DEVER 650 jaar: Ridder Reinier

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

31 maart 2026

door Nico Groen

In de jaren zeventig van de 14e eeuw is donjon Dever door ridder Reinier d’Ever gebouwd. Waarschijnlijk is de bouw gestart in 1376, nu 650 jaar geleden. Daarom wordt in Sporen van Vroeger ingegaan op de geschiedenis van Dever. Reinier d’Ever was ridder.

In zijn jeugd werd Reinier voorbereid op het ridderschap, omdat zijn voorvaderen dat ook al waren. De vader van Reinier d’Ever, Gerardus Ever ook wel Gherit van Ever genoemd, kwam in 1345 bij de slag van Warns om het leven. Hij was ridder. Ook de vader en grootvader van Gerardus, die beiden ook Gerardus heetten, waren hoogst waarschijnlijk al ridder. In 1272 kwam zijn grootvader waarschijnlijk om het leven bij de verloren veldslag van Floris V bij Heiloo tegen de Friezen. Zijn vader ging met Willen III in 1315 op het oorlogspad tegen de Vlamingen.

Reinier werd ridder in 1361

Reinier werd in 1361 tot ridder geslagen toen hij 29 jaar oud was. Hij werd waarschijnlijk geridderd door hertog Albrecht van Beieren, de opvolger als graaf van Holland en Zeeland van zijn broer graaf Willem V, met wie Reinier vaak op pad ging. De ridderslag was waarschijnlijk het hoogtepunt in het leven van een edelman. Geknield ontving hij de slag met de vlakke zijde van het zwaard op de schouder of in de nek. Meestal gebeurde dit voor of na een veldslag of een belegering. Plechtig beloofde hij dapper en moedig te zijn, trouw aan zijn heer, god te eren en de zwakken te beschermen. Daarna mocht hij zich ridder noemen.  Ridderlijkheid viel uiteen in vijf hoofdwaarden; eer, kracht en moed, trouw, vrijgevigheid en eerlijkheid.

Ridder in zijn meest oorspronkelijke vorm betekende bereden soldaat. Hij moest zijn heer beveiligen en meedoen aan eventuele veldslagen en was in dienst van zijn heer. Ruiter en ridder had toentertijd dezelfde betekenis. Dat was in de vroege middeleeuwen. Later in de 13e en 14e eeuw kreeg het ridderschap meer aanzien en werden steeds meer edelen ook ridder. Toen kon men alleen ridder worden wanneer men een versterkt huis had, dat omgeven was door een gracht. Het huis moest goed verdedigd kunnen worden. Bovendien moest een ridder zijn eigen uitrusting en zijn eigen paarden betalen, evenals de pages, schildknapen en ander personeel. Reinier d’Ever en zijn voorvaderen moeten daarom in Lisse al aanzienlijke bezittingen hebben gehad, waaronder een versterk huis met daar omheen een gracht, maar de huidige donjon was nog niet gebouwd.

Familie Ever verbonden met Lisse

In het dikke boek ‘Het huis Dever te Lisse’ van A.M. Hulkenberg uit 1966 staat op pagina 10 het volgende. De eerste documenten, die de connectie tussen de familie d’Ever en Lisse beschrijft stammen uit 1281-1283. Conrard die Ever verkrijgt in 1281 verschillende inkomsten van graaf Floris V. Hij verkocht deze inkomsten al weer in 1283 aan de vrouwe van Teylingen met als handtekening ‘Ever van Lysse’. Dit laatste is zeer belangrijk omdat daaruit blijkt dat Conrard die Ever zich ook heer van Lisse noemde.

Foto: Een harnas uit de Middeleeuwen
Foto: Muiderslot.nl