Berichten

HOBAHO 100 jaar

De geschiedenis van de HOBAO wordt beschreven in 5 pagina’s. Het bedrijf is in 1921 opgericht. De eerste veilingen waren in de Hotelrestaurant de Witte Zwaan, vandaar de twee witte zwanen.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad 20 nummer 1, 2021

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat het bloembollenbemiddelingsbedrijf (plus vroegere veiling) Hobaho werd opgericht. Ergens rond Pasen 1970 timmerden de slopershamers er geducht op los en verdween de Witte Zwaan voorgoed en geheel uit beeld. Wat hebben die zaken met elkaar te maken? Welnu: een goede opmerk(st)er zal namelijk in Lisse allang hebben ontdekt dat een groot bedrijf de zwaan jarenlang als beeldmerk voerde. De bloembollenveiling Hobaho en die verwantschap met het etablissement is er niet voor niets, want de wieg van dit veilingbedrijf stond in de Witte Zwaan.

De eerste bloembollenveilingen werden bij de Witte Zwaan gehouden

Om een stukje uit de ontstaansgeschiedenis van het Hollands Bloembollenhuis, ofwel Hobaho (ontstaan uit de samenvoegingen van namen van de oprichters, de heren Homan, Bader en Hogewoning) te belichten, moeten we verder terug in de tijd. Vandaag de dag zijn bloembollen dan weliswaar algemene kost in ons dorp, er was een tijd
dat dit beslist niet zo was. De geschiedenisboekjes leren ons, dat tijdens de kruistochten de eerste exemplaren van tulpenbollen vanuit Turkije Nederland zijn ingevoerd. Doch de eerste feitelijke gegevens over tulpen, hyacinten en narcissen dateren uit de 16de eeuw. Carolus Clusius, hortulanus aan de Hortus Botanicus te Leiden, wordt genoemd als de grote gangmaker van de bloembollenteelt. Spoedig daarop ontstond er op bescheiden schaal ook handel in bloembollen. De bekende windhandel, “de dwaze tulpenmanie”, vormde in 1633 het hoogtepunt van een periode, waarin verzamelaars veel geld aan een enkel exemplaar besteedden. Men had er in die tijd een toer aan om voor fl.3.000,- een enkele tulpen-bol te bemachtigen. (Ter vergelijking: men kocht in die tijd voor fl. 120,- 500 kg kaas of voor fl. 120,- 12 vette). De handel vond voornamelijk plaats in café ’s. In het begin van 1637 volgde hierop een scherpe reactie, waarbij vermogens werden verloren.

Veilen.

F02831 – Aanvoer van bloembollen in 1928. Via een zijkanaal van de Haven liep het water tot in de hal van de Hobaho.

Voor heel veel kwekers, vooral in de verder afgelegen gebieden, was het natuurlijk onmogelijk om regelmatig de beurs te bezoeken. Honderd jaar geschiedenis dus van een vermaard bedrijf. Het voert te ver om alle “ins en outs” uit die periode hier te beschrijven, maar natuurlijk wel over de start en enkele hoogtepunten in de latere jaren. In het begin van de eeuw zwierven de inkopers dan ook door alle teeltgebieden. Zij reisden meestal per openbaar vervoer, zoals met de tram, maar ook per trein waarbij de fiets met hen meereisde; later kwamen er ook, die zich een motorrijwiel of een automobiel aanschaften, maar dat waren uitzonderingen. De inkopers hadden toen zwaar werk, waren veel en vaak meerdere dagen van huis, maar voor hen zat er toch ook wel wat aantrekkelijks en avontuurlijks in. Zij maakten er een sport van om zo goedkoop mogelijk in te kopen en met mooie verhalen de benodigde partijen bij de kweker voor een zacht prijsje in de wacht te slepen. Het feit, dat er geen prijsnoteringen waren, maakte het heel goed mogelijk zo nu en dan wat te “rommelen”. Dit werd echter heel anders toen in het begin van de twintiger jaren de bloembollenveilingen ontstonden. Er kwamen min of meer vaste prijzen, die op de veiling gemaakt waren. De kwekers hadden daardoor wat meer in te brengen bij hun verkoopgesprekken; “Als je ze voor die prijs niet wil hebben, gaan ze naar de veiling….” Zo werd de handel stabieler: een variatie van enkele stuivers was in de plaats gekomen van vage prijsgegevens met verschillen van kwartjes en guldens. Door de veilingen zijn de mogelijkheden om bloembollen in het buitenland te verkopen aanzienlijk uitgebreid. Vroeger kon de kweker zijn partijen BESTEMD VOOR DE EXPORT uitsluitend rechtstreeks aan de exporteur of handelaar verkopen, soms via de beurs. Nu kon hij tot voor kort zijn boembollen laten veilen bij Hobaho of HBG (later CNB) via één van de latere vier In- en Verkoopbureaus verkopen of zelf, dus zonder bemiddeling, een koper voor zijn product zoeken.

De eerste bloembollenveiling
Rond 1880 ontstonden in Nederland de eerste groenteveilingen, waardoor men bekend raakte met het systeem van verkoop “via de klok”. Het veilen van bloembollen bestond toen nog uitsluitend in de vorm van “groene veilingen”. Groen wil zeggen, dat partijen bloembollen – tijdens, of vlak na de bloei – op het veld bij opbod en afslag worden verkocht. Een systeem van verkopen, dat al in de 17de eeuw werd toegepast. In navolging van de groenten werd in 1919 het veilen van “droge” (geoogste en exportklare) bloembollen in West-Friesland het eerst aangepakt. Een groep kwekers stichtte daar de Coöperatieve Veilingvereniging. De eerste veilinghal werd in Bovenkarspel gebouwd. Eerdere veilingen hield men daar op de kolfbaan van “Het Roode Hert”. Het bleef niet bij die ene bloembollenveiling.
In de loop der jaren kwamen er – naast veiling HBG en Hollands Bloembollenhuis in Lisse – bloembollenveilingen in Hillegom, Haarlem, Beverwijk, Broek op Langedijk en ‘s-Gravenzande. Al deze veilingen zijn echter na korte of langere tijd weer verdwenen, gefuseerd, opgeheven of zijn overgegaan op het veilen van andere producten.

Duo.
Tot 1976 waren er lange tijd drie grote bloembollenveilingen, te weten Hollands Bloembollenhuis N.V. te Lisse en de coöperatieve veilingen H.B.G. en West-Friesland, respectievelijk in Lisse en Bovenkarspel. De beide coöperatieve veilingen gingen in 1976 een fusie aan, hetgeen resulteerde in de Coöperatieve Nederlandse Bloembollen Centrale, de CNB, met als hoofdvestiging Lisse en een nevenvestiging in Bovenkarspel. Voor het overige speelt al het veilinggebeuren  zich dus in Lisse af. Weliswaar heeft Hobaho ook een nevenvestiging in Breezand, maar daar worden reeds lang geen bloembollenveilingen meer gehouden.

Het begin van N.V. Hollands Bloembollenhuis
Toen in West-Friesland de eerste bloembollenveiling werd opgericht opereerden de heren Homan, Bader en Hogewoning reeds een aantal jaren als “groene veiling directie”. Er waren in de Bollenstreek in het verleden wel eens enkele veilingen van “droge” bloembollen gehouden, maar dit gebeurde slechts incidenteel. Na enkele jaren succesvol op het gebied van groene veilingen (veilen van de bollen op het land) samengewerkt te hebben, besloot het eerder genoemde driemanschap in 1921 ook “droge veilingen” te gaan houden. In die lange, hete zomer van 1921 hadden ze alle geluk van de wereld, want ze hadden de reactie op hun initiatief ver onderschat. Ze dachten aan het koetshuis en de overige ruimten van hotel “De Witte Zwaan” in Lisse genoeg te hebben om de aanvoer van hun veilingen op te vangen. Er kwamen echter zoveel bollen, dat het grootste gedeelte buiten moest staan. Zonder deze warme, droge zomer zou de N.V. Hollands Bloembollenhuis wellicht in de kiem zijn gesmoord. De zomers van 1920 en 1922 waren namelijk nat…!

Onderschat initiatief

F02837 – Hal 2 van de Hobaho liep tot aan de gracht (1953).

Maar de heren hadden in dat ene seizoen gezien, dat hun initiatief goede perspectieven bood en zij pakten de zaken meteen groot aan. Aan de Haven te Lisse lieten zij een hal neerzetten van 4200 vierkante meter, waarvan 500 vierkante meter sloot, zodat de aanvoer per schip binnengevaren kon worden. Het was een complete hangar en van heinde en verre kwam men (hoofdschuddend) naar dat bouwsel kijken. In 1924 was het bestaan van de veiling verzekerd. In de hal werd een kantoor en een veilingzaal met afmijntoestel (veilingklok) gebouwd. De kopers raakten hun angst en afkeer voor dat toestel kwijt; de kritiek verstomde en veranderde in waardering. Men was aan de groei van Hobaho gewend geraakt en niemand lachte meer, toen de hal in 1928 met 2.000 vierkante meter werd vergroot. In de loop van de jaren werden er nog drie hallen bijgebouwd, land en panden aangekocht, zodat het totale complex 4.36 ha besloeg. De vier hallen omvatten totaal 10.735 vierkante meter; de kantoren van Hobaho met drukkerij en redactie/afgiftekantoor 1308 vierkante meter. Verder beschikt Hobaho nog over twee parkeerterreinen van respectievelijk 2110 en 1540 vierkante meter. Er is niet echt veel meer dat aan het veilingbedrijf van anno 1920 herinnert. De ontwikkelingen gingen in een razend tempo voort en de veilingen gingen daarin mee en nemen zelfs vaak het voortouw. Dat deze bedrijven binnen enige jaren weer vele veranderingen zouden ondergaan stond vast, want men wilde en moest “bij” blijven om op alle fronten in de markt te kunnen blijven. Tot op heden is bewezen dat men op voortreffelijke wijze op de jongste ontwikkelingen inspeelt en niets wijst erop dat dit in de toekomst niet zal worden voortgezet. Wat de veiling Hobaho betreft begonnen de eerste schreden op het veilingpad dus in De Witte Zwaan. De zwaan vormde het beeldmerk van de veiling, ter herinnering aan de plek van geboorte. De Witte Zwaan is niet meer, maar in herinnering leefde dit etablissement voort via het beeldmerk van Hobaho, waarvan u dus de ontstaansgeschiedenis nu kent.

Even nog wat cijfers
Nog enkele snelle cijfers en gegevens…en dan niet perse in chronologische volgorde, maar zoals het in het verhaal past….:In 1924 was er de bouw van een veilingzaal met 250 stoelen en een elektrisch afmijntoestel (veilingklok). In 1925 werd gestart met een eigen weekblad, “de Hobaho” later Vakwerk en in eerste instantie gedrukt bij Drukkerij Imperator, daarna (1975) in eigen beheer bij Hobaho zelf. De vooroorlogse crisis brak uit en veel bedrijven gingen ten onder ook in de bloembollensector. Maar Hobaho overleeft en komt door de crisis heen! En dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit en weer komen er magere jaren. In 1941 komt de “Coöperatieve Veilingvereniging Hillegom”, die in 1928 was gestart, te koop. Hobaho is geïnteresseerd maar ook dè grote concurrent, de Coöperatieve Veiling H.B.G te Lisse. De leden van de vereniging Hillegom kozen, via een stemming. In mei 1945 wordt het hele pand van Hobaho voor de festiviteiten van de bevrijding in gebruik genomen. Op het grote parkeerterrein is elke avond een dansfeest. Een band van Canadese militairen zorgt voor nieuwe muziek en de Hokipoki wordt elke avond door heel Lisse gedanst. Er wordt een groot podium in de hal opgericht. Verder werd in overleg met de Gemeente Lisse in de Prinsessestraat een serie nieuwe woningen aangekocht. Deze werden ter beschikking gesteld aan medewerkers die geen woning hadden. Ook wordt het Bloemencorso van de Bollenstreek geïnitieerd! Hobaho zorgt voor bemanning en ruimte en regelt allerlei facilitaire zaken. Bovendien rijdt Hobaho met een eigen praalwagen mee en ook dat zorgt voor een grote binding met de sector. In de loop der jaren werden de hallen trouwens voor talloze evenementen gebruikt, zoals het corso, feestelijkheden van de middenstand (Elfesta feesten,) de beurs Holland’s Glorie, occasionshows, paarden spektakel, sjoelkampioenschappen, de jaarlijkse Mechanisatietentoonstelling waar het nieuwste van het nieuwste op het gebied van de mechanisatie werd geshowd. Verder oldtimershows, beurzen, grote verenigingsgebeurtenissen, rommelmarkten, in de winter het onderkomen van de weekmarkt en noem maar op. In de zestiger jaren deed de computer zijn intrede. Dat waren zware machines en het gehele kantoorgedeelte werd inpandig gesloopt. Er moest geheid worden om een sterke vloer te maken voor de installaties.

De veilingzaal wordt gemoderniseerd.

De klok wordt computergestuurd en de bekende 5 op een rij stoeltjes veranderen in 2 x 2 waardoor iedereen direct in een gangpad kan komen. Inmiddels is het 1971 en bestaat Hobaho 50 jaar. Dat wordt groots gevierd. In Treslong, in Motel Sassenheim, op Kasteel Keukenhof met medewerkers en klanten. In 1975 staat drukkerij Imperator, het pand naast Hobaho te koop. Het verouderde bedrijf wordt gekocht en helemaal opgeknapt en het wordt de huisvesting van de automatiseringsafdeling. De Fustpool wordt in 1979 opgericht. Plastic kratten in plaats van de manden. Er is een bestand van 600.000 kratten opgebouwd en op deze manier is een kostenpost veranderd in een inkomstenbron. In 1986 wordt het idee voor een Testcentrum opgestart dat bij de meest recente verhuizing is mee verhuisd en dus aan de Prof. van Slochterenweg staat. In 1996 wordt Hal II compleet omgebouwd tot Congres en Partycentrum en met alle medewerkers en heel veel relaties werd het 75-jarige bestaan groots gevierd. Een andere wetenswaardigheid is dat in 2003 de veilingklok werd opgeheven. Ook CNB heeft er dan een punt achter gezet. Toen de veilingklok was opgeheven kon er afscheid genomen worden van de vertrouwde locatie aan de Haven. Na een pittige verbouwing neemt Hobaho zijn intrek in een groot pand aan de overkant van het bedrijf aan de Haven. Nu werd het Grachtweg. Hobaho deed in de loop der jaren vele aankopen om zich te versterken, maar werd ook nogal eens overgenomen. Onder andere door de bloemenveiling Aalsmeer. Later hing een samengaan met de CNB in de lucht maar dat werd
afgeblazen en rond de eeuwwisseling nam Dümmen Orange de touwtjes in handen. In die periode kwamen overigens ook de beide zwanen terug die aanvankelijk bovenop het pand aan de Grachtweg waren geplaatst, maar door de vorige directie werden verwijderd. De zwanen werden bewaard en staan sinds oktober 2018 bij het pand van Hobaho aan de Prof. Van Slochterenweg waar de nieuwe locatie van Hobaho en Testcentrum nu zijn gevestigd. De voormalige veilinggebouwen zijn inmiddels ontwikkeld tot een nieuw stukje van het Centrum van Lisse: Het Nieuwe Havenkwartier dat in 2019 een feit werd.

Op de veilingdagen was het een drukte van belang. Het ging goed met de veiling en ook met de bloembollenhandelaar

De gashouders zijn 50 jaar geleden gesloopt

Sporen van vroeger  

6 oktober 2020

 door Nico Groen

De nieuwe woonwijk tussen de Gasstraat en de Ringvaart heet Nieuw Meerzicht. De start van de 1e fase van de nieuwbouw is begonnen. Voorheen was hier een bedrijventerrein. Het bekendste bedrijf was ongetwijfeld de Gasfabriek. De gashouders zijn gesloopt in 1970. Precies 50 jaar geleden dus. Door de komst van aardgas was de gasfabriek niet meer nodig.

De gasfabriek is gesticht in 1907. Daaraan voorafgaand waren er heftige discussies en veel stemrondes in de gemeenteraad over de plaats voor de gasfabriek. Eigenbelang bij de raadsleden en hun familie speelde een belangrijke rol in de talrijke raadsvergaderingen. Arie Raaphorst, de plaatselijke correspondent uit die tijd, schreef een verhaal over de perikelen. Daarover heeft Arie in ’t Veld geschreven in 2009 in het Nieuwsblad, het kwartaalblad van de VOL.

Toen men tot de stichting van een gasfabriek had besloten, werd in 1905 hiervoor een terrein aangekocht aan de Heereweg bij de Vennesloot, waar later de Middelbare Tuinbouwschool (nu De Loft) werd gebouwd. Dit werd gekocht van landbouwer P. van Ruiten, bijgenaamd Piet van der Spekke, voor de som van f 10.000,–.

Geharrewar in de gemeenteraad

Na de gemeenteraadsverkiezingen in de zomer van 1905 kwamen M. Veldhuijzen van Zanten Jz. en J.W. Lefeber in de raad. Zij vonden het terrein aan de ‘Vensloot’ totaal ongeschikt voor een gasfabriek. Het lag niet aan diep vaarwater. De exploitatie zou erg duur worden door de aanvoer van steenkool en dergelijke. Men had daarom het oog op een terrein aan de Ringvaart laten vallen. Deze motieven waren gegrond: dat was niet tegen te spreken. Maar veel persoonlijke motieven van gemeenteraadsleden speelden een rol. De doorslag werd uiteindelijk gegeven door een handtekeningenactie door 195 ingezetenen van Lisse. Daarin werd breedvoerig gewezen op de totale ongeschiktheid van het terrein aan de Vennesloot voor het stichten van een gasfabriek. Uiteindelijk werd na veel gedoe een weiland van M. Verduijn aan de Ringvaart gekocht, waar uiteindelijk de fabriek werd gebouwd.

De ontwerper van de gasfabriek was de heer Adriaanse, directeur van de gasfabriek te Harderwijk. Het geheel bestond uit een ronde gashouder, waarin het gas werd opgeslagen. Verder werd o.a. een kolenloods en een stokerij gebouwd. Op de kade langs de Ringvaart stond de motorkamer voor het aandrijven van de kraan waarmee kolen uit een schip werden gehesen en aan een rail naar de kolenloods werden getransporteerd. Op 3 oktober 1907 werd de gasfabriek officieel in gebruik genomen. De gasverkoop liep zo voorspoedig dat er een paar jaar later uitbreidingen kwamen in de vorm van een tweede gashouder.

Openbare werken

Na de sloop van de gashouders in 1970 werd het terrein en de overige bebouwing in gebruik genomen door Openbare Werken van de gemeente Lisse. Na het vertrek van Openbare Werken in 1988 naar de Vennestraat werd de rest van de bebouwing gesloopt, met uitzondering van de woningen en kantoren aan de Kanaalstraat. De grond werd grondig gesaneerd, hier en daar zelfs tot 2 meter diepte.

Foto: De gashouder in aanbouw.
Foto: Arie in ‘t Veld

Historisch overzicht van de ELKA

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                   

30 juni 2020

door Nico Groen

De sterk verwaarloosde gebouwen van de ELKA zijn inmiddels na 14 jaar leegstand gesloopt. Zij gaan  plaatsmaken voor nieuw te bouwen woningen. De geschiedenis van de ELKA gaat bijna 100 jaar terug. In 1925 richtte Lisser H.P. Zwetsloot de Lissesche Kistenfabriek N.V. op. Dit werd afgekort tot LK en als ELKA geschreven.

 

De droom van Zwetsloot was al een aantal jaren het op poten zetten van een eigen kistenfabriek in Lisse. In 1925 was het zover. Daarvoor werden de exportkisten voor bloembollen vooral buiten de Bollenstreek gemaakt. De ELKA ontwikkelde zich zeer voorspoedig. Naast de exportkist werd de gaasbak het belangrijkste product.

 

Grevelingstraat heette eerst Grachtweg

In 1950 werd de Gevelingstraat tientallen meters naar het noorden verlegd in verband met de aanleg van de nieuwe brug over de Gracht (nu viaduct over de Ruyshornlaan), die  de Laan van Rijckevorsel verbond met de Gladiolenstraat. Daardoor werd het mogelijk vóór de gebouwen uit 1925 nieuwe loodsen te bouwen voor uitbreiding van de productie. De Grevelingstraat kreeg echter zijn naam pas na verlegging van de weg. Daarvoor heette het hier Grachtweg. Die liep toen vanaf de Heereweg tot in de buurt van de Ringvaart.

Met het gebruik van zeer brandbaar hout is het niet verwonderlijk dat het bedrijf minstens 2 keer door brand werd geteisterd. Een keer in 1973 en nogmaals in 1989.

De bollenexportkisten van hout werden op een gegeven moment grotendeels vervangen door kartonnen dozen. In de jaren negentig werd ook de productie van gaasbakken op een laag pitje gezet. Door de introductie van de plastic veilingkratjes en plastic bakken in de vorm van een gaasbak was er veel minder vraag. Ook de opmars van zogenaamde kuubkisten verminderde de vraag naar houten gaasbakken enorm. Vanwege de verminderde vraag werd eind jaren tachtig de ELKA overgenomen door kistenfabriek M. Bakker en Zonen BV uit Sassenheim. De productie van Bakker werd  in 1992 van de Industriekade in Sassenheim overgebracht naar de Gevelingstraat. Er bleven toen 2 locaties van Bakker over: een in Sassenheim aan de Rijksstraatweg en de ELKA.

Sluiting in 2006

In 2006 werd tot sluiting van de vestiging ELKA aan de Grevelingstraat en van de gebouwen in Sassenheim besloten. De aanleiding waren de plannen van de gemeente Lisse om het industriegebied langs de Greveling te veranderen in een woongebied. Door bemiddeling van de gemeente Lisse verhuisden de beide locaties  naar de gebouwen van P. Bakker Bloembollen aan de Akervoorderlaan. Daarna stonden de gebouwen aan de Grevelingstraat dus jarenlang leeg en enorm te verpauperen.

Van de naam ELKA Kistenfabriek resten nog de brug met de naam ELKA in de Ruishornlaan aan de overkant van het water en de nieuwe straatnaam Kistenmakerskade.

De sloop van de Elkagebouwen.
Foto: Nico Groen

Tegelhandel Mieloo eindelijk gesloopt

Sporen van vroeger    (LisserNieuw)                                 

19 november 2019

door Nico Groen

De nieuwe woonwijk tussen de Gasstraat en de Ringvaart heet Nieuw Meerzicht.

Voorheen was hier een bedrijventerrein met als bekendste bedrijven De Gasfabriek, gebouwd in 1907 en gesloopt in de zeventiger jaren en Openbare Werken van de gemeente Lisse, in 1988 verhuisd naar de Vennestraat. Ook waren hier de maalderij van Verduijn en het gebouw van de PTT met de bekende zendmast gevestigd. De graanmaalderij is deze zomer gesloopt. Vanaf 1960 was ook tegelhandel Mieloo hier aan de Gasstraat gevestigd.

 

De plannen voor deze woonwijk zijn  klaar. Alle hobbels wat het bestemmingsplan en vergunningen betreft zijn genomen. Oriënterend archeologisch onderzoek is verricht zonder dat iets van belang is gevonden. De start van de nieuwbouw van de 1e fase kan beginnen. De verkoop van de woningen is op 1 november 2019 gestart.

 

Voorheen Grasland

Oorspronkelijk was het hele gebied grasland en behoorde voor de drooglegging van de Haarlemmermeer tot de Lisserbroekpolder, dat zich uitstrekte tot ongeveer de huidige Gladiolenstraat en Oranjelaan.

Als eerste kwam in 1907 De Gasfabriek aan de Ringvaart. Vanaf 1950 breidde de bedrijvigheid zich uit. Er vestigden zich steeds meer bedrijven die afhankelijk van aanvoer en afvoer van goederen via de Ringvaart waren. De afhankelijkheid van het watertransport werd in de loop der jaren steeds minder door het toenemen van vervoer over de weg. Uitbreidingsmogelijkheden van de bedrijven was beperkt en ook de verkeersafwikkeling voor vrachtwagens was slecht. Daardoor was er de afgelopen jaren sprake van een trend dat steeds meer bedrijfspercelen leeg kwamen te staan.

 

Mieloo

Rond 1961 kocht Nic P.C. Mieloo uit Leiden een stuk weiland aan de Gasstraat. Hier vestigde zich Mieloo Bouwmaterialenhandel met een kantoor, een showroom en een opslagterrein. Nic P.C. Mieloo was de succesvolle oprichter van dit bedrijf. In 1963 werd achter het kantoor een productiehal voor betontegels (tegelpersloods) gebouwd. Toen heette het bedrijf officieel N.V. Mieloo met Mieloo Bouwmaterialenhandel BV en Tegelunie BV.

In april 1971 brandde het houten kantoor met de hele administratie tot de grond toe af. In de loop van dat jaar werd een nieuw kantoor met daaronder een showroom en magazijn van 1700 m2 gebouwd. De architect was C.F. Stroek uit Oude Wetering. In de showroom waren de bijna 1000 verschillende gevelstenen, vloer- en wandtegels te bezichtigen. Ook keukeninstallaties, badkamers en sanitair vonden een plek in de showroom alsmede open haarden. Dit alles was voornamelijk gericht op de groothandel.

In 1992 wordt de bedrijfsruimte verbouwd en vergroot. Het bedrijf wordt een filiaal van  Raab Karcher  met de naam Raab Karcher Mieloo. Na 2001 komt Mieloo niet meer in het telefoonboek voor. Het leegstaande pand verpauperde steeds meer. En nu is het dus gesloopt ten behoeve van woningbouw van de wijk Nieuw Meerzicht,

Raab Karcher heeft momenteel 34 filialen in Nederland, waaronder één in Hillegom.

Foto: Een luchtfoto van de gebouwen van Mieloo. Deze zijn nu gesloopt.
Foto: Google Earth

 

 

 

 

Foto: Een luchtfoto van de gebouwen van Mieloo. Deze zijn nu gesloopt.

Foto: Google Earth

 

Voormalige maalderij Verduijn gesloopt

Het gebouw uit 1930 heeft plaats moeten maken voor de komende nieuwe woningen van plan Nieuw Meerzicht. Een markant gebouw met een bijzondere geschiedenis is niet meer!

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                       

27 augustus 2019

door Nico Groen

 

Vóór de brug bij de Ringvaart kun je rechtsaf. Daar liggen in de Keukenhoftijd de rondvaartboten aangemeerd. Aan het einde van het straatje, dat tot de Kanaalstraat behoort, stond tot voor kort een markant gebouw. Dat is onlangs gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw van plan Nieuw Meerzicht. 

Het adres van het gesloopte gebouw was Kanaalstraat 276. Hier stond de vroegere graanmaalderij van Verduijn. Het oorspronkelijke bouwjaar van de graanmaalderij was 1896. De opdrachtgever was kruidenier A. Verduijn, die er een graanmaalderij en een grossierderij wilde beginnen.

Brand in 1930

Op dinsdag 17 juni 1930 werden de graanmaalderij en grossierderij door brand volledig verwoest. In diverse landelijke kranten werd melding gemaakt van deze grote brand: “de vlammen vonden gretig voedsel in de groote voorraden meel, graan, suiker, enz.”.  De schade werd op f 150.000 geraamd. Het verbrande gebouw was gelukkig goed verzekerd bij de Onderlinge Brandwaarborg Mij. voor Molenaars te Bussum. De fabriek was juist kort daarvoor van een nieuwe krachtinstallatie voorzien. Er moest nog worden proefgedraaid.

Tijdens het blussen is een ‘spanningsketel’, die onder een druk van 15 atmosfeer stond, door de hitte uit elkaar gesprongen. De brokstukken werden door een muur 25 meter ver het gebouw uitgeslingerd. Twee brandweerlieden, de heren Kuiper en Schrier, werden gewond.

Na de brand werd op dezelfde locatie een nieuw bedrijfspand met kantoor en pakhuis gebouwd in opdracht van F.M. Verduijn. De aannemer-architect was B. van der Zaal uit  Lisse. In de loop der jaren is het pand steeds verbouwd en uitgebreid, waardoor een wonderlijk gebouw ontstond met een kantoor van drie verdiepingen en pakhuizen van vier en vijf verdiepingen met meerdere daken, zowel evenwijdig aan als haaks op de Ringvaart. Boven de laaddeuren werden de daken verlengd, zodat de goederen droog naar binnen konden worden gehesen.

Mijnders en Mieloo

Tot 1951 bleef het steeds een graanmaalderij. Daarna, tot ongeveer 1984 werd het bedrijf NV Groothandel in levensmiddelen genoemd. Het was nog steeds in bezit van de familie Verduijn, maar in de zeventiger jaren werd het pand gehuurd door Mijnders Meubelen.

In 1985-1986 werd het gehuurd door Mieloo Bouwmaterialen en was het tijdelijk  in gebruik als pakhuis. Mieloo was de achterbuurman van Verduijn en gevestigd aan de Gasstraat.

Het voormalige pakhuis is in 1988 drastisch gerenoveerd en verbouwd tot bedrijvenverzamelgebouw “Kanaalstaete”. De daken werden vervangen door platte daken met lichtstraten en de gevels werden wit gemaakt. Opdrachtgever was Integrated Chemicals BV. Een viertal bedrijven maakte daarna gebruikt van dit bedrijfsverzamelgebouw.

En nu heeft het gebouw dus plaats moeten maken voor de komende nieuwe woningen van plan Nieuw Meerzicht. Een markant gebouw met een bijzondere geschiedenis is niet meer!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De sloop is in volle gang. Foto. Nico Groen

Tuinbouwschool open met Monumentendag

De school is gebouwd door Van Nes enTol sr. in de ‘Um 1800’ stijl in 1910. Na renovatie in 2011 is het een bedrijfsverzamelgebouw

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

14 augustus 2018

door Nico Groen

Op  8 en 9 september zijn weer de Open Monumentendagen. Ook Lisse doet op zaterdag 8 september mee. Het plaatselijke organisatiecomité heeft maar liefst 22 eigenaren bereid gevonden hun monumentale gebouw open te stellen voor ieder, die daarin geïnteresseerd is. Een van de opengestelde gebouwen is de voormalige Rijks Middelbare Tuinbouw School op Heereweg 345. Het is een gemeentelijk monument.

Het schoolgebouw met een woning voor de directeur is ontworpen in 1910 door het architectenbureau Van Nes en Tol uit Rotterdam in ‘Um 1800’ stijl. De namen van de architecten zijn te vinden op een gevelsteen. Leen Tol sr. verhuisde later naar Lisse. ‘Um 1800’ is een stijl, die teruggrijpt op de bouwstijl van eind 18e eeuw. Dit is bij de school vooral terug te vinden in het middengedeelte van de voorgevel. De entree heeft houten deuren met glas en natuurstenen elementen. De natuurstenen omlijsting loopt tot de dakrand omhoog. Het grote bovenlicht boven de voordeur is van glas-in-lood en werd uitgevoerd met  een tulpenmotief.

Waar blijft de klok?

Daarboven is een grote ronde boog te zien. Het oude wapen van Lisse in de kleuren blauw met goud is in deze boog goed te herkennen. Tijdens de renovatie in 2011 is voor het herstel echt bladgoud gebruikt. De omlijsting van het portiek is rijk versierd met zuiltjes en gebeeldhouwde slingers in bloemmotief. Dit soort elementen werd veel gebruikt in de ‘Um 1800’ stijl. Een zelfde soort boog als boven het portiek is in de dakrand verwerkt. Binnen deze boog was een grote markante schoolklok te zien. Bij de grootschalige renovatie in 2011 is deze klok helaas verdwenen. De VOL heeft er al diverse keren op aangedrongen de klok al of niet werkend terug te plaatsen. In het ronde ornament hoort namelijk duidelijk een klok.

Symmetrische gevel

Het gebouw is aan de voorkant symmetrisch wat te zien is aan de raampartijen boven en beneden. Ook de twee  dakkapelletjes en beide markante schoorstenen op het dak zijn symmetrisch gebouwd. De ramen op de begane grond zijn veel kleiner dan die op de eerste verdieping. De kleine rechthoekige vensteropeningen op de begane grond lijken echter veel groter dan ze in werkelijkheid zijn. Dat komt door gebruik van brede natuurstenen lateien boven en onder de vensters en een smal muurtje tussen 2 raampartijen.

Na de renovatie in 2011 is de school in gebruik genomen als bedrijfsverzamelgebouw. Het gebouw kreeg hiermee gelukkig een nieuwe bestemming nadat het de functie van school had verloren. De zolder is ook in gebruik. Tijdens de Open Monumentendag is het zeer de moeite waard de grote zolder met zijn houten balkenconstructie te bewonderen.

Vereniging Oud Lisse reikt jaarlijks een erepenning uit aan een goed gerestaureerd of onderhouden gebouw in Lisse. Het prachtige schoolgebouw, gerenoveerd onder leiding van GVB Architecten uit Warmond kreeg in 2012 deze erepenning.

Foto:  Het middengedeelte van de voorgevel van de school. Foto: Nico Groen

 

 

VLEESWARENFABRIEK PERSOON 100 JAAR

Het 100-jarig bestaan van Vleeswarenfabriek Persoon is een goede gelegenheid om de geschiedenis van het bedrijf eens voor het voetlicht te halen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws) 

30 januari 2018

door Nico Groen 

In 1917 begon Leo Persoon (1894-1956) uit Monster een eigen slagerij in Lisse. Dat was het begin van wat later een van de grootste bedrijven van Lisse zou worden.
De slagerij werd in 1917 gevestigd in het pand van toen Heereweg 166. Later is het huisnummer veranderd in 194. Het werd hier al gauw te klein. Daarom werd in 1925 het gebouw gesloopt. Er herrees een dubbel woonwinkelpand met daarachter een slagerij. De eerste steen werd op 12 maart 1925 gelegd door Helena Persoon, toen 6 jaar oud. Op Heereweg 194 is nu Ristorante Italiano Il Mulino gevestigd.

De slagerij werd op een gegeven moment weer te klein. Bovendien moest aan nieuwe wettelijke regels worden voldaan. Daarom werd in 1931 door bouwbedrijf Schuit uit hillegom een nieuwe vleeswarenfabriek gebouwd aan de Grachtweg op de huidige locatie in wat toen buitengebied van Lisse was. De verhuizing van de slagerij was maar goed ook, want de slagerij op de Heereweg gaf veel stankoverlast voor de buren en regelmatig verstopping van het riool door ophoping van vet. In de buurt was ook een schillenboer gevestigd. Dat waren dus ideale omstandigheden voor ratten. Er werden daar dan ook veel ratten gevangen. Daarom werd het buurtje ’t Rottenest genoemd.
Vleeswarenfabriek Persoon werd grossier voor slagers in West-Nederland. Langzamerhand groeide het aantal slagerijen als afnemer van de vleeswarenfabriek van Persoon. In 1940 werd het pand voor de eerste keer verbouwd en vergroot. Dit werd gerealiseerd door het timmer- en aanneembedrijf Th v.d. Hoorn en zonen.
Begin jaren vijftig van de vorige eeuw legde Persoon zich steeds meer toe op de export naar vooral Engeland. Het assortiment bestond voor een groot deel uit leverpastei, ham en gehaktballen, allemaal in blik. Het bedrijf heette toen L.J. Persoon, Vleeshouwerij en Spekslagerij.
In 1956 overleed Leo Persoon en werd opgevolgd door zijn zoon, die ook Leo heette en geboren was in 1930. Rond 1958 werd het allemaal weer te klein en moest het bedrijf aan scherpere regels voldoen. Er werd weer nieuwbouw gepleegd op de huidige locatie aan de Grachtweg. De Gladiolenstraat en de brug over de Gracht waren net een paar jaar klaar. Tussen de Grachtweg en de Gladiolenstraat werd de nieuwbouw gerealiseerd. In die jaren slachtte het bedrijf nog steeds zelf. Dat bleef zo tot eind jaren zeventig. Toen werd het slachten afgestoten en de slagerij verkocht aan de Vleeschmeesters. Dat was maar goed ook, want de omwonenden klaagden steen en been over stankoverlast van rottend vlees in de open afvalbakken en meeuwen die met restafval de lucht in gingen. Het bedrijf zelf concentreerde zich steeds meer op de fabricage van bacon.
In 1965 kwam een eerste uitbreiding. Later volgden er nog diverse uitbreidingen tot de grootte, die het bedrijf nu heeft. In 1992 overleed Leo Persoon. Zijn zoon Leo nam zijn taken over en werd algemeen directeur. Daarmee staat de derde generatie Leo Persoon aan het roer.

In het Winternummer 2018 , het nieuwsblad van de Cultuur Historische Vereniging “Oud Lisse” dat eerdaags uitkomt, staat een uitgebreid artikel over het 100-jarig bestaan van Vleeswarenfabriek Persoon.

Een van de uitbreidingen van de fabriek. Foto: Arie in ‘t Veld

NA 90 JAAR IS ‘DE VLINDER’ GESTOPT

Bernard van Stijn kocht in 1926 de winkels, waar nu ‘De Vlinder’ zit. de geschiedenis wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

16 januari 2018

door Nico Groen 

Lisse is één van zijn meest markante winkeltjes aan de Kanaalstraat kwijt. De eigenaresse, Ria van Grimbergen-van Stijn van de Verlichting- en Kadoshop De Vlinder heeft al meer dan een jaar geleden vanwege haar leeftijd besloten om te stoppen met de winkel. Dat is nu dus werkelijkheid geworden. Dat zullen heel wat Lissers ervaren met nostalgische gevoelens. Wie heeft er niet in zijn kinderjaren voor de etalage gestaan om het treintje rondjes te zien rijden? Dit is een goede gelegenheid om eens naar de geschiedenis van het vele malen verbouwde pand te kijken.

Bernard van Stijn (1867-1944) heeft in 1926 de woningen Kanaalstraat 47 en 49 gekocht van R. G. Smakman. Het waren 2 woningen van een rijtje van 10 (Kanaalstraat 47 t/m 65). De huisjes zonder bovenverdieping, maar wel met een zolder, hadden gezamenlijk een pannendak evenwijdig aan de Kanaalstraat. Zij zijn in 1898 gebouwd in opdracht van Albert en Bram Moolenaar.
Na de koop in 1926 werden aan de achterkant een serre, een wc en een washok aangebouwd. In 1928, nu dus 90 jaar geleden, werden de 2 panden (nr. 47 en 49) samengevoegd. In de voorgevel van nr. 47 werd een winkelpui gezet met 2 etalages en een deur in het midden. Op nr. 49 woonde de familie van Stijn. Bernard was de uitvinder van de eerste machinale sorteermachine voor bloembollen, die de Vlinder heette. Het bedrijf en de winkel zijn daar naar vernoemd. In 1936 werd het woongedeelte te klein. Het werd verbouwd en aan de achterkant werd de gevel verhoogd. Twee jaar later neemt zijn zoon Harrie (1903-2000) de winkel en het woongedeelte over. Na de oorlog werd het woongedeelte opnieuw verbouwd en kreeg ook dit gedeelte een winkelpui. Daar was toen Machinefabriek De Vlinder, Landbouwwerktuigen en Elektronische Reparatie-inrichting van Harrie van Stijn gevestigd.

Tijdens de 2e wereldoorlog was de groentecentrale van N. Nederstigt in nr. 47 gevestigd. Ook na de oorlog was hier nog een groentehandel te vinden. Deze was van A. van der Slot. In 1952 kocht Van Stijn het naastgelegen pand nr. 51 aan. Dit was ook een winkel, die na aankoop door Van Stijn verhuurd werd.
In 1958 werd de winkel van nr. 47 verbouwd met een verhoogde achtergevel. De winkel heette toen officieel Electro-Technisch Bureau De Vlinder.

In 1977 werd over de hele lengte van nr. 47, 49 en 51 een moderne winkelpui geplaatst. Nr. 51 had en heeft echter nog het oude dak. Daarom werd vóór het dak een nepgevel aangebracht. De winkel op nr. 47 en 49 heette toen al Verlichting- en Kadoshop De Vlinder en werd gerund door Maria, de vrouw van Harrie van Stijn. Rond die tijd is de winkel door Ria Grimbergen-van Stijn van haar moeder overgenomen. In de winkel op nr. 51 kwam later Van Best Schoenen ’Best Shoes’ en daarna dierenspeciaalzaak Discus Lisse, die nu dus de winkel van De Vlinder bij zijn zaak gaat betrekken.
 
Www:beeldbankLisse.nl
Veel van bovenstaande is ontleend aan website BeeldbankLisse.nl. Dit is een samenwerkingsverband van de gemeente Lisse, foto Mieloo en de VOL. Deze website geeft veel informatie en foto’s over panden en zijn bewoners. Iemand die iets wil weten over een bepaald pand in Lisse en zijn bewoners door de tijd kan hier goed terecht.

De 10 huisjes op een rij, gebouwd in 1898. De voorste 2 kocht Van Stijn in 1926. Foto: Beeldbank Lisse.nl

HUIS HALFWEG 150 JAAR GELEDEN GESLOOPT

Op 1 november 1657 opende men de trekvaartdienst tussen Haarlem en Leiden. Lisse lag precies halverwege beide steden. Daarom zette men in “Halfscheyd” in 1658 een kantoor.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

10 oktober 2017

door Nico Groen 

Het was in de 17e eeuw beroerd gesteld met de wegen en waterwegen in de Bollenstreek. Vele wegen waren onverhard en zaten vol kuilen. Het reizen per postkoets was dus geen pretje. Als men per boot vanuit Leiden naar Haarlem of Amsterdam wilde, moest men gebruik maken van het Haarlemmermeer. Dat was bij stormachtig weer natuurlijk levensgevaarlijk voor de vaak kleine bootjes.

Daarom werd een trekvaart gegraven en op 1 november 1657 opende men de trekvaartdienst tussen Haarlem en Leiden. Lisse lag precies halverwege beide steden. Daarom zette men in “Halfscheyd” in 1658 een kantoor, een dienstwoning, een paardenstal en een herberg . Het complex stond iets ten zuiden van de Halfwegsebrug in de huidige Stationsweg, ongeveer ter hoogte van Leidsevaart 10. Er hoorden 5 ha land bij, waarop de paarden konden grazen. Hier, halverwege Haarlem en Leiden, werden namelijk de trekpaarden gewisseld en de dieren konden hier uitrusten, eten en drinken. Het buurtschap Halfweg is naar Huize Halfweg of Halfwegen vernoemd.

Gevelstenen in de voorgevel
De kosten van het kopen van de grond, de bouw en het onderhoud waren gelijk verdeeld over  de steden Haarlem en Leiden. Het huis was ontworpen door de Leidse architect Willem van der Helm. In de voorgevel zaten 2 gevelstenen: een van de stad Haarlem en een van de stad Leiden.
Deze gevelstenen waren gemaakt door de bekende beeldhouwer Rombout Verhulst.
De dienstwoning werd bewoond door de trekvaartcommissaris. Hij moest er voor zorgen, dat de dienstregeling  van de trekschuiten goed werd uitgevoerd. Hij moest ook toezicht houden op de gang van zaken wat het wisselen van de paarden betreft. Het was een drukte van belang, want er werden veel passagiers en goederen vervoerd. Zo waren er in 1677 148.000 passagiers. Hetgeen neerkomt op  zo’n 2900 per week.
In 1695 brandde het gebouw af. Op de oude fundamenten werd een jaar later een nieuw huis gebouwd. De gevelstenen werden hersteld en opnieuw ingebouwd in de voorgevel.

In 1842 werd de spoorlijn Haarlem-Leiden gerealiseerd. De komst van de trein betekende het einde van de trekschuiten omdat reizen per trein veel sneller en comfortabeler was. Door de komst van de trein duikelde het aantal passagiers van de trekschuiten door de “Treckvaert” naar 2000 in 1843.
In 1860 waren het pand en de grond overbodig geworden voor de trekvaartdienst. Daarom werd het geheel verkocht aan Baron van Pallandt, eigenaar van Landgoed Keukenhof. Hij liet Halfweg slopen in 1867, dus dit jaar precies 150 jaar geleden. De gevelsteen met het Leidse stadswapen met de 2 sleutels liet hij inbouwen in de muur van de moestuin  om Frederikshof. De gevelsteen van het stadswapen van Haarlem is terecht gekomen in de poort van het Magdalenaklooster aan de Kinderhuisvest 17 in Haarlem.

Bovenstaande gegevens komen uit het boek ‘Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmertrekvaart-Leidsevaart, 1657-2007, geschiedenis, betekenis en toekomst’ uit 2007.

Foto: Halfweg met daarachter een binnenhof. Dáár achter de stallen. Op de voorgrond de trekvaart. Foto: Beeldbank Lisse.nl

100 JAAR BLOEMBOLLENONDERZOEK IN LISSE

De oprichting van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek door van Slogteren en wel en wee hiervan wordt  besproken.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

30 mei 2017

door Nico Groen 

Op 12 april 1917 werd Egbert van Slogteren aangesteld als wetenschappelijk ambtenaar in ‘Wageningen’. Hij werd toen gedetacheerd in Lisse. Dit was het begin van het wetenschappelijk onderzoek in de bloembollen in Lisse. Precies 100 jaar geleden dus.
Wetenschappelijk onderzoek was noodzakelijk vanwege de aaltjesproblematiek. Vooral bij partijen die uit Engeland werden geïmporteerd, kwamen deze aaltjes veel voor in de bollen.

Van Slogteren kreeg de beschikking over een lokaal in de tuinbouwschool met gebruikmaking van de tuin voor proeven. Ook deed hij experimenten bij telers in de Bollenstreek. Hij kreeg ook de beschikking over een bollenschuur van bollenkweker Bergman bij de Engel langs de Beek. Zijn eerste publicatie in 1918 en lezingen over een warmwaterbehandeling van de narcissenbollen vielen heel goed in de praktijk. Daarmee was zijn naam gevestigd.
De Landbouwhogeschool in Wageningen kreeg in 1920 de benodigde gelden van het ministerie van Landbouw en Visserij om een Laboratorium voor Bloembollenonderzoek (LBO) onder leiding van Van Slogteren in Lisse te bouwen. Dit gebouw verrees naast de tuinbouwschool en was in 1922 gereed. Architect was Cornelis Jouke Blaauw, die in Wageningen meerdere gebouwen in dezelfde stijl (Amsterdamse school) heeft gerealiseerd. Drie van deze gebouwen zijn nu rijksmonument.
 
Rond 1940 had Van Slogteren al meer dan 70 wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Daarmee stond het LBO op de wereldkaart. Eind 1958 nam hij afscheid. Bij zijn vertrek als ‘plantendokter’ waren er bijna 60 personeelsleden in dienst. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw waren er meer dan 100 medewerkers. Daarna liep dit aantal terug. Door bezuinigingen moesten de laatste jaren veel medewerkers weg. Zonder al het onderzoek zou de Nederlandse bollenteelt niet op zo’n hoog niveau zijn gekomen als ze nu is.

In het nieuwste Nieuwsblad van de VOL, het Lentenummer 2017, staat een uitgebreid artikel over 100 jaar Bloembollenonderzoek in Lisse. Dit Lentenummer krijgt u gratis als u lid wordt van de VOL. Het is ook te koop tijdens de wekelijkse inloop op dinsdagmorgen op de Eerste Havendwarsstraat 4.

Sloop monumentaal LBO-gebouw en nieuwbouw aan de overkant
In 1998 werd door PPO Bloembollen en bomen (zoals het instituut inmiddels heette) besloten tot nieuwbouw vanwege de verouderde kasopstanden en de inefficiënte manier van werken door de vele losse gebouwen. Dat werd in 2003 gerealiseerd met de bouw van een nieuw complex aan de overkant van de Heereweg tegenover de oude gebouwen. De nieuwbouw had tot gevolg dat de oorspronkelijke gebouwen en kassen met de grond verkocht werden. Het eerste gebouw van architect Blaauw was een gemeentelijk monument. Op 2 december 2003 besloot het college van B&W van Lisse dit monument van de gemeentelijke monumentenlijst te halen. Ondanks alle protesten van onder andere de VOL werd dit gebouw uiteindelijk toch in 2005 gesloopt ten behoeve van nieuwbouw van de veiling CNB. Deze laatste perikelen staan uitgebreid beschreven in een artikel in het Winternummer 2017 van de VOL.

In het Lentenummer 2017, het nieuwste kwartaalblad van de VOL in full couleur op A4 formaat, leest u meer over 100 jaar bloembollenonderzoek in Lisse.