Berichten

ERNST HEINRICH KRELAGE (1869-1956) en zijn betekenis voor Lisse

Maarten Timmer heeft een lezing op 20 februari 2018 voor de VOL gehouden over Ernst H. Krelage. Kelage was een vooraanstaand persoon in de bloembollenbranche rond 1900. Maarten Timmer schreef een dik boek over Ernst Krelage. een samenvatting staat in het Nieuwsblad 2019 nr 1. Als u op onderstaande link klikt , kunt u de hele lezing bekijken’.

Krelage oudlisse site

 

Maarten Timmer

Van jongs af aan is Maarten Timmer bekend met de bollenteelt. Na zijn studie werkte hij als onderzoeker bij het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek. Sinds zijn pensionering is hij intensief bezig met historisch onderzoek naar de tuinbouw, in het bijzonder naar de bloembollenteelt. Daar publiceert hij ook over. Zo verscheen over Ernst Heinrich Krelage (1869-1956) een werk in 2 delen. Krelage was een bekende Haarlemmer en een van de grondleggers van de moderne bloembollensector in Nederland. Op 20-02-2018 hield Maarten Timmer bij de VOL een lezing getiteld ‘ERNST HEINRICH KRELAGE EN ZIJN BETEKENIS VOOR LISSE’. Er waren intensieve contacten met Lisse, dat zich eerst bescheiden presenteerde als ‘bij Haarlem’, maar zich later afficheerde als ‘Centre of the Bulb-district’. Timmer heeft zijn lezing speciaal voor Oud Lisse verwerkt tot een uitgebreid geïllustreerd verhaal. Dit bijzonder boeiende relaas is in zijn geheel te lezen op de website van Oud Lisse: oudlisse.nl. In dit Nieuwsblad enkele wederwaardigheden hieruit. Natuurlijk is het gehele verhaal ter inzage beschikbaar op de thuisbasis van Oud Lisse. Dus kom een keer op dinsdagochtend langs, lees het interessante verhaal van Maarten Timmer en kijk er eens rond. In de bibliotheek staan aan aantal fraaie publicaties. Ook bijzondere voorwerpen uit Lisse en uit de bollenteelt zijn er te zien.

Sloop van de bollenschuur van De Wolff?

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur van De Wolff te behouden voor de toekomst. Argumenten worden genoemd.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)   

12 februari 2019

door Nico Groen

De eigenaar van de bollenschuur van boerderij De Wolff is van plan de bollenschuur te slopen en een nieuwe woning te bouwen los van het bestaande huis. Het betreft het complex op de hoek van de Stationsweg en de Van Lyndenweg. Daartoe moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het college van B&W van Lisse heeft daar in principe geen bezwaar tegen. De bollenschuur is aan het huis vastgebouwd.

 

De woning vóór de schuur is een gemeentelijk monument en was vroeger een woning met aangebouwde stal (boerderij De Wolff). Later is de stal bij de woning getrokken voor realisatie van een groter woonhuis. Op een kaart uit 1603 staat op deze locatie al een boerderij getekend. Getuigen van de oude bebouwing zijn een 17de eeuwse gewelfde kaaskelder met gemetselde trap en gewelf, een vloer van plavuizen en een alkoof.

In 1908 is aan boerderij De Wolff een bollenschuur gebouwd voor Bollenbedrijf De Vroomen. Een voor die tijd kenmerkende bollenschuur met openslaande, grote deuren voor natuurlijke ventilatie. Later, waarschijnlijk in de dertiger jaren zijn deze hoge deuren vervangen door kleinere stalen ramen. De gevels zijn daarbij gedeeltelijk dichtgemetseld en er zijn ventilatieroosters aangebracht voor mechanische ventilatie van de bollen. Een logisch gevolg van de technische ontwikkelingen in die tijd.

Aan de noordkant is de schuur in de zestiger jaren uitgebreid met een loods. Deze is niet in de stijl van de bollenschuur zelf gebouwd.

De vraag is hoe de bouwtechnische staat van de bollenschuur is. Zou de schuur eventueel behouden kunnen blijven en een nieuwe bestemming kunnen krijgen? Het lijkt van wel. Van de oorspronkelijke muur aan de noordkant van de bollenschuur zijn bijvoorbeeld nog mooie, oorspronkelijke stalen kozijnen aanwezig. Onderzoek daarnaar is wenselijk.

 

Zienswijze

Het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollensteek (CHG) zet zich al jaren succesvol in voor het zoveel mogelijk behouden van oude bollenschuren, al of niet met een nieuwe bestemming. Bijvoorbeeld als woonhuis met cultuurhistorisch gezien zo weinig mogelijk veranderingen aan de buitenkant van de betreffende schuur. Zij zijn tegen de sloop van waardevolle bollenschuren, waarvan bij De Wolff sprake lijkt te zijn.

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur te behouden voor de toekomst. Landgoed Keukenhof dient zelf een zienswijze in om de bollenschuur vte behouden.

Bij bollenschuren zijn niet alleen de karakteristieke elementen zoals ventilatiedeuren en -ramen belangrijk, maar juist ook de veranderingen als gevolg van ontwikkelingen in de techniek en logistiek rond de bloembollencultuur. Dat heeft soms minder te maken met schoonheid dan met authenticiteit en ontwikkeling van karakter. Ook is de combinatie van de 17de eeuwse hoeve met de bollenschuur van groot belang. Daar is de ontwikkeling zichtbaar van de agrarische ontwikkeling in de Bollenstreek van de 17de tot de 20ste eeuw. Het gebied is gelegen op een plek met zeer hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het maakte vroeger een tijdlang onderdeel uit van het historisch Landgoed Keukenhof en omgeving (inclusief boerderij De Wolff met bollenschuur) is aangewezen als kroonjuweel cultureel erfgoed. Volgens het CHG en VOL moet ook om deze redenen de bollenschuur niet worden gesloopt.

Aan de zuidkant zijn de kenmerken van de bollenschuur nog goed te zien vanaf de Van Lyndenweg.. Foto: CHG

 

Heereweg 034 – Villa ‘Rutsbo’

Deze villa behoorde bij het bollenbedrijf van de fa. Driehuizen

Kadaster: C-2868. Bouwjaar: 1925. Architect: Leen Tol sr.

Het huis is vernoemd naar mevrouw Ruth Driehuizen-Heurgren. Mevrouw Driehuizen kwam oorspronkelijk uit Zweden. Het huis is naar haar genoemd. Rutsbo betekent huis van Rut.
Het huis werd gebouwd in 1925 aan wat toen nog de Rijksweg heette. Op de eerste steen staat vermeld dat Alf Driehuizen, 7 jaar oud, de steen gelegd heeft op 4 februari 1925. De kwekersvilla maakte deel uit van het bloembollenbedrijf firma Driehuizen. Tot dit complex behoorden ook villa Somalo en de inmiddels tot appartementencomplex omgebouwde bollenschuur.

Het huis is gebouwd door architect Leen Tol Sr. Het huis ontleent zijn karakter aan het portaal en de beide serres, waardoor een markante symmetrie verkregen is.
In het midden van de voorgevel bevindt zich een portaal dat volgens de klassieke voorschriften is opgebouwd: Dorische zuilen, rustend op hardstenen basement, ondersteunen het fries en het fronton. Op het fries is de naam ‘Rutsbo’ aangebracht. Er zijn nog vele originele glas-in-lood ramen. Het huis werd tot 1976 bewoond door de familie Driehuizen. Daarna werd een stuk aan de villa aangebouwd en werd het geheel een gezinsvervangend tehuis.
Inmiddels zijn de bijgebouwen weer afgebroken en wordt er sinds 2007 weer particulier gewoond.

Rutsbo vanaf de zijkant

Huize Rutsbo

De entree

De daggoot

 

 

Acacialaan 1 - schuur Lefeber

Acacialaan 1 – Voormalige bollenschuur

Dit was de bollenschuur van de woning vanJ.W. Lefeber op Achterweg 14

Kadaster: C-3469. Bouwjaar: 1887.

Deze bollenschuur, oorspronkelijk behorend bij Achterweg 14, werd in 1886-1887 gebouwd voor bollenkweker J.W. Lefeber. De schuur kreeg een herbestemming als woonhuis. De schuur is van buiten geheel gerestaureerd en werd van binnen geschikt gemaakt als woonhuis. Daarbij is op een uitstekende manier rekening gehouden met de karakteristieke elementen van de bollenschuur, zoals de openslaande ventilatiedeuren en de naam Lefeber op de gevel. Om de toegang tot de nieuwe wooneenheid te regelen is een speciale brug gebouwd die uitkomt in de Acacialaan. Hoewel dus niet meer gelegen aan dezelfde straat blijft aan het gebouwde geheel de vroegere combinatie van wonen en werken in een bollenbedrijf goed af te lezen De initiatiefnemers kregen in 2003 als waardering voor hun inspanning om dit bollenerfgoed te behouden als eersten de Zwarte Tulpprijs uitgereikt. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend en is bedoeld om de aandacht te vestigen op het behouden en herbestemmen van bollenschuren.

Acacialaan 1 - schuur Lefeber

De bollenschuur van bollenteler J.W. Lefeber

Hal 1 van de Hobaho wordt gesloopt

Hal 1 wordt gesloopt ten behoeve van woningen. In 1922 is een oude hangar uit Duitsland gebruikt.
Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

22 mei 2018

Nico Groen

Op het moment van schrijven van deze column is de sloper druk bezig aan de binnenkant van de laatste Hobaho-hal aan de Havendwarsstraat om alle materialen te verwijderen. Dit schiet al lekker op en eerdaags wordt de hele hal afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. Hiermee heeft deze hal net geen 100 jaar gehaald. De hal werd namelijk in 1922 neergezet door de toenmalige directie Homan, Bader en Hogewoning. Het woord hobaho is van hun namen afgeleid.
Deze laatste hal werd het eerst neergezet (vandaar Hal 1). In 1948 volgde Hal 2, de hal waar later vele tentoonstellingen en rommelmarkten werden gehouden. Hier staat nu het nieuwe appartementengebouw van STEK ‘De Veilingmeester’, dat op 26 juni officieel wordt geopend met onder andere een kleine tentoonstelling van vroegere Hobaho-spulletjes. In de entreehal moet een vitrinekast komen met wat relikwieën van de HoBaHo (o.a. van de VOL).

Terug naar het begin
Homan, Bader en Hogewoning traden al als ‘groene veiling directie’ op. Zij veilden de te velde staande gewassen. Van het veilen van bollen zelf was in de Bollenstreek nog geen sprake (wel in Noord-Holland). Het trio bracht daar verandering in. Daartoe richtten zij de N.V. Hollands Bloembollenhuis op.

De eerste droge veilingen (van bollen) vonden in 1921 plaats in ‘De Witte Zwaan’ aan het Vierkant. De grote aanvoer heeft het trio dat eerste jaar wel verrast. Het was maar goed dat 1921 een mooie droge zomer had, zodat men de bollen zonder waterschade in de buitenlucht kon opslaan. De drie veilingdirecteuren dachten aan de ruimte van het etablissement voldoende te hebben, maar er werden zoveel bollen aangevoerd dat deze in de open lucht moesten worden opgeslagen.

Een vliegtuighangar als veilinggebouw
Het was duidelijk dat deze gok geen tweede keer mocht worden genomen. In die zomer werd het besluit genomen om grond aan te kopen aan de Haven in Lisse. Toen moest er natuurlijk nog een gebouw komen. In Duitsland vond men een vliegtuighangar van voldoende grootte. Door de lage koers van de Duitse mark in de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog was dit gebouw een koopje. Het moest echter wel allemaal naar Lisse worden vervoerd. Dat gebeurde per speciale trein met 35 volle wagons. De hangar werd aan de Haven weer opgebouwd. De voor- en achterkant werd nieuw opgebouwd. De bekende architect Leen Tol tekende hiervoor. Het werd een hal van 48 meter breed en 87 meter lang. Deze was dus bijna 4200 vierkante meter groot, waarin aan de kant van de Haven kantoren werden gerealiseerd.

‘Heeren kom bij
Bovenstaande gegevens over de beginjaren van het bollen veilen en de veilinggebouwen zijn ontleend aan het boek ‘Heeren kom bij’, uitgegeven door de Hobaho in 1996 bij het 75-jarig bestaan van de veiling.

Voor de aan- en afvoer van de bollen per boot was er in de hal een sloot in het gebouw, met verbinding naar de Haven aan de Grachtweg. Foto uit het boek ‘Heeren kom bij’ van de Hobaho.

 

Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Nog een maand naar schilder Koster in museum De Zwarte Tulp

Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 maart 2018 

door Nico Groen 

In het Museum De Zwarte Tulp zijn schilderijen over de bloembollenvelden van Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. U heeft dus nog een maand de tijd om te genieten van deze expositie. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Wie was Anton L. Koster?

Anton L. Koster was een kunstschilder, die in 1858 in Terneuzen werd geboren. Hij is overleden in Haarlem in 1937. Vanaf 1880 volgde Koster de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar Breitner, Verster en Isaac Israëls studiegenoten waren. Hij werd daar gevormd door Mesdag. Daar maakte hij naam door stadstekeningen van het oude Den Haag te maken. Koster woonde na zijn huwelijk in 1890 in Haarlem, later in Heemstede.  Dicht bij het centrum van Haarlem, dat toen nog een stuk kleiner was dan de huidige stad, waren vele bollenvelden. Koster was zeer onder de indruk hiervan Hij was vóór 1890 al kunstschilder, maar vanaf die tijd legde hij zich toe op het schilderen van bloemen van bollen en bollenvelden. Het werd zijn specialiteit. Er zijn meer dan 150 schilderijen over bollenvelden van zijn hand bekend. Ieder voorjaar ging Koster met zijn schildersspullen op pad om schetsen van bloeiende bollen en bollenvelden te maken. Later werkte hij  deze schetsen uit tot grotere schilderijen. Bollenkwekers kochten de werken van Koster als relatiegeschenk voor hun klanten, waardoor de schilderijen en krijttekeningen verspreid raakten over de gehele wereld, van Rusland tot de Verenigde Staten.

Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Foto: Museum De Zwarte Tulp is te vinden op ’t Vierkant in Lisse met als adres Heereweg 219.

Ernst Krelage en zijn betekenis voor Lisse

Maarten Timmer heeft een geweldig boek geschreven over de bekende bollenman Kralage

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

13 februari 2018

door Nico Groen 

Ernst H. Krelage (1869-1956) uit Haarlem heeft veel betekend voor de bloembollenteelt en -handel in Nederland. Na jarenlang historisch en archiefonderzoek heeft Maarten Timmer, een expert in bloembollenhistorie, een geweldig boek geschreven over leven en werk van Ernst Heinrich Krelage. In twee rijk geïllustreerde delen geeft hij een gedetailleerd en uniek overzicht van leven en werk van deze bekende Haarlemmer en grondlegger van de moderne bloembollensector in Nederland. Deel 1 is nu uitgekomen en heeft als ondertitel ‘Burger, publicist en bestuurder’. Het 2e deel, handelend over Krelage als ondernemer, zal binnenkort verschijnen. Deel 1 is een lijvig boekwerk geworden van 21×26 cm met een harde omslag. Dit boek van 282 pagina’s heeft ISBN 9781389270109.
 
Lezing Maarten Timmer
Naar aanleiding van de publicatie van het boek heeft de Vereniging Oud Lisse  Maarten Timmer weten te strikken voor een lezing over de betekenis van Krelage voor Lisse.
Na een schets van een jaar uit het leven van Ernst Krelage (1910) waarin Lissenaar Nicolaas Dames een rol speelt, wordt nader ingegaan op de geschiedenis van de bloembollensector in Lisse. Aan de orde komen waarom Lisse het ‘kerkhof der hyacinten’ werd genoemd en wat Lissers zijn en waren. In Lisse werd in 1897 de Amerikaanse Verzendersbond opgericht en die kwam in conflict met de vader van Ernst, Jacob Krelage. Dames was zijn tegenstrever, net als tien jaar later Dames de handschoen opnam tegen Ernst Krelage waar het ging om de vestigingsplaats van de Rijkstuinbouwwinterschool. Ingegaan wordt op de stichting van het Proefstation voor de Bloembollencultuur en het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek en de rol van Krelage, Dames, Volkersz en Van Slogteren. Na behandeling van de stichting van de  bloemententoonstelling Keukenhof, wordt afgesloten met een schets van de huidige situatie (‘hoe staat het met de erfenis van Krelage, Dames, Volkersz en Van Slogteren?’).

Onderzoeker in Lisse
Maarten Timmer (1942) komt uit een familie van bloembollenkwekers. Hij studeerde in Wageningen en werkte daarna van 1967 tot 1981 bij het toenmalige Laboratorium voor Bloembollenonderzoek als onderzoeker en afdelingshoofd. Daarna heeft hij tot zijn pensionering diverse beleidsfuncties bij het Ministerie van Landbouw bekleed. Van huis uit en tijdens zijn werkzame leven heeft hij veel te maken gehad met bloembollen. Timmer deed historisch onderzoek naar de tuinbouw en naar de bloembollenteelt in het bijzonder. Van de hand van Timmer zijn diverse belangrijke stukken over de historie van de bloembollenteelt verschenen.

Middag bijeenkomst
De lezingen van de VOL zijn altijd op de 3e dinsdag van de maand in de avond. Omdat Maarten Timmer op leeftijd is wilde hij ’s avonds niet van Hoorn naar Lisse komen. Daarom is de lezing deze keer ‘s middag in De Vergulde Zwaan, 1ste Havendwarsstraat 4, Lisse. De datum van deze bijeenkomst is 20 februari 2018, De zaal is open vanaf 13.30 uur en de lezing begint om 14.00 uur. Iedereen, leden en niet leden, zijn van harte welkom. Niet leden betalen € 3,00 entree.

De voorkant met Ernst Krelage van deel I van het boek.

100 JAAR BLOEMBOLLENONDERZOEK IN LISSE

De oprichting van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek door van Slogteren en wel en wee hiervan wordt  besproken.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

30 mei 2017

door Nico Groen 

Op 12 april 1917 werd Egbert van Slogteren aangesteld als wetenschappelijk ambtenaar in ‘Wageningen’. Hij werd toen gedetacheerd in Lisse. Dit was het begin van het wetenschappelijk onderzoek in de bloembollen in Lisse. Precies 100 jaar geleden dus.
Wetenschappelijk onderzoek was noodzakelijk vanwege de aaltjesproblematiek. Vooral bij partijen die uit Engeland werden geïmporteerd, kwamen deze aaltjes veel voor in de bollen.

Van Slogteren kreeg de beschikking over een lokaal in de tuinbouwschool met gebruikmaking van de tuin voor proeven. Ook deed hij experimenten bij telers in de Bollenstreek. Hij kreeg ook de beschikking over een bollenschuur van bollenkweker Bergman bij de Engel langs de Beek. Zijn eerste publicatie in 1918 en lezingen over een warmwaterbehandeling van de narcissenbollen vielen heel goed in de praktijk. Daarmee was zijn naam gevestigd.
De Landbouwhogeschool in Wageningen kreeg in 1920 de benodigde gelden van het ministerie van Landbouw en Visserij om een Laboratorium voor Bloembollenonderzoek (LBO) onder leiding van Van Slogteren in Lisse te bouwen. Dit gebouw verrees naast de tuinbouwschool en was in 1922 gereed. Architect was Cornelis Jouke Blaauw, die in Wageningen meerdere gebouwen in dezelfde stijl (Amsterdamse school) heeft gerealiseerd. Drie van deze gebouwen zijn nu rijksmonument.
 
Rond 1940 had Van Slogteren al meer dan 70 wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Daarmee stond het LBO op de wereldkaart. Eind 1958 nam hij afscheid. Bij zijn vertrek als ‘plantendokter’ waren er bijna 60 personeelsleden in dienst. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw waren er meer dan 100 medewerkers. Daarna liep dit aantal terug. Door bezuinigingen moesten de laatste jaren veel medewerkers weg. Zonder al het onderzoek zou de Nederlandse bollenteelt niet op zo’n hoog niveau zijn gekomen als ze nu is.

In het nieuwste Nieuwsblad van de VOL, het Lentenummer 2017, staat een uitgebreid artikel over 100 jaar Bloembollenonderzoek in Lisse. Dit Lentenummer krijgt u gratis als u lid wordt van de VOL. Het is ook te koop tijdens de wekelijkse inloop op dinsdagmorgen op de Eerste Havendwarsstraat 4.

Sloop monumentaal LBO-gebouw en nieuwbouw aan de overkant
In 1998 werd door PPO Bloembollen en bomen (zoals het instituut inmiddels heette) besloten tot nieuwbouw vanwege de verouderde kasopstanden en de inefficiënte manier van werken door de vele losse gebouwen. Dat werd in 2003 gerealiseerd met de bouw van een nieuw complex aan de overkant van de Heereweg tegenover de oude gebouwen. De nieuwbouw had tot gevolg dat de oorspronkelijke gebouwen en kassen met de grond verkocht werden. Het eerste gebouw van architect Blaauw was een gemeentelijk monument. Op 2 december 2003 besloot het college van B&W van Lisse dit monument van de gemeentelijke monumentenlijst te halen. Ondanks alle protesten van onder andere de VOL werd dit gebouw uiteindelijk toch in 2005 gesloopt ten behoeve van nieuwbouw van de veiling CNB. Deze laatste perikelen staan uitgebreid beschreven in een artikel in het Winternummer 2017 van de VOL.

In het Lentenummer 2017, het nieuwste kwartaalblad van de VOL in full couleur op A4 formaat, leest u meer over 100 jaar bloembollenonderzoek in Lisse.

TENTOONSTELLING ‘BOLLENSCHUREN, ICONEN VAN DE BOLLENSSTREEK’

De ontwikkelingen in techniek en logistiek in het bollenvak zijn bepalend geweest voor de architectuur van bollenschuren. Het boek “De Bollenstreek, Landschap & Erfgoed van de Bloembollencultuur” is uitgebracht. 

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 december 2016

door Nico Groen 

In museum De Zwarte Tulp in Lisse is de tentoonstelling: ‘Bollenschuren, Iconen van de Bollenstreek’ te te zien. Daarin staan de architectuur, de betekenis voor het landschap en het hergebruik van bollenschuren centraal.
Bollenschuren zijn sinds het eind van de 19de  eeuw gebouwd voor de opslag en verwerking van bloembollen. De ontwikkelingen in techniek en logistiek in het bollenvak zijn bepalend geweest voor de architectuur van bollenschuren.
Dit erfgoed vertelt het verhaal van de bloembollencultuur. Daarom heeft museum De Zwarte Tulp, dat zelf ook gevestigd is in een voormalige bollenschuur, besloten hieraan een wisseltentoonstelling te wijden.
 
Iconen van de Bollenstreek
Bollenschuren zijn zo karakteristiek voor de Bollenstreek dat ze als iconen van het landschap worden beschouwd. Daarom staan steeds meer bollenschuren op de monumentenlijst en krijgen ze ook steeds vaker een nieuwe functie. De tentoonstelling laat ook zien hoe bijzonder het is om in een bollenschuur te wonen en te werken. De  samenwerking tussen het museum en de werkgroep Bollenerfgoed van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (CHG) heeft een verrassende tentoonstelling opgeleverd. Er zijn niet alleen foto’s van bollenschuren gebruikt, maar er zijn zelfs twee types bollenschuren in het museum nagebouwd. Daardoor kun je de bollenschuur niet alleen zien, maar ook voelen, horen en zelfs ruiken!

Interieur van bollenschuren
Bollenschuren zijn gebouwd als opslag- en werkruimte voor de bollenkwekers. In de schuur werden de bloembollen gedroogd op houten stellingen. Het grootste deel van de schuur werd daardoor in beslag genomen. Daarnaast was er een werkruimte om de bollen te pellen, te sorteren en te verpakken en tevens een kantoor voor de directie en administratie.
De houten stellingen in de schuren vormen tevens de dragende constructie van de bollenschuur. Soms zijn deze stellingen nog intact, vaak zijn ze al vervangen door een staalconstructie, vooral als de bollenschuur een niet-agrarische bestemming heeft gehad.

Bescherming en herbestemming
De Werkgroep heeft veel onderzoek gedaan naar bollenschuren en geeft advies aan eigenaren en overheden. Door middel van boeken, fietsroutes, lezingen en de jaarlijkse Zwarte Tulp prijs wordt het karakteristieke bollenerfgoed onder de aandacht gebracht.
Zo is onlangs een prachtig lijvig boek “De Bollenstreek, Landschap & Erfgoed van de Bloembollencultuur” uitgebracht door de werkgroep. Het boek laat een samenhang zien tussen de sociale, geografische en economische aspecten van de bloembollencultuur met een belangrijk hoofdstuk over het bollenerfgoed. De focus ligt op herbestemming van bollenschuren, woonhuizen en villa’s. Inmiddels zijn 94 bollenschuren een monument geworden.
 
Te zien tot 19 februari 2017
De tentoonstelling ‘Bollenschuren, Iconen van de Bollenstreek’ is nog te zien tot en met 19 februari 2017. Museum De Zwarte Tulp is gelegen aan ‘t Vierkant, Heereweg 219, 2161 BG in Lisse.
Veel van wat hierboven beschreven staat is ontleend aan de website www:bollenschuren.nl, waar nog veel meer info over bollenschuren is te vinden. Dit is een website van de werkgroep Bollenerfgoed van het CHG Duin- en Bollenstreek. Dit is de overkoepelende organisatie van alle historische verenigingen in de Duin- en Bollenstreek, waaronder de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”.

Huis annex bollenschuur Heereweg 289/Zwanendreef 2A is een rijksmonument. Foto van de homepage van website www:bollenschuren.nl

Lisbloemstraat 26 _ Voormalig kantoor HBG (CNB)

 

De vraag is of dit gebouw een gemeentelijk monument is. Het vroegere directeurskantoor is in de Bossche stijl ontworpen met veel reliefs in muren. 

Kadaster: ? Bouwjaar: 1954, verbouwing tot woning 2016. Architect: A. Paardekooper. 

Bij de sloop van de CNB hallen werden 2 panden bespaard. Het hoofdgebouw, dat nu Floralis (of is het Flora Lis?) heet, is bij iedere Lisser wel bekend. Minder bekend is het gebouw op de hoek van de Tulpenstraat en de Lisbloemstraat. Dit gebouw was het vroegere directeurskantoor van de  HBG, later CNB. Floralis en dit directeurskantoor werden in 1954 gebouwd, nadat een brand het hele complex van de HBG verwoestte.

Wat aanspreekt aan dit ontwerp van Aad Paardekooper (1918-1991) is de afmeting, de details, de stoere uitstraling, een gebouw met een ziel en het gezellige ontwerp.

Melssen, de eigenaar, over de verbouwing: “Er moesten 2 gevels aan de kant van de hallen worden opgemetseld. We hebben ‘à la Paardekooper’  gemetseld. We hebben nieuwe stalen kozijnen gezocht met rond gebogen profielen om in de togen te passen. De glas-in-lood ‘gevel’ is totaal gerestaureerd door  nieuw lood en isolatieglas in de profielen te laten zetten in Frankrijk. Een nieuw geïsoleerd dak ligt er op met dakpannen, die op de originele pannen lijken. Ik heb zelf ook een paar elementen ontworpen, die aansloten bij de visie van Paardekooper. Zoals ruitprofielen in het metselwerk boven de nieuwe voordeur. Rondom zijn zinken goten en afvoeren geplaatst. Bovendien heb ik 4 gelaagde ruiten van de originele haldeuren weten te bewaren en deze in de nieuwe haldeuren teruggeplaatst. Qua indeling heb ik het hele gebouw een open karakter gegeven. Overal ervaar je nog steeds het authentieke ontwerp. Met name boven is de open nok een fraai gegeven met originele balken partijen. Ook is de smeedijzeren trapleuning intact gebleven. Bewust heb ik  voor het oude industriële draadglas gekozen”.

Al met al is het een gebouw gebleven en geworden waar Lisse trotst op kan zijn en dat de erepenning, die in 2016 door de VOL werd uiitgereikt, meer dan waard is.