Berichten

Erepenning voor Zwanendrift

 De erepenning 2017 voor een mooi gerestaureerd gebouw is dit jaar naar de familie Zeldenthuis  gegaan. Zij hebben de monumentale boerderij Zwanendrift prachtig in goede staat gebracht.

Jaargang 16 nummer 2 Lente 2017

Nieuwsflitsen

De nieuwe eigenaren en bewoners van boerderij Zwanendrift op de Laan van Rijckevorsel zijn door de Cultuur Historische Vereniging Oud Lisse in het zonnetje gezet. Dick en Monica Zeldenthuis ontvingen namelijk uit handen van Carla Kieft de erepenning van de vereniging, als waardering voor het prachtig in goede staat brengen van het monumentale pand. De nieuwe eigenaren hebben geen mogelijkheid ongebruikt gelaten om het pand in oude glorie terug te brengen en daarnaast aan te passen aan de huidige tijd en de eisen en wensen die aan een woonboerderij gesteld kunnen worden.
Kieft (Schrama) is op de boerderij opgegroeid en vertelde in een boeiend verhaal wat zich de afgelopen eeuwen op de hoeve heeft afgespeeld. Met de nadruk op de laatste 150 jaar toen de boerderij in bezit was van de familie Schrama. Zij deed dit mede aan de hand van een cultuur historische beschrijving door Ignus Maes die daarin terugging tot 1800. “Maar de kans is groot dat de boerderij stamt uit ongeveer 1500 tot 1550. Zo oud is het oudste stuk dat over de geschiedenis van de boerderij werd teruggevonden,” aldus Kieft. Naast de families die in de loop der eeuwen op Zwanendrift hebben “geboerd” en gewoond verteld  Kieft ook over de herkomst van de nam Zwanendrift. “Het houden van zwanen, (drift) was vroeger een recht dat aan enkelen was voorbehouden. Die zwanen werden gehouden in een grote vijver die is verdwenen bij de aanleg van de Laan van Rijckevorsel in de vijftiger jaren. In feite mondde de ingang van de boerderij voor die tijd via de huidige Marconilaan uit op de Heereweg en mede door de aanleg van de Laan van Rijckevorsel lijkt het nu alsof de boerderij niet recht op de uitgang staat, maar stond dat indertijd wel ten opzichte van de Heereweg. Het verdwijnen van de vijver betekende ook het einde van de zwanenhouderij.” Ook vertelde ze dat het een goede gewoonte was om bij de geboorte van het eerste kind een lindenboom te planten en bij volgende geboortes notenbomen. Onlangs gingen familieledenvan de erven Schrama in de gerestaureerde boerderij op bezoek en bracht vanwege het tweede kind van het echtpaar een notenboom mee. Het echtpaar Zeldenthuis laat weten op de in 2014 gehouden open dag op slag verliefd te zijn geworden op de boerderij. “Na een aantal maanden van praten, nadenken en heroverwegen is de knoop doorgehakt. Het grote avontuur kon beginnen. Samen met architect Diederik van Egmond en Ignus Maes, expert op het gebied van monumentalerenovaties werden plannen opgesteld.
Na een traject van 2,5 jaar wonen we nu met veel plezier en trots met ons gezin in Hoeve Zwanendrift. Onze droom is helemaal uitgekomen en we voelen ons bijzonder bevoorrecht dat we hier mogen wonen. We hebben goed contact met de vorige bewoners die ons goed hebben geholpen. Daarvan is ons een mooie zin bijgebleven, namelijk ‘We hopen dat jullie en de kinderen het hier net zo fijn krijgen zoals wij onze jeugd hier hebben doorgebracht.’ En dat streven we met heel
veel plezier na.”

Erepenning voor voormalig directiekantoor CNB

De erepenning voor een goed gerestaureerd gebouw is dit jaar voor Ernst Melssen voor het voormalig kantoorgebouw van de CNB aan de Tulpenstraat.

Nieuwsflits

Nieuwsblad Jaargang 15 nummer 2, april 2016

De penning die door de Cultuur Historische Vereniging Oud Lisse jaarlijks wordt uitgereikt is ten deel gevallen aan Ernest Melssen. Deze nam de penning op de jaarvergadering in ontvangst uit handen van Cees Paardekooper, zoon van Aad Paardekooper, die vertelde dat zijn vader in de jaren 1950-1970 diverse gebouwen in Lisse en de regio ontwierp, waaronder het CNB gebouw waarvan nu nog Floralis en het voormalige kantoor rest.
Melssen heeft kosten noch moeite gespaard om het voormalige directiekantoor te herstellen en terug te brengen tot de oude staat en er een woonhuis van gemaakt. “Met respect voor ziel en oorsprong”, zoals Melssen daarover zegt. Bij de restauratie zijn veel andere gebouwen bestudeerd om de stijl te handhaven. En: “Er waren een paar heftige trajecten. We hebben á la Paardekooper gemetseld, nieuwe stalen kozijnen gezocht, de Mondriaan-achtige glas in lood gevel totaal gerestaureerd en sommige panelen verbleven zes maanden in Frankrijk. Bij de materiaalkeuze hebben we er rekening mee gehoud  het ooit een kantoorgebouw is geweest. Nu ervaar je overal nog het authentieke ontwerp. Bewust heb ik het oude industriële draadglas aan de straatzijde gekozen wat in de bouwtijd van dit gebouw naast glas in lood een luxe was en nu weer hip. De pas recent aangelegde stadstuin sluit goed aan bij het gebouw en ook dat was spannend, omdat er nooit een tuin was. Zelfs de beplanting heb ik er op afgestemd. Dus bij alles heb ik geprobeerd het zo te restaureren/renoveren dat de nieuwe situatie als vanzelfsprekend aanvoelt alsof je thuis komt.” Al met al heeft het project een anderhalf jaar geduurd. Inmiddels staat de nieuwbouw er omheen en heeft de wijk een mooi karakter gekregen, met in het voormalige hoofdgebouw van Paardekooper nu de nieuwe bioscoop en andere activiteiten op loopafstand. De inzet van Melssen wordt door de Vereniging Oud Lisse op de juiste waarde ingeschat en beloond met de penning die werd vervaardigd door Frans en Truus van der Veld. En natuurlijk de wens dat nog lang met veel plezier van dit pand gebruik gemaakt mag worden.

Erepenning 2015

De erepenning 2015 werd uitgereikt aan de familie de Vroomen voor de fraaie restauratie.

Nieuwsblad nummer april 2015

Nieuwsflitsen

Traditiegetrouw werd aan het einde van de jaarvergadering de erepenning van de Vereniging Oud Lisse uitgereikt. Deze penning is een ontwerp van Frans en Truus van der Veld. De penning wordt gegeven als waardering voor een pand dat liefdevol en met respect voor de historie is gerestaureerd of opgeknapt. Voordat bestuurslid Frits Treffers bekend maakte wie de penning gewonnen hadden legde hij eerst uit waarom dit pand was uitgekozen. Zo zijn van het betreffende panden de buitenmuren grondig gereinigd en opnieuw professioneel gevoegd. Maar ook de rommelige bouwsels aan de achterzijde zijn gelukkig tegen de vlakte gegaan. De heer en mevrouw De Vroomen hebben het opknappen van hun woning aan de Heereweg 46 zeer gewetensvol aangepakt en verdienen de penning ten volle. In november 2013 werd begonnen met de veranderingen en in november 2014 was het helemaal af. Deze woning staat op de hoek van de Heereweg met de Mendeldreef. De bouw stamt uit het begin van de twintigste eeuw, het pand is dus zo’n honderd jaar oud, wat af te lezen is aan de aardige details van de woning.

Heereweg 46


Copyright © 2015 Vereniging Oud Lisse

Erepenning 2013 voor gebr. Driehuizen

De erepenning 2013 werd uitgereikt aan de heren Paff en van der Klauw, bewoners van kantoorgebouw van Driehuizen. Er zijn nog originele details overgebleven. Een fraai staaltje van hergebruik van kantoor naar woonfunctie.

Nieuwsblad Jaargang 12 nummer 2, april 2013
Nieuwsflitsen

Tijdens de jaarvergadering op 19 februari 2013 werd zoals gebruikelijk de erepenning als waardering voor het behoud van waardevolle panden uitgereikt. Frits Treffers reikte de penning uit aan de heren Paff en Van der Klauw. Zij bewonen het kantoorpand van de voormalige bloembollenfirma gebr. Driehuizen. Het gebouw aan de Heereweg uit 1930 is van de hand van de bekende architect Leen Tol.
De woonhuizen van de gebroeders Driehuizen, Somalo en Rutsbo, stonden indertijd aan weerszijden van het oude woonhuis met bedrijfsgebouwen. De oude ansichtkaart laat die situatie zien. Op de ontwerptekening van Leen Tol staan de oude gebouwen ingetekend als “te amoveeren gebouwen”
Er zijn nog heel veel originele details uit de bouwperiode bewaard gebleven. Het glas- in-lood plafond zorgt voor een heel bijzondere lichttoetreding in de hal. Het tegelwerk van vloer en muren is fantastisch.

 

Een fraai staaltje van hergebruik: van kantoorfunctie naar woonfunctie.

 

 

 

 

Copyright © 2012 Vereniging Oud Lisse

Erepenning 2012 voor de Tuinbouwschool

De jaarlijkse erepenning voor een goed gerestaureerd of gerenoveerd gebouw is dit jaar voor de voormalige tuinbouwschool. Het is nu een bedrijfsverzamelgebouw. Er zijn prachtige details aan het gebouw bewaard gebleven.

Nieuwsblad Jaargang 11 nummer 2, april 2012

Nieuwsflitsen

Op de jaarvergadering, die gehouden werd op 21 februari 2012, werd bekendgemaakt aan welk gebouw de erepenning van de Vereniging Oud Lisse werd toegekend.
Het prachtige gebouw van de voormalige tuinbouwschool viel die eer te beurt. Het gebouw is nu een bedrijfsverzamelgebouw onder de naam Crown Business Center Lisse.
Het gebouw kreeg gelukkig een nieuwe bestemming nadat het de functie van school had verloren. In opdracht van De Raad Vastgoed uit Katwijk werd het gebouw gerestaureerd en gerenoveerd onder leiding van GVB Architecten uit Warmond.
Enkele dia’s, zowel van de oude situatie als van het huidige gebouw werden getoond. Bestuurslid Frits Treffers reikte de erepenning uit aan de heer Kralt van De Raad Vastgoed. In zijn toespraak wees de heer Treffers op de vele prachtige details aan het gebouw. De heer Kralt voegde hier nog aan toe dat het fraaie wapen boven de toegangsdeur, met de blauwe leeuw van Lisse, met echt bladgoud was verguld.
Het gebouw werd gerestaureerd met respect voor het oude ontwerp van de architecten Nes en Tol, namen die nog te zien zijn op een gevelsteen.
Prachtig dat bedrijven zich inzetten om Lisser erfgoed op zo’n fraaie manier te behouden en volkomen terecht dat De Raad Vastgoed de erepenning kreeg voor haar inzet en realisatie van dit culturele erfgoed.

Copyright © 2012 Vereniging Oud Lisse

Tuinbouwschool

De pontificale entree

Erepenning 2011 voor Achterweg 6

Op de jaarvergadering kreeg de familie van der Salm de erepenning van de VOL voor de renovatie van hun pand Achterweg 6.

Nieuwsblad Jaargang 10 nummer 2, april 2011

Nieuwsflitsen

Erepenning 2011 uitgereikt
Op de jaarvergadering, die gehouden werd op 15 februari 2011, werd de erepenning van de Vereniging Oud Lisse uitgereikt aan de heer en mevrouw van der Salm. Zij hebben in de afgelopen jaren de voormalige dokterswoning aan de Achterweg 6 gerestaureerd waardoor de woning weer voor lange tijd een waardevolle aanwinst voor Lisse is.
Bestuurslid Chris Balkenende toonde aan de hand van een aantal foto’s de situatie van het huis zoals het er na de restauratie aan de buitenkant uitziet en een aantal foto’s uit het verleden. Een van de oudste foto’s is in het begin van de 20e eeuw gemaakt.
Bestuurslid Frits Treffers reikte de erepenning uit en gaf in zijn toespraak aan dat het gebouw is gerestaureerd met respect voor het oude.

de heer Treffers heeft de erepenning uitgereikt aan de heer en mevrouw van der Salm

Copyright © 2011 Vereniging Oud Lisse

Erepenning 2010

Het pand Heereweg 225 van gebroeders Augustinus is gerestaureerd door architectenbureau Marco Bruijnes. Het gemeentelijk monument werd in 2005 in vervallen staat aangekocht van Museum de Zwarte Tulp, maar later verkocht aan Augustinus.

Erepenning 2010 uitgereikt

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 9 nummer 2, april 2010

De Vereniging Oud Lisse heeft op 16 maart haar Jaarvergadering gehouden in het Cultuur Historisch Centrum “De Vergulde Zwaan”. Na afloop van de vergadering werd de jaarlijkse erepenning “MOOISTE MONUMENT VAN LISSE” van de Vereniging Oud Lisse door Frits Treffers uitgereikt aan de directie van Alma Vastgoed, de gebr. Augustinus.
Alma Vastgoed heeft deze penning gekregen voor het in ere herstellen van het pand aan de Heereweg 225 (beter bekend als het oude pand van familie Van der Zaal gelegen aan het Vierkant).
Dit gemeentelijk monument is in 2005 in enigszins vervallen staat aangekocht van Museum de Zwarte Tulp. Oorspronkelijk was het de bedoeling om het voormalige woonhuis bij Museum de Zwarte Tulp te trekken en zo de museumruimte te vergroten. Het aanpassen voor een museumfunctie bleek echter geen haalbare kaart. Een deel van de tuin werd benut voor de museumuitbreiding. Het gebouw en de rest van de tuin werd verkocht aan Alma Vastgoed. Alma Vastgoed is een bedrijf dat investeert in verhuurd onroerend goed zoals woningen, winkels, bedrijfsgebouwen welke gelegen zijn in de regio Rijnmond en de Duin en Bollenstreek. Alma is eigendom van de broers Paul, Bart en Ton Augustinus.
In samenwerking met o.a., het Architecten bureau Marco Bruijnes te Nieuwkoop, aannemer van Kampen Bouwbedrijf uit Voorhout, Styliste Natascha van der Salm uit Lisse en Soul Design uit Noordwijk, is het pand gerestaureerd en getransformeerd van woonhuis naar een kantoor. De opdracht is geweest om het oude in ere te houden maar een moderne werkplek te creëren en dat is volgens de Vereniging Oud Lisse goed gelukt en beloond met de erepenning “MOOISTE MONUMENT VAN LISSE”. De gebr. Augustinus vonden het een prachtig gebaar en een mooi compliment voor alle geleverde inspanningen van de mensen die aan deze renovatie hebben meegewerkt gedurende 1,5 jaar. Kortom een aanwinst voor Lisse!

Een ansichtkaart van het gebouw

Zo zag de voorkant er vroeger uit

 

De huidige situatie

Binnen zijn de glas-in-lood raampjes gerastaureerd.

Copyright © Vereniging Oud Lisse

Erepenning 2009 voor Achterweg-Zuid 51

De erepenning 2009 is uitgereikt aan de heer Romijn van Achterweg Zuid. Het gebouw uit 1909 is zeer goed onderhouden.

Nieuwsblad Jaargang 8 nummer 2, april 2009

Nieuwsflitsen

Na het algemene gedeelte van de jaarvergadering maakt Frits Treffers bekend wie op een buitengewone manier een pand hebben opgeknapt en daardoor een bijdrage leveren aan het behoud van historisch waardevolle panden in Lisse. Op zijn welbekende enthousiaste manier vertelde Frits Treffers hoe dit keer gekozen is voor een pand in het buitengebied. De spanning werd opgevoerd doordat eerst de top van het pand werd getoond.

Te zien was fraai metselwerk en een raam met aan weerszijden het bouwjaar: 1909. Een pand van precies een eeuw oud. Het is een complex van woonhuis met bollenschuur. In de loop der tijd zijn er aanpassingen geweest, maar de beelden tonen hoe zorgvuldig dat gedaan is. Bij een dia van de dakgoot op klossen verzucht Frits Treffers dat zo’n staaltje van vakmanschap in de huidige tijd veel te duur zou worden. Dan wordt het tijd om namen te noemen. De heer Romijn wordt naar voren geroepen om voor zijn pand, Achterweg Zuid 51, de erepenning 2009 in ontvangst te nemen. Het pand is al lang in de familie en puntgaaf onderhouden, wat een oude foto nog eens duidelijk maakt. De oude foto laat echter ook een oud detail zien wat de tand des tijds niet overleefd heeft, nl. het houten ornament in de top. Al met al een terechte toekenning van de penning aan een fraai voorbeeld van bloembollenerfgoed in Lisse.

Woning met aangebouwde bollenschuur

Deze woning is uit 1909

‘Ze hadden onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis’

 

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 6 – Hart voor Historie: Grachtweg 1a
Uit het Witte Weekblad van 22 augustus 2007

De Grachtweg in 1885, gezien vanuit het oosten. Links Grachtweg 1a. (Foto: archief VOL)

LISSE – Grachtweg la is te typeren als een pand dat er dankzij particulier initiatief nog staat. De huidige bewoners, Erik Plantenberg en zijn gezin, zijn erin geslaagd het voormalige kaaspakhuis van bouwval te redden. De geschiedenis van Grachtweg la gaat terug tot de zestiende eeuw. Het pand is waarschijnlijk rond 1743 gebouwd door ene Warbout Jurriaanse Vreeburg, ter vervanging van een tot woonhuis omgebouwde schuur.
Plantenberg vertelt, dat zijn woning veel bewoners heeft gekend: ‘Een van hen was Pieter Hendrik Koppenschaar, die hier met zijn gezin leefde. In de gemeentelijke archieven heeft de Lisser historicus Rob Pex kunnen achterhalen, dat deze man in 1838 door burgemeester en wethouders werd aangesteld als bode, aanplakker en omroeper. Een fragment van een affiche uit die periode heb ik tussen de balken aangetroffen. Mogelijk was dit door Koppenschaar in een kier gestopt om de tocht te weren. Uiteraard heb ik het bewaard.’

Kaasstellingen
Rond 1907 komt het pand in bezit van Cornelis Langeveld. Deze richt het woonhuis in als kaaspakhuis. Plantenberg weet nog goed dat, toen hij het pand in 1986 kocht, de kaasstellingen nog aanwezig waren. ‘In het souterrain, waar onze keuken een plekje heeft gevonden, werden de kazen geschraapt. Daarachter bevond zich een geisoleerde ruimte voor het koel houden van de boter. Het naastgelegen pand, waarin thans makelaar Chantal Lefeber is gevestigd, bood ruimte aan een kaaswinkel. Tot het eind van de negentiende eeuw werd het kaasbedrijf voortgezet door Jaap en Theo Langeveld, de jongere generatie. Dit waren overigens twee heldhaftige heren. In de oorlog hadden ze onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis. Nota bene direct onder de neus van de Duitsers, die zich een hoofdkwartier hadden verschaft in de tegenover gelegen oude pastorie!’
Maar Grachtweg la kent meer geheimen. Voor het creëren van meer ruimte besloot Plantenberg, nadat hij bet bestaande gedeelte had gerestaureerd, in dezelfde bouwstijl achter het woonhuis een deel bij te bouwen van oude bouwmaterialen, die hijzelf bijeen had gescharreld. Bij het graven, dat eraan vooraf ging, stuitte hij op de oude beerput. Hierin trof de huidige eigenaar diverse pijpen en scherven van aardewerk en glas aan. Archeologisch onderzoek wees later uit, dat het merendeel van de vondsten afkomstig was uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Sluikbegraving
Korte tijd daarna deed Plantenberg opnieuw een vondst, maar deze was luguber. Hij stuitte op een skelet. Als voormalig fysiotherapeut herkende hij hierin menselijke resten. Nader onderzoek wees uit, dat het hier een zogenaamde sluikbegraving betrof van nog voor de Wet op de lijkbezorging. In de zestiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat mensen die geen geld hadden op eigen erf werden begraven. Een kerkelijke begraving was dan te duur. Evengoed kan het een zelfmoord of een niet-christen betreffen, omdat deze doden niet mochten werden begraven in ‘gewijde’ grond. Hoewel Plantenberg het graag had gewild, hebben onderzoekers het ware verhaal achter de sluikbegraving niet kunnen achterhalen.

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

DE SLUIKBEGRAVING AAN DE GRACHTWEG

In een archeologisch rapport over Grachtweg 1A, het kaaspakhuisje van Langeveld, staat dat een beerpunt en een paar afvalkuilen werd gevonden. Er werd ook een houten kist met een skelet gevonden. Het skelet moet vóór 1818 begraven zijn.

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 1, januari 2006

 

Dit artikel is eigenlijk een vervolg op het eerder in dit nieuwsblad verschenen verhaal over de geschiedenis van “het kaaspakhuisje van Langeveld”, ofwel Grachtweg 1a, tegenwoordig bewoond door familie E. Plantenberg. Toen laatstgenoemde een garage naast het huis wilde verbouwen, waarbij wat grondwerk verricht moest worden, stuitte hij op een aantal in archeologisch opzicht interessante zaken, namelijk een beerput en een paar afvalkuilen.

In een beerput werd over het algemeen huishoudelijk afval gedeponeerd. Dit kan archeologen een redelijk inzicht verschaffen in onder meer zaken als de welstand van de bewoners van wie het afval afkomstig is. Thans is een archeologisch rapport van 35 pagina’s opgesteld door Menno Dijkstra (van huis uit archeoloog), Leo den Hollander en Hans van der Meulen. Het behandelt bovengenoemde vondsten, alsook een wat meer lugubere vondst, die reeds in het eerste artikel over Grachtweg 1a ter sprake werd gebracht. Het betreft een menselijke begraving, die tevoorschijn kwam bij het verdiepen van de vloer in het achterste deel van het huis.

De sluikbegraving
De menselijke begraving, door Dijkstra ook wel als sluikbegraving betiteld, bestond uit een houten kist met daarin een skelet. Van het skelet was weinig meer over, daar de begraving zich op de grens met de grondwaterspiegel bevond. Daardoor was het ook niet mogelijk iets meer te zeggen over

Een fraaie vondst betreft een majolica-bord uit omstreeks 1625-1675 met een tulp. Dit is één van de vroegste vondsten. Foto M.F.P. Dijkstra

Een.

zaken als leeftijd en geslacht. Om te verklaren waarom de betreffende persoon niet op een reguliere begraafplaats terecht is gekomen, moeten we ingaan op een tweetal vragen, zo lezen we in het rapport, namelijk: Hoe oud kan dit graf zijn? Welke verklaringen zijn er aan te voeren voor de ongebruikelijke locatie?
Over de ouderdom valt helaas niets met zekerheid te zeggen. De begraving moet echter na de bouw van het huis (dus na 1743) hebben plaatsgevonden en vóór 1818. Met betrekking tot de vreemde ligging lezen we dat een aantal verklaringen met elkaar gemeen heeft dat bepaalde begravingen niet in gewijde grond mocht plaatsvinden. Dit was onder meer het geval met zelfmoordenaars, nog niet gedoopte kinderen, niet-christenen, geëxcommuniceerden en ter dood veroordeelden. Toch is deze verklaring niet afdoende, want dergelijke begravingen vonden uiteindelijk toch wel plaats op een afzonderlijk kerkhof. Men zou in dit verband ook kunnen denken aan een misdaadslachtoffer of aan een slachtoffer van onrust of oorlog. Ook in Antwerpen is ooit onder een keldervloer een soortgelijke vondst gedaan als in Grachtweg 1a en ook bij Dever zijn rond 1890 een drietal menselijke geraamten tevoorschijn gekomen bij graafwerkzaamheden.

De twee spaarpotten die gevonden zijn bij het pand Grachtweg 1a: een varkentje (boven) en een haantje (onder). Onder de vleugels van het haantje bevond zich waarschijnlijk een fluitje, zodat men naar zijn geld kon fluiten.

Vondsten uit de beerput en afvalkuilen
Op grond van datering van het vondstmateriaal komen de schrijvers tot de conclusie dat er grofweg drie perioden te onderscheiden zijn, namelijk de periode tussen circa 1675 en 1725, waarbinnen de meeste vondsten gerangschikt kunnen worden, de periode 1775-1825 en 1860-1900.
Het meeste materiaal dat is aangetroffen in de beerput en in de afvalkuilen valt onder de categorie aardewerk. Hieronder kan bijvoorbeeld een mineraalwaterkruik uit omstreeks 1800 gerangschikt worden. Ook is veel rood- en witbakkend aardewerk aangetroffen. Daaronder een bord dat waarschijnlijk is vervaardigd in de plaats Oosterhout in Noord-Brabant omstreeks 1750. Bovendien zijn veel “grapen”naar boven gekomen. Dit type kookpot wordt bij opgravingen veel gevonden en werd gebruikt voor het verwarmen en bereiden van voedsel.

Spaarvarkentje
De vroegste vondst uit deze categorie dateert uit de periode 1625-1675, dus nog van vóór de aanleg van de beerput. Mogelijk is deze kookpot nog lang in gebruik geweest voordat hij tenslotte in het laatste kwart van de zeventiende eeuw in de beerput terecht kwam. Voorts zijn er enkele olielampen geborgen, een kandelaar, een pispot en een tweetal spaarpotten. Eén van de spaarpotten betrof een varkentje van witbakkend aardewerk.
Toen dit voorwerp tevoorschijn kwam, zat er nog enig kleingeld in. Helaas waren de munten onleesbaar en daardoor ondetermineerbaar geworden. Het tweede exemplaar was een haantje. Onder de vleugels heeft waarschijnlijk een fluitje gezeten, zodat men aldus naar zijn/haar geld kon fluiten! Een andere vondstcategorie betreft het porselein. Echter, het gaat hier niet om Chinees porselein, zoals gebruikelijk, maar om een Europese variant ervan. Porselein was namelijk vanaf het begin van de zeventiende eeuw erg populair in Europa. Men ging dus zoeken naar wegen om dit materiaal zelf te kunnen maken. Zo ontstonden er in Europa in de achttiende eeuw diverse productiecentra, zoals Meissen in Duitsland en Limoges in Frankrijk. Naast aardewerk is er ook glaswerk tevoorschijn gekomen en verder natuurlijk veel tabakspijpen, die door hun vorm en grootte altijd vrij goed te dateren zijn. De meeste pijpen(koppen) die zijn gevonden dateren uit omstreeks 1710 en 1780.

Conclusie
Uit de vondsten kan, volgens Dijkstra, niet geconcludeerd worden dat de bewoners van dit deel van het dorp bijzonder rijk waren, noch laat het een bijzondere beroepsachtergrond zien. Het geeft eerder een beeld van “een gemiddeld huishouden”. Hierbij waren ook kinderen betrokken. Daar lijkt althans de aanwezigheid van een tweetal spaarpotten op te duiden.

Grachtweg 1a met deur naar de tuin (2019). Foto Nico Groen