De artikelenreeks van Paul Stelder over de huisartsen, die op zeer veel belangstelling kon rekenen, eindigt in dit nummer. Het hoofdstuk waar hijzelf een rol in speelt moet dan maar over een poosje door iemand anders geschreven worden.
door Paul Stelder
Nieuwsblad 23 nummer 4 2024
Het beroep van huisarts en het functioneren van die huisarts is in de loop van de jaren zestig behoorlijk veranderd. In de praktijkvoering nemen de mogelijkheden sterk toe.
Dit geldt voor bijvoorbeeld de diagnostiek: het wordt mogelijk om uitgebreider bloedonderzoek te laten verrichten in een laboratorium en er kunnen door huisartsen in het ziekenhuis röntgenfoto’s en echo-onderzoeken worden aangevraagd. Het geldt ook voor de behandelmogelijkheden: er komen nieuwe medicijnen tegen maagzweren en hoge bloeddruk op de markt. Ook in relatie tot de patiënt verandert er veel. Symbolisch en letterlijk trekken de huisartsen steeds vaker hun witte jas uit: ze willen daarmee de afstand tussen de huisarts en de patiënt verkleinen. Huisartsen zijn zich ook steeds meer bewust geworden van het feit dat zij een heel andere groep patiënten te zien krijgen dan die waar de specialisten in de ziekenhuizen mee te maken hebben. Bepaalde klachten komen bij de huisarts heel veel voor en dit type patiënt belandt nooit in het ziekenhuis. De Nederlandse huisartsen richten in 1956 het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) op. Het NHG beijvert zich om de huisarts een eigen vakgroep binnen de universiteit te laten krijgen en daarmee een eigen specialistische opleiding in de huisartsgeneeskunde. In 1966 wordt aan de Universiteit van Utrecht de huisarts Jan van Es de eerste hoogleraar Huisartsgeneeskunde. Hij gaat de opleiding vorm geven. In de loop van enkele jaren volgen dergelijke leerstoelen aan alle Nederlandse universiteiten. In eerste instantie is de gespecialiseerde opleiding tot huisarts vrijwillig. Vanaf 1971 wordt de opleiding geleidelijk aan verplicht voor artsen die zich in Nederland als huisarts willen vestigen. Tot die tijd mochten artsen die de opleiding geneeskunde hadden afgerond, zich overal vrijelijk als huisarts vestigen.

Deze foto is gemaakt bij de overdracht van de praktijk van Lex Duymaer van Twist aan Hans van Weel. Van links naar rechts staand: Gert van Dijk, Vincent de Vroomen Frans Haase sr, John Sedelaar, Klaas Bet, Margreet van Weel- Sipman, Hans van Weel, Frans Haase jr. Zittend: Lex Duymaer van Twist met zijn echtgenote Mien Duymaer
van Twist-Weggemans
Drie van de vier huisartsen die zich reeds voor de oorlog in Lisse hebben gevestigd, worden in de loop van de jaren zeventig opgevolgd door drie jonge mannen ‘van buiten’ en de vierde arts op leeftijd krijgt hulp van zijn oudste zoon. Alle vier deze nieuwe huisartsen vallen nog onder de oude regeling en hebben dus nog geen gespecialiseerde opleiding gevolgd. De Lisser huisartsen lopen meestal niet vooraan bij nieuwe ontwikkelingen in de huisartsgeneeskunde… Binnen het NHG is er ook een groep huisartsen die zich bezighoudt met de praktijkvoering. Een heel belangrijke aanpassing daarin, is de invoering van de zogenaamde Groene Kaart geweest. In de jaren zestig wordt een patiëntenkaart ontwikkeld waarop de huisartsen, naast persoonlijke gegevens van patiënten, ook de medische voorgeschiedenis en de reden van hun komst kunnen schrijven. Bij verhuizing of verandering van praktijk wordt zo’n kaart met de eventuele brieven uit het ziekenhuis, aan de patiënt meegegeven of naar de nieuwe huisarts opgestuurd. De vier nieuwe huisartsen hebben allen direct bij het begin van hun praktijk, het gebruik van deze kaart ingevoerd. De zittende huisartsen Bet en Van Dijk hebben nooit met een kaartsysteem gewerkt. Kennelijk beschikten zij over een enorm goed geheugen en zijn zij hun hele carrière in staat geweest daarop te vertrouwen. Door maatschappelijke veranderingen in die periode is het ook niet meer vanzelfsprekend dat de echtgenote de enige hulpkracht is van de huisarts. Tot die tijd deed de huisarts de praktijkvoering vrijwel alleen, met zijn echtgenote als hulp op de achtergrond. Er komt nu ruimte voor ondersteunend personeel. Dat kan een administratieve kracht zijn of een gediplomeerd doktersassistente. Zo worden geleidelijk aan steeds vaker personen van buiten aangetrokken om de huisarts te ondersteunen bij zijn werk. Een andere grote verandering die zich in die jaren voltrekt, is de onderlinge waarneming en daarmee de intensivering van de samenwerking. Tot die tijd bestaat er alleen een weekend- en vakantiewaarneming. Bij de komst van de nieuwe generatie huisartsen wordt er ook voor de avonduren van doordeweekse dagen onderlinge waarneming ingevoerd en krijgt iedere huisarts – naast weekenddiensten – ook avonddiensten.
De opvolger van Marius van Dijk: Vincent de Vroomen
De eerste huisarts die in de jaren ‘70 zijn praktijk overdraagt, is Marius van Dijk. Zijn grote praktijk heeft hij vanaf oktober 1963 gedeeld met zijn neef Gert van Dijk, maar hij besluit in 1971 voor zichzelf een opvolger te zoeken. In een gesprek met één van zijn patiënten komt hij erachter, dat haar zoon in Nijmegen geneeskunde studeert en wellicht huisarts wil worden. Hij vraagt haar of deze zoon contact met hem wil opnemen. Na een kennismakingsgesprek met deze zoon, Vincent de Vroomen (V.M.P. de Vroomen,geboren 7 augustus 1944 te Voorhout – overleden 6 mei 2010 te Silvolde), krijgt Vincent het voorstel om eind 1971 een coschap huisartsgeneeskunde bij Marius van Dijk in de praktijk mee te lopen. In het evaluatiegesprek na afloop van dat coschap biedt Marius van Dijk aan De Vroomen de mogelijkheid om de praktijk en het woonhuis over te nemen. Aldus geschiedt. Vincent de Vroomen is geboren aan de Loosterweg te Voorhout, zijn moeder is onderwijzeres. Hij gaat in de Engel in Lisse naar de lagere school en na de mulo in Sassenheim en de hbs in Lisse, gaat hij in Nijmegen studeren. Op een bruiloft in Oegstgeest leert hij zijn latere vrouw Joke Liefferink kennen. Eind 1968 zijn zij getrouwd en gaan zij samen in Nijmegen wonen. Ze krijgen twee kinderen. Op 1 oktober 1972 start de nieuwe huisarts vanuit hetzelfde huis als zijn voorganger: aan de Achterweg 6. Het huis is in 1904 gebouwd voor huisarts Blok. Het oude doktershuis zal tot het einde van de carrière van De Vroomen in 2001, zijn praktijk huisvesten. Op een grondige manier verbouwt De Vroomen enkele keren de binnenkant van het huis. In de laatste jaren is vrijwel de gehele benedenverdieping ingericht als huisartsenpraktijk en vindt het wonen voornamelijk op de eerste verdieping plaats. De samenwerking die Gert van Dijk voorheen met zijn oom Marius had, wordt nu met De Vroomen, de opvolger van zijn oom, voortgezet. Na enkele jaren wordt deze samenwerking echter ontbonden: ieder gaat liever zijn eigen weg. Wel is er nog vele jaren een onderlinge waarneemregeling tussen beide huisartsen.

Werkt hij vanaf 1972 nog met een doktersassistente, vanaf 1981 neemt de echtgenote van De Vroomen de taken van de assistente fulltime over. Dit zal zij blijven doen tot aan het beëindigen van de praktijk. De Vroomen is jarenlang voorzitter van het plaatselijke Rode Kruis. Hij biedt een leerplek aan diverse coassistenten geneeskunde en is in zijn laatste jaren als huisarts, ook opleider aan de huisartsenopleiding. Naast zijn werk ligt zijn interesse vooral op het gebied van de techniek. In zijn vrije tijd is hij graag bezig met elektrische schakelingen en ook het klussen in huis is meer dan een hobby. Hij is een pionier op het gebied van informatietechnologie. Hij schrijft reeds in de jaren tachtig computerprogramma’s ben bij de invoering van de computer in de huisartsenpraktijk is hij voor menigeen een vraagbaak.
De opvolger van Henk Holl: John Sedelaar

Praktijkoverdracht van huisarts Holl naar Stella en John Sedelaar
Henk Holl start in 1937 met zijn huisartsenpraktijk, als opvolger van Martinus de Graaff. Wanneer hij zijn praktijk wil neerleggen, plaatst hij enkele keren een advertentie in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Verschillende artsen willen zijn praktijk wel waarnemen tijdens vakanties, maar lange tijd dient zich geen echte opvolger aan. John Sedelaar (J.P.M. Sedelaar, geboren 28 januari 1945 te Amsterdam) neemt op een bepaald moment ook contact met hem op. Er is direct een klik tussen beide mannen. Holl heeft een kleine praktijk en wil zijn huis graag mee verkopen, iets dat in die tijd heel gebruikelijk is. Sedelaar denkt de groeimogelijkheden van deze kleine praktijk alleen maar te kunnen realiseren in de Poelpolder en wil zich daarom nadrukkelijk alleen daar vestigen. Holl heeft er begrip voor en stemt toe. Daarop wordt het praktijkgedeelte zonder het woonhuis verkocht en kan Sedelaar zoeken naar een geschikt pand. Dat blijkt in die tijd geen enkel probleem, want er worden in de Poelpolder veel nieuwe huizen gebouwd en men wil graag een jonge huisarts in de nieuwe woonwijk.
Op 1 oktober 1973, precies een jaar na de komst van Vincent de Vroomen, vestigt Sedelaar zich in twee naast elkaar gelegen huizen aan de Händelstraat nummer 18 (woonhuis) en 20 (praktijk), nadat eerst een verbinding binnendoor is gerealiseerd. Zijn vrouw, Stella Sedelaar-Teunissen, heeft een baan in het onderwijs.
Zij wil fulltime assistente worden in de praktijk van haar man en volgt daartoe eerst een cursus tot het verkrijgen van het diploma doktersassistente. Zij zal hem zijn hele actieve carrière, die duurt tot 1 januari 2005, als assistente ondersteunen. In 1975 worden de eerste contouren zichtbaar van het door architect Aad Paardekooper ontworpen Burgemeester de Graafplein. Sedelaar mag binnen dat ontwerp zelf de plaats bepalen waar hij wil wonen en werken. Hij zoekt contact met fysiotherapeut Guus Kosters, die graag mee wil denken in dit project. Kosters en Sedelaar worden buren, ieder met een eigen moderne praktijkruimte. De praktijk van Sedelaar groeit snel en is uiteindelijk veel te groot voor één huisarts. Diverse arts-assistenten komen hem vanaf 2001 ondersteunen. In 2001 verhuist de praktijk van Sedelaar voor de laatste maal en wel naar het Vivaldiplein, waar nu nog steeds huisartsenpraktijk Poelpolder gevestigd is. Uiteindelijk neemt Wil Derks in 2005 de praktijk van Sedelaar over, op dat moment werken er al negen medewerkers in deze praktijk! Naast het werk in de huisartsenpraktijk geeft Sedelaar jarenlang EHBO-les en is hij actief in het organiseren van nascholing voor huisartsen.
Jarenlang ontvangt hij ook coassistenten om hen de kans te geven te zien hoe leuk en soms moeilijk, het werk als huisarts is. Hij is ook geruime tijd medisch adviseur van de Indicatiecommissie Opname Verpleeghuis. Verpleeghuiszorg is in die tijd plaatselijk en niet regionaal georganiseerd. Als hobby is hij tot op de dag van vandaag in diverse combo’s, vooral op trompet en klarinet, actief in de jazzmuziek. Ook fotografie en genealogie zijn nog steeds zijn hobby.
De opvolger van Lex Duymaer van Twist: Hans van Weel
Lex Duymaer van Twist is in die periode de langst zittende huisarts. Hij heeft zich reeds in 1932 op 29-jarige leeftijd gevestigd op de Heereweg 295. Hij heeft altijd veel tijd aan zijn patiënten willen besteden en om dat mogelijk te maken heeft hij bewust een kleine praktijk gehouden. Op 15 maart 1975 draagt hij na 43 jaar(!) zijn praktijk over aan Hans van Weel. (H. van Weel, geboren 11 juli 1937 te Utrecht – overleden 13 november 2016 te Voorhout). Hans is geboren in een artsengezin. Zijn vader is een vooraanstaand chirurg en hoogleraar chirurgie. Hans is de tweede zoon in een gezin van drie jongens. Al op jonge leeftijd blijkt hij veel talent voor muziek te hebben. Hij bespeelt verschillende instrumenten en heeft een absoluut muzikaal gehoor: hij kan een melodie, zonder notenschrift te kennen, direct foutloos en zuiver naspelen. De vibrafoon is zijn meest geliefde instrument en hij heeft in verschillende vooraanstaande jazzcombo’s gespeeld. Hij gaat aanvankelijk in Utrecht geneeskunde studeren, maar hij maakt zijn studie af in Leiden. Daar leert hij zijn latere echtgenote Margreet Sipman kennen. Zij studeert ook geneeskunde en heeft altijd haar eigen carrièrepad gevolgd. Zij wordt kinderarts in het LUMC en bouwt in dat vakgebied een zeer goede naam op. Helaas is zij in 2002 erg jong overleden. Van Weel zet aanvankelijk de praktijk van Duymaer van Twist voort met een doktersassistente (want zijn vrouw heeft een eigen carrière!) aan de Heereweg 295, in het huis van zijn voorganger. Ook hij introduceert direct de Groene Kaart om patiëntgegevens te noteren. Vrij snel verhuist het gezin naar villa ‘de Venne’ aan de Heereweg 341, mede omdat daar een schuur staat die de mogelijkheid biedt om te verbouwen tot een vrijstaande praktijk. Immers, in de praktijk op het adres Heereweg 295 moet nog steeds iedere patiënt de trap op! Helaas voor Van Weel zakt de woningmarkt in. Dit maakt, in combinatie met de hoge rente in die tijd, het financiële risico te groot om een verbouwing te realiseren. Een terugkerende alcoholverslaving maakt het werken uiteindelijk niet meer mogelijk. In de zomer van 1982 wordt besloten om de praktijk over te dragen en op 30 augustus 1982 zet Paul Stelder zijn praktijk voort vanaf het adres Oranjelaan 93.
Frans Haase sr. gaat samenwerken met Frans Haase jr. De laatste arts die zich in de jaren ‘70 gevestigd heeft, is de derde huisartsgeneratie Haase en om het moeilijk te maken draagt hij ook de naam Frans. (F.G.W.M. Haase, geboren 26 april 1945 te Lisse). Frans jr. is de oudste zoon in een gezin van zes kinderen. Na de middelbare school, die de eerste drie jaar op het Adelbert College in Wassenaar en de laatste twee jaar op het plaatselijke Fioretti College zijn afgelegd, begint hij zijn geneeskundestudie in Nijmegen. Na een jaar stapt hij over naar Leiden. In 1974 rondt hij zijn studie af en daarna volgt een korte periode militaire dienst. In 1975 gaat hij in de praktijk van zijn vader werken aan de Heereweg 337, eigenlijk in eenzelfde samenwerkingsvorm als zijn grootvader dat in 1939 met zijn vader deed. Frans senior trekt zich geleidelijk aan steeds meer terug uit de praktijk, maar hij blijft actief tot 1986. Hij is dan 47 jaar huisarts geweest met een onderbreking van drie jaar door zijn periode in militaire dienst in Indonesië. (Zie VOL Nieuwsblad 2024- nr. 1). In de jaren ‘70 zien we dus in korte tijd vier nieuwe, jonge huisartsen verschijnen. Huisarts is op dat moment nog een echt mannenberoep, slechts 5% is vrouw. Alle vier de huisartsen voeren de ‘moderne’ patiëntenadministratie in en de meesten gaan werken met een doktersassistente. Er komt een waarneemregeling voor alle avond- en weekenddiensten en de vakantiewaarneming wordt meer geformaliseerd, hoewel van de twee reeds langer gevestigde huisartsen Klaas Bet er altijd moeite mee gehouden heeft: hij hoeft niet op vakantie en hij is er altijd voor zijn patiënten…

Hans van Weel was ook zo’n muzikale huisarts , Paul Labohm heeft over zijn leven een boek geschreven.
Tenslotte:
it is het achtste en voorlopig laatste artikel in de reeks over de Dhuisartsen in Lisse. De hele reeks beschrijft bijna 200 jaar van medische zorg in een groeiend dorp: waar rond 1800 ongeveer 2000 mensen woonden, werden dat er rond 1980 al meer dan 20.000. Nu (2024) wonen er 23.000 mensen in Lisse en 3500 in de Lisserbroek. Het aantal huisartsen is meegegroeid. In de 19de eeuw zijn het vooral kindersterfte en infectieziekten die de aandacht van de huisarts vragen, nu zijn het veelal de ouderdomsziekten en kanker. Naast de huisarts komt de assistente als onmisbare schakel en wordt van elk consult een verslag bijgehouden. Deze reeks wilde een beeld schetsen van de ontwikkelingen in de gezondheidszorg in Lisse en daarbij was er ook aandacht voor het persoonlijke leven van die dokters in relatie met hun patiënten en hun gezin. Dit artikel kwam tot stand na gesprekken met John en Stella Sedelaar, Joke de Vroomen, Nanke van Dijk, Ellen van Weel, Sake Holl, Ajo Duymaer van Twist en Frans Haase jr.

Heereweg 337 praktijk en woning van de familie Haase
Oud Nieuws: Onbetrouwbaar personeel
/in Historie /door Nico GroenDit keer gaat het over onbetrouwbaar personeel. En daar moest wat aan gebeuren. Het speelt zich af in het oude buiten met de naam “Meer en Duin”. De naam die op die plek nog steeds gebruikt wordt.
Door Dirk Floorijp
Nieuwsblad 23 nummer 4 2024
Onbetrouwbaar personeel
Voorbeeld van een signet om een brief te signeren met eenafdruk van een graveerde zegelring in was of lak.
Willem Adriaan van der Stel, begraven in de kerk waar zijn marmeren graftombe ligt, had niet altijd te maken met betrouwbaar personeel, zo blijkt uit een akte onder ede opgemaakt op zijn buitenplaats Meer en Duin.
Op 1 oktober 1727 verscheen oude Jansz. Johanna van Hellingdoorn voor de schout Jacob van Dorp en de schepenen Cornelis Gijsbertse Cleijnenbreugel en Jan Vlaanderen. Oude Jansz. Johanna van Hellingdoorn, in dienst zijnde van de weled. heer Willem Adriaan van der Stel, heer in Oud en Nieuw Vosmeer, dat zij tegenwoordig ziekelijk op bed liggende op de hofstede Meer en Duin, haar verstand en redenen wel te hebben, verklaarde onder ede voor Schout en schepenen, dat Catarina Kervel geboortig van Lingen in dienst bij de heer van der Stel verscheidene malen ontrouw bemerkt heeft, dat zij de laatst voorgaande winter gehoort hadde dat Catarina in de morgenstond een lade in een tafeltje in het voorhuis openstond waar geld in leijd, of zij ook geld heeft uitgenomen,
Detail uit een kaart waarop de uitgebreide tuinen en behuizingen zijn te zien van de grote buitenplaats “Meer en Duin”. Het industrieterrein tussen de Lisserbeek en het Veenenburg- Elsbroekkanaal wordt nog steeds zo genoemd. De dikke lijn rechts met cijfers is de grens met Hillegom.
verders dat zij kort daarna zittende in de kookkeuken een tas met een zilveren beugel daar geld in was van de huishoudster Lidia Jans op haar schoot had, en seijde, sie wat een geld heeft Lijs in haar tas, welke tas gemeenlijk gesloten leijd in een kasje in de kookkeuken. Dat ik Johanna heb gezien dat Catarina een stuk rauw spek van de heer uit de provisie kelder genomen heeft en in haar zak gestoken. Verder verklaar ik dat in de heer zijn huis is vermist een silveren segnet 1) van juffr. Maria van Ree en ik het vermiste segnet heb gevonden. Het lag boven op de kleerzolder agter een lat, dog hetzelfe niet alleen daar vandaan te halen en met anderen mee naar boven gegaan om het segnet te halen. Catarina Kervel van Lisse naar Amsterdam vertrokken was.
“Meer en Duin” de naam is niet weg te denken uit Lisse: op de woning hieronder staat de naam geschreven en op het bordje naast de deur staat Istec BV Lisse. De oude schuur is gebouwd in 1901 op het landbvan Dirk Nieuwenhuis. De oude rode beuk uit de tijd van het grote landgoed moest er ook aan geloven toen het huis werd gesloopt.bOp deze plek is nu SERCOM gevestigd.
Soo waarlijk moest haar God almagtig helpen. Aldus gedaan op de hofstede Meer en Duin in de oostgeest 1 oktober 1727. 1) Het woord segnet staat waarschijnlijk fout in de akten en moet signet zijn, een sieraad in de vorm van een handstempel.
ISTEC is de naam op de gevel trouw gebleven. Het bedrijf is gevestigd op Meer en Duin 8. Vanaf de start in 1974 op Heereweg 9 bestaat het nu een halve eeuw. Beukennootjes vallen ook niet ver van de boom zullen we maar zeggen, kijk maar in de voortuin. Die rode beuk mag nog wel een stuk of wat generaties door groeien net als ISTEC zelf.>
De huisartsen van Lisse. De jassen gaan uit
/in Historie /door Nico GroenDe artikelenreeks van Paul Stelder over de huisartsen, die op zeer veel belangstelling kon rekenen, eindigt in dit nummer. Het hoofdstuk waar hijzelf een rol in speelt moet dan maar over een poosje door iemand anders geschreven worden.
door Paul Stelder
Nieuwsblad 23 nummer 4 2024
Het beroep van huisarts en het functioneren van die huisarts is in de loop van de jaren zestig behoorlijk veranderd. In de praktijkvoering nemen de mogelijkheden sterk toe.
Dit geldt voor bijvoorbeeld de diagnostiek: het wordt mogelijk om uitgebreider bloedonderzoek te laten verrichten in een laboratorium en er kunnen door huisartsen in het ziekenhuis röntgenfoto’s en echo-onderzoeken worden aangevraagd. Het geldt ook voor de behandelmogelijkheden: er komen nieuwe medicijnen tegen maagzweren en hoge bloeddruk op de markt. Ook in relatie tot de patiënt verandert er veel. Symbolisch en letterlijk trekken de huisartsen steeds vaker hun witte jas uit: ze willen daarmee de afstand tussen de huisarts en de patiënt verkleinen. Huisartsen zijn zich ook steeds meer bewust geworden van het feit dat zij een heel andere groep patiënten te zien krijgen dan die waar de specialisten in de ziekenhuizen mee te maken hebben. Bepaalde klachten komen bij de huisarts heel veel voor en dit type patiënt belandt nooit in het ziekenhuis. De Nederlandse huisartsen richten in 1956 het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) op. Het NHG beijvert zich om de huisarts een eigen vakgroep binnen de universiteit te laten krijgen en daarmee een eigen specialistische opleiding in de huisartsgeneeskunde. In 1966 wordt aan de Universiteit van Utrecht de huisarts Jan van Es de eerste hoogleraar Huisartsgeneeskunde. Hij gaat de opleiding vorm geven. In de loop van enkele jaren volgen dergelijke leerstoelen aan alle Nederlandse universiteiten. In eerste instantie is de gespecialiseerde opleiding tot huisarts vrijwillig. Vanaf 1971 wordt de opleiding geleidelijk aan verplicht voor artsen die zich in Nederland als huisarts willen vestigen. Tot die tijd mochten artsen die de opleiding geneeskunde hadden afgerond, zich overal vrijelijk als huisarts vestigen.
Deze foto is gemaakt bij de overdracht van de praktijk van Lex Duymaer van Twist aan Hans van Weel. Van links naar rechts staand: Gert van Dijk, Vincent de Vroomen Frans Haase sr, John Sedelaar, Klaas Bet, Margreet van Weel- Sipman, Hans van Weel, Frans Haase jr. Zittend: Lex Duymaer van Twist met zijn echtgenote Mien Duymaer
van Twist-Weggemans
Drie van de vier huisartsen die zich reeds voor de oorlog in Lisse hebben gevestigd, worden in de loop van de jaren zeventig opgevolgd door drie jonge mannen ‘van buiten’ en de vierde arts op leeftijd krijgt hulp van zijn oudste zoon. Alle vier deze nieuwe huisartsen vallen nog onder de oude regeling en hebben dus nog geen gespecialiseerde opleiding gevolgd. De Lisser huisartsen lopen meestal niet vooraan bij nieuwe ontwikkelingen in de huisartsgeneeskunde… Binnen het NHG is er ook een groep huisartsen die zich bezighoudt met de praktijkvoering. Een heel belangrijke aanpassing daarin, is de invoering van de zogenaamde Groene Kaart geweest. In de jaren zestig wordt een patiëntenkaart ontwikkeld waarop de huisartsen, naast persoonlijke gegevens van patiënten, ook de medische voorgeschiedenis en de reden van hun komst kunnen schrijven. Bij verhuizing of verandering van praktijk wordt zo’n kaart met de eventuele brieven uit het ziekenhuis, aan de patiënt meegegeven of naar de nieuwe huisarts opgestuurd. De vier nieuwe huisartsen hebben allen direct bij het begin van hun praktijk, het gebruik van deze kaart ingevoerd. De zittende huisartsen Bet en Van Dijk hebben nooit met een kaartsysteem gewerkt. Kennelijk beschikten zij over een enorm goed geheugen en zijn zij hun hele carrière in staat geweest daarop te vertrouwen. Door maatschappelijke veranderingen in die periode is het ook niet meer vanzelfsprekend dat de echtgenote de enige hulpkracht is van de huisarts. Tot die tijd deed de huisarts de praktijkvoering vrijwel alleen, met zijn echtgenote als hulp op de achtergrond. Er komt nu ruimte voor ondersteunend personeel. Dat kan een administratieve kracht zijn of een gediplomeerd doktersassistente. Zo worden geleidelijk aan steeds vaker personen van buiten aangetrokken om de huisarts te ondersteunen bij zijn werk. Een andere grote verandering die zich in die jaren voltrekt, is de onderlinge waarneming en daarmee de intensivering van de samenwerking. Tot die tijd bestaat er alleen een weekend- en vakantiewaarneming. Bij de komst van de nieuwe generatie huisartsen wordt er ook voor de avonduren van doordeweekse dagen onderlinge waarneming ingevoerd en krijgt iedere huisarts – naast weekenddiensten – ook avonddiensten.
De opvolger van Marius van Dijk: Vincent de Vroomen
De eerste huisarts die in de jaren ‘70 zijn praktijk overdraagt, is Marius van Dijk. Zijn grote praktijk heeft hij vanaf oktober 1963 gedeeld met zijn neef Gert van Dijk, maar hij besluit in 1971 voor zichzelf een opvolger te zoeken. In een gesprek met één van zijn patiënten komt hij erachter, dat haar zoon in Nijmegen geneeskunde studeert en wellicht huisarts wil worden. Hij vraagt haar of deze zoon contact met hem wil opnemen. Na een kennismakingsgesprek met deze zoon, Vincent de Vroomen (V.M.P. de Vroomen,geboren 7 augustus 1944 te Voorhout – overleden 6 mei 2010 te Silvolde), krijgt Vincent het voorstel om eind 1971 een coschap huisartsgeneeskunde bij Marius van Dijk in de praktijk mee te lopen. In het evaluatiegesprek na afloop van dat coschap biedt Marius van Dijk aan De Vroomen de mogelijkheid om de praktijk en het woonhuis over te nemen. Aldus geschiedt. Vincent de Vroomen is geboren aan de Loosterweg te Voorhout, zijn moeder is onderwijzeres. Hij gaat in de Engel in Lisse naar de lagere school en na de mulo in Sassenheim en de hbs in Lisse, gaat hij in Nijmegen studeren. Op een bruiloft in Oegstgeest leert hij zijn latere vrouw Joke Liefferink kennen. Eind 1968 zijn zij getrouwd en gaan zij samen in Nijmegen wonen. Ze krijgen twee kinderen. Op 1 oktober 1972 start de nieuwe huisarts vanuit hetzelfde huis als zijn voorganger: aan de Achterweg 6. Het huis is in 1904 gebouwd voor huisarts Blok. Het oude doktershuis zal tot het einde van de carrière van De Vroomen in 2001, zijn praktijk huisvesten. Op een grondige manier verbouwt De Vroomen enkele keren de binnenkant van het huis. In de laatste jaren is vrijwel de gehele benedenverdieping ingericht als huisartsenpraktijk en vindt het wonen voornamelijk op de eerste verdieping plaats. De samenwerking die Gert van Dijk voorheen met zijn oom Marius had, wordt nu met De Vroomen, de opvolger van zijn oom, voortgezet. Na enkele jaren wordt deze samenwerking echter ontbonden: ieder gaat liever zijn eigen weg. Wel is er nog vele jaren een onderlinge waarneemregeling tussen beide huisartsen.
Werkt hij vanaf 1972 nog met een doktersassistente, vanaf 1981 neemt de echtgenote van De Vroomen de taken van de assistente fulltime over. Dit zal zij blijven doen tot aan het beëindigen van de praktijk. De Vroomen is jarenlang voorzitter van het plaatselijke Rode Kruis. Hij biedt een leerplek aan diverse coassistenten geneeskunde en is in zijn laatste jaren als huisarts, ook opleider aan de huisartsenopleiding. Naast zijn werk ligt zijn interesse vooral op het gebied van de techniek. In zijn vrije tijd is hij graag bezig met elektrische schakelingen en ook het klussen in huis is meer dan een hobby. Hij is een pionier op het gebied van informatietechnologie. Hij schrijft reeds in de jaren tachtig computerprogramma’s ben bij de invoering van de computer in de huisartsenpraktijk is hij voor menigeen een vraagbaak.
De opvolger van Henk Holl: John Sedelaar
Praktijkoverdracht van huisarts Holl naar Stella en John Sedelaar
Henk Holl start in 1937 met zijn huisartsenpraktijk, als opvolger van Martinus de Graaff. Wanneer hij zijn praktijk wil neerleggen, plaatst hij enkele keren een advertentie in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Verschillende artsen willen zijn praktijk wel waarnemen tijdens vakanties, maar lange tijd dient zich geen echte opvolger aan. John Sedelaar (J.P.M. Sedelaar, geboren 28 januari 1945 te Amsterdam) neemt op een bepaald moment ook contact met hem op. Er is direct een klik tussen beide mannen. Holl heeft een kleine praktijk en wil zijn huis graag mee verkopen, iets dat in die tijd heel gebruikelijk is. Sedelaar denkt de groeimogelijkheden van deze kleine praktijk alleen maar te kunnen realiseren in de Poelpolder en wil zich daarom nadrukkelijk alleen daar vestigen. Holl heeft er begrip voor en stemt toe. Daarop wordt het praktijkgedeelte zonder het woonhuis verkocht en kan Sedelaar zoeken naar een geschikt pand. Dat blijkt in die tijd geen enkel probleem, want er worden in de Poelpolder veel nieuwe huizen gebouwd en men wil graag een jonge huisarts in de nieuwe woonwijk.
Zij wil fulltime assistente worden in de praktijk van haar man en volgt daartoe eerst een cursus tot het verkrijgen van het diploma doktersassistente. Zij zal hem zijn hele actieve carrière, die duurt tot 1 januari 2005, als assistente ondersteunen. In 1975 worden de eerste contouren zichtbaar van het door architect Aad Paardekooper ontworpen Burgemeester de Graafplein. Sedelaar mag binnen dat ontwerp zelf de plaats bepalen waar hij wil wonen en werken. Hij zoekt contact met fysiotherapeut Guus Kosters, die graag mee wil denken in dit project. Kosters en Sedelaar worden buren, ieder met een eigen moderne praktijkruimte. De praktijk van Sedelaar groeit snel en is uiteindelijk veel te groot voor één huisarts. Diverse arts-assistenten komen hem vanaf 2001 ondersteunen. In 2001 verhuist de praktijk van Sedelaar voor de laatste maal en wel naar het Vivaldiplein, waar nu nog steeds huisartsenpraktijk Poelpolder gevestigd is. Uiteindelijk neemt Wil Derks in 2005 de praktijk van Sedelaar over, op dat moment werken er al negen medewerkers in deze praktijk! Naast het werk in de huisartsenpraktijk geeft Sedelaar jarenlang EHBO-les en is hij actief in het organiseren van nascholing voor huisartsen.
Jarenlang ontvangt hij ook coassistenten om hen de kans te geven te zien hoe leuk en soms moeilijk, het werk als huisarts is. Hij is ook geruime tijd medisch adviseur van de Indicatiecommissie Opname Verpleeghuis. Verpleeghuiszorg is in die tijd plaatselijk en niet regionaal georganiseerd. Als hobby is hij tot op de dag van vandaag in diverse combo’s, vooral op trompet en klarinet, actief in de jazzmuziek. Ook fotografie en genealogie zijn nog steeds zijn hobby.
De opvolger van Lex Duymaer van Twist: Hans van Weel
Lex Duymaer van Twist is in die periode de langst zittende huisarts. Hij heeft zich reeds in 1932 op 29-jarige leeftijd gevestigd op de Heereweg 295. Hij heeft altijd veel tijd aan zijn patiënten willen besteden en om dat mogelijk te maken heeft hij bewust een kleine praktijk gehouden. Op 15 maart 1975 draagt hij na 43 jaar(!) zijn praktijk over aan Hans van Weel. (H. van Weel, geboren 11 juli 1937 te Utrecht – overleden 13 november 2016 te Voorhout). Hans is geboren in een artsengezin. Zijn vader is een vooraanstaand chirurg en hoogleraar chirurgie. Hans is de tweede zoon in een gezin van drie jongens. Al op jonge leeftijd blijkt hij veel talent voor muziek te hebben. Hij bespeelt verschillende instrumenten en heeft een absoluut muzikaal gehoor: hij kan een melodie, zonder notenschrift te kennen, direct foutloos en zuiver naspelen. De vibrafoon is zijn meest geliefde instrument en hij heeft in verschillende vooraanstaande jazzcombo’s gespeeld. Hij gaat aanvankelijk in Utrecht geneeskunde studeren, maar hij maakt zijn studie af in Leiden. Daar leert hij zijn latere echtgenote Margreet Sipman kennen. Zij studeert ook geneeskunde en heeft altijd haar eigen carrièrepad gevolgd. Zij wordt kinderarts in het LUMC en bouwt in dat vakgebied een zeer goede naam op. Helaas is zij in 2002 erg jong overleden. Van Weel zet aanvankelijk de praktijk van Duymaer van Twist voort met een doktersassistente (want zijn vrouw heeft een eigen carrière!) aan de Heereweg 295, in het huis van zijn voorganger. Ook hij introduceert direct de Groene Kaart om patiëntgegevens te noteren. Vrij snel verhuist het gezin naar villa ‘de Venne’ aan de Heereweg 341, mede omdat daar een schuur staat die de mogelijkheid biedt om te verbouwen tot een vrijstaande praktijk. Immers, in de praktijk op het adres Heereweg 295 moet nog steeds iedere patiënt de trap op! Helaas voor Van Weel zakt de woningmarkt in. Dit maakt, in combinatie met de hoge rente in die tijd, het financiële risico te groot om een verbouwing te realiseren. Een terugkerende alcoholverslaving maakt het werken uiteindelijk niet meer mogelijk. In de zomer van 1982 wordt besloten om de praktijk over te dragen en op 30 augustus 1982 zet Paul Stelder zijn praktijk voort vanaf het adres Oranjelaan 93.
Frans Haase sr. gaat samenwerken met Frans Haase jr. De laatste arts die zich in de jaren ‘70 gevestigd heeft, is de derde huisartsgeneratie Haase en om het moeilijk te maken draagt hij ook de naam Frans. (F.G.W.M. Haase, geboren 26 april 1945 te Lisse). Frans jr. is de oudste zoon in een gezin van zes kinderen. Na de middelbare school, die de eerste drie jaar op het Adelbert College in Wassenaar en de laatste twee jaar op het plaatselijke Fioretti College zijn afgelegd, begint hij zijn geneeskundestudie in Nijmegen. Na een jaar stapt hij over naar Leiden. In 1974 rondt hij zijn studie af en daarna volgt een korte periode militaire dienst. In 1975 gaat hij in de praktijk van zijn vader werken aan de Heereweg 337, eigenlijk in eenzelfde samenwerkingsvorm als zijn grootvader dat in 1939 met zijn vader deed. Frans senior trekt zich geleidelijk aan steeds meer terug uit de praktijk, maar hij blijft actief tot 1986. Hij is dan 47 jaar huisarts geweest met een onderbreking van drie jaar door zijn periode in militaire dienst in Indonesië. (Zie VOL Nieuwsblad 2024- nr. 1). In de jaren ‘70 zien we dus in korte tijd vier nieuwe, jonge huisartsen verschijnen. Huisarts is op dat moment nog een echt mannenberoep, slechts 5% is vrouw. Alle vier de huisartsen voeren de ‘moderne’ patiëntenadministratie in en de meesten gaan werken met een doktersassistente. Er komt een waarneemregeling voor alle avond- en weekenddiensten en de vakantiewaarneming wordt meer geformaliseerd, hoewel van de twee reeds langer gevestigde huisartsen Klaas Bet er altijd moeite mee gehouden heeft: hij hoeft niet op vakantie en hij is er altijd voor zijn patiënten…
Hans van Weel was ook zo’n muzikale huisarts , Paul Labohm heeft over zijn leven een boek geschreven.
Tenslotte:
it is het achtste en voorlopig laatste artikel in de reeks over de Dhuisartsen in Lisse. De hele reeks beschrijft bijna 200 jaar van medische zorg in een groeiend dorp: waar rond 1800 ongeveer 2000 mensen woonden, werden dat er rond 1980 al meer dan 20.000. Nu (2024) wonen er 23.000 mensen in Lisse en 3500 in de Lisserbroek. Het aantal huisartsen is meegegroeid. In de 19de eeuw zijn het vooral kindersterfte en infectieziekten die de aandacht van de huisarts vragen, nu zijn het veelal de ouderdomsziekten en kanker. Naast de huisarts komt de assistente als onmisbare schakel en wordt van elk consult een verslag bijgehouden. Deze reeks wilde een beeld schetsen van de ontwikkelingen in de gezondheidszorg in Lisse en daarbij was er ook aandacht voor het persoonlijke leven van die dokters in relatie met hun patiënten en hun gezin. Dit artikel kwam tot stand na gesprekken met John en Stella Sedelaar, Joke de Vroomen, Nanke van Dijk, Ellen van Weel, Sake Holl, Ajo Duymaer van Twist en Frans Haase jr.
Heereweg 337 praktijk en woning van de familie Haase
Tentoonstelling Achterweg
/in Nieuws /door Nico GroenOp 15 november is in het museum de Zwarte Tulp in Lisse een speciale tentoonstelling van start gegaan. Een deel van deze tentoonstelling is ingericht in goede samenwerking met een aantal medewerkers van de Vereniging Oud Lisse. Het thema van dat onderdeel is De Achterweg, van zandweg naar woonwijk. De historie van de weg en het leven en wonen van een aantal belangrijke bollenfamilies worden uitgelicht. Ook tijdens Open Monumentendag was er al extra aandacht voor de architectuur van deze weg en in het komende voorjaar komen we er op verschillende wijzen op terug.
Het andere deel van de tentoonstelling is ingericht met vrijwel de gehele collectie van de Witte Zwaan, oorspronkelijk samengesteld door Harry en Joop Zwetsloot.
Het geheel is zeker de moeite waard om te bezoeken tijdens de openingstijden van het Museum.
Website oudlisse.nl
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
Nieuwsblad 24 nummer 4 2025
Onze vereniging heeft al jaren een website waarop u informatie kunt vinden over het reilen en zeilen van onze vereniging. Zo staan er overzichten op van de rijks- en gemeentelijke monumenten die Lisse rijk is en is er een lijst van waardevolle bomen in onze gemeente. De artikelen die u in ons Nieuwsblad en in de plaatselijke pers vindt, komen op een later moment op onze website te staan. Een voordeel daarvan is dat deze op naam en op onderwerp doorzoekbaar zijn. De VOL heeft een rijke verzameling foto’s, waarmee thematisch verhalen over Lisse verteld kunnen worden. Zo leidde het project 400 jaar Poelpolder niet alleen tot een boek, maar ook tot een fototentoonstelling in de bibliotheek. Van de foto’s op de tentoonstelling werd een beeldverhaal gemaakt dat nu op onze website staat. Bovendien werden een wandelroute en een fietsroute gemaakt door de Poelpolder waarbij de rijke historie van dit gebied duidelijk zichtbaar is gemaakt. Een wandelroute was ook het resultaat van het project over de Achterweg waarover u in een andere flits meer kunt lezen. U kunt van de hoogtepunten uit deze routes dus ook in uw luie stoel genieten. De historische wandel- en fietsroutes kunt u digitaal bekijken via https://route.oudlisse.nl ; de beeldverhalen van Lisse via https://beeldverhaal.oudlisse.nl.
Lisserpoelmolen onttakeld
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
Nieuwsblad 24 nummer 4 2025
Het moet een enorme schok voor vrijwillig molenaar Robert van Vuuren geweest zijn toen hij op 22 juni een rare harde knal hoorde op het moment dat hij de molen stil wilde zetten. Het weer was op dat moment niet extreem. Maar toch, foute boel zoals later bleek, een breuk in de bovenas. Het is vaker gebeurd. In1868, 1873, 1890 en 1907 verspeelde de molen ook zijn bovenas, de laatste keer door een windhoos. In 1907 kwam de huidige bovenas, die dateert uit 1872 en eerder in een andere molen dienstdeed, in de Lisserpoelmolen. Voor de veiligheid is de molen in juli ontdaan van zijn wieken en roeden. Het is een triest gezicht. Onduidelijk is nog wat de reparatie gaat kosten maar zeker is dat het bedrag gigantisch zal zijn. Het gaat ons allen aan het hart. Tenslotte is dit de oudste, origineel als vijzelmolen gebouwde molen in Nederland, misschien zelfs wel in de wereld. Er lagen zulke mooie plannen om de molen uit 1676 ook een meer museale rol te laten spelen op het
gebied van toerisme en educatie. Bij Oud Lisse hebben we daar al eens kennis mee mogen maken en we weten hoe bevlogen en duidelijk Van Vuuren de geschiedenis van de molen kan vertellen. Die plannen lopen nu zeker vertraging op. Eerst herstel. En dat mag toch niet te lang duren. Want hoewel de polder voor de waterafvoer niet meer afhankelijk is van deze windmolen, wordt de molen nog regelmatig ingezet als hulpgemaal bij extreme wateroverlast. Helaas krijgen we door de klimaatverandering steeds vaker met enorme en langdurige buien te maken, dus dit hulpgemaal kan niet gemist worden. Sinds 1989 is de achtkante Lisserpoelmolen in eigendom van de Rijnlandse Molenstichting, die dus ook voor de reparatie moet zorgen. De Stichting vraagt steun bij de financiering, want er dreigt een tekort. Subsidies en fondsen bieden onvoldoende soelaas. Help dus de stichting, zodat de trots van de Poelpolder en Lisse weer snel haar rondjes kan gaan draaien.
Opening tentoonstelling Nationaal Museum De Zwarte Tulp
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
Nieuwsblad 24 nummer 4 2025
Zaterdagmiddag 15 november jl. is in Nationaal Museum De Zwarte Tulp de tentoonstelling ‘Eeuwig Voorjaar’ geopend, een tentoonstelling waar de Vereniging Oud Lisse een deel aan heeft bijgedragen. In deze tentoonstelling wordt de kunstcollectie ‘De Witte Zwaan’ overzichtelijk en uitgebreid getoond. In een paralleltentoonstelling wordt aandacht geschonken aan de geschiedenis van de Achterweg en de eerste ‘bollenfamilies’ die er zich vestigden. De samenwerking tussen Vereniging Oud Lisse en Nationaal Museum De Zwarte Tulp is voor deze tentoonstelling voor de eerste maal gezocht en gevonden. Wellicht zal deze samenwerking in de toekomst opnieuw worden benut: over de bollencultuur en de mensen die erin werken is tenslotte veel materiaal bij de Vereniging beschikbaar. Onder grote belangstelling en in een feestelijke sfeer werd de dubbele expositie ingeleid door Ernie van der Voet-Zwetsloot, voorzitter van het bestuur van collectie ‘De Witte Zwaan’ , en door Peter Vink namens de Vereniging Oud Lisse voor het deel over de historie van de Achterweg in Lisse. De collectie ‘De Witte Zwaan’ is opgebouwd door de broers Harry en Joop Zwetsloot. Door middel van schilderijen, keramiek, grafiek en zelfs op een uniek meubel uit het einde van de 17e eeuw worden in grote verscheidenheid bloeiende bolgewassen getoond. Vrijwel de gehele collectie, waarvan een beperkt deel permanent in het museum staat opgesteld, kan worden bewonderd. De Achterweg is een eeuwenoude doorgangsweg, gelegen op een nog oudere strandwal. Aan de hand van vroege kaarten en tekeningen wordt de geschiedenis van deze weg in beeld gebracht via beeldprojecties op de wand. De bewoners van de Achterweg waren vooral agrariërs. Vanaf eind 18e eeuw hebben zich met name aan de westkant van de weg een aantal vooraanstaande bollenfamilies gevestigd. Families met namen als Vreeburg, Lefeber, Van der Salm en De Vroomen worden in de expositie speciaal uitgelicht. Aan de oostkant van de weg is het aan het begin van de 20e eeuw nog heel lang leeg. Vanaf de jaren dertig worden er enkele scholen gebouwd, later ook een bejaardenhuis. Al deze gebouwen zijn inmiddels gesloopt of vervangen; de Kindercampus Joseph en woonzorgcentrum Rustoord zijn recent helemaal opnieuw opgebouwd. Komend voorjaar zal bij de Vereniging Oud Lisse een lezingenavond worden gewijd aan de Achterweg. Tevens is een wandeling door deze opmerkelijke straat in voorbereiding. We doen hierbij graag een oproep aan onze leden om de tentoonstelling enthousiast te bezoeken. Tot 15 maart hebt u de gelegenheid!
BESTUURLIJKE ZAKEN
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
Nieuwsblad 24 nummer 4 2025
Erfgoed, samenwerking en toekomst
In dit nieuwsblad mag ik u namens het bestuur informeren over bestuurlijkezaken. Graag blik ik kort terug op het afgelopen jaar en kijk ik met u vooruit naar wat het nieuwe jaar ons brengt. Terugblik op activiteiten in de Poelpolder Ook in het laatste kwartaal heeft de Poelpolder veel aandacht gekregen. Op 28 november organiseerden we voor de tweede keer de lezing Boeren in de Poelpolder. Deze avond in de CNB was opnieuw volledig uitverkocht. Cor Langeveld, Mart Duineveld en Pieter van der Zon vertelden over de landbouwbedrijven van hun families – vroeger én nu. Opvallend was hoeveel bezoekers een band met de Poelpolder hadden; sommigen kwamen speciaal van ver. Het voelde bijna als een reünie, met veel ruimte om na te praten. De samenwerking met het hoogheemraadschap van Rijnland kreeg in dit project een mooi vervolg. Afgelopen voorjaar organiseerden we een reeks rondleidingen in het archief van Rijnland, gevolgd door een tiental rondleidingen in het historische Gemeenlandshuis aan de Breestraat in Leiden. Dit veertiende-eeuwse gebouw ademt de geschiedenis van Rijnland en maakte diepe indruk op de deelnemers. We zijn het hoogheemraadschap veel dank verschuldigd voor de gastvrijheid en deskundige begeleiding.
Nieuwe aandacht voor de beeldbank
Nu veel activiteiten rond de Poelpolder zijn afgerond, richten we ons op nieuwe projecten. Een van de speerpunten voor volgend jaar is onze beeldbank. Deze collectie van inmiddels bijna 6.000 foto’s is uitgegroeid tot een belangrijk instrument om de geschiedenis van Lisse zichtbaar te maken. Onze ambitie is om de beeldbank verder te versterken en uit te bouwen tot een toonaangevende, goed ontsloten collectie voor historisch Lisse. Daarvoor willen we de werkprocessen stroomlijnen – van digitalisering en selectie tot beschrijving en eindredactie – en het team uitbreiden. Wie wil bijdragen aan dit waardevolle werk, nodigen we van harte uit zich te melden via info@oudlisse.nl.
Actieve bescherming van het erfgoed
Een van de doelstellingen van onze vereniging is “het beschermen en zichtbaar houden van erfgoed”. De zichtbaarheid is goed ontwikkeld, maar op het terrein van actieve bescherming liggen kansen. Een werkgroep buigt zich over de vraag welk erfgoed bescherming én zichtbaarheid verdient. Daarvoor ontwikkelen we eerst een beoordelingskader, waarna we een inventarisatie kunnen starten, om praktische redenen beginnend met gebouwen van Lisse. De werkgroep kan versterking gebruiken. Heeft u deskundigheid op het gebied van architectuur of bouwhistorie en vindt u behoud van erfgoed belangrijk, dan horen wij dit graag via info@oudlisse.nl.
Tot slot
Onze vereniging blijft groeien in activiteiten, ambities en betrokkenheid. Met uw steun kunnen we blijven werken aan een toekomst waarin het verleden van Lisse zichtbaar en beschermd blijft. Ik wens u veel leesplezier met dit nieuwsblad.
Henk Schaap
Inhoud Nieuwsblad 24 nummer 4 2025
/in Nieuws, Nieuwsblad /door Nico GroenVilla Wassergeest 100 jaar
/in Nieuws, Publicaties /door Nico GroenSporen van vroeger (LisserNieuws)
16 december 2025
door Nico Groen
Villa Wassergeest, Heereweg 340, ligt tegenover de Tuinbouwschool. Het is gebouwd in 1925, 100 jaar geleden dus. De architect was Leen Tol sr. De opdrachtgever was Alfons Belle, bollenkweker van beroep. De villa staat op de gemeentelijke monumentenlijst.
De wit gepleisterde villa bestaat uit 2 bouwlagen onder een hoge zolder met een schilddak. De voorgevel is asymmetrisch met links een groot raam en rechts een bijzonder portaal. De hele woning staat bijna een meter boven de tuin. Vandaar dat het portaal te betreden is met een vijftal traptreden. De houten deur heeft vensterglas met traliewerk. Naast de deur bevinden zich vier kleine vensters met glas-in-lood. Boven de ingang zijn een luifel en vier kleine vierkante vensteropeningen als bovenlichten gerealiseerd. Boven het portiek is in een verdiept veld de naam ‘WASSERGEEST’ aangebracht. Links in de voorgevel bevindt zich een erker met afgeschuinde hoeken. Deze worden door een houten geprofileerde lijst afgesloten. De vensteropeningen op de eerste verdieping zitten tussen strak vormgegeven lekdorpels en lateien. Aan iedere kant van het dak ligt een dakkapel in de stijl van een z.g. ‘opnieuw verbeterde Hollandse dakkapel’ met twee ramen met glas-in-lood. De dakkapellen hebben een overstekend plat dak. Tegen de linker zijgevel is een serre aangebouwd met een balkon daarboven met een stenen borstwering. De aangebouwde garage staat op de noordwesthoek van de villa. In 2001 werd de villa verbouwd en in 2002 was een berging bijgeplaatst.
Bollenteler A.M. Belle
A.M. Belle liet de villa bouwen op zijn bollenland, dat ter plaatse van de Heereweg tot de Achterweg liep. Achter de villa loopt een heel oude haag vanaf het huis tot de Achterweg. Het land van Belle lag aan de zuidkant van deze haag. Later werd het land verkocht aan het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek. Daar werden meer dan 60 jaar buitenproeven genomen met allerlei bolgewassen. Daarna is het land overgenomen door de HOBAHO.
Alfons Belle heeft de villa Wassergeest genoemd, omdat de grond oorspronkelijk aan buitenplaats Wassergeest toebehoorde.
Buitenplaats Wassergeest
Jhr. Adriaen van der Laen van buitenplaats Ter Specke kocht in de loop van de eerste helft van de 17e eeuw veel grond op in de zogenaamde Westgeest, dat tussen de Vuursteeglaan en de Catharijnelaan lag. Huize Wassergeest werd in 1660-1661 door hem gebouwd.
Daniël Pompeus Johannes van der Staal van Piershil (1874-1858) was op een gegeven moment de eigenaar van de buitenplaats. Financieel ging het de laatste jaren van zijn leven slecht. Bij openbare verkoping in 1852 werden alle bezittingen via via gekocht door buitenplaats Keukenhof, De Keukenhof verkocht of verhuurde de grond aan Alfons Belle (1893-1975), die van de weilanden bollengrond maakte, door verdere egalisering van het oorspronkelijke duinlandschap. Belle was een belangrijke bollenteler met veel invloed. Hij was bijvoorbeeld bestuurslid vanaf het begin bij de bloemententoonstelling Keukenhof. In 1953 was hij voorzitter van de Bloemencommissie van het Bloemencorso. Niet voor niets werd hij gehuldigd als Ridder in de orde van Oranje Nassau.
Villa Wassergeest rond 1930. De oude haag van voornamelijk beuken en eiken is goed te zien.
HET BRUINE CAFÉ deel 3. De Taveerne in de Wagendwarsstraat
/in Historie /door Nico GroenDe Taveerne of van ouds “De Vereniging” aan de Wagendwarsstraat is een blijvertje op het gebied van het bruine café. Louise Kerkvliet-van Kampen neemt ons mee in het enige echte bruine café dat Lisse nog rijk is.
door Louise Kerkvliet-van Kampen
Nieuwsblad 23 nummer 4 2024
Mevr. J. J. Duivenvoorden-Warmerdam, een doorzetter!
Het naastgelegen huis krijgt een eigen kadastraal nummer en is niet meer onderdeel van de opstallen van het café. Het is onbekend wie exploitant is tussen 1936 en 1946, maar aannemelijk is dat de locatie verhuurd wordt. Volgens een krantenadvertentie uit 1937 geeft mevrouw De Wekker er dansles in de grote zaal. Verder zien wij in een ander krantenartikel dat er voor grote gezinnen een kerstfeest gevierd wordt in 1939, bekostigd door de Katholieke Kerk van Lisse. Na het feest worden voedselpakketten verstrekt aan de aanwezigen. Tussen 1946 en 1952 exploiteert Jos van Riel (1897-1967) uit Best het bedrijf; hij woont met zijn gezin in de Nieuwstraat. De familie is nu nog een bekende horecafamilie. In advertenties zien wij dat het bedrijf gevoerd wordt onder de naam De Vereeniging. Vanaf 1927 exploiteert Cornelis Theodorus Duivenvoorden (1902-1942) met zijn echtgenote Jacoba Johanna Warmerdam (1903-1987) het KAB gebouw in de Schoolstraat. Helaas komt Cornelis Duivenvoorden jong te overlijden en blijft Jacoba achter met tien jonge kinderen. Alhoewel de verdiensten niet hoog zijn, zet zij het café voort tot 1952. Het verenigingsleven en de feesten en partijen gaan tijdens de oorlogsjaren gewoon door. Zoals aangegeven in het artikel over de Gewoonste Zaak (in Nieuwsblad nummer 2, 2024) werden alle bondsgebouwen tijdens de oorlog ondergebracht bij Het Nederlandsche Arbeidsfront, de nationaalsocialistische vakbond. Rond 1950 komen alle bezittingen terug aan de voormalige eigenaar het Bisdom Haarlem en deze besluit alles te verkopen. Weduwe Duivenvoorden heeft vernomen dat Jos
van Riel zijn bezit in de Wagendwarsstraat wil verkopen. Jacoba en haar zonen Peter (1929-1960) en Cock (1927-1958), die de hotelschool hebben doorlopen, besluiten het bedrijf gezamenlijk te exploiteren. Vanaf 1952 zijn zij samen eigenaar van het pand met opstallen in de Wagendwarsstraat. Zij willen het café een nieuwe passende naam geven en besluiten een prijsvraag uit te zetten met als hoofdprijs een mooie fles wijn. Albert Helmus (1928-2017), pianoleraar in Lisse, stelt de Taveerne voor en dat valt in de smaak. Tot op heden is dat de naam van het bedrijf. Als Cock en kort daarop Peter veel te vroeg komen te overlijden, komt broer Jan (1938-) noodgedwongen het bedrijf versterken. Jan heeft de hotelschoolopleiding afgebroken en is gaan varen bij de Holland-Amerika Lijn. Na het overlijden van zijn broers komt hij terug om samen met moeder het bedrijf voort te zetten. Er moet flink gewerkt worden, omdat er vier gezinnen moeten rondkomen van de inkomsten. Alle familieleden moeten helpen om de zaak draaiende te houden, ook jongste dochter Thea (1941-2020).
Thea en Sandor (Alex) Szabò runnen de zaak verder.
Om ervaring op te doen in de horeca gaat Thea enige tijd naar Duitsland, waar ze receptioniste is bij Hotel Atlanta in Andernach. Daar ontmoet zij Sandor (Alex) Szabò (1938-2020). Hij is gevlucht uit Hongarije naar aanleiding van de opstand tegen het stalinistische bewind van 1956 en is uiteindelijk terechtgekomen in Duitsland. Zij worden verliefd en trouwen in 1962. Rond 1964 komen Thea en Alex in dienst van het bedrijf van moeder; later zijn ze aandeelhouder. Begin jaren zeventig is er wederom een opstand in Hongarije en vlucht broer Jens Szabò (1947-2021) naar Italië, waar hij opgehaald wordt door zijn broer. Jens komt in dienst bij de Taveerne en als hij in 1974 verkering krijgt met Germa Frederiks uit Hillegom en later met haar trouwt, komt ook zij in dienst. Vele jaren hebben zij boven de zaak gewoond. Van 1966 tot 1978 is een gebruikelijke financiële constructie aangegaan met de firma Bols Ned./Heineken Expl. Maatsch. Het is een constructie die vele horecabedrijven aangaan in die jaren. Bols/Heineken worden eigenaar van het pand met opstallen van het horecabedrijf en Jacoba Duivenvoorden-Warmerdam wordt huurder.
Jens en Germa Szabò woonden en werkten in de Taveerne
Later gaan Alex en Thea door met de bestaande bedrijfskundige constructie en vanaf 1978 nemen zij de huur over van Heineken en stapt Jacoba Duivenvoorden- Warmerdam uit het bedrijf. In 1986 kopen Thea en Alex Szabò alles terug van Bols/Heineken en worden zij eigenaar van het pand met opstallen. Thea en Alex zijn heel bijzonderemensen; ze weten iedereen met naam te verwelkomen en staan altijd klaar met een luisterend oor. Ze zijn beiden heel vrolijk, warm en sociaal. Veel buurtgenoten komen langs voor een praatje en hun kopje koffie of biertje en versnapering na het werk. Alex is een goede kok; hij maakt heerlijke goulashsoep die zeer gewild is bij de klanten. Zeker in de jaren 60 waren er nauwelijks buitenlandse invloeden in onze keuken. Door de komst van Alex kregen wij een stukje Hongarije mee. Wij genoten niet meer van gehaktballen in jus, maar van poestagehaktballen, zeldzaam lekker. Hij kookte wat af; hele busladingen aten in de Taveerne tijdens de Keukenhof-periode. De bussen draaiden door de smalle straatjes om klanten te brengen. Die kregen iets heerlijks voorgeschoteld. Ted Warmerdam hielp in de jaren 60 regelmatig mee in de zaak. Tijdens de feestweek kregen de kermisexploitanten een feestje aangeboden dat gehouden werd in de Taveerne. Ook wordt er gekaart in de feestweek en in 1984 wordt als extra attractie een varken verdeeld onder de prijswinnaars. Vooral herinner ik mij de jukebox en het meezingen met oude en nieuwe liedjes, dat gaf een gevoel van verbondenheid. Zittend op een barkruk een praatje maken met alle bekenden uit de buurt en met dorpsfiguren die op zaterdagavond een drankje komen nuttigen. Een heerlijk onbezorgde en gezellige tijd. Er zijn veel plaatselijke verenigingen die gebruikmaken van de zaal, maar er worden ook talrijke bruiloften en feesten gevierd en Alex weet elke keer weer iedereen iets lekkers voor te zetten. In de regio is een levendige biljartcompetitie, die in veel cafés in Lisse wordt gehouden, ook in de Taveerne. In het café wordt ook snooker gespeeld. Er worden toneelvoorstellingen gegeven, danslessen door Castelein, tal van sportverenigingen maken gebruik van de voorzieningen. Tijdens de feestweek en de kerstperiode is er vlotbruggen (de vlotbrug is een dikke houten plaat die in de hoek van de biljarttafel wordt gelegd. De plaat heeft 25 holletjes en een afgeschuinde kant, waar een bal tegen op gespeeld kan worden). De Taveerne is sponsor
van veel van deze verenigingen, maar in het bijzonder van de biljart- en zaalvoetbalteams. In 1998 verhuren Thea en Alex de Taveerne aan Teun Oosthoek en Philip Hogervorst voor een periode van vijf jaar. Zelf stoppen zij met actief werken en gaan van hun pensioen genieten. In 2004 koopt Teun de Taveerne en hij is de huidige eigenaar-exploitant van een van de weinige bruine cafés die Lisse nog heeft.
Gevel van de Taveerne nog niet wit gepleisterd