Mensensmokkel in de Tweede Wereldoorlog door ’t Zwaantje
Aad van der Geest beschrijft in het blad ‘Entree’ van okt. 1988 het ontstaan en de activiteiten van verzetsgroep ‘Zwaantje’ in Delfzijl tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onder leiding van dokter Oosterhuis werden via de zogenaamde ‘Zweedse weg’ berichten, mensen en goederen zoals insuline en radiozenders naar en vanuit Zweden gesmokkeld. De groep kreeg haar naam vanwege hotel De Witte Zwaan.
Door: Aad van der Geest
okt. 1988
het blad ‘Entree’
Codenaam ‘Zwaantje’, Het zou de titel kunnen zijn van een flitsende James Bondfilm of het begin van een spannende detective. Toch is deze codenaam in werkelijkheid gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verzetsgroep ‘Zwaantje’ smokkelde mensen naar de vrijheid en redde hen zo van een wisse dood. De groep dankt zijn naam aan een hotel dat in Lisse stond. Hier speelde een van de helden ooit een ontspannen potje biljart zonder notie van de ingrijpende gevolgen.
Rond 1940 ontstaat in Delfzijl in de noordoostelijke punt van de provincie Groningen een verzetsgroep die later de codenaam ‘Zwaantje’ krijgt. Deze verzetsgroep smokkelt, via kleine zeewaardige vrachtschepen of ‘coasters’ berichten naar het neutrale Zweden. Mei hulp van de Hollandse consul-generaal De Jong in Stockholm komen deze berichten in Londen terecht, waar onze regering in de oorlogsjaren zetelt. Op dezelfde manier smokkelen de Groningers berichten terug naar het binnenlands verzet en importeren zij insuline, zeep en zelfs radiozenders uit Zweden. Eind 1941 beginnen verzetsleden ook mensen de bezette gebieden uit te smokkelen langs deze route die bekendstaat als ‘De Zweedse weg’.
Verzetsgroep ‘Zwaantje’ krijgt naam na een potje biljart
Tijdens de mobilisatie van 1940 moeten veel mannen in dienst in het Nederlandse leger. Deze troepen worden verspreid door Nederland gelegerd. Een deel van hen komt in het bollendorp Lisse terecht. Onder hen is Allard Oosterhuis, officier bij de landmacht. In het dagelijks leven werkt hij als huisarts in Delfzijl. Overdag trainen de manschappen, maar vooral ’s avonds blijft genoeg vrije tijd over voor een potje biljart in Hotel De Witte Zwaan aan Het Vierkant. Oosterhuis zit samen met andere officieren ingekwartierd in dit hotel dat door de militairen kortweg “t Zwaantje’ wordt genoemd. Tijdens de inval van het Duitse leger in mei 1940 zet Oosterhuis zich in voor de verzorging van de gewonden van vliegveld Valkenburg. Nadat het Nederlandse leger verslagen en ontbonden is, keert ‘Dok1 Oosterhuis huiswaarts. Terug naar zijn praktijk in Delfzijl waar zijn vrouw Stientje de apotheek runt.
‘De Zweedse weg’
In de herfst van 1941 belt een voormalig medeofficier | uit de mobilisatiedagen van Lisse bij ‘Dok’ Oosterhuis aan, met het verzoek hem te helpen ontsnappen naar Zweden. Deze De Vries, een Joodse man die vaak met Oosterhuis aan het biljart in ‘De Witte Zwaan’ heeft gestaan, is de eerste die eind 1941 op de coaster ‘Corona’ naar Zweden weet te ontkomen. Later gaat De Vries werken op de Britse ambassade in Stockholm. Aan hem stuurt Oosterhuis de laatste inlichtingen bestemd voor Londen. Om zijn eigen identiteit te houden ondertekent hij al zijn brieven met: ‘Je biljartkameraad in ’t Zwaantje.’ ‘Zwaantje’ wordt al gauw de aanduiding voor een hele verzetsgroep. In de loop van 1943 wordt op aandrang van de Nederlandse consul-generaal De Jong in Stockholm de coasterkapitein Aben aan ‘Zwaantje’ toegevoegd. Dit zeer tegen de zin van Stientje Oosterhuis in die hem intuïtief niet vertrouwt.
Strafvermindering
Terecht naar later blijkt, want deze Aben is een NSB’er. Hij gooit het met de Duitsers op een fataal akkoord waardoor verzetsgroep ‘Zwaantje’ in de tweede helft van 1943 wordt opgerold. Aanvankelijk krijgen de verzetsmensen de doodstraf. Deze wordt later, in 1944, omgezet in tewerkstelling in het land van de vijand. De strafvermindering heeft de groep onder meer te danken aan de hardnekkige inspanning van doktersvrouw Stientje Oosterhuis. Eén contactpersoon die vanuit Amsterdam opereert wordt gefusilleerd. De Amerikanen bevrijden uiteindelijk de in Duitsland tewerkgestelde leden van ‘Zwaantje
Monument
Een kwart eeuw na de verschrikkingen van de oorlog, wordt op 6 mei 1970 in Delfzijl een monument onthuld dat een zijn wieken uitslaande zwaan voorstelt. Een ode aan de moedige verzetsgroep die onder meer gespecialiseerd was in mensensmokkel. Onder de genodigden bevinden zich de overlevende leden van ‘Zwaantje’ en Stientje, weduwe van de inmiddels overleden Oosterhuis, Prins Bernhard en consul-generaal De Jong die er indirect de oorzaak van was dat ‘Zwaantje’ werd ‘gekortwiekt’.
Engelandvaarders
De eerste jaren na de oorlog waren voor de leden van Zwaantje en hun familie niet de gemakkelijkste geweest. Een aantal coasterkapiteins, de zogenaamde Engelandvaarders, was destijds met zijn schepen rechtstreeks naar Engeland ontkomen. Zij voelden zich verheven boven hun collega’s die onder de bezetter waren blijven varen en lieten dit merken ook. Ondanks het feit dat een aantal van deze kapiteins van de nood een deugd had gemaakt en meewerkte aan verzetsacties.
Symbool
Sommigen werd deze kritiek teveel. Een van de schippers weigerde bijvoorbeeld de aan hem per post toegestuurde onderscheiding te aanvaarden en stuurde het eerbetoon terug. De onthulling van het monument heeft de pijn wellicht verzacht, want hieruit bleek dat de bevolking ‘Zwaantje’ waardeerde. Het beeld, een zwaan vliegend naar de vrijheid, werd vervaardigd door een smid uit Delfzijl; plaatsgenoot van dokter Oosterhuis. Het monument is opgedragen aan de mannen en vrouwen die gehoor gaven aan ‘de wet’ van het verzet. Een symbool voor een onverschrokken verzetsgroep die in Lisse zijn naamsoorsprong vond.
Met dank aan: Paul en Jantje Jansen, Sassenheim *
Gemeentearchief Delfzijl •
Dhr. Martens van het ‘Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen
De Witte Zwaan rond 1900




