wat gammele indruk op me. Staande aan de noordkant van de Grote Kerk observeerde ik het Vierkant. De naam kwam mij vreemd voort. Een wat driehoekig plein dat echter wel aan vier kanten te bereiken was. (Heereweg weg noord en zuid, Achterweg en Grachtweg) Langzaam liep ik langs het woonhuis van de boerderij van Vreeburg. Plotseling werd de doorgaande bebouwing onderbroken, alsof er een rotte kies was getrokken. Ik zag een aantal betonnen platen met daarop een enkele auto. Ik schoot een wat ouder echtpaar aan. Dat zei: “Die haben es nicht gewüsst!” Een dame van middelbare leeftijd vertelde me met een melancholieke blik in haar ogen dat daar het beroemde Hotel Restaurant De Witte Zwaan had gestaan.
Ik spoedde me naar boekhandel Merison en kocht de beide boekjes: Lisse in oude ansichten’. Vooral de begeleidende tekst van A.M.Hulkenberg fascineerde me; wat betekent die man veel voor Lisse! Thuisgekomen keek ik de boekjes direct in. Op een of andere manier ontroerde me de eerste foto van De Zwaan. De kiem was gelegd.
In 1988 trad ik toe tot de Historische Werkgroep van de Vereniging Oud Lisse. Samen met Eric Plantenberg kreeg ik de opdracht het Vierkant en De Zwaan rond 1900 beter in beeld te brengen. Als eerste namen we contact op met de heren Co Lieverse en Frans Mooyekind van het Gemeenterachief. Zij voorzagen ons van erg veel informatie, o.m. het adres van de laatste pachter van de Zwaan, de familie Van Duinen. Momenteel runnen zij een hotel restaurant in Ootmarsum, genaamd Het Wapen van Ootmarsum.
Voor Eric Plantenberg, die een aardige, maar geografisch zeer armoedig onderlegde figuur is, was het een groot avontuur. Doodgemoedereerd vroeg hij terwijl wij het prachtige Twentse Ootmarsum binnenreden, of we nu vlakbij Berlijn waren. We draaiden de straat in waar Het Wapen van Ootmarsum zich bevond. Verbaasd keken we elkaar aan. Een prachtig hotel met een Zwaanachtige veranda.
Urenlang spraken we met mevrouw van Duinen en haar oudste zoon Henk (41). Anekdotes, prachtige, maar ook trieste verhalen gaven een goed beeld van de functie en het functioneren van de Zwaan in de Lissese gemeenschap van vlak na de oorlog tot 1969.
Het is mijn bedoeling van dit gesprek een compilatie te maken en deze in verschillende afleveringen in ons Nieuwsblad te publiceren. Ik hoop dat u ernaar uitziet!
PS Wist u dat vroeger alle herbergen die de naam De Witte Zwaan droegen en dat zijn er nogal wat in Nederland, ook huizen van plezier waren?
De geschiedenis van Wassergeest. Deel 2:1804-1900: OPBLOEI EN NEERGANG
/in Historie /door Nico GroenDeel 2 over Wassergeest behandelt de periode van 1804 tot 1900. De opbloei en neergang van het landgoed wordt besproken .
door Rob Pex
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
In het jaar 1804 kwam de buitenplaats Wassergeest in bezit van D.R J. van der Staal. Spoedig onderging het een grote gebiedsuitbreiding. Het werd nu een groot landgoed dat zich uitstrekte van de Heereweg in het oosten tot de Leidsevaart in het westen over niet minder dan 110 hectare.
De nieuwe heer van Wassergeest, D.P.J. van der Staal, begon het landgoed uit te breiden in de Lageveense polder, in het Keukenduin van Teylingen en in de Oude Duinbuurt. Al in het jaar 1804 kocht hij het latere Reigersbos met de daarbij behorende zanderij van Mr. Pieter Cornelis Hartsinck uit Amsterdam. In 1805 verkrijgt hij het eigendom van boerderij De Phoenix met 26 morgen grond. In de Lageveense Polder koopt hij in 1820 de zogenaamde Bossen van Daams, die aan de westkant van de Loosterweg gelegen waren. In 1821 wordt hij eigenaar van boerderij Duinhof en bijbehorende landerijen.
Ook het huis Wassergeest zelf blijkt in 1812 uitgebreid te zijn, terwijl de directe omgeving van het huis veranderde in een zogenaamde Engelse Tuin, een parkachtige landschapsstijl, die men in deze zelfde periode ook wel op andere buitenplaatsen aantreft. De Catharijnelaan – of Trijnelaan zoals men hem in deze tijd nog noemde – werd zelfs enige tientallen meters naar het zuiden verlegd ten behoeve van deze tuin.
Boottochtjes
Na 1813 wordt het stil rond Wassergeest. Het gewone dagelijkse leven speelt zich af. Omstreeks mei kwam men vanuit Den Haag naar Wassergeest. Men vermaakte zich met boeken lezen, een tochtje met de boot of de jacht. Ook legde men in de zomer dikwijls bezoekjes af bij familie en/of kennissen. Omstreeks de maand oktober ging men weer terug naar Den Haag.
Jarenlang gebeurde er weinig, totdat Van der Staal, net als zijn voorgangers, in de schulden kwam. Dit leidde er tenslotte toe dat hij in 1852 – hij is dan inmiddels al bejaard, maar wil toch de leiding over zijn landgoed niet overlaten aan zijn zoon of iemand anders – Wassergeest moet verkopen. Het geheel werd overgedragen aan Johan Frederik Steengracht van Duyvenvoorde, die echter bij zijn broer Nicolaas Johan onder curatele stond. Er begon een geheel andere periode voor Wassergeest: een periode van neergang. Zo werd in 1856 het huis Wassergeest deels gesloopt, deels verbouwd tot boerderij. Een boerderij aan de Achterweg (tegenover het huidige tuincentrum Overvecht) werd gesloopt. In plaats daarvan werd een kleine woning gebouwd waar voortaan de opzichter van Wassergeest in zou wonen: Pieter van Dijk.
Neergang
Ook als Wassergeest in 1862 na de dood van Johan Frederic, wordt nagelaten aan Cecilia Maria baronesse van Pallandt geboren Steengracht, zet de neergaande lijn zich voort. In 1877 komt zo een einde aan boerderij De Hoogewerf die al sinds oude tijden aan de Achterweg gelegen was schuin tegenover Wassergeest. In 1886 valt ook boerderij Duinhof onder de slopershamer en rond 1888 ook nog een woning aan de Leidsevaart, waar vanouds de zandbazen die werkzaam waren in de afzanderij bij het Reigersbos, in woonden. De laatste “zandman” die hier woonde, was Bastianus van Graven.
Cecilia Maria baronesse van Pallandt geboren Steengracht overleed in 1899. Ze liet haar bezittingen na aan haar dochter Cornelia Johanna. “Freule Cornelie” was in 1861 getrouwd met Jan Carel Elias graaf van Lynden. Deze laatste is op 22 januari 1900 te ‘s-Gravenhage overleden. Cornelia Johanna had een drietal kinderen. Ten eerste Jkvr. Cecile Marie barones van Lynden, die in 1885 te Lisse in het huwelijk trad met Jhr. Mr. Ocker Johan Repelaer, Heer van Molenaarsgraaf. De oudste zoon, Jan Maurits Dideric, huwde in 1895 Aurelia Elisabeth gravin van Limburg Stirum. Ze betrokken kort daarop het door hen aangekochte buitengoed Wildlust. Op Jonker Jan zou de grafelijke titel overgaan alsmede het buiten Keukenhof.
De tweede zoon van het echtpaar Van Lynden-Van Pallandt, Carel Anne Adriaan Willem baron van Lynden, trouwde in 1898 met Adolphine Wilhelmina Anne gravin van Limburg Stirum. Hij heeft in latere tijden Wassergeest geheel in zijn bezit gekregen. Op 21 maart 1900 kreeg hij een dochter, Carola Elisabeth Aurelia Anna barones van Lynden. Ze werd geboren op huize Beukenhorst te Wassenaar. Carola trad in 1937 te Londen in het huwelijk met A.R.Z. graaf van Rechteren Limpurg. Zo kwam dus Wassergeest via dit huwelijk in handen van de familie Van Rechteren. Maar dan zitten we al in de jaren dertig.
Verkopen
Cornelia Johanna is niet lang eigenares gebleven van Wassergeest. Al gauw ging ze er toe over gedeelten van het uitgestrekte landgoed van de hand te doen en wel aan verschillende familieleden. Zo doet ze reeds op 18 juli 1900 de tuinmanswoning van Wassergeest met bijbehorende voormalige tuinderij en partijen weiland tussen de Heereweg en Achterweg over aan haar zoon C.A.A.W. baron van Lynden voor de prijs van ƒ 66.984,25. Een niet mis bedrag. Daar is echter wel bij inbegrepen de “partijen tuin en bloembollenland en water, gelegen in de zanderij van het landgoed Wassergeest”.
Op dezelfde dag in juli 1900 doet Cornelia Johanna een drietal percelen ten noorden van de boerderij De Phoenix over aan Jan Maurits Dideric, haar oudere zoon. De Phoenix zelf met bijbehorende gronden, ging tussen mei 1900 en oktober 1902 over in het gemeenschappelijke eigendom van de twee gebroeders Van Lynden, J.M.D. graaf van Lynden en C.A.A.W. baron van Lynden. Later, in 1914, hebben de twee broers dit bezit onder elkaar verdeeld.
Hooibargen
Tegelijkertijd gaat de boerderij “genaamd ‘De Phoenix’ met bijbehorende schuren, hooibargen en verdere getimmerten benevens partijen weiland” naar Carel Anne Adriaan Willem baron van Lynden. Ook Cecile Marie baronesse van Lynden gehuwd met Ocker Johan Repelaer van Molenaarsgraaf, koopt van haar moeder een aantal percelen. Het betreft “twee Hofsteden (….) meterven, boomgaard, tuin-of bloembollenland, bekend onder de namen Grootenhof, Duinhof (moet Dijkhofzijn R. R), Abdij en Hoogewerf gronden, met daartussen gelegen gedeelte van de Groene of Sparrenlaan”.
Wat verder naar het noorden toe beginnen de gronden van de voormalige buitenplaats Grotenhof, al in het begin van de 19de eeuw door R.C.Affourtit opgedeeld in smalle, langwerpige percelen ten behoeve van de bollenteelt. En dan krijgen we vervolgens het huis Grotenhof zelf natuurlijk, door A. Raaphorst in 1922 nog “het groote witte huis, door hooge boomen omgeven” genoemd.
Al deze gronden gingen op 10 juni 1900 over in handen van Cecile Marie baronesse van Lynden, echtgenote van Ocker Johan Repelaar van Molenaarsgraaf.
Ook de boerderij Wassergeest werd (op 19 mei 1900) voor ƒ 57.045,- verkocht en wel C.A.A.W. baron van Lynden, een zoon van eigenaresse Cornelia Johanna, inclusiefi alle erbij behorende percelen grond tussen de Heereweg en de Achterweg, die zich uitstrekten tot de verlegde Catharijnelaan.
Lees hier deel 3
LISSE TOEN: BARBIER: 5 CENT
/in Historie /door Nico GroenAan het begin van de twintigste eeuw gaf de Federatie van Bloemistwerklieden Verenigingen een lijst uit, waarop stond wat een gezin per week kon uitgeven. Het gangbare weekloon was 9-10 gulden.
Tekst en foto: Arie in t Veld
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
Aan het begin van de vorige eeuw gaf de Federatie van Bloemist-werkliedenverenigingen een lijstje uit, waarop stond wat een gezin van een bloemistknecht, bestaande uit zes personen, per week kon uitgeven. Het gangbare weekloon was 9-10 gulden.
Huur…… 2,00
Steenkolen 0,60
Turf…….. 0,20
Petroleum… 0,36
Brood……. 2,25
Margarine… 0,60
Melk, l Itr per dag. 0,56
Suiker…… 0,25
Koffie…… 0,40
Aardappels.. 1,00
Vet, l,5ons/p.dag. 0,80
Zeep……… 0,11
Wasmiddelen.. 0,10
Zout……… 0,06
Garen, band.. 0,15
Schoeisel…. 0,50
Ziekenfonds.. 0,20
Onderst.fonds. 0,10
Begrafenisfonds 0,17
Brandverzekering 0,02
Belasting…. 0,08
Schoolgeld (2 kinderen) 0,15
Contributie bond. 0,05
Lectuur… 0,10
Tabak.. 0,10
Barbier… 0,05
Totaal 10,96
Op dit uitgezuinigde, beknibbelde, schrale budget was geen enkele post uitgetrokken voor drank, schoonmaakartikelen, boven- en onderkleding, aardewerk, spek en vlees, groenten, beddengoed, meubelen en kosten van ziekte of bevalling! Wanneer er dan ook “iets wezen moest” bezuinigde men maar op het eten. Allemaal maar een snee brood minder, een aardappel minder, wat water bij de jus en bij sommigen een oneindig poffen, lenen bij leen-vrouwen. Ook bij het pandjes-huis was menigeen een bekende.
LISSE HEEFT WEER EEN BUITENPLAATS: Midden in het Reigersbos aan de Loosterweg Zuid
/in Historie /door Nico GroenIn het Reigerbos, op de plaats waar vroeger het huis van de rentmeester van het buitengoed Wassergeest stond, is een schitterend landhuis verrezen
Tekst: Ine Elzinga Fotografie: Hans Smulders
NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002
Op de plaats waar ooit het huis stond van de rentmeester van het befaamde buitengoed Wassergeest, is een schitterend landhuis verrezen. Heel Lisse kan trots zijn op deze nieuwe buitenplaats.
Het Reigersbos, een stukje oerduin in de Randstad. Rust en vogels. Een pad van grind en bladeren leidt met een bocht langs hoge steile duintjes, begroeid met hakhout, naar het landhuis. Ooit woonde de rentmeester van Wassergeest op deze plek. Een aantal jaren geleden is zijn woning en de grond verkocht. Dat veroorzaakt veel commotie in de gemeente Lisse. De kersverse koper, tevens een bekend handelaar, vraagt namelijk direct een sloopvergunning aan voor de bestaan de woning en vervolgens een bouwvergunning voor een groter nieuw huis
De Lisses gemeenteraad, natuurverenigingen o.a. Zuid-Holland Landschap, het Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek en de Vereniging Oud Lisse vrezen het einde van het waardevolle stukje oerduin. Behalve het Keukenhofbos is dit het enige oerduin dat nog in redelijk authentieke staat verkeert. Discussies in de gemeenteraad. De handelaar ziet er geen been meer in. Hij verkoopt de grond, tien hectare, met de bouwtekening van het landhuis aan het echtpaar Peters.
Beschermd oerduin
Zij wonen er nu een jaar en de heer des huizes, Frits Peters, zegt: „We voelen ons bijzonder bevoorrecht dat we hier kunnen wonen. Ik wil niet meer verhuizen. Er is al zoveel van het oude duin weg, dat mag niet verder beschadigd worden. En wat dit betreft, regeer ik over mijn graf heen. Alles is zo geregeld en afgedekt dat ook mijn kinderen later geen gekke dingen zullen kunnen doen.”
Peters is geboren en getogen in Hillegom: „Mijn grootmoeder bezat het café Zomerzorg (nu de Doofpot) in De Zilk. Ik was daar graag en vaak en kende het duin op mijn duimpje. Mijn vrouw en ik hebben een aantal jaren onder andere in Hoorn gewoond, maar op een bepaald moment wilde ik terug naar de Duin- en Bollenstreek. Het idee ’terug naar mijn roots’ is wat overdreven, maar ik voel mij wel emotioneel aan deze streek gebonden. Als ik iets dergelijks in bijvoorbeeld de Achterhoek had kunnen kopen, had ik dat niet gedaan.
Groene omgeving
Het komt het echtpaar ter ore dat Loosterweg zuid 14 te koop is: „Waarom we hiervoor hebben gekozen? Wel, omdat het is wat het is!. We hadden geen enkele moeite met de voorwaarden omtrent het beheer van het terrein. Zelf stel ik een groene omgeving bijzonder op prijs en begrijp ten volle dat dit gebied beschermd moet worden. Het vervult ook een rol in de ecologische verbindingszones. Ik heb uitvoerig met het MODB (Milieu Overleg Duin en Bollenstreek) gesproken. Men was bang dat ik paden zou aanleggen. Neen, ik wandel graag in dit bos, maar niet via aangelegde paden. Mijn neefjes vinden het prachtig, ze zijn zelfs een keer verdwaald.” Bosonderhoud vraagt specifieke kennis: „Ik onderhoud intensief contact met Zuid-Hollands Landschap. Na een hevige storm laatst stond er een boom vreselijk scheef. Ik wist even niet wat ik het beste kon doen, een boom behoort rechtop te staan of om te vallen, en dat laatste heeft hij uiteindelijk ook gedaan.” Peters is tevens lid ‘voor het leven’ van de Stichting Behoud Natuur en Landschap.
Bollenburen
We zitten in de keuken met uitzicht op de nu nog met stro bedekte bollenvelden: „Een van de eerste acties die ik verder heb ondernomen, was kennis maken met mijn buren, bollenkwekers en de eigenaren van het aangrenzende land. Dat was wederzijds erg plezierig, zij wilden ook graag weten wie er hier kwam te wonen. Ze hadden al minder goede ervaringen elders, mensen klaagden omdat de hyacinthen te sterk roken!” Zulke problemen zullen ze met het echtpaar Peters niet krijgen. Peters wil er zeker van zijn dat hij de bollenburen houdt: „Zo’n bedrijf als van Beelen bestaat al honderd jaar, die zijn zo aan hun grond gebonden. Maar ik heb wel gevraagd dat als hij die grond ooit wil verkopen, hij eerst naar mij toekomt. Ik kan het niet hebben dat een of andere projectontwikkelaar er iets mee gaat doen.” Aan de houding van Peters is te zien dat hij het niet zo op heeft met projectontwikkelaars: „Als ze een lege vierkante meter zien,
krijgen ze het vreselijk warm en pakken ogenblikkelijk het tekenboek. De Randstad is al vol genoeg, dit gebied moet zo blijven. Wat dat betreft ben ik blij dat ook de streek zich daar sterk voor maakt, ondermeer in het Pact van Teylingen.”
Mooi ontwerp
Peters koopt het landhuis, ontworpen door de Noordwijkse architect Van Manen, op tekening: „Even hebben we met de gedachte gespeeld zelf een woning te laten ontwerpen. Eigenlijk was ik op zoek naar zo’n bollenkwekersvilla, groot en recht en hoog. Ik had het beeld op mijn netvlies staan. Maar die gedachte hebben we laten varen. Een nieuw idee vraagt ook opnieuw overleg met de gemeente, er waren immers beperkingen wat betreft het bouwvolume en de nokhoogte. En dit ontwerp vonden we toch best mooi. We hebben wel wat dingen veranderd om het huis meer passend bij ons te maken. De garagedeur zit in een andere gevel zodat ik er gemakkelijker in en uit kan.
Mijn hobby is het sleutelen aan antieke auto’s en die hebben geen stuurbekrachtiging. We hebben voor ander materiaalgebruik gekozen en de kleuren aangepast. Op tekening had het landhuis een dak van zwarte pannen en wittige stenen, het leek net een puist in het bos. We vinden dat een huis in zijn omgeving moet passen en hebben voor natuurlijker, meer aardekleuren gekozen. We wonen er nu een jaar en dat nieuwe, glimmende gaat er nu gelukkig een beetje vanaf, het huis wordt langzaam in zijn omgeving opgenomen.” Vóór het landhuis is een rozenboog aangelegd: „Met open vakken, omdat we wel ons uitzicht willen behouden.”
Duinhuis
Misschien is dit landhuis beter een duinhuis te noemen. De ‘dakkapellen’ hebben gebogen vormen als ronde duintoppen. Een lijnvoering die steeds weer terugkomt, ook de ramen beneden eindigen in een boogvorm en zelfs de brede binnendeuren die toegang geven tot de woonkamer. Centraal in de woonkamer de grote open haard, uitzicht op de bollenvelden, aan de andere zijde zicht op het oerduin met toegang naar een terras dat aan een galerij doet denken. Lichte ruimtes, maar nergens wit. Wel deuren met glazen panelen die veel licht en een groot gevoel van ruimtelijkheid geven. De deur die toegang naar de rondom lopende gang geeft, is in acht vakken ingedeeld met een glas-in-lood motief: „Dat motief met rode tulpen heeft mijn vrouw ontworpen,” meldt Peters niet geheel zonder trots. De knusse studeerkamer met kleine open haard, aan de andere zijde van de woning kijkt eveneens uit op het bollenland, in het midden het bureau met aan weerskanten voor zowel meneer als mevrouw de pc. Als screen-saver dienen twee foto’s van het huis, één vorig jaar in de sneeuw genomen en één met zomertafereel. Peters: „Voor de inrichting is mijn vrouw geheel verantwoordelijk.”
Baronesse
Er is veel tijd besteed aan details. Ter weerszijden van de voordeur is een kleine grijze natuursteen ingemetseld: „Deze steen is bij de sloop van de rentmeesterswoning gered. Te lezen zijn de initialen van baronesse Cecilia Maria van Pallandt (geb. Jvr. Steengracht) met daaronder de datum 1856. Dat vond ik erg leuk. Ik heb met moderne hedendaagse technieken een foto van haar uit een boek gekopieerd, die krijgt ingelijst nog eens een prominent plaatsje. Aan de andere zijde hebben we zo’n zelfde steen laten inmetselen met de initialen van mijn vrouw en mij en de datum 1999.” Ook de toegangspoort vraagt bijzondere aandacht. Peters: „Het gemetselde deel is in de stijl van het huis. Het ijzeren hekwerk is voor het grootste gedeelte nagemaakt naar voorbeeld uit een Duits architectenboek uit begin 1900, Art Deco en een beetje uit eigen koker. Een smid heeft dat voor ons gemaakt, dat hek is echt uniek in Nederland. Maar het staat ook bij een unieke plek.”
Vos
„Jammer genoeg is er weinig wild, geen konijnen, fazanten of patrijzen. Ik zie wel regelmatig een vos en ik denk dat die de oorzaak daarvan is. Zo’n beest vreet alles wat op de grond leeft of broedt, en heeft zelf geen natuurlijke vijanden. Ik heb hier wat kippen en een paar hanen rondlopen, die haal ik ’s avonds dus wel naar binnen.”
Het oude duinloofbos
Het natuurkerngebied Reigersbos is een restant van een droge en geaccidenteerde strandwal met oud eikenbos,liggend naast de natte en vlakke strandvlakte vanWassergeest. Het gebied heeft hiermee een belangrijkecultuurhistorische betekenis, omdat de vroegere landschapstypen hier op korte afstand en in relatiemet elkaar te vinden zijn. Het Reigersbos bevatbelangrijke cultuurwaarden, met name hetoude duinloofbos en de hierin voortkomendekwetsbare broedvogels als roofvogels en spechten.