Hart voor historie (8): Landgoed Keukenhof, “Zware toer om het te redden”

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Kasteel Keukenhof op het landgoed dat zeventien rijksmonumenten telt. (Foto: Hugo Bartels)

LISSE – Het meest waardevolle cultuurhistorische erf­goed in de gemeente is Landgoed Keukenhof. Nog altijd een prachtige buitenplaats, met zeventien rijksmonu­menten, een bos en landerijen. Ooit het Keukenduyn geheten leverde het als houtvestersgebied wild en hout voor de huishouding van Jacoba van Beieren. Thans is het eigendom van Stichting Kasteel Keukenhof.

Huys Keukenhof werd in 1641 in opdracht van commandeur Adriaen Maertensz Block ge­bouwd. Pas na 1856 werd het van torens voorzien. Minder bekend is waarom de laatste ei­genaar, graaf Jan Carel Elias van Lynden, Landgoed Keu­kenhof na zijn dood op 6 au­gustus 2003 naliet aan Stich­ting Kasteel Keukenhof. Stichtingsvoorzitter Herman Hollander weet hierover alles te vertellen: ‘Hij presenteerde zich bij leven als een mens met morele verplichtingen ten op­zichte van zijn medemens. Ve­len heeft hij tijdens zijn leven belangeloos terzijde gestaan.’

Rentmeester

Hollander kijkt terug op een nauwe band met graaf Van Lynden, die 90 jaar oud werd. Immers, de familie Hollander woonde op het landgoed. Grootvader was rentmeester. ‘Mijn vader, Egbert Hollander, volgde hem op. Toen hij ge­zondheidsklachten kreeg, sprong ik regelmatig belangeloos bij. De administratie doen en het onderhouden van con­tacten met de pachters. Gaan­deweg hield dit steeds meer in. Uiteindelijk ben ik mijn vader opgevolgd, de derde generatie als rentmeester.’ Naarmate de graaf ouder werd, vroeg hij zich regelmatig af wat te doen met zijn bezittingen. Dat in het Brabantse St. Michelsgestel was bestemd voor zijn pete­kind. Dat in Oostenrijk ging naar het echtpaar dat hem de laatste tien jaar van zijn leven heeft verzorgd. Voor zijn bezit in Lisse kon hij geen ideale be­stemming vinden, totdat Hol­lander hem voorstelde of hij voelde voor een stichting, waarvan de graaf dan voorzit­ter werd. Van Lynden liep warm voor dit idee, maar zijn voorgenomen functie werd niet geaccepteerd door de belastingdienst. Toch zette hij het idee voor een stichting door, maar dan met Hollander als voorzitter en Dick de Vroomen en Robert van der Mark als bestuursleden. De Vroomen kende hij als pachter van de derde generatie en de grootvader van Van der Mark was huisleverancier van levensmiddelen. Echter, de stich­ting zou slapende zijn, zolang Van Lynden nog leefde. In sep­tember 2002 werd Stichting Kasteel Keukenhof officieel opgericht. Na het overlijden van de graaf bleek alles testa­mentair zoals verwacht.

Successierechten

Omdat de stichting is gerang­schikt onder de Natuurschoonwet van 1928, wordt deze ge­zien als goededoelenstichting. ‘Dit is voordelig ten opzichte van de successierechten. Dat moet wel, want we zijn gestart op een nulpunt. Het wordt nog een zware toer om het land­goed te redden. Alle rijksmo­numenten zijn aan restauratie toe. Ignus Maes werd toege­voegd wegens diens grote er­varing met de restauratie van de Agathakerk. Dick de Vroo­men overleed plotseling. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Jack. Met Keukenhof hebben we inmiddels een marktconfor­me pachtovereenkomst bereikt. Samen met de overige pachtopbrengsten vormen deze ons enige vaste inkomsten. Deze zijn echter onvoldoende kos­tendekkend voor instandhou­ding. De hoop is nu gevestigd op het Masterplan.’

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column