VAN DER LAEN EN TER SPECKE; De rommeling. (16)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

Aan de Achterweg, dicht bij de Spekkelaan, staat nog altijd het Huys ter Speck ’t Is wel vaak veranderd en een twintigtal jaren geleden zelfs geheel afgebroken en opnieuw opgebouwd, maar het is waar wat de Engelsen altijd zeggen: “The site genuine”.

Na de Van der Specke’s en de Van Alphens woonde hier sinds 1535 de Haarlemse familie Van der Laen, waarmee men in Lisse heel wat te stellen heeft gehad. Niet met Cornelis van der Laen die het kocht — hij werd “un saint par ses vertues”, een heilig door zijn deugden, genoemd —, maar wel met een aantal van zijn kinderen en klein kinderen. Met name Jonker Adriaen moest men wel heel erg dun schillen …. Wij zien hier Ter Specke, zoals het in 163 door landmeter Steven van Brouchuyse is getekend.

De Van der Laens hebben het vaak nog al hoog in het hoofd gehad. Daarover staat in het boek “Keukenhof” heel wat geschreven. Natuurlijk lieten ze boven het graf van Gerrit van der Laen, overleden in 1635 een fraai “glas” aanbrengen in de Lisse dorpskerk. In 1815, toen de tekening gemaakt is, was het dus nog aanwezig, maar wel tamelijk afgesleten. Bovenaan leest men iets als “Ab ortu solis” en dan denkt men dat zal volgen “usque ad occasum”, tesamen de Bijbelse woorden: “Van de op­gang van de zon tot aan de ondergang”, maar dat staat er niet. Daaronder is de wa­penspreuk van de familie: “Fata viam invenient”, “Het noodlot zal zijn weg vin­den”, ofwel: wat eenmaal bestemd is moet ook gebeuren. Het is een vers uit de Aeneas van Virgilius. Dezelfde spreuk staat ook op zijn grafzerk, die thans buiten tegen de kerkmuur staat. (Wijlen Ir. A.F. de Graaff heeft over deze zerken een interessante studie gepubliceerd in het Leids Jaarboekje 1941.)

In het midden van het glas zien we het wa­pen Van der Laen met de keper en de drie vaten. Daarboven de wrong van de helm met als helmteken weer een vat tussen een “vlucht”. Daarnaast staan de vier kwartier­wapens de wapens van de vier grootouders Cornelis van der Laen, de vader van de overledene, was gehuwd met Beatrix van Montfoort, de dochter van de Leidse burge­meester Jacob van Montfoort en Dirckje Boelesdr. van Lindenburg. Die wapens staan rechts. Nu zou men menen, dat de grootouders van vaderszijde een echtpaar Van der Laen-Van Adrichem zou zijn weest. Links vinden we die wapens. Maar het is niet waar! Grootvader Gerrit van Laen was gehuwd met een dochter van Bouwen Albrechtsz, een drapenier, d.w.z. een lakenbereider, uit de Haarlemse Veerstraat. Maar als je het nu ver hebt geschopt en je je daarbij ook nog heel wat verbeeld dan is zo’n afkomst toch wel erg gewoon. Dan doe je maar net of je van het aanzienlijke geslacht Van Adrichem stamt! De familie had met het geslacht Van Assendelft al eerder hetzelfde grapje uitgehaald. Ach, alle eeuwen door zijn de mensen ijdeltuiten geweest. Wij zijn het ook; ieder heeft, aldus Dr. Terruwe, bij tijd en wile behoefte aan een zekere “bevestiging”.

Ter Specke op een kaart 1616