Berichten

Het Huis Dever en de Heerlijkheid Lisse

Het Huis Dever en de Heerlijkheid Lisse

Door J. Kleintjes

Bij ondergeteekende berusten een aantal documenten, die op het huis Dever en de heerlijkheid Lisse betrekking hebben. De oudste berichten dateeren uit de tweede helft der 14de eeuw. Toen leefde Reinier Dever, ridder, + die ook Reinier die Ever genoemd werd + in de heerlijkheid Lisse, waar hij een woning had, die men naar hem Dever noemde. Zijne voorzaten waren reeds ten tijde van graaf Floris V te Lisse gevestigd. In 1370 droeg Reinier Dever het huis met 5 morgen land aan den graaf van Blois als erfleen op. Wij laten dit oudste document, waaraan het zegel van Jan van Blois in groen was nog hangt, hier volgen, van de overige bescheiden geven wij den inhoud kort weer. Alle stukken zijn in original.

a . Jan van Bloys, heer van Scoenhoven ende van der Goude. Maken cond allen luiden, want her Reinier die Ever ons opghedraghen heeft tot eenen vryen eyghen sine woninghe te Lisse mit vyf merghen lands binnen den hiemwerve alsoe als si gheleghen syn, soe hebben wy hem die vorser. woninghe mitten erve weder verlyet, van ons ende van onsen nacomelinghen, hem ende sinen nacomelinghen te houden ten rechten erfleene, sonder versterven. Ende dit vors. goet selmen an ons ende an onse nacomelinghe verzoeken ende verheerwaden mit enen roeden havic of vyf scellinghe grote daervoor. In orconde desen brief beseghelt mit onsen seghel. Ghegheven tot Scoenhoven op Sinte Lourensdach. Int Jaer ons Heren MCCC ende tseventich.

b. Getuigenis van Philips van Wassenaer en Diderik van Hodenpijl, dat zij als leenmannen bij de door den graaf van Holland aan Reinier Dever gegeven beleening tegenwoordig waren. 1390.

c . Leenbrief van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, ten behoeve van Reinier Dever, ridder. 1398.

d. Reinier die Ever of Dever moet een dochter aan N. van Haeften uitgehuwelijkt hebben, omdat Gisbert van Haeften in 1417 met de woning van Reinier Dever, zijn grootvader, beleend wordt. Leenbrief van Jacoba van Beieren, gravin van Holland, waarin Gisbert van Haeften met de woning en 5 morgen lands in de ambachtsheerlijkheid Lisse, die hij van zijn grootvader Reinier Dever geerfd had, beleend wordt. 1417.

e. Leenbrief van Margareta van Boergondië van de woning te Lisse met de 5 morgen land, ten behoeve van Gisbert van Haeften. 1436.

f. Leenbrief van hertog Filips van Boergondië, over bovengenoemd bezit ten behoeve van Clara van Haeften, vrouw van Jan van Duvenvoirde. 1447.

g. Leenbrief van Karel V ten behoeve van Johan van Mathenesse. 1507,

h. Leenbrief van Karel V ten behoeve van Nicolaas van Mathenesse, 1522.

i. Leenbrief der Staten van Holland en Westfriesland ten behoeve van Maria van Mathenesse, weduwe van Johan van Schagen. 1623.

k. Leenbrief der Staten van Holland en Westfriesland ten behoeve van Johan van Schagen met de woning en 5 morgen land in Lisse gelegen, met een stuk weiland, groot 554 morgen – Klaes Huygen ven genaamd — 40 schilling goed geld van de imposten te Voorhout en 25 schilling uit de imposten te Lisse – nog een tiende te Velsen gelegen. 1628.

l. Leenbrief der Staten van Holland en Westfriesland ten behoeve van Johan van Schagen over de ambachtsheerlijkheid Lisse, een huis en have met 10 morgen land. 1638.

m. Leenbrief der Staten van Holland en Westfriesland ten hehoeve van Elisabeth Camons over de ambachtsheerhjkheid van Lisse, over een woning met 5 morgen land, . . . over 40 schillings en 25 schillings uit de imposten van Voorhout en Lisse. 1640.

n. Leenbrief der Staten van Holland en Westfriesland ten behoeve van Willem de Wael van Vronestein met de woning te Lisse en 5 morgen land. 1674.

o. Akte waardoor Willem de Wael het leen kwijtgescholden wordt. 16 Mei 1687

p. Leenbrief derzelfde Staten ten behoeve van Willem de Wael van Vronestein over de leenen, waarover in vorige akten spraak is. 24 Juni 1687.

q. Leenbrief derzelfde Staten ten behoeve van Adriaen de Wael van Vronestein over de ambachtsheerlijkheid Lisse etc. 1700.

r. Leenbrief derzelfde Staten ten behoeve van Adriaen de Wael over de van zijn broer niet ontvangene en opnieuw verleende leengoederen. 1700.

s. Gelijkluidende leenbrief voor Adriaen de Wael. 1701.

t. Leenbrief ten behoeve van Erasmus van Scherpenseel te Rumpt. 1710.

u. Leenbrief ten behoeve van Elisabeth Catharina van Scherpenseel, echtgenoote van Fred. Jacobus van Heereman en Zuydwyk. 1714.

v Leenbrief voor Diederich Johann van Heereman. 1738.

w. Leenbrief voor Frederik Willem van Heereman. 1781.

. Leenbrief voor Carl van Heereman. 1787

Egmondsche Leenen in het Ambacht Lisse gelegen.

  1. Brief, waarin Reinier Ever, ridder, aan het klooster Egmond voor de gevorderde leengoederen, die hem als allodiale goederen werden geweigerd, weer in leen opdraagt een stuk, Plogers venne genaamd, ongeveer 2 morgen groot en een stuk geheeten Gheryts Soeters venne aan de zuidzijde van Plogers venne. 1398.
  2. Leenbrief van den abt van Egmond ten behoeve van Clara van Haeften, die met Jan van Duvoirde gehuwd was. 1447.
  3. Leenbrief van denzelfden ten behoeve der gebroeders van Mathenesse. 1523.
  4. Leenbrief van denzelfden ten behoeve van Johan van Mathenesse. 1556.
  5. Leenbrief der Staten van Holland en Westfriesland als ,,repraesentanten” van den abt van Egmond ten behoeve van Isabella Catharina van Camons. 1658.
  6. Relief van het leenverzuim ten behoeve van Jost de Wael als manen voogd van Isabella Catharina van Camons. 1658.
  7. Leenbrief ten behoeve van Willem de Wael. 1674.
  8. Leenbrief ten behoeve van Adriaen de Wael. 1700.
  9. Leenbrief ten behoeve van Erasmus Bernard van Scherpenseel van Rumpt. 1710.
  10. Leenbrief ten behoeve van Elisabeth Catharina van Scherpenseel, echtgenoote van Frederik Jacob Heereman van Zuijdwijk. 1714.
  11. Leenbrief ten behoeve van Diderik Johan van Heereman. 1738.
  12. Leenbrief ten behoeve van Frederik Willem van Heereman. 1781.

J. KLEIJNTJENS

Tekst en foto’s overgenomen uit het Leids Jaarboekje 1922   pag. 55

 

1922-Dever-gravure-1909-Johan-Enschede-en-Zn.

Verhalen van Hollands Buiten

De stichting Monument & Verhaal maakt vertellingen en films over erfgoed en monumenten. O.a. Dever en Keukenhof.

Nieuwsflits

Nieuwsblad 21 nummer 4, 2022

Het binnenduinlandschap van Zuid- en Noord-Holland is gelukkig nog steeds rijk aan buitenplaatsen en landgoederen. Vele daarvan dateren uit de Gouden Eeuw, toen rijke Hollandse handelaren een zomerverblijf buiten de steden zochten. Sommige zijn veel ouder. Natuurlijk is er veel over deze monumenten bekend. Stichting Monument & Verhaal maakt vertellingen over het erfgoed en de monumenten. Bij die verhalen horen ook films. In september werd de eerst film op de site geplaatst en inmiddels zijn er al meerdere films uit de filmserie ‘Verhalen van Hollands Buiten’ online op de website www:monumentenverhaal.nl . Dever is al te bewonderen en de opnames voor de film over Keukenhof zijn afgerond. Een aanrader om op een winterse dag eens te kijken naar al dat schoons wat gelukkig nog bewaard is gebleven, vaak dank zij het vele werk van vrijwilligers.

 

Folckert van de Veen neemt afscheid bij ’t Huys Dever

Beheerder Folckert van de Veen is 32 jaar het gezicht geweest van ’t Huys Dever. De tweede Pinksterdag 2021, de landelijke Dag van het Kasteel, was zijn laatste werkdag. Normaliter, zonder het coronavirus was dat altijd de drukst bezochte dag op de Dever activiteitenkalender. Deze keer bleven de deuren van de middeleeuwse donjon gesloten, maar er was in de omgeving wel een prachtige waterwandeling i.v.m. het thema Wat? Water! van de landelijke Dag van het Kasteel. Op de Dag van het Kasteel komen er normaal zo’n 800 tot 900 bezoekers naar ’t Huys Dever wat een gezellige drukte geeft. Daarom had Folckert deze dag uitgekozen om af te zwaaien. Folckert kijkt met heel veel plezier terug op de afgelopen 32 jaar. Hij werd in 1989 aangesteld als beheerder door de gemeente Lisse, die toen zijn directe werkgever was. Later
werd de exploitatie overgedragen aan de Stichting BeheerBuitenplaats ’t Huys Dever. Folckert heeft geschiedenis en archeologie gestudeerd. Daarom was hij heel blij met deze baan. Folkert heeft veel bijzondere exposities meegemaakt in ’t Huys Dever die ter plekke door hem georganiseerd werden. Ook de kerstconcerten waren onvergetelijk en daarnaast was ’t Huys Dever een van de eerste trouwlocaties buiten het gemeentehuis, waarin Folckert ook zelf getrouwd is!
Nu Folckert van de Veen van zijn pensioen gaat genieten, zal het beheer van ’t Huys Dever tot het einde van 2021 ad interim worden ingevuld door Suze Joukes en Deen Boogerd. Ook al is hij met pensioen, Folckert blijft bezig met de het onderzoek naar de verre Pruisentochten waar
Reinier Dever aan deel nam als krijgsheer.

Dever alscheid van de Veen

Opening van de Kwakel bij Dever

Jaargang 19 nummer 2, 2020

Nieuwsflitsen

Het wandelroutenetwerk in Lisse is uitgebreid met een route vanaf de Zemelpoldermolen naar de hoek Achterweg/Prof. Van Slogterenweg. Door de aangelegde Kwakelbrug die vanaf de Vennestraat toegang geeft tot het terrein van ’t Huys Dever, kan men nu de route vervolgen via de oprijlaan van Dever naar de Prof. Van Slogterenweg via het fietspad van de Heereweg. Ter info, ons VOL-lid Nico Groen, die ook actief is in het wandelnetwerk Bollenstreek, was de initiator van de bouw van deze Kwakelbrug! De Kwakelbrug werd op woensdag 24 juni officieel geopend door wethouder Kees van der Zwet en Ignus Maes, voorzitter Vrienden van ’t Huys Dever. Van der Zwet sprak zijn waardering uit voor de vrijwilligers van het wandelnetwerk Bollenstreek en ’t Huys Dever. Ze dragen bij aan de toegankelijkheid van het erfgoed in de Bollenstreek en in Lisse. Door de Kwakel brug wordt ’t Huys Dever opgenomen in het wandelnetwerk Bollenstreek en ontstaat er een nieuw ommetje voor de inwoners van Lisse. Dit project is tot stand gekomen met bijdragen van de provincie ZuidHolland, de regio Holland Rijnland en de gemeente Lisse. Langs de route is op het terrein van Dever een mooi infobord gerealiseerd over de geschiedenis van ’t Huys Dever en het wandelroutenetwerk Bollenstreek waar Ignus Maes een korte toelichting op gaf.

bruggetjes werden dus kwakels genoemd. Deze bij Dever is wel stevig!!!

Het woord Kwakel is verwant met wankel in de zin van onvast of wiebelige.

OUD NIEUWS: Kwaadaardige honden op Dever

Heer van Dever Jhr. Willem de Wael van Vronesteijn (1648-1699) had veel problemen met zijn windhonden. Zij vielen schapen en zelfs een bezoeker aan, die ernstig aan zijn been verwond werd.

Dirk Floorijp

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 1 januari 2019

De heer van Dever Jhr. Willem de Wael van Vronesteijn (1648-1699), gehuwd met Agatha Adriaansdr. Bijl (1634-1694), heeft heel wat te stellen met zijn liefhebberij, het houden van windhonden. Er lopen er zeker al vier los op zijn erf, van aanlijnen wetenv ze nog niet. Hij gebruikt zijn honden waarschijnlijk voor de jacht en bewaking.
Of er daarvoor ook al problemen zijn geweest weten we niet, maar in 1682 verschijnen er een aantal dorpsgenoten voor schout en schepenen met ernstige klachten. ‘Voor schout mr. Adriaan van Gorcum en de schepenen Jacobus Dirkse van ’t Hoog en Jacob Ottense Cranenburg verschijnen Jacob Dirkse Uijtermeer, oud omtrent 36 jaren (geb. ca 1646 en gehuwd met Marijtje Cors Langevelt), en Cornelis Pieterse desselfs bouwknecht, oud omtrent 20 jaren, beide onze inwoners, en Sijmon Cornelisse Oostdam, (ca 1632-) gehuwd met Jannetje Pietersdr Van der Plas, wonende in Noordwijkerhout, oud omtrent 50 jaren’. Cornelis Pieterse verklaart, op verzoek van de hoogedele heere Willem Benting, houtvester van Holland, dat hij, komend op maandag 8 juni 1682 van de Delftse paardenmarkt, heeft gezien dat twee windhonden waarvan hij later vernam dat zij toebehoorden aan jhr. Willem de Wael van Vronesteijn, heer van Dever, door de wei van zijn baas Jacob Uijtermeer de beesten achterna zaten. Hij heeft gezien dat een schaap in de sloot lag en een lammetje zeer verwond was. Cornelis vertelt dit aan zijn baas Jacob Uijtermeer, die zich naar Dever spoedt en jhr. Willem verzoekt de heer de geleden schade door zijn honden aangedaan te vergoeden. De zaak wordt in der minne geschikt voor vijf gulden en twee stuivers.
De derde getuige Simon Oostdam doet zijn verhaal voor schout en schepenen. Afgelopen september ging hij naar de wei van Willem Ariense in Noordwijkerhout, waar zijn ram liep, die hij naar zijn eigen weide wilde overbrengen. Het dier was echter zo ernstig gebeten dat het moest worden afgemaakt. Ene Cornelis Jacobse uit Noordwijkerhout wist hem te vertellen, dat de windhonden van de heer van Dever de ram zo hadden toegetakeld. Ook hij vervoegt zich bij jhr. Willem, heer van Dever, die prompt de schade voldoet van vier gulden en tien stuivers. Het wordt nog erger. Claas Joosten van Diest, 64 jaar, tuinman van beroep (getrouwd met Grietje Hermans Cuijper), legt een verklaring af. Schout en schepenen moeten ervoor naar het huis van Claas, omdat hij zwaar gewond op bed ligt. Onder ede verklaart Claas het volgende (en mocht hij niet de waarheid spreken, dat God hem dan van deze wereld wegneemt): zijn neef, Mathijs van Bambergen, wijnkoper te Amsterdam, was op 9 augustus j.l. naar jhr. Willem gekomen om een rekening te innen voor geleverde wijn en azijn. Hij trof echter de heer van Dever niet thuis. Daarom was hij naar Claas gegaan en had hem gevraagd voor hem nog een keer naar Dever te gaan met de rekening, omdat Mathijs weer terug naar Amsterdam moest. Claas was zijn neef

Huys Dever door Roeland Roghman (1627-1692.
De windhonden zijn ingezet.

graag ter wille en begaf zich op vrijdag 16 oktober met de rekening naar Huis Dever. Wij laten het opgetekende verslag letterlijk volgen: ‘Ende komende op desselfs werf de vier winthonden van den voornoemde heere van Deveren die los over de werf liepen aanstonts seer furieus op hem sijn aangevallen, ende dat een van de swarte honden hem op drie bijsondere plaatsen in sijn slinkerbeen seer ellendig heeft gebeten, ende de laatste reys een groot stuk vleesch daar uytgerukt, soo dat de kuyt uit sijn been liep ende hij onder de voet viel.’ Waarop hij, om hulp schreeuwende, door Jochem de knecht en twee dienstmaagden van de heer van Dever werd ontzet. Ondanks zijn zware verwondingen heeft Claas het nog een poosje op aarde uitgezongen. In 1688 wordt hij nog in het hoofdgeld aangeslagen.

Bron

ORA nr. 30 scan 55.

EEN OUDER D’EVER?

Op een luchtfoto in een van de vorige Nieuwsbladen waren  op zo’n 400 m. ten zuidoosten van Dever plekken in het gras te zien, die mogelijk duiden op bebouwing in vroegere tijden. Archeologische amtenaren  van de HLT-samen  zijn enthousiast om nader onderzoek te faciliteren. Het terrein is van STEK en de dijk van het Hoogheemraadschap Rijnland. Overleg volgt.

Deen Boogerd

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 1 januari 2019

Gebeurt er nog wat met die vondst van dat verdorde lijnenspel in die nog groene weide? Of raakt het in de vergetelheid? Na die vraag werd ik uitgenodigd om eens kennis te maken met de mensen die voor HLT-samen de dingen op archeologisch gebied in goede banen proberen te leiden.
Folckert van de Veen hoofdbeheerder van D’Ever en tevens afgestudeerd archeoloog had ik gevraagd om mee te gaan. Dat deed hij natuurlijk. Zo waren de twee beheerders van het “Nieuwe D’Ever” bezig om dat “Oudere D’Ever” onder de aandacht en boven het maaiveld te krijgen. Men vertelde ons dat er wel degelijk veel enthousiasme was om te komen tot een verkennend onderzoek bij de archeologische vindplaats. Met zo een vooronderzoek wordt geen schade aangebracht in de vindplek. Wij hopen dat de gesprekken die men wil voeren met het STEK-bestuur positief zullen verlopen. Het gebied D’Ever-Zuid en Geestwater waar bouwplannen voor zijn is in eigendom van STEK. Het dijklichaam van de Poelpolder valt onder Hoogheemraadschap. Voordat we daar ook maar iets kunnen doen willen we op een goede manier met beide partijen samenwerken. Één van de planologische voorstellen laat op de archeologische vindplek een parkachtige situatie zien. Wat zou het mooi zijn als we in dat park kunnen zien wat er heel vroeger kan hebben gestaan. Wij hopen dan ook dat we bij de volgende meeting in juni een positief geluid mogen horen.

Wordt vervolgd.

Wat ligt er onder het grastapijt van de Poelpolder

Luchtfoto’s van de Poelpolder na de zeer droge zomer van 2018 geven merkwaardige droge plekken in de weilanden bij het Geriefbosje van Langeveld. De schrijver suggereert dat hiet mogelijke bebouwing of iets dergelijks gestaan heeft. Het is in de buurt van donjon Dever.

Deen Boogerd

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 3 Zomer 2018

Actueel deze zomer op archeologisch gebied was dat door de extreme droogte verborgen verleden zichtbaar werd. Oude funderingen die onder het maaiveld verstopt liggen, werden zichtbaar doordat het grastapijt erboven eerder verdorde dan de rest van het weiland. Ook in Lisse?

Vijf jaar geleden maakte ik deze foto vanaf de Poeldijk. Het viel mij toen op dat er door droogte een onnatuurlijk lijnenspel te zien was.

Met gevaar voor eigen leven, klom ik bovenop het wiebelende hek, met het fototoestel hoog boven mijn hoofd geheven. Resultaat, zes zeer bewogen foto’s en één geslaagde. Die ziet u hierboven. In het verlengde van het hek een diepe greppel die dwars door de polder snijdt. Deze greppels zie je in de hele polder, ze staan in verbinding met de lange vaart die door het midden van de polder loopt. Van daaruit werd de polder leeg gemalen door diverse molens. De greppel die we op de foto zien is op de bodem ongeveer 4,2 meter onder NAP. Dat is kunnen we zeggen best diep, de kruin van de dijk staat op een nul waarde. Die diepte is van belang en daar kom ik op terug. Nadat ik deze foto had gemaakt, hoopte ik erop ooit een goede luchtfoto van het gebied te kunnen maken. Die mogelijkheid had ik al een tijdje geleden besproken met Marc Slootweg, die in het bezit is van een drone uitgerust met een camera. Tijdens de afgelopen droogte was er de mogelijkheid om wat shots te maken, zie het resultaat.

Dronefoto begin juli 2018, dezelfde structuur werd nu ook weer zichtbaar, hier heeft duidelijk wat gestaan, maar wat?

Wat heeft hier gestaan?
Geruchten uit het verleden melden ons dat tijdens het graven van de Ringsloot (1623) om het Poelwater droog te leggen er een achtkantig fundament is opgegraven op grote diepte. Dit schrijft Mr. Simon van Leeuwen in 1667 in zijn Costumen, keuren ende ordonnantiën van het baljuwschap ende lande van Rijnland en Leyden. “in den Ringsloot gevonden ende uytgegraven is, de ruyne van een agtkanten Toorn” Hij schrijft dit toe aan de resten van het oude Ridderlijke Stamhuys. Veel later wordt er door andere schrijvers de afstand van 400 meter ten ZO van het huidige Dever als gegeven bijgevoegd. Waarop zij dit baseerden is niet duidelijk. Op een kaart van Steven van Broeckhuyzen uit 1645 is op die plek wel een boerenhoeve te zien. Het land behoorde voor de drooglegging nog bij Dever. De boerderij van Langeveld en boerderij “de Poeleway”, alsook het huis “de Uytermeer” zijn vrijwel direct na de drooglegging gebouwd. Van de boerderij op de kaart van Broeckhuyzen is weinig bekend. Het lijkt erop dat de tekenaar hier een zuivere voorstelling geeft van de hoeve en geen standaard boerderij heeft getekend omdat andere objecten op de kaart ook verschillend van vorm zijn. Als we naar de dronefoto kijken ligt daar een schaallat van 5 meter op een stuk waaronder iets te vinden zou zijn. Wat kan een basis van die breedte hebben? Een boerderij zou zo een groot fundament niet nodig hebben. Als we naast de greppel kijken, zien we een hoekige structuur die voor een deel lijkt te zijn onderbroken door het graafwerk. Zouden we de lijnen van die structuur doortrekken dan kun je er een achthoek mee vormen.

Oude Prenten

Cornelis van Alkemade 1654-1737

Er zijn prenten van een ouder Dever. De aller oudste van deze prentjes was van Cornelis van Alkemade, Noordwijk 11-05-1654 – R’dam 12-05-1737.Was de prent met de hoekige toren een verzinsel door de beschrijving van de eerder genoemde vondst tijdensde aanleg? De tekening lijkt totaal niet op het huidige Dever.We weten dat Van Alkemade een Nederlandse geschiedschrijver was en een gepassioneerd verzamelaar
van oudheden, zowel van munten als van oude manuscripten. Door zijn vele publicaties verwierf Van Alkemade in zijn tijd een groot gezag
als kenner van oudheden. Dus niet zomaar iemand die flauwe fratsen uithaalde, zou je zeggen. Men kopieerde wel prenten die toen al antiek waren en niet lang meer zouden bestaan. Doel was oudheden voor de toekomst veilig te stellen. Eigenlijk doen wij nu niet anders met het digitaliseren van onze oude bronnen.

Heer van Lys
Lisse was een heerlijkheid en werd door de heren van Lisse bestuurd. De vroegste “d’Ever” komen we tegen als Graaf Willem I van Holland trouwt met Maria de dochter van de Hertog van Brabant. Bij deze “uitruil” krijgt Willem I een groot gedeelte van het goed “Schakerloo” bij de stad Tholen in Zeeland in bezit. De in het Latijn opgestelde akte (1221) aangaande deze schenking geeft ook aan wie er als getuigen bij waren. Opvallend is dat ze allemaal afkomstig zijn uit onze streek, Egmont, Teylingen, Raaphorst, Van Oegstgeest en Van Duivenvoorde. Ook Conradus Aper, wat Latijn is voor Conrad d’ Ever was van de partij. Deze Conrad werd ook wel betiteld als één der eersten met, “Heer van
Lys”. Zo’n heer moest wel ergens wonen. Reinier d’Ever liet het huidige Dever in 1375 bouwen. Hij was toen 29 jaar. Waar verbleven hij en zijn familie voor die tijd? Eerder rijmt Melis Stoke in zijn kroniek dat hier in Lisse het huwelijk plaats vond van Margaretha, de dochter van Graaf Floris, en Diederick van Cleef in 1182 met uitgebreide banketten, feestelijke toernooien en jachtpartijen. Dit soort feesten van een paar dagen flinke lol, organiseerde  je niet in een achteraf boerderijtje. Dat hoorde in stijl bij een hof of burcht met genoeg ruimte voor de kampementen om de hoge adel en hun gevolg onder te brengen. Dan komt zo een kasteel als op het prentje goed van pas, zo centraal gelegen. Goed bereikbaar over land en over water, centraal gelegen tussen twee belangrijke steden. Des Gravenwater gaf de verse vis, des Gravenwildernisse het wild. Tussen meer en duin liepen op de sappige weidegronden zoveel malse stukjes vlees, ganzelevertjes en andersoortige middeleeuwse snacks wat je zelfs met het grootste feest niet op kon maken. Daarbij waren er genoeg boomgaarden met veelsoortig fruit en groenten in overvloed. Lys was niet zomaar een heerlijkheid, Lys was om op te vreten, een paradijsje! Nog steeds trouwens! Zo een klein dorp met zoveel horeca, waar vind je dat?

Detail uit de kaart van Floris Balthasarsz. 1610. De rode stip geeft aan waar de foto’s zijn gemaakt. Strategisch gezien een slimme plek achter de hoge rietkragenvvan de Roversbroock, met uitzicht op de toegangen de Grevelyng en het Hellegat. Met een toren als op het plaatje van Cornelis van Alkemade zou het mogelijk zijn om veel meer dan alleen de naaste omgeving in de gaten te houden.

IActuele Hoogte Verschillen Nederland is een site die opmerkelijke dingen kan laten zien doordat ze een reliëfbeeld maakt van de kleinste hoogteverschillen in het landschap in kleur en zwart/wit. Waar je de cursor plaatst laat ze direct een meting zien. Hier een groot deel van Lisse en omstreken in zo een reliëfbeeld. Hoe roder hoe hoger, geel is rond het nulpunt NAP, wat naar groen neigt is er onder. De hoogste delen van Lisse vind je bij de Dorpskerk en uiteraard in het bos. Je ziet ook de glooiing van diverse bruggen. Kijk ook naar de oude stroomgeulen in de Haarlemmeerpolder, die zijn zelfs nu nog zichtbaar na zoveel ploegen, eggen en andere grondbewerkingen.

Op een afstand van 400 meter van het huidige Dever zijn er meer plekken waar de Ringsloot een denkbeeldige cirkel zou doorsnijden. Dat laat ik zien met de bovenstaande illustratie

Hieronder wat oude overleveringen’

‘Het stamhuis van ‘t geslacht der Dev’ren stond voor dezen op dezen grond, maar ’t is vergaan en zonder wezen. Dus sloopt en dus vernielt de tijd, die niets ontziet, Gebouwen in het stof en brengt ze in ‘t eind tot niet’. Zo staat Jan de Graaff een eindje van het huidige Dever af te mijmeren, kijkend naar het Dever dat “zijn hoofd hemelhoog boven de bomen uitsteekt”. Hij staat op grond waar eens het  oude Dever stond. Dat is wat hij dacht, was dat ook zo? Omstreeks  1770 rijmde hij zijn Lisser Arkadia.

Oproep

Samengestelde beelden uit Actuele Hoogteverschillen Nederland, met detail uit cirkel 1.
Site 1 spreekt het meest tot de verbeelding, het reliëf laat verwachtingsvolle patronen zien.

De grond waar de lijnen telkens door de droogte zichtbaar worden, is van STEK zo heb ik mij laten vertellen. Of de polderdijk en de Ringsloot daar ook toe behoren, dat weet ik niet. Je zou haast zeggen dat Hoogheemraadschap daar de zeggenschap over heeft. Maar het is natuurlijk wel zo dat “STEK gronden” veranderen in woonwijken. Daar is niets mis mee, dat is hun taak en mensen moeten nu eenmaal kunnen wonen. Maar aan de hand van wat er te zien is, mogen  we concluderen dat daar iets aan ons zicht is onttrokken en dat daar iets is van behoorlijke afmetingen. Wat  voor de geschiedenis van Lisse in het bijzonder belangrijk kan zijn.

DUS!!!
Voordat er ooit definitieve bouwplannen op tafel komen, wil ik hierbij de nodige instanties oproepen om deze “STEK” veilig te stellen voor nader onderzoek. Gezien ook het feit dat het paardenbosje deel uitmaakt van dat stukje grond, is het goed om instanties hierop te wijzen. Het paardenbosje mogen we scharen onder de noemer monumentaal en beeldbepalend groen. Dus iets waar we zuinig op moeten zijn! In eerste instantie zal ik de gemeente op de hoogte brengen van mijn bevindingen, wellicht opent dat deuren voor een archeologisch veldonderzoek.
De ons bekende archeoloog Jeroen van Zoolingen reageerde als volgt op hetgeen ik hem stuurde; “Maar, wat een prachtige vondst! Ik werd direct enthousiast bij het lezen van je verhaal “. Hij stelt het volgende: “Ik zou willen voorstellen om eerst een non-destructief prospectie onderzoek te doen, middels het zetten van een aantal karterende boringen en vervolgens de bevindingen in kaart brengen. Maar wel toestemming vragen bij al je voorgenomen activiteiten en blijven rapporteren”.
Fijn ook te weten dat hij graag wil meedenken om één en ander in goede banen te leiden. ■

Bronvermeldingen
‘t Roemwaard Lisse A.M. Hulkenberg 1998
Het huis Dever te Lisse, A.M. Hulkenberg 1965
Dichterbij Dever, uitgave van stichting Vrienden van ‘t Huys
Dever 10 jaar Dever bulletin 2009
Rondom Dever, uitgave van stichting Vrienden van ’t Huys
Dever 1988 25 jarig bestaan
Gemeente Archief Lisse
Archief Vereniging Oud Lisse
Actuele Hoogteverschillen
Nederland AHN
Wikipedia
Met dank aan:
Marc Slootweg, de drone piloot
Jeroen van Zoolingen, archeologisch advies

Heereweg 349a – ’t Huys Dever

Reinier d’Ever bouwde Dever rond 1370 in een U-vorm. Later was de donjon een ruïne.

Kadaster: B-1962. Monumentnummer: 25895. Restauratie vanaf 1973.

De naam d’Ever is zeer oud, van voor 1221. Waarschijnlijk heeft het geslacht Ever gewoond op de locatie waar het huis Dever staat.

Reinier d’Ever bouwt Dever rond 1370. Dever is gebouwd in een U-vorm. De voorzijde is rond. Dat maakt de toren uniek in Nederland. De ronde vorm maakt de constructie sterk en zo kon de toren het in een belegering langer volhouden. De achterzijde, die op het zuidoosten is gericht, is vlak. Daar waren in de middeleeuwen moerassen, die het eventuele vijanden vrijwel onmogelijk maakten om Dever van die zijde te benaderen. Een ronde vorm was daar dus niet nodig.

Het huis is vergroot in 1628 en in 1631 of 1634 komt er een groot herenhuis bij. Bij het huis staat op de voorburcht het bakhuis, bouwhuis en braadhuis.

Tijdens de reformatie wordt in de muur van de bovenverdieping een kapelletje gehakt.

In 1703 waait tijdens een zware stom het dak van de oude Dever. De schade wordt in 1767 hersteld en er wordt een huurder gezocht. De houten ophaalbrug wordt vervangen door een stenen brug. Maar een nieuwe bewoner wordt niet gevonden. In 1848 stort een deel van het herenhuis in. (De bouwsporen met o.a. een trap in de ronde zijde zijn uit die periode). Er was gefundeerd in de oude slotgracht.

Iedereen die stenen nodig heeft haalt in die periode bouwmateriaal bij Dever. In 1862 storten ook de kapelgewelven van de donjon in.
Omstreeks de tweede helft van de 19e eeuw was er van Dever niet meer over dan een grote klomp metselwerk.

In 1945 werd de Nederlandse staat eigenares van Dever omdat Dever als vijandig bezit werd geconfisqueerd. Al in de twintiger jaren van de twintigste eeuw waren er stemmen opgegaan om Dever te restaureren.

In 1963 werd de Stichting Dever opgericht, die er voor ging ijveren om vorm te geven aan een zorgvuldige restauratie van de toren. Jaren heeft het geduurd, maar met behulp van de gemeente Lisse en Monumentenzorg kon er dan eindelijk, in 1973, worden begonnen aan een intense restauratie van de woontoren Dever.

De restauratie van de woontoren heeft vijf jaar in beslag genomen. Ook verdere plannen ter restauratie werden gemaakt en gerealiseerd.
De fundamenten van de voorhof zijn opgetrokken. De grachten zijn gegraven en het realiseren van de beide bruggen maken het weer tot een complete ridderhofstad.

Op de brug naar de voorhof staat een kunstwerk van Marie-Claire Witjes.
`t Huys Dever is een rijksmonument en een museum dat de geschiedenis van deze woontoren vertelt.

Donjon Dever in 2017

Dever 2002

donjon Dever in 2002

 

Ansichtkaart van de ruïne

Tekening van Schoemaker

Heereweg 347c – Voormalige poortwachterswoning

De voormalige poortwachterswoning bij Dever staat aan de oprijlaan naar ’t Huys Dever.

Kadaster: B-2743. Monumentnummer: 25897. Restauratiejaren: 1978-1981.

De poortwachterswoning aan de oprijlaan naar ’t Huys Dever (Deverlaan) heeft één verdieping plus zolder met zadeldak, de nok staat haaks op de Deverlaan. De topgevels hebben boerenvlechtwerk. Achter aan de oostzijde van het huis is een lange aanbouw, deels van hout. Het poortwachtershuisje is gebouwd tussen 1631 en 1634 door Johan van Schagen, eigenaar en bewoner van de ridderhofstad ’t Huys Dever, toen deze een groter voorhuis aan Dever realiseerde. In de jaren 1950-1978 is de woning onbewoond en zeer vervallen. In 1971 is het huis in gebruik als opslag bij bloembollenkweker P. Schoorl van nummer 349. In 1978-1981 wordt de poortwachterswoning fraai gerestaureerd en verbouwd met C.B.F. Schoorl als opdrachtgever. (bron beeldbank Lisse.nl).

 

Het poortwachtershuisje van ’t Huis Dever

 

HET VERHAAL VAN D’EVER

Een samenvatting van de geschiedenis van de familie D’Ever van 1220 tot 1370 wordt weergegeven. De gegevens komen uit het boek Het huis Dever van A. Hulkenberg.

Redactie

Jaargang 16 nummer 3 zomer 2017

Hij is al een hele poos niet meer onder ons. Zijn werken blijven we lezen en raadplegen.
Een korte bewerking uit “HET HUIS DEVER TE LISSE” van A. M. Hulkenberg.

Aper alias d’Ever 1221-1345
Graaf Willem I van Holland is te beschouwen als de stichter van het Hoogheemraadschap “Rijnland”. Zijn Graafschap strekte zich ongeveer uit van Texel tot Dordrecht en van de kust tot en met het Gooi. Veel moerasgebieden werden in zijn tijd ontgonnen, waardoor er bewoonbaar en vruchtbaar land ontstond. Hij vocht mee in de Vijfde Kruistocht waar hij zich samen met de Haarlemmers, in de slag bij Damiate, onderscheidde. In 1220 huwde hij voor de tweede keer, nu met Maria de dochter van de Hertog van Brabant. Een huwelijksgeschenk van de Hertog was de helft van het landgoed Schakerloo bij Tholen. De leenbrief behorende bij dit geschenk is in het latijn geschreven, alsook de namen van de daarbij aanwezige getuigen die de overdracht bijwoonden. Dat waren Wilhelmus de Teiling, Walterus de Egmunda, Philippus de Duvenburg, Gerardus Nordeka, Theodericus de Ostgest, Theodericus de Raphorst en ook Conrardus Aper. Aper betekent everzwijn of gewoon ever en hier is dus sprake van Conrart d’ Ever.

Heren van Lisse

Het geslacht d’Ever wordt in deze akte uit 1221 voor het eerst vermeld. Zwijn was bepaald geen scheldnaam, deze naam moest je verdienen. De ever was het zinnebeeld van dapperheid en onverzettelijke standvastigheid in de strijd. Eerder nog de dood tegemoet treden dan ontrouw zijn aan de zaak. Het moet een dapper man geweest zijn die de titel van Ever met zich mocht voeren. Gezien het feit dat alle getuigen namen uit de streek hadden, mogen we aannemen dat ook d’Ever uit de streek afkomstig was. Woonde Conrart op de plek waar tijdens het graven van de Ringsloot de resten van een “agtkanten torn’ werden gevonden? Het huidige Dever staat er vanaf ±1370. De plek rondom Dever was al heel vroeg bewoond gezien de vondsten van een beiteltje uit het stenen tijdperk, bataafse scherven, kogelpotscherven uit de tijd van Karel de Grote en fragmenten van laat Pingsdorfer aardewerk. In 1269 is er weer melding van een d’Ever namelijk Ysbrandus d’Ever. Ysbrandus koopt van Symon van Teylingen een stuk land bij Boskoop ter ontginning. In 1278 wordt hij “Ysbrandes de Lysse” genoemd. Net als de eerder genoemde Conrart, die in het oude register (1281) van Floris de Vijfde “Conrart die Ever van Lysse” wordt genoemd. Zij waren zo mogen we aannemen de eerst genoemde Heren van Lisse. Ook Reynier d’Ever was Heer van Lisse. Hij liet in 1370 het huidige slot Dever bouwen. ■

Bron: “Het Huis Dever te Lisse” deel uit hfdst. I