Berichten

Sloop van de bollenschuur van De Wolff?

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur van De Wolff te behouden voor de toekomst. Argumenten worden genoemd.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)   

12 februari 2019

 door Nico Groen

De eigenaar van de bollenschuur van boerderij De Wolff is van plan de bollenschuur te slopen en een nieuwe woning te bouwen los van het bestaande huis. Het betreft het complex op de hoek van de Stationsweg en de Van Lyndenweg. Daartoe moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het college van B&W van Lisse heeft daar in principe geen bezwaar tegen. De bollenschuur is aan het huis vastgebouwd.

 

De woning vóór de schuur is een gemeentelijk monument en was vroeger een woning met aangebouwde stal (boerderij De Wolff). Later is de stal bij de woning getrokken voor realisatie van een groter woonhuis. Op een kaart uit 1603 staat op deze locatie al een boerderij getekend. Getuigen van de oude bebouwing zijn een 17de eeuwse gewelfde kaaskelder met gemetselde trap en gewelf, een vloer van plavuizen en een alkoof.

In 1908 is aan boerderij De Wolff een bollenschuur gebouwd voor Bollenbedrijf De Vroomen. Een voor die tijd kenmerkende bollenschuur met openslaande, grote deuren voor natuurlijke ventilatie. Later, waarschijnlijk in de dertiger jaren zijn deze hoge deuren vervangen door kleinere stalen ramen. De gevels zijn daarbij gedeeltelijk dichtgemetseld en er zijn ventilatieroosters aangebracht voor mechanische ventilatie van de bollen. Een logisch gevolg van de technische ontwikkelingen in die tijd.

Aan de noordkant is de schuur in de zestiger jaren uitgebreid met een loods. Deze is niet in de stijl van de bollenschuur zelf gebouwd.

De vraag is hoe de bouwtechnische staat van de bollenschuur is. Zou de schuur eventueel behouden kunnen blijven en een nieuwe bestemming kunnen krijgen? Het lijkt van wel. Van de oorspronkelijke muur aan de noordkant van de bollenschuur zijn bijvoorbeeld nog mooie, oorspronkelijke stalen kozijnen aanwezig. Onderzoek daarnaar is wenselijk.

 

Zienswijze

Het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollensteek (CHG) zet zich al jaren succesvol in voor het zoveel mogelijk behouden van oude bollenschuren, al of niet met een nieuwe bestemming. Bijvoorbeeld als woonhuis met cultuurhistorisch gezien zo weinig mogelijk veranderingen aan de buitenkant van de betreffende schuur. Zij zijn tegen de sloop van waardevolle bollenschuren, waarvan bij De Wolff sprake lijkt te zijn.

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur te behouden voor de toekomst. Landgoed Keukenhof dient zelf een zienswijze in om de bollenschuur vte behouden.

Bij bollenschuren zijn niet alleen de karakteristieke elementen zoals ventilatiedeuren en -ramen belangrijk, maar juist ook de veranderingen als gevolg van ontwikkelingen in de techniek en logistiek rond de bloembollencultuur. Dat heeft soms minder te maken met schoonheid dan met authenticiteit en ontwikkeling van karakter. Ook is de combinatie van de 17de eeuwse hoeve met de bollenschuur van groot belang. Daar is de ontwikkeling zichtbaar van de agrarische ontwikkeling in de Bollenstreek van de 17de tot de 20ste eeuw. Het gebied is gelegen op een plek met zeer hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het maakte vroeger een tijdlang onderdeel uit van het historisch Landgoed Keukenhof en omgeving (inclusief boerderij De Wolff met bollenschuur) is aangewezen als kroonjuweel cultureel erfgoed. Volgens het CHG en VOL moet ook om deze redenen de bollenschuur niet worden gesloopt.

Aan de zuidkant zijn de kenmerken van de bollenschuur nog goed te zien vanaf de Van Lyndenweg.. Foto: CHG

 

Heereweg 034 – Villa ‘Rutsbo’

Deze villa behoorde bij het bollenbedrijf van de fa. Driehuizen

Kadaster: C-2868. Bouwjaar: 1925. Architect: Leen Tol sr.

Het huis is vernoemd naar mevrouw Ruth Driehuizen-Heurgren. Mevrouw Driehuizen kwam oorspronkelijk uit Zweden. Het huis is naar haar genoemd. Rutsbo betekent huis van Rut.
Het huis werd gebouwd in 1925 aan wat toen nog de Rijksweg heette. Op de eerste steen staat vermeld dat Alf Driehuizen, 7 jaar oud, de steen gelegd heeft op 4 februari 1925. De kwekersvilla maakte deel uit van het bloembollenbedrijf firma Driehuizen. Tot dit complex behoorden ook villa Somalo en de inmiddels tot appartementencomplex omgebouwde bollenschuur.

Het huis is gebouwd door architect Leen Tol Sr. Het huis ontleent zijn karakter aan het portaal en de beide serres, waardoor een markante symmetrie verkregen is.
In het midden van de voorgevel bevindt zich een portaal dat volgens de klassieke voorschriften is opgebouwd: Dorische zuilen, rustend op hardstenen basement, ondersteunen het fries en het fronton. Op het fries is de naam ‘Rutsbo’ aangebracht. Er zijn nog vele originele glas-in-lood ramen. Het huis werd tot 1976 bewoond door de familie Driehuizen. Daarna werd een stuk aan de villa aangebouwd en werd het geheel een gezinsvervangend tehuis.
Inmiddels zijn de bijgebouwen weer afgebroken en wordt er sinds 2007 weer particulier gewoond.

Huize Rutsbo

De entree

De daggoot

 

 

Acacialaan 1 - schuur Lefeber

Acacialaan 1 – Voormalige bollenschuur

Dit was de bollenschuur van de woning vanJ.W. Lefeber op Achterweg 14

Kadaster: C-3469. Bouwjaar: 1887.

Deze bollenschuur, oorspronkelijk behorend bij Achterweg 14, werd in 1886-1887 gebouwd voor bollenkweker J.W. Lefeber. De schuur kreeg een herbestemming als woonhuis. De schuur is van buiten geheel gerestaureerd en werd van binnen geschikt gemaakt als woonhuis. Daarbij is op een uitstekende manier rekening gehouden met de karakteristieke elementen van de bollenschuur, zoals de openslaande ventilatiedeuren en de naam Lefeber op de gevel. Om de toegang tot de nieuwe wooneenheid te regelen is een speciale brug gebouwd die uitkomt in de Acacialaan. Hoewel dus niet meer gelegen aan dezelfde straat blijft aan het gebouwde geheel de vroegere combinatie van wonen en werken in een bollenbedrijf goed af te lezen De initiatiefnemers kregen in 2003 als waardering voor hun inspanning om dit bollenerfgoed te behouden als eersten de Zwarte Tulpprijs uitgereikt. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend en is bedoeld om de aandacht te vestigen op het behouden en herbestemmen van bollenschuren.

Acacialaan 1 - schuur Lefeber

De bollenschuur van bollenteler J.W. Lefeber

Hal 1 van de Hobaho wordt gesloopt

Hal 1 wordt gesloopt ten behoeve van woningen. In 1922 is een oude hangar uit Duitsland gebruikt.
Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

22 mei 2018

Nico Groen

Op het moment van schrijven van deze column is de sloper druk bezig aan de binnenkant van de laatste Hobaho-hal aan de Havendwarsstraat om alle materialen te verwijderen. Dit schiet al lekker op en eerdaags wordt de hele hal afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. Hiermee heeft deze hal net geen 100 jaar gehaald. De hal werd namelijk in 1922 neergezet door de toenmalige directie Homan, Bader en Hogewoning. Het woord hobaho is van hun namen afgeleid.
Deze laatste hal werd het eerst neergezet (vandaar Hal 1). In 1948 volgde Hal 2, de hal waar later vele tentoonstellingen en rommelmarkten werden gehouden. Hier staat nu het nieuwe appartementengebouw van STEK ‘De Veilingmeester’, dat op 26 juni officieel wordt geopend met onder andere een kleine tentoonstelling van vroegere Hobaho-spulletjes. In de entreehal moet een vitrinekast komen met wat relikwieën van de HoBaHo (o.a. van de VOL).

Terug naar het begin
Homan, Bader en Hogewoning traden al als ‘groene veiling directie’ op. Zij veilden de te velde staande gewassen. Van het veilen van bollen zelf was in de Bollenstreek nog geen sprake (wel in Noord-Holland). Het trio bracht daar verandering in. Daartoe richtten zij de N.V. Hollands Bloembollenhuis op.

De eerste droge veilingen (van bollen) vonden in 1921 plaats in ‘De Witte Zwaan’ aan het Vierkant. De grote aanvoer heeft het trio dat eerste jaar wel verrast. Het was maar goed dat 1921 een mooie droge zomer had, zodat men de bollen zonder waterschade in de buitenlucht kon opslaan. De drie veilingdirecteuren dachten aan de ruimte van het etablissement voldoende te hebben, maar er werden zoveel bollen aangevoerd dat deze in de open lucht moesten worden opgeslagen.

Een vliegtuighangar als veilinggebouw
Het was duidelijk dat deze gok geen tweede keer mocht worden genomen. In die zomer werd het besluit genomen om grond aan te kopen aan de Haven in Lisse. Toen moest er natuurlijk nog een gebouw komen. In Duitsland vond men een vliegtuighangar van voldoende grootte. Door de lage koers van de Duitse mark in de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog was dit gebouw een koopje. Het moest echter wel allemaal naar Lisse worden vervoerd. Dat gebeurde per speciale trein met 35 volle wagons. De hangar werd aan de Haven weer opgebouwd. De voor- en achterkant werd nieuw opgebouwd. De bekende architect Leen Tol tekende hiervoor. Het werd een hal van 48 meter breed en 87 meter lang. Deze was dus bijna 4200 vierkante meter groot, waarin aan de kant van de Haven kantoren werden gerealiseerd.

‘Heeren kom bij
Bovenstaande gegevens over de beginjaren van het bollen veilen en de veilinggebouwen zijn ontleend aan het boek ‘Heeren kom bij’, uitgegeven door de Hobaho in 1996 bij het 75-jarig bestaan van de veiling.

Voor de aan- en afvoer van de bollen per boot was er in de hal een sloot in het gebouw, met verbinding naar de Haven aan de Grachtweg. Foto uit het boek ‘Heeren kom bij’ van de Hobaho.

 

Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Nog een maand naar schilder Koster in museum De Zwarte Tulp

Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 maart 2018 

door Nico Groen 

In het Museum De Zwarte Tulp zijn schilderijen over de bloembollenvelden van Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. U heeft dus nog een maand de tijd om te genieten van deze expositie. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Wie was Anton L. Koster?

Anton L. Koster was een kunstschilder, die in 1858 in Terneuzen werd geboren. Hij is overleden in Haarlem in 1937. Vanaf 1880 volgde Koster de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar Breitner, Verster en Isaac Israëls studiegenoten waren. Hij werd daar gevormd door Mesdag. Daar maakte hij naam door stadstekeningen van het oude Den Haag te maken. Koster woonde na zijn huwelijk in 1890 in Haarlem, later in Heemstede.  Dicht bij het centrum van Haarlem, dat toen nog een stuk kleiner was dan de huidige stad, waren vele bollenvelden. Koster was zeer onder de indruk hiervan Hij was vóór 1890 al kunstschilder, maar vanaf die tijd legde hij zich toe op het schilderen van bloemen van bollen en bollenvelden. Het werd zijn specialiteit. Er zijn meer dan 150 schilderijen over bollenvelden van zijn hand bekend. Ieder voorjaar ging Koster met zijn schildersspullen op pad om schetsen van bloeiende bollen en bollenvelden te maken. Later werkte hij  deze schetsen uit tot grotere schilderijen. Bollenkwekers kochten de werken van Koster als relatiegeschenk voor hun klanten, waardoor de schilderijen en krijttekeningen verspreid raakten over de gehele wereld, van Rusland tot de Verenigde Staten.

Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Foto: Museum De Zwarte Tulp is te vinden op ’t Vierkant in Lisse met als adres Heereweg 219.

Ernst Krelage en zijn betekenis voor Lisse

Maarten Timmer heeft een geweldig boek geschreven over de bekende bollenman Kralage

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

13 februari 2018

door Nico Groen 

Ernst H. Krelage (1869-1956) uit Haarlem heeft veel betekend voor de bloembollenteelt en -handel in Nederland. Na jarenlang historisch en archiefonderzoek heeft Maarten Timmer, een expert in bloembollenhistorie, een geweldig boek geschreven over leven en werk van Ernst Heinrich Krelage. In twee rijk geïllustreerde delen geeft hij een gedetailleerd en uniek overzicht van leven en werk van deze bekende Haarlemmer en grondlegger van de moderne bloembollensector in Nederland. Deel 1 is nu uitgekomen en heeft als ondertitel ‘Burger, publicist en bestuurder’. Het 2e deel, handelend over Krelage als ondernemer, zal binnenkort verschijnen. Deel 1 is een lijvig boekwerk geworden van 21×26 cm met een harde omslag. Dit boek van 282 pagina’s heeft ISBN 9781389270109.
 
Lezing Maarten Timmer
Naar aanleiding van de publicatie van het boek heeft de Vereniging Oud Lisse  Maarten Timmer weten te strikken voor een lezing over de betekenis van Krelage voor Lisse.
Na een schets van een jaar uit het leven van Ernst Krelage (1910) waarin Lissenaar Nicolaas Dames een rol speelt, wordt nader ingegaan op de geschiedenis van de bloembollensector in Lisse. Aan de orde komen waarom Lisse het ‘kerkhof der hyacinten’ werd genoemd en wat Lissers zijn en waren. In Lisse werd in 1897 de Amerikaanse Verzendersbond opgericht en die kwam in conflict met de vader van Ernst, Jacob Krelage. Dames was zijn tegenstrever, net als tien jaar later Dames de handschoen opnam tegen Ernst Krelage waar het ging om de vestigingsplaats van de Rijkstuinbouwwinterschool. Ingegaan wordt op de stichting van het Proefstation voor de Bloembollencultuur en het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek en de rol van Krelage, Dames, Volkersz en Van Slogteren. Na behandeling van de stichting van de  bloemententoonstelling Keukenhof, wordt afgesloten met een schets van de huidige situatie (‘hoe staat het met de erfenis van Krelage, Dames, Volkersz en Van Slogteren?’).

Onderzoeker in Lisse
Maarten Timmer (1942) komt uit een familie van bloembollenkwekers. Hij studeerde in Wageningen en werkte daarna van 1967 tot 1981 bij het toenmalige Laboratorium voor Bloembollenonderzoek als onderzoeker en afdelingshoofd. Daarna heeft hij tot zijn pensionering diverse beleidsfuncties bij het Ministerie van Landbouw bekleed. Van huis uit en tijdens zijn werkzame leven heeft hij veel te maken gehad met bloembollen. Timmer deed historisch onderzoek naar de tuinbouw en naar de bloembollenteelt in het bijzonder. Van de hand van Timmer zijn diverse belangrijke stukken over de historie van de bloembollenteelt verschenen.

Middag bijeenkomst
De lezingen van de VOL zijn altijd op de 3e dinsdag van de maand in de avond. Omdat Maarten Timmer op leeftijd is wilde hij ’s avonds niet van Hoorn naar Lisse komen. Daarom is de lezing deze keer ‘s middag in De Vergulde Zwaan, 1ste Havendwarsstraat 4, Lisse. De datum van deze bijeenkomst is 20 februari 2018, De zaal is open vanaf 13.30 uur en de lezing begint om 14.00 uur. Iedereen, leden en niet leden, zijn van harte welkom. Niet leden betalen € 3,00 entree.

De voorkant met Ernst Krelage van deel I van het boek.

100 JAAR BLOEMBOLLENONDERZOEK IN LISSE

De oprichting van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek door van Slogteren en wel en wee hiervan wordt  besproken.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

30 mei 2017

door Nico Groen 

Op 12 april 1917 werd Egbert van Slogteren aangesteld als wetenschappelijk ambtenaar in ‘Wageningen’. Hij werd toen gedetacheerd in Lisse. Dit was het begin van het wetenschappelijk onderzoek in de bloembollen in Lisse. Precies 100 jaar geleden dus.
Wetenschappelijk onderzoek was noodzakelijk vanwege de aaltjesproblematiek. Vooral bij partijen die uit Engeland werden geïmporteerd, kwamen deze aaltjes veel voor in de bollen.

Van Slogteren kreeg de beschikking over een lokaal in de tuinbouwschool met gebruikmaking van de tuin voor proeven. Ook deed hij experimenten bij telers in de Bollenstreek. Hij kreeg ook de beschikking over een bollenschuur van bollenkweker Bergman bij de Engel langs de Beek. Zijn eerste publicatie in 1918 en lezingen over een warmwaterbehandeling van de narcissenbollen vielen heel goed in de praktijk. Daarmee was zijn naam gevestigd.
De Landbouwhogeschool in Wageningen kreeg in 1920 de benodigde gelden van het ministerie van Landbouw en Visserij om een Laboratorium voor Bloembollenonderzoek (LBO) onder leiding van Van Slogteren in Lisse te bouwen. Dit gebouw verrees naast de tuinbouwschool en was in 1922 gereed. Architect was Cornelis Jouke Blaauw, die in Wageningen meerdere gebouwen in dezelfde stijl (Amsterdamse school) heeft gerealiseerd. Drie van deze gebouwen zijn nu rijksmonument.
 
Rond 1940 had Van Slogteren al meer dan 70 wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Daarmee stond het LBO op de wereldkaart. Eind 1958 nam hij afscheid. Bij zijn vertrek als ‘plantendokter’ waren er bijna 60 personeelsleden in dienst. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw waren er meer dan 100 medewerkers. Daarna liep dit aantal terug. Door bezuinigingen moesten de laatste jaren veel medewerkers weg. Zonder al het onderzoek zou de Nederlandse bollenteelt niet op zo’n hoog niveau zijn gekomen als ze nu is.

In het nieuwste Nieuwsblad van de VOL, het Lentenummer 2017, staat een uitgebreid artikel over 100 jaar Bloembollenonderzoek in Lisse. Dit Lentenummer krijgt u gratis als u lid wordt van de VOL. Het is ook te koop tijdens de wekelijkse inloop op dinsdagmorgen op de Eerste Havendwarsstraat 4.

Sloop monumentaal LBO-gebouw en nieuwbouw aan de overkant
In 1998 werd door PPO Bloembollen en bomen (zoals het instituut inmiddels heette) besloten tot nieuwbouw vanwege de verouderde kasopstanden en de inefficiënte manier van werken door de vele losse gebouwen. Dat werd in 2003 gerealiseerd met de bouw van een nieuw complex aan de overkant van de Heereweg tegenover de oude gebouwen. De nieuwbouw had tot gevolg dat de oorspronkelijke gebouwen en kassen met de grond verkocht werden. Het eerste gebouw van architect Blaauw was een gemeentelijk monument. Op 2 december 2003 besloot het college van B&W van Lisse dit monument van de gemeentelijke monumentenlijst te halen. Ondanks alle protesten van onder andere de VOL werd dit gebouw uiteindelijk toch in 2005 gesloopt ten behoeve van nieuwbouw van de veiling CNB. Deze laatste perikelen staan uitgebreid beschreven in een artikel in het Winternummer 2017 van de VOL.

In het Lentenummer 2017, het nieuwste kwartaalblad van de VOL in full couleur op A4 formaat, leest u meer over 100 jaar bloembollenonderzoek in Lisse.

TENTOONSTELLING ‘BOLLENSCHUREN, ICONEN VAN DE BOLLENSSTREEK’

De ontwikkelingen in techniek en logistiek in het bollenvak zijn bepalend geweest voor de architectuur van bollenschuren. Het boek “De Bollenstreek, Landschap & Erfgoed van de Bloembollencultuur” is uitgebracht. 

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 december 2016

door Nico Groen 

In museum De Zwarte Tulp in Lisse is de tentoonstelling: ‘Bollenschuren, Iconen van de Bollenstreek’ te te zien. Daarin staan de architectuur, de betekenis voor het landschap en het hergebruik van bollenschuren centraal.
Bollenschuren zijn sinds het eind van de 19de  eeuw gebouwd voor de opslag en verwerking van bloembollen. De ontwikkelingen in techniek en logistiek in het bollenvak zijn bepalend geweest voor de architectuur van bollenschuren.
Dit erfgoed vertelt het verhaal van de bloembollencultuur. Daarom heeft museum De Zwarte Tulp, dat zelf ook gevestigd is in een voormalige bollenschuur, besloten hieraan een wisseltentoonstelling te wijden.
 
Iconen van de Bollenstreek
Bollenschuren zijn zo karakteristiek voor de Bollenstreek dat ze als iconen van het landschap worden beschouwd. Daarom staan steeds meer bollenschuren op de monumentenlijst en krijgen ze ook steeds vaker een nieuwe functie. De tentoonstelling laat ook zien hoe bijzonder het is om in een bollenschuur te wonen en te werken. De  samenwerking tussen het museum en de werkgroep Bollenerfgoed van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (CHG) heeft een verrassende tentoonstelling opgeleverd. Er zijn niet alleen foto’s van bollenschuren gebruikt, maar er zijn zelfs twee types bollenschuren in het museum nagebouwd. Daardoor kun je de bollenschuur niet alleen zien, maar ook voelen, horen en zelfs ruiken!

Interieur van bollenschuren
Bollenschuren zijn gebouwd als opslag- en werkruimte voor de bollenkwekers. In de schuur werden de bloembollen gedroogd op houten stellingen. Het grootste deel van de schuur werd daardoor in beslag genomen. Daarnaast was er een werkruimte om de bollen te pellen, te sorteren en te verpakken en tevens een kantoor voor de directie en administratie.
De houten stellingen in de schuren vormen tevens de dragende constructie van de bollenschuur. Soms zijn deze stellingen nog intact, vaak zijn ze al vervangen door een staalconstructie, vooral als de bollenschuur een niet-agrarische bestemming heeft gehad.

Bescherming en herbestemming
De Werkgroep heeft veel onderzoek gedaan naar bollenschuren en geeft advies aan eigenaren en overheden. Door middel van boeken, fietsroutes, lezingen en de jaarlijkse Zwarte Tulp prijs wordt het karakteristieke bollenerfgoed onder de aandacht gebracht.
Zo is onlangs een prachtig lijvig boek “De Bollenstreek, Landschap & Erfgoed van de Bloembollencultuur” uitgebracht door de werkgroep. Het boek laat een samenhang zien tussen de sociale, geografische en economische aspecten van de bloembollencultuur met een belangrijk hoofdstuk over het bollenerfgoed. De focus ligt op herbestemming van bollenschuren, woonhuizen en villa’s. Inmiddels zijn 94 bollenschuren een monument geworden.
 
Te zien tot 19 februari 2017
De tentoonstelling ‘Bollenschuren, Iconen van de Bollenstreek’ is nog te zien tot en met 19 februari 2017. Museum De Zwarte Tulp is gelegen aan ‘t Vierkant, Heereweg 219, 2161 BG in Lisse.
Veel van wat hierboven beschreven staat is ontleend aan de website www:bollenschuren.nl, waar nog veel meer info over bollenschuren is te vinden. Dit is een website van de werkgroep Bollenerfgoed van het CHG Duin- en Bollenstreek. Dit is de overkoepelende organisatie van alle historische verenigingen in de Duin- en Bollenstreek, waaronder de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”.

Huis annex bollenschuur Heereweg 289/Zwanendreef 2A is een rijksmonument. Foto van de homepage van website www:bollenschuren.nl

Lisse en haar ontwikkeling

Hoe heeft Lisse zich ontwikkeld ten opzichte van vroeger?
Lisse was vroeger een klein dorpje met heel weinig voorzieningen. Naar mate er meer bewoning kwam in dit dorp, kwamen er ook meer voorzieningen voor etenswaren en kookgerei. Er kwam meer ontwikkeling en na enige tijd werd ook alles steeds luxer.

Brit van Kesteren heeft de geschiedenis van Lisse beschreven in ‘Lisse en haar ontwikkeling’.

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 3, juli 2007

door Britt van Kesteren, HAVO 4, leerlinge van het Fioretti college.

Zij maakte in 2006 een fantastisch verhaal over de lokale geschiedenis van Lisse. Ze maakte deze opdracht door verschillende boeken, nieuwsbladen van de Ver.Oud Lisse en bronnen op het internet te raadplegen, naast het inwinnen van adviezen bij cultuur- en landschapsgeograaf Dr.Jan Beenakker en Wim Bosch voorzitter van de Ver.Oud Lisse. Haar complete verhaal incl. afbeeldingen ziet u hieronder.

LISSE EN HAAR ONTWIKKELING

Naam: Britt van Kesteren
Klas: 4H4
Inleverdatum: 10 april 2006
Docent: Dhr. Hinsbergen

Inleiding
Deelvraag 1: Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?
Deelvraag 2: Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?
Deelvraag 3: Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?
Deelvraag 4: Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?
Conclusie
Eigen mening
Logboek
Bronvermelding
Vragen aan Dhr. J.J.J.M. Beenakker
Het verhaal als pdf-bestand

Inleiding:

Toen ik een onderwerp voor deze Praktische Opdracht moest kiezen had ik geen idee waaraan ik moest denken. De voorbeelden van andere Praktische Opdrachten die de leraar mij gaf hebben mij hierbij erg goed geholpen. Ik kwam een Praktische Opdracht tegen met het onderwerp Hillegom, vroeger en nu. Het ging in dit werkstuk niet alleen maar over de onderwerpen die ik in mijn Praktische Opdracht behandelt heb, maar dit hielp mij enorm om een keuze te maken voor het onderwerp dat ik moest kiezen voor mijn Praktische Opdracht.

Hoofdvraag:
Hoe heeft Lisse zich ontwikkeld ten opzichte van vroeger?

Deelvragen:
1) Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?
2) Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?
3) Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?
4) Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?

Eerst ga ik op internet kijken, zodat ik weet of er op internet veel informatie te vinden is. Al is dat niet het geval, dan ga ik naar de mediatheek of de bibliotheek voor veel boeken en informatie. Ook ga ik naar het museum `De Zwarte Tulp’. Dit is een museum van de Duin- en Bollenstreek. Misschien ga ik nog op zoek naar personen die betrokken zijn met de ontwikkeling van Lisse.
lk ben van plan om elke week aan de Praktische Opdracht te gaan werken, zodat ik niet alles op het laatst of moet maken en dat het dus niet netjes is.

Ik denk dat alle informatie die ik op ga zoeken erg goed gaat uitpakken. Misschien zal er op internet niet zo heel veel te vinden zijn, maar dat zal verder geen consequenties hebben voor het eindresultaat.

Deelvraag 1
Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?

Het ontstaan
De laatste ijstijd, het Weichselien wat is vemoemd naar de Poolse rivier de Weichsel, begon ongeveer 75.000 jaar geleden en heeft geduurd tot circa 10.000 jaar voor heden. Gedurende deze periode reikte het landijs tot aan de Elbe. De gletsjers en de landijsbedekking onttrokken water aan de oceanen. De zeespiegel daalde daardoor ongeveer 100 meter zodat ondiepe zeeën zoals de Noordzee droogvielen. In ons land en in het droogliggende Noordzeebekken heerste in die tijd een toendraklimaat. Het was heel koud en droog. ’s Zomers werd de gemiddelde temperatuur niet hoger dan 6 C, terwijl in de winter de gemiddelde temperatuur ver onder het vriespunt bleef.
Door deze klimatologische omstandigheden was er weinig vegetatie tijdens het Weichselien. De toendravlakte was schaars begroeid met mossen en kruiden_ In dit gebied leefden dieren als de mammoet en de wolharige neushoorn. De stormen die over de ijskap en toendra’s heen waaiden konden zand over een groot stuk land verstuiven. Dit zand werd in de vorm van dekzand in hele dikke lagen over oudere lagen afgezet. Deze afzettingen vormden de Formatie van Twente. De bovenzijde van dit oude landoppervlak ligt ter hoogte van Lisse ongeveer 12 tot 15 meter beneden NAP.

Tegen het einde van de ijstijd kwam er een wereldwijde klimaatsverandering. Daardoor begon 10.000 jaar geleden het Holoceen. Dit is het tijdvak waarin wij nu leven. De wereldwijde opwarming van de aarde na het Weichselien is de laatste grote klimaatswisseling die op aarde heeft plaatsgevonden en is in de archeologie de overgang van het Paleolithicum (Oude Steentijd) naar het Neolithicum (Nieuwe Steentijd). In deze tijd was er een grote toendravlakte waar wolharige neushoorns rondliepen. Een toendravlakte is een vlakte waar kruiden en heel erg weinig bomen groeien. Het is een bevroren vlakte wat een beetje smelt in het voorjaar en de zomer. In het voorjaar en de zomer is het land hierdoor een beetje modderig.
De wereldwijde klimaatsverandering was iets heel belangrijks, iets wat in deze tijd ook een belangrijke rol speelt. De gemiddelde jaartemperatuur begon te stijgen met een graad per jaar. Dit betekende dus dat de gletsjers in Groenland, Scandinavië en de Alpen begonnen af te smelten. Dit zorgde voor een stijging van de zeespiegel met meer dan 100 meter. De zee overstroomde het Noordzeebekken en bereikte uiteindelijke de tegenwoordige kuststrook van Nederland.

Door de klimaatsverandering maakte de toendravegetatie plaats voor een bebost landschap. Het gevolg van de stijging van de zeespiegel was dat er in het kustgebied drie verschillende afzettingsmilieus ontstonden die zich in de loop van het Holoceen naar het zuiden en oosten verplaatsten:
1. de zandige zone van strandwallen en duinen
2. de kleiige zone van wadden, kwelders en brakwaterlagunes
3. het verst van de zee af in een verzoetend nat milieu een zone van veenvorming

Het landschap was helemaal droog. Door dit landschap stroomden wat rivieren.
Al dit water stroomde in het Noordzeegebied. Dit Noordzeegebied is de huidige Noordzee. Door deze klimaatverandering verzamelde het smeltwater zich allemaal in het Noordzeebekken. Zo kwam het dat er 9000 jaar geleden eerst maar één meter zee was, daarna twee meter enzovoorts. Kortom op een gegeven moment was er een Noordzee die op sommige plaatsen wel honderd meter diep was. Nu betekende dit, dat de bodem van de Noordzee soms wel honderd of meer dan honderd meter lager ligt dan het land waarop we nu leven.
Terwijl al dit water zich verzamelde in het Noordzeebekken, kwamen er na enkele duizenden jaren allemaal zeestromen. Deze zeestromen zetten zandbanken af. Het afzetten van de zandbanken betekende ook dat er duinvorming kwam. De zandbanken waren eigenlijk duinen. De eerste duinen waren in feite heel lage duinen van ongeveer tien meter hoog. Het Keukenhofbos is een overblijfsel van deze eerste duinen en is hier dan ook een goed voorbeeld van. Deze eerste duinen zetten zich af in verschillende rijen.
Lisse lag bijvoorbeeld ook op een stukje duin, alleen is hier niets meer van te zien. Alle eerste duinen zijn afgegraven. Het overgebleven landschap is bollengrond geworden.
4000 a 5000 jaar geleden zijn er allemaal duinen ontstaan tot aan het Haarlemmermeer. Dit komt omdat het Haarlemmermeer en de Kagerplassen nog allemaal open water was.
De duinen die 4000 a 5000 jaar geleden ontstaan zijn, bestaan nu met meer. Deze duinen zijn allemaal afgegraven en bollengrond geworden. Pas grofweg het jaar 1000 zijn de duinen ontstaan zoals we die nu kennen. Deze duinen liggen aan de zee. Maar voordat deze duinen er waren, zijn er al een heleboel rijen duinen ontstaan. Deze eerste duinen zijn landinwaarts ontstaan, in tegenstelling tot de huidige duinen die zeewaarts zijn ontstaan.

Het ontstaan van de duinen
De zeestromen langs de Noordzeekust vervoerden grote hoeveelheden zand. In rustig water werd dit zand in de vorm van zandbanken evenwijdig aan de kust afgezet. Deze zandbanken waren de zogenaamde strandwallen. Dankzij de grote hoeveelheden afgezet zand samen met een overheersende over het land gaande wind vond er duinvorming plaats. De duinen raakten begroeid met planten die het zand vasthielden en ze werden steeds hoger door het stijgende zandoppervlak. Er ontstond een gesloten kust die slechts onderbroken werd door enkele riviermondingen zoals de Oude Rijn bij Katwijk. De duinen die op deze manier vanaf ongeveer 5000 jaar geleden zijn gevormd, werden de Oude Duinen genoemd. Later zijn op deze oude duinruggen de dorpen in de Duin- en Bollenstreek ontstaan. In de tweede helft van de tiende eeuw vond een belangrijke verandering langs de gehele Noordzeekust plaats. De meest westelijk geleden strandwallen werden door de wind en de golven afgebroken waardoor grote hoeveelheden zand van de zeebodem vrij kwamen. Nadat de stormfrequentie in het kustgebied sterk was toegenomen, werd dit zand het land in verplaatst en afgezet over de bestaande duinruggen. 
In een smalle strook vlak aan de kust vormde zich op deze manier een nieuwe rij duinen van enkele kilometers breedte. Deze duinen waren de Jonge Duinen. De Jonge Duinen liggen dus voor een deel over het oude duinlandschap heen.

Het grondgebruik door de jaren heen
In de Middeleeuwen (toen er bewoning was) waren er grove groenten, zoals rapen en wortelen en heel laagwaardige graansoorten, zoals gierst en spelt. Spelt is een oud tarweras met een opvallend lange en slanke aar.
Vanaf de Middeleeuwen kun je al zien dat het Duin- en Bollenstreek gebied een veeteeltgebied wordt met rundvee en melkvee.
In de zeventiende eeuw werd er hop verbouwd. Hop is een kruidachtige klimplant. De bitterstoffen uit hop zijn een bestanddeel van bier. Er werd ook vlas voor de linnenindustrie verbouwd.
Naarmate de duinen werden ontgonnen zie je dat er steeds meer tuinbouwgronden kwamen. Dit ging dan voornamelijk om de fijne tuinbouw met de fijne groenten, zoals sla en asperges maar ook fruit, zoals appels, peren, kersen en ook kruisbessen en aardbeien. De Bollenstreek was heel beroemd in het telen van kruisbessen en aardbeien. Hillegom had zelfs een hele aparte markt in Amsterdam waar de Hillegomse aardbeien verkocht werden. Lisse had een heleboel kruidentuinen. Kruiden voor geneesmiddelen en voor in de keuken, maar ook kruiden om make-up van te maken.
Rond 1800 kwam er aardappelteelt. Er werden toen ontzettend veel aardappelen verbouwd. Rond 1850 kwam hier de grootschalige bloembollenteelt.

Er wordt vaak vergeten dat Lisse vroeger een heel belangrijk veeteeltgebied was. Tussen 1700 en 1800 leverde Lisse producten zoals boter, kaas en melk aan de markt in Leiden en Haarlem. In die tijd exporteerde Lisse ook kaas naar Indië. Indië was toen ook een kolonie van Nederland. Deze export maakte Lisse een heel belangrijke bron voor Indië.

Deelvraag 2

Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?

Het ontstaan en de ontwikkeling van Lisse
Er wordt beweerd dat Lisse niet tot een van de oudste dorpen van de Bollenstreek behoort. De oudste dorpen zijn waarschijnlijk Hillegom en Sassenheim. Lisse is ietwat later ontstaan, maar dat wil niet zeggen dat Lisse geen oud dorp is. Waarschijnlijk is Lisse tussen het jaar 500 en 800 na Christus ontstaan. Dit is namelijk de periode waarin de huidige Duin- en Bollenstreek werd ontgonnen. Hierover zijn geen precieze gegevens te vinden.
In 1198 is er een vermelding van een kapel van de kerk van Sinte Marie in Lisse geweest. Dit is de eerste betrouwbare vermelding van Lisse. Het woord Lisse komt wel vaker voor in oude archieven, maar dan is er geen zekerheid of deze bron wel betrouwbaar is.
Doordat de eerste betrouwbare vermelding van Lisse in 1198 was, werd er besloten dat Lisse vanaf dat jaartal officieel bestond. Lisse zal wel iets langer bestaan hebben dan vermeld, maar dit zal niet veel langer zijn geweest.

Kaart van Lisse van Balthasar uit 1615

Lisse was op dat moment een heel klein dorpje en is dat gebleven tot het midden van de 19e eeuw. Er waren een paar boerderijen en er wonen nog geen honderd mensen. Het hele landschap was bos met hier en daar een akker of een paar koeien op een stuk grasland. Er was een houten kapel wat diende als de Nederlands hervormde kerk zoals we die nu kennen. Lisse is pas een beetje beroemd geworden door de bollenteelt rond het jaar 1840. Voor deze tijd stelden alle dorpen in de Bollenstreek niet zoveel voor. Maar toen de bollenteelt eenmaal begon, ging alles in een razend tempo. Vanaf dat moment werd Lisse en al de dorpen eromheen heel beroemd.

Het ontstaan van de bloembollenteelt

De bollen kwamen vroeger uit Azië. Ver in de 17e eeuw kwam er iemand uit Turkije en ging naar Charles de 1’Escluse (Clusius). Clusius was een professor en de baas van de keizerlijke tuinen in Praag en in Wenen. Hij heeft geleefd van 1526 tot 1609. Hij zorgde ervoor dat de tuinen er mooi uitzagen. Uiteindelijk nam de ambassadeur van Turkije tulpenbollen of tulpenzaad mee, dit is niet helemaal zeker. In Turkije en ook in andere delen van Azië was al een hele tulpencultuur ontstaan. Alle sjeiks hadden al prachtige tuinen vol staan met tulpen en andere bloemen. 
Al die tulpen kwamen bij Clusius. Hij moest weg uit Praag en uit Wenen vanwege godsdienstongeregeldheden. Hierdoor verhuisde hij naar Leiden. In Leiden werd hij professor aan de Universiteit van Leiden. Hier ging hij verder met het planten van zijn tulpenbollen.
In het begin vond men deze bloem maar heel raar, want een bol diende in die tijd als geneesmiddel. De bloembollen werden niet gekweekt voor de sier, maar voor reuma, verkoudheid enzovoorts.

Op een gegeven moment begon men toch anders over deze bloemen te denken. De tulp was toch wel een mooie bloem. Dit was eigenlijk het begin van de bloembollenteelt. De bollen werden vermeerderd en er werden tulpenveldjes aangelegd met allerlei mooie soorten tulpenbloemen.
Na enige tijd was het zelfs zo dat er geen tulpenbollen meer van Azië naar Nederland geëxporteerd werden, maar dat Nederland tulpenbollen naar Azië ging exporteren. Veel bollenboeren gingen zich hier ook specialiseren in nieuwe soorten tulpenbollen. Dit is iets wat nooit gedaan is in het oosten. In de Bollenstreek is men zich dus echt gaan specialiseren op de tulpenteelt. Later ook op de hyacinten- en narcissenteelt.
Rond 1635 deed zich een verschijnsel voor dat ‘tulpomanie’ of ‘tulpemwoede’ werd genoemd. Steeds meer mensen wilden een of meerdere tulpen kopen. Een bloembol werd een beleggingsobject. Tussen 1634 en 1636 vertwintigvoudigden de prijzen zich. Voor één bloembol werd tijdens de tulpomanie 5.000 gulden betaald. Bekend is de transactie waarbij een bol in natura werd betaald:
– twee ladingen graan
– twee ladingen rogge
– vier vette ossen
– acht vette varkens
– twaalf vette schapen
– 5.000 liter wijn
– 35 liter bier
– 1500 kilo boter
– 500 kilo kaas
– Een bed
– Een zilveren beker
– Een pak van lakense stof

Eerst was de bloembollenteelt vooral in Haarlem, aan de randen van Haarlem. En pas rond 1850 kwam de bloembollenteelt meer richting de kant van Lisse en Hillegom. Dit was omdat de vraag naar de bollen heel erg groot werd. De Haarlemse kwekers konden het op een gegeven moment met meer aan. Op datzelfde tijdstip worden ook de duinen afgegraven en er bleek toen dat er van het afgegraven land uitstekende bollengrond overbleef. De Haarlemse kwekers vonden dat zij deze grond erg goed konden gebruiken. Dit is de reden waarom de bloembollenteelt uitgegroeid is van Haarlem naar Lisse en omstreken.

De toekomst van het Lissese landschap en de cultuur
Er is in de loop van de afgelopen jaren ontzetten veel cultuur vernietigd in Lisse. De monumentencommissie in Lisse doet op dit moment best goed werk. Er is dus in Lisse heel erg veel verdwenen aan cultuurhistorische waardevolle zaken. Er wordt dan ook gehoopt dat er van het verleden geleerd is. Dat niet alles zomaar op de schop gegooid moet worden, alleen gebeurt dit natuurlijk nog steeds. 
Maar er zijn heel veel mensen die hun best doen om de bollengrond to bewaren. Deze mensen werken bijvoorbeeld aan kasteel Keukenhof om het mooi te restaureren. Ook Huys Dever, het hervormde kerkje op het Vierkant en de Agathakerk zijn helemaal opgeknapt.
Er gebeuren een heleboel goede dingen. Maar het grote gevaar blijft de opdringende nieuwe bebouwing. Het is natuurlijk noodzakelijk om huizen te bouwen. Maar er moet meer nagedacht worden over hoe je nieuwbouw plant in het bestaande landschap.
Het is erg goed dat er steeds meer mensen gevoel krijgen voor cultuurhistorie. Voor de monumentale gebouwen en het landschap in het dorp

Deelvraag 3
Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?

Lisse stelde vroeger helemaal niets voor. Het was een klein dorpje waar je liever niet wilde wonen. Totdat de bollenteelt kwam. In Lisse waren een aantal goede enthousiaste ondernemer die dachten dat ze heel veel geld zouden kunnen verdienen met de bollenteelt. Die ondernemers hebben de bollenteelt hier in Lisse opgezet.
In de tijd dat de bollenteelt is opgezet begon men ook al met bloembollententoonstellingen. Deze tentoonstellingen werden niet in Lisse maar in Haarlem gehouden. De Lissese bollenkwekers zonden dan gewoon hun materiaal in naar Haarlem, zodat het alsnog getoond kon worden.
Met name toen de tentoonstellingstuin Keukenhof in 1949 werd opgericht, werd Lisse wereldberoemd. De streek zelf was al heel beroemd, want vanaf het begin dat de bloembollen werden geteeld gingen bollenreizigers naar Amerika. Dit was allemaal nog heel primitief, de reizigers gingen met stoomboten naar Amerika en met stoomtreinen naar het oosten enzovoorts.
Langzaam maar zeker werd de streek hier bekend, maar dankzij de oprichting van het tentoonstellingsterrein Keukenhof werd deze streek echt wereldberoemd. Sindsdien is Lisse nog steeds voor de hele wereld het middelpunt van de bollenstreek, terwijl Lisse allang niet meer de plek is waar heel veel bollen geteeld worden. Er worden nu zelfs een heleboel bollen in bijvoorbeeld Noord-Holland geteeld. Maar voor het toerisme zijn Lisse en de Keukenhof nog steeds het centrum van de bollenteelt.

Het ontstaan en de rol van de Keukenhof
De plek van het tentoonstellingsterrein Keukenhof ligt op een heel andere buitenplaats dan Keukenhof. De buitenplaats waarop het tentoonstellinnsterrein Keukenhof zich bevindt is Santvliet. Vroeger had je een heleboel buitenplaatsen en kastelen. Op een gegeven ogenblik kwam er een familie die bedacht om een huis te bouwen op de plek waar nu de Keukenhof is. Dit huis heeft in de loop der tijd een heleboel verbouwingen ondergaan, totdat het kasteel eruit ziet zoals het er nu uitziet. Het was niet direct gebouwd als kasteel, maar in de loop der jaren zijn er steeds stukjes bijgebouwd en afgebroken. Uiteindelijk heeft de familie van Palland ervoor gezorgd dat het kasteel eruit ziet zoals het er nu uitziet.
Momenteel is de laatste kasteelheer overleden, dit is 3 à 4 jaar geleden. Er zijn geen plannen om een nieuwe kasteelheer aan te stellen. Het kasteel is nu in handen van een stichting die het helemaal gaat restaureren en toegankelijk gaat maken voor het publiek.
De rol van de Keukenhof is heel duidelijk. Het is een enorme toeristische trekpleister en is het middelpunt rondom de gehele verkoop van bloembollen.

Deelvraag 4
Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?

De eerste bewoners van Lisse en omstreken
De eerste bewoners in de Duin- en Bollenstreek waren mensen die opzoek waren naar nieuwe landbouwgrond. Lisse is ontstaan rond het jaar 800 a 900. Officieel is Lisse ontstaan in 1198, maar het zou ook eerder kunnen zijn omdat hier geen definitieve bewijzen van zijn. In de tijd van het ontstaan van Lisse was er een enorme bevolkingsdruk. De bevolking nam toe en zocht naar landbouwgrond.
Het Haarlemmermeer was vroeger allemaal veengebied. Het was er erg nat. Mensen zochten hierdoor naar nieuwe grond om op te wonen en te werken. Ze gingen naar de duinen, want daar was het in ieder geval droog. Bij de duinen konden ze huizen bouwen en grond ontginnen. Dit gebeurde allemaal heel kleinschalig en heel primitief.
Misschien kwamen deze mensen uit het Haarlemmermeergebied of langs de randen van de rivier de Rijn en zochten naar nieuwe grond om voor hun kinderen een bestaan op te bouwen. Die mensen bouwden hier een huis. Het was nog allemaal woest bosgebied dus kapten ze bomen, brandden stukken bos af of spitten de grond om en zaaiden er iets in.
In de beginfase waren deze mensen zelfvoorzienend. In de loop der tijd zie je dat ze met een overschot aan voedsel gingen ruilen. Er kwamen mensen langs, marskramers, die hen zout of potten verkochten. Dit ruilden de marskramers weer voor etenswaren.
In deze beginfase was er met name ruilhandel waarbij de eerste boeren in Lisse agrarische producten gebruikten om te ruilen. Dit was geheel zelfvoorzienend. Ook qua kleding betreft. De bewoners weefden zelf hun kleding. Het wol haalden ze van hun schapen. Er waren niet zoveel schapen, een paar runderen voor wat melk, geiten en kippen. Deze dieren leken totaal niet op hoe ze er nu uitzien. Ze waren veel kleiner een veel magerder.
In de loop der tijd begon er meer handel met Leiden en Haarlem te ontstaan. Vooral in de 16e en 17e eeuw de hopproductie voor de bierbrouwerijen. In Leiden en Haarlem had je een heleboel bierbrouwerijen die hop nodig hadden voor de bierbereiding.
Dan begint er langzaam maar zeker een handel te ontstaan. Op een gegeven ogenblik kwam er via het Haarlemmermeer, dit was toen het nog een grote watermassa was, handel met steden die was verder weg lagen voor groenten en fruit.

Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met zoveel inwoners als dat het nu heeft?
In de 15e eeuw woonden er in Lisse nog maar 100 a 150 mensen. Tot ongeveer het jaar 1800 woonden er nog maar heel weinig mensen in Lisse. Je ziet pas een bevolkingsgroei ontstaan met de opkomst van de bollencultuur. Dit is vanaf het jaar 1800.
De groei van de bevolking was een heel langzame trend tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hiervoor nam de bevolking wel iets toe, maar dit gebeurde echt heel langzaam. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking ineens heel hard. Er was natuurlijk na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf, die niet alleen in Lisse maar ook in de rest van Nederland heeft plaatsgevonden.
Hierna begint Lisse ook andere activiteiten aan te trekken. Door de uitbreiding van de bloembollenteelt groeit de hele economie en de bevolking. De echt sterkte groei van de bevolking was tussen 1945 en 1950. Hiervoor ging de bevolkingsgroei druppelsgewijs.

Het ontstaan van de naam Lisse
Het ontstaan van de naam Lisse is eigenlijk niet bekend.
Er wordt wel gesproken over ‘Lis’ als bloem. Sommigen zeggen dat Lisse komt van ‘Liusna’ alleen hiervan is ook niet bekend wat het precies betekent.
Op dit moment is hier verder geen antwoord op te geven.
Enkele naamkundigen zijn hiernaar op zoek, alleen komen zij ook niet verder dan de naam `Liusna’.

De Heereweg
De Heereweg is een weg die er eigenlijk al vanaf bet begin heeft gelegen. Deze weg bestaat al vanaf bet jaar 700. Dit houdt dus in dat hij al meer dan 1500 jaar oud is. Hij heeft niet altijd op dezelfde plek gelegen, maar wel altijd als doorgaande route van Leiden naar Haarlem gediend.
In de franse tijd, de tijd van Napoleon, is de weg bestraat. Het was eerst gewoon een zandweg waar postkoetsen overheen reden. Maar in de Napoleontische tijd maakte deze weg deel uit van een heel belangrijke route van Antwerpen naar Amsterdam. Dan kon je over een bestraatte weg met je postkoets of leger van zuid naar noord en andersom. Niet alleen tussen Leiden en Haarlem heette deze weg ‘Heereweg’, maar ook op andere plekken werd de weg wel Heereweg genoemd. Het woordje Heere heeft waarschijnlijk te maken gehad met het feit dat de weg door iedereen werd onderhouden, het was dus niet de weg van een heer, graaf of koning. Maar het was een weg van de gemeenschap. Het was hard nodig dat de weg werd onderhouden, want ook een paar eeuwen geleden gebeurden er ongelukken op de Heereweg. Deze ongelukken gebeurden dan alleen niet met een auto maar met een postkoets. Er werd toen ook rommel op straat gegooid. Die rommel was dan wel geen plastic, maar mest of as uit de kachels.
Het bijzondere aan deze weg is dat hij over de duinen loopt. Het huidige wegenpatroon in de Duin- en Bollenstreek is van zuid naar noord en er zijn nauwelijks dwarsverbindingen.

Conclusie:

Deelvraag 1:
Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?
Het landschap van Lisse is eigenlijk ontstaan door de duinen. Eerst de oude duinen en later de jonge duinen. Hoofdzakelijk zijn dus de duinen die het landschap van Lisse hebben gevormd.

Deelvraag 2:
Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?
Lisse ontstond in 1198. Lisse was op dat moment nog een heel klein dorpje met heel weinig inwoners.
Lisse is pas een beetje beroemd geworden door de bollenteelt rond het jaar 1840. Voor deze tijd stelden alle dorpen in de Bollenstreek niet zoveel voor. Maar toen de bollenteelt eenmaal begon, ging alles in een razend tempo. Vanaf dat moment werd Lisse en al de dorpen eromheen heel beroemd.

Deelvraag 3:
Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?
Langzaam maar zeker werd de streek hier bekend, maar dankzij de oprichting van het tentoonstellingsterrein Keukenhof werd deze streek echt wereldberoemd. Sindsdien is Lisse nog steeds voor de hele wereld het middelpunt van de bollenstreek, terwijI Lisse allang niet meer de plek is waar heel veel bollen geteeld worden. Er worden nu zelfs een heleboel bollen in bijvoorbeeld Noord-Holland geteeld. Maar voor het toerisme zijn Lisse en de Keukenhof nog steeds het centrum van de bollenteelt.

Deelvraag 4:
Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?
In de 15e eeuw woonden er in Lisse nog maar 100 a 150 mensen. Tot ongeveer het jaar 1800 woonden er nog maar heel weinig mensen in Lisse. Je ziet pas een bevolkingsgroei ontstaan met de opkomst van de bollencultuur. Dit is vanaf het jaar 1800.
De groei van de bevolking was een heel langzame trend tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hiervoor nam de bevolking wel iets toe, maar dit gebeurde echt heel langzaam. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking ineens heel hard. Er was natuurlijk na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf, die niet alleen in Lisse maar ook in de rest van Nederland heeft plaatsgevonden.

Hoofdvraag:
Hoe heeft Lisse zich ontwikkeld ten opzichte van vroeger?
Lisse was vroeger een klein dorpje met heel weinig voorzieningen. Naar mate er meer bewoning kwam in dit dorp, kwamen er ook meer voorzieningen voor etenswaren en kookgerei. Er kwam meer ontwikkeling en na enige tijd werd ook alles steeds luxer.

Eigen mening:

Ten eerste wil ik even laten weten dat ik het echt superleuk vond om deze Praktische Opdracht te maken. Ik heb er erg veel energie in gestoken wat dan ook een goed eindresultaat op heeft geleverd. Ik vind het erg leuk om te weten hoe Lisse nou eigenlijk ontstaan is. Helemaal omdat ik zelf ook in Lisse woon en er nu toch een andere kijk op gekregen heb.
Mijn voorspellingen aan het begin van mijn Praktische Opdracht zijn naar mijn mening aardig gelukt. Voordat ik aan het echte werk begon, ging ik eerst even op internet zoeken naar informatie. Hier was toch minder te vinden dan dat ik gedacht had. De informatie die op internet stond was een beetje oppervlakkig, het ging niet wat dieper in op bepaalde punten. Daarom ging ik naar de mediatheek en de bibliotheek van Lisse om op zoek te gaan naar boeken met wel veel informatie over Lisse en de Duin- en Bollenstreek. Hiermee kwam ik al een heel stuk verder. Aan de hand van de boeken heb ik mijn deelvragen bedacht. Zo kon ik mooi mijn informatie sorteren per deelvraag.
In de mediatheek had een vrouw voor mij het nummer van een meneer van Vereniging Oud Lisse opgezocht. Zij vertelde mij dat deze meneer Wim Bosch heette en dat hij mij misschien verder kon helpen. Ik heb Wim Bosch toen opgebeld en hij was zeer enthousiast. Ik maakte met hem een afspraak en kreeg heel veel boeken mee naar huis. Later ben ik nog een keer bij hem langs geweest voor plaatjes van kaarten en het landschap. Deze plaatjes heb ik helaas niet in mijn werkstuk kunnen verwerken, omdat het programma niet werkte.
Doordat ik zoveel boeken had, had ik erg veel keus aan informatie. Wat mij erg opviel tijdens het lezen, was de naam J.J.J.M. Beenakker. Dus bedacht ik deze man op te bellen. Ook deze was erg enthousiast en nodigde mij ook uit om een keer langs te komen. Hij vertelde mij dat hij cultuurlandschapsgeograaf is en dus ook heel veel van het landschap afwist. Ik had een paar vragen gemaakt en die natuurlijk aan hem gesteld. Omdat ik van te voren wist dat het een lang verhaal zou worden, had ik met mijn mp3-speler het ‘interview’ opgenomen. Tijdens het gesprek kreeg ik nog een kopie van een landkaart die gemaakt is in het jaar 1575. deze mocht ik houden. Ook kreeg ik nog een boekje over de bollenstreek.
Ik vond het echt heel erg leuk dat deze mensen mij zo geholpen hebben. Mijn werkstuk is hierdoor erg mooi geworden.
Naar mijn mening zijn er geen dingen fout gegaan. Mijn resultaten zijn erg betrouwbaar. De informatie komt uit boeken en/of personen. Door deze Praktische Opdracht ben ik meteen op een onderwerp voor mijn profielwerkstuk gekomen. Ik wil mijn profielwerkstuk namelijk gaan doen over Huys Dever.

Logboek:

Wanneer
Hoelang
Wat
Week 6
2 uur
Informatie zoeken
Week 7
1 uur
Informatie zoeken

1 uur
Deelvraag 1 + 2
Week 8
2 1/2 uur
Informatie ontstaan landschap
Week 9
2 uur
Boeken doorgelezen en plaatjes gezocht

1/2 uur
Bezoek aan Museum De Zwarte Tulp
Week 10
1/2 uur
Bezoek aan Wim Bosch

2 1/2 uur
Bezoek aan J.J.J.M. Beenakker

1 uur
Gewerkt aan verslag van J.J.J.M. Beenakker
Week 11
1 1/2 uur
Gewerkt aan verslag van J.J.J.M. Beenakker
Week 12
1 uur
Bezoek aan Wim Bosch voor oude kaarten en overige plaatjes
Week 14
3 uur
Gewerkt aan verslag + verwerkt van verslag van J.J.J.M.Beenakker
Week 15
2 uur
Verwerken van alle Informatie

1 1/2 uur
Alle Informatie goed bij elkaar gezocht

2 uur
Gehele werkstuk in elkaar gedraaid

Bronvermelding:

Internet:
– http://www.kustgids.nl/lisse/fr_index.html?/lisse/main.html
– http://www.oudlisse.nl/

Boeken:
– Lisse, op de grens van droog en nat
– Vereniging “Oud Lisse”
– Met ’t oog op de Bloembollenstreek
– De Duin- en Bollenstreek in ‘caert’ gebracht
– De Duin en Bollenstreek in vogelvlucht
– De Duin- en Bollenstreek beschreven
– Kijk, foto-archief Lisse en omstreken foto Mieloo
– Kaartreportage Zuid-Holland

Overige
– uitzending Schooltv 27 maart 2006

Personen:
– Wim Bosch (voorzitter van Vereniging Oud Lisse)
Nassaustraat 1B
2161 RJ Lisse
0252-416373

– J.J.J.M. Beenakker (cultuurlandschapsgeograaf)
Stationsweg 202
2182 BH Hillegom
0252-516477

Vragen aan Dhr. J.J.J.M. Beenakker

1. Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?

2. Hoe zijn de duinen ontstaan?

3. Wat is het grondgebruik door de jaren been?

4. Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?

5. Hoe is de bollenteelt begonnen en/of ontstaan?

6. Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?

7. Hoe is de Keukenhof ontstaan en wat heeft de Keukenhof voor speciale rol gespeeld voor Lisse?

8. Wie waren de eerste bewoners?

9. Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met zoveel inwoners als dat het nu heeft?

10. Hoe is de naam Lisse ontstaan?

11 Wat is er voor bijzonders met de Heereweg?

12. Hoe staat het met de toekomst van het Lissese landschap en de cultuur?

 

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Lisbloemstraat 26 _ Voormalig kantoor HBG (CNB)

 

De vraag is of dit gebouw een gemeentelijk monument is. Het vroegere directeurskantoor is in de Bossche stijl ontworpen met veel reliefs in muren. 

Kadaster: ? Bouwjaar: 1954, verbouwing tot woning 2016. Architect: A. Paardekooper. 

Bij de sloop van de CNB hallen werden 2 panden bespaard. Het hoofdgebouw, dat nu Floralis (of is het Flora Lis?) heet, is bij iedere Lisser wel bekend. Minder bekend is het gebouw op de hoek van de Tulpenstraat en de Lisbloemstraat. Dit gebouw was het vroegere directeurskantoor van de  HBG, later CNB. Floralis en dit directeurskantoor werden in 1954 gebouwd, nadat een brand het hele complex van de HBG verwoestte.

Wat aanspreekt aan dit ontwerp van Aad Paardekooper (1918-1991) is de afmeting, de details, de stoere uitstraling, een gebouw met een ziel en het gezellige ontwerp.

Melssen, de eigenaar, over de verbouwing: “Er moesten 2 gevels aan de kant van de hallen worden opgemetseld. We hebben ‘à la Paardekooper’  gemetseld. We hebben nieuwe stalen kozijnen gezocht met rond gebogen profielen om in de togen te passen. De glas-in-lood ‘gevel’ is totaal gerestaureerd door  nieuw lood en isolatieglas in de profielen te laten zetten in Frankrijk. Een nieuw geïsoleerd dak ligt er op met dakpannen, die op de originele pannen lijken. Ik heb zelf ook een paar elementen ontworpen, die aansloten bij de visie van Paardekooper. Zoals ruitprofielen in het metselwerk boven de nieuwe voordeur. Rondom zijn zinken goten en afvoeren geplaatst. Bovendien heb ik 4 gelaagde ruiten van de originele haldeuren weten te bewaren en deze in de nieuwe haldeuren teruggeplaatst. Qua indeling heb ik het hele gebouw een open karakter gegeven. Overal ervaar je nog steeds het authentieke ontwerp. Met name boven is de open nok een fraai gegeven met originele balken partijen. Ook is de smeedijzeren trapleuning intact gebleven. Bewust heb ik  voor het oude industriële draadglas gekozen”.

Al met al is het een gebouw gebleven en geworden waar Lisse trotst op kan zijn en dat de erepenning, die in 2016 door de VOL werd uiitgereikt, meer dan waard is.