’t Roemwaard Lisse: De Lisser Ban (41)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

Hier ziet men tijdens de “troebelen” van 1572/74 uitgebrande kerk te midden van het ronde, ommuurde kerkhof. Aan de zuidzijde is nu een rechte muur. Omstreeks 1620 is namelijk een deel “afgekard” om de Grachtweg op te hogen1. In 1574, tijdens het beleg van Leiden, zijn vrijwel alle dorpskerken rondom Leiden verwoest. Zo ook in Lisse. Het torendak is echter weer spoedig hersteld. Een aanwijzing hieromtrent vinden wij in een rekening uit 1590 van de koster en schoolmeester Cornelis Cornelisz Lausduyn, waarin deze zich als volgt beklaagt: “Ik hebbe mede de kosten gehad ende laten maken opten bovenzolder van de toorne de duvenesten mit een valdoor ende slot eraan, mettet kopen van de duven ende de kost daartoe gegeven twee jaar lang ’s winters in (tijdens) ’t leggen van de sneeuw ende ’s zomers in de hongermaand (juni), zonder enige baat daarof gehad te hebben, alzo ende door reden dat alle de oude duven mit de opbouwinge ofte timmeringe van de toorne verjaagd ende verwilderd waren, zulks dat ik de jongen twee zomers lang laten vliegen hebbe en altoos gevoerd omme weer te beter in de voedinge te komen. Al ’t welk mij staat van uitleggende kosten mit ’tgeen dat ik in dezelve jaren hadde mogen profiteren ter somme van 3 ponden.” Uit de klacht van de koster, dat hij menig duivenboutje heeft moeten missen tengevolge van het herstelwerk aan de toren, danken wij dus het bericht dat voor 1590 dat herstel heeft plaats gehad. Het schip kwam in 1592 gereed en ten slotte het koor omstreeks 1645. Op de hoek Heereweg/Achterweg (Buurweg) staat de “herberg aan ’t kerk­hof”, rechthuis tot omstreeks 1700, toen de herbergier Engel Heems­kerk insolvent geworden was. In zulk een rechthuis werd door de baljuw recht gesproken. Zo werd Gerrit Cornelisz Admiraal beboet, omdat hij met “vastelavond op den veedele” (viool) gespeeld heeft, en vastenavond vieren was een rooms gebruik en dus verboden. Een gemak­kelijk mens was deze vedelaar overigens niet. Herhaaldelijk is hij be­klaagde bij vechtpartijen. Eenmaal weet hij zich alleen te verdedigen met de merkwaardige verklaring, dat “zijn getuigen zijn over zee en zand.” De neiging om vechtpartij buiten vervolging te houden is groot, meermalen worden boeten uitgedeeld tegen verwonde personen die vertrokken zijn “alvorens hen rechtelijken voor twee welboren mannen bezien te laten hebben.” In 1597 heeft men ’s nachts na meidag (l mei) omtrent drie uren dansbal gehouden” ten huize van Cornelis Cuyper (van der Codden, waard in de Zwaan), waarbij Aelbert Dignums de Roo de baljuwsbode de deur uitgooide. Ook vele delicten van hooien en werken op zondag komen in de dingboeken voor.

Aan de overzijde van “de groene weide” staat het huis van Adriaen Corsteman, lid van een aanzienlijke, katholieke familie. Zijn grafsteen staat thans tegen de buitenmuur der dorpskerk. Tussen zijn land en dat van Cornelis van der Laen (Van ter Specke) ligt het perceel van het St. Elisabethgasthuis te Haarlem en daarvoor is de kaart eigenlijk gemaakt. In 1540 was de woning, tegenover de Speekelaan, aan het gasthuis gekomen na de dood van Ysbrant Willems, “die in ’t gasthuis gestorven es.” 2 Rechts, ten zuiden van de kerk is een bruggetje, thans een duiker, over de beek die het water van het Berkhouter Duintje naar de Gracht afvoert. Nog meer naar rechts staat de oude boerenhofstede “De Burg”. Daar woonde als pachter Claes Corn. van Castricum (± 1616), wiens grote fraaie zerk met een burchttoren thans tegen de kerkmuur staat. Jacob van Almonde was omtrent 1500 eigenaar van De Burg en later vererft ze op het geslacht Pynssen van der Aa,3 Wij weten dat in 1182 te Lisse het huwelijk is gesloten tussen Margaretha, de dochter van Floris III van Holland, en graaf Dirk IV van Kleef,4 maar waar dit heeft plaats ge­had of waar de bruiloft is gevierd, weten we niet. En of hier ooit een (houten) burcht van een mogelijk geslacht “van Lisse” heeft gestaan, zal altijd wel een open vraag blijven.

De tijd tijdens het beleg van Haarlem en Leiden zijn voor Lisse een verschrikking geweest. Ook na het Leidens Ontzet van 1574, toen deze streek niemandsland was en troepen zwervende soldaten de plattelands­bevolking tyranniseerden. Een kleine groep kwam bijeen in het huis van de predikant, het vroegere pastoorshuis op de hoek van de Grachtweg. De grote meerderheid bleef van vertroosting welhaast verstoken. Midden in het dorp lag de uitgebrande kerk…

“Wees niet vertoornd, Heer, gedenk niet langer onze ongerechtigheid. Zie, de stad van het heiligdom is geworden tot een woestijn, Sion is een woestijn geworden, Jerusalem is verlaten, dat huis van onze heiliging en van uw heerlijkheid, waar onze vaderen U hebben geprezen.

Dauwt hemelen uit den hoge, en wolken regent den Gerechte! ”

1    Ir. A.F. de Graaff, Rondom de Kerk van Lisse, Leids Jaarb. 1941. blz. 168-179. De Aagtenkerk, blz. 43/44. Huis Dever, blz. 84.

2   De Aagtenkerk blz. 31.

3   Huis Dever blz. 11 noot 9.

4   Dr. A.W.E. Dek, Genealogie Graven van Holland, blz. 14.

“Lisser Ban”, 1583. Kaart door Meester Laurens Pietersz in het kaartboek van het St. Elisabethgasthuis. Gemeentearchief Haarlem, inv. nr. 37