Berichten

De Beekbrugschool tijdens de oorlog

De Beekbrugschool stopt zijn activiteiten. Het wel en wee tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

3 juli 2018

 Nico Groen

Aan het einde van het schooljaar 2017-2018 sluit de school Beekbrug zijn poorten. Het aantal leerlingen is te laag voor het voortbestaan van de school. In vorige columns van Sporen van vroeger hebben we de geschiedenis van de school en het gebouw als monument beschreven. Omdat er over de periode rond de Tweede Wereldoorlog veel te melden is, komen we nogmaals terug op de Beekbrugschool.

De gymzaal was al in 1931, een jaar na de nieuwbouw, omgebouwd tot bewaarschool. De leerlingen konden dus geen gymles meer volgen. Dat vonden de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog niet goed: de kinderen moesten wel gymles krijgen. De bezetters vonden namelijk dat kinderen sportief en gezond moesten zijn. De oude bewaarschool werd daarom weer ingericht als tot gymzaal. De bewaarschool werd overgebracht naar het Verenigingsgebouw dat vóór de bouw van de H.H. Engelbewaarderskerk dienst had gedaan als noodkerk. Nu is in dat gebouw zalencomplex De Kleine Engel gevestigd. Tijdens het laatste gedeelte van de oorlog barstten de scholen uit hun voegen. Na de oorlog werd de gymzaal maar weer omgetoverd tot klaslokaal.

Tot 1941 hadden de leerlingen op woensdag- en zaterdagmiddag vrij. De schaarste aan steenkolen en andere brandstoffen leidde ertoe dat de kinderen op woensdagmiddag naar school moesten. Op zaterdag kregen ze dan de hele dag vrij. Bovendien was er al die jaren een lange wintervakantie van half december tot twintig januari in verband met de brandstofschaarste.

Bezet door de Duitsers

Begin december 1944 worden het Verenigingsgebouw en de beide scholen bezet door de Duitsers. Zij hebben daar nog geen maand doorgebracht, maar het had wel grote gevolgen. Om het warm te krijgen hebben ze in die tijd alle stoelen en banken opgestookt. Ook de radiatoren waren vernield. Volgens pastoor J.C. de Groot waren de radiatoren uit baldadigheid door de Duitsers stukgeschoten. Het gevolg was, dat de kinderen die winter niet meer naar school konden. “We leven in de catacombentijd. Slechts het allernoodzakelijkste kan doorgaan” somberde de pastoor.

Burgemeester duikt er onder

De jongens kregen  les van de broeders van Saint Louis uit Oudenbosch, die in De Engel in het broederhuis woonden. In de laatste oorlogswinter kwam er een ‘broeder’ bij. De burgemeester van Lisse, Jhr. Mr. F.J.C.M. van Rijckevorsel, was er toen ondergedoken. Hij vreesde namelijk opgepakt te worden door de bezetters. Hij was ondergedoken onder de naam broeder Seraphinus.

Bovenstaande gegevens en die van de vorige 2 columns van Sporen van vroeger zijn voor een deel ontleend aan de herdenkingsboekjes ter gelegenheid van het 50- en 75-jarig bestaan van de Engelbewaarderskerk.

Een luchtfoto van de school, gemaakt na de bouw in 1930. Foto: Beeldbank Lisse.nl

 

Beekbrugschool is een gemeentelijk monument

De Beekbrugschool stopt zijn activiteiten. Het gemeentelijk monument uit 1930 wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

19 juni 2018

 Nico Groen

Aan het einde van het schooljaar 2017-2018 sluit de Beekbrugschool zijn poorten. Het aantal leerlingen is te laag voor het voorbestaan van de school. Dat is natuurlijk heel erg voor de leerlingen en de onderwijzers, maar ook voor het gebouw zelf.

Het pand bestaat uit 2 bouwvolumes: de vroegere jongensschool en de vroegere meisjesschool. Deze 2 gebouwen waren oorspronkelijk verbonden door middel van een lager deel, gebouwd als gymzaal. De school werd in 1930 gerealiseerd onder architectuur van C.W. Barnhoorn en Th. van der Eerden uit Lisse. De Gebroeders Oostrom uit Warmond bouwden de scholen voor 86.600 gulden. Tijdens en na de oorlog nam het aantal leerlingen sterk toe. In 1948 is daarom door architectenbureau Paardekooper-Barnhoorn een verdieping op de gymzaal ontworpen. Met deze uitbreiding was al in 1930 rekening gehouden. Voor de oorlog waren de plannen er al, maar door de oorlog konden deze niet worden uitgevoerd. Ook in 1948 kon nog niet met de bouw worden begonnen, omdat er zo vlak na de oorlog een groot gebrek aan bouwmaterialen was. In 1948 was niets meer te krijgen. Aannemer Kiebert bouwde deze verdieping  pas in 1949.

In 1976 is aan de oostkant in het midden van het gebouw een nieuwe gymzaal in dezelfde stijl gerealiseerd. Deze staat dwars op de school zelf.

Waarom een monument?

Door acties van de Vereniging Oud Lisse is het schoolgebouw met als adres Heereweg 455 sinds 2008 een gemeentelijk monument.

Op verzoek van de  gemeente is toen door de Stichting Dorp, Stad en Land een inventarisatie in Lisse gemaakt om tot een evenwichtige toewijzing tot gemeentelijk monumenten te komen. In de inventarisatie staat de motivering waarom een gebouw een gemeentelijk monument zou moeten zijn. In het rapport over de Beekbrugschool staat dat het gebouw een gaaf voorbeeld van tijdgebonden architectuur is. Dit komt door de unieke bouwstijl en het gebruik van het materiaal. Omdat zowel de jongensschool als de meisjesschool dezelfde voorgevel hebben, is het gebouw vrijwel symmetrisch. Aan beide zijkanten van de gymzaal, dus aan de west- en oostkant, is een grote uitbouw gerealiseerd.  Naast deze grote uitbouwen bevinden zich aan iedere kant 2 erkerachtige aanbouwsels. De gevelopeningen aan de voorzijde hebben diverse afmetingen, maar vormen wel een geheel. Een belangrijk deel van de ramen is voorzien van roeden.

De gevels zijn gemaakt van rode baksteen in zogenaamd kettingverband. In kettingverband wil zeggen dat iedere steenlaag bestaat uit 2 normale strekkende stenen, afgewisseld met een steen met de kopse kant naar voren. De eerste verdieping, die in 1949 is gerealiseerd heeft dezelfde bouwstijl, evenals de gymzaal uit 1976.

Wat brengt de toekomst?

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” is benieuwd wat er in de toekomst met het gebouw gaat gebeuren. Aan een gemeentelijk monument mag namelijk aan de buitenkant niets belangrijks worden veranderd. Er zijn dus niet al te veel mogelijkheden voor een nieuwe gebruiker. Aan de binnenkant is het behoud van de oorspronkelijke staat niet zo van belang, hoewel de Vereniging het jammer zou vinden als er te veel aan veranderd zou worden.

De voormalige meisjesschool in 2018 met links de gymzaal met verdieping. Foto: Nico Groen

 

Geschiedenis van de Beekbrugschool

De Beekbrugschool stopt zijn activiteiten. Wetenswaardigheden van de school worden beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

5 juni 2018

Nico Groen 

Aan het einde van het schooljaar 2017-2018 sluit de school Beekbrug zijn poorten. Het aantal leerlingen is te laag voor het voortbestaan van de school. De Sophia Stichting ziet geen heil meer in verdere bekostiging van deze, voor de buurt, zo bijzondere locatie voor het basisonderwijs. Een sprong terug in de tijd: de school maakte vroeger onderdeel uit van de katholieke enclave van de H.H. Engelbewaarderskerk, waartoe ook de pastorie, het broederhuis en het zusterhuis behoorden.

Gebouwd in 1930

De eerste plannen voor de bouw van de school dateren uit 1929. Na onderzoek bleek er voldoende draagvlak onder de ouders met kinderen in De Engel te zijn om een jongensschool en een meisjesschool te stichten. N.W. Sentenie was de bouwpastoor van de  hele enclave. Beide scholen kregen 4 lokalen met een gezamenlijke gymzaal er tussenin. Er moest dus met gecombineerde klassen worden gewerkt. De scholen werden vernoemd naar de ouders van de bouwpastoor; Wilhelmus voor de jongensschool en Anna voor de meisjesschool. Er bleek ook behoefte aan een bewaarschool te zijn. Daarom werd de gymzaal al in 1931 omgebouwd tot bewaarschool.

De parochie kreeg voor de meisjesschool medewerking van de Zusters van H. Carolus Borromeus uit Maastricht, beter bekent als zusters ‘Onder de bogen’. De Broeders van Saint Louis te Oudenbosch zorgden voor onderwijs op de jongensschool. Op 30 april 1930 kwamen de zusters en broeders aan in Lisse. Op 1 mei 1930 werden de scholen ingewijd en aan het begin van schooljaar begonnen de lessen. Op de eerste schooldag waren er 156 jongens en 144 meisjes, precies 300 kinderen dus. Er waren nogal wat kinderen uit de Kaag, omdat daar geen katholieke school was. Deze kinderen kwamen met het pontje over de Ringvaart naar de 3e Poellaan en verder langs de Heereweg om bij de school te komen. In 1935 werd de zorg voor voogdijkinderen van het Vincentiushuis aan de zusters toevertrouwd. Deze kinderen bezochten ook de beide scholen.

Uitbreiding in 1949

De scholen barstten na de oorlog uit hun voegen. Alle beschikbare ruimten, zoals het materialenhokje bij de meisjes, werden gebruikt als klaslokaal. De plannen om de scholen uit te breiden bestonden al voor de oorlog, maar in 1946 was de nood erg hoog geworden. Het bestuur wilde een nieuwe verdieping op de gymzaal maken. Dat lukte pas in 1949.

Tot 1964 was het Kerkbestuur ook het bestuur van de scholen. In 1964 kwam daar een einde aan en kregen de scholen een eigen bestuur. In 1967 vertrokken de broeders en vanaf die tijd waren er op de jongensschool alleen onderwijzers. Ook aan de lesgevende taken van de zusters kwam een paar jaar later een einde.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw gingen de Wilhelmusschool en de Annaschool eindelijk helemaal samen. De jongens en meisjes kwamen toen bij elkaar in de klas te zitten. De naam van de school werd ‘RK scholen Beekbrug’.

Nu komt er dus een einde aan de rijke onderwijshistorie van de Beekbrug.

De westzijde van de meisjesschool in 1930 met links de gymzaal zonder verdieping. Foto: Beeldbanklisse.nl

 

school Beekbrug de Engel

Heereweg 455 – School ‘Beekbrug’

Oorspronkelijk een jongens- en een meisjesschool met een gymzaal er tussenin.

Kadaster: B-2637 en B-2738. Bouwjaar: 1930, eerste verdieping 1948. Architect: C.W. Barnhoorn.

school Beekbrug de Engel

De school “Beekbrug” sluit zijn poorten in 2018

De GRIBUS bij de Engel

Op de hoek van de 2e Poellaan/Heereweg lagen vroeger 9 arbeidershuisjes. Daar was het armoede. Het heette daar de Gribus. De geschiedenis en de bewoners worden besproken.

Deen Boogerd

Nieuwsblad Jaargang 16 nummer 2 Lente 2017

De woordenboeken zeggen er niet veel goeds over, “Gribus” is bargoens voor achterbuurt en dan nog wel een onooglijke en armoedige. Ja, zelfs als hoerenkot wordt het beschreven. Daar kan niet veel goeds vandaan komen, toch?

Het rijtje van negen arbeidershuisjes lag vlak tegen de Engelenbuurt, aan de oostkant van de Heereweg hoek 2e Poellaan. In het voorjaar tussen de bloemenbedden als op een bont gekleurd sprei dat zich uitstrekte zover het oog kon zien. Nog steeds is daar vrij uitzicht over de velden die elk voorjaar weer kleuren en geuren. Ieder jaar weer een vrolijk gezicht. Of de mensen die in “de Gribus” woonden dat ook zo hebben beleefd, kunnen we wel betwijfelen. Als je daar woonde wist je wel wat “arremoei” was. “Kleinzucht”, schrijft Hulkenberg in “Lisse, rommeling” of wat vriendelijker was ”de negen huisjes van Scholten”.

Links de Gribus, gezien vanaf de Ringsloot. Op de Heereweg tuft net de Bello voorbij, richting Lisse. circa 1928

Dit huizenrijtje stond zo’n twee en halve meter verder naar voren dan het rijtje waar Cock Schenk zijn rijwielzaak had en nu nog steeds woont. De huisjes hadden een iets verhoogd taluut. Ongeveer een meter van de huisjes lag het spoor waar Bello voorbij tufte en even zijn schrille fluit liet horen om de mensen te waarschuwen. Dat was nodig want het was een kinderrijk stukje Lisse. In deze negen huisjes woonden bij tijd en wijle maar liefst zo’n honderd zielen. Dat was voor die tijd niet ongewoon. Pa, ma met zeven tot elf kinders en opa en/of oma erbij, dan zit je al gauw aan de honderd monden die gevoed moeten worden. Misschien had boer Scholten in zijn goedheid bij de kaveltjes ook nog een groentetuintje bedacht. Vlak naast de huisjes bij huisnummer 45 kon je de tweede Poellaan in wat toen nog niet meer dan een onverhard pad was.

Armoe troef!

Naast opa Vink die tussen zijn hyacinten poseert, staan de Gribushuisjes. De boom staat bij de ingang naar de 2e Poellaan, links de oude boerderij van Van der Slot.

In het voorjaar, de zomer en de herfst was er werk genoeg dan moest je het verdienen. In de winter had de baas je niet nodig, dan ging je in de steun. Dan was het een karig bestaan, als je slim was maakte je van je groentetuintje goed gebruik. Dan had je aardappels, kroten, winterpeen en kool onder de pet, kon je tenminste je kinders te eten geven. Om de zorgen van het bestaan te vergeten werd er ook behoorlijk aan de jajem gezeten. Als je niets te makken had en je kwam in Lisse wonen, dan waren huisjes als die van de Gribus de aangewezen plekken om te mogen verblijven. Voor de rest was het een hard bestaan, als men de kans kreeg om daar weg te gaan, hoefde je niet lang na te denken.
“De Gribus” stond niet zo hoog aangeschreven, het was een nogal berucht buurtje. “Moeders onthou goed wat ik zeg………hou je dochters bij “de Gribus” weg! Jonge kerels uit Lisse of Sassem die in de Engelenbuurt verkering zochten moesten heel erg op hun hoede zijn, want een pak rammel van de “Engeltjes” was haast niet mis te lopen. Onder elkaar was het een zeer hechte gemeenschap, nog steeds zijn de mensen er heel trouw en honkvast aan hun stukje Lisse.

De negen huisjes van Scholten
Boer Petrus Scholten woonde in wijk C nr. 44 ergens achter in het land tegen de Ringsloot, een gemengd bedrijf dat langzaam de veestapel verruilde voor de bollenteelt. Blijkbaar had hij werkkracht nodig en liet hij om die reden aan de rand van zijn land tegen de Heereweg ca. 1880 het rijtje van negen daglonershuisjes bouwen. De huisjes zijn net voor de tweede wereldoorlog gesloopt. Op een luchtfoto van de RAF uit 1944 is het braakliggend stukje grond goed te zien. Het lapje grond deed al gauw dienst als vuilnisbelt voor de Engelenbuurtbewoners. Veel mensen denken dat het daarom de Gribus genoemd werd, echter de naam was al veel eerder aan dit onvolprezen stukje Lisse gegeven. In 1953 kreeg architect Paardekooper opdracht van bollenkwekers de heren Gerrit Rutgrink en Arie van Wendt om een dubbel woonhuis te ontwerpen. Voordat aannemer Barnhoorn met de bouw kon beginnen zijn er 54 vrachtwagens, volgeladen met troep van dit veldje, weggereden naar de echte vuilnisbelt. In 1954 werden huisnummer 377 en 379 opgeleverd.

Een jaar later werden de huisnummers 373 en 375 gebouwd en de eerste twee huizen aan de  2e Poellaan volgden nog wat later.

De Gribus

 

Bewoners in 1890
Nu Heereweg 373 t/m 379, maar voor 1900 stond op deze locatie een rij van negen arbeidershuizen, direct aan de straat; één verdieping plus zolder met zadeldak, de nok evenwijdig aan de straat; voorgevel zonder voordeuren en per woonhuis
één raam; bouwjaar omstreeks 1880. In 1890-1900 zijn de huizen genummerd wijk C nummer 45 t/m 52; dit is één nummer te weinig, waarschijnlijk waren er twee huizen samengevoegd.
nr. C44: Petrus Scholten, veehouder
nr. C45: Gerrit Warmerdam, arbeider
nr. C46: Weduwe van Velzen, zonder beroep
nr. C47: Jan van der Ploeg, arbeider
nr. C48: Dirk van Beek, zonder beroep
nr. C49: Gerrit Warmerdam, arbeider
nr. C50: Jan Wassenaar, arbeider
nr. C51: Hendrik Raaphorst, arbeider
nr. C52: Floris van der Voet, arbeider
nr. C53: Cornelis Duineveld, veehouder
C44 en C53 waren de boerderijen die verder van
de Heereweg af stonden.

De “negen huisjes van Scholten”‘ ook wel “kleinzucht” of “de Gribus” genoemd, zijn gesloopt voor 1940; op het braakliggende terrein aan de oostzijde van de Heereweg nabij de 2e Poellaan ontstaat daarna een vuilnisbelt, die volgens een in 1951 bij de gemeente klagende bewoner “steeds groter wordt, tot schande voor de Bloembollenstreek”, in 1953 wordt de vuilnisbelt verwijderd , waarna gebouwd kan worden.

Petrus Scholten

De foto hierboven laat het Deverlaantje in 1906 zien met een blik naar de tweede Poellaan. Helemaal links zien we de afgeknotte molen aan de Roversbroekdijk, daaronder de boerderij van Rotteveel uit 1895 en nog veel ouder de ruïne van Dever uit ± 1370. De bollenschuur met woonhuis van P. Schoorl zijn nog maar net opgeleverd. Halverwege het laantje staat het “Poortwachtershuisje” met schuur en hooiberg. Bij dit verhaal gaat het om de grote boerderij die op de horizon staat. Dat is de boerderij van Petrus Scholten die de Gribus huisjes heeft laten bouwen. De schuur gaat later over op Jan Guldenmond, zo is er ook weer een vraag in de “wie weet raad “serie opgelost (Zie VOL site). Nr.44 wijk C, dat is de rood omkaderde boerderij op de foto.

Geer van Velde kind van de Gribus

Geer van Velde *04-05-1898 Lisse – †03-05-1977 Cachan

“Wat kan daar voor goeds uit voortkomen” , een buurtje waarvoor moeders  waarschuwd werden, zuiplapperij etc. etc. Ach de mensen die daar woonden hadden er ook niet om gevraagd, “als je voor een dubbeltje geboren bent zal je nooit een kwartje worden”, was een zeer bekend liedje uit die tijd van Louis Davids. Toch ook uit die gribuszooi zijn mensen groot geworden en van hun nakomelingen wonen er nog heel wat gelukkig en weltevree in de Engelenbuurt en in de rest van Lisse. Of Willem van Velde oog had voor de bloeiende bollenvelden toen hij zijn derde kind ging aangeven bij het bevolkingsregister in Lisse? Hij zal eerder flink achter de oren hebben gekrabt met de gedachte “alweer een mondje om te voeden, hoe moet ik dat nu weer opbrengen?” Misschien was dat ook wel de reden waarom Willem met zijn gezin hier neerstreek langs de Heereweg op huisnummer C48. Had boer Scholten een huisje en een werkplek over toen ze in december 1897 hier kwamen wonen? C. J. Zaneveld gemeentesecretaris, veldwachter E. J. Walraven en burgemeester Von Bönninghausen ondertekenden de geboorteakte. Hun verblijf hier was van zeer korte duur, het zelfde jaar verlieten ze de Gribus alweer en trokken naar Leiden. Snel daarna weer naar Den Haag, waar zus Catharina Jacoba werd geboren. Een onrustig bestaan, dat bleek ook wel want vader Willem zwierf door heel West- Europa en liet moeders de vrouw alleen met de kinderen. Belangrijk?…. Ach, wat is belangrijk? Wel leuk om te weten, dat Geer die hier in onze Gribus het levenslicht zag, later een internationaal bekend kunstenaar werd, in navolging van zijn broer Bram. Bram en Geer van Velde waren vernieuwende geesten binnen de schilderkunst. Geers eigenlijke doorbraak kwam pas toen schrijver en vriend Samuel Beckett over hem begon te schrijven. Deze vriendschap heeft het aanzien van zowel Bram als Geer in de kunstwereld een behoorlijke lift gegeven. Het ongedurige van vader was waarschijnlijk wel doorgegeven in hun DNA, zijn jongens reisden ook van hot naar her om uiteindelijk bij Parijs hun langste verblijf te hebben. Geer was vooral figuratief expressionist en liet zich inspireren door het kubisme. In 1949 werd het werk van beide broers tentoon gesteld in het Haags  Gemeentemuseum. Hun 82-jarige moeder Catharina en hun zus Jacoba kwamen samen het werk van de broers bewonderen. De broers zelf bleven, met soms flinke tussenpozen contact met elkaar onderhouden.

Bronvermelding
P. Borsboom – www.paulborsboom.nl
A. M. Hulkenberg – Lisse Rommeling
Jasper van ’t Wout – Gemeentelijk archief Lisse
archief van VOL – eigen archief – wikipedia
Dank aan Fa.Van der Slot- Heereweg 363 Lisse
en Trudy van Dooren – archief Lamboo/Vink

In 1732 telde Lisse 229 huizen en een molen

Het buurtje op de hoek Heereweg en 2e Poellaan heette de Griebus. Het was eerder berucht dan beroemd. In 1544 was de oppervlakte in Lisse 1529 morgen groot.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 2 april 2006

De vorige keer begonnen we aan de hand van Mattheus Brouerius van Nidik, R.G. en Isaac le Long een wandeling door Lisse. Startend in het noorden. In het boek “Kabinet van Nederlandsche en Kleefse Oudheden” schrijven ze:…
“Volgens de algemeende lijst van alle mede-betalende landen, onder het Heemraadschap van Rhijnland, en die met uitwateren, is het dorp dertien honderd negen en dertig morgen en dertig roeden groot; maar volgens de lijst der morgentalen en zekere overeenkomst tusschen eenige Rhijnlandse dorpen, met voorkennis van Burgemeesteren van Leiden en de Dijkgraaf en hoge Heemraden van Rhijnland, getroffen den 8 february van het jaar 1549, ten overstaan van de Heren Gerrit van Assendelft, Ridder en Kornelis Smit, als commissarissen bij den Hove van Holland hiertoe afgezonden, werd het ambagt van Lisse gesteld op negen honderd twee en dertig morgen en twee en een half hont. Bij de nieuwe meeting, in het jaar 1544, werd het groot bevonden vijftien honderd negen en twintig morgen, en den 3 Februari des jaars 1549, maakte men eene schikking, waarbij het voortaan in de gemeende landslasten en onkosten van Rhijnland zou moeten betalen voor dertien honderd morgen. Volgens de lijst der verpanding van het jaar 1732, zijn onder dit anbagt 229 huizen en een molen. Op de oude lijst van het jaar 1632, zijn er slechts 148 gebragt…”.
Een volgend keer volgen we de schrijvers verder…

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

Het buurtje dat vroeger “De Griebus” heette op de hoek Tweede Poellaan/Heereweg, dus schuin tegenover de Catharijnelaan. Het bestaat niet meer, maar was indertijd meer berucht dan beroemd was, want hier kwamen de gasten langs die op vrijersvoeten waren en zuidelijk van het centrum hun vertier zochten. De leuze was dan ook: “Moeder luister naar wat ik zeg…. hou je dochter bij de Griebus weg”.

Nostalgie naar de hechte katholieke tijd van toen

Piet Reewijk en Jan Tempel praten over het wel en wee van buurtschap De Engel. De geschiedenis van de Engel komt aan de orde, evenals de kerk, de woningbouw, de omgeving en allerlei gebeurtenissen in de Engel. De woningen uit 1937 staan er nog steeds.

door Ine Elzinga  en fotografie: Hans Smulders

Nieuwsblad Jaargang 3 nummer 2, april 2004

Buurtschap De Engel

De eerste woningen die de net opgerichte woningbouwvereniging Gezinsbelang in 1937 oplevert, staan er nog steeds. Dat geldt trouwens voor de gehele wijk. Piet Rewijk, die hier zijn hele leven al woont, praat samen met Jan Tempel over het wel en wee van buurtschap De Engel: ‘Het is altijd een hechte katholieke buurt geweest. De mensen kenden elkaar allemaal. In 1974 zijn veel ouderen naar woonzorgcentrum De Eikenhorst, dat toen werd opgeleverd, verhuisd. Nu de woonverdeelcommissie de woningen toewijst, verandert er veel. Er komen hier steeds meer mensen van buiten wonen, je kent elkaar niet meer. De saamhorigheid is weg, Dat is echt jammer.’

Over de allereerste huizen van buurtschap De Engel is niet veel bekend. Piet Rewijk weet dat de naam van het buurtschap afkomstig van herberg de Witte Engel, wat rond 1600 hier een pleisterplaats moet zijn geweest. Wel is bekend dat Joris Maartensz Langeveld op 24 januari 1639 herberg de Engel heeft gekocht. Veel recenter is de informatie uit de uitgaven ’50 jaar geschiedenis van de Engelbewaardersparochie 1929-1979′ en ’50 jaar woningbouwvereniging Het Gezinsbelang1935-1985′. Er stonden hier en daar wat woningen en de laatste nieuwbouw dateerde uit 1908. De bevolking is overwegend katholiek en aangewezen op Lisse of Sassenheim of op de schuurkerk, gelegen aan de Achterweg. Op 29 december 1928 krijgt N.W.Sentenie, kapelaan in Den Haag, de opdracht van Monseigneur Aengenent, bisschop van Haarlem, een nieuwe parochie op de richten ergens tussen Lisse en Sassenheim. Hij laat zijn oog vallen op een ‘schitterend’ terrein nabij de Beekbrug, eigendom van Wilhelmus Heemskerk die gehuwd is met Maria Hoogduin. Zij geven hem het terrein ten geschenke!
Niet alles gaat van een leien dakje, maar na hard werken is in 1931 alles, behalve de tuin, gereed en staan op het terrein een noodkerk, een hoofdkerk met pastorie, een bijkerk met kosterswoning, twee scholen (een jongens- en meisjesschool), een zusterhuis en een bewaarschool.

Rijke streek
Rewijk, een man met een geheugen als een wandelend archief, gaat terug in zijn eigen geschiedenis om een beeld van de Engel te geven. Levendig vertelt hij: ‘In de jaren twintig (1920) was dit een rijke streek, er was werk, het ging goed in de bollen. Mannen van elders kwamen hier werken. Mijn vader kwam uit Kudelstaart, mijn moeder uit Nieuwveen. Zij hebben eerst in het koetshuis van Ter Beek gewoond, dat was toen trouwens al onbewoonbaar verklaard. Ik ben daar geboren. De zogenoemde Oude Griebus bestond uit een rijtje van zeven woningen langs de Heereweg, tegen de tweede Poellaan aan, vlak langs de tram. Een volwassen man kon zo bij de dakgoot, zo laag waren ze en erg bouwvallig. Dat buurtje had een slechte naam, maar toen de huizen leegkwamen, was het een heerlijk speelterrein.’
Het buurtschap heeft een eigen brandspuit, sinds 1909 tussen de panden van Onderwater en Duineveld gestald. De enthousiaste brandweergasten waren in 1928 als eerste ter plekke, met de benenwagen, toen het splinternieuwe Laboratorium voor Bloembollenonderzoek in brand stond. De Engel heeft dan (waarschijnlijk vanaf 1920) ook café Juffermans (nu Restaurant Bar De Engel). Rewijk: ‘Ik weet niet precies vanaf wanneer. Maar wijlen moeder Juffermans-van der Velde was de ‘sociaal werkster’ van de Engel. Ze verloor haar man al jong, die heeft zich dood gedronken, en bleef achter met een groot gezin, leuke jongens trouwens. Ze heeft het bedrijf weer helemaal op poten gekregen en was echt de moeder van de Engel.’

Gejuich
Er is behoefte aan woningen, de jeugd vliegt uit. Voor een kleine doch hechte gemeenschap als De Engel is dat onverteerbaar. De kerk staat er al evenals de school. ‘Piet Romijn was voorzitter van het kerkbestuur en hij kwam op het idee een woningbouwvereniging op te richten.’ Dat idee wordt op een bijeenkomst van de bewoners met gejuich ontvangen. In maart 1937 levert de kersverse woningbouwvereniging Gezinsbelang de eerste woningen op, aan het Engelplein en de eerste rij aan de Nicolaas Damesstraat (37 woningen, komplex 1, er zullen er nog drie volgen) tot aan de poort. ‘In dat poortje had Gezinsbelang aanvankelijk een kantoortje. Ledenvergaderingen werden in het parochiehuis gehouden, en als een kind volwassen was geworden, werd het als vanzelfsprekend lid. De huur van die eerste woningen bedroeg f3,20, best redelijk voor die tijd. Er kwamen grote gezinnen te wonen, 12 kinderen was geen uitzondering. In de eerste 14 woningen van het Engelplein woonden op een zeker moment 137 kinderen!!!
Toen er eens drie gezinnen met elk veertien kinderen vrijwel gelijktijdig verhuisden, was dat ook een probleem voor de school,’ herinnert Rewijk zich met een grijns. Later is de Nicolaas Damesstraat doorgetrokken, die woningen waren iets anders, komplex 2. ‘Langs de Mallegatsloot was een speelterrein, een zandvlakte met een grote en een kleine schommel, een wip en een zandbak. Daar werd veel gespeeld. In de oorlogsjaren zijn die speeltoestellen opgestookt in de kachels.’ Pas in 1959 komt er een nieuw speelterrein, ‘Kindervreugd’ aan de westkant van de De Haanstraat. Na de oorlog volgen nog twee komplexen, in totaal zo’n 170 woningen. Na 1956 krijgt de woningbouwvereniging geen toestemming meer van het Provinciaal bestuur om nog verder uit te breiden.

Piet Rewijk en Jan Tempel in de Engel

Weinig veranderd
Beide heren hebben altijd met veel plezier in de Engel gewoond. Over die eerste woningen van Gezinsbelang zegt Rewijk: ‘Dit zijn mooie solide huizen, de eerste dakpannen liggen er nog op. Er is in de loop van de tijd weinig aan veranderd.’ Tempel voegt daaraan toe: ‘Vroeger was de huidige woonkamer de helft kleiner, de andere helft bestond uit een slaapkamer, een toilet en een kleine keuken. Later is er een keuken aan de achterkant aangebouwd, wat de woonkamer tweemaal zo groot maakte, je ziet dat nog aan het plafond. Op de eerste verdieping hadden we een grote overloop en vier slaapkamers. Die overloop is verkleind, de vier slaapkamers zijn er nog.’ Rewijk vertelt dat er ook een vliering is: ‘En dat was wel nodig met die grote gezinnen toen. Zelf heb ik ook lang op zolder geslapen, ik kom uit een gezin van negen.’

Geen vetpot
In de crisistijd, jaren dertig, stort de bollenhandel in. Rewijk: ‘Mijn vader was een harde werker, hij pakte alles aan. Maar hij kwam ook regelmatig in de steun terecht, f11,- per week. Met een huur van f3,25 en negen kinderen was dat geen vetpot.’ De oorlogstijd is een zware tijd. Een aantal mensen moet hun huizen verlaten, op gemeentelijk dwangbevel, om er Duitsers te huisvesten. Ook Jan Tempel moet weg: ‘Na de oorlog ben ik met de tram thuisgekomen, er was een halte bij De Engel. De tram reed elk half uur. In 1948 is de tramlijn opgeheven.’ Bovendien worden veel kustbewoners geëvacueerd, naar onder meer de Engel. De Duitsers willen de kuststrook vrij hebben. Toch komen ook ‘leuke’ verhalen uit die tijd naar boven, zoals van de buurman die twee varkentjes in de schuur hield: ‘Die beesten schreeuwden de gehele dag, er was geen voer, ze kregen alleen aardappelschillen en water. Bij varkens die honger lijden gaan de haren groeien, buurman noemde ze vanaf dat moment mijn schaapjes.’

De Nicolaas Damesstraat in De Engel. Ook hier heeft de auto zijn plaats opgeëist. Dat neemt niet weg dat de oude bewoners nog steeds vol nostalgie praten over de tijd van toen.

Dat de Engel een hechte Katholieke buurt is, verklaart ook het grote kindertal. Rewijk: ‘Vanuit het katholieke denken is het leven een groot goed, wat we zoveel mogelijk aan anderen moeten schenken.’ De kinderen gaan gescheiden naar school, de meisjes krijgen les van de nonnen, de jongens van de broeders. ‘Het was een redelijk strenge Katholieke opvoeding. Maar je zult mij nooit iets onaardigs over de broeders horen zeggen. Die hebben geweldig werk verricht. Naast de schoollessen verzorgden ze ook toneel, zang en sport. Er was een jongenskoor. Ik heb er jaren opgezeten en zing nog steeds graag.’ Vooral na de oorlog organiseert de KAJ (Katholieke arbeidersjeugd) veel sportevenementen, het kampioenschap hardlopen van de Engel, schaatswedstrijden op de Mallegatsloot.

Sociale controle
Voor buitenstaanders is het niet altijd gemakkelijk zich een plek in deze wijk te verwerven. Jan Tempels echtgenote, van huis uit Amsterdamse: ‘Het was toch een heel gesloten gemeenschap met een sterke sociale controle. In het begin was het wel moeilijk. Op zondag bleek het niet gepast als vrouw een pantalon te dragen. Zoiets was ik in Amsterdam niet gewend. Een spijkerbroek doordeweeks kon wel, maar je werd wel geacht je te verkleden voordat manlief thuiskwam. Ik heb mij dat eerlijk gezegd nooit zo aangetrokken. Ik ben nu helemaal geaccepteerd en voel mij hier echt thuis.’
Begin jaren vijftig gaat het ook in de Engel beter. De bollenarbeiders krijgen 30 Rijnlandse roeden om te bewerken en daarnaast 1,5 roede per kind, inclusief poters, om dus aardappelen te verbouwen. Dat is vastgelegd in de CAO. Als de aardappelen gerooid moeten worden, is de hele buurt eendrachtig aan het werk. In 1957 komt daar een einde aan, de arbeiders krijgen wel een compensatie, de CAO wordt aangepast. Rewijk: ‘Dat was in verband met de export naar Amerika en hun angst voor het aaltje. Het was wel jammer, die zandgrondaardappelen waren veel beter dan die later op de klei werd verbouwd.’ En er is altijd een nauwe band geweest met het bedrijf Onderwater: ‘Veel vrouwen hadden een goede bijverdienste aan het inpakken van bollen.’

Wie zijn jeugd heeft doorgebracht in De Engel, speelde in De Poort. Vooral voetbal met een tennisbal. Het buurtschap had in totaal vijf van deze poorten.

Volle kerk
De Engelbewaardersparochie heeft altijd over de Engel gewaakt: ‘Iedere zondag drie missen en de kerk was tot de laatste plaats bezet, toch wel duizend mensen. Nu is dat nog maar één mis, en als er 150 mensen zijn, is het veel.’ Tempel: ‘Ik herinner mij dat onze buurvrouw zondagmorgen om half zeven onder aan de trap alle negen kinderen bij naam het bed uitriep, ik ken dat rijtje nu nog. Om zeven uur eerst naar de mis, daarna mochten ze spelen, voetballen enzo.’ 

Kerk dicht?
Er gaan geruchten dat de Engelbewaarderkerk gaat sluiten. Dat feit mede met het gegeven dat steeds meer buitenpoorters zich in De Engel vestigen, maakt duidelijk dat ook buurtschap de Engel niet ontkomt aan de maatschappelijke veranderingen. Maar ook vandaag willen zij die in dit buurtschap zijn opgegroeid hier graag blijven. Eens Engelsman, altijd Engelsman. ‘Wat typisch van De Engel was? De hechte Katholieke gemeenschap, en … de bijnamen.
Een voorbeeldje dan. Toen Willem Goedemans ooit het riet (afkomstig van de bollenvelden) tot een schoof samenbond, bleek hij een gedeelte bijna te vergeten. Enthousiast bond hij dat er bovenop tot een punt. Sindsdien heette hij Willem Punt, en zijn kinderen waren er een van Punt. Maar van de meeste bijnamen is de herkomst onbekend.’

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

Piet Rewijk en Jan Tempel in de Engel