Berichten

Keukenhof 11 – Schaapskooi

De schaapskooi met riet gedekt op het kruispunt van Loosterweg- Noord en de Stationsweg. Deze kooi uit de 19e eeuw is in 1992 herbouwd.

Kadasternummer: C-3306.

Monumentnummer: 511417.

Aan de overzijde van de Stationsweg staat een op cirkelvormige grondslag opgetrokken schaapskooi van boomstammetjes onder een rieten dak, oorspronkelijk vermoedelijk daterend uit het begin van de 20ste-eeuw doch in ca.1992 geheel vernieuwd. Voorbeeld van een in rustieke trant uitgevoerde schaapskooi passend in een landschappelijke aanleg. De schaapskkoi is van belang vanwege het materiaalgebruik en als voorbeeld van landelijke rustieke bouwkunst.

Achterweg-Zuid 35,37,39 – Boerderij Wassergeest met bollenschuur

Boerderij “Wassergeest” met aangebouwde woonhuizen in de archaïsche stijl gebouwd op de fundamenten van de gesloopte buitenplaats “Wassergeest”.

Kadaster: B-2820, Monumentnummer: 516112. Bouwjaar: 1852

Omstreeks 1660 moet er bewoning ter plaatse zijn begonnen. De buitenplaats werd gesticht door Adriaan van der Laen (1598 -1680). Oorspronkelijk was het ongeveer 32 morgen (ongeveer 25,6 hectare) groot. Het groeide uit tot een prachtig buiten. Het buitenhuis werd omgeven door een zeer fraaie tuin. Er is een reeks van eigenaren bekend die het als buiten gebruikten, maar die hier ook wel gewoond hebben. In 1804 kwam het in bezit van D.P.J. van der Staal van Piershil. (de Staalbrug herinnert nog aan deze eigenaar). Het landgoed werd hierna aanzienlijk uitgebreid. Het landgoed Wassergeest strekte zich uit van de Heereweg in het oosten tot de Leidsevaart in het westen.

In 1852 werd Wassergeest verkocht aan Johan Frederik Steengracht . Via de familie Steengracht kwam het buiten aan de eigenaren van Keukenhof, de Van Lyndens. Eind 19e eeuw waren het herenhuis en de andere gebouwen gedeeltelijk gesloopt en het geheel was omgevormd tot boerderij. In de tweede helft van de 19de eeuw deed ook de bloembollencultuur haar intrede op Wassergeest. In de tweede helft van de 20e eeuw zijn aanzienlijke delen van het landgoed verkocht.

Niet onvermeld mag de volgende anekdote blijven:
Het is november 1813. Napoleon is verslagen. Den Haag voelde zich bevrijd. Enkele voorname heren togen naar Amsterdam om samen een regering te vormen. De heren in Amsterdam durfden hun nek nog niet uit te steken. De koets met de Haagse delegatie keert huiswaarts en komt op de terugweg door Lisse. Zij verblijven op Wassergeest als gast van de eigenaar van der Staal. Ook de heer van der Staal zet zijn handtekening onder de proclamatie, die was opgesteld door G.K. Hogendorp.
Het is een mooi verhaal, maar historisch waarschijnlijk onjuist. Het meest aannemelijk is dat het landgoed Elsbroek in Hillegom de eer van de proclamatie van 1813 te beurt viel.

In woorddeel “geest” vindt u niet alleen in de naam Wassergeest terug. Geest, en in het Fries gaast, betekent zand. We vinden het ook terug in aardrijkskundige namen als Oegstgeest en Gaasterland. En in het woord geestgronden natuurlijk.

Tewkening van Rademaker

Achterweg 35 37 39 achter

Achterweg 35 37 39 achter

Achterweg 2 - Woonboerderij

Achterweg 02 – Woning

Het is een woonhuis van een voormalige boerderij.

Kadaster: C-0962. Bouwjaar: ca 1900.

 

Vroeger stond hierachter een boerderij

EREPENNING VOL 2017 VOOR ‘BOERDERIJ ZWANENDRIFT’

De eigenaar van ‘Boerderij Zwanendrift’ kreeg de erepenning 2017 voor zorgvuldige renovatie. De geschiedenis vanaf de 15e eeuw wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

7 maart 2017

door Nico Groen
           
De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” is vanaf de oprichting in 1991 altijd zeer betrokken geweest bij het behoud en het verfraaien van markante panden. Daarom is al vrij snel de jaarlijkse erepenning van de Vereniging Oud Lisse ingesteld. Dit als blijk van waardering voor bewoners die zich op een bijzondere manier hebben ingespannen om hun pand op een goede en verantwoorde manier te behouden.
Op de jaarvergadering van de VOL op 21 februari maakten Chris Balkenende en Hans Verschoor bekend, dat deze erepenning in 2017 naar de bewoners van boerderij Zwanendrift, Laan van Rijckevorsel 16, gaat. De op een groot scherm afgebeelde foto’s van de boerderij plus aangebouwde woning van vroeger en nu vielen bij de bijna 70 belangstellenden zeer goed in de smaak.
 
Boerderij Zwanendrift heeft een lange geschiedenis.
Carla Kieft-Schrama reikte namens de Vereniging Oud Lisse de erepenning uit aan Dick en Monica Zeldenthuis. Carla is een dochter van de vroegere eigenaar van Zwanendrift. Zij beschreef de geschiedenis van de bewoners en de boerderij.
De veeboerderij met het zomerhuis heeft al een zeer oude historie. Het met Oegstgeester pannen gedekte voorhuis dateert van 1862. Er is ook een oude kaaskelder uit die tijd onder het voorhuis.
De voorzitter van het Huis Dever in Lisse, Ignus Maes heeft een historisch onderzoek gedaan  naar deze vanouds adellijke boerderij en daar een heel boekje over geschreven.
Volgens het onderzoek van Ignus Maes zijn delen van de stal al van omstreeks 1550. Op oude kaarten van rond 1600 staat op deze plaats al een groot huis/boerderij.
Ook bleek uit kadaster gegevens van 1812, dat de eigenaar van het oude middeleeuwse Huis Dever in Lisse, Baron Heereman van Zuydtwijck, ook eigenaar was van deze boerderij. Het recht op zwanendrift (op het vangen van zwanen) was oorspronkelijk een adellijk recht, dat door de graaf meestal in leen werd gegeven aan een ambachtsheer of stad. Dit verklaart waarom deze boerderij het recht op zwanendrift had en waarom deze boerderij zo heette.

Bewoning
In 1853 wordt boerderij Zwanendrift gekocht door Petrus Verdegaal, die in 1809 geboren was. Hij was boer op boerderij Poeleway, net binnen de Lisser Poelpolder, waar nu ongeveer de Pauluskerk staat. Zijn zoon Willem werd boer op Zwanendrift. Hij is er lang blijven boeren. Na zijn dood in 1901 zetten zijn kinderen het bedrijf voort. In 1937 gaat de boerderij over naar neef Wilhelmus Johannes Schrama, die hoofdzakelijk werd opgevoed bij de familie Verdegaal.
 
De restauratie is geslaagd
Ook nadat Zwanendrift, na de bebouwing van de Poelpolder vanaf de jaren zestig, langzamerhand de functie van boerderij verloor, bleef mevrouw Schrama op de boerderij wonen. Na haar overlijden in 2011 werd de boerderij verkocht. De nieuwe eigenaren begonnen een uitgebreide renovatie, waarbij de buitenkant van het aangebouwde woonhuis in de oorspronkelijke staat bleef. Architect D. van Egmond is er goed in geslaagd veel historische elementen te bewaren. De achterliggende boerderij  was zo slecht dat deze gedeeltelijk moest worden afgebroken, maar is op de oorspronkelijke plaats in dezelfde vorm herbouwd. Het geheel, inclusief zomerhuis en aangepaste hooiberg, ziet er nu zo goed uit, dat het mogelijk wel een rijksmonument zou kunnen worden. Dick Zeldenthuis gaat met behulp van de Vereniging Oud Lisse zich hiervoor in ieder geval inzetten. Boerderij Zwanendrift is nu een gemeentelijk monument.

De gerestaureerde voorgevel van het voorhuis Foto: Nico Groen

Van boerderij met koeien via melkhandel naar restaurants

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 7 – Hart voor Historie: Kanaalstraat 22 en 22a
Uit het Witte Weekblad van 29 augustus 2007

Grootmoeder Hulsbosch op de melkkar. Op de achtergrond is te zien de wagenschuur, die in de nabije toekomst uit het Lisser straatbeeld verdwijnt. (Foto: familiearchief – Theo Hulsbosch)

LISSE – Beeldbepalend dorpsgezicht in het centrum is de combinatie van de adressen Kanaalstraat 22 en 22a. De karakteristieke boerderij ter hoogte van de Wagenstraat was vele jaren het woonhuis annex bedrijfspand van melkboer Hulsbosch. Thans zijn hierin de restaurants Vrouw Holle en La Fontana gevestigd. Ondanks meerdere grote verbouwingen zijn beide restauranthouders erin geslaagd de authentieke sfeer te behouden.

Samen met zijn compagnon Mickey Yazide runt Eric Braspenning het Italiaans restaurant La Fontana. Hij weet zich nog goed het moment te herinneren dat zij de winterboerderij in gebruik wilden nemen: ‘Aanvankelijk zou een ander bedrijf zich op deze locatie vestigen. Met de verbouwingswerkzaamheden was al begonnen, maar die zijn uiteindelijk niet doorgegaan. Vervolgens was het aan ons de voormalige koeienstal met woongedeelte tot restaurant om te turnen.’

Boerderijsfeer
‘Besloten werd de authentieke boerderijsfeer te behouden. Dit heeft ons veel waardering opgeleverd.

De uitvoering werd in 1991 zelfs beloond met de erepenning van de Vereniging Oud Lisse.’ De boerderij is nog steeds in bezit van de familie Hulsbosch, die bijna een eeuw op deze locatie woonachtig was. Theo Hulsbosch is een van de vijf kinderen die deel uit maken van de derde generatie die er is opgegroeid. Hoe oud de boerderij precies is, weet hij niet. De Vereniging Oud Lisse achterhaalde in de gemeentelijke archieven wel, dat ene Van der Vlugt het pand in 1812 kocht van weduwe Van Klaveren. Volgens Hulsbosch was er ooit een timmerbedrijf gevestigd. ‘Mijn overgrootvader had een boerderij op de plaats van het oude postkantoor; waar nu De Madelief wordt gebouwd.
Zijn zoon vestigde zich in de Kanaalstraat, het gedeelte dat vroeger Broek Steeg werd genoemd.
Het complex omvat onder meer een zomer- en wintergedeelte, hooiberg, karnruimte en wagenschuur. De koeienstal bevond zich in de winterboerderij, dat aan de voorzijde een woonhuis kende. Tot 1984 woonden hier twee tantes van Hulsbosch. Zelf woonde hij met zijn ouders en de rest van de familie in de zomerboerderij, waar thans Vrouw Holle in is gevestigd.
De melkwinkel bevond zich hier ook; de toegang was rechts aan de zijkant. Een paar oude melkbussen zijn nog stille getuigen. In de karnruimte aan de voorzijde, met rieten dak, duwde een paard de karnstok voort.
Het achtergedeelte, met hooiberg, wagenschuur en opstallen, is onlangs verkocht aan Bouwbedrijf Castien, dat hiervoor bouwplannen heeft.

Verandering
‘Ten tijde van mijn grootvader was de boerderij een melkveebedrijf. Hierin kwam verandering, toen mijn vader, Jaap Hulsbosch, in het kader van saneringswetgeving, een keuze moest maken: veebedrijf of melkhandel. Het feit dat er steeds minder grasland in de directe nabijheid voorhanden was om de koeien te laten grazen, gaf de doorslag om verder te gaan als melkhandel. Tot 1970 heeft mijn vader – aanvankelijk met paard en wagen, later met een elektrische melkwagen – menig Lisser in de wijk van melk en melkproducten voorzien. Zeven dagen in de week, dus ook op zondag, gebeurde het dat iemand achterom nog even wat melk kwam halen.’

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Een handgemeen bij boerderij Klopjeshoven, 1847

Op een schilderij is boerderij Klopjeshove te zien. In 1847 was Hermanus Wubben daar boer. Anthonie van der Vossen was de baas van het personeel. Er was een gerucht dat van der Vossen geld schuldig was aan zijn werknemer Toon van der Linden. Het werd slaande ruzie, waarvan aangifte werd gedaan.

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 11 nummer 4, oktober 2012

Uit het politierapport van Lisse, deel 14

Wie is wie?
In deze alweer veertiende aflevering van de Lissese politierapporten spelen de volgende personen een rol. Allereerst is dat Manus, ofwel Hermanus, Wubben. Hij was boer op boerderij Klopjeshoven aan de Achterweg bij het Mallegat. Tijdgenoten noemen Manus een rare kwast, ‘rauw en raar’.

De koeien in de stal stonden altijd omgekeerd en het melkgerei rammelde.
Anthonie van der Linden, de ‘bouwmansknecht’ die hier even verderop een flink pak slaag krijgt van Van der Vossen, was in 1825 geboren te Hillegom. In het jaar dat zich het incident met Van der Vossen voordeed, had zijn echtgenote, Alida Westerhoven, een kind ter wereld gebracht, genaamd Adrianus. Het is niet duidelijk waar en wanneer Anthonie met haar in het huwelijk was getreden. In 1853 treedt hij te Warmond opnieuw in het huwelijk met Hendrika Westerhoven, mogelijk familie van zijn eerste vrouw. Het jaar daarop vinden we hem woonachtig in Oegstgeest. Later woont hij in de gemeente Haarlemmermeer, waar zijn tweede echtgenote in 1868 overlijdt. Zijn derde echtgenote werd Catharina Klein. Anthonie overleed in 1897. Catharina in 1917. Het lijkt aannemelijk dat het welstandsniveau van het gezin van Anthonie, of ‘Toon’, nooit erg hoog is geweest. Dat kan ook verklaren waarom ze steeds van het ene dorp naar het andere verhuisden.
De derde persoon die in dit verhaal een (nogal kwalijke) rol speelt, is Anthonie van der Vossen. Hij was geboren in 1816. In 1845 huwde hij met Wilhelmina Alkemade. Hij staat te boek als ‘arbeider’ maar had waarschijnlijk een leidinggevende functie. Uit het hiernavolgende politierapport blijkt namelijk dat hij ‘baas’ was van het personeel dat Manus Wubben op zijn boerderij in dienst had. Daar hoorde ook Toon van der Linden bij en een zekere Doris Alkemade. Laatstgenoemde was een zwager van Van der Vossen. Wilhelmina Alkemade, met wie Van der Vossen in 1845 in het huwelijk was getreden, was namelijk een zuster van Doris. We zullen zien dat deze familierelatie één van de oorzaken kan zijn geweest waarom Doris zich zo teruggetrokken opstelde bij het geven van een getuigenis over het hele voorval en eigenlijk zijn zwager gewoon napraatte.

Boerderij Klopjeshove

Dit schilderij stelt boerderij Klopjeshoven voor. Het water op de voorgrond is het Mallegat. Zoals bekend loopt deze onder een brug door in de Achterweg. Inderdaad is links de leuning van een brug weergegeven. We kijken tegen de achterzijde van de boerderij aan, waar waarschijnlijk ook het handgemeen plaatsvond. Datering is helaas onbekend. Het schilderij is in bezit van mevrouw Van der Voort-van Rijn in Spanje. Met dank aan haar en de heer Do van Rijn te Lisse.

Het gerucht…
In het dorpje Lisse van het midden van de negentiende eeuw dat wij inmiddels zo goed kennen, draait de roddelmachine weer op volle toeren. Welk gerucht deed nu weer de ronde? Welnu, Anthonie van der Linden zou het verhaal verspreid hebben dat zijn naamgenoot Anthonius van der Vossen, zijn baas op boerderij Klopjeshoven, hem nog salaris schuldig was. Wat een schande! De tijden waren in economisch opzicht toch al zo ongunstig.

En een gezin onderhouden was moeilijk. Er moesten zoveel monden gevoed worden. Van der Vossen zal dus wel het nodige te horen hebben gekregen.

De confrontatie
Op een dag staat Van der Linden te praten met zijn baas, Van der Vossen, en zijn collega Doris Alkemade. De plaats van handeling is de dorsvloer, die zich waarschijnlijk bevond in een schuur niet ver van de boerderij, bewoond door Manus Wubben. Op zo’n dorsvloer lag het koren uitgespreid. Door er op te slaan met een zogenaamde dorsvlegel werd het fijngemaakt. Na een tijdje te hebben staan praten, kwam het gesprek – onvermijdelijk – uit op het bovengenoemde gerucht, wat er dus op neer kwam dat Van der Vossen geld schuldig was aan Van der Linden. Echter, Van der Linden was zich van geen kwaad bewust. Van der Vossen duwde hem daarop naar buiten op het erf ‘en hem een stomp voor de oogen had gegeven, zoo dat hij achterover tegen een bargroede (de roede van een hooiberg) was geslagen en een buil op’t achterhoofd bekomen hebbende’. Na hem nog getrakteerd te hebben op een paar laatste klappen, trok Van der Vossen zich weer terug en ging gewoon weer aan het werk. Van der Linden stond op, terwijl hij nog sterretjes zag, en liep naar Van der Vossen. Hij trok stevig van leer met de harde woorden ‘dat het lelijk stond iemand zoo te mishandelen’.

Doris laat het afweten
Doris Alkemade had alles gezien en stond er een beetje beteuterd bij. Het slachtoffer met het blauwe oog en de buil achterop zijn hoofd vroeg hem of hij inderdaad wel had gezegd dat Van der Vossen hem geld schuldig was. Doris begon zich steeds ongemakkelijker te voelen. Wat moest hij nu zeggen zonder de betreffende agressor tegen de haren in te strijken? Hij had geen zin in een pak slaag, nu hij gezien had hoe zijn baas Toon had aangepakt. Bovendien was Doris, zoals we reeds eerder vermeldden, een zwager van de man met de losse handjes. Dus stamelde hij: ‘Ik wil er niets van zeggen. Anders valt er alleen nog maar meer voor’.

Er wordt rapport opgemaakt…
Toon van der Linden begaf zich naar het raadhuis op ’t Vierkant, teneinde het hele voorval vast te laten leggen. Drie dagen later roept de burgemeester Van der Vossen op het matje. Ook daarvan wordt rapport opgemaakt. Eerst wordt hem het vorige rapport, dat was opgemaakt naar aanleiding van het relaas van Toon van der Linden, voorgelezen. Vervolgens wordt hem, keurig volgens de procedure, gevraagd wat zijn reactie hierop is. Natuurlijk weet hij nergens van af. Maar dan gooit hij het over een andere boeg. Het verhaal is dat hij nu wél geld schuldig is aan Van der Linden, maar het gaat om slechts twee dubbeltjes voor een halve dag werk. Twintig cent, dat valt waarachtig toch mee! Dan komt ook Doris Alkemade binnen met de staart tussen zijn benen. Hij was nog steeds niet van plan zijn zwager voor het hoofd te stoten en zei dus dat hij ‘evenzeer van al het bovenstaande niets af weet’. En hij praatte zijn zwager helemaal exact na door ook het verhaal van de twee dubbeltjes te bevestigen.

Conclusie
Ook hier zien we weer wat de gevolgen konden zijn van een roddeltje voor de betrokken personen. Zeker als het om nog te betalen salaris ging. Want behalve redelijk welgestelde mensen, telde Lisse in die dagen toch ook heel wat armen. Het lijkt er inmiddels een beetje op, wanneer we de politierapporten doorlezen, dat er heel wat psychisch zieke of gestoorde mensen rondliepen in het Lisse van die dagen. Maar we moeten bedenken dat er ook nog geen psychiatrische ziekenhuizen waren en van psychiatrische aandoeningen was nog niet veel bekend. En dus liepen deze mensen gewoon op straat.

Bronnen
Gemeentearchief Lisse, inv.nr. 1115 (politierapporten)
Gemeentearchief Lisse, bevolkingsregisters.
www.genlias.nl

In de naam Klopjeshoven betekent ‘klopjes’ ‘nonnetjes’. De naam zal gekozen zijn vanwege de nabijheid van de Roomse schuilkerk.
A.M. Hulkenberg, De Aagtenkerk van Lisse (Lisse, 1960), p. 139
De lezer van nu zou iets hardere woorden verwachten, maar opgemerkt dient te worden dat men anno 1847 net iets andere woorden koos.

Copyright © 2012 Vereniging Oud Lisse

3e Poellaan 62 – Boerderij ‘Ouderzorg’

Boerenwoonhuis met aangebouwde stal en wagenschuur.

Kadaster: E-3561. Bouwjaar: 1925. 

Het woonhuis heeft een symmetrische voorgevel en een bouwmassa van één bouwlaag met borstwering. Mansarde schilddak met de nok haaks op de weg. De stal is veel lager en heeft een bouwlaag onder een zadeldak. De gevel van het woonhuis bestaat uit rood-grauwe baksteen in halfsteensverband op een trasraam. Op de penanten ter weerszijden van de ramen op de verdieping zijn drie gepleisterde vlakken aangebracht. In die vlakken is de tekst aangebracht: OUDER 1925 ZORG.

Boerderij Ouderzorg  met 2 fraaie hekpeilers

Achterweg-Zuid 56 – Complex ‘Grotenhof’

De bewoningsgeschiedenis wordt besproken.

Kadaster: B-2460, B-3199. Bouwjaar: 19e eeuw, herbouw 1971, nieuwbouw 2012?

Aanvankelijk bevond zich hier in de zestiende eeuw een boerenhofstede, in bezit van de fam. Van der Laen, die ook Ter Specke bezat. Waarschijnlijk bevatte de boerderij een iets fraaiere kamer, waar de eigenaar ‘s zomers kon vertoeven. Later groeide deze uit tot herenboerderij.
Dat is reeds het geval in 1640. In dat jaar gaat Grotenhof over in handen van de familie Six uit Amsterdam. Deze breidde het grondbezit dat bij de buitenplaats hoorde aanzienlijk uit. In 1765 erft Cornelis Jacob van der Lijn Grotenhof en laat het verbouwen en uitbreiden. Hij geraakt echter in financiële problemen, waardoor het landgoed uiteenvalt.
In 1793 wordt het huis tenslotte gesloopt, m.u.v. de tuinmanswoning. Van 1802 tot 1858 is Grotenhof in bezit van bloembollenkweker en –transporteur R.C. Affourtit (1775-1858). Hij introduceert de bloembollenkwekerij op Grotenhof.
Na zijn dood wordt Grotenhof verkocht aan Cecilia Maria Steengracht, die tevens eigenares was van Keukenhof en het nabijgelegen landgoed Wassergeest. In 1900 gaan landgoed Wassergeest en Grotenhof weer ieder hun eigen weg.
In 1971 komt het in handen van de heer Elout. Hij laat het negentiende-eeuwse gebouw slopen om er een nieuwe woning op te trekken. Deze lijkt echter als twee druppels water op het oude gebouw.
In 2007 verkoopt hij Grotenhof aan de heer J. Zwaan. Deze laat het huis slopen m.u.v. de bollenschuur. Het ligt in de bedoeling om een nieuw pand op te trekken dat wat meer de uitstraling zal hebben van een buitenplaats. De directe omgeving zal worden ingericht als park, zodat we kunnen stellen dat Grotenhof weer een buitenplaats zal worden in de nabije toekomst.
Complexonderdelen staan op de gemeentelijke monumentenlijst. De bollenschuur, daterend van rond 1900, valt hier onder. Achter de bollenschuur bevindt zich een gemetselde tuinmuur met steunberen.
Bijzonder is de gemetselde stenen hekpijler, die een restant is van het 18de eeuwse toegangshek. In het metselwerk enkele natuurstenen blokken. De paal is afgedekt met een zandstenen geprofileerde plaat.

Helaas is in 2010 de bollenschuur die op de gemeentelijke monumentenlijst stond illegaal gesloopt. De fraaie gemetselde hekpijler, restant van de 18e eeuwse toegangshek maar inmiddels fiks beschadigd, ligt er anno 2012 nog steeds voor oud vuil bij, maar is ondertussen herbouwd. De woning is herbouwd en veel groter geworden als het vorige huis.

De oude bollenschuur is vervangen door een hogere schuur.

Het het was in vervallen staat. Nu is het hersteld, maar groter als eerst

Tekening van Grotenhof, gemaakt door Rademaker

Heereweg 460-460A – Voormalige boerderij ‘Bergman’

Voor is het woongedeelte. De bollenschuur is aan de woning vastgebouwd.

Kadaster: B-2892, B-2891 en B-3233. Bouwjaar: woonhuis 1877, bollenschuur 1908. Vrijstaande schuur ca. 1900.

Bij deze boerderij is de overgang van veehouderij naar bollenteelt nog af te lezen. De voorgevel van de boerderij heeft mooie, rijk geornamenteerde windveren die met een makelaar worden afgesloten. Boven in de voorgevel zit een zgn. engelenraam. Een engelenraam (of engelenvenster) is een driedelig venster waarbij het middelste raam hoger is dan de andere ramen en een gebogen bovenregel heeft. In de rechter zijgevel van het woonhuis en ook in die van de bollenschuur zit een hardstenen jaarsteen, respectievelijk 1877 en 1908. Rechts van het hoofdgebouw staat een bakstenen schuur in eenzelfde stijl als de boerderij. Dit gedeelte heeft als wagenschuur dienst gedaan. In dit bedrijf is professor E. van Slogteren, ‘de plantendokter ‘, directeur van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek, ooit zijn laboratorium begonnen. De start was op een zolder, waar nu nog een stelling is. Op 11 april 1917 begon hij zijn onderzoek in een kamertje in de Rijkstuinbouwwinterschool (later de tuinbouwschool). In die periode moet hij dus een soort tijdelijk laboratorium gehad hebben op Heereweg 460. In 1920 begon men met de bouw van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek.

Heereweg 460 – Boerderij met bollenschuur

Heereweg 460 – Zijschuur

Heereweg 460 – bollenschuur

boerderij,landgoed,woning

Heereweg 473 – Boerderij ‘Ter Beek’

Boerderij met poortje en losstaand bijgebouw.
Kadaster B-2537. Bouwjaar: 1910.

Boerderijcomplex met boerderij en karakteristiek bijgebouw. Hoofdgebouw bestaat uit een pand met een rechthoekige plattegrond, één bouwlaag hoog onder een zadeldak gedekt met gesmoorde pannen. Topgevel met vijf vensterassen en nagenoeg symmetrische gevelindeling. Rijke detaillering.

Architectonisch gezien een gaaf voorbeeld van bouwstijl, als uiting van tijdgebonden architectuur.

Boerderij ‘Ter Beek’ kreeg in 1996 de erepenning van de VOL voor de grondige renovatie.

 

boerderij,landgoed,woning

Boerderij Ter Beek