De huisartsen van Lisse. De jassen gaan uit
De artikelenreeks van Paul Stelder over de huisartsen, die op zeer veel belangstelling kon rekenen, eindigt in dit nummer. Het hoofdstuk waar hijzelf een rol in speelt moet dan maar over een poosje door iemand anders geschreven worden.
door Paul Stelder
Nieuwsblad 23 nummer 4 2024
Het beroep van huisarts en het functioneren van die huisarts is in de loop van de jaren zestig behoorlijk veranderd. In de praktijkvoering nemen de mogelijkheden sterk toe.
Dit geldt voor bijvoorbeeld de diagnostiek: het wordt mogelijk om uitgebreider bloedonderzoek te laten verrichten in een laboratorium en er kunnen door huisartsen in het ziekenhuis röntgenfoto’s en echo-onderzoeken worden aangevraagd. Het geldt ook voor de behandelmogelijkheden: er komen nieuwe medicijnen tegen maagzweren en hoge bloeddruk op de markt. Ook in relatie tot de patiënt verandert er veel. Symbolisch en letterlijk trekken de huisartsen steeds vaker hun witte jas uit: ze willen daarmee de afstand tussen de huisarts en de patiënt verkleinen. Huisartsen zijn zich ook steeds meer bewust geworden van het feit dat zij een heel andere groep patiënten te zien krijgen dan die waar de specialisten in de ziekenhuizen mee te maken hebben. Bepaalde klachten komen bij de huisarts heel veel voor en dit type patiënt belandt nooit in het ziekenhuis. De Nederlandse huisartsen richten in 1956 het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) op. Het NHG beijvert zich om de huisarts een eigen vakgroep binnen de universiteit te laten krijgen en daarmee een eigen specialistische opleiding in de huisartsgeneeskunde. In 1966 wordt aan de Universiteit van Utrecht de huisarts Jan van Es de eerste hoogleraar Huisartsgeneeskunde. Hij gaat de opleiding vorm geven. In de loop van enkele jaren volgen dergelijke leerstoelen aan alle Nederlandse universiteiten. In eerste instantie is de gespecialiseerde opleiding tot huisarts vrijwillig. Vanaf 1971 wordt de opleiding geleidelijk aan verplicht voor artsen die zich in Nederland als huisarts willen vestigen. Tot die tijd mochten artsen die de opleiding geneeskunde hadden afgerond, zich overal vrijelijk als huisarts vestigen.

Deze foto is gemaakt bij de overdracht van de praktijk van Lex Duymaer van Twist aan Hans van Weel. Van links naar rechts staand: Gert van Dijk, Vincent de Vroomen Frans Haase sr, John Sedelaar, Klaas Bet, Margreet van Weel- Sipman, Hans van Weel, Frans Haase jr. Zittend: Lex Duymaer van Twist met zijn echtgenote Mien Duymaer
van Twist-Weggemans
Drie van de vier huisartsen die zich reeds voor de oorlog in Lisse hebben gevestigd, worden in de loop van de jaren zeventig opgevolgd door drie jonge mannen ‘van buiten’ en de vierde arts op leeftijd krijgt hulp van zijn oudste zoon. Alle vier deze nieuwe huisartsen vallen nog onder de oude regeling en hebben dus nog geen gespecialiseerde opleiding gevolgd. De Lisser huisartsen lopen meestal niet vooraan bij nieuwe ontwikkelingen in de huisartsgeneeskunde… Binnen het NHG is er ook een groep huisartsen die zich bezighoudt met de praktijkvoering. Een heel belangrijke aanpassing daarin, is de invoering van de zogenaamde Groene Kaart geweest. In de jaren zestig wordt een patiëntenkaart ontwikkeld waarop de huisartsen, naast persoonlijke gegevens van patiënten, ook de medische voorgeschiedenis en de reden van hun komst kunnen schrijven. Bij verhuizing of verandering van praktijk wordt zo’n kaart met de eventuele brieven uit het ziekenhuis, aan de patiënt meegegeven of naar de nieuwe huisarts opgestuurd. De vier nieuwe huisartsen hebben allen direct bij het begin van hun praktijk, het gebruik van deze kaart ingevoerd. De zittende huisartsen Bet en Van Dijk hebben nooit met een kaartsysteem gewerkt. Kennelijk beschikten zij over een enorm goed geheugen en zijn zij hun hele carrière in staat geweest daarop te vertrouwen. Door maatschappelijke veranderingen in die periode is het ook niet meer vanzelfsprekend dat de echtgenote de enige hulpkracht is van de huisarts. Tot die tijd deed de huisarts de praktijkvoering vrijwel alleen, met zijn echtgenote als hulp op de achtergrond. Er komt nu ruimte voor ondersteunend personeel. Dat kan een administratieve kracht zijn of een gediplomeerd doktersassistente. Zo worden geleidelijk aan steeds vaker personen van buiten aangetrokken om de huisarts te ondersteunen bij zijn werk. Een andere grote verandering die zich in die jaren voltrekt, is de onderlinge waarneming en daarmee de intensivering van de samenwerking. Tot die tijd bestaat er alleen een weekend- en vakantiewaarneming. Bij de komst van de nieuwe generatie huisartsen wordt er ook voor de avonduren van doordeweekse dagen onderlinge waarneming ingevoerd en krijgt iedere huisarts – naast weekenddiensten – ook avonddiensten.
De opvolger van Marius van Dijk: Vincent de Vroomen
De eerste huisarts die in de jaren ‘70 zijn praktijk overdraagt, is Marius van Dijk. Zijn grote praktijk heeft hij vanaf oktober 1963 gedeeld met zijn neef Gert van Dijk, maar hij besluit in 1971 voor zichzelf een opvolger te zoeken. In een gesprek met één van zijn patiënten komt hij erachter, dat haar zoon in Nijmegen geneeskunde studeert en wellicht huisarts wil worden. Hij vraagt haar of deze zoon contact met hem wil opnemen. Na een kennismakingsgesprek met deze zoon, Vincent de Vroomen (V.M.P. de Vroomen,geboren 7 augustus 1944 te Voorhout – overleden 6 mei 2010 te Silvolde), krijgt Vincent het voorstel om eind 1971 een coschap huisartsgeneeskunde bij Marius van Dijk in de praktijk mee te lopen. In het evaluatiegesprek na afloop van dat coschap biedt Marius van Dijk aan De Vroomen de mogelijkheid om de praktijk en het woonhuis over te nemen. Aldus geschiedt. Vincent de Vroomen is geboren aan de Loosterweg te Voorhout, zijn moeder is onderwijzeres. Hij gaat in de Engel in Lisse naar de lagere school en na de mulo in Sassenheim en de hbs in Lisse, gaat hij in Nijmegen studeren. Op een bruiloft in Oegstgeest leert hij zijn latere vrouw Joke Liefferink kennen. Eind 1968 zijn zij getrouwd en gaan zij samen in Nijmegen wonen. Ze krijgen twee kinderen. Op 1 oktober 1972 start de nieuwe huisarts vanuit hetzelfde huis als zijn voorganger: aan de Achterweg 6. Het huis is in 1904 gebouwd voor huisarts Blok. Het oude doktershuis zal tot het einde van de carrière van De Vroomen in 2001, zijn praktijk huisvesten. Op een grondige manier verbouwt De Vroomen enkele keren de binnenkant van het huis. In de laatste jaren is vrijwel de gehele benedenverdieping ingericht als huisartsenpraktijk en vindt het wonen voornamelijk op de eerste verdieping plaats. De samenwerking die Gert van Dijk voorheen met zijn oom Marius had, wordt nu met De Vroomen, de opvolger van zijn oom, voortgezet. Na enkele jaren wordt deze samenwerking echter ontbonden: ieder gaat liever zijn eigen weg. Wel is er nog vele jaren een onderlinge waarneemregeling tussen beide huisartsen.
Werkt hij vanaf 1972 nog met een doktersassistente, vanaf 1981 neemt de echtgenote van De Vroomen de taken van de assistente fulltime over. Dit zal zij blijven doen tot aan het beëindigen van de praktijk. De Vroomen is jarenlang voorzitter van het plaatselijke Rode Kruis. Hij biedt een leerplek aan diverse coassistenten geneeskunde en is in zijn laatste jaren als huisarts, ook opleider aan de huisartsenopleiding. Naast zijn werk ligt zijn interesse vooral op het gebied van de techniek. In zijn vrije tijd is hij graag bezig met elektrische schakelingen en ook het klussen in huis is meer dan een hobby. Hij is een pionier op het gebied van informatietechnologie. Hij schrijft reeds in de jaren tachtig computerprogramma’s ben bij de invoering van de computer in de huisartsenpraktijk is hij voor menigeen een vraagbaak.
De opvolger van Henk Holl: John Sedelaar
Henk Holl start in 1937 met zijn huisartsenpraktijk, als opvolger van Martinus de Graaff. Wanneer hij zijn praktijk wil neerleggen, plaatst hij enkele keren een advertentie in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Verschillende artsen willen zijn praktijk wel waarnemen tijdens vakanties, maar lange tijd dient zich geen echte opvolger aan. John Sedelaar (J.P.M. Sedelaar, geboren 28 januari 1945 te Amsterdam) neemt op een bepaald moment ook contact met hem op. Er is direct een klik tussen beide mannen. Holl heeft een kleine praktijk en wil zijn huis graag mee verkopen, iets dat in die tijd heel gebruikelijk is. Sedelaar denkt de groeimogelijkheden van deze kleine praktijk alleen maar te kunnen realiseren in de Poelpolder en wil zich daarom nadrukkelijk alleen daar vestigen. Holl heeft er begrip voor en stemt toe. Daarop wordt het praktijkgedeelte zonder het woonhuis verkocht en kan Sedelaar zoeken naar een geschikt pand. Dat blijkt in die tijd geen enkel probleem, want er worden in de Poelpolder veel nieuwe huizen gebouwd en men wil graag een jonge huisarts in de nieuwe woonwijk.
Op 1 oktober 1973, precies een jaar na de komst van Vincent de Vroomen, vestigt Sedelaar zich in twee naast elkaar gelegen huizen aan de Händelstraat nummer 18 (woonhuis) en 20 (praktijk), nadat eerst een verbinding binnendoor is gerealiseerd. Zijn vrouw, Stella Sedelaar-Teunissen, heeft een baan in het onderwijs.
Zij wil fulltime assistente worden in de praktijk van haar man en volgt daartoe eerst een cursus tot het verkrijgen van het diploma doktersassistente. Zij zal hem zijn hele actieve carrière, die duurt tot 1 januari 2005, als assistente ondersteunen. In 1975 worden de eerste contouren zichtbaar van het door architect Aad Paardekooper ontworpen Burgemeester de Graafplein. Sedelaar mag binnen dat ontwerp zelf de plaats bepalen waar hij wil wonen en werken. Hij zoekt contact met fysiotherapeut Guus Kosters, die graag mee wil denken in dit project. Kosters en Sedelaar worden buren, ieder met een eigen moderne praktijkruimte. De praktijk van Sedelaar groeit snel en is uiteindelijk veel te groot voor één huisarts. Diverse arts-assistenten komen hem vanaf 2001 ondersteunen. In 2001 verhuist de praktijk van Sedelaar voor de laatste maal en wel naar het Vivaldiplein, waar nu nog steeds huisartsenpraktijk Poelpolder gevestigd is. Uiteindelijk neemt Wil Derks in 2005 de praktijk van Sedelaar over, op dat moment werken er al negen medewerkers in deze praktijk! Naast het werk in de huisartsenpraktijk geeft Sedelaar jarenlang EHBO-les en is hij actief in het organiseren van nascholing voor huisartsen.
Jarenlang ontvangt hij ook coassistenten om hen de kans te geven te zien hoe leuk en soms moeilijk, het werk als huisarts is. Hij is ook geruime tijd medisch adviseur van de Indicatiecommissie Opname Verpleeghuis. Verpleeghuiszorg is in die tijd plaatselijk en niet regionaal georganiseerd. Als hobby is hij tot op de dag van vandaag in diverse combo’s, vooral op trompet en klarinet, actief in de jazzmuziek. Ook fotografie en genealogie zijn nog steeds zijn hobby.
De opvolger van Lex Duymaer van Twist: Hans van Weel
Lex Duymaer van Twist is in die periode de langst zittende huisarts. Hij heeft zich reeds in 1932 op 29-jarige leeftijd gevestigd op de Heereweg 295. Hij heeft altijd veel tijd aan zijn patiënten willen besteden en om dat mogelijk te maken heeft hij bewust een kleine praktijk gehouden. Op 15 maart 1975 draagt hij na 43 jaar(!) zijn praktijk over aan Hans van Weel. (H. van Weel, geboren 11 juli 1937 te Utrecht – overleden 13 november 2016 te Voorhout). Hans is geboren in een artsengezin. Zijn vader is een vooraanstaand chirurg en hoogleraar chirurgie. Hans is de tweede zoon in een gezin van drie jongens. Al op jonge leeftijd blijkt hij veel talent voor muziek te hebben. Hij bespeelt verschillende instrumenten en heeft een absoluut muzikaal gehoor: hij kan een melodie, zonder notenschrift te kennen, direct foutloos en zuiver naspelen. De vibrafoon is zijn meest geliefde instrument en hij heeft in verschillende vooraanstaande jazzcombo’s gespeeld. Hij gaat aanvankelijk in Utrecht geneeskunde studeren, maar hij maakt zijn studie af in Leiden. Daar leert hij zijn latere echtgenote Margreet Sipman kennen. Zij studeert ook geneeskunde en heeft altijd haar eigen carrièrepad gevolgd. Zij wordt kinderarts in het LUMC en bouwt in dat vakgebied een zeer goede naam op. Helaas is zij in 2002 erg jong overleden. Van Weel zet aanvankelijk de praktijk van Duymaer van Twist voort met een doktersassistente (want zijn vrouw heeft een eigen carrière!) aan de Heereweg 295, in het huis van zijn voorganger. Ook hij introduceert direct de Groene Kaart om patiëntgegevens te noteren. Vrij snel verhuist het gezin naar villa ‘de Venne’ aan de Heereweg 341, mede omdat daar een schuur staat die de mogelijkheid biedt om te verbouwen tot een vrijstaande praktijk. Immers, in de praktijk op het adres Heereweg 295 moet nog steeds iedere patiënt de trap op! Helaas voor Van Weel zakt de woningmarkt in. Dit maakt, in combinatie met de hoge rente in die tijd, het financiële risico te groot om een verbouwing te realiseren. Een terugkerende alcoholverslaving maakt het werken uiteindelijk niet meer mogelijk. In de zomer van 1982 wordt besloten om de praktijk over te dragen en op 30 augustus 1982 zet Paul Stelder zijn praktijk voort vanaf het adres Oranjelaan 93.
Frans Haase sr. gaat samenwerken met Frans Haase jr. De laatste arts die zich in de jaren ‘70 gevestigd heeft, is de derde huisartsgeneratie Haase en om het moeilijk te maken draagt hij ook de naam Frans. (F.G.W.M. Haase, geboren 26 april 1945 te Lisse). Frans jr. is de oudste zoon in een gezin van zes kinderen. Na de middelbare school, die de eerste drie jaar op het Adelbert College in Wassenaar en de laatste twee jaar op het plaatselijke Fioretti College zijn afgelegd, begint hij zijn geneeskundestudie in Nijmegen. Na een jaar stapt hij over naar Leiden. In 1974 rondt hij zijn studie af en daarna volgt een korte periode militaire dienst. In 1975 gaat hij in de praktijk van zijn vader werken aan de Heereweg 337, eigenlijk in eenzelfde samenwerkingsvorm als zijn grootvader dat in 1939 met zijn vader deed. Frans senior trekt zich geleidelijk aan steeds meer terug uit de praktijk, maar hij blijft actief tot 1986. Hij is dan 47 jaar huisarts geweest met een onderbreking van drie jaar door zijn periode in militaire dienst in Indonesië. (Zie VOL Nieuwsblad 2024- nr. 1). In de jaren ‘70 zien we dus in korte tijd vier nieuwe, jonge huisartsen verschijnen. Huisarts is op dat moment nog een echt mannenberoep, slechts 5% is vrouw. Alle vier de huisartsen voeren de ‘moderne’ patiëntenadministratie in en de meesten gaan werken met een doktersassistente. Er komt een waarneemregeling voor alle avond- en weekenddiensten en de vakantiewaarneming wordt meer geformaliseerd, hoewel van de twee reeds langer gevestigde huisartsen Klaas Bet er altijd moeite mee gehouden heeft: hij hoeft niet op vakantie en hij is er altijd voor zijn patiënten…

Hans van Weel was ook zo’n muzikale huisarts , Paul Labohm heeft over zijn leven een boek geschreven.
Tenslotte:
it is het achtste en voorlopig laatste artikel in de reeks over de Dhuisartsen in Lisse. De hele reeks beschrijft bijna 200 jaar van medische zorg in een groeiend dorp: waar rond 1800 ongeveer 2000 mensen woonden, werden dat er rond 1980 al meer dan 20.000. Nu (2024) wonen er 23.000 mensen in Lisse en 3500 in de Lisserbroek. Het aantal huisartsen is meegegroeid. In de 19de eeuw zijn het vooral kindersterfte en infectieziekten die de aandacht van de huisarts vragen, nu zijn het veelal de ouderdomsziekten en kanker. Naast de huisarts komt de assistente als onmisbare schakel en wordt van elk consult een verslag bijgehouden. Deze reeks wilde een beeld schetsen van de ontwikkelingen in de gezondheidszorg in Lisse en daarbij was er ook aandacht voor het persoonlijke leven van die dokters in relatie met hun patiënten en hun gezin. Dit artikel kwam tot stand na gesprekken met John en Stella Sedelaar, Joke de Vroomen, Nanke van Dijk, Ellen van Weel, Sake Holl, Ajo Duymaer van Twist en Frans Haase jr.










































