Berichten

Erepenning 2011 voor Achterweg 6

Op de jaarvergadering kreeg de familie van der Salm de erepenning van de VOL voor de renovatie van hun pand Achterweg 6.

Nieuwsblad Jaargang 10 nummer 2, april 2011

Nieuwsflitsen

Erepenning 2011 uitgereikt
Op de jaarvergadering, die gehouden werd op 15 februari 2011, werd de erepenning van de Vereniging Oud Lisse uitgereikt aan de heer en mevrouw van der Salm. Zij hebben in de afgelopen jaren de voormalige dokterswoning aan de Achterweg 6 gerestaureerd waardoor de woning weer voor lange tijd een waardevolle aanwinst voor Lisse is.
Bestuurslid Chris Balkenende toonde aan de hand van een aantal foto’s de situatie van het huis zoals het er na de restauratie aan de buitenkant uitziet en een aantal foto’s uit het verleden. Een van de oudste foto’s is in het begin van de 20e eeuw gemaakt.
De penning werd uitgereikt door bestuurslid Frits Treffers die zeer lovend over het resultaat was. De voormalige dokterswoning heeft een grote gedaanteverwisseling ondergaan. Alleen al de uitstraling nu het pand spierwit is. In bouwkundig opzicht is er heel veel werk verzet, waarbij zo veel mogelijk rekening werd gehouden met de oorspronkelijke bouw van het uit 1906 stammende pand. “In de loop der jaren liep het onderhoud van het pand achteruit en het getuigt van lef en inzicht om dit pand te kopen en op te knappen. Twee mensen hadden daartoe de moed en deden dat met behoud van een stuk van de hoofdstructuur. Wat er nu staat is perfect en met veel respect voor wat het ooit was. Zowel binnen als buiten. We mogen in Lisse blij zijn dat er mensen zijn die zoiets doen.” Natascha van der Salm vertelt dat de verbouwing ongeveer eenjaar heeft geduurd. “Niet alles verliep even soepel. Het had wat voeten in aarde voordat de oorspronkelijke stenen wit geschilderd konden (mochten) worden. Ook wilden we wat meer ruimte om het pand en een goede afscheiding van de weg.” Het is allemaal gelukt en de familie Van der Salm mag zich nu gelukkig prijzen met een prachtige woning op een sublieme plek in hartje Lisse

Chris en Natascha van der Salm bij hun woning.  foto Chris Balkenende

 

Erepenning 2010

Het pand Heereweg 225 van gebroeders Augustinus is gerestaureerd door architectenbureau Marco Bruijnes. Het gemeentelijk monument werd in 2005 in vervallen staat aangekocht van Museum de Zwarte Tulp, maar later verkocht aan Augustinus.

Erepenning 2010 uitgereikt

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 9 nummer 2, april 2010

De Vereniging Oud Lisse heeft op 16 maart haar Jaarvergadering gehouden in het Cultuur Historisch Centrum “De Vergulde Zwaan”. Na afloop van de vergadering werd de jaarlijkse erepenning “MOOISTE MONUMENT VAN LISSE” van de Vereniging Oud Lisse door Frits Treffers uitgereikt aan de directie van Alma Vastgoed, de gebr. Augustinus.
Alma Vastgoed heeft deze penning gekregen voor het in ere herstellen van het pand aan de Heereweg 225 (beter bekend als het oude pand van familie Van der Zaal gelegen aan het Vierkant).
Dit gemeentelijk monument is in 2005 in enigszins vervallen staat aangekocht van Museum de Zwarte Tulp. Oorspronkelijk was het de bedoeling om het voormalige woonhuis bij Museum de Zwarte Tulp te trekken en zo de museumruimte te vergroten. Het aanpassen voor een museumfunctie bleek echter geen haalbare kaart. Een deel van de tuin werd benut voor de museumuitbreiding. Het gebouw en de rest van de tuin werd verkocht aan Alma Vastgoed. Alma Vastgoed is een bedrijf dat investeert in verhuurd onroerend goed zoals woningen, winkels, bedrijfsgebouwen welke gelegen zijn in de regio Rijnmond en de Duin en Bollenstreek. Alma is eigendom van de broers Paul, Bart en Ton Augustinus.
In samenwerking met o.a., het Architecten bureau Marco Bruijnes te Nieuwkoop, aannemer van Kampen Bouwbedrijf uit Voorhout, Styliste Natascha van der Salm uit Lisse en Soul Design uit Noordwijk, is het pand gerestaureerd en getransformeerd van woonhuis naar een kantoor. De opdracht is geweest om het oude in ere te houden maar een moderne werkplek te creëren en dat is volgens de Vereniging Oud Lisse goed gelukt en beloond met de erepenning “MOOISTE MONUMENT VAN LISSE”. De gebr. Augustinus vonden het een prachtig gebaar en een mooi compliment voor alle geleverde inspanningen van de mensen die aan deze renovatie hebben meegewerkt gedurende 1,5 jaar. Kortom een aanwinst voor Lisse!

Een ansichtkaart van het gebouw

 

Zo zag de voorkant er vroeger uit

 

De huidige situatie

Binnen zijn de glas-in-lood raampjes gerastaureerd.

Copyright © Vereniging Oud Lisse

Erepenning 2009 voor Achterweg-Zuid 51

De erepenning 2009 is uitgereikt aan de heer Romijn van Achterweg Zuid. Het gebouw uit 1909 is zeer goed onderhouden.

Nieuwsblad Jaargang 8 nummer 2, april 2009

Nieuwsflitsen

Na het algemene gedeelte van de jaarvergadering maakt Frits Treffers bekend wie op een buitengewone manier een pand hebben opgeknapt en daardoor een bijdrage leveren aan het behoud van historisch waardevolle panden in Lisse. Op zijn welbekende enthousiaste manier vertelde Frits Treffers hoe dit keer gekozen is voor een pand in het buitengebied. De spanning werd opgevoerd doordat eerst de top van het pand werd getoond.

Te zien was fraai metselwerk en een raam met aan weerszijden het bouwjaar: 1909. Een pand van precies een eeuw oud. Het is een complex van woonhuis met bollenschuur. In de loop der tijd zijn er aanpassingen geweest, maar de beelden tonen hoe zorgvuldig dat gedaan is. Bij een dia van de dakgoot op klossen verzucht Frits Treffers dat zo’n staaltje van vakmanschap in de huidige tijd veel te duur zou worden. Dan wordt het tijd om namen te noemen. De heer Romijn wordt naar voren geroepen om voor zijn pand, Achterweg Zuid 51, de erepenning 2009 in ontvangst te nemen. Het pand is al lang in de familie en puntgaaf onderhouden, wat een oude foto nog eens duidelijk maakt. De oude foto laat echter ook een oud detail zien wat de tand des tijds niet overleefd heeft, nl. het houten ornament in de top. Al met al een terechte toekenning van de penning aan een fraai voorbeeld van bloembollenerfgoed in Lisse.

 

Woning met aangebouwde bollenschuur

Deze woning is uit 1909

Toekenning erepenning 2008 voor kaaspakhuisje Grachtweg 1A

De erepenning 2008 werd toegekend aan Erik Plantenberg voor de restauratie van het kaaspakhuis op de Grachtweg.In aansluiting op de algemene ledenvergadering van 18 maart reikte de heer Frits Treffers de erepenning van de Vereniging Oud Lisse uit aan de heer Erik Plantenberg.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 7 nummer 2, april 2008

Het Kaaspakhuisje aan de Grachtweg zoals het er nu, na de grondige restauratie, uitziet. Een oud doch fraai pareltje in Lisse.

Deze penning wordt jaarlijks toegekend aan personen die hun historische pand op een buitengewone manier hebben opgeknapt en daardoor een bij­drage leveren aan het behoud van historisch waardevolle panden in Lisse. De heer Treffers maakte met een boeiende speech de toekenning bekend. De familie Plantenberg is al jaren bezig het voormalige kaaspakhuis op te knappen en zo in het historische centrum van Lisse een interessant woon­huis te creëren. Ook voor het interieur, waar natuurlijk veel aan toegevoegd moest worden want een pakhuis is tenslotte geen woonhuis, is door de familie Plantenberg gekozen voor boeiende historische mate­rialen. Zo verklapte Frits Treffers dat er een mooie historische trap en een zeer fraai Delfts blauw toilet was aangebracht. En wie zou daar met zijn of haar derrière al niet op gezeten hebben? Die vraag leidde tot een ontboezeming over toiletgang en sloeg een brug­getje naar de beerput die bij het kaaspakhuis werd gevonden en door de heer Plantenberg uitge­graven. Heel aardige vondsten had dat opgeleverd waarvan er enkele, zoals een zeer fraai bord met tulp, waren tentoongesteld.

Duidelijk werd dat indertijd met het kopen van het voormalige kaaspakhuis wel een daad was gesteld om een fraai historisch pandje in Lisse te behou­den. Maar dat de weg om daarvan een woonhuis te maken, met sfeer en gevoel voor historie, heel wat inspanningen heeft gekost. De toekenning van de penning kon dan ook rekenen op een warm applaus van de toehoorders.

De heer Plantenberg memoreerde in zijn dankwoord nog het geduld wat de familie, door de keuze voor een historisch pand, moet opbrengen. Je blijft eeuwig bezig. Naar aanleiding van de retorische vraag van Frits Treffers over het toilet ging Plantenberg nog in op de vraag wie er dan wel over zijn trap gelopen kon hebben. Deze trap blijkt namelijk van de Leidse univer­siteit afkomstig te zijn en hij veronderstelde dat de koningin vast wel eens van zijn trap gebruik gemaakt heeft.

Eerdere opmerkingen over de wagenmakerij in de Kanaalstraat ontlokten Plantenberg de mededeling er zeker van te zijn dat er liefhebbers waren die het pand, dat nu verloren is gegaan, hadden willen en kunnen behouden. Een duidelijke oproep om niet te snel te zwichten voor druk om panden af te breken.

Wilt u nog eens iets nalezen over de vondsten die gedaan zijn op Gracht-weg la. In het Nieuwsblad, jaargang 4 nr. 4 staat een heel artikel.

Kaaspakhuisje Grachtweg 1A voor de renovatie

‘Ze hadden onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis’

 

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 6 – Hart voor Historie: Grachtweg 1a
Uit het Witte Weekblad van 22 augustus 2007

De Grachtweg in 1885, gezien vanuit het oosten. Links Grachtweg 1a. (Foto: archief VOL)

LISSE – Grachtweg la is te typeren als een pand dat er dankzij particulier initiatief nog staat. De huidige bewoners, Erik Plantenberg en zijn gezin, zijn erin geslaagd het voormalige kaaspakhuis van bouwval te redden. De geschiedenis van Grachtweg la gaat terug tot de zestiende eeuw. Het pand is waarschijnlijk rond 1743 gebouwd door ene Warbout Jurriaanse Vreeburg, ter vervanging van een tot woonhuis omgebouwde schuur.
Plantenberg vertelt, dat zijn woning veel bewoners heeft gekend: ‘Een van hen was Pieter Hendrik Koppenschaar, die hier met zijn gezin leefde. In de gemeentelijke archieven heeft de Lisser historicus Rob Pex kunnen achterhalen, dat deze man in 1838 door burgemeester en wethouders werd aangesteld als bode, aanplakker en omroeper. Een fragment van een affiche uit die periode heb ik tussen de balken aangetroffen. Mogelijk was dit door Koppenschaar in een kier gestopt om de tocht te weren. Uiteraard heb ik het bewaard.’

Kaasstellingen
Rond 1907 komt het pand in bezit van Cornelis Langeveld. Deze richt het woonhuis in als kaaspakhuis. Plantenberg weet nog goed dat, toen hij het pand in 1986 kocht, de kaasstellingen nog aanwezig waren. ‘In het souterrain, waar onze keuken een plekje heeft gevonden, werden de kazen geschraapt. Daarachter bevond zich een geisoleerde ruimte voor het koel houden van de boter. Het naastgelegen pand, waarin thans makelaar Chantal Lefeber is gevestigd, bood ruimte aan een kaaswinkel. Tot het eind van de negentiende eeuw werd het kaasbedrijf voortgezet door Jaap en Theo Langeveld, de jongere generatie. Dit waren overigens twee heldhaftige heren. In de oorlog hadden ze onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis. Nota bene direct onder de neus van de Duitsers, die zich een hoofdkwartier hadden verschaft in de tegenover gelegen oude pastorie!’
Maar Grachtweg la kent meer geheimen. Voor het creëren van meer ruimte besloot Plantenberg, nadat hij bet bestaande gedeelte had gerestaureerd, in dezelfde bouwstijl achter het woonhuis een deel bij te bouwen van oude bouwmaterialen, die hijzelf bijeen had gescharreld. Bij het graven, dat eraan vooraf ging, stuitte hij op de oude beerput. Hierin trof de huidige eigenaar diverse pijpen en scherven van aardewerk en glas aan. Archeologisch onderzoek wees later uit, dat het merendeel van de vondsten afkomstig was uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Sluikbegraving
Korte tijd daarna deed Plantenberg opnieuw een vondst, maar deze was luguber. Hij stuitte op een skelet. Als voormalig fysiotherapeut herkende hij hierin menselijke resten. Nader onderzoek wees uit, dat het hier een zogenaamde sluikbegraving betrof van nog voor de Wet op de lijkbezorging. In de zestiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat mensen die geen geld hadden op eigen erf werden begraven. Een kerkelijke begraving was dan te duur. Evengoed kan het een zelfmoord of een niet-christen betreffen, omdat deze doden niet mochten werden begraven in ‘gewijde’ grond. Hoewel Plantenberg het graag had gewild, hebben onderzoekers het ware verhaal achter de sluikbegraving niet kunnen achterhalen.

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

EREPENNING 2006 VOOR STICHTING KASTEEL KEUKENHOF

 

De erepenning van de Vereniging Oud Lisse 2006 is tijdens de jaarvergadering uitgereikt aan de Stichting Kasteel Keukenhof.

Redactie

NIEUWSBLAD Jaargang 5 nummer 3, juli 2006

De penning, een kunstwerk van de Lissese beeldhouwer Frans van der Veld, wordt jaarlijks toegekend aan de organisatie of de particulier die op bijzondere zijn oude monumentale pand heeft gerenoveerd of onderhouden.

‘Dit geldt in het bijzonder voor Kasteel Keukenhof,’ aldus Rob Kind, die het afwezige bestuurslid Frits Treffers verving. ‘Loftuitingen schieten tekort wanneer men ziet wat de Stichting met haar vele vrijwilligers in korte tijd heeft bereikt.’

De prijs werd uitgereikt aan Herman Hollander, de voorzitter van de Stichting Kasteel Keukenhof. Hij zei bijzonder vereerd te zijn, met name omdat in deze prijs de vele vrijwilligers worden geëerd, die veel van hun vrije tijd offeren om het Kasteel in de oude glorie te herstellen. ‘En dat dit lukt, dat kunt u dagelijks zien,’ aldus Herman Hollander trots.

DE SLUIKBEGRAVING AAN DE GRACHTWEG

In een archeologisch rapport over Grachtweg 1A, het kaaspakhuisje van Langeveld, staat dat een beerpunt en een paar afvalkuilen werd gevonden. Er werd ook een houten kist met een skelet gevonden. Het skelet moet vóór 1818 begraven zijn.

door R.J. Pex

Jaargang 4 nummer 4, oktober 2005

Dit artikel is eigenlijk een vervolg op het eerder in dit nieuwsblad verschenen verhaal over de geschiedenis van “het kaaspakhuisje van Langeveld”, ofwel Grachtweg 1a, tegenwoordig bewoond door familie E. Plantenberg. Toen laatstgenoemde een garage naast het huis wilde verbouwen, waarbij wat grondwerk verricht moest worden, stuitte hij op een aantal in archeologisch opzicht interessante zaken, namelijk een beerput en een paar afvalkuilen.

In een beerput werd over het algemeen huishoudelijk afval gedeponeerd. Dit kan archeologen een redelijk inzicht verschaffen in onder meer zaken als de welstand van de bewoners van wie het afval afkomstig is. Thans is een archeologisch rapport van 35 pagina’s opgesteld door Menno Dijkstra (van huis uit archeoloog), Leo den Hollander en Hans van der Meulen. Het behandelt bovengenoemde vondsten, alsook een wat meer lugubere vondst, die reeds in het eerste artikel over Grachtweg 1a ter sprake werd gebracht. Het betreft een menselijke begraving, die tevoorschijn kwam bij het verdiepen van de vloer in het achterste deel van het huis.

De sluikbegraving
De menselijke begraving, door Dijkstra ook wel als sluikbegraving betiteld, bestond uit een houten kist met daarin een skelet. Van het skelet was weinig meer over, daar de begraving zich op de grens met de grondwaterspiegel bevond. Daardoor was het ook niet mogelijk iets meer te zeggen over

Een fraaie vondst betreft een majolica-bord uit omstreeks 1625-1675 met een tulp. Dit is één van de vroegste vondsten. Foto M.F.P. Dijkstra

zaken als leeftijd en geslacht. Om te verklaren waarom de betreffende persoon niet op een reguliere begraafplaats terecht is gekomen, moeten we ingaan op een tweetal vragen, zo lezen we in het rapport, namelijk: Hoe oud kan dit graf zijn? Welke verklaringen zijn er aan te voeren voor de ongebruikelijke locatie?
Over de ouderdom valt helaas niets met zekerheid te zeggen. De begraving moet echter na de bouw van het huis (dus na 1743) hebben plaatsgevonden en vóór 1818. Met betrekking tot de vreemde ligging lezen we dat een aantal verklaringen met elkaar gemeen heeft dat bepaalde begravingen niet in gewijde grond mocht plaatsvinden. Dit was onder meer het geval met zelfmoordenaars, nog niet gedoopte kinderen, niet-christenen, geëxcommuniceerden en ter dood veroordeelden. Toch is deze verklaring niet afdoende, want dergelijke begravingen vonden uiteindelijk toch wel plaats op een afzonderlijk kerkhof. Men zou in dit verband ook kunnen denken aan een misdaadslachtoffer of aan een slachtoffer van onrust of oorlog. Ook in Antwerpen is ooit onder een keldervloer een soortgelijke vondst gedaan als in Grachtweg 1a en ook bij Dever zijn rond 1890 een drietal menselijke geraamten tevoorschijn gekomen bij graafwerkzaamheden.

De twee spaarpotten die gevonden zijn bij het pand Grachtweg 1a: een varkentje (boven) en een haantje (onder). Onder de vleugels van het haantje bevond zich waarschijnlijk een fluitje, zodat men naar zijn geld kon fluiten.

Vondsten uit de beerput en afvalkuilen
Op grond van datering van het vondstmateriaal komen de schrijvers tot de conclusie dat er grofweg drie perioden te onderscheiden zijn, namelijk de periode tussen circa 1675 en 1725, waarbinnen de meeste vondsten gerangschikt kunnen worden, de periode 1775-1825 en 1860-1900.
Het meeste materiaal dat is aangetroffen in de beerput en in de afvalkuilen valt onder de categorie aardewerk. Hieronder kan bijvoorbeeld een mineraalwaterkruik uit omstreeks 1800 gerangschikt worden. Ook is veel rood- en witbakkend aardewerk aangetroffen. Daaronder een bord dat waarschijnlijk is vervaardigd in de plaats Oosterhout in Noord-Brabant omstreeks 1750. Bovendien zijn veel “grapen”naar boven gekomen. Dit type kookpot wordt bij opgravingen veel gevonden en werd gebruikt voor het verwarmen en bereiden van voedsel.

Spaarvarkentje
De vroegste vondst uit deze categorie dateert uit de periode 1625-1675, dus nog van vóór de aanleg van de beerput. Mogelijk is deze kookpot nog lang in gebruik geweest voordat hij tenslotte in het laatste kwart van de zeventiende eeuw in de beerput terecht kwam. Voorts zijn er enkele olielampen geborgen, een kandelaar, een pispot en een tweetal spaarpotten. Eén van de spaarpotten betrof een varkentje van witbakkend aardewerk.

De twee spaarpotten die gevonden zijn bij het pand Grachtweg la: een varkentje (boven) en een haantje (onder). Onder de vleugels van het haantje bevond zich waarschijnlijk een fluitje, zodat men naar zijn geld kon fluiten

Toen dit voorwerp tevoorschijn kwam, zat er nog enig kleingeld in. Helaas waren de munten onleesbaar en daardoor ondetermineerbaar geworden. Het tweede exemplaar was een haantje. Onder de vleugels heeft waarschijnlijk een fluitje gezeten, zodat men aldus naar zijn/haar geld kon fluiten! Een andere vondstcategorie betreft het porselein. Echter, het gaat hier niet om Chinees porselein, zoals gebruikelijk, maar om een Europese variant ervan. Porselein was namelijk vanaf het begin van de zeventiende eeuw erg populair in Europa. Men ging dus zoeken naar wegen om dit materiaal zelf te kunnen maken. Zo ontstonden er in Europa in de achttiende eeuw diverse productiecentra, zoals Meissen in Duitsland en Limoges in Frankrijk. Naast aardewerk is er ook glaswerk tevoorschijn gekomen en verder natuurlijk veel tabakspijpen, die door hun vorm en grootte altijd vrij goed te dateren zijn. De meeste pijpen(koppen) die zijn gevonden dateren uit omstreeks 1710 en 1780.

Conclusie
Uit de vondsten kan, volgens Dijkstra, niet geconcludeerd worden dat de bewoners van dit deel van het dorp bijzonder rijk waren, noch laat het een bijzondere beroepsachtergrond zien. Het geeft eerder een beeld van “een gemiddeld huishouden”. Hierbij waren ook kinderen betrokken. Daar lijkt althans de aanwezigheid van een tweetal spaarpotten op te duiden.

Grachtweg 1a met deur naar de tuin (2019). Foto Nico Groen

 

 

Erepenning 2005 voor Heereweg 172

Nieuwsflitsen

NIEUWSBLAD Jaargang 4 nummer 3, juli 2005

Kees Griekspoor en Erik Braspenning voor hun woning, Heereweg 172.

Kees Griekspoor en zijn partner Erik Braspenning (eigenaren en uitbaters van het Italiaanse restaurant La Fontana aan de Kanaalstraat) hebben van uw Vereniging Oud Lisse de erepenning 2005 gekregen voor de prachtige renovatie van hun pand aan de Heereweg 172. Weliswaar kon de heer Frits Treffers, bestuurslid bouwzaken van uw vereniging, de penning nog niet overhandigen, omdat de kunstenaars Frans en Truus van der Veld nog met het ontwerp bezig zijn, hij kon de heer Griekspoor en zijn partner wel in woorden eren: “Het van oorsprong uit de 18e eeuw daterende pand kreeg zijn huidige vorm rond 1850. Ondanks enkele aanpassingen achten wij dit complex van groot belang voor het oude straatbeeld en dient het als gemeentelijk monument gewaarmerkt te worden. Bij de restauratie heeft Griekspoor de historie van het pand zoveel mogelijk gerespecteerd en geschikt gemaakt voor bewoning. Veel details zijn intact gebleven. Zo is er nog altijd de bedstee. Het pand is vele generaties lang in het bezit geweest van bakker Vaneveld: aan de straatzijde de winkel en achter het huis in de schuur de bakkerij.” Een kleinzoon van de laatste bakker Vaneveld ontdekte op een rommelmarkt een schilderij waarop het pand was afgebeeld. Het was geschilderd door de heer Hordijk, amateurschilder en grootvader van moeders zijde.

Het pandje van bakker Vaneveld (links) op een op een rommel¬markt gevonden schilderij van grootvader Hordijk.

Erepenning voor Bart en Stephanie Griekspoor van HEEREWEG 291:

De erepenning van de Vol in 2003 is voor de familie Griekspoor van Heereweg 291. De woning is uit 1860, gebouwd door W. Slegtkamp. Vroeger werden hier de paarden gewisseld voor de paardentram.

door: Ine Elzinga    

Fotografie: Hans Smulders

Nieuwsblad jaargang 2 nummer 3, juli 2003

Bart en Stephanie Griekspoor hebben vier kinderen. Tijdens de fotosessie lag Torn te pitten. De andere drie (Ted, Klaartje en Boortje) poseerden giechelend in de keuken, die geheel in de oude stijl is herbouwd en daardoor veel nostalgie uitstraalt.

Bart en Stephanie Griekspoor hebben in 2003 de erepening van de Vereniging Oud Lisse ontvangen. Ze renoveerden de vrijwel vervallen woning aan de Heereweg 291 tot een respectabel woonhuis, authentiek met persoonlijke stijl: ‘We voelen een sterk persoonlijke band met dit huis en niet alleen omdat opa Griekspoor er een leven lang woonde.’

Rond 1860 bouwt bollenboer W. Slegtkamp een woonhuis op Heereweg 291. Achter de woning komen twee bollenschuren en een dienstwoning voor de knecht. Een flink stuk van het achterliggende land, waarop onder meer een boomgaard, behoort ook tot zijn domein. De huidige eigenaar Bart Griekspoor weet niet precies wanneer opa C. Griekspoor het pand kocht, waarschijnlijk in 1930. Opa zal er tot zijn overlijden op 94 jarige leeftijd in 1990 blijven wonen. Griekspoor: ‘Opa was aannemer en had een groot grondverzet bedrijf. Hij hield kantoor aan huis en gebruikte een schuur voor de opslag van klein materieel. De grote wagens stonden elders. Een van de schuren was omgebouwd tot paardenstal. In de tijd dat er in Lisse nog een paardentram reed, werden hier de paarden gewisseld en konden ze uitrusten. Het laantje naast het huis werd toen het laantje van Griekspoor genoemd, maar ik noem het gewoon onze poort.’ Na opa’s overlijden blijft het huis acht jaar leegstaan. Griekspoor: ‘Opa heeft de laatste twintig jaar van zijn leven weinig aandacht aan het huis besteed. En de leegstand deed ook geen goed. Niemand wist eigenlijk wat er met het pand moest gebeuren, en iedereen zag op tegen renovatie en onderhoud.’ In 1998 hakken kleinzoon Bart en zijn vrouw Stephanie de knoop door en besluiten het huis te kopen om het weer als woonhuis in ere te herstellen. Ze betrekken de dienstwoning en gaan aan de slag.

Rijp voor de sloop

Griekspoor: ‘In feite was het rijp voor de sloop. We zijn bovenaan begonnen, het huis waterdicht maken!’ Het dak eraf, de balken waren verrot, al het houtwerk trouwens. Alle houtwerk is vervangen en er kwamen nieuwe dakgoten. Vervolgens zijn de muren gestraald en opnieuw gevoegd en is het houtwerk meteen goed in de verf gezet. De glas-in-lood ramen hebben tochtig lood en missen stukken glas. Het groene glas is een heel zeldzaam groen kathedraal glas. Stephanie Griekspoor: ‘Het glas was gesigneerd door glazenier Bogtman uit Haarlem. Dat bedrijf bestaat nog steeds en was ook betrokken bij de glazenierwerkzaamheden voor de St. Agathakerk. Het bedrijf wordt nu geleid door de kleinzoon. Grootvader Bogtman had een archief had bijgehouden. Hij kende de ramen en had nog een reserve stuk glas staan!.’ De ramen worden hersteld en ter bescherming en ter isolatie laat Griekspoor er aan beide zijden ven­sterglas voor plaatsen, driedubbel glas in Huize Griekspoor. De buitenkant ziet er dan al aardig uit, maar binnen is het een puin­hoop. De zolder krijgt een vloer die beloopbaar is. ‘Als kind mocht ik nooit op de zolder van opa komen, die stond deels vol met overtollige spullen en je kon door het achterste gedeelte heen zakken.’ Van de eerste verdieping worden de tussenmuren weggehaald: ‘Bij die sloop kwamen we erachter waar de oorspronkelijke muren en deuren waren geweest, er waren bijvoorbeeld aparte voorkamertjes. Stephanie en ik hebben besloten de originele indeling zoveel mogelijk terug te bren­gen.

CV op kolen!

We ontdekten ook dat opa zijn tijd vooruit was. In, ik schat 1940, had hij al centrale verwarming in het huis laten aanleggen, op kolen gestookt, alle leidingen en bedradingen zaten er nog, evenals een asbesthoudend schoorsteenkanaal. In de beginjaren zestig heeft hij de cv laten vervangen door gaskachels, logisch dat was makkelijker en goedkoper.’ Het behoeft geen betoog dat er heel wat te slopen is, voordat de bovenverdieping opnieuw kan worden ingericht. Alles wat bruikbaar is en het huis oorspronkelijk toebehoort krijgt weer een plek, zoals de oude wastafel. Tegelijk wordt het huis ingericht voor de eenentwintigste eeuw, het liftje in de badkamer bespaart bijvoorbeeld heel wat loopjes met volle wasmanden over de degelijk houten trap naar de wasmachine beneden. En ook Griekspoor junior heeft een vooruitziende blik: ‘Ik heb wel meteen kabels gelegd voor pc en tv later op elke kinderkamer.’

Plafondschilderingen

De houten trap naar beneden heeft mooi vormgegeven deels gedraaide houten spijlen. Er zijn er echter nog maar een paar intact. Het valt niet mee iemand te vinden die deze kan namaken, Griekspoor moet er de grens voor over. Hij laat er flink wat extra maken: ‘De houten ladder naar zolder willen we door een echte trap vervangen. Om één geheel te krijgen wordt die trap van dezelfde type spijlen voorzien als de trap naar beneden. In een later stadium over­weeg ik dakkapellen op zolder. Ik heb van een deskundige begrepen dat er wel mogelijkheden zijn om bij deze woning passende kapellen aan te brengen.’ Bij de renovatie van de benedenverdieping wachten opnieuw ontdekkingen. Op het plafond is ooit een Jugendstilschildering aangebracht. Wanneer de muurbekleding is verwijderd, op dunne latjes (tengels) aangebrachte houtpanelen, wacht eveneens zo’n schildering. Griekspoor: ‘Die muurbekleding diende als isolatie, erachter is immers stilstaande lucht, en dat isoleert perfect.’ Stephanie vertelt dat ze vroeger nooit zo van Jugendstil hield: ‘Toen we die schilderingen tegenkwamen, ben ik mij in die stijl gaan verdiepen, ik vind het nu prachtig.’ Ze neemt zelfde kwast ter hand om ze allen over te schilderen. En misschien komt er op de bovenverdieping naast de trap ook wel zoiets op de muur. De houten vloer in de benedenkamers gescheiden door een forse schuifdeur is nog in tact, hoewel niet geheel waterpas meer. De prachtige schouwen zijn vernieuwd, maar wel in stijl. De serre is een ramp. Het dak lek, de houten vloer niet meer te redden. Opnieuw worden de mouwen opgestroopt.

Geheime kelder

Het echtpaar Griekspoor heeft inmiddels elke centimeter van hun huis is handen gehad. Al pratende, komen er steeds weer nieuwe verhalen boven. Over de riolering: ‘Toen we die wilden aanleggen, konden we niet onder het huis door naar de voorkant in verband met de funde­ring. De riolering is nu achter het huis langs om naar voren gelegd. Al gravende stuitten we op steen. Dat bleek het plafond van een grote gewelfde kelder, met verschillende ruimtes. Deze stond vol water en er is dagen gepompt om die leeg te krijgen. We hebben alles netjes dichtgemaakt. Misschien maak ik hem ooit nog wel eens open. Een buurman heeft ook zo’n kelder als wijnkelder in gebruik, best een goed idee.’

Bliksem in de soep

Stephanie: ‘Er kwamen ooit twee oude dames, die het huis uit opa’s tijd kenden, nieuwsgierig langs. Ze vertelden het verhaal van de blik­sem die ooit was ingeslagen in de pan soep die achter het raam op de kookplaat op dit aanrecht stond.’ En dan is er de herontdekte vijver vlak achter het terras, die weer min of meer in gebruik is genomen. Stephanie en Bart wonen inmiddels met hun vier kinderen al weer geruime tijd in het huis. Maar nog lang niet alles is klaar wat het echt­paar in gedachten heeft. Griekspoor: ‘We gaan nu de dienstwoning verbouwen, ook die blijft zo authentiek mogelijk. De toegangsweg, de poort, is al geplaveid met waaltjes. Zulke stenen passen het beste bij dit type huis. Die waaltjes lagen ooit op de Vinkenlaan in Hillegom. Toen ze die weg gingen renoveren, heb ik de gehele straat opgekocht!’

‘We wonen hier heerlijk en hebben er geen spijt van dat we die klus ooit zijn begonnen. We voelen echt een band met dit huis.’

De hele familie Griekspoor in de fraaie achtertuin met een bijzondere vijver. Hiervandaan is goed te zien hoe fraai de achtergevel is gerestaureerd.

Jubileumuitgave 1991-2001

 

Redactie VOL; Al tien jaar op de barricade voor ons cultureel erfgoed Zodra er een fraai, monumentaal, beeldbepalend pand of natuurschoon bedreigd wordt, is VOL er bij om dit te voorkomen. Daarnaast zijn waardevolle panden en bomen in kaart gebracht en in boekvorm uitgegeven. Er zijn diverse werkgroepen.
Redactie Wethouder Prins; VOL doet nuttig en belangrijk werk Wethouder Prins; VOL doet nuttig en belangrijk werk. Op dit moment trekken de gemeente en de VOL samen op met respect voor ieders positie.
Treffers, F. Verontwaardiging over sloop van 3 prachtige villa’s De VOL is opgericht om de plannen voor de sloop van de villa’s aan de Heereweg Noord te voorkomen. Het is niet gelukt.
Redactie Erepenningen voor uitstekend onderhoud (1992-2001) Waardevolle panden kunnen een erepenning krijgen. De afgelopen 10 jaar waren dit de volgende personen en panden. In 1992 G.L.J. van der Hulst- Kanaalstraat 90. In 1993 M. Verdegaal – Heereweg 289. In 1994 R.C. Baak – Kanaalstraat 117. 1995 Kanaalstraat 22 en 22A. 1997 F. Schermer Voest – De Oude Pastorie Grachtweg 2. In 1998 St. Restauratie Agathakerk – Heereweg. In 1999 J.F.D. van Joolen, Maria’s Hof – Heereweg 317. In 2000 A.C.J. van Ruiten – Huis Ter Beek Heereweg 473. In 2001 J. Gort – Heerweg 357.
Redactie Boeiende wandeltocht In 1998 heeft VOL een boekje gemaakt ‘Een voettocht door het kleine dorp’. Het is een boeiende wandeling.
Hassefras, U. Niet alleen op de bres voor gebouwen, ook voor de natuur en landschap Bij de oprichting van de VOL ging het voornamelijk over oude gebouwen. Maar wat te denken van landschapselementen en resten van oude duinen en geestgronden. Udo beschrijft het landschap. In 1993 verscheen het boek ‘Bomen van Lisse’.
Redactie Pakje ansichtkaarten van mooi Lisse Van de fraaie pentekeningen van historische gebouwen door Henri M. van den Berg is een pakje ansichtkaarten gemaakt.
Redactie Expositie 800 jaar Lisse; de Witte Zwaan en bezoek van de tsaar Ter gelegenheid van Lisse 800 is een expositie georganiseerd. Buitenplaatsen, de Witte Zwaan en het bezoek van Tsaar Alexander l worden besproken.
Redactie “De kegelaars” van Jan Steen Een kopie van het schilderij De Kegelaars van Jan Steen ligt in het archief van Lisse. Men dacht dat het met de Witte Zwaan te maken had. De kerk lijkt totaal niet op de grote kerk.
Redactie Oud Lisse redde het station van de sloop Het door architect Margarant begint 1900 ontworpen station van Lisse werd in 1993 gehuurd door VOL om het van de ondergang te redden. Op 6 december 1994 werd restaurant De Verloren Koffer geopend.
Redactie Vrijwilligersprijs 2001 voor VOL De VOL heeft de vrijwilligersprijs 2001 van de gemeente Lisse ontvangen.
Zwetsloot, J. VOL; het bewaren van eigen historievolle identiteit Joop Zwetsloot van Cultuur Historisch Genootschap Duin- en Bollenstreek stelt dat de VOL belangrijk is om waardevolle culturele en monumentale zaken te behouden.