Berichten

Kleine kroniek van Lisse 1990-1999

Nieuwflits

Nieuwsblad 24 nummer 2 2025
Helaas ging Arie in ’t Veld te vroeg van ons weg! Hij was al ver op dreef met het werk aan de aflevering van de “Kleine kroniek van Lisse” voor de negentiger jaren. Tot het laatst toe bleef hij werken tot het echt niet meer ging. Maar wie schrijft die blijft! Dat geldt zeker voor Arie. Zijn kronieken worden nog steeds veelvuldig gebruikt als naslagwerk. Bijvoorbeeld door de redactie van dit blad, waar Arie ook toebehoorde. Ed Olivier werd bereid gevonden om het laatste werkstuk van Arie af te maken. Ed heeft dat als een eervolle taak beschouwd en verrichtte  veel spit- en duikwerk in archieven. Ed heeft ook zijn sporen wel verdiend in het  schrijversvak. Omdat hij veel kennis over de geschiedenis van Lisse heeft, was het ook een logische keuze om Ed te vragen het werk van Arie af te maken. Het resultaat mag er zijn! Het is een pareltje voor de boekenkast, dat veel herinneringen doet herleven. In het raadhuis werd het boek feestelijk gepresenteerd. Een eerste exemplaar werd door de auteur en door Thea in ‘t Veld, de weduwe van Arie, overhandigd aan de burgemeester, wier voorganger op de cover van het boek staat geportretteerd. Wens van onze scheidende burgemeester is dat de serie de “Kleine kroniek van Lisse”, elke tien jaar een vervolg krijgt. Daar zijn wij van VOL het van harte mee eens

DE LISSERPOELPOLDER 400 jaar: Geschiedenis en Verandering

Dit boek beschrijft de boeiende geschiedenis van de Lisserpoelpolder, met nadruk op twee belangrijke kantelpunten: de droogmaking in 1624 en de woningbouw aan het eind van de 20e eeuw. Dit boek is nu te bestellen bij de VOL.

Redactie

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

Dit boek beschrijft de boeiende geschiedenis van de Lisserpoelpolder, met nadruk op twee belangrijke kantelpunten: de droogmaking in 1624 en de woningbouw aan het eind van de 20e eeuw. De Lisserpoelpolder, een van de oudste droogmakerijen van Zuid-Holland, veranderde in de 17e eeuw van een veenplas in vruchtbare landbouwgrond. Het beleg van Haarlem en Leiden was nog niet zo lang geleden, en de Tachtigjarige Oorlog duurde voort. Maar de bevolking in de steden groeide, er was meer behoefte aan landbouwproducten, en er heerste optimisme onder investeerders. Leidse investeerders gaven de aanzet tot de droogmaking, maar uiteindelijk vielen de opbrengsten tegen.
De droogmaking begon met twee schepradmolens, die voor 1645 werden omgebouwd tot vijzelmolens. De Grote Poelmolen, gebouwd in 1676 na een rampzalige dijkdoorbraak, was ook uitgerust met een vijzel. De Ringdijk beschermde eeuwenlang de Lisserpoelpolder en haar bewoners, maar faalde minstens vijfmaal, waardoor de polder onder water kwam te staan. De drooggelegde polder leverde een aanzienlijk stuk weidegrond op, wat de plaatselijke veeteelt en zuivelproductie een flinke impuls gaf. Bijna drieënhalve eeuw zou daar weinig veranderen, totdat de eerste woningbouw aan het eind van de 20e eeuw plaatsvond. Toen ging het snel: in enkele decennia werden ongeveer 3.200 woningen gebouwd, waarin nu zo’n 7.500 mensen wonen. Het aantal inwoners groeide sterk met mensen die niet van oorsprong uit Lisse kwamen. Ondanks deze veranderingen bleef een deel van de Poelpolder agrarisch, beheerd door boeren met lange familietradities.
De geschiedenis van de Poelpolder is nog steeds zichtbaar in het landschap, met fysieke en historische sporen zoals de Ringdijk en de Ringsloot. Dit boek benadrukt de culturele waarde van de Poelpolder en het belang van herinnering en eerbetoon aan het land en de mensen die er hebben geleefd en gewerkt.
Het boek over de geschiedenis van de Lisserpoelpolder kan nu besteld worden. Van 1 juni tot 15 juli 2024 is dit prachtige boek verkrijgbaar tegen de voordelige intekenprijs van € 20,-. 250 bladzijden met 150 illustraties Genaaid in harde band Intekenprijs € 20,- na 15 juli 2024: € 25,- Bestellen via: https://oudlisse.nl/bestel-boek-poel/

 

 

Liefs van Liz uit Lisse

Nieuwsflits

Nieuwsblad 24 december 2024

Else Wesseling heeft op dinsdag 19 november bij onze dinsdagochtendinloop haar pas uitgegeven prentenboek `Liefs van Liz
uit Lisse` gepresenteerd, gemaakt door Else en haar dochter Annemieke. Een mooi uitgegeven boek waarin met veel fantasie historie, natuur en cultuur van Lisse in kleurrijke tekeningen, in cartoons en collages worden verbeeld. Het meisje Cosmo gaat op de step met haar kippetje Liz, gekregen van boer Kortekaas, uitnodigingen bezorgen voor het verjaardagspartijtje van Liz die 1 jaar wordt. Ze wonen vlakbij `t Huys Dever en gaan via de Heemtuin naar de witte zwanen bij de kantoren van de HoBaHo en dan naar het gemeentehuis, waarde leeuw een uitnodiging krijgt. Nog meer uitnodigingen  worden bezorgd en uitgebeeld. Via het Vierkant en Blokhuis gaat het naar de bibliotheek. Blokhuiskat Pol met de drie pootjes krijgt ook een uitnodiging. Alle vriendjes vragen of Lammetje Groen ook een uitnodiging krijgt. Maar wie is Lammetje Groen? Via het beeld ´Meisje van Lisse´, langs de oranje koe bij het Lisser Art Museum, de geitjes van de kinderboerderij bij kasteel Keukenhof en de uilenbank komen ze bij een boerderijtje genaamd ´t Lammetje Groen. Daar zien ze eindelijk het lammetje. Wat blijkt, het lammetje is bijna 101 jaar oud! Blij dat nu het raadsel van het Lammetje Groen is opgelost, keren Cosmo en Liz weer tevreden naar huis. Annemieke en Else Wesseling hebben het boek uitgegeven in eigen beheer. De prijs van het boek is 19,95 euro.

Pareltje: Schat gravende schavuiten in Lisse

Op Kaageiland woonde de schrijver van deze avonturenreeks. In een paar van zijn boeken mag Lisse ook mee doen. Een zeer bijzonder mens die Willy van der Heide, of was het toch….. Afijn, lees maar wat Ria Grimbergen erover schrijft.

door Ria Grimbergen

Nieuwsblad 22 nummer 4  2023

ONDERGETEKENDE, Leontina Caroline Hissink, geboren te Lisse op 18 januari 1925, gehuwd met Johannes Grimbos, en wonende te Lisse, enige en wettige erfgename van Leonardus Carolus Hissink, gewoond hebbende Villa Serafina te Lisse, verklaart hiermede dat zij één vierde deel van alle op heden nog niet in haar bezit zijnde gedeelten der nalatenschap van haar vader (Leonardus Hissink) als opsporingsbeloning afstaat aan de drie navolgende personen: Arie Roos en Jan Prins, beiden wonende te Amsterdam en Robert Evers, wonende te Pittsburgh, U.S.A. Door deze onder elkaar te verdelen. Aldus te goeder trouw getekend, Leontina Grimbos-Hissink. Voorts door Arie Roos, Jan Prins, J.C. Grimbos, Bob Evers.

Met bovenstaand contract zijn we beland in het derde deel van wat bekend is geworden als de ‘Grimbos-trilogie’ in de Bob Evers-serie van Willy van der Heide, nom de plume van Willem van den Hout (1915-1985). Bas Romeyn deed eerder in het Nieuwsblad van de VOL verslag van zijn enthousiasme voor de serie, waarvan hij de delen kon lenen bij boekhandel De Volharding, die ook een leesbibliotheek exploiteerde. De Lisser jeugd zal blij geweest zijn met deze boekhandel in de Kapelstraat. De delen, die waren ingebonden en een stofomslag hadden, kostten vier gulden en vijftig cent, een bedrag dat in de jaren vijftig ver boven het budget van de gemiddelde Lisser scholier zal zijn gegaan. Het eerste deel verscheen in 1949 en nog 31 delen van de hand van Van der Heide zouden volgen. Jongens smulden van de avonturen van de twee hbs’ers Arie Roos en Jan Prins en hun Amerikaanse vriend Bob Evers. Ze zijn volwassenen te slim af, bedreigen boeven met al dan niet echte revolvers, slaan ze neer met zelfgemaakte wapenstokken en knevelen ze vervolgens professioneel. Bij vechtpartijen nemen ze heldhaftig mokerslagen in ontvangst en delen ze uit. De drie jongens rijden of in auto’s of in taxi’s, besturen motorboten en laten het geld rollen. Ze komen uit gegoede gezinnen en hebben met een eerder avontuur veel geld verdiend. De boeken zijn spannend en gekruid met humor. Zo schrijf je geen jongensboeken, was het commentaar van vier uitgevers op Van der Heides eerste typoscripten, totdat M. Stenvert en zoon uit Meppel het wel aandurfde en daarmee bestsellers in huis haalde. De uitgever verkocht meer dan vijf miljoen Bob Evers-boeken. Sommige openbare bibliotheken weerden de boeken, waarin de gangbare moraal ontbrak. ‘Niet aan te bevelen, op effect berekende nonsens’ vond het dagblad Het Vaderland over het eerste deel in de Grimbos-trilogie. Een hard oordeel komt uit sociaaldemocratische hoek. Het dagblad Het Vrije Volk geeft een deel uit de serie één kruisje, wat staat voor beter niet verschenen. Grove effecten met onwaarachtige helden en onbehouwen taal luidt de kritiek. De communistische recensent van De Waarheid ergert zich aan de ontaarde knokpartijen en vindt de boeken te Amerikaans en verwerpelijke lectuur. Positieve recensies staan in de regionale dagbladen de Winschoter Courant en het Twentsch dagblad Tubantia, die het fris geschreven en spannende avonturenverhalen vinden. ‘Een motorboot voor een drijvend flesje’ is het eerste deel in de trilogie en speelt zich onder andere af in Lisse, op Kaageiland en op de Kagerplassen. Het verhaal draait om een schat, die in de Tweede Wereldoorlog is verborgen in een landhuis met tuin en bos eromheen in Lisse. De familie Grimbos bewoont het vervallen domein. Arie Roos gaat met een privédetective in een mistige nacht op onderzoek uit. Op zoek naar het adres van de familie stopt hij in de Lissese hoofdstraat bij een telefooncel en zoekt in de telefoongids naar Grimbos. ‘Grimbos! P. S. H. …Publicist…’ ‘Een van die kerels zeker, die eens in de maand een stukje schrijven in het maandblad voor de Bloembollencultuur. Geen wonder dat zijn huis op inzakken staat’ is het smalende commentaar van Arie, die hier de spreekbuis is van Willy van der Heide. Een agent wijst het tweetal de weg naar het huis: ‘Rechtdoor. Derde straat links tot aan de brug. Dan over de brug rechts. Dat is hem’. Arie telt de straten links en zwaait af bij de derde. Hij slaat bij de brug rechtsaf en komt in een laan met aan weerszijden hoge kastanjebomen. Hieraan ligt op nummer 37 het vervallen landhuis dat bewoond wordt door het echtpaar Grimbos. Leontina Grimbos is de enige dochter van de welgestelde Frederik Hissink, die het huis 35 jaar daarvoor liet bouwen en het de naam Villa Serafina gaf. In de Tweede Wereldoorlog verkocht hij zijn bezittingen en kocht van de opbrengst bij zwarthandelaren goud en juwelen. De Duitsers vorderden Villa Serafina en Hissink trok in bij zijn tuinman. In maart 1945 verwoestte een bom het oostelijk gedeelte van de villa. Een andere bom kwam terecht op het tuinhuis en doodde Hissink en de tuinman. Zijn dochter erfde het huis. Het fortuin aan goud en juwelen dat Hissink in de kelder van Villa Serafina verborg, is verdwenen. In de Grimbos-trilogie gaan Arie en zijn vrienden op zoek naar de schat, waarbij ze de strijd aanbinden met schimmige onderwereldfiguren. Voor de oorlog werkte Willem van den Hout bij de persdienst van Philips. In 1939 werd hij opgeroepen voor militaire dienst. Het leger vond hij een lachertje. De Nederlandse moraal vermolmd. Hij sloot zich in 1941 aan bij Zwart Front van Arnold Meijer en werd propagandaleider van deze fascistische organisatie, maar hij hield dat na een half jaar voor gezien. Vervolgens werkte hij bij de Nederlandsche Omroep, de radio-omroep die geleid werd door
NSB’ers en Nazi’s. Een volgende werkkring vond Van den Hout bij het satirische blad De Gil, dat in de kiosken te koop was en in enorme oplagen verscheen. De Gil bespotte de NSB en de NSB’ers en leek een verzetsblad, maar in werkelijkheid stond het onder supervisie van de Duitse propaganda-afdeling van het Rijkscommissariaat. Het blad straalde een Amerikaanse geest uit en het was geen wonder dat van
de nummers 150.000 tot 200.000 exemplaren werden verkocht. De vlotte pen van Willem van den Hout droeg bij aan dit succes. Toen op 5 september 1944 het gerucht ging dat de geallieerden de grote rivieren waren overgestoken en NSB’ers massaal naar Duitsland vluchtten, hoonde Willem van den Hout in De Gil hun lafheid en met zijn oor voor goed in het gehoor liggende frases bestempelde hij de dag als Dolle Dinsdag, de term waaronder de dag nu in alle geschiedenisboeken voorkomt. Na het ter ziele gaan van het blad zette hij op last van de bezetter de Radio Gil Club op. Hier draaide hij tot het einde van de oorlog de verboden jazz- en dixielandplaten. Het was een door de Duitsers gefinancierde, schijnbaar illegale zender, waarin verhuld Duitse propaganda werd gemaakt. Na de bevrijding zat Van den Hout drie jaar in
voorarrest, maar een veroordeling bleef uit. Zijn detentie gebruikte hij om de eerste delen van de Bob Evers-serie te schrijven.

Willem van den Hout woonde op Kaageiland in het houten huisje links. Rechts café De Bontekoe.

Van den Hout kreeg na de oorlog een publicatieverbod van tien jaar opgelegd. Willem van den Hout was een van de kleurrijkste figuren die in het naoorlogse Nederland rondliepen. De Bollenstreek kende hij goed. In de jaren vijftig woonde hij op Kaageiland in een houten huisje naast de uitspanning De Bonte Koe. Hier schreef hij enkele van de Bob Evers-boeken. In 1967 dreef geldgebrek hem tot een onverstandige zet. Hij verkocht de rechten op de Bob Evers-serie voor een ton en had geen inkomsten meer uit royalty’s. Onder het pseudoniem Silvia Sillevis schreef hij meisjesromans, aan het seksblad Candy leverde hij bijdragen als Joke Raviera. Hij schreef onder de namen Willem W. Waterman,
Victor Valstar en Zsa Zsa Ferguson. In 1979 verscheen onder de naam Willy van der Heide het boek (‘Toen ik een Nieuw Leven ging beginnen, en andere waargebeurde verhalen uit de jaren vijftig’), een bundel met veel vaart geschreven autobiografische verhalen, die deels op Kaageiland spelen en amusant zijn, maar waarvan het waarheidsgehalte zeer dubieus is. Over de aartsprovocateur en practical joker met zijn martiale snor is veel geschreven. Er is een goed Wikipedia-lemma en op de website van het Bob Evers-genootschap www.bobevers.nl is veel informatie te vinden.

 

Grimbos-trilogie als Eekhoorn-pockets met tekeningen van J. H. Moriën.  Ze verschenen in de jaren zeventig in hoge oplagen.

Boek: DE LISSERPOELPOLDER 1624-2024

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

1 oktober 2024

door Nico Groen 

De Lisserpoelpolder is dit jaar 400 jaar geleden droog gemalen met 2 molens die stonden aan het einde van de huidige 2e Poellaan. Waar de naam Poelpolder vandaan komt, is niet duidelijk, maar het is helemaal geen polder maar een droogmakerij, ontstaan uit een diverse grote meren. Het boek is te bestellen bij de VOL.

 Dit boek beschrijft de boeiende geschiedenis van de Lisserpoelpolder, met nadruk op twee belangrijke kantelpunten: de droogmaking in 1624 en de woningbouw in  de tweede helft van de 20e eeuw. De Lisserpoelpolder, een van de oudste droogmakerijen van Zuid-Holland, veranderde in de 17e eeuw van een veenplas in vruchtbare landbouwgrond. Het beleg van Haarlem en Leiden was nog niet zo lang geleden en de Tachtigjarige Oorlog duurde voort. Maar de bevolking in de steden groeide. Er was meer behoefte aan landbouwproducten en er heerste optimisme onder investeerders. Leidse investeerders gaven de aanzet tot de droogmaking, maar uiteindelijk vielen de opbrengsten tegen. De droogmaking begon met twee schepradmolens, die vóór  1645 werden omgebouwd tot vijzelmolens. De Grote Poelmolen, gebouwd in 1676 na een rampzalige dijkdoorbraak, was ook uitgerust met een vijzel. De Ringdijk beschermde eeuwenlang de Lisserpoelpolder en haar bewoners, maar faalde minstens vijfmaal, waardoor de polder onder water kwam te staan. De drooggelegde polder leverde een aanzienlijk stuk weidegrond op, wat de plaatselijke veeteelt en zuivelproductie een flinke impuls gaf.

Woningbouw

Bijna drieënhalve eeuw zou daar weinig aan veranderen, totdat de eerste woningbouw in de tweede helft van de 20e eeuw plaatsvond. Toen ging het snel: in enkele decennia werden ongeveer 3.200 woningen gebouwd, waarin nu zo’n 7.500 mensen wonen. Het aantal inwoners groeide sterk met mensen die niet van oorsprong uit Lisse kwamen. Ondanks deze veranderingen bleef een deel van de Poelpolder agrarisch, beheerd door boeren met lange familietradities. De geschiedenis van de Poelpolder is nog steeds zichtbaar in het landschap, met fysieke en historische sporen zoals de Ringdijk en de Ringsloot. Dit boek benadrukt de culturele waarde van de Poelpolder en het belang van herinnering en is een eerbetoon aan het land en de mensen die er hebben geleefd en gewerkt. Er zijn in de polder nog vele tastbare dingen uit de tijd van de drooglegging. Zo is het slotenpatroon buiten de bebouwing nog precies hetzelfde als in 1624, ook de wegen en bruggen zijn niet veranderd. Aan de Rooversbroekdijk is te zien hoe de Ringsloot toen aan de oostkant van de polder liep. Dit gedeelte van de Ringsloot is vóór 1963 gedempt.

 Boek te koop

Het boek over de geschiedenis van de Lisserpoelpolder kan besteld worden bij de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Het  heeft 250 bladzijden met 150 illustraties en genaaid in harde band. Het boek kost € 25,- en is te bestellen via de website van de VOL: https://oudlisse.nl/bestel-boek-poel/. Er is een foto expositie over de Poelpolder vanaf 5 oktober tot begin november in de bibliotheek van Lisse.

Foto: De kaft van het boek ‘Lisserpoelpolder 1624-2024’
Foto: PR

 

 

 

Jubileumboekje De Zuidhoek – Julianastraat ‘in de bocht’

Nieuwsflits

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

Dit jaar vieren de bewoners van de Julianastraat ‘in de bocht’ hun 100-jarig bestaan. In april heeft de straat ter ere van haar eeuwfeest meegedaan met het mozaïeksteken en dat gecombineerd met een gezellig straatfeest. Wat rest is de verschijning van een boekje over de geschiedenis van de straat. Het boekje beschrijft de plannen van de gemeente voor de nieuwe straat, de mogelijkheid voor landarbeiders om met financiële hulp van de overheid een lapje grond te kopen om een huis op te zetten, en vertelt het verhaal van de eerste bewoners en de ontwikkelingen in de 100 jaar die de straat nu bestaat. Er is veel materiaal verzameld. Oud-bewoners zijn geraadpleegd, archieven doorgeploegd, oude foto’s gevonden, men heeft zich verdiept in de politieke ideeën over huisvesting 100 jaar geleden en per huisnummer de geschiedenis van het huis en haar bewoners weten te achterhalen. Het laat een interessant stuk sociale geschiedenis zien. Het boekje bevat 76 pagina’s met meer dan 100 afbeeldingen en foto’s. Het boekje kost € 15,- en is te bestellen door een mailtje te sturen naar: dezuidhoek100jaar@gmail.com.

DE LISSERPOELPOLDER 400 jaar Geschiedenis en Verandering

Nieuwsflits

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

Ontdek het fascinerende verhaal van de Lisserpoelpolder, een van de oudste droogmakerijen van Nederland. Vierhonderd jaar geleden werd een veenplas omgevormd tot vruchtbare landbouwgrond. In 1624 was de Tachtigjarige Oorlog nog gaande en de herinnering aan het Beleg van Haarlem en van Leiden lag nog vers in het geheugen. De bevolking van de steden groeide snel, de vraag naar landbouwproducten steeg en daardoor ook de vraag naar landbouwgrond. Het waren vooral Leidse investeerders die de droogmaking begonnen. De opbrengsten vielen echter tegen. De droogmaking begon met de aanleg van een ringdijk en een ringsloot. Vervolgens maalden twee schepradmolens het water weg. Deze werden al voor 1645 omgebouwd tot innovatieve vijzelmolens. De grote Poelmolen, die in 1676 werd gebouwd na een dijkdoorbraak, was ook uitgerust met een vijzel. De ringdijk beschermde de polder eeuwenlang, maar bezweek ook vijf keer. Het land kwam onder water te staan en werd telkens weer drooggemalen. De drooggelegde polder werd een uitgestrekt weidegebied met veeteelt en zuivelproductie. Dit bleef bijna drieënhalve eeuw ongewijzigd totdat in de  jaren zestig van de twintigste eeuw de eerste huizen werden gebouwd. In slechts enkele decennia verrezen er zo’n 3.200 woningen, waar nu ongeveer 7.500 mensen wonen. Door de woningbouw veranderde de polder sterk van karakter. Desondanks bleef een deel van de Poelpolder agrarisch, beheerd door boerenfamilies met lange tradities. De geschiedenis van de Poelpolder is nog steeds zichtbaar in het landschap, met historische sporen zoals de ringdijk en de ringsloot.

ISBN 9789090386799 264 bladzijden en 150 illustraties genaaid in harde band. Prijs € 25,-.
Een uitgave van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Boek ‘Samen Duin- en Bollenstreek’

Nieuwsflits

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

Begin april verscheen het boek ‘Samen Duin- en Bollenstreek’, een uitgave van de Stichting Graaf Carel van Lynden en de Gemeente Lisse. Het 75-jarig bestaan van de bloemententoonstelling Keukenhof was de aanleiding de cultuurhistorische instellingen en musea van de Duin- en Bollenstreek uit te nodigen een bijdrage aan het boek te leveren. Het boek opent met het verhaal van kasteel en landgoed Keukenhof, dat door de uitdrukkelijke wens van Jan Carel Elias graaf van Lynden, vastgelegd in zijn testament, behouden is gebleven. Ook het samengaan met de bloemententoonstelling Keukenhof in 2015 onder de naam Stichting Graaf Carel van Lynden wordt door Charlotte Ebers, conservator van Keukenhof, beschreven. De historische verenigingen van Noordwijkerhout en Voorhout vertellen de geschiedenis van respectievelijk de Abdij van Leeuwenhorst, het klooster voor adellijke vrouwen, en het Huis Boekenburg, beide lang geleden verdwenen. Ook Warmelda heeft een historische bijdrage. André van Noort schrijft over rijke stedelingen die in de achttiende eeuw in Warmond buitenplaatsen bewoonden en geheel in de geest van de tijd de natuurwetenschappen bestudeerden. Nico Groen en Jan van der Voet pleiten ervoor samen de verhalen over de geschiedenis te beleven. Hoe anders kijk je naar het dorp en de streek waar je woont als je wat van de historie weet. De Cultuur-Historische Vereniging ‘Oud Lisse’ wil graag midden in de samenleving staan en zij wil onderzoek naar de geschiedenis van Lisse en de beschrijving daarvan graag behouden voor volgende generaties. Ontroerend is de weg die Fons Hulkenberg aflegde van zevenjarige verzamelaar van plaatjes van Dever en Teylingen uit het plaatjesalbum ‘de Bloemenvelden’ tot redder van de ruïne van Dever en zijn inspanningen voor de restauratie ervan. Schrijver Ed Olivier kon voor dit zeer onderhoudende artikel gebruik maken van een ringband met Hulkenbergs dagboekaantekeningen over de aanloop tot en het herstel van Dever, die zich bevindt in het Dever-archief. Marca Bultink en Leo van Steijn delen namens het CHG (CultuurHistorisch Genootschap Duin- & Bollenstreek) hun zorgen over de toekomst van het landschap en het erfgoed van de Bollenstreek, dat van zoveel kanten wordt bedreigd. Zij blijven strijden tegen de aantasting ervan en roepen op samen op de bres te staan voor het behoud van de waarden van de Duin- en Bollenstreek.
Dit is een greep uit de zeventien artikelen die het boek telt. Gebonden met leeslint en met de vele kleurenillustraties is het voor het zeer schappelijke bedrag van euro 20,00 verkrijgbaar in de boekhandel.

 

’t Roemwaard Lisse: De schuilkerk (13)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

Ik ga mij zacht door lommerende dreven _,
Langs Wassergeest haar grondgebied begeven . . .

Jan de Graaff gaat de Catrijnelaan in, die zijn naam dankt aan Catryn, weduwe van Gerrvt Amelrycx Graef. In 1506 verkocht zij hier zes morgen land aan de Abdij Leeuwenhorst. Vroeger lag de laan tegen­over de Tweede Poellaan. Toen echter in 1808 de tuinen van Wasser-geest werden vergroot, is de Catrijnelaan iets verlegd. Een deel ervan werd later Essenlaan genoemd, niet te verwarren met de oude Eslaan langs de Phoenix. Nu komt onze dichter bij de schuurkerk bij Bloemhof aan de Achterweg.3 De kerkdeuren staan open. Hij aarzelt even, maar omdat hij nu eenmaal besloten heeft heel Lisse te beschrijven gaat hij binnen, waarbij wij hem zachtjes volgen.

‘k Zie de Roomse kerk haar deuren opgedaan,

Nu vlijt mijn plicht om binnen in te gaan. 

Mijn ziel verrukt, mijn oor gestreeld mits dezen

Vermits Gods naam zo hooglijk wordt geprezen.

Hier tempelwaarts door zang en orgeltoon

Ter eer van Codes majesteit en kroon!

Leeft, juicht tesaam, gij herder met uw schapen,

Nog lange tijd als rechte Jezus-knapen!

Vaart wel!

De onbekende tekenaar heeft het complex geschetst van de achterzijde, omdat het aan de kant van de Achterweg door schuren, bosschages, fruitbomen en een schutting aan het gezicht was onttrokken. Hij zit nu midden in het weiland, met het gezicht naar het oosten, terwijl hij de Loosterweg achter zich heeft. Links staat de pastoorwoning. Een royaal huis voor die dagen. Het lijkt wel van hout gebouwd. Waarschijnlijk is echter de westzijde, de regenzijde, met planken beschoten, om het inwateren van de muren tegen te gaan. (Spouwmuren waren nog onbe­kend). De linker voorbouw zal wel de keuken of bijkeuken zijn, met een aparte schoorsteen voor het fornuis. Daarvoor is een bouwsel, dat waarschijnlijk als turfhok zal hebben gediend. Om het binnenplaatsje van de pastorie is een muur gebouwd met een poortje en een klein tuinhuisje, dat uitzicht geeft op het boerenland. In genoemd poortje is juist de huishoudster van de pastoor verschenen, misschien een “geeste­lijke dochter”, die nu op het vlondertje staat bij het slootje dat achter langs de pastoriemuur loopt. Naast het pastoorshuis staat de kerk, ongeveer 9,75 m breed en bijna tweemaal zo lang. Hij heeft kleine raampjes met luikjes, die echter alle gesloten zijn. Aan de andere zijde waren waarschijnlijk geen raampjes aangebracht. Dit alles hoeft ons niet te verbazen. Algemeen mochten zich slechts daar ramen bevinden, waar het van buiten niet zichtbaar was. (Wie gaat nu tussen de koeien zitten! ) Bovendien moesten ramen en luiken tijdens de dienst veelal gesloten worden, opdat gezang, gebed of wierookgeur geen reden tot aanstoot zou zijn. In Lisse zal dit wel zijn meegevallen; de omwonenden waren zover bekend altijd “roomsgezind.” De kerk heeft een rieten dak, waarschijnlijk bestaande uit twee smalle kappen. Een verholen goot voert het water naar de regenbak of naar de sloot. De houten schuur rechts is kort voor de sloping in 1843 vervangen door de twee vervallen huisjes, die nog aanwezig zijn.

Van 1672 was de roomse kerk in deze uithoek gevestigd, sinds 1687 als afzonderlijke “Statie Lisse”. Pastoor Schaap; “ovem lana abundarum” zoals hij zich met de nodige zelfspot noemt, heeft omstreeks 1700 de “meer dan gewoon fraaie” pastorie gebouwd. Dit alles is in 1843 gesloopt, toen de kerk bij ’t Mossenhof gereed was. Het complex werd gekocht door de heren Engel en Leendert Kruijff, bloemisten te Sassen-heim. De genoemde twee huisjes bleven alleen staan. Van het afko­mende materiaal werd in Santpoort een hervormd kerkje gebouwd, dat in 1916 is afgebrand. In het dorp Lisse werd in 1843 de nieuwe kerk ingewijd. Gotisch, dat was pas de echte kerkstijl! Zestig jaar later verrees de huidige kerk, de “kathedraal van de bollenstreek” met een hoge toren en echte gemetselde gewelven.6 Toen was dat weer het ware! En nu weten we het alweer veel beter. Natuurlijk, we weten het nu beter . . ., we weten alles weer beter . . . Maar misschien hebben we soms toch nog wel eens een klein beetje heimwee naar zo’n besloten kerkje vol stille vroomheid, ergens ver weg op het boerenland.

Verder hebben we het gezang niet kunnen vernemen; de raampjes werden gesloten . . .

  1. De Aagtenkerk blz. 191 noot 54.
  2. Zie kaart achterin
  3. De Aagtenkerk blz. 94-96.
  4. Archief Van Lynden/Keukenhof, pak Bloemhof.
  5. Santpoort’s Weekblad, omstreeks 1969. De kerk is l juli 1844 ingebruik genomen.
  6. Ansichten blz. 55 en 62.
  7. 13. “Oude RoomscheKerk te Lisse”. Anonieme pentekening in kleuren. Tweede helft der 18e eeuw. 14×21 cm. Gemeentearchief Leiden LPV 77700

’t Roemwaard Lisse: Kaart van de Bedijkte Lisser Poel

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

Een kaart van de Poelpolder kort na de drooglegging in 1623/24. Links onder ligt het dorp Lisse met de “Binnenwegh” (Achterweg), Vuur-steeg, “Brouckwegh” (Kanaalstraat), de “Quawegh” (Broekweg en Grevelingstraat) en de “Graft”. Over de gedempte Gracht rijdt men thans de Poelpolder binnen. Aan de Gracht staat de korenmolen en daar dichtbij is de “Hotpoel”, die in de vorige eeuw is dichtgeplempt. Over de vaart die de Gracht via het Hotpoeltje met de Beek verbindt ligt in de Broekweg de Keizersbrugge, sinds 1764 een heul (blz. 42). Aan de onderzijde van de kaart is de “Verlaner Santsloot”, waardoor Van der Laan van Ter Specke zand afvoer (blz. 50). In het midden de “Trijnenlaen” en de “Nieuwe weg” (Tweede Poellaan) en nog iets naar rechts de “Nieuwe Waterlosinge” (het Mallegat) bij de Engel. De nieuwe polder is omgeven door de Ringsloot (Rijnsloot) en in het midden is de “Molenwateringe”. De laatste molenstomp is juist in 1970 gesloopt. Boven zien we het “Grote Meer”, “’t Langerack” en het “Kagermeer”, delen van het Haarlemmer of Leidse Meer, waarin “Abenes” en de “Rovers-brouck”1 eilanden waren. Bij de inpoldering van het Meer in 1854 zijn stukken van de Roversbroek en van de Lisserbroek (met zijn slingerend Turfspoor) afgesneden en bij de Haar lemmer meer polder getrokken. Sinds 1433 was het visrecht van de Poel door Philips van Bourgondië verpacht aan de stad Leiden.2 Het droogleggen is dan ook geschied door de drie Leidse “parochiekerken”, de St. Pieterskerk, de St. Pancras-of Hooglandse kerk en de Lieve-Vrouwekerk. Namens hen richtten “de Burgemeesteren en Regeerders der Stad Leiden” tot de Staten van Holland het verzoek aan deze kerken het octrooi tot droogmaking van het “Geestwater” te verlenen. Op l januari 1615 was men met de voorbereidingen reeds begonnen, zoals blijkt uit de stukken die zich in het Lissese Gemeentearchief bevinden. Nummer 472 is een “Declaratie ende specificatie van zodanige kosten als sedert den Ie januari anno 1615, her meten van de oever landen, gelegen aan de Meer en de Poel in Lisse, gedaan en gevallen zijn, ter cause van salaris, loon, vacatie, teerkosten (vertering), wagen- en schuit vracht en, zulks ende zo hierna gearticuleerd en verklaard staat, geteld in guldens, etc.”. Deze kosten zijn voornamelijk gemaakt door de secretaris van Rijnland, door Schout Van Immerzeel van Lisse en door Jan Pietersz Dou, gezworen landmeter van Rijnland.3 Toen de gevraagde vergunning afkwam is er met grote voortvarendheid gewerkt. In 1624 was de droogmaking een feit en kon het uitgeven van percelen een aanvang nemen. Verscheidene aangelan­den voelden zich echter te kort gedaan. Om een nette, rechte ringsloot te graven waren grote stukken land afgestoken en bij de nieuwe polder getrokken. In een uitvoerig “Verbaal” worden alle percelen genoemd, die door het bedijken kleiner zijn geworden.4 “Eerst de geestkant”, de westzijde, “beginnende aan ’t Scheid (de grens) van Sassenheim, gaande noord aan tot de Graft toe.” Jan Claaszoon van Zand vliet is hier 389,5 roeden kwijt, de Abdij van Leeuwenhorst te Noor dwijkwijkerhout, de eigenaresse was van het huidige land van Gebr. Meskers, 400,5 roeden, en achter Dever is zelfs 939 roeden, dus veel meer dan een hectare grond verloren gegaan. Aan de andere zijde van de Poel, in de Roversbroek, is hetzelfde gebeurd, evenals tussen de Graft en de “Grevelyn”. Pas na ampele besprekingen en langdurig financieel touwtrekken zal deze zaak in het reine kunnen komen. De financiën blijven trouwens een moeilijke zaak. De schout en gezworenen van Lisse, de kerkmeesters der drie kerken, mitsgaders de directeuren en ingelanden van de Poel zenden een fraai request naar de Staten van Holland en Westfriesland, waarin zij “met behoorlijke reverentie” te kennen geven, dat zij “naar het voorbeeld van diverse andere polders minder oppressie en kosten” van hun belastingen verlangen.5 Iets dergelijks komt regelmatig voor. Daar komt nog bij, dat ook de dorpen Lisse en Sassenheim enerzijds en de heemraden te Leiden en de gecommitteerden van de bedijking ander­zijds het over financiële zaken het maar niet eens kunnen worden. Zij beroepen zich op het Hof van Holland te ‘s-Gravenhage, maar dit verklaart in 1627 op een fraai perkament niet ontvankelijk te zijn.6 En zo duren de moeilijkheden maar voort. Tenslotte schrijft de schout een fraaie “Acte van insinuatie (aanzegging) en protestatie” tegen de dijk­graaf en de gecommitteerden van de Lisser Poel.7 Het gaat zo door, jaren lang …

Veel huizen zijn er in de Poel aanvankelijk niet gebouwd. Uytermeer, in 1642 een soort Noordhollandse stolphoeve (“de boerderij van Lange-veld”) en een jaar later de boerderij Poele-way. Dijkdoorbraak en overstroming: 1677, 17668, en Kerstmis 1838. De hele nacht was Piet Verdegaal (van Poele-way) in de weer! Verdegaal is er niet meer en Poele-way is gesloopt. Nu moet Lisse zelf op de dijken acht geven.

  1.   A.M. Hulkenberg, Het Huis Dever te Lisse (1966), blz. 75/76.
  2. A.J. van der Aa, Aardrijksk. Woordenb. (1845).
  3. Gemeentearch. m. 412.
  4. ld. 473.
  5. ld. 474.
  6. ld.475.
  7.  ld. 476.
  8.  Zie ook 477.

 

  1. 7. Kaart van de zo juist bedijkte Lisser Poelpolder getekend door Jan Pietersz Dou(w) gezworen landmeter van Rijnland in 1624. Kopergravure 19,5 x 32,5 cm. Archief Hoogheemraadschap Rijnland te Leiden en elders