’t Roemwaard Lisse: Ter Specke (53)
Door Alfons Hulkenberg
Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse
Na alle perikelen die Ter Speeke aan het einde der 16de en tijdens de eerste helft en in het midden van de 17de eeuw moest doormaken, heeft het in het begin van de 18de eeuw een – helaas kortstondige — opbloei gekend. In 1687 was Ter Specke in het bezit van Jkvr. Magdalena van der Laan, geboren te Rijswijk in 1621. Zij was de enige dochter van Jhr. Cornelis en de laatste van deze tak van het geslacht. Van haar oom Jhr. Adriaan had zij 3 morgen geërfd en de rest kocht zij voor ƒ 3000 van de kleinkinderen van haar oom Adriaan Block. Op 13 mei 1687 werd zij met Ter Specke beleend. Enige jaren later is zij op Ter Specke overleden, 28 december 1694. Een neef van moederszijde, de Leidse burgemeester IJsbrand de Bije, blijkt haar universeel erfgenaam te zijn.
Omstreeks 1730 woont op Ter Specke de heer Lodewijk van Dam. Deze heer had in Oost-Indië fortuin gemaakt, “hield zijn woning tot Leiden” en was aldaar getrouwd met de dochter van burgemeester De Bije. Schoemaker noemt Ter Specke omstreeks 1730 “een nieuw verbouwd huis met twee vleugels.” (De linker vleugel was het koetshuis en is — hersteld en verbouwd – nog aanwezig). “Hetzelve ligt in een vermakelijk oord aan de Achterweg, die van Lis naar Rijnsburg loopt. De oude, kleine kozijnen zijn daar uitgenomen en Engelse schuiframen daar weder ingezet.”2 Op deze tekening ziet men nog de oude kruisramen en hij moet dus voor 1730 zijn gemaakt. “Van voren gaat het met een halfronde trede op en heeft daardoor een zeer vermakelijk uitzicht. Voor de ingang is een ijzer traliehek gemaakt.” En dan besluit Schoemaker: “Daar is een deftige tuin.” Van die deftigheid is thans niet veel meer over, maar de prachtige oude bomen doen het goed en de bloeiende geelster en de knikkende vogelmelk om het huis zijn de craquelure der echtheid. Van Van Dam is eigenaardige “Quitantie” bewaard gebleven. “Ik onderschr. bekenne, dat de Heere van Lisse mij vergund heeft om 10 a 12 elzebomen tot de stoven toe te laten korten, staande op ene van de kroften van de landen van Zijn HoogEdelheid, recht over mijn plaats, om aldaar het gezicht op de Heereweg te hebben. L.S.V. Dam.”3
Omstreeks 1740 is Herman Blom eigenaar van Ter Specke4 en in 1742 is dit Sara Maria Blom, die op “HaarEd. Buitenplaats” 4 “dienstboden” (personeelsleden) heeft, 2 paarden, 3 overdekte rijtuigen en l open speelwagen. Zij betaalt hiervoor meer dan ƒ 10 belasting, dus het moet nog al wat zijn geweest.5 En toch … een paar jaar later koopt Jan Willemz Korswagen, bouwman (met “l dienstbode, l paard en rijtuig voor de bouwerij”5), die waarschijnlijk in het rechterbouwhuis woonde, het herenhuis en het verdwijnt! Ineens! Het restant wordt tot boerderij verbouwd en is dat tot in onze tijd gebleven. Toen Jan de Graaff zingend door het dorp liep, was de glorie van Ter Specke reeds voorbij. De mooie voordeur ging naar de pastorie van de dominee (blz. 44). Zandstenen balkdragers en fragmenten van een 17-eeuwse schouw lagen achter het huis op een hoop en werden later in een Noordwijkse villa ingemetseld.6 Ook op een binnenplaatsje aan het Leidse Levendaal liggen “rare koppen”, renaissance balkdragers van Ter Specke. In het begin der 19de eeuw was Ter Specke in het bezit van Ph. W. Wagner (Zie blz. 36). Diens erfgenamen verkochten het tussen 1847 en 1868 in gedeelten aan de pachters, Elisabeth Scholten-Kerkvliet,7 weduwe van Dirk van Ruiten, en tientallen jaren is — evenals in de Middeleeuwen – de naam Dirk weer met Ter Specke verbonden gebleven. Sinds 1674 behoorde ook tot Ter Specke de boerderij die later “De Wolf” werd genoemd, gelegen aan de huidige Stationsweg. Op 17 april van dat jaar kocht Jlir. Adriaan van de Laen hem van Jan Adriaensz Corsteman.8 Dan vererft hij via Magdalena van der Laen en Mr. IJsbrand de Bije op Nicolaas de Bije en diens dochter Susanna, echtgenote van Mr. Jan Frederik Roei, secretaris van de politie en financiën der stad Utrecht. In 1779 wordt de boerderij verkocht aan Jan Verdegaal, die op de boerderij Welgelegen woonde, naast het huidige politiebureua. Van hem zijn grote perkamenten bewaard gebleven, waaruit blijkt dat hij voor ƒ 40, “zijnde het tiende part van de waarde van het perceel” het leenrecht heeft afgekocht.9 Uit het stuk blijkt, dat het leengoed van 3 morgen lands zich aan weerszijden van de Speckelaan bevond ter hoogte van “De Wolf’. Dit staaft de mening, dat het allereerste, middeleeuwse Ter Specke zich meer westwaarts bevonden zou hebben.
Ds Craandijk is omstreeks 1875 van het Vierkant naar Ter Specke gelopen. “Uit de vlakte, die wij weldra voor het duin zullen verlaten, verheft zich aan onze linkerhand op een heuvel een hofstede, die den naam draagt van het huis Ter Spekken en in zijn muurwerk nog enige overblijfsels van vrij hoge oudheid en van vroeger aanzien vertoont”! Daarna is Craandijk naar de Vader Jacob gestapt (Ansichten blz. 67). “Een reuzenboom slaat zijn forse takken uit over het zandige pad. Op een kleine hoogte staat hij in volle majesteit, als een koning op zijn troon, j Uit vijf of zes zware stammen, krachtig opschietend uit den wortel, wassen de sterke armen wijd in het rond. Hoog rijst zijn brede kroon boven ’t omringend geboomte”. Een vorstelijke dorpelwachter van den tempel van ongekorven hout”…
1 Dólleman & Schutte, Van der Laen, blz. 24/25 overdr.
2 Ms Schoemaker, Rijkspr.kab. Amsterdam deel V. ld. Kon Bibl. ‘s-Gravenhage, nr. 78C53, fol. 43 (48).
3 ARA, Arch. Heereman v. Z., Fach Vila.
4 SJ. Fockema Andreae e.a., Kastelen . . . (1952), blz. 89.
5 Gemeentearch. nr. 225.
6 Foto: Gem.arch. Leiden LPV 77967.
7 Papieren in het bezit van de heer Th. van Ruiten, Ter Specke.
8 ARA, Recht.arch. Lisse, nr. 10, fol. 5 r. en vs.
9 Arch. Van Lynden/Keukenhof.




