Berichten

Lisse had al in 1566 een bomenverordening

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 3 nummer 4, oktober 2004

 

‘SCHOUT EN KROOSHEEMRADEN VERKLAREN DE WILLIGE BOOMEN VAN HUYSE DEVER EEN CIERAAD LANGS DEN HEEREWEG’.

Sinds kort heeft Lisse haar bomenverordening. In het verleden waren het de keuren van Rijnland die alles regelden. Wat komen we in het Register op de keuren en ordonnantien van het Hoog-Heemraadschap van Rijnland (Leiden 1823) zoal tegen?

Allereerst worden in de keuren regels gesteld omtrent het planten van bomen op slootkaden. Aan de Zon- of Zuid-Zijde van schouwbare kaden mochten bijvoorbeeld geen bomen geplant worden. Vermoedelijk was deze regel gesteld, aangezien deze bomen anders hun schaduwen zouden werpen op de kaden en dat kon een belemmering vormen bij het schouwen hiervan door Rijnland. Bij zo’n schouw werd onder meer gekeken of de slootkanten wel goed onderhouden werden door de eigenaren. Voor de bomen aan de noordzijde gold slechts dat deze tot zekere hoogte gesnoeid moesten worden.
Ook nabij enige Wind-Watermolens mochten geen bomen geplant worden, waarschijnlijk om een vrije vlucht te garanderen van de wieken.
Wat gold voor de sloten ging ook op voor de wegen binnen het beheersgebied van Rijnland. Langs de wegen – vooral openbare wegen – mochten natuurlijk niet zomaar bomen geplant worden zonder toestemming van het Hoogheemraadschap. Voor de Straatweg tusschen den Haag en Haarlem , tegenwoordig de Rijksstraatweg, Heereweg of ook wel de Hoofdstraat (in Sassenheim) genoemd, gold zelfs een aparte keur, die in 1807 in het leven was geroepen. Het verbood het kappen of planten van bomen waarbij de grond nader geroert werd dan op 20 duim (ongeveer 50 cm) afstand van de kantlage der Straet, dus vanaf de randen van de straat. Trok men zich hier niets van aan, dan was een boete van 25 pond het gevolg. Moest de weg toch worden opgebroken, dan diende men zich te adresseren bij het Departementaal Bestuur van Holland, die (in 1807) als eigenaar en beheerder van de weg optrad. Langs de Heereweg liepen voetpaden, waarlangs in de bermen nogal wat Ruigte, dus onkruid, voorkwam. We lezen: De Ruigte langs de voetpaden zal, vanwege het Departementaal Bestuur, mogen worden geblood (verwijderd), voor zoo verre zulks aan het Plantsoen aldaar, niet schadelijk zij, teneinde op den weg tot dekking te kunnen worden gebruikt. Kennelijk werd dus deze ruigte als wegbedekking gebruikt. Deze nieuwe keur die alleen voor de Heereweg gold, is waarschijnlijk in het leven geroepen, daar in 1807 deze weg werd bestraat.

Minder strukelen
In één van de dingboeken van Lisse die de periode 1681-1699 beslaat en die zich bevindt in het Algemeen Rijksarchief, Rechterlijk Archief Lisse lezen we op fol. 54 de volgende tekst:
Wij Mr. Adriaan van Gorcum, Schout, Claas Maartense van der Poel, Adriaan Aalbertse van den Bos, Willem Adriaanse Steenvoorden, ende Pancras Dammisse Sandvliet, kroosheemraden in Lisse, verklaren ter requisitie van den hoogedelen welgeboren heere Wilhelm de Waal van Vronesteijn, heere van Dever etc. dat de willige boomen bij sijn hoogEd. doen stellen aan’t Voetpad van den heereweg voor den huyse ende Landerijen van dever in den voorsz. ambagte van Lisse in plaatse ende op de Royinge van de palen die de aangelandens aan de Zuydoostzijde van den heereweg tot bewaringe van’t voetpad genootsaakt sijn te houden, na ons oordeel, tot niemands verhinderinge, maar in tegendeel tot Cieraad, ende meerder gemak als palen verstrekken, insonderheijt voor de gene die de weg bij avond moeten passeren, alsoo deselve ’t pad des te beter kunnen royen (begrenzen) ende minder strukelen ende dat de weg ende passage door deselve geensints belemmert of beslijkt word, sijnde aldaar soo ruym ende droog als doorgaans elders tusschen Lisse ende Sassenheim. Aldus gedaen in’t Regthuys van Lisse op den negenden octob. xvi c ’t Negentig….
Ondertekend door bovengenoemden met hun namen.

Voetgangers beschermen
De wilgen werden dus geplaatst langs de oostkant van de Heereweg, aan de Dever-zijde. Ze kwamen in de plaats van palen die daar waren geplaatst om voetgangers te beschermen voor het verkeer. Reeds in 1566 lezen we over de afpaling van een voetpad langs de Heereweg voor eventuele passanten, in het bijzonder de schoolkinderen. Kennelijk gebeurde het echter regelmatig dat sommige nachtelijke passanten de palen niet opmerkten en er dus struikelpartijen plaatsvonden. (Waarschijnlijk waren de palen dus niet zeer hoog). Geen wonder dan ook dat, als de Heer van Dever, Willem de Waal van Vronesteyn, de palen vervangt door wilgen, zowel schout als kroosheemraden er geen enkel bezwaar tegen uiten. In bovengenoemde verklaring kan men dat lezen. Volgens hen strekken de wilgen zelfs tot Cieraad van de weg!
Natuurlijk waren er weer mensen die dachten dat de Heereweg bevuild zou worden door de bladeren van de bomen, maar bovengenoemde personen verklaren dat de Heereweg hier even schoon is als doorgaans elders tusschen Lisse ende Sassenheim. Bovendien belemmeren de bomen de passage ook niet, want de Heereweg is ruym genoeg.
De bomen hebben er uiteindelijk zo’n 74 jaar gestaan. Toen zijn ze tenslotte door de toenmalige Heer van Dever verwijderd en werden er nieuwe geplant: Dirk Jan Ignatius Heereman is op zijn verzoek toegestaan en geconsenteerd dat hij Suppliant alle de Boomen staande langs de Heereweg aant voetpad van de Eerste Poellaan aff tot aen de Brugge van Wassergeest toe (de Staalbrug) mag uytroyen (kappen), de grond omdelven en andere Boomen planten (…). Actum 22 december 1764″.

Bronnen: Bibliotheek Oud Archief Rijnland (keuren), K.J.B. Keuning, Geschiedenis van de wegen tussen Rijn en IJ (Haarlem 2000)

Tekening van Schoemaker

 

DE OPHAALBRUG VAN ‘T HUYS DEVER: De allereerste moest boeven buiten houden

 

Bij ’t huis Dever is een nieuwe ophaalbrug gebouwd op de plaats waar vroeger een oude waarschijnlijk ook een ophaalbrug lag. Dit moet vroeger ook een ophaalbrug zijn geweest rond 1500-1600. In 1757 is de brug vervangen door een stenen brug.

door Ine Elzinga Fotografie Hans Smulders

NIEUWSBLAD Jaargang 3 nummer 1, januari 2004

t Huys Dever oogt steeds meer naar de oude prenten die van het huis zijn teruggevonden. Vanaf september 2003 staat een verantwoorde eigentijdse ophaalbrug te stralen op de plek waar hij in vroeger tijdengeacht werd lieden met kwalijke bedoelingen tegen te houden. Ignus Maes (bestuurslid Stichting Vrienden van Dever) vertelt over de nieuwe oude ophaalbrug.

In de zoektocht naar de wereld vroeger rond ’t Huys Dever stuit De Stichting Vrienden van Dever op een caertgen (oude prent), een ingekleurde pentekening, in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. Hierop is duidelijk te zien dat de donjon (versterkt woonhuis) vanaf het Deverlaantje via een houten brug over een gracht te bereiken is geweest. Over de voorhof, met het koetshuis en een boerderij met stallen, kon men via een tweede brug naar de donjon. Ignus Maes laat het bewuste caertgen zien. Er is een foto van gemaakt, die nu één der wanden van ’t Huys siert: ‘Je kunt duidelijk zien dat het een houten brug was.’ Of het inderdaad een ophaalbrug was, maakt deze prent niet duidelijk. ‘Misschien een interpretatie van de kunste­naar,’ meent Maes. ‘De prent is uit 1550-1575. Op een tekening van Roeland Roghman (rond 1645-1650) zie je weer een houten brug, waarbij een deel van de leuning ontbreekt. Er zijn ook tekeningen gevonden waarop je kunt zien dat er een poort aan de kant van de voorhof moet zijn geweest. Het moet dus wel een ophaalbrug geweest zijn, om boeven tegen te kunnen houden. Er lag ook niet voor niets water rondom de donjon. Op een penseeltekening vanA.de Haen junior (1725) loopt de leuning van de rug weer door, misschien was het in die tijd niet meer nodig de brug op te halen.’

Pek en teer

In 1767 komt er een nieuwe schout, Willem Jacobus Sennepart, in Lisse. Op dat moment staat ’t Huys Dever leeg, de eigenaar, de familie Heereman van Zuijdtwijck, woont elders en de schout krijgt toestemming op de donjon te wonen en er kantoor te houden. De houten brug is er slecht aan toe. Hij is al vaak met pek en teer behandeld en daarna met schelpen bestrooid, maar ook zo’n behandeling kun je niet eeuwig blijven herhalen. Heereman van Zuijdtwijck zorgt voor een nieuwe, stevige stenen brug, gemetseld op twee bogen en degelijk gefundeerd. Het pronkstuk wordt in 1848 vereeuwigd op een schilderij door G.Leembruggen. Deze brug is een kort leven beschoren. De precieze datum is niet bekend, maar aan het einde van de negentiende eeuw wordt de gracht gedempt en zowel voorhof als brug tot onder het maaiveld weggebroken, ten behoeve van de bollenteelt.

Fundamenten

De grondleggers van de Stichting Vrienden van Dever nemen veertig jaar geleden het besluit de op dat moment zwaar vervallen donjon te behouden. Najaren hard werken kan het gerestaureerde Huys Dever in 1978 worden opengesteld voor het publiek. Maar de Stichting Vrienden van Dever wil ook de omgeving van de donjon voor zover mogelijk in ere herstellen. Archeologisch onderzoek maakt in 1980 duidelijk dat de fundamenten van de bouwwerken op de voorhof en de stenen brug nog aanwezig moeten zijn en de schep wordt ter hand genomen om de grond af te steken op zoek naar die restanten. Deze fundering wordt inderdaad grotendeels blootgelegd. Er is wel een probleempje. In ongeveer 1915 is er een woning even ten zuid­westen van de donjon gebouwd en tot op de dag van vandaag bewoond. Een aanpassing van de omgeving van een in 2003 niet te bewonen donjon mag niet ten koste gaan van woonruimte. Met als consequentie dat de gracht niet geheel kan worden teruggebracht. Bovendien blijkt dat het tweede gedeelte van de fundering van wat ooit een stenen brug met twee gemetselde bogen was, op het terrein van de woning ligt.

Ruilen met de buren

Maes: ‘Wij wilden dolgraag uit historisch oogpunt de brug terug. De stenen brug konden we niet realiseren, omdat deze dan nogal ongemakkelijk op buurmans terrein kwam te liggen. Van de houten brug hadden we in feite te weinig gegevens. We hebben toen besloten om te kiezen voor een eigentijd­se houten ophaalbrug op de bestaande fundering. Daarmee konden we de brug op de goede plek plaatsen én een beeld geven van de oorspronkelijke toegang naar ’t Huys Dever. Gelukkig konden we grond ruilen met de buren en waren er heel wat sponsoren bereid financieel mee te werken. We hebben contact gezocht met Haasnoot Bruggenbouw, die dichtbij is gelegen en een goede kwaliteit levert.’

Vanuit zijn Katwijkse kantoor met goed uitzicht op de werkplaats, vertelt A.Haasnoot: ‘In 1962 begon mijn vader met het bouwen van bruggen. Ik raakte al op jonge leeftijd geïnteresseerd. Het is gewoon erg leuk werk.’ Haasnoot richt de blik op twee werknemers die stalen platen leggen over een licht gebogen frame. De bruggenbouwer vertelt dat de voorbereidingen de meeste tijd vergen: ‘De idee-ontwikkeling, het maken van de tekeningen, de berekeningen, de inspraakprocedures, de aanvraag van de bouwvergun­ning. Met elkaar kost dat proces al gauw eenjaar. De brug zelf is in twee weken klaar. Een week voorbereidende werkzaamheden in de werkplaats, vervolgens met vracht- en kraanwagen naar de plek van bestemming en dan een week om de brug solide te plaatsen en af te werken.’

Cateringbusje

Zo ingewikkeld en eenvoudig verloopt ook het proces voor het maken en plaatsen van de ophaalbrug bij ’t Huys Dever: ‘Daarbij gold een voorwaarde voor de maatvoering. In verband met de catering wilde men graag dat er een busje achteruit over de brug kon rijden. In feite is het idee ophaalbrug in de loop der tijden niets veranderd. Zo’n brug moest omhoog kunnen om de vij­and op afstand te houden. Een brug met een draaipunt en scharnieren, heel simpel. De constructie en de vormgeving zijn door de eeuwen hetzelfde gebleven, alleen de materialen zijn veranderd. Vroeger werd er Hollands eikenhout gebruikt. Dat materiaal ging niet zo erg lang mee, maar het was ruimschoots voorhanden. Men maakte wel weer een nieuwe. Tegenwoordig gebruiken we tropisch hardhout. Voor het ophaal-mechanisme is roestvrij staal gebruikt. Een brug zoals nu bij Dever staat, kan zeker 50-60 jaar mee. Waarschijnlijk langer, want ik verwacht dat de gemotiveerde mensen van de Stichting Vrienden van Dever de brug goed zullen onderhouden. Dat zie je wel eens anders.’

Nooit weg geweest

Haasnoot zegt met een lichte vertedering in zijn stem: ‘Deze ophaalbrug staat er alsof hij nooit is weggeweest.’ Direct daarna is hij de kritische des­kundige: ‘Hij staat op een betonnen plaat, jammer, maar dat kon niet anders. De oude funderingen moesten bewaard blijven. Ik hoop dat ze de waters­tand wat kunnen verhogen, zodat de constructie onder water komt te staan, want dat vind ik echt lelijk.’

Ignus Maes: ‘We hebben nu een eenarmige ophaalbrug met een contrage­wicht. Wij hadden ook niet bedacht dat de fundering zichtbaar zou zijn. Maar als de wegwerkzaamheden hier in de buurt zijn afgerond, zal men het waterpeil wel weer verhogen.’ Met de realisatie van deze brug zijn nog niet alle wensen van de Stichting Dever vervuld: ‘We hopen dat we de brug tussen de voorhof en de donjon ook ooit kunnen realiseren. De huidige toegangstrap is een noodtrap. En straks er bomen om het bedrijventerrein aan het oog te onttrekken. Daarover zijn degelijke afspraken gemaakt, voortkomend uit ons masterplan.’

* Bijna is de brug geplaatst. Het toeziend camera-oog is van SBS-6, dat een reportage maakte over bruggenbouwen.

 

Grondruil Dever

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 3, juli 2003

Nieuwsflitsen

Na lange onderhandelingen tussen de gemeente Lisse en bestuur van de Stichting ’t Huys Dever, is op 2 april door notaris F.J.M. Kompier in het gemeentehuis de akte tot ruiling van grond tussen de Stichting Beheer Buitenplaats ’t Huys Dever en de gemeente Lisse gepasseerd. De akte van overdracht is daarbij ondertekend door beide partijen. Door in te stemmen met de grondruil maakt de Stichting de aanleg van de ontsluitingsweg tussen het bedrijvenpark Dever en de Heereweg mogelijk.

VEEL PACHTERS KONDEN HET NIET BOLWERKEN: ARMOE TROEF OP DEVERBOERDERIJ

Volgens Hulkenberg werd de eerste boerderij bij Dever gebouwd aan het einde van de 16e eeuw. De geschiedenis en de bewoning van de boerderij wordt besproken.

door Hans Smulders

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 1, januari 2003

Het is niet bekend wanneer precies de boerderij van het versterkte Huys Dever, dat omstreeks 137O werd gebouwd door Reinier die Ever, is gebouwd op de plaats waar hij nog steeds staat, terzijde en achter het Huys en goed zichtbaar vanaf de Heereweg. Volgens de Lissese historicus A.M. Hulkenberg moet dat geweest zijn aan het einde van de 16e eeuw, dus ruim vijfhonderd jaar geleden. Hij concludeerde dat uit stenen die werden gevonden nadat de boerderij in 1894 afbrandde. Een deel van die stenen is gebruikt voor het vergroten van de stal.

Maar veehouder Jan Rotteveel, die in 1935 op de boerderij geboren werd en er nog steeds woont, betwijfelt de vondst van Hulkenberg. Hij zegt: 7/c heb hier nog nooit een oude steen gezien! Toen de boerderij afbrandde door hooibroei was het een lage rietgedekte stolpboerderij. Daar kunnen nooit veel stenen in gezeten hebben!1

In het begin van het versterkte woonhuis zal, zo neemt ook Hulkenberg aan, de boerderij die de bewoners van het huis van allerlei moest voorzien, gestaan hebben op het voorplein. Een van de casteleyns, de bewoner van een kasteel, was in het begin van de 15e eeuw een zekere Matheus Claes, die waarschijnlijk de vader was van Vranck Matheusz en de groot­vader van Dirk

Vrankez, die hem opvolgden. Leenheer in die tijd was Gysbert van Haeften die op jonge leeftijd stierf aan een beet van een dolle hond. Ze hebben hem op een voor die tijd behulpzame wijze uit zijn lijden verlost door hem ’tussen twee bedden te smoren’.

Casteleyn

Dirck Vrankesz werd omstreeks 1465 geboren en bewoonde tot 1550 als casteleyn, slotvoogd dus, en als pachter van de 33 morgen en 83 roeden* grond waarschijnlijk het bouwhuis, boerenhuis, op het erf. Op de oudste afbeelding van het Huys

Dever (‘Caertgen van thuys te Dever’) kan men een aantal boerenbouwsels op de voorplaats zien staan. Hulkenberg vermoedt dat aan het einde van de 16e of het begin van de 17e eeuw de boerderij achter het versterkte huis werd gebouwd. De pachter was in die tijd Jacob Jansz van Soertermeer, die getrouwd was met Jannetje Florysdr uit Wassenaar. Ze hadden een hele reeks kinderen. De pachter werd ook wel Jacob Jansz van ’t Slot genoemd of Jacob Jansz op ’t Hof.

In 1658 werd de waarde van de boerenwoning met de erbij behorende landerijen geschat op 20.000 gulden. In het betrokken stuk wordt daar laconiek aan toegevoegd: lhet welcke imers genough is1.

In 1678 werd de boerderij, die bestond uit het ‘bouwhuys, bergh, schuer en een groot aantal percelen gronds, waaronder ook 84 roe bij de boerewoning, van ouds elstland, nu tot boomgaert gemaekf, gehuurd door Jannetien Pieters van Bouwman uit Lisse, die zich omdat vrouwen in die tijd niet zelfstandig mochten handelen, liet vertegenwoordigen door haar voocht Maerten Cornelisz van der Burch die in de Engel woonde. Jannetien had een vijftal bouwmeijts of bouwknechts in huis. Dat wijst er op dat het Jannetien goed ging, maar de geschiedenis wijst uit dat de meeste pachters het zwaar hadden en nauwelijks rond konden komen. Zo best waren de gronden van Dever niet!

Boedel

Zo kon pachter Willibrord Ariusse Akersloot in het begin van de 18e eeuw niet rondkomen. Een hevige storm blies het rieten dak eraf en beschadigde kozijnen en keldervensters. Het land bracht zo weinig op dat hij in 1707 de pacht niet meer kon betalen. Alles wat hij had moest hij via een boedel verkopen: veldvruchten, bouwgereedschap, meubelen, de bruine ruin, 21 koeien, de bonte stier, het hooi, kaas, een vloot, een berie, een melkmouw, een tafel, twee stoelen, koperen ketels, een karrewagen, een kruiwagen, een gierbak, twee emmers, een karn, een pers en een tobbe. De volgende pachter, Pancras Damasse Santvliet, wiens vader nog kroosheemraad was geweest, in welke functie hij moest

Er waren veel liefhebbers. Onder hen Arie Rotteveel die in Lisse een boerderij en een broodbakkerij had (thans bakker Freriks), welke zaken Arie na de dood van zijn vader in 1880 had overgenomen. Hij trad evenwel op voor zijn zoon Jan, die toen 25 was. Zijn tussenkomst slaagde en Jan werd de nieuwe boer; hij trouwde nog dat jaar in oktober met Cornelia Verdegaal uit Groenendijk-Hazerswoude.

Te hoog en te droog

Het zat Jan Rotteveel niet mee. Het land was slecht, op ruim 20 hectare kon hij maar 16 koeien houden. De huidige bewoner van de boerderij Jan Rotteveel vertelt: Het land aan de voorkant van de boerderij was te hoog en te droog en de achterkant, richting Haarlemmermeer, was moeras. Er groeide dus niks. Mijn grootvader heeft het hoge land afgezand en het moeras opgehoogd, zodat het nog wat werd.’  Maar in oktober 1894 ging de boerderij met al het hooi in vlammen op. De familie Rotteveel ging in de schuur wonen Daar werd Anna geboren die later het klooster in ging. Spoedig werd een nieuwe boerderij gebouwd zonder voorhuis en opkamer, maar wel ruim en modern zodat boer Rotteveel er nu voor het eerst rechtop in kon staan. Tot op de dag van vandaag woont de familie Rotteveel op de boerderij. Jan (Johannes Petrus) Rotteveel (1935) zal er voorlopig nog blijven, zegt hij. Hij is veehouder en brengt jongvee groot tot melkvee voor zijn zoon die een veehouderij heeft in Stellendam. Jan Rotteveel is geen pachter meer van de boerderij. Hij is eigenaar.

Duits dus vijandelijk bezit

Dat kwam door de Tweede Wereldoorlog. De eigenaar van Dever en dus van de landerijen was sedert 1720 de familie Heereman van Zuydwijck, een katholieke familie die tijdens de reformatie naar Duitsland was gevlucht. Toen de Tweede wereldoorlog uitbrak, was Max Emmanuel Joseph Maria Aloysius Hubertus baron Heereman van Zuidwijck niet alleen Fideikommiszherr van Surenburg, Nevinghof, Wienburg en Delsen, heer van Maser, Herding en Grevinghof, maar ook heer van Dever en Lisse. Hij kwam in de oorlog af en toe naar zijn bezit kijken, maar was liever reserve-officier dan kasteel­heer.

Na de oorlog kwam het Nederlands Beheersinstituut in werking die voor de Raad van Rechtsherstel het Duits en dus vijandelijk bezit, wat Dever was, onder beheer nam. In 1949 ging het instituut tot liquidatie van de Devergronden over en aangezien de voormalige pachters het eerst in aanmerking kwamen voor koop, geraakt Jan-Piet Rotteveel in het bezit van ongeveer 25 ha land om Dever met de woning en de bedrijfsruimten. Baron Heereman van Zuidwijck bezocht zelf zijn pachter en raadde hem ten sterkste aan de koop te sluiten! Maar al in 1970 moest veehouder Rotteveel 10 ha afstaan aan de gemeente Lisse voor het Bedrijventerrein Dever, in casu voor een vestiging van de autofabriek Nissan.

In 1895 werd de boerderij van ’t Huys Dever opnieuw gebouwd nadat de vorige, een rietgedekte stolpboerderij, was uitgebrand. Het geheel
is thans in bezit van de familie Jan Rotteveel. * Een morgen is 600 Rijnlandse roe. Een hont is 100 Rijnlandse roe. 7 hont is 1 hectare

Dever 2002

HET MASTERPLAN VOOR ‘T HUYS DEVER: Cultureel erfstuk verantwoord bewaren

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 1, januari 2002

Tekst: Ignus Maes

De Stichting Vrienden van Dever heeft een heldere visie op de vraag hoe in de komende 100 jaar de ruimtelijke ordening van de gronden, het water, de beplanting en de opstallen rond ‘t Huys Dever zich dienen te ontwikkelen.

 

’t Huys Dever heeft zijn naam te danken aan Reinier d’Ever, een ridder die mogelijk als dank voor bewezen diensten aan de graven van Holland omstreeks het jaar 1375 een versterkt stenen woonhuis mocht bouwen. Daarbij behoorde, zo kunnen wij op een kaartje (Caertgen) uit 1575 nog zien, een voorhof met een boerderij. Het geheel was omgeven door grachten.

Johan van Schagen bouwde in de jaren 1631 tot 1634 tegen het versterk­te huis met zijn dikke muren een groot voorhuis aan. In die tijd zijn door de landmeter Steven van Brouckhuysen de bebouwing, de omliggende landerijen en de bomensingels opgemeten en getekend. Ook dat kaartje is bewaard gebleven.

In de tweede helft van de negentiende eeuw raakten door verval het voorhuis en stenen woonhuis onbewoonbaar waarbij het voorhuis door een slechte fundering instortte en het dak van het woonhuis ernstig ging lekken. Als gevolg van verdere verwaarlozing ontstond in de eerste helft van de twintigste eeuw ‘De ruïne Deveren,’ zoals de steenpuist in de volksmond werd genoemd. De grachten waren gedempt, de gemetselde funderingen van het voorhuis en de voorhof waren tot 50 cm onder het maaiveld verwijderd ten behoeve van de bloembollencultuur.

Stichting Vrienden van Dever

In 1963 werd de Stichting Vrienden van Dever opgericht met als doel­stelling ’t Huys Dever voor de toekomst te behouden en te restaureren.

Allereerst moest het verval van de oude Hofstede gestopt worden en daarna wilde men de ruïne tot een bruikbaar gebouw restaureren. Omdat de ruïne eigendom was van de gemeente en tevens beschermd rijksmo

nument, moest zowel de plaatselijke- als de rijksoverheid met argumen­ten overtuigd worden van de noodzakelijkheid dit voor Nederlandse begrippen unieke, versterkte woonhuis te restaureren en te bewaren als een belangrijke cultuurhistorisch erfgoed.

Dank zij een doorzettende stichting onder de bezielende leiding van de heer F. Hulkenberg is de restauratie tot stand gekomen in de jaren van 1973 tot 1978. Vanaf 1978 was ’t Huys Dever weer toegankelijk.

De tweede doelstelling van de Stichting Vrienden van Dever was om ’t Huys Dever als ‘Ridderhofstad’ op de kaart te zetten. Hiertoe moesten gronden worden aangekocht om de voorhof met grachten te kunnen reconstrueren. Vanaf het begin van de restauratie in 1973 is de gemeente met de eigenaren van de omliggende gronden in onderhandeling gegaan. Met succes. De muren werden gemetseld, de voorhof werd opgehoogd en de grachten gegraven. En aan de oost-, noord- en zuidzijde werden bomen aangeplant. Als tenslotte in de nabije toekomst ook de bruggen kunnen worden geconstrueerd is deze doelstelling gehaald.

Het derde doel van de Stichting is om de ‘Ridderhofstad’ in de bestaan­de structuur te behouden en waar mogelijk te versterken.

Een verdedigbaar huis.

Deze nieuwe uitdaging kreeg in september 2000 bij het feestelijk in gebruik nemen van de voorhof gestalte in de vorm van het ‘Rapport Dever, een verdedigbaar huis. Een visie op ’t Huys Dever en omgeving.’

De bedreigingen worden gevormd door de aan te leggen ontsluitingsweg aan de noordzijde van ’t Huys Dever, de oprukkende industrie aan de oostzijde, de op dat moment te koop staande gronden aan de zuidzijde en de door een aannemer aangekochte grond aan de westzij­de. Aan het bureau Bosch en Slabbers, tuin- en landschapsarchitecten, werd gevraagd een visie te ontwikkelen voor ’t Huys Dever en zijn directe omgeving. In maart 2001 werd dit rapport aan het gemeentebe­stuur, gemeenteraadsleden, gedeputeerden, belanghebbenden, land- en tuinbouworganisaties en belangstellenden overhandigd. Doel van dit Masterplan is om alle betrokkenen te laten zien op welke wijze ’t Huys Dever met zijn directe omgeving beschermd kan worden tegen de oprukkende verstedelijking.

Het Masterplan

Het Masterplan Dever op tekening. De belangrijkste aspecten: open landschap richting westen en zuiden, singles van linden en eiken rondom.

De belangrijkste onderdelen van het Masterplan: De (nieuwe) weg aan de noordzijde ter ontsluiting voor het Industrieterrein aan de Vennestraat zal aan de Dever-zijde over de volle lengte voorzien van een dubbele rij lindebomen met een fiets- en wan­delpad. Tussen de weg en rij bomen een lage beukenhaag. De bomenrijen vormen rondom de Ridderhofstad een zogenaamde mantel. Een sloot vormt de werkelijke afscheiding.

Naar de oostzijde dient het open grasveld te blijven met een afsluiting naar de industrie zowel in de hoogte door middel van bomen alsook op laag niveau door middel van struiken. Wellicht is het mogelijk hier een fiets- en wandelpad naar Ringsloot en Poelpolder te realiseren. Achter ’t Huys Dever is een hoogstamboomgaard en een kruiden- en moestuin gepland. De boerderij wil men behouden als zelfstandig bedrijf of moge­lijk als een onderdeel van ’t Huys Dever.

De zuidzijde dient open te blijven met tussen de gras- en bollenvelden langs de sloot een dubbele rij lindebomen die van de Heereweg richting Poelpolder loopt. Deze bomenrij vormt de mantel aan de zuidzijde. De zieke lepenbomen langs het Dever-laantje vervangen door eiken en door laten lopen tot aan de sloot voor de boerderij.

De westzijde dient open te blijven met lage beukenhagen ter afschei­ding zoals dat ook bij de oudere bollengronden nog bestaat. Het zicht op ’t Huys Dever vanaf de Heereweg blijft hierdoor behouden. De bestaan­de wilgenbomen aan de Heereweg vormen het sluitstuk van de mantel rond Dever. Bij vervanging zal men aan linden dienen te denken.

De Stichting Vrienden van Dever beoogt met dit rapport een praatstuk te leveren voor de toekomst. Daarmee wil zij het vanaf het oprichtings­jaar 1963 zo zorgvuldig opgebouwde cultureel erf stuk, in een verant­woorde omgeving aan de volgende generatie doorgeven.

Nieuw Laboratorium

Dit jaar nog hoopt Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, de opvolger van het Laboratorium voor Bloembollen Onderzoek, gevestigd aan de Vennestraat in Lisse, aan de westelijke kant van de Heereweg, ongeveer tegenover de voormalige Land- en Tuinbouwschool, te beginnen met nieuwbouw. Men hoopt in het voorjaar de eerste paal te kunnen slaan en in de zomer van 2003 de eerste gebouwen te kunnen betrekken.

Nieuwe weg

De bouw van het nieuwe laboratorium is een van de vele veranderingen die in het gebied tussen de villa Wassergeest en Tuincentrum Overvecht zullen plaatsvinden. Er wordt ook een rotonde aangelegd en vandaaruit een ontsluitingsweg richting Achterweg en richting Tuincentrum Overvecht. Het landschap zal hier dus danig veranderen!