Berichten

CRIMINEEL DINGBOEK: VOL droeg financieel bij aan de aanschaf van achttiende-eeuws Crimineel Dingboek

Baljuw Gerard II Bicker van Swieten

VOL droeg financieel bij aan de aanschaf van het achttiende eeuwse Crimineel dingboek. Enkele voorbeelden worden gegeven.

door Ria Grimbergen

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 4, december 2019

Jannetje Jans van der Wilde uit Lisse baarde op woensdag 17 maart 1723 een dochter. vHet begin van een klein drama, want Jannetje was ongetrouwd. Als vader wees zij aan AdriaanvJacobs de Goede, eveneens uit Lisse, een getrouwd man. Jannetje bekende dat zij overspel hadv gepleegd en “vleeselijke conversatie“ met De Goede had gehad.vBaljuw Gerard II Bicker vancSwieten oordeelde dat volgens de
landswetten en goddelijke wetten overspel ten hoogste strafbaar is en veroordeelde Jannetje tot 14 dagen gevangenis op waterc en brood en betaling van de proceskosten. Adriaan bleef ongestraft. Dit is een van de zaken uitchet Crimineel Dingboek van de Hooge Vierschare van Noordwijkerhout, Hillegom, Lisse ende Voorhout over de jaren 1698-1726.

De historische verenigingen van Lisse, Noordwijkerhout, Voorhout en Leiden kochten onlangs
gezamenlijk van het Lissese antiquariaat Goltzius dit achttiendeeeuws manuscript. Donderdag 21 november vond de overdrachtvcplaats aan Erfgoed Leiden en Omstreken. Helmi Beijsens en Henk Schaap vertegenwoordigden bij deze plechtigheid Oud Lisse. Als secretaris had Helmi de eer voor de vereniging de overdrachtsacte te tekenen. In het Nationaal Archief berustten voorheen de Criminele en Civiele Dingboeken van de Hooge Vierschaar van onze streek, maar deze zijn onlangs overgedragen aan Erfgoed Leiden. De verzameling vertoont leemtes, jaren waarin de baljuw zijn zaakjes niet netjes overdroeg. Een Dingboek bleef dan eeuwen familiebezit. De mensen van Erfgoed Leiden zijn enthousiast dat met dit manuscript nu een van die gaten is opgevuld en wij met hen, want het Dingboek bevat een schat aan verhalen.

Wat is zo’n crimineel dingboek nu precies?

Daarop gaf archivaris  André van Noort van Erfgoed Leiden op deze 21ste november toelichting. Het baljuwschap werd gevormd door een baljuw en zijn schepenen, de welgeborenen, de mannen met aanzien. Zij spraken recht in civiele zaken, zoals onderlinge ruzies, die werden vastgelegd in de Civiele
Dingboeken. Die werden vaak afgedaan met boetes. Misdaden en overtredingen van de wet berechtten zij in de criminele of hogere rechtspraak, die de bevoegdheid had lijfstraffen en zelfs de doodstraf op te leggen. Prostitutie, bedelarij, overspel, messentrekkerij, moord, dat waren de zaken waarover de criminele rechtspraak oordeelde. Jannetje hoorde haar vonnis aan van mr. Gerard II Bicker van
Swieten. Bicker van Swieten was vanaf 1714 baljuw van Noordwijkerhout, Hillegom, Lisse en Voorhout en een lid van een van de zeer rijke families die de dienst uitmaakten in de Republiek. Voor hem was mr. Pieter Dierquens (tot 1713) baljuw van het rechtsgebied. In de achtentwintig jaren die het Dingboek beslaat worden rond de 75 personen door het baljuwschap berecht. Erfgoed Leiden heeft het manuscript gedigitaliseerd. Het toegangsnummer is 0755.

Dingboek

Duinflora bij Rustoord

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                             

8 juni 2021

 door Nico Groen

Rond het woonzorgcentrum Rustoord ligt al een tiental jaren een braakliggend terrein van ruim twee hectaren. Het was voor een deel de tuin van Rustoord, van het gesloopte oude bejaardenhuis en van het gesloopte Austria. Hier heeft zich sindsdien een buitengewoon soortenrijke vegetatie met veel bijzondere soorten ontwikkeld. Helaas is aan nieuwbouw in de nabije toekomst niet te ontkomen.

Dit hele gebied behoort tot de strandwal tussen de Heereweg en de Achterweg. Dit oude duingebied is al voor 1600 afgegraven ten behoeven van de teelt van groenten, kruiden en later bloembollen. Hier waren tot de zestiger jaren tuinbouwbedrijven gevestigd. De opbouw van de ondergrond bestaat uit een toplaag tot een diepte van -6 m. NAP van zand met daaronder een kleilaag tot -12 m. NAP, dieper dan 12 meter bestaat de bodem voornamelijk uit zand en grind. Een echt duingebied dus met een laag duinzand van 6 meter. Doordat er de laatste 50 jaar niet op werd geteeld en bemest, is de vroegere bemesting uit de bovenlaag naar beneden gespoeld. Alles bij elkaar is dit een goed milieu om duinvegetatie te ontwikkelen en dat is dan ook volop gebeurd.

Zeldzame duinplanten

In 2016 en 2017 is een inventarisatie gemaakt van de wilde planten door Jelle van Dijk van het Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek (MODB). De resultaten zijn vastgelegd en uitgegeven door de Vereniging voor Natuur- en Vogelbescherming Noordwijk in een indrukwekkend boekwerk ‘Van Aardaker tot Zwanenbloem’ waarvan het terrein bij Rustoord ook deel uitmaakte.

Als eerste moet het Gekield druifkruid worden genoemd. In juli 2017 groeiden hier  bij Rustoord ruim 350 planten van deze zeldzame soort, waarvan tot nu tot pas 15 groeiplekken in Nederland gevonden zijn, meestal in de duinen. Bij Rustoord werden lage planten van nauwelijks 10 cm hoog naast exemplaren van meer dan een meter gevonden.

Dicht bij de ingang van Rustoord groeiden zo’n honderd forse planten van de Alsemambrosia, de bekende hooikoortsplant. Blijkbaar was er binnen de muren van Rustoord geen sprake van opvallend veel niezende bewoners, want men liet zowel in 2016 als in 2017 de planten ongemoeid.

In de zuidwesthoek van het terrein,  daar waar de gebouwen van Austria hebben gestaan, werden ook soorten, die in de duinen groeien gevonden. Er groeiden soorten als Duin-averuit en Koningskaars. In deze hoek waren ook Wilde peen, Wilde marjolein, Ruig klokje en Bergroos te vinden.

De begroeiing op het veld aan de noordkant werd in 2017 gedomineerd door honderden planten van de Esdoorn-ganzenvoet. Deze soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam beschreven. In het bosje waren tot op 10 meter hoogte de bladeren en druiventrossen van de Wijnstok te zien.

Op 7 januari 2021 is het voorontwerp bestemmingsplan Trompenburg gepresenteerd. Het betreft de terreinen van Rustoord en Austria. Hier komt woningbouw in de niet zo verre toekomst. Dan zal er een einde komen aan deze duinvegetatie.

Foto: De kaft van het boek ‘Van Aardaker tot Zwanenbloem’ uit 2018 door Jelle van Dijk en Hans van Stijn.

 

 

Wandelen of fietsen langs cultuurhistorie in Lisse

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

30 maart 2021

Door Nico Groen

 Veel mensen hebben het wandelen of fietsen herontdekt door alle coronamaatregelen van het afgelopen jaar. Je kunt natuurlijk in de omgeving wandelen met je eigen gedachten en genieten van alles wat je ziet. Maar je kunt ook actief naar de omgeving kijken. De VOL heeft een aantal boekjes om al wandelend of fietsend de cultuurhistorie te ontdekken.

Zo heeft de Vereniging Oud Lisse in 2010 een boekje uitgegeven over monumentale gebouwen in Lisse. Het boek heet ‘Wandel- en fietsroutes Zuid en Noord Lisse: Monumenten’.  Met het boekje in de hand, kan langs alle monumenten worden gewandeld of gefietst. Dan kun je het betreffende gebouw op je in laten werken.

Als tweede boekje in deze reeks is in 2014 een bomenboek uitgegeven. Dit boek heet ‘Wandel- en fietsroutes langs monumentale bomen in Lisse’  met daarin alle bomen van 100 jaar en ouder en veel andere interessante bomen en hagen. Al wandelend of fietsend met het boekje kan je de betreffende boom extra bekijken en er van genieten.

In 2016 werd een derde boekje gerealiseerd: ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’. In dit bruggenboek wordt o.a. van alle bruggen in Lisse met een officiële naam de cultuurhistorie beschreven, evenals van het water waar de brug overheen gaat en van de weg waar de brug in ligt. Leuk om met het boekje bij de hand de bruggen te bekijken.

De boekjes in deze reeks hebben steeds 2 routes, een zuidelijke en een noordelijke, die beide op het Vierkant beginnen.

In 2011 verscheen een vierde boekje, geschreven door wijlen Bert Kölker,  over alle nog bestaande grenspalen in Lisse met de titel ‘Grenspalen te Lisse’. Het is geen wandel- of fietsroute, maar al wandelend of fietsend kunnen heel goed de grenspalen worden bekeken en de beschrijvingen gelezen.

Ook in het nieuwe boek ‘Sporen van Six’ staat in het laatste hoofdstuk een route aangegeven waar je nog daadwerkelijk sporen van de familie Six kunt vinden.

Digitale Cultuurhistorische Atlas Duin- en Bollenstreek

Er zijn nog andere wandel- en fietsroutes in Lisse, zoals fiets- en wandelknooppuntenroutes. De laatste met de rood/gele bordjes en paaltjes (infobord voor de winkel van Dirk op ’t Vierkant). Op route.nl/routeplanner zijn de wandelknooppunten in de Bollenstreek te vinden.

Ook te wandelen zijn het Ommetje in de Poelpolder (Infobord bij de Zemelpoldermolen) en diverse routes vanuit Keukenhof (infobord op de hoek van Achterweg-Zuid en Prof. van Slogterenweg). Via de site van de VVV Lisse kun je ook diverse routes bekijken en eventueel uitprinten.

Kijk met name buiten het centrum van Lisse  eens met smartphone of tablet  op de Digitale Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollensteek (cultuurhistorieduinenbollenstreek.nl) . Als je rondom de plek klikt waar je op dat moment aan het wandelen of fietsen bent, lees je alles wat daar aan cultuurhistorie te zien is. Dat kun je dan ter plekke ook echt bekijken.

 

Foto: Een wandelknooppunt met het nummer van de paal en pijltjes naar de volgende knooppunten.
Foto: Nico

 

Het verzet in Lisse was gedisciplineerd

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

28 januari 2020

Ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding gaat deze column over het verzet in Lisse. Aan het illegale krantje in Lisse, De Oranjekoerier, dat vanaf 24 oktober 1944 dagelijks verscheen is al eerder aandacht besteed. Maar dat was niet het enige wat het verzet deed. Dat er in Lisse betrekkelijk weinig gewelddadigheden tegen de Duitsers werden gepleegd, was te danken aan het beleid, de organisatie en de discipline van het verzet in Lisse.

Door vele verzetseenheden in Nederland werden Duitsers, gebouwen en munitieopslagplaatsen aangevallen. Het gevolg was nogal eens dat als vergelding willekeurige bewoners voor het vuurpeloton terecht kwamen. Dat was in Lisse nauwelijks aan de orde. In een interview met de gebroeders Montagne, opgetekend door Ed Olivier en Arie in ’t Veld in het boek ‘Verhalen uit een vorige eeuw’, verschenen in 2000, kwam naar voren dat het verzet in Lisse zo mogelijk in stilte werkte. De Duitse  bezetter werd zo weinig mogelijk geprovoceerd.

In het interview staat dat het er in de Haarlemmermeer aan de andere kant van de Ringvaart heel anders aan toe ging. Er woedden hele veldslagen tussen de Haarlemmermeerse knokploegen en de Duitse Sicherheitsdienst. Op een gegeven moment wilde het Haarlemmermeerse verzet een wapendepot in Keukenhof overvallen. Wietse Montagne: “We zeiden tegen Kraak, het hoofd van het verzet in Lisse, dat we dat tot elke prijs moesten zien te voorkomen. Straks gaan er hier tientallen mensen tegen de muur. Zo’n overval zou zinloos zijn geweest en in militair opzicht van geen enkele betekenis”. De overval ging daarom uiteindelijk niet door.

 

Distributiebonnen.

In den lande werden veel distributiekantoren overvallen. Met alle negatieve gevolgen zoals represailles voor de bevolking.  Deze overvallen gebeurden om distributiebonnen te verkrijgen voor de vele onderduikers. De distributiekaarten en -bonnen werden in het leven geroepen vanwege de schaarste aan van alles en nog wat. Dit om een eerlijke verdeling van goederen en voedsel over de bevolking te krijgen en hamsteren tegen te gaan. Distributiekaarten werden alleen uitgereikt aan mensen met een persoonsbewijs, afgegeven op het gemeentehuis. Onderduikers kwamen daar natuurlijk niet voor in aanmerking.

 

In Lisse werd het distributiekantoor niet geplunderd, maar werd op een heel andere manier aan bonnen gekomen. Bij 2 overvallen op het gemeentehuis werd de burgerlijke stand weggehaald. Wietse: “Ik werd door burgemeester Van Rijckevorsel ‘gevorderd’ om de bevolkingsboekhouding opnieuw op te zetten…. Het is schitterend gelukt allemaal. De burgemeester bemoeide zich er verder niet mee. We hebben er allerlei gezinnen bij zitten verzinnen. ’t Liefst natuurlijk allemaal weduwen met alleen dochters. Voor Lisse, Hillegom en Sassenheim hebben we ongeveer duizend distributiekaarten illegaal kunnen verstrekken. Het was allemaal illegaal legaal”. Met deze distributiekaarten kon men bij het distributiekantoor steeds distributiebonnen ophalen. Overvallen op het distributiekantoor waren dus helemaal niet nodig. Lisse had het geluk dat de burgemeester en de ambtenaren de andere kant op keken. Dat was in andere gemeentes wel anders.

Foto: Dit boek ‘Verhalen uit een vorige eeuw’ kan worden geleend of ingezien tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan.
Foto: Nico Groen

Boekpresentatie “Het Oude Koningshuys”

Stichting Oud Sassenheim presenteerde het boek over het Oude Koningshuys van Rob Pex. Het boek is goed gedocumenteerd. Met prachtige illustraties en ook verkrijgbaar bij boekhandel Grimbergen

door Jos van Bourgondiën

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 4, december 2019

Stichting Oud Sassenheim (SOS) presenteerde woensdag 13 november het langverwachte boek over Het Oude Koningshuys te Sassenheim. De aanloop tot dit boek was 15 jaar geleden toen Bas Romeyn destijds bewoner van Het Oude Koningshuys en initiatiefnemer tot het boek, Rob Pex de opdracht verleende. Echter de crisis gooide roet in het eten en zo bleef het manuscript op de plank liggen. Tot wij in de wandelgangen van de CHVOL hier lucht van kregen. Eerst geïnformeerd bij Aad van der Geest of SOS hier belangstelling voor zou hebben. Daarna volgde er een gesprek met Alfred Pop, de voorzitter van SOS. Spoedig daarop zat ik met Alfred Pop, Bep Hoegee, Aad Lelijveld en Rob Pex aan tafel om een mogelijke uitgave te bespreken. Op 21 november 2017 ondertekenden Bas Romeyn, Alfred Pop en Rob Pex de volgende verklaring: Partijen hebben de intentie het door de heer Romeyn tot dusver gefinancierde en door de heer Pex geschreven manuscript “Geschiedenis van het Oude Koningshuys te Sassenheim” in drukvorm uit te brengen en de productie, distributie en verkoop hiervan in handen te geven aan de Stichting Oud Sassenheim. Bep Hoegee, Aad Lelijveld en Rob Pex zouden het redactionele gedeelte voor hun rekening nemen. Een flinke klus en zij klaarden dit uiteindelijk september 2019. De SOS nam natuurlijk de verdere promotie van het boek voor haar rekening met een heel mooi slotakkoord, de presentatie van het boek door SOS 13 november in de Julianakerk Sassenheim.
Eerst was er een interview met de schrijver Rob Pex door Leidsch Dagblad journalist Sjaak Smakman, waarbij anekdotes en vreemde voorvallen ter sprake kwamen en Rob op onnavolgbare wijze zijn kennis te berde bracht. Kunsthistorica Petra Roose belichtte een aantal aspecten van het Koningshuys door de jaren heen. Daarna kreeg Bas Romeyn officieel een exemplaar van Het Oude Koningshuys overhandigd, mocht Rob Pex aan zijn signeersessie gaan beginnen en ging ik naar huis met een eigen exemplaar voorzien van zijn handtekening en de tekst “voor mijn schoolmeester!” Het boek is goed gedocumenteerd met prachtige illustraties en ook verkrijgbaar bij boekhandel Grimbergen te Lisse.

De Nederlandsche stad- en dorpsbeschrijver in 1799: PARELTJES uit de VOL bibliotheek

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 2 juli 2019

door Ria Grimbergen

In de bibliotheek bevindt zich een geprinte versie van het dorp Lisse uit 1799 uit de serie “De Nederlandse stad- en dorpsbeschrijving”. Rs. Bakker schreef deel 7 over Lisse. Nieuwsgierig naar de volledige tekst van de beschrijving? Jos van Bourgondiën, de beheerder van de bibliotheek, helpt u graag verder.

In de bibliotheek van de Vereniging Oud Lisse bevindt zich een geprinte versie van een beschrijving van het dorp Lisse uit 1799. Het komt uit deel zeven van de achtdelige serie “De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver”, uitgegeven door H. A. Banse in Amsterdam van 1793 tot 1801.

Lieve van Ollefen schreef de eerste delen, zijn collega Rs. Bakker nam het na deel vijf van hem over. Het deel “Rhijnland”, waarin Lisse staat, is van de hand van Bakker, over wie bekend is dat hij boekhandelaar was in Delft en een patriot. Hij zette het werk van Van Ollefen voort “in hoogst revolutionairen geest”. Bakker geeft in zijn algemene inleiding de lezer de hint zorgvuldig te lezen: de staatsveranderingen en politieke gebeurtenissen van de afgelopen zes jaar zijn in zijn beschrijving
verwerkt. Bakker doelt op de Bataafse Omwenteling, de fluwelen revolutie die een eind maakte aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarna de Bataafse Repuliek werd uitgeroepen.

Het wapen van Lisse zoals Bakker het beschrijft, een halve klimmende rode leeuw, blauw getongd en genageld op een gouden vlak. Van ouds het wapen van de heren van D’Ever, die ook de heren van Lisse waren. Het huidige wapen van Lisse is pas op 20 februari 1816 bij Koninklijk besluit vastgelegd als zijnde op een gouden vlak een klimmende halve leeuw van lazuur (Blauw). Had Bakker meer historisch besef dan de Raad van Adel

De formule van de beschrijvingen is steeds dezelfde: een ovale gravure met het wapen van de plaats, een gedichtje, gevolgd door een katern van meestal 16 pagina’s met een beschrijving van het dorp. Elk
katerntje begint opnieuw de pagina’s te nummeren. Intekenaren op de serie kregen de afleveringen in “vellen letterdruks” geleverd, als bij een tijdschrift. Zij konden dan besluiten die in te binden of zo te laten. Als zij in het voetspoor van de schrijver tochtjes wilden gaan maken was een stapeltje velletjes beter te hanteren dan een zwaar boek.

De begaafde Amsterdamse kunstenares Anna Catharina Brouwer graveerde de stads- en dorpsgezichten. Soms is het haar eigen werk en staat alleen haar naam eronder. Soms gebruikte ze een bestaande gravure als voorbeeld en dan vermeldde ze altijd de naam van de eerste graveur. Voor het ovaaltje van Lisse zal zij zelf naar het dorp zijn gereisd: Anna C. Brouwer staat er onder het prentje. We zien de kerk van Lisse met op de toren een fier wapperende vlag, huizen
en een molentje. Op de voorgrond varkens, drie mannen, een vrouw met een kind aan de hand. Bakker beschrijft het wapen onder de afbeelding als een goud schild met halve rood klimmende leeuw. Het is het wapen van de heer van Dever, de ambachtsheer van Lisse. Het speelse element in de gravures van
Anna Brouwer spreekt mensen aan. De prentjes zijn gezocht en worden vaak los verhandeld. Complete exemplaren van delen uit “De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver”, zijn daardoor kostbaar en zeldzaam.
Van Ollefen en Bakker gingen ervan uit dat men geen vreemdeling in eigen land moest zijn en kennis diende te hebben van geschiedenis en aardrijkskunde. Hoe kun je een huis bewonen dat je niet kent, stelden ze. Nu, na meer dan tweehonderd jaar, lijken de geschiedkundige verhandelingen achterhaald, maar Bakker geeft wel een aardig beeld van Lisse aan het eind van de achttiende eeuw. Het is aangenaam en uiterst bevallig gelegen, met mooie buitenplaatsen. De schrijver betreurt de afbraak daarvan, die al in volle gang is: “Men gaat continueel door met het vernietigen en sloopen der schoonste buitenplaatsen, gelijk thans met het oude vermaarde Veenenburg af te breken”. Twee jaar daarna onderging Meerenburg hetzelfde lot. De schrijver geeft een lijstje van de buitenplaatsen die er
nog wel zijn met de namen van de eigenaars/bewoners, de niet-adellijken naar de geest van de tijd burgers genoemd. Zo bewoonde burger Van Buuren (vaker gespeld Buren) Wassergeest en burger L. Bicker Meer en Duin. Van Buren was een belangrijk man in Lisse. Als baljuw van het baljuwschap Noordwijkerhout, waar ook Voorhout, Lisse en Hillegom onder vielen, behandelde Izaak van Buren civiele en criminele rechtszaken. Uit patriotse sympathieën plaatste hij in 1795 de vrijheidsboom
voor zijn buitenplaats. Volgens de Volkstelling van 1795 op last van het Uitvoerend Bewind
der Bataafsche Republiek telde Lisse 1062 “zielen”. De teelt van kruiden, bloemen, groenten, vlas en hennep was de voornaamste bron van inkomsten. Schuiten vertrekken dagelijks vanuit Lisse via het Haarlemmermeer naar Amsterdam en weer terug. De trekschuit vaart tussen Leiden en Haarlem. De postkoets deed Lisse aan op zijn tocht van Amsterdam naar Den Haag. Bakker beschrijft de kerken
en hun geestelijk leiders. Het dorpsbestuur is naar Frans voorbeeld een municipaliteit van drie leden met een schout en secretaris, die ook schepenen en brandmeesters zijn en zich daar naast bekommeren om de armen en de wezen. Zij komen bijeen in een vertrek in een gewone herberg. De schrijver noemt er twee, de Witte Zwaan, dat ook het Rechthuis is, en de Stad Rotterdam.
Nieuwsgierig naar de volledige tekst van deze beschrijving? Jos van Bourgondiën, de beheerder van de bibliotheek van de VOL, helpt u graag verder.

Het vrijheidbeeld op Wassergeest

PARELTJE van 30 cent uit de VOL verzameling

Arie Raaphorst heeft in 1922 een boekje gemaakt met de titel Gids voor een wandeling langs de bloembollenvelden in Lisse. In dit 32 pagina’s dikke boekje gaat hij in op alle historisch belangrijke gebouwen, al of niet meer bestaan in die tijd. Het boekje is in bezit van de VOL.

Door Ria Grimbergen

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 1 januari 2019

Onze bibliothecaris Jos van Bourgondiën liet mij een boekje zien uit de verzameling van de vereniging. Een Gids voor een wandeling langs de bloemenvelden in Lisse uit 1922, geschreven door A. R. Hz. Achter deze initialen gaat Arie Raaphorst schuil. Het zeldzame en kwetsbare gidsje is uitgegeven en gedrukt door de Lissese boekhandelaar P. de Vries. In dit exemplaar zijn in handschrift verbeteringen en aanvullingen aangebracht. Voorin staan de namen Arie Raaphorst en P. H. Raaphorst. Het is duidelijk uit de familie afkomstig, maar niet zeker is van welke hand de wijzigingen zijn.

Piet de Vries

Piet de Vries, geboren 27 juni 1880 in Lisse, was bij zijn huwelijk op 2 september 1908 boekhandelaar in Lisse. Bij zijn overlijden op 5 maart 1951 op 71-jarige leeftijd woont hij nog steeds in Lisse, maar is zijn beroep boekdrukker. Daarnaast had De Vries een advertentiebureau. Mensen konden bij hem advertenties opgeven die in de locale en landelijke pers werden geplaatst. Ten tijde van de uitgave van het gidsje was zijn zaak gevestigd aan de Grachtweg 33. Deze moderne ondernemer beschikte over telefoon.

Raaphorst

Arie Raaphorst Hz of Hzn (1880-1948), de schrijver van het gidsje, werkte als journalist bij de Leidsche Courant. Van 1928-1938 was hij penningmeester-secretaris bij de HBG.
Eerder pende hij de geschiedenis van Lisse neer en gaf die de titel “Aanteekeningen op het Dorp en de Gemeente Lisse”. Deze belangrijke bron voor de historie van Lisse is gedeeltelijk gepubliceerd in afleveringen van het VOLNieuwsblad en is in handschrift in het bezit van de VOL.

Toerisme, vervoer en gidsjes

In het eerste kwart van de twintigste eeuw groeide het toerisme. Vervoersmogelijkheden waren sterk verbeterd, de  mensen beschikten over meer vrije tijd en geld. Ondernemers in plaatsen met aantrekkingskracht op vakantievierders en dagjesmensen brachten toeristische gidsjes uit met informatie over hun streek, veelal voorzien van plattegronden. Zo ook Piet de Vries. De bloeiende bollenvelden immers zorgden in het voorjaar voor topdrukte op de Lissese wegen. De tram tussen Haarlem en Leiden, de Bollenlijn, reed op zondagen extra ritten met een lange sleep rijtuigen. De Vries gaf journalist Arie Raaphorst Hzn opdracht een gidsje te schrijven dat de dagjesmensen te voet langs de mooiste bollenvelden van Lisse zou voeren. In zijn inleiding bij het gidsje schrijft Raaphorst dat hij wil wijzen op wat er nog is, maar ook “met een enkel woord” terug wil gaan “tot de geschiedenis van vroeger tijden”. Mochten er lezers zijn die in het boekje gebreken vinden, dan staat hij open voor “zakelijke critiek”. Dat enkele woord is wel een understatement.
In dit 32 pagina’s tellende gidsje gaat hij in op de historie van Lisse en zijn bezienswaardigheden.
Of ze er nog zijn of niet.

Wandeling door de historie van Lisse

Pagina uit het boek

Zo beschrijft hij de geschiedenis van de buitenplaats Berkhout, waarvan alleen de tuin rest, en die van het landgoed Meerenburg, al begin 19de eeuw gesloopt. Dever ligt er in 1922 rampzalig bij, maar Raaphorst wijdt vijf pagina’s aan de bouwkundige aspecten van wat er ooit was.
Het fraaie interieur van de Sint-Agathakerk krijgt een uitgebreidebeschrijving, evenals dat van hetraadhuis. De schrijver beseft wel de economische noodzaak van de afgraving van duin en bos, maar betreurt toch de “verdelging van al dit natuurschoon”, de afbraak van een buitenplaats als Veenenburg en de afzanding van de gronden daarvan. “Heeft men dan nooit genoeg? Moet alle pracht, die de natuur ons schenkt, dan daarvoor verdwijnen”. Deze en andere opmerkingen geven het gidsje een persoonlijk tintje. Dankbaar is hij de familie Van Lynden, waarbij hij hoopt dat het landgoed Keukenhof “voor ons en voor ons nageslacht gespaard mag blijven voor de schendende hand onzer hedendaagsche cultuur”. Veel van wat de wandelaar anno 1922 nog zag is afgebroken, bloembollencomplexen, bollenvilla’s, maar Dever is gerestaureerd en Keukenhof behouden. Raaphorst laat de tramreiziger uitstappen bij de halte “in het Vierkant” en een verfrissing in hotel “De Witte Zwaan” gebruiken. Dan volgt een wandeling die ook nu nog gemaakt zou kunnen worden.

Raaphorst de verteller

Het gidsje voert de wandelaar zuidwaarts richting Sassenheim, langs de eeuwenoude kerk van de Ned. Herv. Gemeente met de toren van tufsteen. In het portaal van de kerk vindt men de grafsteen van de gouverneur van de Kaapkolonie Willem Adriaen van der Stel. Raaphorst prijst de verbeteringen die door het kerkbestuur zijn aangebracht: de kerkhofmuur en de nieuwe kosterswoning in oudhollandse stijl. Dan in dezelfde stijl het raadhuis uit 1907. Het
katholieke bolwerk – Agathakerk, huize Pius, Agatha gesticht voor meisjes en de RK jongensschool – bespreekt de schrijver tot in detail. Zo noemt hij vol trots de bouwers van de jongensschool de gebroeders Barnhoorn. Volgt het bloembollencomplex van de Gebroeders Segers aan de Heereweg. Voor de Jannetjesbrug over de Vennesloot staat het prachtige landhuis van A.Verduin jr (De Venne) en heeft men zicht op de “Rijkstuinbouwwinterschool voor de Bloembollenstreek”.

Een wandeling door Lisse door A. Raaphorst.

Raaphorst vraagt de wandelaar plaats te nemen in het gras tegenover de ingang van Dever. Hij wil graag wat vertellen over het verleden van de ridderhofstede en zijn bewoners. Met pijn in het hart kijkt hij naar de ruïne. De hoge walmuren gesloopt, de grachten gedempt, het geboomte gekapt en gerooid. Ontdaan van alles is het “een blijvende bespotting, naakt en kaal tusschen de producten onzer hedendaagsche culturen in, door niemand geëerd, ook niet door hen die daarvan de eigenaars zijn”. Dan rechtsaf naar de Catharijnelaan, waar de schrijver wijst op de oude boerenhofstede “Bloemenhof” waarbij ooit de oude RK kerk stond (niet meer aanwezig). Rechtsaf naar de Achterweg langs “Grootenhof” en de overblijfselen van Huis ter Spekke. Linksaf de Spekkelaan op langs de bloemenvelden richting Loosterweg. Raaphorst geeft de wandelaar de mogelijkheid linksaf te slaan de Loosterweg op naar het Reigersbos en de bossen van Wassergeest, maar zijn wandeling voert nu rechtsaf weer de Loosterweg op dwars door de bossen van Keukenhof, over het erf van het kasteel en dan rechtsaf, door de ‘Rasters” terug naar het dorp. Aan de linkerhand ziet men Zandvliet, met de mooie vijver en brug (nu bloemenpark Keukenhof), dan weer volop uitzicht op de bloemenvelden in vakken gedeeld door heggen, in de kromming van de weg de villa Veldhorst met de bollenschuren van G. van der Mey’s Zonen (de laatste afgebroken). Rechts de tuin Berkhout en aan het einde van de weg het postkantoor (afgebroken). Linksafslaand komt men bij Roosendaal  gesloopt), dan passeren we de mooie witte villa “Maria”, een ontwerp van de Haarlemse architect J. London. Voortgaande het bollencomplex “Welbedrogen”, waar ooit het landgoed Meerenburg lag, de villa’s  Buitendorp en Magnolia (waarvan de sloop in 1991 leidde tot de oprichting van de VOL). Aan de linkerhand ligt de villa Somalo, een ontwerp van architect Leen Tol, en Becorsa (gesloopt) en het verdwenen buiten Wildlust. Na een blik op het buitentje Bloemoord, staande op een duintje, en de Steenfabriek, is het tijd voor een verfrissing in de Nachtegaal.

De entree van het buiten “Veenenburg” vanaf de Loosterweg

Bij de Nachtegaal slaan we de Zwartelaan in, jaar het bollencomplex van de Gebroeders Veldhuyzen van Zanten staat (verdwenen). Op de brug een magnifiek uitzicht op de bloemenvelden, waar 25 jaar daarvoor nog dicht bebost duin was. Aan het eind van de Zwartelaan lag het ook toen al verdwenen buiten Veenenburg, waarvan Raaphorst een foto van de ingang plaatst, met rechts zicht op het van hout opgetrokken Duinlust. We slaan linksaf de Loosterweg in, passeren “De Looster”, komen weer bij de Stationsweg en slaan weer linksaf naar het dorp

.

IN HET BLOEMBOLLENLAND: Anna van Gogh-Kaulbach (deel 2)

Het boek ‘In bloembollenland’  van Anna van Gogh wordt besproken.

Door Ria Grimbergen

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 4 Herfst 2018

Pareltjes van boeken bevinden zich in de kasten van de bibliotheek van de Vereniging “Oud Lisse”. Ze zijn het waard onder de aandacht te worden gebracht. Eén van die titeltjes is “In het bloembollenland” van Anna van Gogh-Kaulbach, uitgegeven in 1904.

Latere titeluitgave van “In het Bloembollenland”

In het bloembollenland verscheen bij J. B. Wolters in de serie “Geïllustreerde bibliotheek voor jongens en meisjes van 11-14 jaar”. Sjoukje Troelstra, Nellie van Kol en Jan Ligthart vormden de redactie van de serie. Een sterk team: een onderwijsvernieuwer en twee bevlogen, sociaal bewogen kinderboekenschrijfsters. Sjoukje, de vrouw van socialistenleider Pieter Jelles Troelstra, werd onder haar pseudoniem Nienke van Hichtum beroemd als auteur van Afke’s tiental. In het socialistische dagblad Het Volk (07.06.1904) recenseerde Sjoukje Troelstra als S. Tr. het werkje van haar partijgenote. Natuurlijk staat zij achter de inhoud ervan, anders had zij het niet opgenomen in haar “bibliotheek”. Zij heeft wel vernomen dat er mensen zijn die vinden dat er te veel over de bloembollencultuur in voorkomt, teveel “tendenz”. Op wie zij doelt blijft schimmig en openlijk maatschappijkritisch is het boek niet, maar passages als die over de bollenrooitijd zijn geschreven met hart voor het leed van de bollenarbeiders. Een andere recensie staat in het blad voor De School met den Bijbel.

Anna van Gogh-Kaulbach gefotografeerd op 14-12-1959. Anna was geboren te Velzen op 31-12-1869, overleden te Haarlem op 28-01-1960. Romanschrijfster en vertaalster. Ze schreef ook wel onder het pseudoniem Wilhelmina Reijnbach. Dochter van Frans Ludwig Eduard Kaulbach (1835-1899) arts, en van Helena Maria Cornelia van Reijn (1836-1903). Anna Kaulbach trouwde op 30-8-1899 in Velsen met Willem Jacob van Gogh (1863-1934), hij was bollenkweker en later kunsthandelaar. Zij woonden vlak na hun huwelijk tijdelijk in Lisse aan de Heereweg op nummer 296. Uit hun huwelijk werden 2 dochters en 3 zoons geboren

De boekbespreker prijst dat de lezer bekend wordt gemaakt met alles wat te maken heeft met de bloembollenteelt, maar keurt de “ethische zijde” van het boek af. De levensbeschouwing van Anna van Gogh-Kaulbach is niet de zijne. Aanschaf van het boek wordt niet aanbevolen (21.07.1904). Hoe zouden de experts van het Weekblad voor de bloembollencultuur (01.07.1904) het boek beoordelen? In een korte, anonieme bespreking looft de recensent de schrijfster, die “goed bekend is met alles wat in het vak te doen is en in juiste schetsen op zeer onderhoudende en duidelijke wijze aangeeft wat de werkzaamheden zijn in de verschillende tijden van het jaar en hoe die worden verricht.” Het boek slaat in deze kringen kennelijk goed aan. Boekhandel de Erven Loosjes in Haarlem adverteert stevig voor het boek in dit vakblad. De plaatjes in het boek zijn aantrekkelijk en informatief. Schoolboeken waren aan het begin van de twintigste eeuw erbarmelijk slecht geïllustreerd. Ook het taalgebruik was vaak voor de kinderen veel te moeilijk. Uitgeverij Wolters wilde hierin verandering brengen en trok C. Jetses en W. K. de Bruin aan. Deze laatste illustreerde “In het bloembollenland”. Hij maakte tekeningen in gewassen inkt die als autotypie op het gladde papier werden afgedrukt, waarmee hij een schilderachtig effect bereikte. De tekeningen van de Haagse tekenleraar werden tussen de tekst geplaatst, wat een speels effect geeft. De uitgever stak het boek in een rode band met een narcis op het voorplaat. Twee jaar na het verschijnen van In het bloembollenland verkocht Wolters de hele “Bibliotheek voor jongens en meisjes van 11-14 jaar” aan de Alkmaarse uitgever Kluitman. Die bond het binnenwerk van het boekje in een Jugendstilbandje met zijn naam op het voorplaat, maar op de titelpagina nog de naam van uitgeverij Wolters. Zó’n exemplaar heeft de VOL in haar bezit. Wie het ooit heeft geschonken? Op het schutblad staat in verbleekte inkt de naam van G. Entinck, waarschijnlijk de eerste eigenaar. Zal hij er wat van hebben opgestoken? Wij wél. Het boekje is nog zeer leesbaar en biedt een uniek kijkje in de bollenteelt van meer dan honderd jaar geleden.

Bronnen

Uitgeverij Wolters stak het boek “In het Bloemenbollenland” in een mooi bandje. Op de titelpagina staat de naam van Wolters, op de band die van Kluitman. Fotomateriaal is afkomstig uit VOL archief, Nationaal Archief en van Wikipedia.

Eerder publiceerde Aad van der Geest over Anna van Gogh-Kaulbach en haar roman Rika in het VOL-Nieuwsblad, Jaargang 11, nr 1 van januari 2012. Zie ook: A.M. Hulkenberg, Lisse rommeling.

Illustraties van W.K. de Bruin uit het boek “In het Bloembollenland”.

Nieuwe Kroniek over de jaren tachtig is uit

De Kleine Kroniek van Lisse in de tachtiger jaren van Arie in ‘t Veld is uit. Het is te koop bij Grimbergen.

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 4 Herfst 2018

Nieuwsflitsen

De nieuwste editie van de Kleine Kroniek van Lisse is uit. Dinsdagmiddag 20 november overhandigde auteur Arie in ’t Veld het eerste exemplaar aan oud-wethouder van cultuur Adri de Roon. Nu zijn ook de jaren van 1980 tot 1989 in Lisse vastgelegd. In ’t Veld deed twee jaar lang onderzoek in de archieven van de gemeente Lisse. Ook interviewde hij belangrijke mensen uit die tijd en raadpleegde hij kranten. Al deze informatie bundelde hij in een prachtig boek. “Een belangrijk onderwerp dat in die jaren speelde, was de sloop van het gemeentehuis,” vertelt de schrijver. “Dat hield de gemoederen aardig bezig. Je vindt hierover dan ook veel terug in mijn boek.” Vierde editie Opdrachtgever van het boek is de gemeente Lisse. Oud-wethouder De Roon bedacht het concept voor de boeken en gaf In ’t Veld de opdracht. Inmiddels is dit alweer de vierde Kleine Kroniek. De jaren vijftig, zestig, zeventig en tachtig zijn nu beschreven.

Veertiger jaren komt nog

Tijdens de overhandiging van het eerste exemplaar spraken huidig wethouder van cultuur Jeanet van der Laan en de auteur af dat het nu tijd is om de veertiger jaren te beschrijven. “Ik vind het belangrijk om juist die verhalen nu vast te gaan leggen”, aldus In ‘t Veld. “Nu zijn er nog mensen die er over kunnen vertellen. En het zijn bijzondere jaren in én vlak na de oorlog.” De nieuwste editie van de Kleine Kroniek van Lisse is verkrijgbaar bij Grimbergen Boeken, Heereweg 23.

Grenspalen te Lisse

Grenspalen te Lisse