Berichten

Vereniging Oud Lisse feliciteerd Langeveldshof

Nieuwsflits

Nieuwsblad 23 nummer 1 2024

Bij deze onze felicitaties voor het prachtige werk wat jullie nu alweer 5 jaar lang doen. Geweldig fijn dat jullie er zijn. Vooral zo door gaan.

Vlasbewerking was eeuwenlang belangrijk

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

5 maart 2024

Door Nico Groen

 Weinig Lissers weten dat er in de 16e en 17e eeuw een bloeiende vlasindustrie is geweest. Maar liefst 80% van de bevolking verdiende daar zijn brood mee. In het haardstedengeld van 1688 waren de meeste woningen voorzien van een vlaskot of vlasoven. De verwerking van vlas tot linnen vergde vele handelingen. Het was ongezond werken in de vlassector. Een arbeider van 60 jaar was een witte raaf.

Het zogenaamde ‘rauwvlas’ werd in augustus met zeilschepen aangevoerd van de Zuid-Hollandse eilanden en Zeeland om verwerkt te worden in Lisse. Het vervoer moest via Gouda, maar daar moest tol voor worden betaald. Daartoe kon men tolbrieven bij de schout kopen. De Haven lag vol met vlasschepen. Het vlas werd door kooplui uit de hand verkocht aan de meest biedende. Zo werden alle schepen leeggekocht, waarna de nieuwe eigenaren zich opmaakten voor de volgende behandeling. Het vlas had helder stromend water met vlakbij land nodig, omdat het eerst in water geroot moest worden en daarna gedroogd. Daartoe werd het vlas in het water gedaan met stro, graszoden of stenen erbovenop. Na 6 tot 12 dagen werd het vlas ‘op capellen’ (schoven) of ‘in den sprei’ op het land gelegd om te drogen. De stank die hiervan afkwam, ‘verjaagde zelfs de waterratten’.

Het gebied van de Capelleweide en Capelleland liep van de Kanaalstraat tot de Kerksloot

(Stinksloot) en van de Kapelstaat tot de Molenstraat. Het enige dat nog aan de industrie herinnert is de naam Kapelstraat (toen Kapelsteeg). Niet alleen hier werd het vlas gedroogd, maar op diverse plekken in Lisse, zoals bijvoorbeeld bij parkeerterrein Noord van de tenoonstelling Keukenhof. Via het Klopperslaantje aan de Stationsweg (halverwege het parkeerterrein) reed men naar de Klopperslanden om daar de behandeling te krijgen. Deze Klopperlanden lagen aan de zuidkant van de Lisserbeek bij het koebruggetje van boerderij Middelburg.

Vlasovens

Als het vlas voldoende gedroogd was, bracht men het naar een aantal huisgezinnen. Hier werd het nog meer gedroogd in vlasovens, waarna het werd gebraakt, gebroken dus. Dit diende om het houtachtige omhulsel van de vlasvezel af te halen. Door het te zwingelen (schuren tussen 2 stenen waardoor de vezels worden gescheiden van het stro) werd het verder geschoond. Hierna werd het gehekeld (glanzend gemaakt), vervolgens op knotten gedraaid en gewogen. Dit alles gebeurde in schuurtjes, de zgn. hekelkotten en vlasovens, die nog wel eens brand veroorzaakten door slordigheid met vuur.

Veel spinnenwielen in Lisse

Het behandelde vlas ging voornamelijk richting Twente om te worden verwerkt of het werd verwerkt tot garen op spinnenwielen in Lisse. Tijdens de 17e eeuw was het spinnenwiel in Lisse een normaal meubelstuk. In 1620 woonde er zelfs een spinnenwielmaker in Lisse. Het garen werd in knotten, strengen of stukken van 2000 omhalen verkocht aan de linnenindustrie in Haarlem of Leiden. Halverwege de 18e eeuw stortte de linnenindustrie in en hiermee verdween een zeer belangrijk stuk aan werkgelegenheid in Lisse.

Foto: Vlasoven in Openluchtmuseum Arnhem
Foto: Openluchtmuseum Arnhem

 

 

Brandweer 200 jaar

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

door Nico Groen

  23 januari 2024

 In 2023 werd met veel activiteiten gevierd dat het brandweerkorps 200 jaar bestond. Voor die tijd was er natuurlijk ook al van een brandweer sprake, maar in 1823 werd door het gemeentebestuur van Lisse een officieel reglement over de brandweer aangenomen. In dat jaar werd ook een brandspuithuis ten noordwesten van de toren van de Grote Kerk gebouwd.

  In 1823 werd in Lisse ‘Het reglement, houdende bepalingen ter voorkoming en blussing van brand en hetgeen na een gebluste brand dient te worden verricht’ door het gemeentebestuur aangenomen. In dat reglement van maar liefst 43 artikelen wordt duidelijk dat preventie en controle een belangrijke plaats innemen, met name voor schoorstenen en het onderhoud hiervan. In art. 22 staat dat het blussen een serieuze zaak is en dat er geen pretje van mag worden gemaakt. Uit art. 23 kan worden opgemaakt dat de slangen met grote zorg moeten worden behandeld. In art. 35 blijkt dat de toren van de Grote Kerk een belangrijke rol speelt voor de slangen. Deze moeten rechtop en droog in de toren worden opgehangen om schade te voorkomen. De toren stond vlak bij het brandspuithuisje aan de Achterweg. In art. 14 en 16 wordt aangegeven waaruit het brandweerkorps moet bestaan.

Het gemeentebestuur benoemt 2 brandmeesters en 2 assistenten. Verder moet het korps bestaan uit 24 slangengeleiders, 32 pompers, 16 waterscheppers, 2 zakbewaarders, 6 toortsdragers en 6 zeiltrekkers. De zeiltrekkers moeten zeilen over de daken van de nabijgelegen gebouwen trekken om overslaand vuur zoveel mogelijk te voorkomen.

Het reglement en alle gemeenteraadsnotulen over de brandweer en van de brandweerleiding zelf staan in het ‘Jubileumboek 175 jaar Brandweer Lisse’ uit 1998. Daarin staan ook per brand alle verslagen vermeld. Dit boek is in te zien bij de VOL tijdens de inloop op dinsdagmorgen en eventueel te leen.

Molenmaker Van der Zaal

Cornelis van der Zaal werd in 1823 opnieuw benoemd tot een van de brandmeesters. Hij hield een dagboek bij dat door Bert Kölker bewerkt is tot het boek ‘Kroniek van de Lisser timmerman en molenmaker Cornelis van der Zaal 1762 – 1839’. Dit boek is ook in te zien tijdens de inloop op dinsdagmorgen. Ook is het te koop. In dat boek staan veel gegevens over branden, vaak bij molens, bijvoorbeeld door blikseminslag. Cornelis van der Zaal was sinds 1819 brandmeester. Na zijn dood gaat deze functie over van vader op zoon tot 1909.

Gebouwen

In 1958 kon een echte brandweergarage in gebruik worden genomen. Daar was al lang behoefte aan. Na de brandspuitenhuisjes bij de toren, later bij het regthuis aan ’t Vierkant, bij het gemeentehuis, bij het Lisser autobedrijf (LAB), bij de Engelenbrug en bij Openbare Werken aan de Grachtweg, krijgt de brandweer een onderkomen aan de Grevelingstraat. Ook dat is na verloop van tijd weer te klein en verouderd. Sinds 1994 zit de brandweer aan de Oranjelaan. De missie van vrijwillige brandweerlieden is en was: minder branden, minder slachtoffers, minder schade. Hulde voor 200 jaar inzet!

Foto:. De brandweergarage aan de Oranjelaan staat er sinds 1994.
Foto: Nico Groen

 

Brandweer Lisse viert 200-jarig bestaan

Dit jaar bestaat de brandweer in Lisse 200 jaar. Een jubileum om groots te vieren. Diverse activiteiten zijn de afgelopen weken al gevierd.

Nieuwsflits

Nieuwsblad 22 nummer 2 2023

Dit jaar bestaat de brandweer in Lisse 200 jaar. Een jubileum om groots te vieren. Diverse activiteiten zijn de afgelopen weken al georganiseerd door de vrijwilligers van deze jarige kazerne. Op 10 juni is er een Open Dag gehouden van 11.00 tot 16.00 uur bij Brandweer Lisse aan de Oranjelaan 77 waarbij de kazernedeuren open stonden voor alle Lissers en andere vrienden. Op deze dag is officieel de nieuwe autoladder in gebruik genomen. Een defilé van ronkende historische en moderne brandweervoertuigen reed ’s middags van 14:00 tot 15:00 uur door het dorp. De brandweerkazerne was zowel het begin- als eindpunt van deze tocht. Na het defilé waren de voertuigen te bezichtigen en stonden hun bestuurders klaar om alles over deze onverwoestbare voertuigen te vertellen. Ook werd bij de stand ‘Brandveilig leven’ de volle aandacht geschonken aan het nut en noodzaak van b.v. rookmelders en het plaatsen van CO-melders. Leerzaam voor oud en jong! Ook was er een stand van de jeugdbrandweer die voor de jeugd vanaf 12 jaar de moeite waard was te bezoeken. Tenslotte is er een reünie gehouden voor oud-collega brandweerlieden om hun ervaringen en verhalen bij de brandweer te de delen.

 

In 2023 bestaat verpakkingsbedrijf Beelen 70 jaar.

Hieronder volgt een beschrijving van het bedrijf, geschreven door advertentieburo Branded Content.

Lisse 825 jaar, maar de het veen werd al mogelijk al eerder gebruikt

Sporen van vroeger ( LisserNieuws)                                                            

25 april 2023

door Nico Groen

 Lisse bestaat dit jaar op papier 825 jaar. Dit wordt groots gevierd in Lisse. De agenda staat op de website van de gemeente Lisse. De Romeinen schreven al in het jaar 77 dat een armzalig volk aan de kust aardkluiten met hun handen uit de grond trokken en deze verstookten voor het verwarmen van hun verstijfde ledenmaten en voor het koken. In Lisse is al in de 13e eeuw veen gewonnen, zoals bij het gehucht Daerrode.

Onderstaand verhaal is gebaseerd op slechts enkele feiten. Het verhaal moet meer gezien worden als ‘hoe het er in Lisse aan toe gegaan kan zijn’.

Voordat de graven van Holland zich bemoeiden met het in cultuur brengen van veengronden zal op kleine schaal al veen gewonnen zijn in Lisse voor verwarming en koken. Waar kan dit in Lisse geweest zijn? Het moet in ieder geval veengrond en vlak bij het dorp zijn geweest. De plek die daarvoor het meest in aanmerking komt is de vroegere Hoppoel. Dit was in de 17e eeuw op landkaarten een ronde, onnatuurlijke vijver. ‘Hop’ betekende vroeger ‘rond’, tegenwoordig nog te herkennen in het woord ‘hoepel’. Deze poel lag waar nu de Salemkerk, speeltuin Marijke en FloraLis zijn.

De graven van Holland kregen vanaf de 12e eeuw steeds meer macht en bepaalden wat er gebeurde aan het landschap. Doordat er steeds meer mensen en steden bij kwamen, moest het cultuurlandschap worden uitgebreid. In het moerassige land werden sloten en afvoersloten gemaakt, zodat het water gemakkelijker kon wegstromen. Hoogveen werd gewonnen en land in cultuur gebracht. In de Bollenstreek betekende dit dat in de laagvlakten afvoersloten, toen weteringen genoemd, richting de Oude Rijn werden gemaakt en dat het land tot een bepaalde hoogte werd afgeveend, waarna meestal grasland voor het vee overbleef, zoals in de Lageveense polder ten westen van het Keukenduin.

Geestgronden maken

Anders was dit in veengebieden met een kleine laag veen, zoals de strandvlakte vanaf de Achterweg richting Heereweg tot halverwege de huidige boerderij Wassergeest. Vanaf Wassergeest tot de Heereweg behoorde de grond tot de hoge strandwal, de wildernisse genoemd. De toen zo genoemde banheining tussen deze twee gebieden moest er voor zorgen, dat het wild, zoals konijnen, in de wildernisse bleef. De bovenste laag van het veen in de strandvlakte was niet geschikt als turf en werd opzij gelegd. Vervolgens werd het veen tot op het zand verwijderd om te worden gebruikt.  De opzij gelegde bovenlaag kwam weer op het zand. Dit werd gemengd met de bovenste laag zand. Op deze manier ontstonden de beroemde geestgronden, waarop heel goed groenten en kruiden konden worden geteeld. Dit alles is zo ongeveer aan het begin van de 14e eeuw gerealiseerd.

Ten oosten van de Heereweg was het een ander verhaal. Waar nu de Poelpolder is werd er waarschijnlijk op grote schaal tot op de kleilaag veen gedolven in de 12e of 13e eeuw. Op deze manier ontstonden diverse afzonderlijk poelen. De Noordpoel, de Zuidpoel, De Cleypoel en mogelijk Geestwater. Later werd door stormen en hoog water het overgebleven veen weggeslagen.

Foto: Het turfsteken was zwaar werk Foto: Wikipedia

Foto: Het turfsteken was zwaar werk

Foto: Wikipedia

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

OudNieuws: De bierbrouwers in Haarlem

In de 17e en 18e eeuw betrokken de herbergen in Lisse hun bier uit Haarlem. Veel Haarlemse brouwers waren vaak geheel of gedeeltelijk eigenaar van de herbergen in Lisse.

Dirk Floorijp

Nieuwsblad 22 nummer 1 2023

Herbergen en bier
In de 17e en 18e eeuw betrokken de herbergen in Lisse hun bier van de bierbrouwers uit Haarlem. Het drinkwater was van slechte kwaliteit. Er werd dus veel bier gedronken door de bevolking. Het bier had een laag alcoholpercentage en werd ook wel scharbier genoemd. Het bier werd door schippers in de haven van Lisse aangevoerd, wat veel bedrijvigheid met zich meebracht.
Wie nu op de Grachtweg staat, naast Hoogvliet waar de Waag stond, kan zich die drukte moeilijk voorstellen. Alles werd aan- en afgevoerd via de Grachtweg naar het Vierkant, de enige verbinding naar de haven.

De Kapelsteeg, nu een straat, was maar een handkar breed en liep naar de Broekweg (nu de Kanaalstraat). Bij de molen liep de weg dood. Wist u overigens dat de Kapelstraat het enige is wat nog verwijst naar de vlasindustrie die in de 17e eeuw in Lisse tot grote bloei kwam. Het gebied tussen Kapelstraat, Kanaalstraat, Molenstraat en Grachtweg heette Kapelweide waar het vlas op schoven (kapellen) werd gezet om te drogen.
Biervaten werden in de herbergen regelmatig door controleurs gepeild of de inhoud van de vaten in overeenstemming was met het formulier voor de impost (belasting). Zo kwamen ze ook ’s middags om drie uur bij de waard in “De Engel” bij Willem Jansz Klaverweide en vroegen ze om de sleutel van de kelder. Het bier bleek na peiling in orde maar ze zagen in de kelder een partij boter liggen die buiten de impost was gehouden. Daar stonden zware straffen op en je kon zelfs je vergunning kwijtraken. Ze gingen spoorslag naar Leiden om de deurwaarder er bij te betrekken. Die kwam de volgende morgen want laat in de middag heen en weer naar Leiden kon niet meer. In plaats van de boel te kunnen verzegelen omdat ze illegale boter ontdekt hadden vonden ze de volgende morgen niets van de boter. Die had de waard intussen elders ondergebracht en hij was zich natuurlijk van geen kwaad bewust.
Bijzonder is dat het pand van de Haarlemse brouwerij “De Olyphant” van eind 16e eeuw nog steeds bestaat en gesplitst is in twee panden. De brouwerij was actief tot 1668 en bestond sinds 1550. Door brand is het pand verwoest en herbouwd in 1606. In akten van 1613 tot 1617 lezen we dat Cornelis Claesz, de brouwer, regelmatig gedaagden voor de vierschaar laat verschijnen om te betalen voor geleverde bieren. Achteraf
betalen of op de lat bijschrijven was niet voldoende. Brouwer Joannes Braams, in 1688 bierbrouwer van de brouwerij “Het Hoefyser”, leverde ook bier in Lisse. Er waren ook brouwers die een belang hadden in een herberg.

Zo is Joost Vergraft, brouwer in “Het rode Hart” te Haarlem, in 1622 eigenaar van herberg “Het rode Hart“ in Lisse. Niclaas Gestranus, brouwer in “De Pelicaan” te Haarlem, is voor de helft eigenaar van “Den Engel” in Lisse. Albertus van Sweringen, brouwer in “Het Fortuyn” te Haarlem, is in 1690 eigenaar van de herberg “Rotterdam”. Deze herberg stond in Lisse aan de Heereweg, ongeveer op de plaats waar nu het appartementencomplex De Madelief is. Verder was er nog de brouwerij. In Lisse was een herberg “Het wapen van Haarlem”. Die heeft gestaan op Heereweg 145. Johannes van Bergum, brouwer in “Het wapen van Haarlem”, is voor ¾ eigenaar van herberg “De Witte Zwaan” in 1680.

 

Bij de hartpagina: Grullemans

Het bedrijf van bollenbedrijf Grullemans staat mooi op een luchtfoto uit 1928. Ook villa Meerenburgh op Heereweg 25 staat en mooi op

Redactie

Nieuwsblad 22 nummer 1 2023
Vorige hartpagina 1926 liet nog niets zien van de Heereweg 25 villa ‘Meerenburgh’. Rechts onder is ze hier te zien, nog maar net opgeleverd, de tuin moet nog uit de kluiten wassen. Bij Grullemans hebben ze ook niet stil gezeten wat een enorme klus hebben ze daar geklaard. Deze geweldige schuur is ontworpen door architect Leen Tol en is gebouwd door bouwbedrijf Van der Zaal aan het Vierkant. De Meerenduinpolder was in het vroege voorjaar nog één grote speciaalzaak van bontgekleurde bollenbedden. De grote foto laat zien dat men net begint om het rieten winterdekbed op te leggen of af te nemen. Wordt de schuit nu vol geladen met exportkisten of wordt er een nieuwe lading kisten gebracht? Zijn de landerijen net met riet gedekt of is men net begonnen om het riet er af te halen? Wie kan ons vertellen of dit een stralende vroege voorjaarsdag is of een eveneens stralende dag in het late najaar. Dat zouden we best wel willen weten.

De grote schuur van Grullemans in aanbouw met op de achtergrond huize Becorsa en de oude schuur van Grullemans.
Foto 1926 met dank aan Mevr. I. Grullemans Erades. Vlnr. Marinus ten Hage, Cees van der Zaal, C. M. Grullemans Sr. en Leen Tol

 

Statig stond ze daar te staan “Meerenburgh” was haar naam. De burcht is al lang niet meer, van het meer is ook geen sprake meer. Vervlogen in de tijd, maar was er ooit. Foto: Mevr. I. Grullemans Erades

 

 

 

 

 

 

Van Jaap Kooy en Westergeest via Overvecht naar Intratuin

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                                

6 december 2022

door Nico Groen

Jaap Kooy! Jarenlang een begrip in de Bollenstreek maar ook ver daarbuiten. De opening van tuincentrum Jaap Kooy was in 1981. Hij was één van de eersten die met groots opgezette kerstdorpen op Amerikaanse wijze furore maakte. Pendelbussen reden af en aan van de parkeervelden bij Keukenhof naar het tuincentrum van Jaap Kooy.

 

Naast het wereldberoemde Keukenhof met de voorjaarsbloemententoonstelling, was het tuincentrum van Jaap Kooy een goede tweede grote toeristische attractie in Lisse, maar dan in het najaar. De jaarlijks terugkerende ‘Fuchsiade’ was ook zo’n geweldig evenement dat duizenden fuchsialiefhebbers van heinde en verre naar het tuincentrum lokte. Bij Jaap Kooy was altijd wel wat te doen. Van Paasjubel tot uitvoeringen van harmonie, fanfares en zangverenigingen. Altijd even groots en geweldig: een “organisatorische veelvraat” zou je hem kunnen noemen. Op vrijdag 21 juni 1985 werd op grootse wijze de beeldentuin geopend bij tuincentrum ‘Westergeest’. Weer zo’n project dat niet alleen bij een idee bleef, maar werkelijkheid werd omdat Jaap Kooy ook mensen de ruimte gaf om dingen te verwezenlijken.

Failliet

Maar je kunt op een gegeven moment ook net te veel willen. Jezelf overschatten en daardoor in de schulden terechtkomen, zover dat de bank je geen krediet meer geeft en dan is het einde verhaal. Jammer!!!! Maar gelukkig kwam daar een doorstart onder de naam Overvecht en bijna iedereen van het personeel werd door deze nieuwe firma overgenomen. Zo bleef dit prachtige tuincentrum nog heel wat jaartjes aan de weg timmeren. Totdat andere investeerders zich met Overvecht gingen bemoeien. Juist in een toptijd voor tuincentra gingen ze onder de maat presteren.

Intratuin

Na dit dieptepunt gloorde er weer hoop. Omdat Intratuin Voorschoten plaats moest maken voor woningbouw kwam zij naar deze locatie in Lisse. Er zou weer wat groots komen op diezelfde plek, maar net voor de opening van het intratuin-complex zou plaatsvinden, sloeg het noodlot toe. Een foutje zorgde ervoor dat binnen een mum van tijd vrijwel het hele gebouw in lichterlaaie stond. Een grote vuurzee, ontploffingen en een giga zwarte rookpluim die tot ver in de omtrek te zien was. Na de brand lag het er als het verminkte skelet van een gigant bij. Westergeest had de geest gegeven. Intratuin ging niet bij de pakken neerzitten en bouwde in korte tijd een nieuw tuincentrum. Op 30 november j.l. is de 2e fase (het restaurant) officieel geopend door Herman de Blijker. Het resultaat mag er zijn en VOL wenst Intratuin veel succes en hoopt dat deze eigenaar ook zo’n inspirerende figuur zal zijn als die goeie ouwe Jaap Kooy.

Archief verloren

Bij de brand is een groot gedeelte van het archief verloren gegaan. Daarom een oproep; heeft u materiaal aangaande tuincentrum Westergeest van Jaap Kooy (later Overvecht), deel dat dan met de VOL. Dit artikel is voor een groot deel overgenomen uit het laatste Nieuwsblad van de VOL.

Reactie

In het bovenstaande artikel staat dat Jaap Kooij het tuincentrum in 1981 opende. Diverse mensen reageerden met de opmerking dat het tuincentrum al in de zeventiger jaren bestond. waarvan Acte!!

Een luchtfoto uit het laatste Nieuwsblad van de VOL met een gedeelte van het tuincentrum.
Foto: Oud Lisse

 

Brongas

Er wordt uitgelegd wat brongas is. Het is methaangas van eigen erf. Opgevangen onder een gasdichte ronde bak. Zij stonden in de Lisserbroek. Zijn ze ook ergens in Lisse geweest?

Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad 21 nummer 4, 2022

Restanten van een brongasinstallatie Turfspoor Lisserbroek Foto’s Wim Bosch

Het zal rond 1975 zijn geweest dat ik voor het eerst hoorde van gas van eigen erf: brongas. We woonden nog niet zo lang in Hillegom en gingen regelmatig naar familie in het oosten van het land. Route via Alphen, maar voor Alphen passeerden we een boerderij waar ze kaas maakten. Je kwam binnen in een grote keuken en de kazen werden gehaald uit de kaaskelder. Heerlijk, voor herhaling vatbaar. Bij een volgend bezoek haalde de boerin weer kaas uit de kaaskelder terwijl wij zo’n beetje rondkeken in de keuken. Er stond een groot fornuis en alle pitten brandden. Dus toen de boerin terugkwam zei ik maar voorzichtig: “mevrouw, u hebt het gas laten branden”. Tot mijn stomme verbazing was het antwoord: “Ja, lekker, warmt het een beetje bij”. Ze zal gemerkt hebben dat we het in Keulen hoorden donderen, want ze legde uit dat ze hun eigen gasbron hadden. Ik zal wel heel ongelovig hebben staan kijken, want ze begon er over dat ik toch wel eens in de sloot iets omhoog had zien borrelen. Nu, zoiets was het: er kwam met water gas mee omhoog en dat gebruikten ze om te koken, voor verlichting en dus ook om een beetje bij te verwarmen.

Waarnemingen van Friesland tot Amsterdam
Al heel lang is bekend dat er in het westen en noorden van Nederland op geringe diepte gas in de ondergrond voorkomt. De eerste berichten daarover stammen uit het begin van onze jaartelling en komen uit Friesland. Daar zouden in de buurt Staveren een aantal keren spontane branden zijn ontstaan door gas dat uit de aarde kwam. De branden zouden zo groot zijn geweest dat het een paar dagen duurde voor ze
uitdoofden. Pas veel later is weer een vermelding te vinden, nl. uit 1729. Er wordt een put gegraven. Ze zijn al op zo’n tien meter diepte wanneer er iets geks gebeurt. Eerst zien ze een paar keer een kleine vlam. Maar dan ineens horen ze een fiks gedruis, dan een heftige knal als een pistoolschot. Onmiddellijk gevolgd door een grote vlam die enkele minuten lang omhoog schoot. Doodeng natuurlijk, ‘dezen vulcaan’ is een gevaar en de put wordt gedempt. In de jaren erna volgen er steeds vaker dit soort verhalen, men kan niks anders doen dan zo’n gevaarlijke put dicht te gooien. Zo wordt bij het boren van diepe putten tussen 1849 en 1851 te Amsterdam vermeld: ‘Op 42,8 meter -A. P. (44m – N.A.P.) gekomen, bemerkte de opzichter een sterke opborreling in de boorbuis. Een bijgebrachte brandende kaars deed het gas ontvlammen, dat met een helderwitte (als gewoon gaslicht), nagenoeg 2 m hoge, vlam brandde en na drie kwartier werd uitgedoofd.’ Brongas in Amsterdam is dus niks ongewoons. Toen het hoofdpostkantoor in Amsterdam tot Magna Plaza werd verbouwd is ook een soort brongasvoorziening vernield. Egbert Thomas, die werkte op het hoofdpostkantoor en ook lid was van de vrijwillige brandweer, heeft daar een mooi verhaal over. Hij werkte hoger in het gebouw maar leidde soms gasten rond. Hoogtepunt van de bezichtiging werd steevast het diepste punt van het gebouw. Daar brandde dag en nacht zo maar uit de tegelvloer een vlammetje waarop soms een keteltje water stond. “Ze hadden”, zegt Egbert, “het idee dat je het gas maar beter kon verbranden dan dat het zomaar in de kelder kwam of misschien, als je het allemaal zou dichtsmeren, het ergens anders zou opduiken. Het was een soort affakkelen wat daar gebeurde en we waren het er allemaal mee eens.”

Brandbaar water
Dat er “brandbaar water” onder de polders zat, was dus al eeuwenlang bekend. Soms komt het gas spontaan aan de oppervlakte. Het land is daar dan wat moerassig en er is grijsachtig schuim. Dat schuim kan worden aangestoken en blijft dan enkele minuten branden. Ligt de bron in een sloot, dan zie je daar gasbelletjes aan de oppervlakte komen. Het is in de winter een leuk spelletje om daar ‘het ijs aan te steken’. Dit gas kreeg vermoedelijk de naam ’brongas’ omdat het voor het eerst gevonden werd bij bronnen, bij het slaan van een wel of het graven van putten zoals we al zagen. De kunst was hoe je dat gas kon gebruiken. In 1875 wordt door een landbouwer in de Beemster een waterpomp geslagen om het water te gebruiken voor de koeling van de melk. Zo werd wel vaker koelwater verkregen. Zulk aangeboord en spontaan omhoogkomend water heeft een constante temperatuur van ongeveer 9 graden. Er bleek ook gas mee omhoog te komen en daar probeerde de boer slim gebruik van te maken voor verlichting van huis en stal. Hij gebruikte echter een open vlam, wat niet voldeed en de poging werd gestaakt. Wat niet betekende dat er niet verder werd geëxperimenteerd. In 1895 kwam er een echt bruikbare installatie op de markt. En toen ging het hard. Een jaar later waren er al meer dan 20 boerenbedrijven die een installatie hadden en die het gas gebruikten voor verlichting, met een gaskousje. Rond 1900 waren er tientallen installaties in Noord-Holland, maar ook in Friesland en Zuid-Holland kwamen er steeds meer. Het is natuurlijk ook wel erg aantrekkelijk, juist voor die gebieden waar meestal geen waterleiding, gasleiding of elektriciteitsvoorzieningen waren. Je slaat op de goede diepte water aan dat gas bevat. Je schaft een brongasinstallatie aan en je hebt je eigen gas dat je kunt gebruiken voor verlichting en voor koken. Het water kun je in de zomer gebruiken als koelwater voor de melk. Snel terugverdiend. De meeste gasbronnen werden aangelegd in tijden van schaarste, bijvoorbeeld in de eerste wereldoorlog. Zo is bekend dat er in de Haarlemmermeer in 1918 een 200 bronnen waren, allen geslagen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Maar soms waren brongaseigenaren iets te optimistisch. Een berichtje uit de krant van 1926 meldt dat een inwoner van Bovenkarspel een stofzuiger bestelde. Modern voor die tijd. Maar toen de leverancier vroeg waar het stopcontact was volgde de teleurstelling: “kan ik dien stofzuiger dan niet aansluiten op
het brongas?”

Hoe ontstond het gas?

Schematische voorstelling vvan het winnen van brongas

Brongas ontstaat wanneer bacteriën planten- en algenresten afbreken. Die resten zitten in zanderige lagen opgesloten onder veen- en kleilagen. We beschreven al dat brongas met water naar boven kwam. Op de diepte waarvan het water opgepompt wordt is de druk vaak zo hoog dat het gas bijna volledig in het water is opgelost. De druk kan flink hoog zijn. In 1870 werd bij Delft een waterput geslagen. Opeens kwam daar water naar boven met zo’n kracht, dat het heiblok werd opgetild. Toen dat blok weg was spoot er een schuimende waterkolom tot veertien meter hoog de lucht in en dat bleef urenlang zo hoog spuiten. Brongas bestaat voor het grootste deel uit methaan, met nog wat CO2 en stikstof.

Lisse
Nu we volop met zorgen zitten vanwege de beëindigde gasleveringen uit Rusland komt zo’n verhaal over dat fornuis dat volop brandde natuurlijk weer boven. Zou die installatie op de boerderij nog steeds werken? Zouden dergelijke installaties veel gebruikt zijn? En misschien nog wel? Zouden ze ook in Lisse geweest zijn? Alle reden om eens te gaan praten met de heer Johan Duivenvoorden die opgroeide in de Poelpolder en heel lang in de Roversbroek woonde. Hij blijkt zelf meerdere keren water aangeboord te hebben. Dat water zat op een zandlaag op zo’n 10-12 m diepte. Eerst werd een grote betonnen put gemaakt van een meter diep. Daarin werd geboord. Een meter diep boren, grond eruit en weer een meter dieper graven. Dat herhaalde je tot je op water kwam. In een aantal fases werd een vierkante houten beschoeiing van planken aangebracht van 1,5 cm dikte en een binnendiameter van 8 cm. Het hout verrotte niet omdat er geen zuurstof bij kwam. Alles oorspronkelijk handwerk en je moest eerst door die fikse laag zeeklei. Eenmaal aangeboord bleef dat water omhoog borrelen want dat stond onder druk. Het was goed water en bevroor niet. Maar van een brongasinstallatie in Lisse heeft hij niet gehoord, wel over installaties in de Haarlemmermeer.

In Lisserbroek aan het Turfspoor is nog een mooi voorbeeld te zien. Dus gingen de buren Johan Duivenvoorden en Wim Bosch op bezoek bij de heer Dirk Molenaar aan het Turfspoor. Daar is de installatie nog tot begin zestiger jaren gebruikt voor het koken en voor de verlichting. Je krijgt een goed idee van de installatie. Er zit een welpijp in de grond tot de laag waar het gashoudende water is. Aan de oppervlakte komt het gas vrij en wordt opgevangen in de gasketel. Het ontgaste water kon overlopen naar de sloot.

Einde brongas
Je zou denken ideaal zo’n eigen installatie. Maar zo simpel ligt het niet. Al gauw kwamen er bezwaren. Er werd gewaarschuwd voor bodemdaling en waterproblemen. Bronhouders kregen een eeuw geleden al een aanslag voor het afvoeren van het extra water. Het ontgaste water werd afgevoerd naar de poldersloten. Dat zorgde weer voor andere protesten. Het water bevatte te veel zouten en daar hadden tuinders last van. In bepaalde gebieden kwamen tuinders en veehouders tegenover elkaar te staan. We hebben het dan over de vijftiger jaren. Vaak waren er op de boerderijen nog geen voorzieningen van nutsbedrijven en was het brongas hard nodig. Langzamerhand kwamen die voorzieningen er wel en konden brongasinstallaties gesloten worden. Zonder slag of stoot ging dat niet. Polderbesturen en provincies namen allerlei maatregelen om het gebruik te ontmoedigen. Nieuwe vergunningen voor een brongasinstallatie kwamen er niet meer. Hoogheemraadschap Rijnland heeft veel bronnen opgekocht. Er werden zoutaanslagen opgelegd aan mensen met een brongasinstallatie. In 1992 werd naar aanleiding van alle commotie zelfs de Vereniging tot behoud van gasbronnen in Noord-Holland opgericht. Deels hadden ze succes, maar veel installaties zijn ook daarna verdwenen. Leuk is het dat je nog steeds met eigen ogen in het Agrarisch Museum Westerhem kunt zien hoe zo’n brongasinstallatie werkt.

Waren ze er nooit?

Johan Duivenvoorden met Dirk Molenaar
bij de resten van de brongasinstallatie.

Nog even terug naar Lisse. De heer Duivenvoorden weet dus niet van een brongasinstallatie in Lisse. Maar was de ondergrond in de Poel en de Roversbroek dan zo anders dan in de Lisserbroek? Of is het wel geprobeerd en was de bron snel opgedroogd. In een huis op de Ringdijk zitten gasleidingen aan het plafond en iemand die er als kind woonde weet van de gaskousjes die gebruikt werden voor de verlichting. Maar dat kan voor butagas zijn geweest. Dat werd na de oorlog snel populair. Ook is daar iets in de tuin gevonden dat een restant van een installatie kan zijn geweest. Een andere Lisser denkt er toch wel eens van gehoord te hebben. We worden er niet wijzer van. Mocht iemand zich er nog iets over herinneren, laat het ons weten. Dat brongas kan helpen bij de energiecrisis kunnen we vergeten.

Met dank aan Dirk Molenaar, Johan Duivenvoorden en Wim Bosch.