’t Roemwaard Lisse: De Witte Zwaan (59)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

“De Zwaan” was het Rechthuis, waar de dorpsbestuurderen bijeen­kwamen om de belangen der bewoners te behartigen.

O Roemrijk Lis, gij plaats van mijn geboorte,

Uw neringen in velerlei soorten

Behaagt wie dat u immer komt te zien.

God geev’ dat gif gestaag van brave lién

Hen bewoond wordt en God, wens ik, dat Zijn zegen

Op u verspreid’ gelijk een milde regen.

Een enkele maal was ook de Dorpsheer op de vergadering aanwezig, zoals in 1775, toen Dirk Jan Ignatius Heereman van Dever uit Roer­mond naar Lisse gekomen was, om de besprekingen bij te wonen.1 Jan de Graaff richt zich tot hem met de volgende bewoordingen:

God schenk’ U ook, HoogEdel Dorpsheer,

Zijn milde gunst en kroont uw hoofd met eer.                           ;/

Beschermheer, die onz’ vrijheden en rechten

Verkort noch snoeit, maar gaat de twisten slechten.

De Heer, wens ik, dat u het leven geev’

Nog lange tijd, opdat men vreedzaam leev’

Onder het zoet van uw lieve regering

En dat gij dan hierna met een verering

Van ’t eeuwig heil door Jezus, Godes Zoon

Beschonken wordt, opdat gij voor den troon

Gods lof uitgalmt met al de zaalge engelen,

Die eeuwiglijk haar klanken t ‘samen mengelen.

Dan uit hij nog goede wensen tot de gevolmachtigde van de Heer van Lisse, Jacob Schellings te Amsterdam.2

Weledel Heer, die als gevolmacht zijt

En toevertrouwd ’t gebied deez’ heerlijkheid

De Heer wil zijn genade U btonen,

Hij wil gestaag in uwe tente wonen.

En als gij dan hier moede en afgeleefd

Zijt, dat hij u een beter woning geeft,

Opdat gij dan in ’t nieuw Jeruzalems zalen

Gods lof steeds meldt met stadig te herhalen

Der Majesteit zijn hoogste lof en eer.

Jehova geev’ het, dat ’s mijn wens, mijn Heer!

In 1806 is Anthony van Keulen “waard in de Zwaan” en op l novem­ber 1810 neemt Gerrit Veldhorst de Witte Zwaan over, de meest populaire herbergier die de Zwaan ooit heeft gekend, door de Leidse studenten luide gefêteerd. Naar zijn landerijen is te Lisse een villa en naar deze villa een straat genoemd. In 1831 moet zich iets bijzonders hebben voorgedaan, want dan verkoopt Veldhorst “een huis en erve, zijnde het Rechthuis te Lisse, genaamd de Witte Zwaan” met zijn “kolfbanen, koe- en paardestalling” voor ƒ 20.000 aan Cornelis A. Bakhuyzen, kastelein te Leiden.3 De “tuingrond” blijft aan de verkoper, die later weer eigenaar blijkt te zijn. Misschien moest Veldhorst wel in dienst; Belgische Opstand! In 1845 doet hij zijn bezit over aan Leonard Uljée, die het twee jaar later doorverkoopt aan Johannes P. Rotteveel, logementhouder.4 De Zwaan blijkt kort te voren verbouwd te zijn. In 1877 zijn Aart J. van der Boom en Corn. Jongbloed, rijtuigverhuurder te Lisse, eigenaars. Zij verkopen de herberg in dat jaar aan Antonie van Ruiten te Lisse. In deze jaren heeft “de wandelende dominee” Craandijk de Zwaan bezocht.5 Hij heeft Dever bezien en kwam nu van de zuidzijde het dorp binnen. “Hoge wilgen, bloeiende essen, heggen met het eerste tedere groen getooid, weiden waar het vee op het jonge gras te gast gaat, schitterend gekleurde tulpen, rijk begroeide duinen in de verte, omringen zijn witte huizen, zijn rode daken, zijn beide kerktorens, vrolijk blinkend tussen het hoge hout, dat het kerkhof en de dorpsstraat versiert.6 Hoe aange­naam is de indruk, als wij onder de veranda van het logement de Zwaan het oog laten gaan over de nette gevels, de ruime markt met haar statig geboomte, de nieuwe schoolgebouwen, de R.C. kerk met haar toren­spitsje en de hoog gelegen kerk der Hervormden op den ommuurden heuvel. Menig promotiepartij is hier gegeven. Meer dan eens zaten hier de leden der Maatschappij van Letterkunde aan den maaltijd. Menig bruiloftsdis werd hier aangericht. En wel niet voor het laatst zal het feestgejuich in de zalen van de Zwaan hebben weerklonken”.

Op 26 februari 1971 ging de Witte Zwaan dicht, voor goed . . . Het valt te vrezen, dat het feestgejuich in de zalen van de Zwaan na zovele jaren nu toch echt verstomd zal zijn . . .

1   Huis Dever blz. 228

2  ld. blz. 221 e.v.

3  Verkoopactes in part. bez. te Sassenheim.

4  Ansichten blz. 18. Huis Dever blz. 267.

5  J. Craandijk   en   P.A.   Schipperus,   Wandelingen   door   Nederland (1881), blz. 274. Ansichten blz. 9, 10 en 15.

6  ld. blz. 61 en 63. De Aagtenkerk blz. 155.

59. “Het logement de Zwaan”, 1834. steendruk van L. Springer naar W. Groenewoud (Rotterdam 1803 – Zoeterwoude 1842), 15,5×22 cm. Gemeentearchief Leiden LPV 77714.