Hart voor historie (3); Huidige eigenaars herstellen Huis Rutsbo in oude luister


Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Huis Rutsbo (links) op een ansichtkaart, toen nog aan de Rijksweg. (Foto: Vereniging Oud Lisse)

LISSE – Huis Rutsbo (Heereweg 28) kent een rijke his­torie. Alleen de naam al is bijzonder. Deze is afkomstig uit het Zweeds en betekent: het huis van Rut. Ook anno 2007 betreft het een statige witte villa, waarvan het ont­werp – gelijk aan de naastgelegen bollenschuur en Villa Somaio – afkomstig is van de tekentafel van de Lisser architect Leen Tol. De opdracht werd verstrekt door een van de gebroeders Driehuizen, die het voor zijn vrouw liet bouwen.

De eerste steen van Huis Rutsbo werd op 4 februari 1925 gelegd door de 7-jarige zoon A.L.F. Driehuizen. Van­daag is het een stille getuige van de geschiedenis van het pand. Huis Rutsbo is strakker van ontwerp dan Villa Somaio en de oude bollenschuur. Het oogt daardoor statiger. Een­maal binnen kijkt de bezoeker zijn ogen uit. In de hal is het oorspronkelijke tegelwerk nog aanwezig, alsmede de boog­vormige accenten, die zo ty­perend zijn voor Tol. Boven­dien komt het vele houtwerk, zoals een prachtige lambrise-ring en een gedraaide trap, sterk naar voren. De mooie lichtval is afkomstig van gro­te glas-in-loodramen, waar­van de middelste een beelte­nis bevat van een jongeman, die hangt aan de poten van een vliegende adelaar. De glazenier heeft zijn handtekening onder de beeltenis gezet: W. Mengelberg. Dit is een telg van de beroemde kunstenaars­familie uit Utrecht. Ook de tweede en derde verdieping zijn een lust voor het oog. Het huis heeft aan twee zijden een serre met glas-in-loodramen. De overloop is verrijkt met een onverwacht ingebouwd bankje en de zolder telt vele speelse hoekjes.

Stichting

Tot en met 1970 woonde ie­mand van de familie Driehui­zen in Huis Rutsbo. In 1971 kwam hierin verandering. Het pand werd aangekocht door Stichting Bollenstreek voor Dagverblijven en Tehuizen, die eerder Villa Somalo had aankocht. Ook de nieuwe aan­winst werd in gebruik geno­men als gezinsvervangend tehuis voor mensen met een verstandelijk handicap. Maar ditmaal hoefden de bewoners zich niet aan te passen, zoals bij Villa Somalo; Huis Rutsbo werd aangepast aan de leef­omstandigheden van de bewo­ners. Privacy werd steeds be­langrijker en Huis Rutsbo vervulde in dat opzicht een voortrekkersrol in de zorgvolle geschiedenis van de stich­ting. De behoefte aan meer ruimte leidde in de periode tot 1979 tot aan- en verbouw, waarbij goed werd gelet op het karak­ter van Huis Rutsbo. Aan de achterzijde realiseerde men een uitbreiding met meerlaagse witte gebouwen. Getracht werd de symmetrie te behou­den. Onder de bezielde lei­ding van Kees van der Zwet, die was aangesteld als hoofd, woonde een groep hier tot voor kort met plezier. Ruim een jaar geleden ging Huis Rutsbo in andere handen over. De huidige eigenaars laten de statige villa volledig restaureren. Zij zijn op de zolderverdieping begonnen en thans op de begane grond aangeland. Er zijn echter nog heel wat werkuren en zakken geld no­dig om het in oude luister te herstellen.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Schuin tegenover Rutsbo  tegenover staat het gedenkmonument 1940-1945. Daarbij ligt een gedenkplaat, waarop de ge­vallenen in Indië, bij ge­vechten tegen Indonesische opstandelingen, worden her­dacht. Bij het zien hiervan gaan mijn gedachten altijd wel even terug naar mijn va­der, die als jonge kapitein bij het KNIL zijn leven liet op Tarakan bij Borneo, in het toenmalige Nederlands-Indië. Mijn moeder was toen 29 jaar en had kort daarvoor mijn jongste zusje door ziekte verloren. Tijdens de bezetting door de Japanners in de periode 1942-1945 is zij in het verzet gegaan. Pas tegen het einde van de oor­log werd ze gearresteerd. Later is mijn moeder met het Indische verzetskruis on­derscheiden.

In 1947 gingen wij voor­goed naar Nederland terug. We kwamen bij opa en oma Treffers in Bilthoven te wo­nen. Nadat ik mijn eindexa­men HBS had gehaald, wil­de opa, die ook KNIL-officier was geweest, weten of ik militair wilde worden. Ik zei: “Nee, na al­les wat er is gebeurd, zal dat niet mijn beroep worden. Ik wil gaan bouwen”. En zo is dat ook gegaan; ik heb veel in Nederland gebouwd. Zo kreeg ik de eervolle op­dracht om de grootste am­bassade van Nederland te bouwen, waardoor Indië toch nog een keet op mijn pad kwam. Immers dit bouwwerk betrof de Nederlandse ambassade in Djakarta.