Berichten

Oud Nieuws: ROSENDAAL EN ZIJN BEWONERS

Dirk Floorijp en Alfons Verstraeten doen een boekje open over Rosendaal en al haar bewoners. Dat waren mensen die heel wat in de melk te brokkelen hadden. Van zeevaarder en kunstenaar, tot pastoor en huisartsen.

Dirk Floorijp en Alfons Verstraeten

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

Eén van de laatste buitenplaatsen in Lisse, Rosendaal, werd in 1962 gesloopt. Er was vroeger een verordening om het slopen van buitenplaatsen tegen te gaan. De meeste waren rond 1800 verdwenen. Alleen het buiten Wildlust bleef nog bewaard tot 2009. Dat was het derde Wildlust en het moest plaats maken voor een rotonde.

Bouwhuis
Voordat Rosendaal werd gebouwd stond er een boerderij waar het buiten waarschijnlijk naar is vernoemd. In 1591 woonde op dit bouwhuis Cornelis Cornelisz van Immerseel (1557- 1631), schout en secretaris. Hij kreeg twee kinderen bij zijn eerste vrouw Claesgen Dircxdr de Goede, zoon Cornelis en dochter Appollonia. Later trouwde hij met Beatrix Cornelisdr Langevelt. In 1600 is de bewoner Jan Gerrits de Monnick, duinmeier (1548-1619), alias Jan Gerrits van Rosendael. Dit alias doet vermoeden dat de naam Rosendaal toen al gebruikt werd voor het bouwhuis met landerijen. Deze Jan Gerrits was een aangetrouwd familielid van de Van Immerseels. Appollonia was gehuwd met Adriaan Engelsz van Larum, schepen en molenaar in de Lisserbroekerpolder in 1646. Zij woonden ook op Rosendaal.

“De Zwarte Leeuw”, een fluitschip, geladen met ammunitie.

Adriaen Maartensz Block
Adriaen Maartensz Block (ca. 1582-1661) werd geboren in Gouda. Block maakte carrière in de Oost en was Commandeur der Vereenigde Oostindische Compagnie en van  1614 tot zijn vervanging in 1617 gouverneur van Ambon. Het was geen succes. Block was al in 1601 bij de Voorcompagnie, voorganger van de VOC, schipper op de Zwarte Leeuw. Met een retourvloot maakten ze een Portugees  schip, de kraak Santa Catarina, buit, beladen met porselein en zijde. De lading bracht enkele miljoenen op. Voor Block was Lisse bekend gebied. Zijn schoonouders Van der Laan woonden op Huis ter Spekke. In de akte van 1624 verkopen Appollonia en Cornelis Cornelisz de Jonge, kinderen van schout van Immerseel, huis en erve (een huijs ende erffve mit de potterije ende daer toe een crogte affgesandt geestlandt … ter grootte van 750 roeden) aan commandeurBlock voor ƒ2000. Hij (ver)bouwde de buitenplaats. Deze was geheel ommuurd voor de teelt van fruit en groente. In een verkoopakte staat dat bij de ommuurde buitenplaats nog zeven huisjes in zijn bezit waren. Deze lagen ten zuiden van de boerderij en zijn later niet meer in bezit van Block. Block ging van maart 1624 tot oktober 1627 voor de derde keer naar de Oost. Hij verloor daar al zijn functies en kreeg in 1629 een boete van ƒ12.000 voor illegale handel. Block protesteert en jaren later komt het tot een schikking. In 1631 is hij terug in Nederland. Block was dus jaren niet in Lisse, zelfs niet in de Nederlanden. Adriaen Block was in zijn tijd de rijkste man van Lisse. In 1641 laat hij Keukenhof bouwen. In 1645, zijn schoonvader is dan overleden, gaat Block wonen op Huis ter Spekke. Er is een inboedelbeschrijving, opgemaakt na zijn dood in 1661, door notaris A.J.Raven.

Isaac Abrahamsz Massa

Schilderij van Frans Hals: Isaac Massa en Beatrijs van der Laan 1622 Zij hadden een nu nog bestaand huis in Haarlem aan de Kruisstraat, met de naam “In den Moscoviter”, zeer toepasselijk voor een gezant in Rusland.

Mogelijk woonde op Rosendaal ook de zwager van Block: Isaac Abrahamsz Massa (Haarlem 1586-1643), graankoopman en gezant op Rusland, getrouwd met Beatrijs Gerardsdr van der Laan. De schoonvader van zowel Massa als Block, Gerard van der Laan, woonde op Huis
ter Spekke. Gerard van der Laan was burgemeester van Haarlem. Isaac Massa werd verscheidene keren geschilderd door Frans Hals. Ook het huwelijksportret zou van zijn hand zijn. Overigens vond het gerechtelijk huwelijk van Isaac en Beatrijs in 1622 plaats in het huis van Block.

Beerput
Verschillende opgravingen uit de beerput van Rosendaal die gedaan zijn in 1996 geven een beeld van de bewoning uit de periode 1590-1630. Zoals roodbakken aardewerk uit de 16de en 17de eeuw, drie olielampen uit de eerste helft van de 17de eeuw, een zalfpot en twee pispotten, een aantal borden van Chinees porselein, verder drinkgerei zoals bekers, roemers, fluiten en een kelkglas. Het bekertype bestond tussen 1529 en 1577. Gevonden werden ook kleurloze fluitglazen die geliefd waren bij de hogere milieus in de tweede helft van de 16de eeuw. Plus een zilveren lepel die afkomstig was uit de boedel van Block.

Na overlijden van Block

Gravure van Abraham Rademaker uit Rhynlands fraaiste gezichten.

In 1653, ruim voor zijn dood in 1663, verkocht Block Rosendaal voor ƒ 6.000 aan Abraham Jansz Gilles (1612-1689), heer van Minquedorne en telg uit een hugenotengeslacht. Hij was gehuwd met Johanna van Heyenberg van Reyde. Hij bezat ook Lammetje Groen aan de Stationsweg en woonde in 1645 op Ter Spekke. Ook zijn zoon Jan (1642-1721) bewoonde Rosendaal. Deze Jan trouwde in Amsterdam op 17 jan. 1667 met Cornelia Maria de Waal. Het Gillis-familiewapen is een blauw schild met drie gouden eikels. In de tijd van de afbraak van Rosendaal waren er nog raamluiken, geschilderd in blauw en geel. Dit verwees mogelijk naar het wapen van het geslacht Gilles. In 1734 krijgt Rosendaal bij de eerste huisnummering de kwalificatie buitenplaats. In 1743 zien we als eigenaar Jan Jansz van der Plas (1700-1765). Hij heeft een grutterij op de Grachtweg met paard en rosmolen om het graan te malen. Hij is kroosheemraad, getrouwd met Lena van der Fits. Door het belastingcohier van 1748 weten we iets meer over Van der Plas. Bijvoorbeeld dat hij hoorngeld moet betalen voor 6 koeien. Magtilda Jansdr van der Plas, zijn dochter, getrouwd met Jan Langeveld, bezit het buiten in 1765.

Verhuur en tijdelijke bewoning
In 1815 is de eigenaar Aart van der Meij (1768-1827), stalhouder en verhuurder van paarden. Hij is getrouwd met Magdalena Maria Brouwer. Huisbediende was Jan Geerling (1804-1839). Van der Meij bood een deel van buitenplaats Rosendaal ’s zomers wel te huur aan, “met een vrije wandeling  in een groote Bloemrijke Tuin”. In april 1824 staat bijvoorbeeld zo’n advertentie in de Opregte Haarlemsche Courant. De rijke Amsterdamse familie Asser verbleef in 1827 gedurende de zomer voor het eerst in Rosendaal en zou nog 3 zomers een verblijf daar huren. Dit is bekend uit de dagboeken van Eduard Asser, de maker van de vroegste foto’s van Amsterdam en Haarlem.

De volgende medebewoner  is de rentenier Hendrik van Alphen (1767–1841), getrouwd met Georgia Elisabeth Geertruijd Kurk (Paramaribo 1758-Amsterdam 1844). Van Alphen was haar derde echtgenoot. Zij traden in 1801 in Hillegom in het huwelijk. Georgina Kurk was eigenaar van de koffieplantage “Moed en Kommer” in Suriname met de bijbehorende katoengrond aan de Warrapperkreek tussen de plantages ”Anna’s Zorg” en “Badensteijn”. In het Surinaams werd de plantage ook wel Korku genoemd, naar de eigenaresse Kurk.

Einde tijdperk Van der Meij

Portret van kunstschilder Cornelis Kruseman (1797-1857) Collectie Stadsarchief Amsterdam: tekeningen en prenten

In 1832 verkoopt weduwe Van der Meij Rosendaal aan burgemeester Ernest Joseph van den Bergh (1775-1844), een weduwnaar die er in 1832 intrekt met zijn zuster Gezina Maria, haar man Hermanus Scherpenzeel, brievendistribuant, en twee dienstboden. Bij het overlijden van de burgemeester erft zijn zuster het huis. Rosendaal wordt in 1844, door Hermanus Scherpenzeel als gemachtigde, publiek geveild: “een wel ingericht zomer en winterverblijf met 5 beneden en 3 bovenkamers waarvan 6 behangen en van 5 stookplaatsen voorzien, zeer ruime keuken en kelder, zolders, stalling voor 5 paarden en 6 koebeesten, verder een aangename tuin met fijne weldragende vruchtbomen, wandelbosje, goudvissenvijver, grote moestuin en verdere bepoting en beplanting.” Het werd verkocht voor ƒ4.700 aan Henri Joseph Huysmans (1794–1863), gepensioneerd ambtenaar van het Koninklijk Huis, die er met zijn gezin gaat wonen. Na tien jaar vertrok hij naar Haarlem en verhuurde het huis aan de in zijn tijd gevierde kunstschilder Cornelis Kruseman (1797-1857), getrouwd met Hendrika Angelica Meyer. Met hem kwam ook Hendrik Lambert de Bauterlé, verversknecht, met vrouw en dochter mee en zij gingen wonen in één der bijgebouwen. Na het overlijden van Kruseman vertrokken zij weer naar Den Haag. En gaat Huysmans er weer enige jaren wonen. Pastoor Fick, pastoor van Berkel en Rodenrijs Huysmans verkoopt zijn buiten in 1862 voor ƒ8.500 aan Johann Frederick Fick (1802 -1889), rk priester en pastoor te Berkel. De pastoor in ruste gaat met zijn zuster Catharina en dienstbode Florentina Schellings op Rosendaal wonen. Hij verkocht zijn buiten voor ƒ5000 aan het kerk- en armbestuur van Berkel en Rodenrijs onder voorwaarde dat hij er zijn leven lang mag blijven wonen. Hij zorgde voor veel ophef daar hij de roomskatholieke parochie van Lisse ƒ100.000 beloofde om een kerk te bouwen. Iets wat hij later weer introk, hij schonk wel ƒ1000 aan de kerk voor HH. missen. De pastoor overleed in 1889, zijn zuster verhuisde dat jaar naar Haarlem. Het buiten werd daarna verhuurd  aan verschillende rijksontvangers.
In 1900 nam dokter Cäto Metzlar (1863-1939), getrouwd met Henrietta Kok, het in gebruik. Die vertrok in 1902 naar Apeldoorn en deed de praktijk en huur over aan de arts Martinus de Graaf (1872-1949), getrouwd met Adriana van Vliet. Een deel van de tuin werd verhuurd voor bloembollenteelt aan Juriaan Pijnacker. In 1912 koopt dokter De Graaf Rosendaal.

Versnippering
In 1920 is er een versnippering van de ommuurde tuin voor de aanleg van de Veldhorststraat. In 1945 was Rosendaal tijdelijk een doorgangshuis voor dakloze gezinnen. De laatste bewoner van wat men noemde het koetshuis was Aage Peter Ehrhard Geerdes (1893-1970), drogist, getrouwd met Ploontje Maria Warner en later met Petronella Johanna van Aalst. Hij had een drogisterij op Heereweg 173. In 1962 wordt Rosendaal gesloopt. Op het terrein komt het Lisser Automobielbedrijf. De leeuwtjes op de pilaren verdwenen na de sloop. We zien ze (zoals bij de intro) nog in Bennebroek aan de Grote Sparrenlaan.

Geraadpleegde bronnen
-Graaf, ir. A.F. de – “Rosendaal en zijn bewoners (1641 – 1962)” – Jaarboekje voor geschiedenis en oudheidkunde van Leiden en Omstreken 1963
-Ria Grimbergen, Pareltje Over de strijdbare Gerard van der Laan, Nieuwsblad 2022 4
-Menno Dijkstra & Sebastiaan Ostkamp, Vondsten uit een beerput van huis Rosendaal te Lisse (ca.1590-1630). Een kijkje in de keuken van een VOC-beambte.
-Aad van der Tang familiegeschiedenis (11). Nieuwsblad okt.2012

HET BRUINE CAFÉ (2): Van Bondsgebouw naar uitgaansgelegenheid

Er is weer een bruin café minder in Lisse. Blijven er nog wel over? De Gewoonste Zaak is met de grond gelijk gemaakt. Hier wordt niet meer gefeest. Een ereplek op de cover en Louise Kerkvliet -van Kampen denkt even terug.

Door Louise Kerkvliet-van Kampen

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

Het dorp Lisse is een progressief dorp, er staan nog weinig gebouwen van voor of uit de 19e eeuw. Het grootste deel van de bebouwing is van de 20e eeuw. De laatste jaren zorgen nieuwbouwplannen voor een verandering van het straatbeeld omdat een aantal gebouwen, die in ons collectief geheugen gegrift staan, zijn verdwenen.

Zo is een nieuwe wijk ontstaan waar ooit de HoBaHo heeft gestaan en is het gebied rond de Haven en Grachtweg in ontwikkeling. De Zeeheldenbuurt, de Heereweg nabij de Kanaalstraat en Berkhoutlaan, en de Greveling zijn anders geworden om maar een paar projecten te noemen. Begin 20e eeuw is er ook veel veranderd in het dorp. Er zijn veel bedrijfskundige en economische veranderingen, waardoor er werkgelegenheid ontstaat. Er verrijst een nieuwe r.-k. kerk. De Pius, waar ‘ouden van dagen’ kunnen wonen, wordt gesticht en rond 1918
wordt het Patronaatsgebouw in de Bondstraat gebouwd. Er worden huizen gebouwd en woningcorporaties worden gevormd. Mensen uit ‘arme’ gebieden in Nederland komen naar Lisse vanwege de werkgelegenheid en betere leefomstandigheden voor gezinnen. In 1914  besluit het bestuur van de Lisser afdeling van ‘den Ned. R.K. Volksbond’, vallend onder het bisdom Haarlem, dat het een nieuw gebouw nodig heeft voor alle activiteiten. Zij kopen een stuk grond van weduwe J. Vreeburg naast de pas gebouwde school die nu De Akker heet. Een bouwbestek voor een bakstenen gebouw met bestektekeningen wordt gemaakt door Joh. v. Velzen uit de Wagenstraat. Op 26 maart 1914 start de inschrijving. De indeling voor het gebouw op Schoolstraat 11 wordt beneden een conversatiezaal aan de Schoolstraatzijde met een oppervlakte van 13.15×8 meter, daarachter een toneelzaal die een oppervlakte heeft van 15,90×10.40Het hele gebouw heeft een totale lengte  37 meter. Aan de zuidwestzijde is een woning voor een conciërge. Aan de noordoostzijde en op de bovenverdieping komen verschillende zalen en ruimtes die geschikt zijn voor vergaderingen en bijeenkomsten. Op de bovenverdieping een galerij die plaats biedt aan 75 personen. Alle ruimtes, groot en klein, dienen ruim voorzien te zijn van licht en lucht. Er is aan de voorzijde van de bovenverdieping een ruimte voor een Spaarkas, met een afzonderlijke ingang aan de voorzijde van het gebouw. In de 19e eeuw ontstaan Spaarkassen in Nederland Mensen kunnen geld inleggen ten behoeve van toekomstige uitgaven. Veel seizoenarbeiders spaarden voor de wintermaanden waarin er weinig inkomsten waren. Er zijn 9 inschrijvingen van aannemers, maar uiteindelijk besluit het bestuur de opdracht te gunnen aan J.H. Suijkerland uit Lisse die had ingeschreven voor fl. 11.144,- . Aannemer Suijkerland is vrij succesvol in Lisse; hij heeft in 1921 o.a. ook de Beurs aan de Haven gebouwd. Waarschijnlijk is er direct gestart met de bouwwerkzaamheden, want op 14 september 1914 wordt het gebouw opengesteld voor bezichtiging aan de Lissese bevolking. De snelheid waarmee er gebouwd is, zou nu ondenkbaar zijn. In 1914 is er een dramatische gebeurtenis die ook voor het kleine Lisse gevolgen heeft. Op 28 juni 1914 werd de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, prins Frans Ferdinand, doodgeschoten in Sarajevo, provincie Bosnië en Herzegovina. Door de heersende alliantiepolitiek en diverse gevoelige onderwerpen in verschillende Europese landen ontstaat er in korte tijd een wereldwijde oorlog. Nederland en België zijn begin augustus 1914 neutraal en hopen dat dit wordt gerespecteerd.

De enige foto die herinnert aan het verblijf van de Belgen in Lisse: vluchtelingen op de trap van het Gemeentehuis. Part. Coll Het is voor zover bekend de enig bewaard gebleven beeldherinnering aan de vluchtelingen die tijdelijk in het dorp hebben gewoond.

Vanwege de strategische ligging van België volgt echter op 4 augustus in België een inval door Duitsland waardoor een miljoen mensen op de vlucht slaat naar Nederland. Allerlei leegstaande gebouwen in Nederland worden gebruikt om vluchtelingen op te vangen en zo ook in Lisse. Op 12 oktober arriveren 468 vluchtelingen bij het treinstation in Lisse. Zij worden ondergebracht in diverse gebouwen in Lisse, waaronder het nieuw opgeleverde bondsgebouw aan de Schoolstraat. Na aankomst zijn er een aantal Belgische herrieschoppers die zorgen voor enige onrust in diverse cafés van het dorp. Er worden maatregelen genomen door het gemeentebestuur zoals een verbod om vluchtelingen sterke drank te verstrekken en een vroege sluitingstijd wordt ingesteld. In België en vooral in Antwerpen ontstaat een economische ramp vanwege het vertrek van zoveel inwoners. Er volgt een proclamatie met garanties dat zij veilig kunnen terugkeren. Op 21 oktober zijn er nog 200 vluchtelingen in Lisse. Rond de jaarwisseling zijn de meeste mensen elders ondergebracht of teruggekeerd naar België. Terug naar het Bondsgebouw. Er zijn veel vergaderingen van de Bond en verenigingen maken gebruik van de voorzieningen. Vergaderingen en feestavonden, toneelvoorstellingen, biljartwedstrijden worden er gehouden. Een rijk verenigingsleven ontstaat. In 1926 wordt er bijgebouwd, waarschijnlijk betreft het de toiletten. Jeroen Koelewijn (1883-1949 Lisse) was waarschijnlijk de eerste beheerder van het nieuw opgeleverde Bondsgebouw. Volgens zijn kleindochter Ada was zijn  beroep toneelspeler en heeft hij niet alleen gezorgd voor mooie voorstellingen, maar er ook voor gezorgd dat diverse verenigingen zich er thuis voelden. In de volksmond wordt de naam ’t Trefpunt. Het is onbekend wanneer hij gestopt is, maar het is aannemelijk dat het rond de oorlogsjaren is geweest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in 1942 bij decreet alle arbeidersbonden in Nederland opgeheven. Het gebouw aan de Schoolstraat wordt in beslag genomen. Bezittingen en vermogen worden ondergebracht bij de nieuwe vakcentrale Het Nederlandsche Arbeidsfront. Na de oorlog worden in 1950 alle bezittingen teruggegeven en ’t Trefpunt valt als gebouw van de KAB, de Katholieke Arbeidersbeweging, weer onder het bisdom Haarlem. Voor de oudere Lissers is de bekendste conciërge en latere eigenaar en uitbater wel Willem (W.P.) Slootbeek (1917-1971 Lisse) met zijn echtgenote ‘Tante Jo’ (J.M.) van der Klauw (1917-2000 Haarlemmermeer-Sassenheim). In 1968 kopen zij het gebouw en opstallen van het bisdom Haarlem. Zij zijn al conciërge sinds 1952 en hebben met ’t Trefpunt vele jaren invulling gegeven aan het sociale leven van de Lissese bevolking. In ons collectief geheugen zijn zij voor altijd verbonden aan het gebouw.
In 1990 koopt Teun Oosthoek met compagnon Philip Hogervorst het gebouw en gaat verder als ‘de Gewoonste Zaak’, de uitgaansgelegenheid van de regio voor veel jongeren. Vele bekende dj’s, popgroepen en artiesten traden hier op, verenigingen en families gaven er hun feestavonden. Met de feestweek en het carnaval is het echt ‘the place to be’ in Lisse.

Voor de sloper was dit werkje d Bondsgebouw, KAB-trefpunt en De Gewoonste Zaak e gewoonste zaak van de wereld

Na 110 jaar is het gebouw nu gesloopt om plaats te maken voor een appartementencomplex. Het gebouw was al die jaren een thuis voor allerhande sociale aspecten van het leven. Een opvangplaats
voor vluchtelingen, een rijk verenigingsleven, een geweldig sociaal uitgaansleven, een uitgaansleven waar veel jeugd elkaar heeft leren kennen. Nu wordt het huisvesting in een tijd van woningnood. Het is verdrietig te moeten opmerken dat naast het verdwijnen van bruine cafés er minder zalencomplexen zijn voor verenigingen, feestavonden en uitgaansgelegenheden voor de Lissese inwoners. Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” heeft eerder artikelen gepubliceerd over het KAB gebouw, de opvang van Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog en de geschiedenis van gebouwen en hun bewoners in ons dorp. Deze zijn na te zien in vroegere uitgaves van het Nieuwsblad, in de bibliotheek en op de website van de vereniging.

Nog een jaar dan staat dit gebouw er: “de Commissionair”

 

Bondsgebouw, KAB-trefpunt en De Gewoonste Zaak

 

HET BRUINE CAFÉ: ’t Loosje (1)

Een nieuwe serie over bruine café’s. Bruine cafés verdwijnen uit het straatbeeld, dat is ook heel merkbaar in Lisse. Waar voorheen zoveel bruine cafés en schenkerijen (huiskamercafés) waren, zijn er nu nog enkele in het dorp te vinden.

Door Louise Kerkvliet-van Kampen

Nieuwsblad 23 nummer 1 2024

Wat is een bruin café?
De karakteristieke kroegen met hun donkerbruine houten meubilair in een donkere inrichting dreigen als cultureel erfgoed uit het dorpsgezicht te verdwijnen. In het dorpsbeeld van Lisse zijn er altijd veel geweest. Ze ontstonden als huiskamerschenkerij en groeiden uit tot de klassieke bruine cafés. Het waren sociale ontmoetingsplaatsen, waar vele generaties elkaar ontmoetten en waar ook veel relaties ontstonden. Zo ook in café ’t Loosje, dat gevestigd was in de Kanaalstraat  30. In 1874 wordt het gebouwd als woonhuis, met in het midden een tweevleugelige deur met links en rechts een raam. Erboven is een raam van de bovenverdieping. Het geheel wordt afgewerkt met een fraaie sierlijst. Eigenaar van het pand is Pieter van Waveren, koopman/brandstoffenhandelaar uit Lisse. Het pand heeft aan een zijde een poort. De andere zijde is een gedeelde muur met Kanaalstraat 28. Daar woonde later de familie Vergunst. Daarna werd het pand verkocht aan schoenmaker Van Zelst.

t Loosje

Café ‘t Loosje rond 1950 Kanaalstraat 30

In 1886 is het pand gekocht door Abraham Hartevelt. Hij is distillateur in Leiden en heeft waarschijnlijk het woonhuis veranderd in een schenkerij of café. De familie Hartevelt was eigenaar van Hartevelt & Zoon ofwel de beroemde Distilleerderij “De Fransche Kroon”, v/h Hartevelt & Zoon in Leiden. Het is een gebruikelijke zakelijke constructie om bedrijven inclusief panden op te kopen, zodat de verkoop van eigen producten gestimuleerd wordt. Menig gezin kwam daar een kannetje jenever halen om thuis te nuttigen. Abraham Hartevelt (1845-1890 Leiden) komt in 1890 te overlijden en zijn vrouw, Maria Coenradina Van Vrijberghe de Coningh (Maasland 1845-Leiden 1895), is de nieuwe bezitter en zij verkoopt het vrijwel direct na zijn overlijden aan Jacobus Adrianus van Wensveen (Bloemendaal 1851-Lisse 1934). Jacobus komt uit Bloemendaal, bij zijn huwelijk met Anna Catharina Nelis is hij koetsier. Rond 1891 begint hij als kastelein in café ’t Loosje, dat inmiddels is veranderd van huiskamerschenkerij naar café. Tot het overlijden van zijn eerste vrouw in 1900 is hij tapper. Het lijkt erop dat hij het café dan verhuurt aan Jan Lieshout, eveneens tapper uit Haarlem. Zij bewonen het pand tot maart 1903, waarna zij terugkeren naar Haarlem. Mogelijk heeft Jacobus zijn vak als tapper weer uitgeoefend. Zeker is dat hij rond 1910 verhuist naar Wagenstraat 10 met zijn nieuwe echtgenote en hun kinderen. In de jaren 1910-1920 is de heer Petrus Witteman (1885-1953) met echtgenote Gerardina Lemmers (1892-1975) cafèhouder in ’t Loosje.

Het Wapen van Lisse

Distilleerderij “De Fransche Kroon” aan de Langegracht Leiden

Het café wordt verhuurd aan Johannes (Jan) de Bruin (Lisserbroek 1870-Leiden 1944), bierhandelaar uit de Lisserbroek; hij verkocht al Amstelbier aan ’t Loosje. Jan is een succesvolle zakenman en wel bekend met de horeca. Hij is een zoon van Hendrik (Hein) de Bruin (Nootdorp 1847-Lisserbroek 1932) en Catharina van Velsen (Wateringen 1843-Lisserbroek 1905), eigenaar van Het Wapen van Lisse aan de Lisserdijk, gelegen aan het begin van de Lisserweg. Jan heeft al de goed lopende bierhandel “De Lindeboom”, samen met vader Hein, en een limonade- en gazeusebedrijf genaamd “De Meiboom” in de Lisserbroek. Jan heeft een agentschap van Amstelbier, dat gebotteld wordt aan de Lisserdijk, naast het café. Zoals aangegeven werd in het VOL-Nieuwsblad nr. 2. van 2023 komt het bier vanuit Amsterdam via de Ringvaart aan in grote vaten en wordt het in de Lisserbroek gebotteld. Rond 1920 willen de brouwerijen zelf gaan bottelen en moet Jan op zoek naar een andere bron van inkomsten. Het is onduidelijk wanneer Jan het café exact overneemt. Na pensionering van Hein wordt Het Wapen voortgezet door dochter Petronella de Bruin. Zij is getrouwd met Adrianus (Arie) Faas en samen runnen zij het bedrijf.

Peet Kerkvliet aan de tap van het bruine café ‘t Loosje

Uiteraard blijft weduwnaar Hein bij zijn dochter en schoonzoon wonen, ook Jan woont bij ze in. Het gezin Faas krijgt acht kinderen. Ze leiden een druk maar gelukkig bestaan. Jan neemt met regelmaat een tapper of tapster in dienst voor de bedrijfsvoering. Zij krijgen tevens inwoning totdat Jan zelf kastelein wordt. Jan is altijd ongehuwd gebleven, maar heeft een zeer warme band met zijn zus Petronella. Als hij wil stoppen met het café ’t Loosje, kijkt hij eerst naar een opvolger in de familie. Oudste dochter Janne heeft verkering met Peet Kerkvliet en hij ziet wel iets in het bedrijf. Het stel neemt het bedrijf over en trouwt in 1939. Als de weduwe Van Wensveen komt te overlijden willen de erven het pand verkopen en zo geschiedde. Het café wordt in 1944 verkocht aan Petrus Johannes Kerkvliet (Lisse 1910-Warmond 1989) en Johanna Catharina de Bruin (Lisserbroek 1915-Lisse 2002) t Loosje is een karakteristiek bruin café, wat stoeltjes en tafeltjes, een biljart en een bar waar barstoelen staan. Het gaat open rond 10.00 uur voor de eerste koffieklanten, die een praatje met elkaar maken. Het zijn voornamelijk oudere mannen en er wordt een kaartje gelegd en geroddeld over dorpse gebeurtenissen. Voor de lunch wordt al een jenevertje genuttigd waarna men naar huis keert voor de warme maaltijd. Van 13.00 tot 14.30 uur is het café gesloten en in de middag gaat het weer open voor de middagklanten. Avondeten is voor Peet vaak iets tussendoor. Klanten komen na het werk om een drankje te halen voordat ze naar huis gaan.
Zeker op zaterdag, als men het loonzakje krijgt, wordt er meer dan één borreltje of biertje genuttigd. Wat verbruikt is, wordt ook wel afgerekend ‘op de lat’. De klanten zijn voornamelijk werklieden en zaterdag en zondag zijn de drukste dagen. Het gezin Kerkvliet kan rondkomen van de inkomsten, maar het is zeker geen rijk bestaan.

En zo gaat het leven door, een gezin wordt gesticht. Het sociale leven speelt zich af in het café, een gezellige ontmoetingsplaats. Er wordt gebiljart en een kaartje gelegd, hele gezinnen komen mee. De bar is tegen de achterwand. Achter de bar is een deur, die naar de woning leidt. In de beginjaren was de toegang tot het toilet via de poort naast de woning, later is er een toiletgebouwtje gekomen. In de jaren vijftig komt er een platenspeler en wordt er muziek gedraaid. Een eenvoudig menu verschijnt, een balletje gehakt of een portie kaasblokjes of plakjes worst. In de bollentijd wordt een extra centje verdiend. Vooral het bedienend personeel van Keukenhof weet het dorpscafé te vinden. De sluitingstijden verruimen van ‘s avonds 22 uur naar 23 uur en zelfs tot middernacht en 01.00 uur. Dat zijn lange dagen voor een familiecafé, echt hard werken. In 1970 verongelukt zoon Hans samen met drie andere Lissese jongeren. Het dorp is in rep en roer. Het heeft zo’n impact op het gezin dat men wil stoppen met het bedrijf. Wederom wordt binnen het gezin gekeken naar een opvolger, maar de wens om het bedrijf voort te zetten is niet aanwezig. Het pand met opstallen wordt in 1973 verkocht aan buurman Van Zelst en zo eindigt het leven van een bruin dorpscafé.

‘t Loosje in de Kanaalstraat met daarnaast Van Zelst

HET RAADHUIS VAN LISSE. De rommeling (9)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

De Lissesche bankvreniging

Dat er een nieuw gemeentehuis in Lisse komt weten we nu geleidelijk aan wel. De alom aangeheven kreet: “Hou heel, geen houweel” is niet gehonoreerd. In 1906 was er ook een “Nieuw Raadhuis”, dat echter een veertig jaar geleden een facelift kreeg. A. Raaphorst Hzn., “dagbladcorres­pondent te Lisse” schrijft uitvoerig over dat “Nieuwe Raadhuis” en ook over zijn voorganger “Het Oude Raadhuis”, tevens het oudste raadhuis dat Lisse heeft gekend. Ter verduidelijking nog het volgende. De “Lissesche Bankvereeniging” stond aan het Vierkant op de plaats van de huidige Al­gemene Bank Nederland, het linkse deel. Let op de kleine achteruitbouw. De “vleeschhouwerij van H. Zijp” was eveneens aan het Vierkant. Het is de huidige Slagerij Van der Voorn. Burgemeester H.C. Schuijt van Castricum bestuurde Lisse van 1870 tot 1888. Hem volgde P.A.F.J. von Bönninghausen tot Herinckhave. Hij bouwde de woning, die late “Pand Eenhuis” bekend stond. In 1919 is burgemeester G.J.M. Eenhuis hem opgevolgd.

Dat is de burgemeester die eigenaars van Keukenhof verweet, da hun gronden niet wilden laten ontginnen voor de bloembollencultuur en aldus de vooruitgang in de weg zouden staan. Zelfs een burgemeester kan het wel eens mis hebben. Maar nu zullen we “Ome Arie” zelf aan het woord laten.

“Het tegenwoordige gebouw van de Lissesche Bankvereeniging is tot het jaar 1906 als Raadhuis in gebruik geweest. De verga­deringen van de Raad werden echter in vroeger tijden gehouden in de kleine kof­fiekamer van het Hotel “De Witte Zwaan”, daar het Raadhuis voorheen het Rechthuis was. De secretarie werd vóór Burgemeester von Bönninghausen gehouden ten huize van de toenmalige burgemeesters. Zo was de secretarie bij de komst van Burgemeester von Bönninghausen gevestigd in een schuur­tje achter de woning van de vorige burge­meester Schuijt van Castricum, ter plaatse waar thans de vleeschhouwerij van H. Zijp is. Niet lang na de benoeming van burge­meester von Bönninghausen werd het Raad­huis aan de achterzijde belangrijk vergroot en werd het oude gedeelte ingericht voor secretarie en het nieuwe gedeelte voor raadzaal en burgemeesterskamer.

Gemeentehuis met torentje gebouwd in 1906

Het nieuwe Raadhuis, opgetrokken in Oud-Hollandsche stijl, werd gebouwd in het jaar 1906. Het werd aanbesteed in eene raadsvergadering op Vrijdag 17 juni 1906 en het werd op 20 December 1906 met eene buitengewone raadsvergadering in gebruik genomen, nadat het door de Com­missaris der Koningin in de Provincie Zuid-Holland, Mr. J.C. Patijn, met het uit­spreken van eene redevoering plechtig was geopend.

Het werd gebouwd door de heer J. Witzen-burg te Zoeterwoude en heeft gekost, be­halve de eikenhouten betimmering in de Raadzaal en dito parketvloer f 20.855,-. De prachtige eikenhouten betimmering ii de Raadzaal, in oud-hollandsche stijl naar een kamer in het kasteel “Haar-Zuilen”, is uitgevoerd door de heeren Reepke en Van Bakel te Amsterdam en heeft gekost f 2.500,—. Ter rechterzijde van de breede hardsteenen trap bevindt zich de woning van de conciërge. Ter linkerzijde bevindt zich de remise voor de brand bluschmiddelen en aan de achterzijde een drietal arrestantenlokalen. De breede trap opgaande komt men in de zeer ruime hal door de vestibule. Ter rechterzijde van de hal heeft men de burgemeesterskamer en ter linkerzijde de secretarie met brand­vrije kluis. Aan de achterzijde bevindt zich de meergenoemde raadzaal en daarnaast bodekamer en W.C.

De raadzaal heeft twee ingangen, namelijk een met dubbele deuren voor de leden en een met een enkele deur voor het publiek. In de raadzaal is ook eene oud-hollandsche schoorsteenschouw, met tegeltableau, voor­stellende het wapen van Lisse. Deze zaal ontvangt zijn licht door 4 groote ramen, en wel 2 aan de noordwestzijde en 2 aan de zuidwestzijde. In de hal, ter linkerzijde, bevindt zich eene mooie eikenhouten trap die naar de bovenverdieping leidt, waar eene groote commissiekamer, werkkamer voor de gemeenteopzichter en verschillen­de andere appartementen gelegen zijn. Te midden van de voorgevel is eene uitge­bouwde portiek. Deze portiek heeft eene monumentale bovenbouw, waarin in zand­steen uitgehouwen het wapen van Lisse. Hierboven prijkt een stemmig houten to­rentje met bel, terwijl het geheel rust op twee granito pilaren met hardsteenen voet­stukken. Boven de dubbele deur is eene marmeren gedenksteen aangebracht, met het volgende opschrift……”

Nu, dat opschrift kan men zelf gaan lezen. In “Ansichten deel 1” heeft schrijver ook al het raadhuis gereleveerd. Men vond het prachtig, het nieuwe raadhuis!

 

 

Natuurlijk, ook de burgemeester verdient een plaatsje in dit boek. Het is Mr. J.C. van Rosse, van 1844 tot 1866 de hoogste gezagsdrager in de gemeente. Johannes Cornelis van Rosse was op 7 december 1801 te Leiden geboren als zoon van Johannes van Rosse en Adriana van Vrede. Van Rosse was katholiek en onge­huwd. Hij woonde in een groot huis aan de

Grachtweg, waarschijnlijk het huidige panc Tibboel, tesamen met Catharina Overdijl< en met Maria Valk als trouwe dienstbode Op 73-jarige leeftijd is hij gestorven, 2G februari 1875, “des voormiddags om 1 uur”. Zijn vriend en naaste buur, Doktei Van Ewijk, van wie men in “Kent u ze noc de Lissers” een foto vindt, kwam van hel overlijden aangifte doen

 

Nieuwbouw in plaats van De Gewoonste Zaak  

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

20 februari 2024

Door Nico Groen

De Gewoonste Zaak was gevestigd in Schoolstraat 11 in een markant gebouw dat gebouwd is in 1914. Het gebouw heette Bondsgebouw, later KAB gebouw. Eerst betekende KAB Katholieke Arbeiders Bond en na de oorlog Katholieke Arbeiders Beweging. De horeca werd later Ontmoetingscentrum en Café ’t Trefpunt met zalen voor bruiloften en partijen’ genoemd. In 1990 werd het De Gewoonste Zaak.

De Katholieke Arbeiders Bond (KAB) werd rond 1900 landelijk een machtige vakbond organisatie met veel plaatselijke afdelingen, zo ook in Lisse. Het KAB gebouw had twee verdiepingen met plat dak en een voorgevel met gemetselde kolommen naast de hoofdingang, die in het midden stond. Op de sierlijk gemetselde balustrade stonden twee gevelstenen, links “ANNO” en rechts “1914”. Achter het pand was een grote (feest)zaal aangebouwd met gebroken dak waarbij de nok haaks geplaatst is op de straat in het verlengde van het oorspronkelijk gebouw. Wim Slootbeek was vanaf 1952 conciërge, zijn vrouw ‘tante’ Jo was de uitbaatster van de horeca. Op een gegeven moment heette het ‘Ontmoetingscentrum en Café ’t Trefpunt met zalen voor bruiloften en partijen’. In 1990 is het KAB gebouw overgenomen door Philip Hogervorst en Teun Oosthoek. Het ging toen café De Gewoonste Zaak heten.

Interieur

In het Nieuwsblad van de VOL van april 2011 staat een aardig verhaal over het interieur van het KAB gebouw, geschreven door Bas Romeyn. Hieronder volgt een klein gedeelte van dit verhaal, dat ook op de website OudLisse.nl te vinden is.

“Het zal rond 1998 geweest zijn dat ik gevraagd werd om het CDA-bestuur in Lisse te komen versterken. De vergaderingen werden gehouden in het KAB gebouw, aan de Schoolstraat te Lisse. Een schamel pand uit 1914, waar de Katholieke Arbeiders Bond haar hoofdkwartier had gevestigd. Een fraaie benaming voor iets dat gewoon een tempel van koning Alcohol was. Als je binnenkwam, ging je langs de biljarttafels naar rechts. Daar kon je kiezen uit de meest steile trap die ik ooit in m’n leven heb gezien (hij stond vrijwel recht omhoog), óf de deur naar de urinoirs, een benaming die volledig recht deed aan de grondstof die daar afgewerkt werd. In deze ruimte stond een groot aantal granito bakken tegen de muur, alwaar duizenden katholieke arbeiders, sinds de Eerste Wereldoorlog hun ruggen kromden. Het spreekt voor zich dat een ieder die zelfs maar over een slechts gedeeltelijk reukvermogen beschikte, de urinoirs blindelings kon vinden.

Bovenaan de trap der alpinisten bevond zich onze vergaderzaal. Aan de grote wand hing een aantrekkelijk klein schilderij, voorstellende een heidelandschap. Het bijzondere was dat om dit oliewerkje heen gewoon gordijnen aan een rails hingen, aldus de illusie wekkend dat de paarswollige gloed door een venster naar binnen scheen. Dat zou het geval geweest zijn, indien de verlichting redelijk zou zijn. Echter, vrijwel de gehele zoldering was bedekt met felle tl-buizen. De eerste keer schoof ik, duizelig van alle indrukken, aan een lange rij, terdege met formica voorziene, tafels aan”.

Foto: De sloop van het KAB gebouw. De voorkant is al aardig onttakeld.
Foto’s: Nico Groen

20240220 KAB gebouw zuidkant goed te zien door de sloop van de naastgelegen woning

20240220 KAB gebouw zuidkant achter

20240220 KAB gebouw noord

20240220 KAB gebouw achter

Nieuwenhuispark

De bedrijfsgebouwen, o.a. de oude bollenschuur ‘Welbedrogen’, zijn in onbruik geraakt. Sloop van de gebouwen van Linker Lisse b.v. maakt woningbouw mogelijk.

Nieuwsflits

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

Aan de Heereweg 31a-33a, hoek Oranjelaan bevonden zich de bedrijfspanden van Linker Lisse bv. De bedrijfsactiviteiten zijn daar inmiddels beëindigd. De bedrijfsgebouwen, o.a. de oude bollenschuur ‘Welbedrogen’, zijn in onbruik geraakt. Sloop van de gebouwen van Linker Lisse b.v. maakt woningbouw mogelijk. In het geldende bestemmingsplan was voor het perceel een bedrijfsbestemming opgenomen. Om de bestemming wonen toe te kennen was een herziening van het bestemmingsplan nodig. Een ontwerpbestemmingsplan (voor 6 kavels) is door de gemeenteraad op 23 december 2021 goedgekeurd. Het gemeentelijk monument Huize Baka (betekent Tranendal), Heereweg 31 (het lichtgroene perceel op de afbeelding) waar de familie Linker woont, wordt niet gesloopt. De familie Linker verhuist naar de te bouwen villa op het perceel linksonder. Oorspronkelijk zou de naam Heereparck gegeven
worden, maar de straatnamencommissie van de gemeente heeft op initiatief van ons lid Deen Boogerd de naam veranderd in Nieuwenhuispark. De bloembollenfamilie Nieuwenhuis, voorouders van Jan Linker, hebben op deze plektientallen jaren gewoond en gewerkt.

In de voormalige (CNS) komen senioren appartementen

De Christelijke Nationale School wordt verkocht aan een projectontwikkelaar voor de bouw van appartementen voor senioren in het gebouw.

Nieuwsflits

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 4, december 2019

Op dinsdag 5 november kondigden de wethouders Jeanet van der Laan en Jolanda Langeveld aan dat de voormalige Christelijk Nationale School (CNS) verkocht gaat worden aan de projectontwikkelaar Ontstaete B.V. uit Alkmaar t.b.v. het bouwen van senioren appartementen
in deze oude school. Hoewel de officiële verkoopovereenkomst nog getekend moest worden wilde het college van B&W hiermee een stevige impuls geven aan woningen voor ouderen en senioren met zorgvraag. Het beschikbaar stellen van het CNS is daar een goed voorbeeld van. Nadat Cadea uit het CNS gebouw vertrok naar de Ruishornlaan, stond het gebouw een hele tijd leeg. De wethouders gaven aan: “Deze locatie wordt ingericht voor senioren met een zorgvraag: vlak bij het centrum en met veel ruimte er omheen en veel groen erbij en een bushalte dichtbij”. Ze zijn heel blij dat dit mooie gebouw ingericht wordt voor senioren: “Lisse vergrijst en de mensen moeten daarom in Lisse langer zelfstandig thuis wonen. Met dit project kunnen ze uit huis en dat is belangrijk voor de doorstroming”. Vertegenwoordigers van de firma Ontstaete B.V. gaven aan dat
ze zeer positief over dit schoolgebouw waren en dat ze hier echt wat mee aan kunnen. Een schoolgebouw heeft altijd hoge plafonds en lichte ruimtes. De bedoeling is om minimaal zes huurappartementen te ontwikkelen. Ze krijgen hiervoor van de gemeente Lisse zes maanden
de tijd. Ontstaete BV hoopt dat de verkoopovereenkomst zo snel mogelijk getekend gaat worden!

DE POSTERIJEN

Een overzicht van de posterijen is in 1920 gemaakt door A. van der Meij. Het is bewerkt door Arie in ’t Veld

In 1920 geschreven door A. van der Meij, bewerkt door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 4, december 2019

Het lijkt allemaal zo simpel: je schrijft een brief of kaart, voorziet deze van een postzegel, deponeert het ding in de dichtstbijzijnde brievenbus en korte tijd later is het schrijfsel beland op de plek waaraan deze is geadresseerd. Tante Pos heeft dan weer op volle toeren gedraaid en gezorgd dat miljoenen geadresseerde stukken op de bestemde plekken kwamen. Met dank van de ontvanger, behalve als het rekeningen of die hatelijke blauwe enveloppen betreft natuurlijk.

Foto: Het oude Post, Telefoon en Telegraafkantoor op de hoek Kanaalstraat/Heereweg,
Foto: Oud Lisse

De postbezorging van vandaag heeft een hele ontwikkeling moeten doormaken voordat deze werd wat het nu is. De Lisser A. van der Meij nam die ontwikkelingen eerder onder de loep en publiceerde daarover in Ons Weekblad van september 1920. Met de aantekening dat er sinds 1920 natuurlijk heel veel meer is gebeurd, waardoor de postbezorging nog efficiënter en sneller is gaan werken. Met natuurlijk de nodige negatieve uitzonderingen. We volgen het relaas van Van der Meij. Uiteraard in de oorspronkelijke spelling. In het betreffende artikel legt Van der Meij eerst een band met de lezers door te stellen dat zijn vader een vleeschhouwerij had die rond Paaschen 1837 door hem werd geopend. “In die tijd werden de brieven voor Lisse bezorgd vanuit Sassenheim, met een bode ’s middags en moest voor elke brief vier duiten of 2 ½ cent worden betaald, buiten de porto. Om een brief vanuit Lisse te verzenden moest men ’s middags die bode opwachten of de brief bezorgen bij Jacob van der Veert, schoenmaker ter plaatse, met bijvoeging van 4 duiten of 2 ½ cent. Dan nam de bode de brief mee naar Sassenheim ter verdere verzending. Frankering van brieven was toen niet bekend. De ontvanger van een brief moest de port betalen”. Van der Meij spreekt in het artikel het vermoeden uit dat de eerste brievengaarder in Lisse in 1840 werd aangesteld. “Want het aanleggen van het Hollandsch Spoor en het graven van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder was in dat jaar gelijktijdig te Lisse en zal daardoor de correspondentie wel aanmerkelijk zijn toegenomen”. Die eerste brievengaarder was vermoedelijk H. Scherpenzeel, de zwager van de toenmalige burgemeester van Lisse E.J. van den Berg.
Als jongen heb ik die heer Scherpenzeel goed gekend. In dien tijd bezorgde hij zelf de brieven in het dorp en had een man, Pieter Mens (wij als kinderen noemden hem Piet Poppejak) die tweemaal daags brieven van het Hollandsch Spoorstation “Veenenburg” haalde. Des nachts om 12 uur kwamen de brieven en couranten per postkar vanuit Amsterdam en om 3 uur van Rotterdam. Aan de gevel van het huis van Scherpenzeel was tusschen de deur en het eerste raamkozijn op ongeveer 2 meter boven de grond een houten kastje getimmerd dat van binnen en van buiten gesloten kon worden. en waarin hij ’s avonds de brieventasch lag die door de postiljon van de postkar ’s nachts om 12 uur er uit werd gehaald en de post voor Lisse bestemd in een tasch om drie uur ‘s nachts er weer in lag. De postiljon had een sleutel van het kastje, zodat de Heer Scherpenzeel ‘s nachts niet behoefde op te staan om post af te geven of te ontvangen,” aldusVan der Meij in zijn verslag en intussen ook schetsende dat hij van z’n moeder ooit had gehoord dat haar vader te Sassenheim wel eens brieven uit Berlijn of Leipzig ontving en dan 85 cent moest betalen aan porto. “Voor kortere afstanden moest in 1852 in ons land 5 cent en voor verdere afstanden 10 cent per gewonen brief betaald worden. Postzegels waren dat jaar reeds ingevoerd doch het was aan het believen van den afzender overgelaten of hij er gebruik van wilde maken. Dit is zo gebleven tot de Postwet van 1875 toen het port werd bepaald op 5 cent per gewonen brief voor het geheele land. Doch geen gedwongen frankeering werd ingevoerd. Het publiek greep evenwel zelf in. Ied ere handelaar annonceerde namelijk dat hij geen ongefrankeerde brieven wilde ontvangen en leerde alzoohet overige publiek zijn voorbeeld te volgen. Van dien tijd dateert het nog dagelijks (1920) voorkomende ‘Br. fr.’ in de dvertenties in de couranten”.

Briefkaarten
Van der Meij vertelt dat in 1876 de open briefkaarten werden ingevoerd die voor 3 cent aan de postkantoren verkrijgbaar waren en door het gehele land verzonden konden worden. “En nog een paar jaar later werd de postpakketdienst ingevoerd. Dit alles was zoo tot 1919, toen door de verhoogde salarissen en vervoerkosten het tarief is verhoogd voor het binnenland, zoodat een brief 7 ½ en een briefkaart 5 cent kost en het pakketposttarief ook aanmerkelijk is verhoogd. Kort na 1875 is door eenige staten de algemeene postvereeniging opgericht, waarbij voor den oorlog (1e WO red.) bijna alle staten van de wereld waren toegetreden. Die vereeniging hield om de twee jaar op verschillende plaatsen van de wereld een postcongres. Op die congressen werden verschillende nieuwe zaken ingevoerd zoo bijvoorbeeld postwissels, uniform, port voor brieven en briefkaarten over de geheele wereld. postpakketdiensten en verreke npakketten”.Van der Meij illustreert verder dat, “het tarief voor de gewoone brieven 12½ cent is, en voor briefkaarten 5 cent. Gedurende de oorlog en ook nog niet kort daarna heeft de vereeniging geen congres gehouden, zoodat door de verhooging van het binnenlandse tarief de malle verhouding is ontstaan dat een brief van bijvoorbeeld hier naar Sassenheim 7 ½ cent en een briefkaart 5 cent kost en naar landen der vereeniging respectievelijk 12 ½ en 5 cent.
Telefoon telegraaf Het telegramtarief voor het binnenland was in 1872 30 cent voor 20 woorden,
behalve het bestelloon dat de geadresseerde moest betalen. Voor den oorlog en tot 1919 was dit 30 cent voor 10 woorden en geen bestelloon als de geadresseerde binnen de bestelkring van het telegraafkantoor woont. Thans (begin twintiger jaren-red.) is dat 40 cent per 10 woorden en een intercommunaal telefoongesprek van drie minuten kostte tot 1919 25 cents en is thans 35 cents. Voor den oorlog konden abonnees van het telefoonnet alhier internationaal van uit hun huis spreken met abonnees van het telefoonnet te bijvoorbeeld Berlijn, Hamburg, Leipzig, Brussel en vele andere plaatsen”. Dan vertelt hij verder, dat het betalen van porto tot 1875 voor een brief naar Lisse voor een korte afstand, bijvoorbeeld vanuit Haarlem, vijf cent bedroeg. Van verder gelegen plaatsen was dat tien cent. “Het welk door de postambtenaren met blauw potlood op het adres werd geschreven. Ook bestond in die tijd nog het dagbladzegel, waardoor het abonnement zeer duur was, zoodat vier of vijf burgers met elkaar de courant lazen en een paar uur per dag ter zijner beschikng kreeg. Mijn vader las (zo vervolgt Van der Meij) het Handelsblad dat ‘s avonds 7 uur werd gehaald bij de vorige lezer en de volgende dag ‘s morgens door de notaris.” Ook vertelt hij dat brievengaarders op den duur ook van buiten de gemeente werden aangesteld. “Waaronder de heer Pieterse. Na zijn vertrek werd tot brievengaarder aangesteld D. Boeree, horlogemaker alhier die in den beginne dat ambt bij zijn bedrijf waarnam, doch later het horlogemaken moest laten varen. Hij begon zijn ambt met een door hem bezoldigde brievenlooper, daarna werd een officieel aangestelde postbode benoemd in de persoon van N. Reijer, bijgenaamd Klaas Koek en toen hij in 1880 werd gepensioneerd waren er reeds 3 officieel aangestelde postboden. Het hulppostkantoor Lisse ressorteerde onder het postkantoor Leiden. In het begin der tachtiger jaren kreeg Boeree van den directeur aldaar maandelijksch f 2,50 aan postzegels voor de verkoop, wat na invoering van den pakketpost werd verhoogd tot vijfhonderd gulden. En van postzegels gesproken: aanvankelijk bedroeg de omzet wat dat betreft 13 duizend gulden per jaar. oen het postkantoor in 1890 door het Rijk werd overgenomen was dat 18 duizend gulden en in 1920 zat men niet ver van de 30 duizend gulden per jaar.” Na de pensioneering van Boeree kwam de heer Citter als brievengaarder te Lisse. Een zeer formalistisch man, niet zeer meegaande voor het publiek.

Postkantoor
Het hulppostkantoor was toen gevestigd op de Gracht in het huis dat later werd bewoond door de dames Van Parijs (thans de supermarkt Hoogvliet-red). De heer Citter is gebleven tot 1900 toen het in 1899 gebouwde post-en telegraafkantoor is geopend met de heer Bondam als directeur. Na die tijd is het postkantoor belast geworden met het overzenden van loonlijsten en het bedrag daarvan aan de Rijksverzeekeringsbank, volgens de Ongevallenwet. Vervolgens de postgirodienst, het wekelijks uitbetalen van ouderdomsrente en het verkoopen van loonzegels volgens de invaliditeitswet. Dat bewuste postkantoor heeft aan de gemeente ongeveer f 22.000,– gekost en zij ontving daarvoor van het Rijk een huur van f 1.224,– per jaar. Op een avond in 1908 deelde de burgemeester tijdens de vergadering van de Gascommissie mee dat de inspecteur der posterijen bij hem was geweest om hem mede te delen dat het posten telegraafkantoor te klein was en hem had voorgesteld de politiepost erbij te betrekken. De burgemeester had de gemeente-opzichter opgedragen van die bijtrekking een begroting te maken, wat ongeveer f 2.000,– zou kosten. Het lid der Gascommissie Van der Meij zeide op die mededeeling terstond: “Ik weet beter. Laat het Rijk het post-en telegraafkantoor aan de Rijksstraatweg (Heereweg red.) kopen, dan kan het Rijk zoveel veranderen en bijbouwen als het wil, want wordt bovenstaande verandering nu voor rekening van de gemeente gemaakt, over 3 of 4 jaar is het weer te klein.” Dit voorstel vond bij alle raadsleden in die vergadering bijval. Na verschillende taxaties heeft het Rijk het kantoor uiteindelijk in 1909 gekocht voor f 17.500,– inclusief e bijbehorende woning. De gemeente behield een deel van het achtergelegen terrein in eigendom. (globaal gesproken aat het hier over de hoek Berkhoutlaan/Heereweg, aan de zijde van het huidige winkelpand  ‘De Madelief’ red.) “Onmiddellijk nadat het Rijk het pand had gekocht volgden er twee verbouwingen. In 1920 was het opnieuw zover. Het personeelsbestand bestond toen uit de directeur en 12 personen, alsmede 8 vaste postbodes. De verzending van de correspondentie vanuit Lisse naar het Zuiden des lands verliep in die tijd voortreffelijk. Het is mij (A. van der Meij) gebeurd dat ik ‘s morgens om elf uur een brief naar Roozendaal op de post deed en den anderen dag ‘s morgens om acht uur het antwoord
daarop in huis had. Naar het noorden des lands was de correspondentie minder goed omdat de eerste post uit Lisse te Amsterdam aankomt, wanneer deze naar het noorden reeds verzonden zijn en dus bleef liggen tot de verzending met de middag- of avondpost.

Rijkstelegraaf

Het Postkantoor is het tweede gebouw rechts tijdens de oorlog.

Nu het volgende over de telegrafische gemeenschap van Lisse met het overige land. Zoodra de Hollandsche IJzeren Spoorweg zijne telegraaf op alle stations van de lijn Amsterdam-Rotterdam beschikbaar had gesteld voor publiek tot het verzenden of ontvangen van telegrammen, was Lisse en alle Rijkstelegraafkantoren te bereiken. Zeer vlug ging het soms niet, want de Maatschappij had bedongen dat hare diensttelegrammen voorrang zouden hebben en bovendien was bepaald dat alle door publiek aangeboden telegrammen moesten geseind worden aan het station Den Haag, dat toch al een druk station was en van dat station werden de telegrammen overgeseind naar de Rijkstelegraaf. In het jaar 1908 werd het net door het Rijk overgenomen. Lisse behoorde tot het eerste overgenomen district. Het Rijk had pas de aandeelhouders betaald toen in januari 1909 zo’n hevige ijzel ontstond dat het geheele net tegen de grond sloeg, zoodanig dat de directeur-generaal der posterijen en telegrafie het per auto uit Den Haag kwam opnemen. Het bovengrondsche net was na die catastrophe weder spoedig opgesteld zoodat de abonnee’s slechts korten tijd van telefoneren verstoken waren. In Mei 1914 is  de bovengrondse geleiding in het dorp langs de Straatweg door een ondergrondschen kabel vervangen. Op 1 april 1920 zijn op het net aangesloten 188 abonnee’s te Lisse, 230 te Hillegom, 89 te Sassenheim, 29 te Haarlemmermeer, 21 te Voorhout en 20 te Noordwijkerhout. De technische dienst van de telegraaf en telefoon was in Lisse gevestigd met den heer Den Braber als chef en nog 9 man. Het geheele personeel van post, telegraaf en teleloon bestond alzoo uit 25 mannelijke en 8 vrouwelijke personen te zamen dus 33. Dit is een groot verschil met 1860 toen er slechts twee mannelijke personen waren voor de posterij.

Postbestelling
Wat geen groot verschil was met zestig jaar eerder, is de brievenbestelling per dag. In 1860 waren er drie en nu (1920) slechts vier. De vierde postbestelling ‘s middags is eerst in 1892 gekomen omdat de toenmaligen voorzitter van de afdeeling Lisse der Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur de heer P. Joh. Weijenbergh, de inspecteur der Posterij overtuigde van de onbillijkheid dat de  bloembollenhandelaren te Haarlem en Overveen de Engelsche post ’s morgens voor twaalf uurontvingen en de post te Lisse eerst ’s avonds zeven uur werd bezorgd omdat die post te Leiden of Rotterdam bleef liggen. De inspecteurs der posterij mochten de kaart van Nederland wel eens goed bestuderen, want is het niet bespottelijk dat een buurt van ongeveer duizend zielen zijne brieven en contracten ontvangt van het hulppostkantoor te Abbenes, ik bedoelde buurt Lisserbroek, terwijl op nog geen 1500 meter afstand het post- en telegraafkantoor Lisse staat en dat de 3e Poellaan vanuit Lisse besteld wordt op een afstand van ruim drie kilometer, terwijl het post-telegraafkantoor van Sassenheim op nog geen duizend meter is gelegen,” aldus Van der Meij die zijn verhaal in Ons Weekblad besloot met uit te spreken te vrezen dat..: “Er in ons land verscheidene zulke toestanden zijn. De brievenposterij is een monopolie en dus niet gebonden aan provinciale of gemeentegrenzen,” en tevens constateert dat het kantoor in Lisse ook werd belast met het overzenden van de loonlijsten. “Door de girodienst is in 1919 alhier 600.000 gulden behandeld en een jaar later was dat al ruim een miljoen gulden…” Een mooi relaas uit een aanzienlijk minder jachtige tijd dan nu, maar ook zonder al die moderne communicatie middelen als internet en e-mail…… ■


Het imposante gebouw links is het Lissese postkantoor, dat omstreeks 1965 werd
afgebroken.

Open monumentendag met Salvatori

Salvatori doet mee met de open Monumentendag. De geschiedenis van het gebouw aan de Wagenstraat wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                               

10 september 2019

door Nico Groen

Op 14 september is het weer Open Monumentendag. Dan zetten deelnemers weer hun gebouwen open voor elke geïnteresseerde bezoeker. Naast de gebruikelijke  deelnemers zijn er dit jaar ook weer een aantal nieuwe eigenaren van  panden die hun poorten open  zetten. Een daarvan is Salvatori, Wagenstraat 33.

Dit verenigingsgebouw hoort bij de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) waarvan een kerkgebouw aan de Veldhorststraat staat. Salvatori is vaak opengesteld voor onder andere buurtbewoners en als eetcafé. De reden dat de beheerders mee willen doen, is dat zij ook aan andere Lissers willen laten zien wat er allemaal in Salvatori te doen is. Zij timmeren daarmee graag aan de weg. Het gebouw uit 1927 oogt niet zo imposant. Alleen de voorkant zonder verdieping is te zien.  Het heeft een plat dak.  Omdat het gebouw achtereenvolgens voor verschillende doeleinden is gebruikt werd de binnenkant  diverse keren veranderd.

Groene Kruisvereniging op Wagenstraat 33

Dokter D. Blok nam in 1903 het initiatief om in Lisse een Groene Kruisvereniging (openbaar consultatiebureau) op te richten, samen met onder anderen dokter M. de Graaf en dokter F. Haase. Een belangrijke doelstelling van de vereniging was het voor­komen van ziekten door het opsporen hiervan en het bevorderen van de algemene gezondheid van de bevolking door ‘Reinheid en ontsmetting’. 

De ruimtes, die werden gebruikt waren al spoedig te klein. Mejuffrouw C. Scheepmaker, die het magazijn beheerde, gebruikte zelfs een hooizolder om ligstoelen en ledikanten te bergen. Dat was lastig omdat men er in het donker niet goed bij kon. Na veel vijven en zessen kwam er een nieuw

stenen gebouw aan de Wagenstraat 33. Dat werd in 1927 gerealiseerd. Voor de klanten van het consultatiebureau was er een entree aan de zijkant. Aan de voorkant waren in het midden twee deuren met daarachter een brede gang, Deze twee deuren zijn een stukje naar rechts verplaatst. Er is nu geen raam meer naast aan die kant.

Eind jaren vijftig voldeed het kruisgebouw niet meer aan de wensen van het Groene Kruis. Daarom werd er voor het Groene Kruis een nieuw gebouw gerealiseerd op de hoek van de Wilhelminastraat met de Nassaustraat. Dat staat er nog steeds.

Kerken

De Gereformeerde kerk (bij de Klister) had behoefte aan uitbreiding van het verenigingswerk. Daarom werd in 1960 het kruisgebouw overgenomen van het Groene Kruis. Het gebouw ging toen Salvatori heten, wat ‘Redder’ betekent. Daar werd voornamelijk het jeugdwerk ondergebracht. Daarnaast was de Christelijke bibliotheek er gevestigd. Ook het koor Excelsior heeft er jarenlang geoefend. In de jaren tachtig ontstond er behoefte om het verenigingswerk dichter bij de kerk onder te brengen. Daarom werd in 1982  de Klister rondom de Gereformeerde kerk gerealiseerd en werd Salvatori verkocht aan een van de voorlopers van wat nu de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) is.

Het wordt nu dus gebruikt als buurhuis en als verenigingshuis.

Foto. In 1960 kocht de Gereformeerde kerk Salvatori van het Groene Kruis. Het werd toen helemaal opgeknapt. Foto: Gereformeerde kerk