Berichten

Dag van het Kasteel 2024 bij Dever alleen op 2e Pinksterdag

Nieuwsflits

Nieuwsblad 23 nummer 1 2024
De landelijke organisatie van Dag van het Kasteel wil het hele Pinksterweekend voor dit evenement gebruiken. Dit jaar is het thema ‘Aan Tafel!’. De focus is dan ook gericht op de voedselcultuur binnen de muren van kastelen en buitenplaatsen. Fruitbomen, moes/kruidentuinen, vee, pluimvee, vis, wild, bosvruchten en honing. Uit de middeleeuwse takkenbosoven komen zoals gewoonlijk de lekkerste Deverbroodjes. Kom dus op 2e Pinksterdag naar ‘t Huys Dever voor middeleeuws lekkers!!! Een Deverbiertje is natuurlijk ook niet te versmaden.

Lisse 825 jaar en donjon Dever

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

6 juni 2023

 door Nico Groen

 Lisse bestaat dit jaar op papier 825 jaar. Dit wordt groots gevierd in Lisse. De agenda vindt u op de website van de gemeente Lisse. Donjon Dever is waarschijnlijk kort na 1375 gebouwd door ridder Reinier Dever of d´Ever. Al in 1284 wordt Lisse in verband gebracht met de familie Ever. In dat jaar ontvangt ‘Gherardus Ever te Lysse’ geld. Waarschijnlijk woonde de familie al veel eerder in Lisse

Heer Reinier d’Ever is overleden in 1417. Wanneer hij geboren was, is niet duidelijk. Zijn vader Gherardus kwam om in een veldtocht naar Warns bij Stavoren in 1345. Hij is dus vóór die tijd geboren. Reinier was een trouwe vazal van Hertog Albrecht van Beieren, graaf van Holland en grootvader van de legendarische Jacoba. Reinier was vaak voor de graaf van Holland onderweg.

Het Ambacht Lisse werd in die jaren vanuit Teylingen bestuurd door Reiniers oom Gerrit van Heemstede. Deze oom was ook houtvester van het Keukenduin.

Reinier d’Ever was getrouwd met Janne van Leyenburg. Zijn kleinzoon Gysbrecht van Haeften volgde hem op. In 1445 erfde Gysbrechts dochter Clara de ridderhofstad Dever. Zij huwde eerste Jan van Duivenvoorde en later Walraven van Brederode. Clara overleed in 1507. Daarna kwam de donjon in eigendom van haar kleinzoon Jan van Matenesse. Diens vader Adrian was namelijk ook al overleden.

Gherijt Evers poel

Adrian had het viswater achter de donjon gehuurd van de stad Leiden. Dit water werd toen de Gherijt Evers poel genoemd. Als zuidwestgrens van de poel werd ‘die horn’ bij de huidige 2e Poellaan genoemd. Gherijt Evers poel liep helemaal door naar het zuidoosten ‘totter halve grevelingh’. Een enorme poel dus.

Verdedigbare donjon

Dever is een verdedigbare woontoren of donjon. De achterzijde is vlak: die was gericht naar het moeras van de Lisser Poel en behoefde niet zo sterk te zijn, omdat van die zijde geen gevaar dreigde. De andere muren zijn hoefijzervormig gebogen en massief gemetseld. De fundamenten liggen op meer dan 3 meter onder de grond en rusten op een zandplaat, waardoor de muren na zeven eeuwen nog geen spoor van verzakking vertonen.

Dever had vier verdiepingen met muren van ruim twee meter dik in de kelder tot 1.60 meter in de kapelzaal op de bovenste verdieping. Het geheel was omringd door een gracht.

Na 1630 ontstond vóór de donjon een statig herenhuis, groter dan Dever zelf. Toegang tot de toren was via twee bruggen; de eerste naar de voorhof, de tweede vandaar naar de voordeur die op ruim twee meter boven de grond was. Het herenhuis werd bewoond tot ongeveer 1750. Maar na 1700 woonden de eigenaren er niet meer omdat die uit de streek waren vertrokken en woonden er huurders in. Na het vertrek van de huurders viel het verval in.

Na de tweede wereldoorlog werd Dever onteigend door de Nederlandse Staat. De landerijen werden verkocht en de ruïne, die toen al een rijksmonument was, ging in 1949 voor ƒ 1,00 naar de gemeente Lisse.

Foto: Een gravure van Dever in 1909, getekend Johan Enschede en Zn.
Foto: Oprechte Haarlemsche courant van 19 april 1909

Verhalen van Hollands Buiten

De stichting Monument & Verhaal maakt vertellingen en films over erfgoed en monumenten. O.a. Dever en Keukenhof.

Nieuwsflits

Nieuwsblad 21 nummer 4, 2022

Het binnenduinlandschap van Zuid- en Noord-Holland is gelukkig nog steeds rijk aan buitenplaatsen en landgoederen. Vele daarvan dateren uit de Gouden Eeuw, toen rijke Hollandse handelaren een zomerverblijf buiten de steden zochten. Sommige zijn veel ouder. Natuurlijk is er veel over deze monumenten bekend. Stichting Monument & Verhaal maakt vertellingen over het erfgoed en de monumenten. Bij die verhalen horen ook films. In september werd de eerst film op de site geplaatst en inmiddels zijn er al meerdere films uit de filmserie ‘Verhalen van Hollands Buiten’ online op de website www:monumentenverhaal.nl . Dever is al te bewonderen en de opnames voor de film over Keukenhof zijn afgerond. Een aanrader om op een winterse dag eens te kijken naar al dat schoons wat gelukkig nog bewaard is gebleven, vaak dank zij het vele werk van vrijwilligers.

 

Opening van de Kwakel bij Dever

Jaargang 19 nummer 2, 2020

Nieuwsflitsen

Het wandelroutenetwerk in Lisse is uitgebreid met een route vanaf de Zemelpoldermolen naar de hoek Achterweg/Prof. Van Slogterenweg. Door de aangelegde Kwakelbrug die vanaf de Vennestraat toegang geeft tot het
terrein van ’t Huys Dever, kan men nu de route vervolgen via de oprijlaan van Dever naar de Prof. Van Slogterenweg via het fietspad van de Heereweg. Ter info, ons VOL-lid Nico Groen, die ook actief is in het wandelnetwerk Bollenstreek, was de initiator van de bouw van deze Kwakelbrug! De Kwakelbrug werd op woensdag 24 juni officieel geopend door wethouder Kees van der Zwet en Ignus Maes, voorzitter Vrienden van ’t Huys Dever. Van der Zwet sprak zijn waardering uit voor de vrijwilligers van het wandelnetwerk Bollenstreek en ’t Huys Dever. Ze dragen bij aan de toegankelijkheid van het erfgoed in de Bollenstreek en in Lisse. Door de Kwakel brug wordt ’t Huys Dever opgenomen in het wandelnetwerk Bollenstreek en ontstaat er een nieuw ommetje voor de inwoners van Lisse. Dit project is tot stand gekomen met bijdragen van de provincie ZuidHolland, de regio Holland Rijnland en de gemeente Lisse. Langs de route is op het terrein van Dever een mooi infobord gerealiseerd over de geschiedenis van ’t Huys Dever en het wandelroutenetwerk Bollenstreek waar Ignus Maes een korte toelichting op gaf.

bruggetjes werden dus kwakels genoemd. Deze bij Dever is wel stevig!!!

Het woord Kwakel is verwant met wankel in de zin van onvast. Wiebelige

Folckert van de Veen neemt afscheid bij ’t Huys Dever

Beheerder Folckert van de Veen is 32 jaar het gezicht geweest van ’t Huys Dever. De tweede Pinksterdag 2021, de landelijke Dag van het Kasteel, was zijn laatste werkdag. Normaliter, zonder het coronavirus was dat altijd de drukst bezochte dag op de Dever activiteitenkalender. Deze keer bleven de deuren van de middeleeuwse donjon gesloten, maar er was in de omgeving wel een prachtige waterwandeling i.v.m. het thema Wat? Water! van de landelijke Dag van het Kasteel. Op de Dag van het Kasteel komen er normaal zo’n 800 tot 900 bezoekers naar ’t Huys Dever wat een gezellige drukte geeft. Daarom had Folckert deze dag uitgekozen om af te zwaaien. Folckert kijkt met heel veel plezier terug op de afgelopen 32 jaar. Hij werd in 1989 aangesteld als beheerder door de gemeente Lisse, die toen zijn directe werkgever was. Later
werd de exploitatie overgedragen aan de Stichting BeheerBuitenplaats ’t Huys Dever. Folckert heeft geschiedenis en archeologie gestudeerd. Daarom was hij heel blij met deze baan. Folkert heeft veel bijzondere exposities meegemaakt in ’t Huys Dever die ter plekke door hem georganiseerd werden. Ook de kerstconcerten waren onvergetelijk en daarnaast was ’t Huys Dever een van de eerste trouwlocaties buiten het gemeentehuis, waarin Folckert ook zelf getrouwd is!
Nu Folckert van de Veen van zijn pensioen gaat genieten, zal het beheer van ’t Huys Dever tot het einde van 2021 ad interim worden ingevuld door Suze Joukes en Deen Boogerd. Ook al is hij met pensioen, Folckert blijft bezig met de het onderzoek naar de verre Pruisentochten waar
Reinier Dever aan deel nam als krijgsheer.

Dever alscheid van de Veen

OUD NIEUWS: Kwaadaardige honden op Dever

Heer van Dever Jhr. Willem de Wael van Vronesteijn (1648-1699) had veel problemen met zijn windhonden. Zij vielen schapen en zelfs een bezoeker aan, die ernstig aan zijn been verwond werd.

Dirk Floorijp

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 1 januari 2019

De heer van Dever Jhr. Willem de Wael van Vronesteijn (1648-1699), gehuwd met Agatha Adriaansdr. Bijl (1634-1694), heeft heel wat te stellen met zijn liefhebberij, het houden van windhonden. Er lopen er zeker al vier los op zijn erf, van aanlijnen wetenv ze nog niet. Hij gebruikt zijn honden waarschijnlijk voor de jacht en bewaking.
Of er daarvoor ook al problemen zijn geweest weten we niet, maar in 1682 verschijnen er een aantal dorpsgenoten voor schout en schepenen met ernstige klachten. ‘Voor schout mr. Adriaan van Gorcum en de schepenen Jacobus Dirkse van ’t Hoog en Jacob Ottense Cranenburg verschijnen Jacob Dirkse Uijtermeer, oud omtrent 36 jaren (geb. ca 1646 en gehuwd met Marijtje Cors Langevelt), en Cornelis Pieterse desselfs bouwknecht, oud omtrent 20 jaren, beide onze inwoners, en Sijmon Cornelisse Oostdam, (ca 1632-) gehuwd met Jannetje Pietersdr Van der Plas, wonende in Noordwijkerhout, oud omtrent 50 jaren’. Cornelis Pieterse verklaart, op verzoek van de hoogedele heere Willem Benting, houtvester van Holland, dat hij, komend op maandag 8 juni 1682 van de Delftse paardenmarkt, heeft gezien dat twee windhonden waarvan hij later vernam dat zij toebehoorden aan jhr. Willem de Wael van Vronesteijn, heer van Dever, door de wei van zijn baas Jacob Uijtermeer de beesten achterna zaten. Hij heeft gezien dat een schaap in de sloot lag en een lammetje zeer verwond was. Cornelis vertelt dit aan zijn baas Jacob Uijtermeer, die zich naar Dever spoedt en jhr. Willem verzoekt de heer de geleden schade door zijn honden aangedaan te vergoeden. De zaak wordt in der minne geschikt voor vijf gulden en twee stuivers.
De derde getuige Simon Oostdam doet zijn verhaal voor schout en schepenen. Afgelopen september ging hij naar de wei van Willem Ariense in Noordwijkerhout, waar zijn ram liep, die hij naar zijn eigen weide wilde overbrengen. Het dier was echter zo ernstig gebeten dat het moest worden afgemaakt. Ene Cornelis Jacobse uit Noordwijkerhout wist hem te vertellen, dat de windhonden van de heer van Dever de ram zo hadden toegetakeld. Ook hij vervoegt zich bij jhr. Willem, heer van Dever, die prompt de schade voldoet van vier gulden en tien stuivers. Het wordt nog erger. Claas Joosten van Diest, 64 jaar, tuinman van beroep (getrouwd met Grietje Hermans Cuijper), legt een verklaring af. Schout en schepenen moeten ervoor naar het huis van Claas, omdat hij zwaar gewond op bed ligt. Onder ede verklaart Claas het volgende (en mocht hij niet de waarheid spreken, dat God hem dan van deze wereld wegneemt): zijn neef, Mathijs van Bambergen, wijnkoper te Amsterdam, was op 9 augustus j.l. naar jhr. Willem gekomen om een rekening te innen voor geleverde wijn en azijn. Hij trof echter de heer van Dever niet thuis. Daarom was hij naar Claas gegaan en had hem gevraagd voor hem nog een keer naar Dever te gaan met de rekening, omdat Mathijs weer terug naar Amsterdam moest. Claas was zijn neef

Huys Dever door Roeland Roghman (1627-1692.
De windhonden zijn ingezet.

graag ter wille en begaf zich op vrijdag 16 oktober met de rekening naar Huis Dever. Wij laten het opgetekende verslag letterlijk volgen: ‘Ende komende op desselfs werf de vier winthonden van den voornoemde heere van Deveren die los over de werf liepen aanstonts seer furieus op hem sijn aangevallen, ende dat een van de swarte honden hem op drie bijsondere plaatsen in sijn slinkerbeen seer ellendig heeft gebeten, ende de laatste reys een groot stuk vleesch daar uytgerukt, soo dat de kuyt uit sijn been liep ende hij onder de voet viel.’ Waarop hij, om hulp schreeuwende, door Jochem de knecht en twee dienstmaagden van de heer van Dever werd ontzet. Ondanks zijn zware verwondingen heeft Claas het nog een poosje op aarde uitgezongen. In 1688 wordt hij nog in het hoofdgeld aangeslagen.

Bron

ORA nr. 30 scan 55.

EEN OUDER D’EVER?

Op een luchtfoto in een van de vorige Nieuwsbladen waren  op zo’n 400 m. ten zuidoosten van Dever plekken in het gras te zien, die mogelijk duiden op bebouwing in vroegere tijden. Archeologische amtenaren  van de HLT-samen  zijn enthousiast om nader onderzoek te faciliteren. Het terrein is van STEK en de dijk van het Hoogheemraadschap Rijnland. Overleg volgt.

Deen Boogerd

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 1 januari 2019

Gebeurt er nog wat met die vondst van dat verdorde lijnenspel in die nog groene weide? Of raakt het in de vergetelheid? Na die vraag werd ik uitgenodigd om eens kennis te maken met de mensen die voor HLT-samen de dingen op archeologisch gebied in goede banen proberen te leiden.
Folckert van de Veen hoofdbeheerder van D’Ever en tevens afgestudeerd archeoloog had ik gevraagd om mee te gaan. Dat deed hij natuurlijk. Zo waren de twee beheerders van het “Nieuwe D’Ever” bezig om dat “Oudere D’Ever” onder de aandacht en boven het maaiveld te krijgen. Men vertelde ons dat er wel degelijk veel enthousiasme was om te komen tot een verkennend onderzoek bij de archeologische vindplaats. Met zo een vooronderzoek wordt geen schade aangebracht in de vindplek. Wij hopen dat de gesprekken die men wil voeren met het STEK-bestuur positief zullen verlopen. Het gebied D’Ever-Zuid en Geestwater waar bouwplannen voor zijn is
in eigendom van STEK. Het dijklichaam van de Poelpolder valt onder Hoogheemraadschap. Voordat we daar ook maar iets kunnen doen willen we op een goede manier met beide partijen samenwerken. Één van de planologische voorstellen laat op de archeologische vindplek een parkachtige situatie zien. Wat zou het mooi zijn als we in dat park kunnen zien wat er heel vroeger kan hebben gestaan. Wij hopen dan ook dat we bij de volgende meeting in juni een positief geluid mogen horen.

Wordt vervolgd.

DEVER BELICHT

Ommetje van de Poelpolder: De geschiedenis van van donjon Dever wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

29 november 2016

door Nico Groen 

We vervolgen de cultuurhistorie langs het Ommetje van de Poelpolder, dat bij de Zemelmolen begon. In vorige columns hebben we aandacht besteed aan het geriefbosje van boerderij Langeveld en aan de Staalsloot hier tegenover. Kijken we op de dijk richting Lisse dan zien we de dominerende donjon Dever liggen aan de andere kant van het water.

De woontoren
Dever is een woontoren, gebouwd omstreeks 1370 als een versterkt woonhuis, waar de bewoner, ridder Reinier d’Ever veilig kon wonen. Reinier is niet de eerste d’Ever in Lisse, zijn vader en grootvader woonden er waarschijnlijk al. Dat Reinier er in 1370 woonde is zeker, want dit staat in een oorkonde uit die tijd.
De achterzijde van de toren is vlak: die was gericht naar het moeras van de Lisser Poel en hoefde niet zo sterk te zijn, omdat van die zijde geen gevaar dreigde.
De andere muren zijn hoefijzervormig gebogen, bijna 2 meter dik en massief gemetseld

Het voorhuis
Op een van de oudste afbeeldingen van Dever uit 1580 is te zien dat de woontoren en het voorterrein van het huis omringd zijn door water en dat een brug toegang verleent tot het voorterrein. Tegen de woontoren is een klein huis gebouwd en op het voorterrein staan stallen en dienstgebouwen.
Johan van Schagen bouwde tussen 1631 en 1634 een royaal voorhuis voor de woontoren. In diezelfde periode werd de gracht vergroot en de poortwachterswoning gebouwd.

Een ruïne
Na 1699 hebben er geen Heren van Lisse en Dever meer gewoond.
Nu de eigenaren geen direct belang meer hadden bij de staat van onderhoud van ’t Huys Dever, trad het verval in. In 1848 stortte een deel van de noordgevel van het voorhuis in. Daarna ging het snel: in 1862 stortten het dak en de gewelven van het middeleeuwse Dever in.
Na Reinier d’Ever bleef de Ridderhofstede tot 1949 via vererving in de familie.
Dat de gemeente Lisse in 1949 eigenaar werd van de ruïne is het gevolg van de eerdere emigratie van de familie naar Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog werd Dever als vijandelijk Duits bezit geconfisqueerd. Het Beheersinstituut verkocht de landerijen aan de pachters en droeg de ruïne voor één gulden over aan de gemeente Lisse. De ‘ontvijandingsprocedure’ die de laatste particuliere eigenaar Max Freiherr Heereman van Zuydtwijck aanspande, vond geen gehoor bij de Raad voor het Rechtsherstel in Den Haag.

Lezing voor VOL
Bovenstaande en nog vele andere leuke, historische anekdotes over Dever vertelde Ignus Maes op 22 november op zijn eigen onnavolgbare, enthousiaste wijze. Dit, tijdens een lezing voor de Vereniging Oud Lisse aan de 1e Havendwarsstraat 4. Maes is voorzitter van de Vrienden van Dever. Voor een volle zaal met zo’n 70 belangstellenden liet hij ook nog foto’s zien van de renovatie in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Ook de  opgraving van de fundering van het kleine huis tegen de toren en het voorhuis kwam aan bod. Hij roemde Fons Hulkenberg, zonder wiens inzet de renovatie niet zou zijn gelukt.
Op de website van Dever staat nog veel meer over de historie van Dever en zijn bewoners.

De ophaalbrug van Dever staat op de plek van eerdere bruggen. Foto: Uit het nieuwe boek ‘Fietsroutes langs bruggen in Lisse’ uitgegeven door VOL

HET VERHAAL VAN D’EVER

Een samenvatting van de geschiedenis van de familie D’Ever van 1220 tot 1370 wordt weergegeven. De gegevens komen uit het boek Het huis Dever van A. Hulkenberg.

Redactie

Jaargang 16 nummer 3 zomer 2017

Hij is al een hele poos niet meer onder ons. Zijn werken blijven we lezen en raadplegen.
Een korte bewerking uit “HET HUIS DEVER TE LISSE” van A. M. Hulkenberg.

Aper alias d’Ever 1221-1345
Graaf Willem I van Holland is te beschouwen als de stichter van het Hoogheemraadschap “Rijnland”. Zijn Graafschap strekte zich ongeveer uit van Texel tot Dordrecht en van de kust tot en met het Gooi. Veel moerasgebieden werden in zijn tijd ontgonnen, waardoor er bewoonbaar en vruchtbaar land ontstond. Hij vocht mee in de Vijfde Kruistocht waar hij zich samen met de Haarlemmers, in de slag bij Damiate, onderscheidde. In 1220 huwde hij voor de tweede keer, nu met Maria de dochter van de Hertog van Brabant. Een huwelijksgeschenk van de Hertog was de helft van het landgoed Schakerloo bij Tholen. De leenbrief behorende bij dit geschenk is in het latijn geschreven, alsook de namen van de daarbij aanwezige getuigen die de overdracht bijwoonden. Dat waren Wilhelmus de Teiling, Walterus de Egmunda, Philippus de Duvenburg, Gerardus Nordeka, Theodericus de Ostgest, Theodericus de Raphorst en ook Conrardus Aper. Aper betekent everzwijn of gewoon ever en hier is dus sprake van Conrart d’ Ever.

Heren van Lisse

Het geslacht d’Ever wordt in deze akte uit 1221 voor het eerst vermeld. Zwijn was bepaald geen scheldnaam, deze naam moest je verdienen. De ever was het zinnebeeld van dapperheid en onverzettelijke standvastigheid in de strijd. Eerder nog de dood tegemoet treden dan ontrouw zijn aan de zaak. Het moet een dapper man geweest zijn die de titel van Ever met zich mocht voeren. Gezien het feit dat alle getuigen namen uit de streek hadden, mogen we aannemen dat ook d’Ever uit de streek afkomstig was. Woonde Conrart op de plek waar tijdens het graven van de Ringsloot de resten van een “agtkanten torn’ werden gevonden? Het huidige Dever staat er vanaf ±1370. De plek rondom Dever was al heel vroeg bewoond gezien de vondsten van een beiteltje uit het stenen tijdperk, bataafse scherven, kogelpotscherven uit de tijd van Karel de Grote en fragmenten van laat Pingsdorfer aardewerk. In 1269 is er weer melding van een d’Ever namelijk Ysbrandus d’Ever. Ysbrandus koopt van Symon van Teylingen een stuk land bij Boskoop ter ontginning. In 1278 wordt hij “Ysbrandes de Lysse” genoemd. Net als de eerder genoemde Conrart, die in het oude register (1281) van Floris de Vijfde “Conrart die Ever van Lysse” wordt genoemd. Zij waren zo mogen we aannemen de eerst genoemde Heren van Lisse. Ook Reynier d’Ever was Heer van Lisse. Hij liet in 1370 het huidige slot Dever bouwen. ■

Bron: “Het Huis Dever te Lisse” deel uit hfdst. I

EEN FOTO VAN ’T HUYS DEVER UIT 1847 Stand van het lopende onderzoek

Er is een melding van een genomen foto van Dever met voorhuis in 1847. De foto zelf is nog niet te vinden. Wie weet daar iets van?

Door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 14 nummer 4, oktober 2015

Inleiding

In de periode uit de geschiedenis van Dever dat het Huys in verval stond (ca. 1780-1857) is er een keur aan schetsen, prenten en schilderijen vervaardigd. Dever dat temidden van een bloeiende natuur zijn einde tegemoet ging, raakte de romantische ziel van die tijd. Schetsen, prenten en zelfs schilderijen dus, maar…geen enkele foto? Vreemd zou dat niet zijn, omdat de fotografie nog maar van 1839 dateert. Toch kreeg het vervallen Dever in 1847 bezoek van een fotograaf. Dat weten we omdat er melding van wordt gemaakt in een brief die de bekende restauratiearchitect Corneille F. Janssen in 1953 richtte aan J.W.A. Lefeber (1890-1973), bloemist en wethouder, woonachtig op villa Riesenbeck. De brief kwam te voorschijn tijdens mijn inventarisatiewerkzaamheden aan het archief van de stichting Vrienden van ’t Huys Dever.1 In dit artikel wil ik u op de hoogte brengen van de voorlopige stand van het onderzoek naar deze toch wel heel bijzondere foto.

Portret van Reinier Pieter van den Bosch (1835-1900), RKD (Coll. Iconografisch Bureau), Den Haag.

De brief

In 1953 was er nog niet zoveel bekend over de historie van ’t Huys Dever. Hulkenberg begon pas met het onderzoek daarnaar in de jaren zestig. De bovengenoemde heer Lefeber wilde er wat meer over te weten komen. Met name over de verschillende beleningen en over de stamboom van het geslacht Dever. Hij richtte zich tot de destijds bekende restauratiearchitect Corneille F. Janssen. Janssen ging voor hem op zoek. De resultaten deelde hij mede in een uitvoerige brief. Veel van wat hij daarin mededeelt, is ons nu wel bekend. Maar aan het einde van de brief schrijft hij: ‘Foto van ’t Huys Dever van R.P. van den Bosch te ’s-Gravenhage, 1847’. Deze foto had Janssen kennelijk tijdens zijn onderzoek aangetroffen. Het bevond zich echter niet bij de brieven die Janssen heeft geschreven en die later in het archief van de Vriendenstichting terecht zijn gekomen. Op dit moment is de foto nog niet te voorschijn gekomen. Wél is er een en ander te zeggen over de maker ervan: R.P. van den Bosch.

R.P. van den Bosch (1835-1900)

Reinier Pieter van den Bosch was in 1835 te Rotterdam geboren als zoon van Jacobus Herman (1792-1863) en Aletta Suzanna Elisabeth van de Kasteele (1797-1850).2 Vader Jacobus was Rijksontvanger te Overschie. Zoon Reinier bekleedde het ambt van hoofdcommies van het Departement van Koloniën. Vanuit die functie moet hij geïnteresseerd zijn geraakt in het koloniale verleden van Nederland. Hij liet althans in 1894 een publicatie het licht zien over de Kaap de Goede Hoop tijdens het Nederlandse bewind (1652-1806). Ook zijn genealogische belangstelling was opvallend. Zo komen we hem tegen als bestuurslid van het genealogisch heraldiek genootschap De Nederlandsche Leeuw. Met name in het maandblad van dit genootschap publiceerde hij een aantal artikelen. Na zijn overlijden in 1900 verscheen postuum het boek ‘Neêrlands verleden uit steen en beeld. Gedenkteekenen en grafgestichten uit den vroegeren en lateren tijd’ (Schiedam, 1901). Het boek bevat onder meer een beschrijving van het graf van Willem Adriaen van der Stel en zijn echtgenote Maria de Haase in de Grote Kerk te Lisse.

Huys Dever omstreeks 1845 door P.J. Lutgers. Uit: Hofdijk en Lutgers, ‘Gezigten in de omstreken van ’s-Gravenhagen en Leijden’ (1855). Tijdens het bouwhistorisch onderzoek dat naar aanleiding van de opgravingen van de resten van het voorhuis in de jaren 1985-1987 verricht werd, werd al snel duidelijk dat de hier getoonde steendruk één van de meest betrouwbare weergaven is van het grote voorhuis. Zou Lutgers bij het vervaardigen van deze afbeelding een zogenaamde Camera Obscura gebruikt hebben? Veel kunstenaars werkten in deze tijd daar al mee. Het principe was eenvoudig. Er werd gebruik gemaakt van een donkere ruimte. De enige verbinding met de buitenwereld was een kijker (een lens zouden wij tegenwoordig zeggen) die het beeld omgekeerd projecteerde op de tegenoverliggende wand. Vervolgens behoefte men de afbeelding slechts over te trekken. Later werden de donkere kamers vele malen kleiner en werd er geprojecteerd op een gevoelige plaat: het begin van de fotografie.

Bekendheid met de streek

Reinier moet goed bekend zijn geweest met de omgeving van Lisse. Zo trad hij in 1873 te Sassenheim (eerste link met Lisse e.o.) in het huwelijk met Elisabeth Johanna Kuys (geb. Voorschoten 1842). Zij was weduwe van Gerrit Blokhuis (1841-1870) die in Sassenheim burgemeester was geweest. Hij behoorde tot de Lissese tak van de gelijknamige familie en dat is alweer onze tweede link met Lisse! Verder had Reinier een oom, Willem Bernardus van den Bosch (1802-1868), die net als zijn vader van 1840 tot 1860 Rijksontvanger was in…Lisse! De connecties met Lisse lijken overduidelijk.

Een kink in de kabel

Het schijnt dus allemaal prachtig te kloppen: Reinier Pieter had belangstelling voor het verleden, was bekend met de streek en had waarschijnlijk ook de middelen om zich aan een destijds kostbare hobby als fotografie te wijden.3 Er is echter een probleem: zijn plaats in de tijd! Het zal de lezer misschien al opgevallen zijn dat Reinier Pieter pas in 1835 het levenslicht zag, zodat hij dus in 1847 als jongetje van een jaar of twaalf één van de eerste foto’s nam die van deze streek bekend zijn, namelijk van het leegstaande huis Dever. Toch noemt Corneille Janssen hem duidelijk als maker van de foto. Of zou de kleine Reinier hulp hebben gekregen?

Willem Bernardus van den Bosch (1802-1868)

Degene die wél goed in het ‘plaatje’ past van de mogelijke maker van de foto is Willem Bernardus van den Bosch. We noemden hem zoëven al als oom van Reinier en als Rijksontvanger. Zijn standplaats was van 1840 tot 1860 Lisse. Het jaar van opname van de foto (1847) past daar keurig in. Tot 1846 woonde hij met zijn echtgenote en vijf kinderen aan ’t Vierkant, waarschijnlijk ter plaatse van het restaurant Den Ouden Heere. Vervolgens kocht hij een huis dat er schuin tegenover was gelegen, namelijk in het rijtje huizen dat zich aan de westzijde van ’t Vierkant bevond. Hij verkoopt het weer door in 1857 aan Elisabeth (de) Kruyff, maar blijft nog tot in 1860 in het huis wonen. Op 27 april van dat jaar is hij met zijn gezin naar Culemborg vertrokken, alwaar hij acht jaar later zijn laatste adem uitblies.
Willem Bernardus kan, zeker gezien zijn maatschappelijke positie en dus de middelen waar hij over beschikte, heel goed ‘onze’ fotograaf zijn geweest, die zijn neefje Reinier behulpzaam is geweest bij het maken van zoiets ingewikkelds als een foto. De vraag is echter of zijn oom inderdaad iets van fotografie af wist. Daarover meer in een volgend deel…

Aanslagbiljet van de personele belasting uit 1852. In het midden rechts zien we de naam vermeld staan van ‘De Ontvanger der Directe Belastingen, VAN DEN BOSCH’, ofwel Willem Bernardus van den Bosch, die zijn kantoor/ woning aan ’t Vierkant had. De aangeslagene is D.P.J. van der Staal van Piershil, eigenaar van het landgoed Wassergeest (waarover u meer verneemt in het boek ‘Wassergeest te Lisse’ (Lisse, 2004) van de schrijver van dit artikel). Nationaal Archief, familiearchief Van der Staal van Piershil inv.nr. 115.

Besluit

Het lijkt haast te mooi om waar te zijn: een foto van het vervallen Dever, genomen in een periode dat het voorhuis nog niet gesloopt was. Zou zich dan toch nog ergens een foto bevinden die één van de eersten van de streek is, maar misschien lange tijd op één of andere zolder heeft doorgebracht? Het is met recht zoeken naar de bekende speld in de hooiberg. Maar met geduldig zoeken en wellicht wat suggesties van uw kant, komen we er uit!

Bronvermelding

1. Plaatsingslijst van het archief van de stichting Vrienden van ‘t Huys Dever, voorl. nr. 61.

2. Gegevens betreffende de familie Van den Bosch ontleend aan Nederland’s Patriciaat 1915.

3. Er was zelfs een familielid, Hendrik Johan Christoffel van den Bosch, geboren te Amsterdam, 1845, die enige bekendheid genoot als fotograaf. Helaas is over hem weinig bekend.