Berichten

Dever 2002

HET MASTERPLAN VOOR ‘T HUYS DEVER: Cultureel erfstuk verantwoord bewaren

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 1, januari 2002

Tekst: Ignus Maes

De Stichting Vrienden van Dever heeft een heldere visie op de vraag hoe in de komende 100 jaar de ruimtelijke ordening van de gronden, het water, de beplanting en de opstallen rond ‘t Huys Dever zich dienen te ontwikkelen.

 

’t Huys Dever heeft zijn naam te danken aan Reinier d’Ever, een ridder die mogelijk als dank voor bewezen diensten aan de graven van Holland omstreeks het jaar 1375 een versterkt stenen woonhuis mocht bouwen. Daarbij behoorde, zo kunnen wij op een kaartje (Caertgen) uit 1575 nog zien, een voorhof met een boerderij. Het geheel was omgeven door grachten.

Johan van Schagen bouwde in de jaren 1631 tot 1634 tegen het versterk­te huis met zijn dikke muren een groot voorhuis aan. In die tijd zijn door de landmeter Steven van Brouckhuysen de bebouwing, de omliggende landerijen en de bomensingels opgemeten en getekend. Ook dat kaartje is bewaard gebleven.

In de tweede helft van de negentiende eeuw raakten door verval het voorhuis en stenen woonhuis onbewoonbaar waarbij het voorhuis door een slechte fundering instortte en het dak van het woonhuis ernstig ging lekken. Als gevolg van verdere verwaarlozing ontstond in de eerste helft van de twintigste eeuw ‘De ruïne Deveren,’ zoals de steenpuist in de volksmond werd genoemd. De grachten waren gedempt, de gemetselde funderingen van het voorhuis en de voorhof waren tot 50 cm onder het maaiveld verwijderd ten behoeve van de bloembollencultuur.

Stichting Vrienden van Dever

In 1963 werd de Stichting Vrienden van Dever opgericht met als doel­stelling ’t Huys Dever voor de toekomst te behouden en te restaureren.

Allereerst moest het verval van de oude Hofstede gestopt worden en daarna wilde men de ruïne tot een bruikbaar gebouw restaureren. Omdat de ruïne eigendom was van de gemeente en tevens beschermd rijksmo

nument, moest zowel de plaatselijke- als de rijksoverheid met argumen­ten overtuigd worden van de noodzakelijkheid dit voor Nederlandse begrippen unieke, versterkte woonhuis te restaureren en te bewaren als een belangrijke cultuurhistorisch erfgoed.

Dank zij een doorzettende stichting onder de bezielende leiding van de heer F. Hulkenberg is de restauratie tot stand gekomen in de jaren van 1973 tot 1978. Vanaf 1978 was ’t Huys Dever weer toegankelijk.

De tweede doelstelling van de Stichting Vrienden van Dever was om ’t Huys Dever als ‘Ridderhofstad’ op de kaart te zetten. Hiertoe moesten gronden worden aangekocht om de voorhof met grachten te kunnen reconstrueren. Vanaf het begin van de restauratie in 1973 is de gemeente met de eigenaren van de omliggende gronden in onderhandeling gegaan. Met succes. De muren werden gemetseld, de voorhof werd opgehoogd en de grachten gegraven. En aan de oost-, noord- en zuidzijde werden bomen aangeplant. Als tenslotte in de nabije toekomst ook de bruggen kunnen worden geconstrueerd is deze doelstelling gehaald.

Het derde doel van de Stichting is om de ‘Ridderhofstad’ in de bestaan­de structuur te behouden en waar mogelijk te versterken.

Een verdedigbaar huis.

Deze nieuwe uitdaging kreeg in september 2000 bij het feestelijk in gebruik nemen van de voorhof gestalte in de vorm van het ‘Rapport Dever, een verdedigbaar huis. Een visie op ’t Huys Dever en omgeving.’

De bedreigingen worden gevormd door de aan te leggen ontsluitingsweg aan de noordzijde van ’t Huys Dever, de oprukkende industrie aan de oostzijde, de op dat moment te koop staande gronden aan de zuidzijde en de door een aannemer aangekochte grond aan de westzij­de. Aan het bureau Bosch en Slabbers, tuin- en landschapsarchitecten, werd gevraagd een visie te ontwikkelen voor ’t Huys Dever en zijn directe omgeving. In maart 2001 werd dit rapport aan het gemeentebe­stuur, gemeenteraadsleden, gedeputeerden, belanghebbenden, land- en tuinbouworganisaties en belangstellenden overhandigd. Doel van dit Masterplan is om alle betrokkenen te laten zien op welke wijze ’t Huys Dever met zijn directe omgeving beschermd kan worden tegen de oprukkende verstedelijking.

Het Masterplan

Het Masterplan Dever op tekening. De belangrijkste aspecten: open landschap richting westen en zuiden, singles van linden en eiken rondom.

De belangrijkste onderdelen van het Masterplan: De (nieuwe) weg aan de noordzijde ter ontsluiting voor het Industrieterrein aan de Vennestraat zal aan de Dever-zijde over de volle lengte voorzien van een dubbele rij lindebomen met een fiets- en wan­delpad. Tussen de weg en rij bomen een lage beukenhaag. De bomenrijen vormen rondom de Ridderhofstad een zogenaamde mantel. Een sloot vormt de werkelijke afscheiding.

Naar de oostzijde dient het open grasveld te blijven met een afsluiting naar de industrie zowel in de hoogte door middel van bomen alsook op laag niveau door middel van struiken. Wellicht is het mogelijk hier een fiets- en wandelpad naar Ringsloot en Poelpolder te realiseren. Achter ’t Huys Dever is een hoogstamboomgaard en een kruiden- en moestuin gepland. De boerderij wil men behouden als zelfstandig bedrijf of moge­lijk als een onderdeel van ’t Huys Dever.

De zuidzijde dient open te blijven met tussen de gras- en bollenvelden langs de sloot een dubbele rij lindebomen die van de Heereweg richting Poelpolder loopt. Deze bomenrij vormt de mantel aan de zuidzijde. De zieke lepenbomen langs het Dever-laantje vervangen door eiken en door laten lopen tot aan de sloot voor de boerderij.

De westzijde dient open te blijven met lage beukenhagen ter afschei­ding zoals dat ook bij de oudere bollengronden nog bestaat. Het zicht op ’t Huys Dever vanaf de Heereweg blijft hierdoor behouden. De bestaan­de wilgenbomen aan de Heereweg vormen het sluitstuk van de mantel rond Dever. Bij vervanging zal men aan linden dienen te denken.

De Stichting Vrienden van Dever beoogt met dit rapport een praatstuk te leveren voor de toekomst. Daarmee wil zij het vanaf het oprichtings­jaar 1963 zo zorgvuldig opgebouwde cultureel erf stuk, in een verant­woorde omgeving aan de volgende generatie doorgeven.

Nieuw Laboratorium

Dit jaar nog hoopt Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, de opvolger van het Laboratorium voor Bloembollen Onderzoek, gevestigd aan de Vennestraat in Lisse, aan de westelijke kant van de Heereweg, ongeveer tegenover de voormalige Land- en Tuinbouwschool, te beginnen met nieuwbouw. Men hoopt in het voorjaar de eerste paal te kunnen slaan en in de zomer van 2003 de eerste gebouwen te kunnen betrekken.

Nieuwe weg

De bouw van het nieuwe laboratorium is een van de vele veranderingen die in het gebied tussen de villa Wassergeest en Tuincentrum Overvecht zullen plaatsvinden. Er wordt ook een rotonde aangelegd en vandaaruit een ontsluitingsweg richting Achterweg en richting Tuincentrum Overvecht. Het landschap zal hier dus danig veranderen!