CONSTANTIJN HUYGENS OP MEER-EN-BERGH ; De rommeling. (19)
Door Alfons Hulkenberg
Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn
“Van stomme schepselen en weet ick geen’ als Boomen,
Die onse biddende gedaente naerder komen:
Wij streken even soo ons’ handen Hemelwaerd,
Maer onse wortelen zijn machtigh vast in d’Aerd.”
Huygens hield erg veel van bomen en tuinen, en hij is die in 1669 komen bezien in Lisse op de machtige buitenplaats Meer-en-bergh van de Heer Gerard van Wassenaer van Alkemade. Dat toont al meteen zijn ruime geest; jonker Gerard was “Rooms-gezind” en stond dus geheel buiten het Haagse Hofleven, waar Huygens als secretaris van Prins Frederik Hendrik kind aan huis is geweest.
Constantijn Huygens was een der fijnzinnigste dichters van onze Gouden Eeuw, lid van de “Muiderkring”, maar gelijkertijd ook een begaafd politicus. Zijn buitenplaats te Voorburg, “Hofwijck”, een wijkplaats na de beslommeringen van het hofleven, is geheel gewijd aan zijn nagedachtenis en aan die van zijn zoon Christiaan en het bezoeken vol op waard. Ook deze Christiaan, Heer van Seelhem, een beroemd wis- en sterrenkundige en de uitvinder van het slingeruurwerk, was in Lisse niet onbekend. Hij is waarschijnlijk identiek met “Christianus Huygen van Seelhoff”, die in 1655 voor Schout en Schepenen van Lisse verscheen, in verband met de verkoop van Keukenhof. De heren Huygens met voorname gratie rijdende in de koets door het landelijke Lisse. Men ziet ze in den geest nog voorbijgaan.




