Berichten

Tuinbouwschool open met Monumentendag

De school is gebouwd door Van Nes enTol sr. in de ‘Um 1800’ stijl in 1910. Na renovatie in 2011 is het een bedrijfsverzamelgebouw

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

14 augustus 2018

door Nico Groen

Op  8 en 9 september zijn weer de Open Monumentendagen. Ook Lisse doet op zaterdag 8 september mee. Het plaatselijke organisatiecomité heeft maar liefst 22 eigenaren bereid gevonden hun monumentale gebouw open te stellen voor ieder, die daarin geïnteresseerd is. Een van de opengestelde gebouwen is de voormalige Rijks Middelbare Tuinbouw School op Heereweg 345. Het is een gemeentelijk monument.

Het schoolgebouw met een woning voor de directeur is ontworpen in 1910 door het architectenbureau Van Nes en Tol uit Rotterdam in ‘Um 1800’ stijl. De namen van de architecten zijn te vinden op een gevelsteen. Leen Tol sr. verhuisde later naar Lisse. ‘Um 1800’ is een stijl, die teruggrijpt op de bouwstijl van eind 18e eeuw. Dit is bij de school vooral terug te vinden in het middengedeelte van de voorgevel. De entree heeft houten deuren met glas en natuurstenen elementen. De natuurstenen omlijsting loopt tot de dakrand omhoog. Het grote bovenlicht boven de voordeur is van glas-in-lood en werd uitgevoerd met  een tulpenmotief.

Waar blijft de klok?

Daarboven is een grote ronde boog te zien. Het oude wapen van Lisse in de kleuren blauw met goud is in deze boog goed te herkennen. Tijdens de renovatie in 2011 is voor het herstel echt bladgoud gebruikt. De omlijsting van het portiek is rijk versierd met zuiltjes en gebeeldhouwde slingers in bloemmotief. Dit soort elementen werd veel gebruikt in de ‘Um 1800’ stijl. Een zelfde soort boog als boven het portiek is in de dakrand verwerkt. Binnen deze boog was een grote markante schoolklok te zien. Bij de grootschalige renovatie in 2011 is deze klok helaas verdwenen. De VOL heeft er al diverse keren op aangedrongen de klok al of niet werkend terug te plaatsen. In het ronde ornament hoort namelijk duidelijk een klok.

Symmetrische gevel

Het gebouw is aan de voorkant symmetrisch wat te zien is aan de raampartijen boven en beneden. Ook de twee  dakkapelletjes en beide markante schoorstenen op het dak zijn symmetrisch gebouwd. De ramen op de begane grond zijn veel kleiner dan die op de eerste verdieping. De kleine rechthoekige vensteropeningen op de begane grond lijken echter veel groter dan ze in werkelijkheid zijn. Dat komt door gebruik van brede natuurstenen lateien boven en onder de vensters en een smal muurtje tussen 2 raampartijen.

Na de renovatie in 2011 is de school in gebruik genomen als bedrijfsverzamelgebouw. Het gebouw kreeg hiermee gelukkig een nieuwe bestemming nadat het de functie van school had verloren. De zolder is ook in gebruik. Tijdens de Open Monumentendag is het zeer de moeite waard de grote zolder met zijn houten balkenconstructie te bewonderen.

Vereniging Oud Lisse reikt jaarlijks een erepenning uit aan een goed gerestaureerd of onderhouden gebouw in Lisse. Het prachtige schoolgebouw, gerenoveerd onder leiding van GVB Architecten uit Warmond kreeg in 2012 deze erepenning.

Foto:  Het middengedeelte van de voorgevel van de school. Foto: Nico Groen

 

 

VLEESWARENFABRIEK PERSOON 100 JAAR

Het 100-jarig bestaan van Vleeswarenfabriek Persoon is een goede gelegenheid om de geschiedenis van het bedrijf eens voor het voetlicht te halen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws) 

30 januari 2018

door Nico Groen 

In 1917 begon Leo Persoon (1894-1956) uit Monster een eigen slagerij in Lisse. Dat was het begin van wat later een van de grootste bedrijven van Lisse zou worden.
De slagerij werd in 1917 gevestigd in het pand van toen Heereweg 166. Later is het huisnummer veranderd in 194. Het werd hier al gauw te klein. Daarom werd in 1925 het gebouw gesloopt. Er herrees een dubbel woonwinkelpand met daarachter een slagerij. De eerste steen werd op 12 maart 1925 gelegd door Helena Persoon, toen 6 jaar oud. Op Heereweg 194 is nu Ristorante Italiano Il Mulino gevestigd.

De slagerij werd op een gegeven moment weer te klein. Bovendien moest aan nieuwe wettelijke regels worden voldaan. Daarom werd in 1931 door bouwbedrijf Schuit uit hillegom een nieuwe vleeswarenfabriek gebouwd aan de Grachtweg op de huidige locatie in wat toen buitengebied van Lisse was. De verhuizing van de slagerij was maar goed ook, want de slagerij op de Heereweg gaf veel stankoverlast voor de buren en regelmatig verstopping van het riool door ophoping van vet. In de buurt was ook een schillenboer gevestigd. Dat waren dus ideale omstandigheden voor ratten. Er werden daar dan ook veel ratten gevangen. Daarom werd het buurtje ’t Rottenest genoemd.
Vleeswarenfabriek Persoon werd grossier voor slagers in West-Nederland. Langzamerhand groeide het aantal slagerijen als afnemer van de vleeswarenfabriek van Persoon. In 1940 werd het pand voor de eerste keer verbouwd en vergroot. Dit werd gerealiseerd door het timmer- en aanneembedrijf Th v.d. Hoorn en zonen.
Begin jaren vijftig van de vorige eeuw legde Persoon zich steeds meer toe op de export naar vooral Engeland. Het assortiment bestond voor een groot deel uit leverpastei, ham en gehaktballen, allemaal in blik. Het bedrijf heette toen L.J. Persoon, Vleeshouwerij en Spekslagerij.
In 1956 overleed Leo Persoon en werd opgevolgd door zijn zoon, die ook Leo heette en geboren was in 1930. Rond 1958 werd het allemaal weer te klein en moest het bedrijf aan scherpere regels voldoen. Er werd weer nieuwbouw gepleegd op de huidige locatie aan de Grachtweg. De Gladiolenstraat en de brug over de Gracht waren net een paar jaar klaar. Tussen de Grachtweg en de Gladiolenstraat werd de nieuwbouw gerealiseerd. In die jaren slachtte het bedrijf nog steeds zelf. Dat bleef zo tot eind jaren zeventig. Toen werd het slachten afgestoten en de slagerij verkocht aan de Vleeschmeesters. Dat was maar goed ook, want de omwonenden klaagden steen en been over stankoverlast van rottend vlees in de open afvalbakken en meeuwen die met restafval de lucht in gingen. Het bedrijf zelf concentreerde zich steeds meer op de fabricage van bacon.
In 1965 kwam een eerste uitbreiding. Later volgden er nog diverse uitbreidingen tot de grootte, die het bedrijf nu heeft. In 1992 overleed Leo Persoon. Zijn zoon Leo nam zijn taken over en werd algemeen directeur. Daarmee staat de derde generatie Leo Persoon aan het roer.

In het Winternummer 2018 , het nieuwsblad van de Cultuur Historische Vereniging “Oud Lisse” dat eerdaags uitkomt, staat een uitgebreid artikel over het 100-jarig bestaan van Vleeswarenfabriek Persoon.

Een van de uitbreidingen van de fabriek. Foto: Arie in ‘t Veld

NA 90 JAAR IS ‘DE VLINDER’ GESTOPT

Bernard van Stijn kocht in 1926 de winkels, waar nu ‘De Vlinder’ zit. de geschiedenis wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

16 januari 2018

door Nico Groen 

Lisse is één van zijn meest markante winkeltjes aan de Kanaalstraat kwijt. De eigenaresse, Ria van Grimbergen-van Stijn van de Verlichting- en Kadoshop De Vlinder heeft al meer dan een jaar geleden vanwege haar leeftijd besloten om te stoppen met de winkel. Dat is nu dus werkelijkheid geworden. Dat zullen heel wat Lissers ervaren met nostalgische gevoelens. Wie heeft er niet in zijn kinderjaren voor de etalage gestaan om het treintje rondjes te zien rijden? Dit is een goede gelegenheid om eens naar de geschiedenis van het vele malen verbouwde pand te kijken.

Bernard van Stijn (1867-1944) heeft in 1926 de woningen Kanaalstraat 47 en 49 gekocht van R. G. Smakman. Het waren 2 woningen van een rijtje van 10 (Kanaalstraat 47 t/m 65). De huisjes zonder bovenverdieping, maar wel met een zolder, hadden gezamenlijk een pannendak evenwijdig aan de Kanaalstraat. Zij zijn in 1898 gebouwd in opdracht van Albert en Bram Moolenaar.
Na de koop in 1926 werden aan de achterkant een serre, een wc en een washok aangebouwd. In 1928, nu dus 90 jaar geleden, werden de 2 panden (nr. 47 en 49) samengevoegd. In de voorgevel van nr. 47 werd een winkelpui gezet met 2 etalages en een deur in het midden. Op nr. 49 woonde de familie van Stijn. Bernard was de uitvinder van de eerste machinale sorteermachine voor bloembollen, die de Vlinder heette. Het bedrijf en de winkel zijn daar naar vernoemd. In 1936 werd het woongedeelte te klein. Het werd verbouwd en aan de achterkant werd de gevel verhoogd. Twee jaar later neemt zijn zoon Harrie (1903-2000) de winkel en het woongedeelte over. Na de oorlog werd het woongedeelte opnieuw verbouwd en kreeg ook dit gedeelte een winkelpui. Daar was toen Machinefabriek De Vlinder, Landbouwwerktuigen en Elektronische Reparatie-inrichting van Harrie van Stijn gevestigd.

Tijdens de 2e wereldoorlog was de groentecentrale van N. Nederstigt in nr. 47 gevestigd. Ook na de oorlog was hier nog een groentehandel te vinden. Deze was van A. van der Slot. In 1952 kocht Van Stijn het naastgelegen pand nr. 51 aan. Dit was ook een winkel, die na aankoop door Van Stijn verhuurd werd.
In 1958 werd de winkel van nr. 47 verbouwd met een verhoogde achtergevel. De winkel heette toen officieel Electro-Technisch Bureau De Vlinder.

In 1977 werd over de hele lengte van nr. 47, 49 en 51 een moderne winkelpui geplaatst. Nr. 51 had en heeft echter nog het oude dak. Daarom werd vóór het dak een nepgevel aangebracht. De winkel op nr. 47 en 49 heette toen al Verlichting- en Kadoshop De Vlinder en werd gerund door Maria, de vrouw van Harrie van Stijn. Rond die tijd is de winkel door Ria Grimbergen-van Stijn van haar moeder overgenomen. In de winkel op nr. 51 kwam later Van Best Schoenen ’Best Shoes’ en daarna dierenspeciaalzaak Discus Lisse, die nu dus de winkel van De Vlinder bij zijn zaak gaat betrekken.
 
Www:beeldbankLisse.nl
Veel van bovenstaande is ontleend aan website BeeldbankLisse.nl. Dit is een samenwerkingsverband van de gemeente Lisse, foto Mieloo en de VOL. Deze website geeft veel informatie en foto’s over panden en zijn bewoners. Iemand die iets wil weten over een bepaald pand in Lisse en zijn bewoners door de tijd kan hier goed terecht.

De 10 huisjes op een rij, gebouwd in 1898. De voorste 2 kocht Van Stijn in 1926. Foto: Beeldbank Lisse.nl

HUIS HALFWEG 150 JAAR GELEDEN GESLOOPT

Op 1 november 1657 opende men de trekvaartdienst tussen Haarlem en Leiden. Lisse lag precies halverwege beide steden. Daarom zette men in “Halfscheyd” in 1658 een kantoor.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

10 oktober 2017

door Nico Groen 

Het was in de 17e eeuw beroerd gesteld met de wegen en waterwegen in de Bollenstreek. Vele wegen waren onverhard en zaten vol kuilen. Het reizen per postkoets was dus geen pretje. Als men per boot vanuit Leiden naar Haarlem of Amsterdam wilde, moest men gebruik maken van het Haarlemmermeer. Dat was bij stormachtig weer natuurlijk levensgevaarlijk voor de vaak kleine bootjes.

Daarom werd een trekvaart gegraven en op 1 november 1657 opende men de trekvaartdienst tussen Haarlem en Leiden. Lisse lag precies halverwege beide steden. Daarom zette men in “Halfscheyd” in 1658 een kantoor, een dienstwoning, een paardenstal en een herberg . Het complex stond iets ten zuiden van de Halfwegsebrug in de huidige Stationsweg, ongeveer ter hoogte van Leidsevaart 10. Er hoorden 5 ha land bij, waarop de paarden konden grazen. Hier, halverwege Haarlem en Leiden, werden namelijk de trekpaarden gewisseld en de dieren konden hier uitrusten, eten en drinken. Het buurtschap Halfweg is naar Huize Halfweg of Halfwegen vernoemd.

Gevelstenen in de voorgevel
De kosten van het kopen van de grond, de bouw en het onderhoud waren gelijk verdeeld over  de steden Haarlem en Leiden. Het huis was ontworpen door de Leidse architect Willem van der Helm. In de voorgevel zaten 2 gevelstenen: een van de stad Haarlem en een van de stad Leiden.
Deze gevelstenen waren gemaakt door de bekende beeldhouwer Rombout Verhulst.
De dienstwoning werd bewoond door de trekvaartcommissaris. Hij moest er voor zorgen, dat de dienstregeling  van de trekschuiten goed werd uitgevoerd. Hij moest ook toezicht houden op de gang van zaken wat het wisselen van de paarden betreft. Het was een drukte van belang, want er werden veel passagiers en goederen vervoerd. Zo waren er in 1677 148.000 passagiers. Hetgeen neerkomt op  zo’n 2900 per week.
In 1695 brandde het gebouw af. Op de oude fundamenten werd een jaar later een nieuw huis gebouwd. De gevelstenen werden hersteld en opnieuw ingebouwd in de voorgevel.

In 1842 werd de spoorlijn Haarlem-Leiden gerealiseerd. De komst van de trein betekende het einde van de trekschuiten omdat reizen per trein veel sneller en comfortabeler was. Door de komst van de trein duikelde het aantal passagiers van de trekschuiten door de “Treckvaert” naar 2000 in 1843.
In 1860 waren het pand en de grond overbodig geworden voor de trekvaartdienst. Daarom werd het geheel verkocht aan Baron van Pallandt, eigenaar van Landgoed Keukenhof. Hij liet Halfweg slopen in 1867, dus dit jaar precies 150 jaar geleden. De gevelsteen met het Leidse stadswapen met de 2 sleutels liet hij inbouwen in de muur van de moestuin  om Frederikshof. De gevelsteen van het stadswapen van Haarlem is terecht gekomen in de poort van het Magdalenaklooster aan de Kinderhuisvest 17 in Haarlem.

Bovenstaande gegevens komen uit het boek ‘Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmertrekvaart-Leidsevaart, 1657-2007, geschiedenis, betekenis en toekomst’ uit 2007.

Foto: Halfweg met daarachter een binnenhof. Dáár achter de stallen. Op de voorgrond de trekvaart. Foto: Beeldbank Lisse.nl

100 JAAR BLOEMBOLLENONDERZOEK IN LISSE

De oprichting van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek door van Slogteren en wel en wee hiervan wordt  besproken.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

30 mei 2017

door Nico Groen 

Op 12 april 1917 werd Egbert van Slogteren aangesteld als wetenschappelijk ambtenaar in ‘Wageningen’. Hij werd toen gedetacheerd in Lisse. Dit was het begin van het wetenschappelijk onderzoek in de bloembollen in Lisse. Precies 100 jaar geleden dus.
Wetenschappelijk onderzoek was noodzakelijk vanwege de aaltjesproblematiek. Vooral bij partijen die uit Engeland werden geïmporteerd, kwamen deze aaltjes veel voor in de bollen.

Van Slogteren kreeg de beschikking over een lokaal in de tuinbouwschool met gebruikmaking van de tuin voor proeven. Ook deed hij experimenten bij telers in de Bollenstreek. Hij kreeg ook de beschikking over een bollenschuur van bollenkweker Bergman bij de Engel langs de Beek. Zijn eerste publicatie in 1918 en lezingen over een warmwaterbehandeling van de narcissenbollen vielen heel goed in de praktijk. Daarmee was zijn naam gevestigd.
De Landbouwhogeschool in Wageningen kreeg in 1920 de benodigde gelden van het ministerie van Landbouw en Visserij om een Laboratorium voor Bloembollenonderzoek (LBO) onder leiding van Van Slogteren in Lisse te bouwen. Dit gebouw verrees naast de tuinbouwschool en was in 1922 gereed. Architect was Cornelis Jouke Blaauw, die in Wageningen meerdere gebouwen in dezelfde stijl (Amsterdamse school) heeft gerealiseerd. Drie van deze gebouwen zijn nu rijksmonument.
 
Rond 1940 had Van Slogteren al meer dan 70 wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Daarmee stond het LBO op de wereldkaart. Eind 1958 nam hij afscheid. Bij zijn vertrek als ‘plantendokter’ waren er bijna 60 personeelsleden in dienst. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw waren er meer dan 100 medewerkers. Daarna liep dit aantal terug. Door bezuinigingen moesten de laatste jaren veel medewerkers weg. Zonder al het onderzoek zou de Nederlandse bollenteelt niet op zo’n hoog niveau zijn gekomen als ze nu is.

In het nieuwste Nieuwsblad van de VOL, het Lentenummer 2017, staat een uitgebreid artikel over 100 jaar Bloembollenonderzoek in Lisse. Dit Lentenummer krijgt u gratis als u lid wordt van de VOL. Het is ook te koop tijdens de wekelijkse inloop op dinsdagmorgen op de Eerste Havendwarsstraat 4.

Sloop monumentaal LBO-gebouw en nieuwbouw aan de overkant
In 1998 werd door PPO Bloembollen en bomen (zoals het instituut inmiddels heette) besloten tot nieuwbouw vanwege de verouderde kasopstanden en de inefficiënte manier van werken door de vele losse gebouwen. Dat werd in 2003 gerealiseerd met de bouw van een nieuw complex aan de overkant van de Heereweg tegenover de oude gebouwen. De nieuwbouw had tot gevolg dat de oorspronkelijke gebouwen en kassen met de grond verkocht werden. Het eerste gebouw van architect Blaauw was een gemeentelijk monument. Op 2 december 2003 besloot het college van B&W van Lisse dit monument van de gemeentelijke monumentenlijst te halen. Ondanks alle protesten van onder andere de VOL werd dit gebouw uiteindelijk toch in 2005 gesloopt ten behoeve van nieuwbouw van de veiling CNB. Deze laatste perikelen staan uitgebreid beschreven in een artikel in het Winternummer 2017 van de VOL.

In het Lentenummer 2017, het nieuwste kwartaalblad van de VOL in full couleur op A4 formaat, leest u meer over 100 jaar bloembollenonderzoek in Lisse.

Heereweg 219 – Museum De Zwarte Tulp

Hier was vroeger de werkplaats van timmerman en molenmaker van de Zaal gevestigd.

Kadaster: D-7117, D-5545 en D-7123. Bouwjaar: 1903.

De huidige tuin

Heereweg 219 – Timmermanswerkplaats, nu museum De Zwarte Tulp

De vroegere tuin

Zo zag het er vroeger vanuit de lucht uit

 

Heereweg 143a – Voorheen Stalhouderij met woonhuis

Dit zeldzame 19e eeuwse bedrijfspand heeft op de hoeken aan de voorkant 2  mooie pilasters.

Kadaster: D-1036: Bouwjaar: ca. 1880. 

Stalhouderij voor de renovatie

Het pand is in 2018 vooral van binnen gerestaureeerd

Heereweg 172 en 174 – Vroegere bakkerij met woonhuis

Zeldzaam voorbeeld van een winkel met woning er naast.

Kadaster: C-4288 en C-4289. Bouwjaar:  winkel en woonhuis eind 18e eeuw en achterliggende bakkerij 19e eeuw.

Vroeger was hier een bakkerij gevestigd

Heereweg 343 en 345 – De voormalige Rijks Middelbare Tuinbouwschool met woning

Architect Leen Tol sr. is later in Lisse gaan wonen. Het pand is nu in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw.

Kadaster: B-3267 en B-3278. Bouwjaar: 1910. Architect: Van nes en Tol.

De pontificale entree

Een oude foto uit de tijd, dat er nog leerlingen waren

De tuinbouwschool

Vuursteeglaan 09 – voormalig elektriciteitsgebouw

In dit voormalig elektriciteitsgebouw is nu de volksuniversiteit gevestigd.

Kadaster: B-3084. Bouwjaar: 1931. Architect: bureau K. Barnhoorn en Th. van der Eerden.

Dit gebouw voor de technische dienst van het elektriciteitsbedrijf werd in 1931 ontworpen door architectenbureau Kees Barnhoorn en Theo van der Eerden. In een Nieuw Historiserende Stijl met enkele kenmerken van de Amsterdamse School.
Op verdiepingsniveau is in strakke letters aangegeven: ELECTRICITEITSBEDRIJF HILLEGOM-LISSE-SASSENHEIM.
Overigens: de eerste vestiging van dit bedrijf in Lisse was op de Wagenstraat 42 (30 mei 1921), de vestigingsdata voor Hillegom en Sassenheim waren resp. 3 juni 1921 en 1 juni 1921.
Het gebouw wordt nu gebruikt door de Volksuniversiteit Lisse.
Pand op rechthoekige plattegrond, twee bouwlagen hoog onder een plat dak. Symmetrische voorgevel met zeven vensterassen en middenrisaliet met ingangspartij. Middenrisaliet wordt met stoere, sobere borstwering afgesloten. De gevels zijn opgemetseld in gele baksteen in kettingverband. Ter hoogte van de onderdorpels bevinden zich rollagen van rode baksteen. Op de gevel werd in 1983 een reliëfmozaïek aangebracht naar een ontwerp van de kunstenaars Frans van der Veld en Truus van der Veld.