Berichten

ANNA VAN GOGH-KAULBACH 1869-1960

Anna Kaulbach heeft 40 romans en vele andere artikelen geschreven. Grootvader Kalbach was vanuit Duitsland naar Nederland gekomen. Na haar huwelijk in 1899 woonden zij en haar man aan de Heereweg 296. Het huis was toen net gebouwd. Vanaf 1903 woonden zij op Hoofdstraat 18 in Sassenheim. In 1906 gingen zij naar Haarlem en daarna in Arnhem.

door Aad van der Geest

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 1, januari 2012

Anna van Gogh-Kaulbach.

Wie was deze vrouw die ons zo’n slordige veertig titels (romans), meerdere toneelstukken, hoorspelen, novellen, vertalingen, bundels proza, losse verhalen, kinderboeken, reisverslagen en de nodige krantenartikelen heeft nagelaten? Wie weet nog dat zij en haar man, Willem Jacob van Gogh, aan het begin van de vorige eeuw enige jaren te Sassenheim woonden, alwaar hun beider dochtertjes geboren zijn? In de Lisser Poelpolder is er een straat naar haar vernoemd de ‘Anna Kaulbachstraat’ terwijl wij haar in Sassenheim zo goed als vergeten lijken te zijn. Het leek ons daarom passend enkele hoogte- en dieptepunten uit haar lang en bewogen leven op te halen en deze lang en vervlogen herinneringen voor later veilig te stellen.

Jeugdjaren

Haar vader was Franz Ludwig Eduard Kaulbach en haar moeder Helena Maria Cornelia van Reijn. Grootvader Kaulbach was vanuit Duitsland ooit naar Nederland gekomen en had het Nederlanderschap aangenomen terwijl de voorouders van moederskant afstamden van naar Nederland uitgeweken Hugenoten. Anna Maria werd op 31 december 1869 in Velsen geboren alwaar haar vader arts was. Ondanks dit beroep verloor het gezin maar liefst zes kinderen kort na de geboorte en alleen Anna bleef in leven. ‘De levenskracht, door het lot aan mijn broertjes en zusjes onthouden, had mij een dubbele portie toebedeeld, zo leek het,’ schreef zij later. In 1877, op haar zevende jaar ging zij naar de meisjesschool in Beverwijk, waar een aldaar wonende jonge Willem Royaards destijds al opviel tijdens toneelvoorstellingen op schoolfeestjes. Tot de huisvrienden van haar ouders behoorden o.a. F. Domela Nieuwenhuis, die Luthers predikant te Beverwijk was en die een hond had, een Newfoundlander, op wiens rug zij als kind mocht zitten. Zes jaar later, in 1883, ging zij naar de meisjes-H.B.S. in Haarlem; jongens- en meisjesscholen zouden nog lang gescheiden blijven, daar kon immers niets goeds van komen! Op deze school maakte zij kennis met de Nederlandse en klassieke letterkunde. Dit zou iets in haar wakker maken dat ze nooit meer kwijt zou raken, n.l. het toevertrouwen van haar zielenroerselen, haar diepste gedachten en fantasieën aan het papier Haar moeder was op vijfendertig jarige leeftijd blind geworden en na haar schooltijd hielp Anna thuis in het gezin. In deze periode schreef zij reeds enkele toneelstukken en verschillende novellen. Onder het pseudoniem Wilhelmina Reijnbach, hetgeen een samentrekking van haar moeders en het laatste deel van haar vaders achternaam was, werden in 1894 en 1895 haar eerste twee romans gepubliceerd, ‘Albert Overberg’ en ‘Otto van Lansveldt’. Haar derde roman ‘Het Rijke leven’ werd in 1897 gepubliceerd onder haar meisjesnaam, Anna Kaulbach.

De Bollenstreek/ Sassenheim

In 1892 toen Anna 22 jaar oud was, ontmoette zij Willem Jacob van Gogh, die een neef was van de later zo bekend geworden schilder Vincent van Gogh. Willem was op 18 september 1863 geboren te Krommenie en stond vanaf 22 maart 1892 als bloemist ingeschreven te Sassenheim, wonende aan de Oude Haven en later aan de Vaartkade. Daarvoor woonde hij in Voorhout. Anna en Willem konden het meteen goed met elkaar vinden en kregen al snel verkering. Later in hun verlovingstijd ondernamen zij samen, een voor die tijd progressieve onderneming, een reisje door het land per driewielertandem om zonder chaperonne vrienden en familie te bezoeken. ‘Dat mijn ouders met ons plan instemden was voor mij het verrukkelijkste bewijs van hun vrijheid van denken en opvattingen’, zou zij later zeggen.

Heereweg 294 t/m 298

Zij trouwden op 30 augustus 1899 en de eerste drie weken van hun huwelijk zullen in beslag genomen zijn door de wittebroodsweken en de verhuizing naar Lisse. Aan de Heereweg waren juist enkele nieuwe huizen gebouwd en het kersverse paar betrok vanaf 22 september 1899 het pand wat thans no. 296 is. Willem die zelf dus bloemist was, had naaste buren met bollennamen als Segers, Tromp en de Graaff. Hier werd hun eerste zoon Eduard op 22 juli 1900 geboren en op 30 januari 1902 zag Willem Daniël  hier het levenslicht. Of Willem’s activiteiten in de bollenwereld niet echt zoals gepland verliepen of dat de vooruitstrevende en met socialistische ideeën doorspekte levensvisie van beide echtelieden veel ruimte voor acceptatie binnen de Lissese bollenwereld geboden zal hebben of een combinatie van beiden zal misschien nooit helemaal duidelijk worden. In elk geval vinden we vanaf 25 april 1903 het gezin van Gogh in Sassenheim, wonende aan de Hoofdstraat 18; dit is wat nu Hans Textiel is. Tussen het tegenwoordige Vita Cura en Clairoptiek stonden destijds een paar pandjes en de nummering van de huizen liep toentertijd geheel anders. Op 21 september van dat jaar werd hun eerste dochtertje Magdalena geboren en op 31 mei 1905 zag Maria Cornelia hier het levenslicht. In dat jaar werd eveneens de vereniging van letterkundigen opgericht waarvan zij later lid zou worden. In 1906 hadden de Van Gogh’s het met de bollenwereld helemaal gehad en op 13 september van dat jaar verliet het gezin Sassenheim. Willem ging werken bij kunsthandel Meurs in Amsterdam en Anna verdeelde haar tijd tussen het gezin en schrijfwerk, het gezin verhuisde naar Haarlem en nog later naar Arnhem.

Rika

Deze roman, gepubliceerd in 1905 in haar Sassemse jaren door uitgeverij Loosjes te Haarlem, is een onvermijdelijk bollenstreeks product van haar socialistische denkbeelden en diepgewortelde begaanheid met de medemens. Het is een klaaglied over de ‘bovenkant’ van de samenleving ten opzichte van de erbarmelijke omstandigheden van de gewone arbeider. Het idee was blijkbaar al in Lisse geboren, waarbij de verhalen waarmee Willem uit zijn werk thuis kwam, de inspiratie- en informatiebron geweest zullen zijn en waar Anna’s vrijheidsidealen en bewogen levensdoel zich niet konden vereenzelvigen met de schrijnende tegenstellingen binnen de bollenwereld. Het wordt vaak haar eerste volwassen literaire product met een eigen stijl genoemd, geschreven als een streekroman in een bollenstreeks dialect van zo’n 100 jaar geleden, waar we nu nog steeds iets van kunnen leren. Wie weet b.v. nog wat ‘toeterlof’ is? Het verhaal zelf speelt zich af in een kansarm bollenstreeks gezin waar een weduwe ‘Vrouw Wijzel’ de scepter zwaait. In het oude huisje wonen tevens haar achterlijke broer en een achterlijke dochter, bovendien heeft zij nog een zoon in Amerika. Marie, haar andere dochter komt terug naar huis van een betrekking uit de grote stad met een vaderloos kind op de arm, dit is ‘Rika’. Marie komt op een gegeven moment te overlijden en Rika wordt grootgebracht door haar grootmoeder naar wie zij trouwens vernoemd was. Als Rika ouder is geworden krijgt zij verkering met Gerrit, een jongen uit het volk, een echte socialist maar zij raakt hopeloos verliefd op ene Henri, een jonge man van betere stand, die Rika’s liefde aanvankelijk wel beantwoordt maar uiteindelijk kiest voor iemand uit zijn eigen kring en dan: ‘Zonder aarzeling, als gewoon doorlopend, plompte zij in het water, zonk geluidloos weg onder het rimpelend vlak’.

Naschrift

In 1909 wordt een derde zoon ‘Henri’ geboren (Rika’s Henri?) terwijl in 1910 Magdalena komt te overlijden. In 1934 verliest Anna ook haar echtgenoot Willem Jacob. In 1953 wordt haar laatste roman ‘Zomerland’ gepubliceerd die vertaald wordt in het Russisch in een oplage van 100.000 exemplaren. Op 28 januari 1960, negentig jaar oud, komt Anna in Haarlem te overlijden na een ziekbed van slechts één dag. Op haar bureau vond men een bijna voltooide vertaling en een artikel waaraan zij bezig was. Vanaf haar schooljaren, door haar huwelijk, moederschap en de laatste eenzame jaren heen liep die rode draad, die onuitroeibare drang om te schrijven, die haar zoveel voldoening gaf en haar begeleidde tot het einde aan toe.

Bronnen

Gemeente Archief Teylingen. A.M. Hulkenberg, Lisser Rommeling, Repro, Alphen aan de Rijn 1981. Jaarboek van de Maatschappij der Ned. Letterkunde te Leiden 1961-1962, pag. 100-107.

Verantwoording

De lezing van Stephan de Vos van 20 sept. jl leverde naast een extra stimulans voor de opzet van een Etymologische en Toponymische Werkgroep ook een verhaal voor het Nieuwsblad op. Aad van der Geest wees die avond naar aanleiding van de dialecten in de Bollenstreek op Anna van Gogh- Kaulbach. Een artikel over deze schrijfster, verschenen in de . Aschpotter, tijdschrift van Stichting Oud Sassenheim, van mei 2007 (no. 20 ), mochten wij overnemen.

Anna van Gogh-Kaulbach 1869-1960

Sloop bollenschuur  op Grotenhof

De gemeente Lisse gaat niet strafrechtelijk handhaven tegen de sloop van de monumentale bollenschuur op Grotenhof. Dit ondanks de eerder door de VOL aangevoerde argumenten.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 10 nummer 1, januari 2011

De Gemeente Lisse gaat tegen de illegale sloop van de monumentale Bollenschuur op Grotenhof (Achterweg Zuid 56) niet strafrechtelijk handhavend optreden. Zoals in de vorige nieuwsbrief (oktober 2010) was aangegeven heeft de Ver. Oud Lisse op 28 september 2010 per brief het college en de gemeenteraad verzocht om strafrechtelijk handhavend op te treden tegen dit op 13 januari 2009 geconstateerde ernstige delict (illegale sloop van de monumentale bollenschuur). Dit, omdat het anders een zeer slecht voorbeeld is voor de inwoners van Lisse van een veel te tolerante overheid, en ook omdat het als precedent zou kunnen werken voor andere eigenaars van monumenten.

Helaas heeft het college na rijp beraad besloten om toch niet strafrechtelijk op te treden tegen de sloop van de monumentale bollenschuur.(brief van 18 november 2010). Als achtergrond van dit besluit draagt het college de volgende argumenten aan:

  1. Het college kan volgens de Erfgoedverordening strafrechtelijk optreden, maar is hiertoe niet verplicht (discretionaire bevoegdheid).
  2. Omdat, gezien het landelijke beleid, nog nooit eerder strafrechtelijke handhaving was ingezet, heeft het college er voor gekozen om eerst bestuursrechtelijk op te treden (bouwstop en preventieve dwangsom) en later een strafrechtelijke vervolging te overwegen.
  3. Hoewel het college bevoegd is om een proces verbaal van het delict op te maken en dit ter vervolging aan het OM aan te bieden, heeft het OM te kennen gegeven weinig prioriteit toe te kennen aan deze zaak.
  4. Overleg met de eigenaar/overtreder was in eerste instantie oplossingsgericht waarin beide partijen zich konden vinden.
  5. Ook heeft de voormalige wethouder Mesman aangegeven, gezien de slechte conditie van de bollenschuur, geen bezwaar te hebben tegen herbouw van de bollenschuur in zijn oorspronkelijke staat, waarbij de oude materialen weer zouden worden hergebruikt.

Op grond hiervan heeft het college, ondanks onze eerder aangevoerde argumenten, toch besloten om af te zien van strafrechtelijk handhavend optreden in dit delict. Wij blijven echter na onderzoek van het handhavingsdossier op het Gemeentehuis nog met veel vragen zitten, die we nu aan de gemeente hebben voorgelegd. O.a. bleek ons uit het dossier en zoals ook door architect Hans van Egmond was aangegeven, dat toch bouwtekeningen m.b.t. herbouw van een nieuwe bollenschuur met garage waren goedgekeurd en afgestempeld. Verder hebben we vragen m.b.t. het niet verrichte archeologische vervolgonderzoek en de onttrekking van omliggende bollengrond aan zijn bestemming tegen de GOM regels in.

Wordt vervolgd!

De schuur van Grotenhof is gesloopt. Het was een gemeentelijk monument

Sloop Monumentale Bollenschuur op Grotenhof (Achterweg Zuid 56)

De monumentale bollenschuur van Grotenhof aan de Achterweg Zuid 56 is gesloopt. De Vol vindt het triest, dat de illegale sloop niet wordt bestraft.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 9 nummer 4, oktober 2010

e bouwinspecteur van de Gemeente Lisse constateerde op 13 januari 2010 dat de monumentale bollenschuur op Grotenhof (gemeentelijk monument) was gesloopt, terwijl het college de bouw van schuur en garage pas op 3 maart 2010 stil legde. Bijna 2 maanden later…! Grotenhof wordt n.l. als landgoed door de eigenaar Zwaan d.m.v. de architect Hans van Egmond geheel herbouwd.

Wij vinden het als Ver.Oud Lisse heel triest dat de illegale sloop van deze monumentale bollenschuur niet werd gestraft. Een zeer slecht voorbeeld ook voor de inwoners van Lisse omdat bescherming van gemeentelijke monumenten eigenlijk niets voorstelt gezien de slechte handhaving hiervan.

In de tijdens de sloop nog geldende Erfgoedverordening 2009 van de Gemeente staat namelijk dat overtreding van de monumentenwet een economisch delict is waarvan de strafbaarstelling geregeld in de Wet op Economische Delicten (Wed). Het handelen zonder vereiste omgevingsvergunning of in strijd met de voorschriften daarvan wordt hierin aangemerkt als een economisch delict. Dit soort delicten wordt bestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste 3 maanden.

We hebben onze vragen hierover per E mail voorgelegd aan de Gemeente Lisse en werden op 12 augustus uitgenodigd voor overleg. Hoewel de gevolgde procedure ons uitgebreid door 3 ambtenaren werd uitgelegd blijven we toch met vragen zitten. Op onze vraag waarom slechts een bouwstop is opgelegd werd geantwoord dat er een landelijk richtlijn is waarmee in beginsel voor de bestuursrechtelijke handhaving wordt voorgestaan alvorens strafrechtelijke handhavingsinstrumenten worden ingezet. Er is voor gekozen om een bouwstop op te leggen en te bezien of de overtreding gelegaliseerd zou kunnen worden.

Als antwoord op onze vraag waarom de keuze voor het opleggen van een boete niet is gemaakt werd gezegd dat de gemeente Lisse zelf geen opsporingsambtenaar heeft die mag verbaliseren op basis van een economisch delict. Ook de politie ziet dit niet als prioriteit!!. Daarom werd gekozen voor de bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten.

De Vereniging Oud Lisse vindt dat door deze gevolgde procedure geen goed signaal aan de burger wordt afgegeven om monumenten te behouden en dat dit als precedent kan werken. Hierop werd geantwoord dat de Vereniging Oud Lisse hier wel een punt heeft.

Ook gaf de desbetreffende ambtenaar toe datje achteraf kunt stellen dat strafrechtelijk optreden op het moment van de bouwstop wellicht toch gerechtvaardigd was, aangezien het monument verloren is gegaan. Of het college dit op dit moment alsnog gaat doen is aan het college. Wij begrijpen dat een ambtelijk advies hierop wordt voorbereid.

Wij hebben het college (en ook de gemeenteraad!) door middel van een brief opgeroepen om toch strafrechtelijk handhavend op te treden in dit ernstige delict, omdat het anders een zeer slecht beeld geeft van een veel te tolerante overheid en een zeer slecht voorbeeld is voor de inwoners van Lisse.

Wordt vervolgd!

De schuur van Grotenhof is gesloopt. Het was een gemeentelijk monument

Erepenning 2009 voor Achterweg-Zuid 51

De erepenning 2009 is uitgereikt aan de heer Romijn van Achterweg Zuid. Het gebouw uit 1909 is zeer goed onderhouden.

Nieuwsblad Jaargang 8 nummer 2, april 2009

Nieuwsflitsen

Na het algemene gedeelte van de jaarvergadering maakt Frits Treffers bekend wie op een buitengewone manier een pand hebben opgeknapt en daardoor een bijdrage leveren aan het behoud van historisch waardevolle panden in Lisse. Op zijn welbekende enthousiaste manier vertelde Frits Treffers hoe dit keer gekozen is voor een pand in het buitengebied. De spanning werd opgevoerd doordat eerst de top van het pand werd getoond.

Te zien was fraai metselwerk en een raam met aan weerszijden het bouwjaar: 1909. Een pand van precies een eeuw oud. Het is een complex van woonhuis met bollenschuur. In de loop der tijd zijn er aanpassingen geweest, maar de beelden tonen hoe zorgvuldig dat gedaan is. Bij een dia van de dakgoot op klossen verzucht Frits Treffers dat zo’n staaltje van vakmanschap in de huidige tijd veel te duur zou worden. Dan wordt het tijd om namen te noemen. De heer Romijn wordt naar voren geroepen om voor zijn pand, Achterweg Zuid 51, de erepenning 2009 in ontvangst te nemen. Het pand is al lang in de familie en puntgaaf onderhouden, wat een oude foto nog eens duidelijk maakt. De oude foto laat echter ook een oud detail zien wat de tand des tijds niet overleefd heeft, nl. het houten ornament in de top. Al met al een terechte toekenning van de penning aan een fraai voorbeeld van bloembollenerfgoed in Lisse.

 

Woning met aangebouwde bollenschuur

Deze woning is uit 1909

Driehuizenpark

De geschiedenis van het voormalig bollenbedrijf van Gebroeders Driehuizen wordt besproken. Omstreeks 1930 is de bollenschuur met kantoren aan de voorkant gebouwd. Architect was Leen Tol.

door: F.Treffers

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 1, januari 2009

Momenteel naderen de bouwplannen van het voormalige bollenbedrijf Driehuizen, wat is omgevormd in een plan van nieuwbouw en renovatie, zijn einde. Toen ca. 30 jaar geleden mijn vrouw en ik met onze drie kinderen in de naastliggende woning kwamen wonen was het bollenbedrijf er nog. Het werd geleid door de twee neven Driehuizen, Zij waren de zonen van de oprichters: de Gebroeders Driehuizen. Elke broer woonde in een villa, links en rechts van het bollenbedrijf. Deze villa’s hadden de namen “Rutsbo” en “Somalo”. De namen hadden betrekking op de echtgenotes.
Op een oude foto van ongeveer 1925 ziet men tussen de villa’s nog een boerderijachtige woning met daarnaast een hal. Omstreeks 1930 verdween dit en werd de huidige hal met kantoor aan de voorzijde gebouwd door architect Leen Tol, die ook de villa’s eerder had ontworpen.
Als je nu deze gebouwen nader bestudeert herken je de hand van “de meester”. Zo ziet men in de villa’s hetzelfde soort glas-in-lood op enkele plaatsen. Het kantoor van de bollenhal heeft een prachtig plafondraam van glas-in-lood.

De tweede eigenaar werd antiekhandelaar Chris van Damme, die al eerder in Lisse Zuid een bedrijf aan de Heereweg had. Hij woonde toen in villa “Riesenbeck”, op nr. 331. Daarachter lag het bedrijf. Deze villa is intussen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Zelf woonde hij met zijn vrouw de laatste jaren in het kantoor van de bollenhal. Deze hal stond vol met antiek. Zo was daar een speciale ruimte met antiek zilver. Een andere ruimte was gevuld met antiek porselein. Hij had antiekvaklui in dienst die beschadigd antiek konden restaureren. De hal diende als een soort museum. Achter de hal waren modernere hallen gevuld met nog te restaureren antiek. Hij heeft me verteld dat hij veel antiek kocht in Duitsland. Hij exporteerde ook veel naar Amerika. Een aantal jaren geleden is hij aan kanker overleden. Zijn zoon heeft het bedrijf niet voortgezet.
In het begin heb ik samen met een ontwikkelaar diverse plannen opgezet met als uitgangspunt de hal te beschermen. Uiteindelijk wisten wij Hillgate Properties te interesseren voor dit plan. Daartoe is een project tot stand gekomen waarbij de bollenhal is omgevormd tot zo’n 27 appartementen. Daarbij komen zo’n 58 woningen gebouwd in de dertiger jaren stijl. Aan de voorzijde blijft de sfeer van vroeger zo veel mogelijk in tact. De renovatie van de bollenhal was geen eenvoudige zaak. De berekeningen van de constructie waren er niet. Dit moest via een herberekening tot stand worden gebracht. Aan de bovenhal zijn alleen aan de zijgevels aanpassingen gedaan. De ramen zijn i.v.m. de lichttoelaatbaarheid vergroot. Ook zijn balkons aangebracht. Binnen zijn de overlopen rondom de vide verkleind.
Na het schoonmaken van de buitengevel is een fraai stuk metselwerk zichtbaar geworden. Binnen zijn er verschillende appartementen gemaakt.

Nieuwbouw twee-onder-eenkapwoningen met op de achtergrond Rutsbo met daarachter de Heereweg,. Rechts is het Van der Vlugtpark. Foto Hillgate Properties

De nieuwbouw bestaat uit twee losstaande kleinschalige appartementengebouwen waar in elk 12 woningen zijn ondergebracht.  Verder zijn er vier vrijstaande woningen gebrouwd aan de achterzijde die aan een waterplas zijn gelegen. Achter de bollenhal zijn 12 eengezinswoningen gebouwd. Aan de linker zijde liggen twee-onder-een-kapwoningen die deels aan een sloot liggen (zuidzijde). Het betreft hier 18 woningen van twee verschillende typen. De bereikbaarheid geschiedt door twee in- en uitritten. Op het terrein is tegen de waterplas een speeltuintje aangelegd. Kortom een prachtig project met de nodige uitstraling. Aan dit project is meegewerkt door Hildate Properties als ontwikkelaar, Jorissen Simonetti als architect bollenschuur, PBV Architecten voor de nieuwbouw, F.N.D. voor de constructies, Fa. Bakker voor de bouw. De verkoop is door Romeyn gedaan.

Hart voor historie (2): Bollenschuur Gebr. Driehuizen dankzij bouwplan behouden

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Heereweg 30, de volledig te restaureren bollenschuur van Gebr. Driehuizen. (Foto ‘s: pr)

LISSE – Op het gebied tussen Huize Rutsbo en Villa Somalo, bevindt zich de bollenschuur van Gebr. Driehuizen, die dateert uit 1930. Het 77 jaar oude ge­bouw (Heereweg 30) is verder van de weg gelegen, omdat de bouw van latere datering is dan de vijf panden die aanvankelijk nabij de vroegere Rijksweg waren gesitueerd. Al­weer heel wat jaren gele­den zijn deze gesloopt.

Architect Leen Tol uit Lisse kreeg, evenals voor Rutsbo en Somalo, van de gebroeders Drie­huizen opdracht met een ont­werp te komen. Zijn stijl is goed terug te vinden in de bollenschuur, met name in de details van het op een vesting lijkende gebouw. Zo zijn de afgeronde hoeken van de buitenmuren het meest typerend, maar herkennen kenners in het het tegelmozaïek  van de vloer en het boogwerk in de hal eveneens de hand van Tol.

Lange tijd maakte deze bollenschuur deel uit van de bloembollenhander  Gebr. Driehuizen, zelfs toen de families Driehuizen al lang en breed naar Bennebroek waren verhuisd. Pas in de jaren tachtig diende zich een nieuwe eigenaar aan, de Lisser antiek­handelaar Chris van Damme. Frits Treffers, medeoprichter van de Vereniging Oude Lisse (VOL) kende deze markante fi­guur persoonlijk. Volgens hem had Van Damme een uitstekende neus voor het vergaren van het prachtige antiek.

Kapconstructie

‘De drie verdiepingen tellende bollenschuur bood een prima op­slagplaats voor al die spullen’, aldus Treffers. ‘Dat was maar goed ook, want van bijzondere verzamelobjecten kon Van Dam­me geen afstand doen. Hij koes­terde ze als museumstukken. Al­les was opgeslagen in grote ruimten, die zich langs de wan­den bevonden. Het midden van het gebouw was leeg. Door een enorme glazen kapconstructie werden zo alle verdiepingen voorzien van daglicht.’ Na het overlijden van Van Dam­me herhaalde zich volgens Tref­fers de geschiedenis. ‘Het ooit zo florerende bollenbedrijf van Gebr. Driehuizen werd niet voortgezet en dat gebeurde ook met die antiekhandel. De bollen­schuur kwam opnieuw leeg te staan, totdat projectontwikkelaar Hillgate Properties de touwtjes in handen nam. Het te ontwikke­len gebied is naar de gebroeders Driehuizen genoemd: Driehuizenpark. De bouwplannen om­vatten 58 woningen en 21 appar­tementen. Die laatste worden in de monumentale bollenschuur gesitueerd. Dit gaat gepaard met een grootse restauratie. Het mooie is, dat de historische bol­lenschuur behouden wordt.’

 

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Tijdens mijn jarenlange ervaring als directeur/eigenaar van een ingenieursbureau, kreeg ik re­gelmatig te maken met oude gebouwen. Ik zag dat de ambacht vaak tot bijzondere resultaten heeft geleid. Het is allemaal heel anders dan nieuw­bouw. Ook de detaillering van ramen, deuren, daklijsten en ornamenten heeft vaak een bijzondere sfeer. Het is niet goedkoop om een oud pand te restaure­ren. Echter, als het een­maal klaar is, kun je er daadwerkelijk van genie­ten. Dat geldt niet alleen voor ouderen. Zo ontdek­ten wij bij de oprichting van de Vereniging Oud Lisse, dat veel jongeren lid wilden worden, die be­langstelling hadden voor oude panden. Sinds enkele jaren worden oudere industrie gebouwen, waaronder bollenschuren beter beschermd.

Frits Treffers

Boek over Monumentale bollenschuren

Vijftig eigenaren van waardevolle bollenschuren hebben van de projectgroep ‘Behoud en Herbestemming Bollenschuren’ een schildje ontvangen om op hun schuur te schroeven.

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 1, januari 2007

Nieuwsflitsen

Vijftig eigenaren van waardevolle bollenschuren hebben van de projectgroep ‘Behoud en Herbestemming Bollenschuren’ een schildje ontvangen om op hun schuur te schroeven. Met dat blauw-witte bordje waarop in grote letters de woorden ‘Monumentale Bollenschuur’ staan, hoopt men meer aandacht te krijgen voor het behoud van deze in het bollenlandschap beeldbepalende elementen. De vijftig maken deel uit van de Regionale Collectie Bollenschuren, in totaal honderd stuks die bouwkundig en cultuurhistorisch waardevol zijn.

Boek over oude bollenschuren

In november is het boek “Nieuw leven voor oude bollenschuren” verschenen. Daarin staan allerlei voorbeelden van geslaagde renovaties van bollenschuren. Ooit stonden er meer dan duizend bollenschuren in de Duin- en Bollenstreek. Nu zijn er nog maar zo’n 400 over, waarvan de meeste niet meer agrarisch in gebruik zijn. Gelukkig krijgen steeds meer oude schuren een nieuwe bestemming, waardoor ze een tweede of zelfs derde leven krijgen. Op die manier wordt cultuurhistorisch erfgoed van onze streek behouden. In het boek staan ruim 25 voorbeelden van bollenschuren die een nieuwe functie hebben gekregen als woning of bedrijfsruimte, geïllustreerd met veel foto’s.

Het boek is samengesteld door Jos Warmenhoven, Peter Nijhof en Marca

Bultink. De winkelprijs bedraagt € 17,50.

“Welbedrogen”, een drama in vier lettergrepen

Een bloembollenschuur aan de Heereweg heet Welbedrogen .Schuur, huis en grond werden begin 1900 gekocht door Nieuwenhuis. Hij kon het echter niet betrekken, omdat het pand bewoond werd door Rutger van Zanten. Hij was niet te bewegen om te vertrekken. De pacht werd afgekocht, vandaar de naam Welbedrogen.

DE BOLLENSCHUUR OP ZANDVLIET

De geschiedenis van de boerderij Nieuw Zandvliet wordt weergegeven vanaf 1910. Tegenwoordig woont de familie van der Mark daar.

door Sjaak Smakman 

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 2, april 2003

Hoewel het nog altijd niet zeker is, is er toch een gerede kans dat het museum De Zwarte Tulp gaat verhuizen in de richting van de Keukenhof. In elk geval, Keukenhof zelf voelt er wel voor om een publiekstentoonstelling van de grond te tillen in de nu bijna een eeuw oude bollenschuur op Zandvliet en de daarachter gelegen voormalige boerderij, tegenwoordig het woonhuis van Blokhuisdirecteur Rob van der Mark. Opvallen doet de schuur niet, waaraan vooral de naam is verbonden van de firma Smakman. Jaap Smakman (1882-1965) en zijn zoons Co en Henk hebben daar ruim een halve eeuw, tot halverwege de jaren tachtig, een bloembollenkwekerij gehad. De huidige schuur heeft er niet altijd gestaan. Op de plaats van de schuur stond oorspronkelijk een stal, die behoorde bij een – door een paar grondige verbouwingen  voor de familie Van der Mark schier onherkenbaar – boerenwoonhuis. Toen omstreeks 1910 de schuur afbrandde, werd hij niet herbouwd, maar verscheen op die plaats een bollenschuur. De bollenteelt was immers veel lucratiever en kwam in opkomst ten koste van het oorspronkelijk gebruik. Bouwer was de graaf van Lynden, die de schuur ging verhuren.

Bloembollenkwekerij

Wie de eerste huurders van de bollenschuur waren, is niet bekend. Maar in de jaren dertig trok Jaap Smakman er in met zijn bloembollenkwekerij. Jaap was toen al een kleine twintig jaar kweker in het gebied van boerderij De Wolf, aan de overkant van de Stationsweg. Co Smakman, inmiddels 77 jaar, kan zich nog herinneren dat hij als kleine jongen zijn vader al meehielp op De Wolf. Hoewel het bedrijf maar 2,5 hectare groot was, liepen er toch zeven mensen, en in het hoogseizoen negen mensen rond. Naast eigenaar Jaap Smakman zelf en zijn vier zoons Riem, Cor, Henk en Co waren er twee man in vaste dienst: Leen Winsum en Arie de Leeuwe. Daarnaast waren er in de zomer altijd nog twee seizoenskrachten in dienst.

Verwonderlijk is de grote hoeveelheid menskracht niet, want vrijwel alles gebeurde met de hand. Van het planten en rooien tot aan het zogeheten loodzware diepdelven, het met de hand twee scheppen diep ‘verversen’ van de bovenste laag grond. Wisselteelt was toen in de bloembollenwereld nog een onbekend begrip. Bovendien betekende het ‘onder­spitten’ van de bovenste laag grond dat het onkruid (zaad) nooit de kans kreeg om tot wasdom te komen. Na de Tweede Wereldoorlog deed vader Jaap in 1951 het bedrijf over aan zijn zoons Co en Henk.

Mechanisatie

Aanvankelijk hadden Co en Henk nog drie man personeel, de broers Piet, Gerard en Panc Beelen. De mechanisatie zette echter langzaam maar zeker in. Na een paar jaar kochten de twee broers een sorteermachine en een plant-machine voor twee rijen bollen. Later kwamen er meer machines, onder meer om bollen te rooien, om stro vast te rijden, om bestrijdingsmiddelen te spuiten en zelfs een kleine pick-up om bollen van en naar de bollenschuur te rijden. De mechanisatie leidde tot een kleinere behoefte aan vast personeel. De laatste vaste kracht was Panc Beelen, maar die vertrok – heel toepasselijk – om bij een loonwerker in dienst te treden.

Een belangrijk verschil met het bedrijf van Jaap Smakman was dat zijn zoons Co en Henk veel meer soorten teelden. Naast narcissen waren er ook crocussen, tulpen en hyacin­then. Om een nog grotere vruchtwisseling te krijgen ‘ruilden’ de broers ook regelmatig stukken grond met ‘buurman’ Jan Clemens, die vooral dahliasoorten teelde. Die vele soorten hadden als groot voordeel dat er veel met wisselteelt kon worden gewerkt, waardoor de grond de kans kreeg om zich te herstellen. Overigens moesten ook mét die wisselteelt stukken grond soms een jaar braak blijven liggen. Begin jaren zestig kochten Co en Henk de schuur van de graaf, terwijl Kees van der Mark de boerderij kocht om hem grondig te verbouwen tot een luxueuze woning. Zijn zoon Rob woont er nog altijd en heeft het pand nog verder uitge­breid.

Gaasbakken

Maar ook de schuur ontkwam niet aan de modernisering. De karakteristieke stellingen werden uit de benedenverdieping gesloopt en maakten plaats voor cellen. Daar hoefden de bollen niet langer hoog te worden opgetild om ‘gestort’ te worden, maar konden ze in gaasbakken worden gedaan die vervolgens werden opgestapeld.

Het nam niet weg dat de zware fysieke belasting zijn tol ging eisen. Co moest begin jaren tachtig stoppen met het bedrijf, dat hij dertig jaar lang met zijn broer had gerund, vanwege een versleten rug. Henk zette het bedrijf nog enkele jaren voort, maar geplaagd door reumatische klachten moest hij toen ook de pijp aan Maarten geven. De schuur werd verkocht aan bloembollenkweker Leo Schoorl, tot dan toe onderhuurder van de schuur.

De bollenteelt in de directe omgeving van Zandvliet is inmiddels zo goed als verdwenen. Hij ligt inmiddels vrijwel geheel ingesloten door de parkeerterreinen van Keukenhof. Daarmee is de schuur eigenlijk nu al een symbool van een andere tijd. Maar als er een museum in komt, blijft er toch nog iets van bewaard.

bronnen:

Gemeentegids Lisse,

interview met voormalig bloembollenkweker  Co Smakman.

de totaal verbouwde boerderij met daarnaast de grote bollenschuur op Zandvliet.
De gebouwen zijn midden in het land gelegen, maar terzijde rukt de bebouwing van de bloementuin Keukenhof gestaag op.

BOLLENSCHUREN VOOR DE MONUMENTENLIJST

Een beschrijving van een groot aantal bollenschuren wordt weergegeven.

door de redactie

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 4, oktober 2002

De foto’s zijn overgenomen van het CHG Bollenstreek, Werkgroep  Bollenschuren

De leden van de Monumentencommissie van Lisse hebben, gebruik makend van de inventarisatie van het bolllenschuren-bezit in Lisse die door de Projectgroep Herbestemming Oude Bollenschuren is opgesteld, een lijst opgesteld van een aantal schuren die de aandacht verdienen en het behouden waard zijn. Een aantal van deze schuren zal dus op de gemeentelijke Monumentenlijst komen te staan.

HEEREWEG 335/A

De schuur voorheen Theo Lefeber, thans van fa. Bakker. Van buiten gezien is de schuur gaaf en lijkt in goede conditie: een fraai exemplaar waar niets aan verrommeld is. Situatie van binnen onbekend!

 

 

 

NIEUWSTRAAT 20

Bollenschuur Nieuwstraat 20
Foto: CHG Bollenstreek

Schuur voorheen Beelen, thans schilders­bedrijf Marseille. Eveneens een puntgave schuur. Hij is van exact dezelfde construc­tie en ontwerp als die van Lefeber hier­boven.

Beide schuren stammen uit dezelfde periode. Er is al sterkstroom (rond 1930) dus zijn er ventilatoren en geen grote deu­ren meer aangebracht voor de ventilatie. De schuur van Lefeber heeft iets meer pretenties (een deftige fries met de naam erop). Uit het oogpunt van wijs beleid moet er slechts één bewaard blijven en op de lijst geplaatst: welke? Dat hangt ook af van andere zaken af.

 

HEEREWEG 450-452

Bollenschuur Heereweg 450
Foto: CHG Bollenstreek

Schuur en woonhuis Van der Zon. Puntgaaf complexje wat zeker op de lijst moet worden geplaatst.

 

 

 

 

 

 

HEEREWEG 341

Bollenschuur Heereweg 341.
Foto: CHG Bollenstreek

Schuur voorheen Verduyn en Ten Hagen thans Blanken. Schuur zelf is niet meer de mooiste, er is veel aan veranderd. Maar de combinatie met de villa (‘De Venne1), de ligging aan een (zand)vaart en de posi­tionering bij de voormalige tuinbouw-school schept wel een fraai ensemble. Behoud van de schuur zorgt er met name voor dat het fraaie zicht op de Tuinbouwschool vanaf het noorden via de Heereweg behouden blijft.

 

 

 

HEEREWEG 425

De voorkant van de bollenschuur is vanaf de weg goed te zien

Dames en Werkhoven. Het woonhuis en de schuur naast het woonhuis te samen zijn fraai en het behouden waard. Er moet echter wel veel aan verbeterd, c.q. in meer oorspronkelijke setting worden terugge­bracht om het goed te krijgen. Die kans moet het geheel echter wel krijgen.

HEEREWEG 449

Thans in gebruik door Walraven, timmer­werken. Mooi geheel, woonhuis in de lengte-richting van de weg en de schuur daar dwars op erachter en een beetje scheef geplaatst (waarom?). Een van de weinige schuren met een kap.

 

 

ZWARTE LAAN 30

Zwartelaan 30

Schuur in eigendom van W.R Ruigrok. Grote stenen schuur midden in het bol-lenland. Met nog een echte latten (narcis-sen)loods er tegen aan. Schuur ziet er gaaf uit, er is weinig aan verrommeld, daardoor en door de positionering is plaatsen op de lijst gewenst.

 

 

 

HEEREWEG 429

Bollenschuur Heereweg 429
Foto: CHG Bollenstreek

(eigendom onbekend). Een woonhuis en schuur aan elkaar vast. Zeer strakke, strenge vormgeving, van buiten gezien nog helemaal gaaf. Is nog niet eerder aan de orde geweest bij de Projectgroep Herbestemming Oude Bollenschuren.

 

 

 

 

 

SCHURENCOMPLEX TUSSEN DE SCHOOLSTRAAT EN DE 1STE HAVENDWARSSTRAAT

De zijkant van de Vergulde Zwaan

Het betreft een drietal schuren die als een cluster bij elkaar staan. Met de bijbehorende woonhuizen, (in de 1ste Havendwarstraat 6 zelfs eraan vast) geeft dit ensemble een karakteristiek dorpsbeeld uit het begin van de vorige eeuw. Sterk overwegen om op de lijst te plaat­sen. Juist met de ontwikkeling van de nieuwe centrumplannen is hier  wellicht een waardevol historisch element in het centrum van de maken.