De Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt van Lisse
Wie kent niet het Witte Kerkje in Lisse aan de Prinsessestraat. Nu ruim 50 jaar geleden werd het gebouwd. Het was in de beginjaren na de oorlog dat de toenmalige kerkleden in het centrum van het dorp een stuk grond kochten om daar een bescheiden kerkje te bouwen. Die kleur wit had direct al iets opmerkelijks. De bouw was nog maar nauwelijks gereed of in de volksmond sprak men over het Zwitserse kerkje. Dat bleef vele jaren zo. En dat er op het torentje ook een kruis stond, dat was in de ogen van velen wel vreemd, want dat behoorde toch alleen bij de Rooms Katholieke Kerken. De kerkelijke gemeente van toen had van meet af aan de behoefte om te laten zien dat dit kruis verwees naar het hart van het evangelie: het Kruis van Jezus Christus.
Het kerkgenootschap dat eigendom is van het Witte Kerkje, behoort landelijk tot de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Vandaag veelal afgekort de GKV. Deze kerken ontstonden in 1944 en de daarop volgende jaren. Een leergeschil in de bestaande Gereformeerde kerken over de doop, liep na vele besprekingen uit op een uiteengaan van kerkleden. Als je gedoopt was mocht je altijd geloven datje vanaf dat moment was opgenomen in het verbond dat God daarmee met de dopeling sloot. Die verbondssluiting is éénmalig en daardoor uniek. Het leergeschil ontstond toen de landelijke Synode van genoemde kerken, tot een andere conclusie kwam. Wanneer een kerklid op een bepaald moment later in zijn of haar leven de kerk de rug toekeert, zo zei men, dan is die doop niet echt geweest. En dit, zo meende de Synode, moet nu ook in de kerk vanaf de preekstoel worden geleerd. Dit had tot gevolg, dat er leden waren die tegen die opvatting bezwaren in brachten. De bezwaarden, zo werden ze genoemd, maakten zich vrij. Zo ontstonden de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken. Wie de kerk verliet, werd ingeval het een minderheid betrof, dakloos. Op donderdag 2 augustus 1945 vond in Lisse de Vrijmaking plaats. Omdat er landelijk en plaatselijk gezien zo twee Gereformeerde Kerken ontstonden, hebben de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken voor de postadressering daaraan de toevoeging “Artikel 31 DKO” gegeven. Want die Vrijmaking was als gebeuren geheel legaal op basis van de ontsnappingsclausule in artikel 31 van de Dordtse kerkorde. In de tijd gezien bleek die postale toevoeging niet altijd zo gelukkig te zijn geweest. Ook nu zijn er nog wel mensen die nieuwsgierig zijn naar de betekenis van die toevoeging.
Gezegd moet worden dat de kerkleden die zich vrijmaakten vanaf dat moment niet stil hebben gezeten. Men heeft van meet af aan elke zondag kerkdiensten kunnen houden. Vanaf 5 augustus 1945 tot 6 december 1950 werden deze in de veilingzaal van de Hobaho gehouden. De directie van Hobaho heeft al die jaren deze zaal kosteloos ter beschikking gesteld. Het werd als een wonder ervaren. Voor catechisaties en verenigingswerk werd een vergaderruimte van het bedrijf van firma Horsman aan de Nieuwstraat ter beschikking gesteld. Ook werd bij gemeenteleden thuis vergaderd. Er werd ook begonnen met het opzetten van een bibliotheek met studiemateriaal voor de verenigingen. Er was veel inzet om het kerkelijk leven weer op gang te brengen. Dat gold te meer toen de bouw van de huidige kerk door de firma Horsman en Co. begon. Het was voorjaar 1950. Het bouwen verliep zo voorspoedig, dat op 6 december van dat jaar de ingebruikname plaats kon vinden. Meerdere verbouwingen hebben later plaatsgevonden.
Toch werd de gemeente nadien nog geen eenheid gegund. Een gevoel van helemaal vrij te zijn van kerkelijke regels kondigde zich landelijk in de zeventiger jaren aan. De gemeente moest daardoor in 1971 weer leden missen. Deze laatsten vormden nadien de Nederlands Gereformeerde Kerk. Het gemeenteleven aan de Prinsessestraat moest zich in meerdere opzichten herstellen.
Het zingen ging vanaf het begin met begeleiding van een harmonium. Maar in 1974 maakte dit kleine instrument plaats voor een echt kerkorgel met een historische waarde, afkomstig uit een klooster in Velp. In de afgelopen jaren is er veel bezinning gekomen op de liturgie. De leden van de gemeente hebben nu ook taken in de kerkdiensten. Ook voor de kinderen is er speciale aandacht. En een ad-hoc Cantorij verleent haar medewerking aan bijzondere kerkdiensten.
Het aantal leden heeft nadien gemiddeld genomen altijd wel geschommeld rond de 150. De GKV van Lisse is eigenlijk altijd al een streekgemeente geweest. Naast Lisse komen de leden ook uit Hillegom, Sassenheim, Voorhout en Nieuw-Vennep. Sinds 1998 is ds. B. van Veen als predikant aan de gemeente verbonden. Naast de twee kerkdiensten op zondag worden er op bepaalde zondagen ook missionaire samenkomsten in Voorhout gehouden. Gedurende de laatste twintig jaar hebben veel bezoekers op Open Monumentendagen een kijkje in het gebouw genomen. Ook daardoor heeft deze kerk meer bekendheid gekregen. Deze kleine kerkgemeenschap wil het Evangelie als Gereformeerde Kerk, die haar wortels diep in de historie heeft, vandaag de dag op eigentijdse manier uitdragen en verkondigen.




