Vondsten in de Ned. Hervormde kerk te Lis’: Het graf der eerste vijf pastoors van Lisse na de Hervorming.

In 1938 zijn bij een restauratie van de Grote kerk een grafzerk en een een vierkant stuk zandsteen waarop een kelk met erboven een hostie staat afgebeeld gevonden. Deze zijn geschonken aan de Agathakerk. Bovenstaande staat in een artikel uit 1938 in de Maasbode.

Nu ligt deze grafsteen nog steeds op de begraafplaats van de Agathakerk op het linker gedeelte helemaal vooraan tegen het Franciscushuis aan. Het stuk zandsteen in gemetseld in een pilaar van de Agathakerk. Van achten in de tweede pilaar rechts.( Zie tekening onderaan). Ook in het boekje “De Aagtenkerk van Lisse”  uit 1960,  geschreven door de heer Hulkenberg staat hierover op pagina 171,  172 en 173 informatie.

Het graf der eerste vijf pastoors van Lisse na de Hervorming.

De Maasbode van 8 december 1938.

B IJ de werkzaamheden, welke in de laatste weken in de Ned. Hervormde Kerk, vermoedelijk de oude H. Agathakapel, aan het Vierkant te Lisse werden verricht, zijn eenige vondsen gedaan, welke vooral voor de katholieken van Lisse van waarde en beteekenis zijn. Gevonden zijn een grafsteen met de namen van de eerste vijf pastoors, die na de Hervorming te Lisse Lisse hebben gestaan en een steenfragment van zeer ouden datum, waarop een kelk met erboven een hostie, staan afgebeeld. De ongezochte aanleiding tot deze vondsten was het feit, dat de gasverwarming in de oude kerk niet langer voldeed. Kerkvoogden besloten derhalve tot den aanleg van een heet-water-verwarming over te gaan en tevens het kerkje van binnen een goede beurt te geven. Daar men voor het leggen der waterbuizen onder den houten vloer moest zijn, zou men tevens van de gelegenheid gebruik maken om de banken, welke scheef gezakt waren, weer in het gelid te krijgen. Men begon hiermee in het achtergedeelte van de kerk, voor den toren. In dit achtergedeelte, dat waarschijnlijk wel meer dan een eeuw ongemoeid is gelaten, sinds er de laatste dooden begraven zijn, waren meerdere graven ingestort en bleken de halfsteensmuurtjes der grafkelders erg zwak. Er zat uiteraard niets anders op, dan de oude begraafplaats te schudden; de houtresten der kisten en de overblijfselen van gebeente werden uit de graven verzameld om ze buiten de kerk weer te begraven en de ontstane ruimte werd met zand opgevuld. Ook de grafkelders werden onder handen genomen; de zerken werden gelicht, de resten der kisten verwijderd en zand gestort in de oude graven. Gebeente werden niet meer in de oude kelders aangetroffen. De zerken, welke na verloop van tijd in den doorgang van den ouden toren waarschijnlijk een plaats zullen vinden, hebben eertijds de graven gedekt van notabelen uit het Lisse van eind 16de, begin 17de eeuw. Zoo lag onder een fraaie zerk Wouter Lenaarts van Calckar, gerechtsbode van het ambacht Lisse, die in 1598 stierf en van diens vrouw, gestorven in 1602. Voorts van den schoolmeester Wiard Takesz. van der Blom en zijn vrouw, gestorven beiden in 1611. Dan van Adryaen Cornelisz. Corsteman en zijn vrouw, gestorven resp. in 1588 en 1614 en van diens broer, Claes Cornelisz. Corsteman, gestorven in 1616. Deze familie behoorde tot de welgeborenen van Rijnland. De zerk van den laatste is zeer mooi. In Gotische letters staat op den rand: „Hier legt begraven claes cornelis Corsteman starf anno 1616″. De rest van den rand is onbehandelt. In het midden is een mooi gehakt en heraldisch ook juist uitgevoerd wapen te zien, dat een burchtoren vertoont in het schild en als helmteeken een uitkomenden leeuw heeft. Mogelijk staat dit wapen in verband met het feit, dat de huizing van zijn vrouw’s familie een hofstede was, genaamd „De Burg”, gelegen ten Oosten van het Vierkant, het oude dorpsplein, of een plaats welke nog zeker is vast te stellen. Vondst, die groote belangstelling wekte.

Pastores van de schuilkerk

De zerk, welke echter meer belangstelling opwekte vooral bij de katholieken, was een zware steen met het volgende opschrift: Grafstede van de volgende Heeren en Meesters. Joannes van de Werste Obiit XIII July MDCXCVII (1697) Lambertus Schaap Obiit X April MDCCVIII (1708) Arnoldus de Leeuw Obiit 17 July MDCCXLVII (1747) Franciscus van den Heuvel Obiit 23 Octobris MDCCLX (1760) Cornelius van der Valk Obiit 1 Octobris MDCCXCVIII (1798). Naar het opschrift te oordeelen meende men te doen te hebben met een gezamenlijk graf van Lisser schoolmeesters. Groot was dan ook de verbazing van de omstanders, toen men bij het verzamelen van de overblijfselen van de kistenresten stukken gewaden aantrof welke kennelijk kerkelijke paramenten waren geweest. Een nader onderzoek maakte duidelijk, dat de namen op de zerk eens gedragen waren door de pastoors, welke vanaf 1687, toen de Lisr St. Agatha-parochie weer zelfstandig werd, de katholieken van Lisse als herder hebben geleid. Dat deze pastoors in een kerk der hervormden begraven werden, behoeft geen verwondering te wekken, daar er toentertijd wel geen ander kerkhof geweest zal zijn dan het eeuwenoude in en bij de kerk. Ook het sierlijke in groote krulletters gebeitelde opschrift, dat zooveel verwarring stichtte, is te verklaren; het is een vertaling van het oude Domini et Magistri, heeren en meesters. Heer was de middeleeuwsche titel voor elken geestelijke en Meester was gebruikelijk voor hen, die aan een universiteit dien graad had behaald. Met Heeren en meesters werd dan de geestelijkheid bedoeld. Van gebeente werd niets meer aangetroffen; van de paramenten werden resten gevonden, welke moeilijk waren thuis te brengen. Het oorspronkelijke paars was in een donker bruinzwart overgegaan en de garneering, randen, kruisjes, franje, was groen geworden. Deze resten waren waarschijnlijk afkomstig uit de twee laatste kisten. Men mag veronderstellen, dat zij tot twee stellen gewaden behoord hebben, daar twee uiteinden van stool of manipel niet op elkaar pasten. Daarenboven vond men twee bonnetten, welke beide bovenop vier kammen hadden. Een was nog nagenoeg geheel gaaf, met de pluim er nog op. Deze laatste was echter roodbruin geworden evenals de voering. De dikke stof, waarvan de bonnetten gemaakt waren — men meent geslagen vilt — had nu een donker-bruine kleur. De tweede bonnet was gelijk aan de eerste, alleen zaten er veel gaatjes in en lag de pluim er naast. Na de vijf genoemde pastoors hebben, aldus de Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem (I 1873) er nog drie de parochie van St. Agatha bestuurd, voor men te Lisse onder pastoor van der Hoven een kerk en kerkhof, respectievelijk in 1842 en 1843, kreeg in de onmiddellijke nabijheid van het dorp aan den straatweg. Deze herders zijn: Petrus Snarenburg, t 1 Jan. 1805, Joannes Christophorus Freede t 14 Juni 1816 en Petrus van Halen, t 13 Juni 1840. Geen dezer ligt in de oude kerk begraven. Het gerucht, dat elders nog resten van paramenten gevonden waren, bleek onjuist, en bovendien bleek de aangeduide zerk, na te zijn vrijgemaakt, het familiegraf te bedekken van de Haarlemsche regentenfamilie Van der Laen, die op huize Ter Spekke te Lisse heeft gewoond, Gerrardt van der Laen stierf 82 jaar oud in 1635. De buitenplaats werd reeds in de eerste helft der 18e eeuw gesloopt, maar de naam is overgegaan op een oude boerderij in de onmiddellijke nabijheid van de oude plaats Volgens bidprentjes, welke men op de pastorie te Lisse had, is pastoor Snarenberg begraven in de Pieterskerk te Leiden; en pastoor van Halen op het R.K. kerkhof „aldaar”, dus op het kerkhof aan den Achterweg, buiten het dorp, waar tot 1842 ook het schuulkerkje stond. Omtrent de plaats, waar pastoor Freede zijn laatste rustplaats vond, vermeldt het prentje niet. mogelijk echter is ook hij op het kerkhof aan den Achterweg begraven. De zerk der eerste vijf Lisr pastoors na de hervorming is door de kerkvoogden aan den huidigen pastoor afgestaan. Een waardige plaats voor dit steenen document der kerkgeschiedenis van het dorp zal worden uitgekozen.

Steenfragment uit vroeger, eeuwen.

Behalve genoemde zerk hebben kerkvoogeden aan den pastoor nog een ander steenen document uit vroeger eeuwen afgestaan: een vierkant stuk zandsteen waarop een kelk met erboven een hostie staat afgebeeld. Dit stuk steen werd gevonden bij het uitscheppen van zand in het voormalige koor, wat noodig was voor het leggen van den nieuwen vloer. Het stuk steen is plm. 28 1 £ c.m. breed en lang, en ongeveer een decimeter dik. De omtrekken van kelk en hostie, alsmede het kruisje op de laatste zijn zeer duidelijk in het niet harde materiaal gebeiteld opgesneden. Kennelijk is dit stuk steen uit den tijd van de Hervorming, en daar de kelk Gotische vormen vertoont, is het fragment van zeer ouden datum. Hoe oud het echter wezen kan, is een moeilijke vraag. Wel werd in 1461 de kapel, welke reeds te Lisse stond, tot parochiekerk verheven, maar volgens een document uit Rome was die kapel reeds gesticht door Roomsch koning Willem, dus in de 13de eeuw. Hoe oud het steenfragment nu wel is, weet men voorloopig niet. Bovendien is nog geenszins duidelijk, waar de steen voor gediend heeft. Was het een stuk van een steenen doodkist, waarin een priester begraven werd; was het een merkteeken, dat in de nabijheid een priestergraf verborgen was; was het een misschien wel wat primitieve versiering van een wandtabernakel? Vragen, die nog niet te beantwoorden zijn. Dat dit voor de katholieken van Lisse belangwekkend getuigenis van het geloof hunner voorvaderen, in de tegenwoordige grootsche kerk een eereplaats zal krijgen, mag verwacht worden.

 

Bij het metselen van den schoorsteen, welke onder de kap in ijzeren binten naar boven loopt en als een torentje zonder spits boven het dak der kerk uitkomt, is tevens de aandacht gevallen op een oud vergeten muurtje, dat in groen-geglazuurde steentjes een jaartal draagt. Bij nadere inspectie bleek dit te zijn 1592. Toen dus werd deze kerk, welke met de meeste andere godshuizen in de omgeving in de woelige dagen van den strijd om Haarlem en Leiden verwoest is —. alleen die van Voorhout en Noordwijk bleven gespaard — weer gedeeltelijk opgebouwd. Later heeft men een uiterst leelijk portaaltje aan de Noordzijde van het koor weggebroken en den eveneens in dit Gotische koor geheel niet passende ingang gemaakt, welke tot op heden in gebruik is. In dit portaal vindt men den f raaien met beelden versierden grafzerk van Willem Adriaen van der Stel, gouverneur van de Kaapkolonie, gestorven in 1725. Te Lisse woonde hij op „Uytermeer”. een later gesloopt buiten aan den rand van den Lisrpoel. Onder deze zerk ligt geen graf; dit bevindt zich in de kerk en hierop heeft ook eertijds de steen gelegen. Toen men echter ook het koor voor banken ging benutten is de mooie zerk in het portaal te pronk gelegd. De grafkelder echter is bij de werkzaamheden der laatst weken opgevuld met zand, nadat het wrakke gewelf was ingeslagen.

Plattegrond Agathakerk. Bij het kruisje is de zandsteen gemetseld in een pilaar. info Co