Berichten

Verdwenen straatbeeld keert terug: standbeeld de bollenreiziger

Op het parkeerterrein van de Haven komt een bronzen beeld van Frans en Truus van der Veld met als titel ‘De bollenreiziger’.

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 2 Lente 2018

Op 5 en 8 mei brachten vrijwilligers van de CHVOL een bezoek aan het atelier van Frans en Truus van der Veld. Frans en Truus werken aan “de Bollenreiziger” een beeld dat herinneringen oproept aan de tijd dat men op pad ging om in het buitenland de bollen aan de man te brengen. Daarvoor hebben zij zoveel mogelijk inspiratie opgedaan in het eigen familiearchief van Frans en door foto’s en afbeeldingen uit het verleden te bestuderen. De vrijwilligers kregen zo een mooi inkijkje in het proces van bedenken, ontwerpen en uitvoeren. Met behulp van koperdraad en was werken Truus en Frans net zo lang tot zij tevreden zijn, er mallen gemaakt kunnen worden zodat het beeld naar de gieterij kan. Daarna worden de onderdelen weer gepolijst en in elkaar gezet. De “bollenreiziger” zal in november 2018 zijn plek krijgen op een plek tussen de voormalige CNB en het voormalige HOBAHO-terrein. Zo blijft er, dankzij deze gedreven kunstenaars, weer een stukje geschiedenis van Lisse bewaard!

Frans en Truus in hun atelier

 

Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Nog een maand naar schilder Koster in museum De Zwarte Tulp

Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 maart 2018 

door Nico Groen 

In het Museum De Zwarte Tulp zijn schilderijen over de bloembollenvelden van Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. U heeft dus nog een maand de tijd om te genieten van deze expositie. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Wie was Anton L. Koster?

Anton L. Koster was een kunstschilder, die in 1858 in Terneuzen werd geboren. Hij is overleden in Haarlem in 1937. Vanaf 1880 volgde Koster de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar Breitner, Verster en Isaac Israëls studiegenoten waren. Hij werd daar gevormd door Mesdag. Daar maakte hij naam door stadstekeningen van het oude Den Haag te maken. Koster woonde na zijn huwelijk in 1890 in Haarlem, later in Heemstede.  Dicht bij het centrum van Haarlem, dat toen nog een stuk kleiner was dan de huidige stad, waren vele bollenvelden. Koster was zeer onder de indruk hiervan Hij was vóór 1890 al kunstschilder, maar vanaf die tijd legde hij zich toe op het schilderen van bloemen van bollen en bollenvelden. Het werd zijn specialiteit. Er zijn meer dan 150 schilderijen over bollenvelden van zijn hand bekend. Ieder voorjaar ging Koster met zijn schildersspullen op pad om schetsen van bloeiende bollen en bollenvelden te maken. Later werkte hij  deze schetsen uit tot grotere schilderijen. Bollenkwekers kochten de werken van Koster als relatiegeschenk voor hun klanten, waardoor de schilderijen en krijttekeningen verspreid raakten over de gehele wereld, van Rusland tot de Verenigde Staten.

Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Foto: Museum De Zwarte Tulp is te vinden op ’t Vierkant in Lisse met als adres Heereweg 219.

Ernst Krelage en zijn betekenis voor Lisse

Maarten Timmer heeft een geweldig boek geschreven over de bekende bollenman Kralage

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

13 februari 2018

door Nico Groen 

Ernst H. Krelage (1869-1956) uit Haarlem heeft veel betekend voor de bloembollenteelt en -handel in Nederland. Na jarenlang historisch en archiefonderzoek heeft Maarten Timmer, een expert in bloembollenhistorie, een geweldig boek geschreven over leven en werk van Ernst Heinrich Krelage. In twee rijk geïllustreerde delen geeft hij een gedetailleerd en uniek overzicht van leven en werk van deze bekende Haarlemmer en grondlegger van de moderne bloembollensector in Nederland. Deel 1 is nu uitgekomen en heeft als ondertitel ‘Burger, publicist en bestuurder’. Het 2e deel, handelend over Krelage als ondernemer, zal binnenkort verschijnen. Deel 1 is een lijvig boekwerk geworden van 21×26 cm met een harde omslag. Dit boek van 282 pagina’s heeft ISBN 9781389270109.
 
Lezing Maarten Timmer
Naar aanleiding van de publicatie van het boek heeft de Vereniging Oud Lisse  Maarten Timmer weten te strikken voor een lezing over de betekenis van Krelage voor Lisse.
Na een schets van een jaar uit het leven van Ernst Krelage (1910) waarin Lissenaar Nicolaas Dames een rol speelt, wordt nader ingegaan op de geschiedenis van de bloembollensector in Lisse. Aan de orde komen waarom Lisse het ‘kerkhof der hyacinten’ werd genoemd en wat Lissers zijn en waren. In Lisse werd in 1897 de Amerikaanse Verzendersbond opgericht en die kwam in conflict met de vader van Ernst, Jacob Krelage. Dames was zijn tegenstrever, net als tien jaar later Dames de handschoen opnam tegen Ernst Krelage waar het ging om de vestigingsplaats van de Rijkstuinbouwwinterschool. Ingegaan wordt op de stichting van het Proefstation voor de Bloembollencultuur en het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek en de rol van Krelage, Dames, Volkersz en Van Slogteren. Na behandeling van de stichting van de  bloemententoonstelling Keukenhof, wordt afgesloten met een schets van de huidige situatie (‘hoe staat het met de erfenis van Krelage, Dames, Volkersz en Van Slogteren?’).

Onderzoeker in Lisse
Maarten Timmer (1942) komt uit een familie van bloembollenkwekers. Hij studeerde in Wageningen en werkte daarna van 1967 tot 1981 bij het toenmalige Laboratorium voor Bloembollenonderzoek als onderzoeker en afdelingshoofd. Daarna heeft hij tot zijn pensionering diverse beleidsfuncties bij het Ministerie van Landbouw bekleed. Van huis uit en tijdens zijn werkzame leven heeft hij veel te maken gehad met bloembollen. Timmer deed historisch onderzoek naar de tuinbouw en naar de bloembollenteelt in het bijzonder. Van de hand van Timmer zijn diverse belangrijke stukken over de historie van de bloembollenteelt verschenen.

Middag bijeenkomst
De lezingen van de VOL zijn altijd op de 3e dinsdag van de maand in de avond. Omdat Maarten Timmer op leeftijd is wilde hij ’s avonds niet van Hoorn naar Lisse komen. Daarom is de lezing deze keer ‘s middag in De Vergulde Zwaan, 1ste Havendwarsstraat 4, Lisse. De datum van deze bijeenkomst is 20 februari 2018, De zaal is open vanaf 13.30 uur en de lezing begint om 14.00 uur. Iedereen, leden en niet leden, zijn van harte welkom. Niet leden betalen € 3,00 entree.

De voorkant met Ernst Krelage van deel I van het boek.

100 JAAR BLOEMBOLLENONDERZOEK IN LISSE

De oprichting van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek door van Slogteren en wel en wee hiervan wordt  besproken.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

30 mei 2017

door Nico Groen 

Op 12 april 1917 werd Egbert van Slogteren aangesteld als wetenschappelijk ambtenaar in ‘Wageningen’. Hij werd toen gedetacheerd in Lisse. Dit was het begin van het wetenschappelijk onderzoek in de bloembollen in Lisse. Precies 100 jaar geleden dus.
Wetenschappelijk onderzoek was noodzakelijk vanwege de aaltjesproblematiek. Vooral bij partijen die uit Engeland werden geïmporteerd, kwamen deze aaltjes veel voor in de bollen.

Van Slogteren kreeg de beschikking over een lokaal in de tuinbouwschool met gebruikmaking van de tuin voor proeven. Ook deed hij experimenten bij telers in de Bollenstreek. Hij kreeg ook de beschikking over een bollenschuur van bollenkweker Bergman bij de Engel langs de Beek. Zijn eerste publicatie in 1918 en lezingen over een warmwaterbehandeling van de narcissenbollen vielen heel goed in de praktijk. Daarmee was zijn naam gevestigd.
De Landbouwhogeschool in Wageningen kreeg in 1920 de benodigde gelden van het ministerie van Landbouw en Visserij om een Laboratorium voor Bloembollenonderzoek (LBO) onder leiding van Van Slogteren in Lisse te bouwen. Dit gebouw verrees naast de tuinbouwschool en was in 1922 gereed. Architect was Cornelis Jouke Blaauw, die in Wageningen meerdere gebouwen in dezelfde stijl (Amsterdamse school) heeft gerealiseerd. Drie van deze gebouwen zijn nu rijksmonument.
 
Rond 1940 had Van Slogteren al meer dan 70 wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Daarmee stond het LBO op de wereldkaart. Eind 1958 nam hij afscheid. Bij zijn vertrek als ‘plantendokter’ waren er bijna 60 personeelsleden in dienst. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw waren er meer dan 100 medewerkers. Daarna liep dit aantal terug. Door bezuinigingen moesten de laatste jaren veel medewerkers weg. Zonder al het onderzoek zou de Nederlandse bollenteelt niet op zo’n hoog niveau zijn gekomen als ze nu is.

In het nieuwste Nieuwsblad van de VOL, het Lentenummer 2017, staat een uitgebreid artikel over 100 jaar Bloembollenonderzoek in Lisse. Dit Lentenummer krijgt u gratis als u lid wordt van de VOL. Het is ook te koop tijdens de wekelijkse inloop op dinsdagmorgen op de Eerste Havendwarsstraat 4.

Sloop monumentaal LBO-gebouw en nieuwbouw aan de overkant
In 1998 werd door PPO Bloembollen en bomen (zoals het instituut inmiddels heette) besloten tot nieuwbouw vanwege de verouderde kasopstanden en de inefficiënte manier van werken door de vele losse gebouwen. Dat werd in 2003 gerealiseerd met de bouw van een nieuw complex aan de overkant van de Heereweg tegenover de oude gebouwen. De nieuwbouw had tot gevolg dat de oorspronkelijke gebouwen en kassen met de grond verkocht werden. Het eerste gebouw van architect Blaauw was een gemeentelijk monument. Op 2 december 2003 besloot het college van B&W van Lisse dit monument van de gemeentelijke monumentenlijst te halen. Ondanks alle protesten van onder andere de VOL werd dit gebouw uiteindelijk toch in 2005 gesloopt ten behoeve van nieuwbouw van de veiling CNB. Deze laatste perikelen staan uitgebreid beschreven in een artikel in het Winternummer 2017 van de VOL.

In het Lentenummer 2017, het nieuwste kwartaalblad van de VOL in full couleur op A4 formaat, leest u meer over 100 jaar bloembollenonderzoek in Lisse.

TENTOONSTELLING ‘BOLLENSCHUREN, ICONEN VAN DE BOLLENSSTREEK’

De ontwikkelingen in techniek en logistiek in het bollenvak zijn bepalend geweest voor de architectuur van bollenschuren. Het boek “De Bollenstreek, Landschap & Erfgoed van de Bloembollencultuur” is uitgebracht. 

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 december 2016

door Nico Groen 

In museum De Zwarte Tulp in Lisse is de tentoonstelling: ‘Bollenschuren, Iconen van de Bollenstreek’ te te zien. Daarin staan de architectuur, de betekenis voor het landschap en het hergebruik van bollenschuren centraal.
Bollenschuren zijn sinds het eind van de 19de  eeuw gebouwd voor de opslag en verwerking van bloembollen. De ontwikkelingen in techniek en logistiek in het bollenvak zijn bepalend geweest voor de architectuur van bollenschuren.
Dit erfgoed vertelt het verhaal van de bloembollencultuur. Daarom heeft museum De Zwarte Tulp, dat zelf ook gevestigd is in een voormalige bollenschuur, besloten hieraan een wisseltentoonstelling te wijden.
 
Iconen van de Bollenstreek
Bollenschuren zijn zo karakteristiek voor de Bollenstreek dat ze als iconen van het landschap worden beschouwd. Daarom staan steeds meer bollenschuren op de monumentenlijst en krijgen ze ook steeds vaker een nieuwe functie. De tentoonstelling laat ook zien hoe bijzonder het is om in een bollenschuur te wonen en te werken. De  samenwerking tussen het museum en de werkgroep Bollenerfgoed van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (CHG) heeft een verrassende tentoonstelling opgeleverd. Er zijn niet alleen foto’s van bollenschuren gebruikt, maar er zijn zelfs twee types bollenschuren in het museum nagebouwd. Daardoor kun je de bollenschuur niet alleen zien, maar ook voelen, horen en zelfs ruiken!

Interieur van bollenschuren
Bollenschuren zijn gebouwd als opslag- en werkruimte voor de bollenkwekers. In de schuur werden de bloembollen gedroogd op houten stellingen. Het grootste deel van de schuur werd daardoor in beslag genomen. Daarnaast was er een werkruimte om de bollen te pellen, te sorteren en te verpakken en tevens een kantoor voor de directie en administratie.
De houten stellingen in de schuren vormen tevens de dragende constructie van de bollenschuur. Soms zijn deze stellingen nog intact, vaak zijn ze al vervangen door een staalconstructie, vooral als de bollenschuur een niet-agrarische bestemming heeft gehad.

Bescherming en herbestemming
De Werkgroep heeft veel onderzoek gedaan naar bollenschuren en geeft advies aan eigenaren en overheden. Door middel van boeken, fietsroutes, lezingen en de jaarlijkse Zwarte Tulp prijs wordt het karakteristieke bollenerfgoed onder de aandacht gebracht.
Zo is onlangs een prachtig lijvig boek “De Bollenstreek, Landschap & Erfgoed van de Bloembollencultuur” uitgebracht door de werkgroep. Het boek laat een samenhang zien tussen de sociale, geografische en economische aspecten van de bloembollencultuur met een belangrijk hoofdstuk over het bollenerfgoed. De focus ligt op herbestemming van bollenschuren, woonhuizen en villa’s. Inmiddels zijn 94 bollenschuren een monument geworden.
 
Te zien tot 19 februari 2017
De tentoonstelling ‘Bollenschuren, Iconen van de Bollenstreek’ is nog te zien tot en met 19 februari 2017. Museum De Zwarte Tulp is gelegen aan ‘t Vierkant, Heereweg 219, 2161 BG in Lisse.
Veel van wat hierboven beschreven staat is ontleend aan de website www:bollenschuren.nl, waar nog veel meer info over bollenschuren is te vinden. Dit is een website van de werkgroep Bollenerfgoed van het CHG Duin- en Bollenstreek. Dit is de overkoepelende organisatie van alle historische verenigingen in de Duin- en Bollenstreek, waaronder de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”.

Huis annex bollenschuur Heereweg 289/Zwanendreef 2A is een rijksmonument. Foto van de homepage van website www:bollenschuren.nl

Lisbloemstraat 26 _ Voormalig kantoor HBG (CNB)

 

De vraag is of dit gebouw een gemeentelijk monument is. Het vroegere directeurskantoor is in de Bossche stijl ontworpen met veel reliefs in muren. 

Kadaster: ? Bouwjaar: 1954, verbouwing tot woning 2016. Architect: A. Paardekooper. 

Bij de sloop van de CNB hallen werden 2 panden bespaard. Het hoofdgebouw, dat nu Floralis (of is het Flora Lis?) heet, is bij iedere Lisser wel bekend. Minder bekend is het gebouw op de hoek van de Tulpenstraat en de Lisbloemstraat. Dit gebouw was het vroegere directeurskantoor van de  HBG, later CNB. Floralis en dit directeurskantoor werden in 1954 gebouwd, nadat een brand het hele complex van de HBG verwoestte.

Wat aanspreekt aan dit ontwerp van Aad Paardekooper (1918-1991) is de afmeting, de details, de stoere uitstraling, een gebouw met een ziel en het gezellige ontwerp.

Melssen, de eigenaar, over de verbouwing: “Er moesten 2 gevels aan de kant van de hallen worden opgemetseld. We hebben ‘à la Paardekooper’  gemetseld. We hebben nieuwe stalen kozijnen gezocht met rond gebogen profielen om in de togen te passen. De glas-in-lood ‘gevel’ is totaal gerestaureerd door  nieuw lood en isolatieglas in de profielen te laten zetten in Frankrijk. Een nieuw geïsoleerd dak ligt er op met dakpannen, die op de originele pannen lijken. Ik heb zelf ook een paar elementen ontworpen, die aansloten bij de visie van Paardekooper. Zoals ruitprofielen in het metselwerk boven de nieuwe voordeur. Rondom zijn zinken goten en afvoeren geplaatst. Bovendien heb ik 4 gelaagde ruiten van de originele haldeuren weten te bewaren en deze in de nieuwe haldeuren teruggeplaatst. Qua indeling heb ik het hele gebouw een open karakter gegeven. Overal ervaar je nog steeds het authentieke ontwerp. Met name boven is de open nok een fraai gegeven met originele balken partijen. Ook is de smeedijzeren trapleuning intact gebleven. Bewust heb ik  voor het oude industriële draadglas gekozen”.

Al met al is het een gebouw gebleven en geworden waar Lisse trotst op kan zijn en dat de erepenning, die in 2016 door de VOL werd uiitgereikt, meer dan waard is.

Heereweg 004 – Villa ‘Noordduin’

De villa hoorde bij het  oorspronkelijk bollencomplex ‘Noordduin’ 

Kadaster: C-3667. Bouwjaar: 1907.

Villa ‘Noordduin’

Heereweg 007 – Woonhuis ‘Buitenlust’

Het is een van de eerste bollenvila’s gebouwd voor de familie Nieuwenhuizen

Kadaster: C-3334. Bouwjaar: ca. 1900.

Villa ‘Buitenlust.  is een voorbeeld van één van de eerste “bollenvilla’s van Lisse. Een vrijwel identiek huis staat op Heereweg 33, villa “Baka”. Villa “Buitenlust” is iets smaller. Beide huizen werden gebouwd voor leden van de bekende bloembollenfamilie Nieuwenhuis.
De villa “Buitenlust” werd rond 1900 gebouwd voor de bekende Dirk Nieuwenhuis (oude D). Villa Baka werd gebouwd voor zijn zoon Dirk Jr.
Het huis heeft een rijke detaillering in een eclectische stijl.

Villa Buitenlust

Heereweg 028 – Villa ‘Somalo’

De villa  behoorde bij het bollenbedrijf van de fa. Driehuizen.

Kadaster: C-2553. Bouwjaar: 1914. Architect: Leen Tol sr.

Villa “Somalo” werd in 1914 ontworpen door architect Leen Tol sr. voor de heer W. Driehuizen. De naam van de villa is afgeleid van de beginletters van de echtgenote van deze eerste bewoner. Haar naam luidde Sophia Maria Louise.
De kwekersvilla maakte deel uit van het bloembollenbedrijf firma Driehuizen. Tot dit complex behoorden ook villa Rutsbo en de inmiddels tot appartementencomplex omgebouwde bollenschuur.

De villa vertoont elementen uit de Jugendstil en het neo-empire. Het entreeportiek is gekornist met een halfronde boog met meelopende houten kroonlijst. Hierboven is in een spaarveld een festoen in het pleisterwerk aangebracht. Kenmerkend zijn de gebogen erkers. Er is nog veel glas-in lood bewaard gebleven.

De villa is enige tijd in gebruik geweest als gezinsvervangend tehuis.
De villa wordt inmiddels al weer geruime tijd particulier bewoond.

Deze foto uit 1992 is gemaakt door Koos Schippers.

Nieuwbouw van de villa’s Rutsbo en Somalo

Een foto van J. van IJperen  uit 1978.

Villa Somalo 1914

De villa is uit 1914

Samalo is één van de gemeentelijke monumenten

Heereweg 033 – Villa ‘Baka’

De villa  behoorde bij het bollenbedrijf van de familie Nieuwenhuizen.

Kadaster: D-7368. Bouwjaar: 1905.

Villa Baka is een voorbeeld van een van de vroege “bollenvilla’s” van Lisse. Een vrijwel identiek huis is Heereweg 7, villa “Buitenlust”, alleen zou dat huis 60 cm smaller zijn. Beide huizen werden gebouwd voor leden van de bekende bloembollenfamilie Nieuwenhuis.

Het huis Baka dateert uit 1905. De villa Buitenlust werd rond 1900 gebouwd voor de bekende Dirk Nieuwenhuis (oude D). Villa Baka werd gebouwd voor zijn zoon Dirk Jr.

De naam Baka verwijst naar de bijbelse betekenis van Baka (Bacha) wat tranendal betekent.

Jarenlang werd, ook in de familie, aangenomen dat deze naamgeving ingegeven was door het overlijden van de 17jarige dochter van de familie Nieuwenhuis aan de Spaanse griep in 1918.

In 2012 werd Vereniging Oud Lisse gewezen op het feit dat er ansichtkaarten bestaan die deze aanname ontkrachten.

Er is bijvoorbeeld een kaart verstuurd in 1914, met als adressering Lisse, Baka. Zonder vermelding van Heereweg of Rijksweg was D. Nieuwenhuis, Lisse, Baka, voor de post blijkbaar voldoende om de kaart correct te bezorgen.

De kaart werd door Rika Nieuwenhuis, de dochter die in 1918 kwam te overleden, aan haar broer gestuurd.

De tragische dood van Rika in 1918 bevestigde zeker de naam Baka. (Dit huis is een tranendal en zal er nooit meer gelachen worden.)

Maar de vraag wanneer en naar aanleiding waarvan de naam Baka gekozen is kan op dit moment niet worden gegeven.

Het huis heeft een rijke detaillering in een eclectische stijl.

In de voortuin staat een monumentale rode beuk. Zijn omtrek is zo groot geworden dat het fraaie ronde muurtje, dat de tuin van de openbare weg scheidt, fiks bedreigd wordt.

Huize Baka

De wortels van de beuk overgroeien het historisch muurtje