“HALFWEGEN TUSSEN HAARLEM EN LEYDEN”; De rommeling. (28)
Door Alfons Hulkenberg
Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn.
“Ik ga bezien het lieflijk Halfwegen, Daar het kanaal bij heen stroomt en gelegen Voor de reiziger die elders henen wil Zeer dienstig, wijl het vaartuig nooit is stil.”
Aldus rijmde onze Jan de Graaff Szn or streeks 1770 in zijn “Lisser Arkadia”. Op deze tekening van J. v.d. Kloot uit 177 ligt het vaartuig toch echt wel stil. Het “jagertje” gaat het paard van de trekschuit verwisselen, twee heren staan wat te praten en een ander heeft de behoefte gevoel zich na de lange, trage schuitreis in de richting van een boom te vertreden. Op de achtergrond is een hooiberg en daar zijn ook de stallen voor de trekpaarden. Welk een rust op Halfwegen. In ” ’t Roem waard Lisse” kan men over Halfweg en de landelijke bedrijvigheid ter plaatse nog veel meer lezen.
Aan de overzijde, vlak bij de brug, staat een alleraardigst huisje. Het zou nog veel aardiger zijn, als het niet een aantal jaren geleden een dak met zware hardrode pannen had gekregen. Met oude pannetjes, zoals die nu bij voorbeeld liggen op het gerestaureerde poortwachtershuis van Dever, en met een echte simpele deur — al zou die dan ook zijn vastgezet — en zonder dat te moderne hout en die huidige grote ruiten zou het een nog veel bekoorlijker geheel zijn geworden. Jammer dat het huis niet op de “Monumentenlijst” stond, want dan had men graag (en gratis) adviezen gegeven en ergens nog wel een stel oude pannen opgeduikeld. In het archief van Keukenhof is wel een en ander over het huisje te vinden en in het boek “Keukenhof” wordt het ook genoemd. Het eerst vernemen wij erover in 1753 als het thans verdwenen buitenplaatje Middelburg en zijn boerderij, de huidige boerderij der familie Van Graven, zal worden verkocht. Een advertentie in de ” ‘s-Gravenhaegse Woensdagse Courant van den 14den November A° 1753″ vermeldt: nog een Huysinge, erf en thuyn, groot circa 300 roeden, geleegen aan de Haarlemmer Trekvaart omtrent de brug van Halfwegen”.
De verkoop is niet doorgegaan; de boerderij en het bewuste huisje bleven nog jaren lang in het bezit van Maria Jacoba Johanna Tjarck, de enig overgebleven dochter van de vorige, overleden eigenaar. (Zie Leids Jaarboekje 1972.) Zij was gehuwd met Jean Baptiste Francois George Graaf van Oultremont de Warfusée en woonde meestal in België. Maar in 1781 doet ze het toch van de hand. Dan verkopen haar gevolmachtigen aan “de schippers van Leyden op Haerlem een huijs en erve met zijn schuldbrief, teeltuijn, weyland en bosje, staande ende gelegen aan de Trekvaart omtrent de brugge van Halfwegen, volgens de kaart van landmeter Cornelis Velsen d.d. 14 febr. 1727 500 roeden”. De prijs is f 699. Helaas is die kaart van Cornelis Velsen tot nog toe onvindbaar.
Wat moeten die schippers nu met dat huis? Ach!, soms bleef een schuit een nacht over, en dan moest er altijd iemand bij de hand zijn. Eventueel ook voor kleine reparaties. Toen in 1881 de N.Z.H.T.M, werd opgericht kwam er ook halverwege, in Hillegom, een remise met woningen voor het personeel. In 1843 was het met de schipperij gedaan; de trein reed en de schuiten hadden geen klanten meer. Toen verkochten de “schippers van het Volksschuitenveer van Haarlem op Leiden, wonende te Leiden”, hun gezamenlijk bezit aan Jhr. J. Steengracht van Oostcapelle, de eigenaar van Keukenhof. Het werd omschreven als “een huis, erf, tuin, wei- en boschland, gelegen in de Groote Looster onder Lisse, belend aan drie zijden den koper en voorts aan de trekvaart. “De schippers waren Pieter van der Velden, Johannes Rietbergen, mede namens Cornelis Rietbergen en Jan Parmentier, “de eenige bestaande schippers van het Volksschuitenveer van Leijden op Haarlem en terug”. Ze konden geen bewijs van eigendom tonen, en dat is wel lastig. Voordat in de Napoleontische tijd het kadaster ontstond, diende men de vorige, perkamenten transportacten zorgvuldig te bewaren! De schippers verklaren slechts, dat hun huis en erf al “sedert een onheuglijken tijd” toebehoort, en daar neemt men dit maal genoegen mee. Prijs f 2.500. Dan staat er nog, dat men tot 31 december 1845 vrijdom van grondbelasting had, “als geheel nieuw gesticht gebouw”. Het huidige huis is dus van omstreeks 1845, het vorige huis is dus toen (geheel?) afgebroken.





