’t Roemwaard Lisse: Ter Specke (51)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

Ter Specke heeft een zeer lange historie; men kan er een dik boek over volschrijven. Op 13 mei 1329 werd Willem van der Specke door graaf Willem III “verlijd” met twee morgen lands te Lisse. Dit leengoed, “genaamd de Specken”, is steeds groter geworden. In 1348 volgt Dirck van der Specke en Dirck Dircksz in 1372. In 1400 weer een Dirck, maar dan is het leengoed al bijna 10 ha. In 1430 volgt Jacob van der Speck. Intussen heeft reeds in 1416 Dirk van Alphen Danielsz alhier een woning met twee morgen lands. Deze Dirk van Alphen schijnt aan de Van der Specke’s geparenteerd, want wanneer hertog Karel de Stoute zich in 1468 laat huldigen als graaf van Holland, worden onder de 57 edelen die te ‘s-Gravenhage bijeen zijn Jacob van der Specke en Daniel van Alphen samen genoemd.2 Bovendien wordt Daniel in 1469 beleend met alle goederen die eerst door Van der Specke in leen werden gehouden. Bij de “Enqueste” van 1494 worden de grafelijke ambte­naren mede door de “waerschipper” (ambachtsbewaarder) Daniel van Alphen te woord gestaan.3 Florissant is het beeld niet; er zijn in Lisse 50 huizen en van de helft daarvan moeten de bewoners bedelen om hun brood. De oorlogen van hertog Karel en de daarmede samenhangende ontreddering van de maatschappij zijn hard aangekomen. Op 17 september 1535 kwam “die Specken” in het bezit van Cornelis van der Laen, lid van een aanzienlijk Haarlems geslacht, dat reeds honderd jaar eerder in het stadsbestuur zitting had.4 De nieuwe eige­naar was toen nog zeer jong en zijn stiefvader heeft voor hem de leeneed afgelegd. Cornelis, die “un saint par ses vertus” werd genoemd, huwde met Beatrix van Montfoort, de dochter van een Leids burge­meester.5 Uit dit huwelijk zijn vier kinderen geboren. Gerrit of Gerard zou hem opvolgen in zijn Lissese bezit. Maria trouwde in 1596 Symon van Assendelft Jacobsz en misschien ontleent de “Assendelftkroft” op deze kaart zijn naam aan dit echtpaar.6 De tweede zoon heette Dirk en die gaf zijn vader heel wat zorgen. Hij was te Lissabon in zaken gegaan, doch zo zeer in deconfiture geraakt, dat zijn vader de schulden moest regelen. Als straf had deze daarop Dirk “naar Indië getransporteerd” ten einde te trachten “met Gods hulp” de schade terug te verdienen.5 Hoe dat afgelopen is, weten we niet. Vader Cornelis is in 1594 of 1595 te Lisse gestorven.

De oudste zoon, Gerard van der Laen (1552-1635), bezat een reeks zeer belangrijke functies, o.a. burgemeester van Haarlem en gecommitteerde ter Staten van Holland en ter Staten Generaal. Uit een tweetal huwelijken had hij 13 kinderen. Met sommige heeft hij veelte stellen gehad. Vooral met zijn beide schoonzoons, David Luypaert en Claes Cornelisz Cleuting. “dewijl dezelve David (God beter ’t! ) enen desolaten boedel ende naakte huisvrouwe ende desolate kinderen heeft nagelaten”, zo­dat hij hen “uit der hand heeft moeten voeden en onderhouden.”7 Claes Cleuting had Maria van der Laen tegen de wil van haar vader “weggevoerd”, en nadat deze hem ten slotte aan een olieslagerij had geholpen “met malle koopmanschappen en dronken drinken” de hele zaak laten verlopen, enz. enz. Ook de zoons kostten nog al wat. Daarentegen had Beatrix een zeer “goed” huwelijk gesloten met Isaac Massa, koopman en gezant in Rusland (blz. 38). Catharina huwde met de welgestelde Adriaan Maartensze Block. Wegens geldgebrek moest van der Laen Ter Specke in 1597 reeds verkopen aan zijn zwager Paulus van Beresteyn, koopman te Delft.8 Later komt het wel weer in de familie terug, maar na de dood van hun vader moeten de erfgenamen, met name Jonker Cornelis en Jonker Adriaan het weer over doen aan hun zwager Adriaan Block, die zelf op Rosendaal en later op Keukenhof woont (blz. 22 en 38).9 Neen, Ter Specke is geen zorgeloos bezit! In 1604 had Gerard van der Laen te samen met enige andere heren het Keukenduin van Teylingen in eeuwigdurende erfpacht verkregen en is hij met het afzanden begonnen.10 (Er moest geld komen!) Op deze kaart ziet men hoe ver het werk in 1638 was gevorderd. Ter plaatse van het banhek in de Spekkelaan is nu ongeveer de ingang van de begraaf­plaats. Het verloop van de huidige Van Lyndenweg is duidelijk waar­neembaar. In het midden zijn nu de sportvelden en de tennisbanen. Daar groeiden nog niet zo lang geleden hele mooie wilde orchideetjes. De “puist” van het Keukenduin, door oude Lissers “Toesset”, maar op historische kaarten “’t Oostzet” genoemd, heet hier “Wouterskroft”, waarschijnlijk genoemd naar Wouter Gerritsz, die in 1555 land aan Corn. van der Laen heeft verkocht.11 Het is een “kroft” of “krocht”, dus teelland geweest, “groot 10 hond”, 1000 roe, dus meer dan l ha. Het moge ons bevreemden dat op een hoog stuk land als de “Wouters­krocht” gewassen konden worden geteeld. Vóór de onttrekking van water door de waterleidingen waren de vlakke duingedeelten soms lange tijd behoorlijk vochtig. Ook het bekende Langeveld is in vroeger eeu­wen tuingrond geweest en overal in de binnenduinen stonden kleine boerderijtjes met percelen tuingrond er omheen. Zij zijn verdroogd; het zijn kleine vlakten in de duinen geworden.

1    ARA, nr. 229,

2   Matth. van der Houve, Hantvest . . . (1640), blz. 61/62.

3   Prof. Dr. R. Fruin, Enqueste & Informacie (1876). Huis Dever,blz. 63. De Aagtenkerk blz. 24/25.

4   ARA, Arch. Hof van Holl. nr. 83.

5    M. Th. de B. Dólleman en Mr. O Schutte, Het Haarlemse geslacht Van der Laen, DeNed. Leeuw 1969, blz. 18-25 overdr.

6   Het had vele landerijen, zie b.v. ARA, Recht.arch. Lisse nr. 3 fol. 43 vs.

7   ld. nr. 4 fol. 322 e.v.

8   ld. nr. 3 fol. 36 e.v. Ned. Adelsb. 1912 blz. 174.

9   ld. nr. 7, fol. 347 vs. e.v.

10 Zie A. J. van der Aa, Aardrijksk. Woordenb. (1845), dl. VI blz. 427.

11 ARA, Recht.arch. Lisse nr. 3 fol. 43 vs. e.v.

51. “Ter Specke”., copie van Peter Florisz van der Sallem (1646) van een kaart van Steven van Broekhuyzen, ordinaris landmeter december 1638. Alg. Rijksarch, Den Haag, coll. Hingman nr. 74