’t Roemwaard Lisse: De grote kerk (49)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

De tempel Gods, dat heilige gesticht,

(Daar tot Gods eer het goede wordt verricht,

Daar Sions koor1 met toon’ en maatgezangen

Vervuld wordt met een innig zielsverlangen

Der vromen en op d’allerhoogste wijs,

Den God der Goón toebrengen lof en prijs),

Die moet ik nog wat nader gaan beschouwen.

O schone plaats, ja, schoonste der gebouwen,

(Die) Uw hoge tin vertoont tot strand en duin!

’t Vierkant gebouw van uwe toornkruin

Verheven is schier tot de dikke wolken

en toont haar trans van ver aan vele volken.

O hoog gebouw alwaar men steeds vergaard,

Daar Godes woord zeer zuiver wordt verklaard,

Ofschoon de draak uit d’afgrond komt begispen,2

Ofschoon de nijd de waarheid komt berispen,

Het eeuwig woord blijft zekerlijk en vast,

Ofschoon d’afgrondvuurvlamme braakt en bast.3

Zeer ijselijk. Gewisselijk, de altaren

Zal ’s hemels heer voor onheil wel bewaren.

Doch ik ga heen en wil bezien het end . . .

De dorpskerk is waarschijnlijk pas gebouwd na 1461, toen Lisse een ^Ifstandige parochie werd.4 De bakstenen toren is bekleed met turf­den, misschien afkomstig van de oude kapel uit de dertiende eeuw. Het schip van de kerk werd hersteld in 1592. Tussen kerk en koorruimte werd een boven het dak uitstekende topgevel gebouwd, die wat het ondergedeelte betreft ,uitgevoerd werd als vulling van een grote, over de breedte der kerk geslagen boog. Deze boog overspant ook nu nog het ruim van de kerk. In deze topgevel is met groen verglaasde steen over een hoogte van ongeveer 20 lagen het jaartal 1592 aangebracht.5 Bij het herstel van het dak in 1959 is dit jaartal weer zichtbaar geworden. Ook viel het toen op, dat de openingen tussen pannen volgens oud gebruik met koemest waren opgevuld.6 Toen kerk en koor gereed waren werden aan alle zijden zoals te doen gebruikelijk “glazen” (glas-in-lood-ramen) aangeboden. Het fraaiste was waarschijnlijk dat van Jonker Johan van Matenesse, heer van Dever en Lisse. Ook Leiden, Haarlem, Amsterdam, Alkmaar, Rotterdam en ‘s-Gravenhage schonken een glas, alsmede schout Adriaen van Gorcum en Adriaen Van der Laen.8 In 1869 volgde Rijnland. Toen de laatste restanten der glazen omstreeks 1875 werden geruimd, ging dit glas door bemiddeling van Mr. A. J. Enschede naar Haarlem, waar het thans het fraaiste glas is der St. Bavokerk.9 Lisse had iet niet “gezien”. Bovendien bezat de kerk een aantal fraaie en interessante grafzerken. In het schip lag de monumentale wapensteen van Wilhelm Adriaen van der Stel, op Uitermeer op 70-jarige leeftijd )verleden op 6 november 1733, en zijn echtgenote Maria de Hase, verleden l juni 1723, 55 jaar oud. Thans ligt deze zerk op het koor.10 [n het midden van deze in sterk reliëf uitgehakte witmarmeren steen in een tombevormige cartouche geplaatst tegen een achtergrond van door twee engelen opgehouden draperieën. Bovenuit vliegt de Faam, onderaan zijn gezeten de Historie en de Wijsheid. Een arend draagt de ie wapenschilden. Opzij ziet men de Mercuriusstaf als symbool van handelsstand, waartoe Van der Stel behoorde. Beide wapens voeren als hartschildje het wapen van Oud- en Nieuw-Vossemeer, de “heerlijkheid”. (Waarom Van der Stel zich soms ook Heer van Lisse liet noemen, is een raadsel.) Verschillende andere grafstenen staan sinds 1938 opgested tegen de buitenmuur, zoals die van “Gerrardt van der Laen” van Specke, die 16 februari 1635 was overleden, 82 jaar oud. De zerk toont zijn wapen, een keper met een drietal vaten en zijn wapenspreuk: “Fata viam Invenient” (Het noodlot vindt zijn weg). Weer andere grafstenen zijn die van de gerechtsbode Wouter Lenerse van Calckar ( overleden 1598), van schoolmeester Wiard Takesz van der Blom (overleden 1611, van Bouwe van Leeuwen, die woonde in het huis waar later de tte Zwaan werd gevestigd” 11, enz. enz. Een grote zerk met “Heren en Meesters” ligt thans op het r.k. kerkhof. Daaronder waren de pastoors van de Lisser schuurkerk begraven.12 De dorpskerk is tot na de tijd van  Napoleon algemene begraafplaats geweest.

Hnderd jaar geleden wist ook Dominee Craandijk te vertellen, dat de “kerk ” in den Spaansen tijd” werd verwoest. “Geruimen tijd lag zij in puin, terwijl het koor eerst vrij laat werd opgebouwd. Met grote npartijdigheid bedekt het Portland (cement) alle oude en nieuwe bouwstoffen. Het inwendige van de kerk is in 1858 vernieuwd. Naar de behoeften der Protestantse godsdienstoefening is het zeer doelmatig ingericht en alles is uitstekend onderhouden. Van het hoge kerkhof hebben wij een ruim gezicht, aan de ene zijde op de ringvaart van den Haarlemmermeerpolder, waar de schepen zeilen, aan den anderen kant groene weiden en op de donkere bossen van Keukenhof.”

  1. Sion is Jeruzalem, berg, burcht en tempel, (ps. 137-
  2. Fel hekelen
  3. Nijd en afgunst bassen, vgl. bassende honden.
  4. De Aagtenkerk, blz. 18-22.
  5. Ir. De Graaff, Leids Jaarb. 1941, blz. 168 e.v.
  6. Ons Weekblad 14 aug. 1959.
  7. Huis Dever blz. 89 en afb. 27.
  8. Ms. Schoemaker, Rijkspr.kab., A’dam.
  9. Huis Dever blz. 90. )
  10. Leids Jaarb. 1951 blz. 114.
  11. Huis Dever blz. 6. Gemeentearch. nr. 289.
  12. De Aagtenkerk blz. 171/172.

49. “Lisi Rijnlant””, gezicht de kerk uit het zuiden. Pentekening van H. de Leth (Amsterdam 1703 – aldaar 1766) 1730 .10×13,5 cm. Gemeentearchief Leiden,LPV 77686