Berichten

Nieuwbouw in plaats van De Gewoonste Zaak  

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

20 februari 2024

Door Nico Groen

De Gewoonste Zaak was gevestigd in Schoolstraat 11 in een markant gebouw dat gebouwd is in 1914. Het gebouw heette Bondsgebouw, later KAB gebouw. Eerst betekende KAB Katholieke Arbeiders Bond en na de oorlog Katholieke Arbeiders Beweging. De horeca werd later Ontmoetingscentrum en Café ’t Trefpunt met zalen voor bruiloften en partijen’ genoemd. In 1990 werd het De Gewoonste Zaak.

De Katholieke Arbeiders Bond (KAB) werd rond 1900 landelijk een machtige vakbond organisatie met veel plaatselijke afdelingen, zo ook in Lisse. Het KAB gebouw had twee verdiepingen met plat dak en een voorgevel met gemetselde kolommen naast de hoofdingang, die in het midden stond. Op de sierlijk gemetselde balustrade stonden twee gevelstenen, links “ANNO” en rechts “1914”. Achter het pand was een grote (feest)zaal aangebouwd met gebroken dak waarbij de nok haaks geplaatst is op de straat in het verlengde van het oorspronkelijk gebouw. Wim Slootbeek was vanaf 1952 conciërge, zijn vrouw ‘tante’ Jo was de uitbaatster van de horeca. Op een gegeven moment heette het ‘Ontmoetingscentrum en Café ’t Trefpunt met zalen voor bruiloften en partijen’. In 1990 is het KAB gebouw overgenomen door Philip Hogervorst en Teun Oosthoek. Het ging toen café De Gewoonste Zaak heten.

Interieur

In het Nieuwsblad van de VOL van april 2011 staat een aardig verhaal over het interieur van het KAB gebouw, geschreven door Bas Romeyn. Hieronder volgt een klein gedeelte van dit verhaal, dat ook op de website OudLisse.nl te vinden is.

“Het zal rond 1998 geweest zijn dat ik gevraagd werd om het CDA-bestuur in Lisse te komen versterken. De vergaderingen werden gehouden in het KAB gebouw, aan de Schoolstraat te Lisse. Een schamel pand uit 1914, waar de Katholieke Arbeiders Bond haar hoofdkwartier had gevestigd. Een fraaie benaming voor iets dat gewoon een tempel van koning Alcohol was. Als je binnenkwam, ging je langs de biljarttafels naar rechts. Daar kon je kiezen uit de meest steile trap die ik ooit in m’n leven heb gezien (hij stond vrijwel recht omhoog), óf de deur naar de urinoirs, een benaming die volledig recht deed aan de grondstof die daar afgewerkt werd. In deze ruimte stond een groot aantal granito bakken tegen de muur, alwaar duizenden katholieke arbeiders, sinds de Eerste Wereldoorlog hun ruggen kromden. Het spreekt voor zich dat een ieder die zelfs maar over een slechts gedeeltelijk reukvermogen beschikte, de urinoirs blindelings kon vinden.

Bovenaan de trap der alpinisten bevond zich onze vergaderzaal. Aan de grote wand hing een aantrekkelijk klein schilderij, voorstellende een heidelandschap. Het bijzondere was dat om dit oliewerkje heen gewoon gordijnen aan een rails hingen, aldus de illusie wekkend dat de paarswollige gloed door een venster naar binnen scheen. Dat zou het geval geweest zijn, indien de verlichting redelijk zou zijn. Echter, vrijwel de gehele zoldering was bedekt met felle tl-buizen. De eerste keer schoof ik, duizelig van alle indrukken, aan een lange rij, terdege met formica voorziene, tafels aan”.

Foto: De sloop van het KAB gebouw. De voorkant is al aardig onttakeld.
Foto’s: Nico Groen

20240220 KAB gebouw zuidkant goed te zien door de sloop van de naastgelegen woning

20240220 KAB gebouw zuidkant achter

20240220 KAB gebouw noord

20240220 KAB gebouw achter

Nieuwenhuispark

De bedrijfsgebouwen, o.a. de oude bollenschuur ‘Welbedrogen’, zijn in onbruik geraakt. Sloop van de gebouwen van Linker Lisse b.v. maakt woningbouw mogelijk.

Nieuwsflits

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

Aan de Heereweg 31a-33a, hoek Oranjelaan bevonden zich de bedrijfspanden van Linker Lisse bv. De bedrijfsactiviteiten zijn daar inmiddels beëindigd. De bedrijfsgebouwen, o.a. de oude bollenschuur ‘Welbedrogen’, zijn in onbruik geraakt. Sloop van de gebouwen van Linker Lisse b.v. maakt woningbouw mogelijk. In het geldende bestemmingsplan was voor het perceel een bedrijfsbestemming opgenomen. Om de bestemming wonen toe te kennen was een herziening van het bestemmingsplan nodig. Een ontwerpbestemmingsplan (voor 6 kavels) is door de gemeenteraad op 23 december 2021 goedgekeurd. Het gemeentelijk monument Huize Baka (betekent Tranendal), Heereweg 31 (het lichtgroene perceel op de afbeelding) waar de familie Linker woont, wordt niet gesloopt. De familie
Linker verhuist naar de te bouwen villa op het perceel linksonder. Oorspronkelijk zou de naam Heereparck gegeven
worden, maar de straatnamencommissie van de gemeente heeft op initiatief van ons lid Deen Boogerd de naam veranderd in Nieuwenhuispark. De bloembollenfamilie Nieuwenhuis, voorouders van Jan Linker, hebben op deze plektientallen jaren gewoond en gewerkt.

DE POSTERIJEN

Een overzicht van de posterijen is in 1920 gemaakt door A. van der Meij. Het is bewerkt door Arie in ’t Veld

In 1920 geschreven door A. van der Meij, bewerkt door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 4, december 2019

Het lijkt allemaal zo simpel: je schrijft een brief of kaart, voorziet deze van een postzegel, deponeert het ding in de dichtstbijzijnde brievenbus en korte tijd later is het schrijfsel beland op de plek waaraan deze is geadresseerd. Tante Pos heeft dan weer op volle toeren gedraaid en gezorgd dat miljoenen geadresseerde stukken op de bestemde plekken kwamen. Met dank van de ontvanger, behalve als het rekeningen of die hatelijke blauwe enveloppen betreft natuurlijk.

Foto: Het oude Post, Telefoon en Telegraafkantoor op de hoek Kanaalstraat/Heereweg,
Foto: Oud Lisse

De postbezorging van vandaag heeft een hele ontwikkeling moeten doormaken voordat deze werd wat het nu is. De Lisser A. van der Meij nam die ontwikkelingen eerder onder de loep en publiceerde daarover in Ons Weekblad van september 1920. Met de aantekening dat er sinds 1920 natuurlijk heel veel meer is gebeurd, waardoor de postbezorging nog efficiënter en sneller is gaan werken. Met natuurlijk de nodige negatieve uitzonderingen. We volgen het relaas van Van der Meij. Uiteraard in de oorspronkelijke spelling. In het betreffende artikel legt Van der Meij eerst een band met de lezers door te stellen dat zijn vader een vleeschhouwerij had die rond Paaschen 1837 door hem werd geopend. “In die tijd werden de brieven voor Lisse bezorgd vanuit Sassenheim, met een bode ’s middags en moest voor elke brief vier duiten of 2 ½ cent worden betaald, buiten de porto. Om een brief vanuit Lisse te verzenden moest men ’s middags die bode opwachten of de brief bezorgen bij Jacob van der Veert, schoenmaker ter plaatse, met bijvoeging van 4 duiten of 2 ½ cent. Dan nam de bode de brief mee naar
Sassenheim ter verdere verzending. Frankeering van brieven was toen niet bekend. De ontvanger van een brief moest de port betalen”. Van der Meij spreekt in het artikel het vermoeden uit dat de eerste brievengaarder in Lisse in 1840 werd aangesteld. “Want het aanleggen van het Hollandsch Spoor en het graven van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder was in dat jaar gelijktijdig te Lisse en zal daardoor de correspondentie wel aanmerkelijk zijn toegenomen”. Die eerste brievengaarder was vermoedelijk H. Scherpenzeel, de zwager van de toenmalige burgemeester van Lisse E.J. van den Berg.
Als jongen heb ik die heer Scherpenzeel goed gekend. In dien tijd bezorgde hij zelf de brieven in het dorp en had een man, Pieter Mens (wij als kinderen noemden hem Piet Poppejak) die tweemaal daags brieven van het Hollandsch Spoorstation “Veenenburg” haalde. Des nachts om 12 uur kwamen de brieven en couranten per postkar vanuit Amsterdam en om 3 uur van Rotterdam. Aan de gevel van het huis van Scherpenzeel was tusschen de deur en het eerste raamkozijn op ongeveer 2 meter boven de grond een
houten kastje getimmerd dat van binnen en van buiten gesloten kon worden. en waarin hij ’s avonds de brieventasch lag die door de postiljon van de postkar ’s nachts om 12 uur er uit werd gehaald en de post voor Lisse bestemd in een tasch om drie uur ‘s nachts er weer in lag. De postiljon had een sleutel van het kastje, zodat de Heer Scherpenzeel ‘s nachts niet behoefde op te staan om post af te geven of te ontvangen,” aldusVan der Meij in zijn verslag en intussen ook schetsende dat hij van z’n moeder ooit had gehoord dat haar vader te Sassenheim wel eens brieven uit Berlijn of Leipzig ontving en dan 85 cent moest betalen aan porto. “Voor kortere afstanden moest in 1852 in ons land 5 cent en voor verdere afstanden 10 cent per gewonen brief betaald worden. Postzegels waren dat jaar reeds ingevoerd doch het was aan het believen van den afzender overgelaten of hij er gebruik van wilde maken. Dit is zo gebleven tot de Postwet van 1875 toen het port werd bepaald op 5 cent per gewonen brief voor het geheele land. Doch geen gedwongen frankeering werd ingevoerd. Het publiek greep evenwel zelf in. Ied ere handelaar annonceerde namelijk dat hij geen ongefrankeerde brieven wilde ontvangen en leerde alzoohet overige publiek zijn voorbeeld te volgen. Van dien tijd dateert het nog dagelijks (1920) voorkomende ‘Br. fr.’ in de dvertenties in de couranten”.

Briefkaarten
Van der Meij vertelt dat in 1876 de open briefkaarten werden ingevoerd die voor 3 cent aan de postkantoren verkrijgbaar waren en door het gehele land verzonden konden worden. “En nog een paar jaar later werd de postpakketdienst ingevoerd. Dit alles was zoo tot 1919, toen door de verhoogde salarissen en vervoerkosten het tarief is verhoogd voor het binnenland, zoodat een brief 7 ½ en een briefkaart 5 cent kost en het pakketposttarief ook aanmerkelijk is verhoogd. Kort na 1875 is door eenige staten de algemeene postvereeniging opgericht, waarbij voor den oorlog (1e WO red.) bijna alle staten van de wereld waren toegetreden. Die vereeniging hield om de twee jaar op verschillende plaatsen van de wereld een postcongres. Op die congressen werden verschillende nieuwe zaken ingevoerd zoo bijvoorbeeld postwissels, uniform, port voor brieven en briefkaarten over de geheele wereld. postpakketdiensten en verreke npakketten”.Van der Meij illustreert verder dat, “het tarief voor de gewoone brieven 12½ cent is, en voor briefkaarten 5 cent. Gedurende de oorlog en ook nog niet
kort daarna heeft de vereeniging geen congres gehouden, zoodat door de verhooging van het binnenlandse tarief de malle verhouding is ontstaan dat een brief van bijvoorbeeld hier naar Sassenheim 7 ½ cent en een briefkaart 5 cent kost en naar landen der vereeniging respectievelijk 12 ½ en 5 cent.
Telefoon telegraaf Het telegramtarief voor het binnenland was in 1872 30 cent voor 20 woorden,
behalve het bestelloon dat de geadresseerde moest betalen. Voor den oorlog en tot 1919 was dit 30 cent voor 10 woorden en geen bestelloon als de geadresseerde binnen de bestelkring van het telegraafkantoor woont. Thans (begin twintiger jaren-red.) is dat 40 cent per 10 woorden en een intercommunaal telefoongesprek van drie minuten kostte tot 1919 25 cents en is thans 35 cents. Voor den oorlog konden abonnees van het telefoonnet alhier internationaal van uit hun huis spreken met abonnees van het telefoonnet te bijvoorbeeld Berlijn, Hamburg, Leipzig, Brussel en vele andere plaatsen”. Dan vertelt hij verder, dat het betalen van porto tot 1875 voor een brief naar Lisse voor een korte afstand, bijvoorbeeld vanuit Haarlem, vijf cent bedroeg. Van verder gelegen plaatsen was dat tien cent. “Het welk door de postambtenaren met blauw potlood op het adres werd geschreven. Ook bestond in die tijd nog het dagbladzegel, waardoor het abonnement zeer duur was, zoodat vier of vijf burgers met elkaar de courant lazen en een paar uur per dag ter zijner beschikng kreeg. Mijn vader las (zo vervolgt Van der Meij) het Handelsblad dat ‘s avonds 7 uur werd gehaald bij de vorige lezer en de volgende dag ‘s morgens door de notaris.” Ook vertelt hij dat brievengaarders op den duur ook van buiten de gemeente werden aangesteld. “Waaronder de heer Pieterse. Na zijn vertrek werd tot brievengaarder aangesteld D. Boeree, horlogemaker alhier die in den beginne dat ambt bij zijn bedrijf waarnam, doch later het horlogemaken moest laten varen. Hij begon zijn ambt met een door hem bezoldigde brievenlooper, daarna werd een officieel aangestelde postbode benoemd in de persoon van N. Reijer, bijgenaamd Klaas Koek en toen hij in 1880 werd gepensioneerd waren er reeds 3 officieel aangestelde postboden. Het hulppostkantoor Lisse ressorteerde onder het postkantoor Leiden. In het begin der tachtiger jaren kreeg Boeree van den directeur aldaar maandelijksch f 2,50 aan postzegels voor de verkoop, wat na invoering van den pakketpost werd verhoogd tot vijfhonderd gulden. En van postzegels gesproken: aanvankelijk bedroeg de omzet wat dat betreft 13 duizend gulden per jaar. oen het postkantoor in 1890 door het Rijk werd overgenomen was dat 18 duizend gulden en in 1920 zat men niet ver van de 30 duizend gulden per jaar.” Na de pensioneering van Boeree kwam de heer Citter als brievengaarder te Lisse. Een zeer formalistisch man, niet zeer meegaande voor het publiek.

Postkantoor
Het hulppostkantoor was toen gevestigd op de Gracht in het huis dat later werd bewoond door de dames Van Parijs (thans de supermarkt Hoogvliet-red). De heer Citter is gebleven tot 1900 toen het in 1899 gebouwde post-en telegraafkantoor is geopend met de heer Bondam als directeur. Na die tijd is het postkantoor belast geworden met het overzenden van loonlijsten en het bedrag daarvan aan de Rijksverzeekeringsbank, volgens de Ongevallenwet. Vervolgens de postgirodienst, het wekelijks uitbetalen van ouderdomsrente en het verkoopen van loonzegels volgens de invaliditeitswet. Dat
bewuste postkantoor heeft aan de gemeente ongeveer f 22.000,– gekost en zij ontving daarvoor van het Rijk een huur van f 1.224,– per jaar. Op een avond in 1908 deelde de burgemeester tijdens de vergadering van de Gascommissie mee dat de inspecteur der posterijen bij hem was geweest om hem mede te delen dat het posten telegraafkantoor te klein was en hem had voorgesteld de politiepost erbij te betrekken. De burgemeester had de gemeente-opzichter opgedragen van die bijtrekking een begroting te maken, wat ongeveer f 2.000,– zou kosten. Het lid der Gascommissie Van der Meij zeide op die mededeeling terstond: “Ik weet beter. Laat het Rijk het post-en telegraafkantoor aan de Rijksstraatweg (Heereweg red.) kopen, dan kan het Rijk zoveel veranderen en bijbouwen als het wil, want wordt bovenstaande verandering nu voor rekening van de gemeente gemaakt, over 3 of 4 jaar is het weer te klein.” Dit voorstel vond bij alle raadsleden in die vergadering bijval. Na verschillende taxaties heeft het Rijk het kantoor uiteindelijk in 1909 gekocht voor f 17.500,– inclusief e bijbehorende woning. De gemeente behield een deel van het achtergelegen terrein in eigendom. (globaal gesproken
gaat het hier over de hoek Berkhoutlaan/Heereweg, aan de zijde van het huidige winkelpand  ‘De Madelief’ red.) “Onmiddellijk nadat het Rijk het pand had gekocht volgden er twee verbouwingen. In 1920 was het opnieuw zover. Het personeelsbestand bestond toen uit de directeur en 12 personen, alsmede 8 vaste postbodes. De verzending van de correspondentie vanuit Lisse naar het Zuiden des lands verliep in die tijd voortreffelijk. Het is mij (A. van der Meij) gebeurd dat ik ‘s morgens om elf uur een brief naar Roozendaal op de post deed en den anderen dag ‘s morgens om acht uur het antwoord
daarop in huis had. Naar het noorden des lands was de correspondentie minder goed omdat de eerste post uit Lisse te Amsterdam aankomt, wanneer deze naar het noorden reeds verzonden zijn en dus bleef liggen tot de verzending met de middag- of avondpost.

Rijkstelegraaf

Het Postkantoor is het tweede gebouw rechts tijdens de oorlog.

Nu het volgende over de telegrafische gemeenschap van Lisse met het overige land. Zoodra de Hollandsche IJzeren Spoorweg zijne telegraaf op alle stations van de lijn Amsterdam-Rotterdam beschikbaar had gesteld voor publiek tot het verzenden of ontvangen van telegrammen, was Lisse en alle
Rijkstelegraafkantoren te bereiken. Zeer vlug ging het soms niet, want de Maatschappij had bedongen dat hare diensttelegrammen voorrang zouden hebben en bovendien was bepaald dat alle door publiek aangeboden telegrammen moesten geseind worden aan het station Den Haag, dat toch al een druk station was en van dat station werden de telegrammen overgeseind naar de Rijkstelegraaf. In het
jaar 1908 werd het net door het Rijk overgenomen. Lisse behoorde tot het eerste overgenomen district. Het Rijk had pas de aandeelhouders betaald toen in januari 1909 zo’n hevige ijzel ontstond dat het geheele net tegen de grond sloeg, zoodanig dat de directeur-generaal der posterijen en telegrafie het per auto uit Den Haag kwam opnemen. Het bovengrondsche net was na die catastrophe weder spoedig opgesteld zoodat de abonnee’s slechts korten tijd van telefoneren verstoken waren. In Mei 1914 is  de bovengrondse geleiding in het dorp langs de Straatweg door een ondergrondschen kabel vervangen. Op 1 april 1920 zijn op het net aangesloten 188 abonnee’s te Lisse, 230 te Hillegom, 89 te Sassenheim, 29 te Haarlemmermeer, 21 te Voorhout en 20 te Noordwijkerhout. De technische dienst van de telegraaf en telefoon was in Lisse gevestigd met den heer Den Braber als chef en nog 9 man. Het geheele personeel van post, telegraaf en teleloon bestond alzoo uit 25 mannelijke en 8 vrouwelijke personen te zamen dus 33. Dit is een groot verschil met 1860 toen er slechts twee mannelijke personen waren voor de posterij.

Postbestelling
Wat geen groot verschil was met zestig jaar eerder, is de brievenbestelling per dag. In 1860 waren er drie en nu (1920) slechts vier. De vierde postbestelling ‘s middags is eerst in 1892 gekomen omdat de toenmaligen voorzitter van de afdeeling Lisse der Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur de heer P. Joh. Weijenbergh, de inspecteur der Posterij overtuigde van de onbillijkheid dat de  bloembollenhandelaren te Haarlem en Overveen de Engelsche post ’s morgens voor twaalf uurontvingen en de post te Lisse eerst ’s avonds zeven uur werd bezorgd omdat die post te Leiden of Rotterdam bleef liggen. De inspecteurs der posterij mochten de kaart van Nederland wel eens goed bestuderen, want is het niet bespottelijk dat een buurt van ongeveer duizend zielen zijne brieven en contracten ontvangt van het hulppostkantoor te Abbenes, ik bedoelde buurt Lisserbroek, terwijl op nog geen 1500 meter afstand het post- en telegraafkantoor Lisse staat en dat de 3e Poellaan vanuit Lisse besteld wordt op een afstand
van ruim drie kilometer, terwijl het post-telegraafkantoor van Sassenheim op nog geen duizend meter is gelegen,” aldus Van der Meij die zijn verhaal in Ons Weekblad besloot met uit te spreken te vrezen dat..: “Er in ons land verscheidene zulke toestanden zijn. De brievenposterij is een monopolie en dus niet gebonden aan provinciale of gemeentegrenzen,” en tevens constateert dat het kantoor in Lisse ook werd belast met het overzenden van de loonlijsten. “Door de girodienst is in 1919 alhier 600.000 gulden behandeld en een jaar later was dat al ruim een miljoen gulden…” Een mooi relaas uit een aanzienlijk minder jachtige tijd dan nu, maar ook zonder al die moderne communicatie middelen als
internet en e-mail…… ■


Het imposante gebouw links is het Lissese postkantoor, dat omstreeks 1965 werd
afgebroken.

Verborgen verleden in Lisse

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” doet onder andere onderzoek naar de lokale geschiedenis van haar bewoners, de gebouwen en het landschap. Veel namen van bewoners en huizen zijn bekend, maar er zijn ook nog veel puzzelstukjes. Wie doet er mee om het verre verleden te laten herleven?

 Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                

8 oktober 2019

door Nico Groen

Genealogie en historie

Onderzoek naar de geschiedenis van Lisse wordt gedaan door leden van de werkgroep Genealogie en Historie. De geschiedenis kunnen we achterhalen door oude akten te raadplegen. Het is verbazend om te zien hoeveel er al in de 17de eeuw werd vastgelegd in Lisse: aan- en verkopen van grond en gebouwen, hypotheken, testamenten, rechtspraak, enzovoort. Al die akten worden bewaard in archieven zoals in het Nationaal Archief in Den Haag, het Gemeentehuis van Lisse of het Kadaster. Gelukkig zijn veel akten gefotografeerd en digitaal te raadplegen bij de VOL. De oude teksten zijn echter vaak moeilijk te lezen. Daarom is een aantal leden bezig om de oude teksten om te zetten naar leesbare tekst. We proberen verder zoveel mogelijk gegevens van de vroegere bewoners van Lisse bij elkaar te krijgen: over doop, trouwen en begraven, over kinderen en beroepen. Ook willen we achterhalen hoe het dorp er vroeger uitzag, hoe de perceelverdeling was en welke gebouwen er stonden en wie daar woonden. Laten we eens naar een voorbeeld kijken.

‘t Vierkant bij Foto Engel

We nemen u mee naar een pand op het Vierkant en zijn geschiedenis. En wel naar Heereweg 209 de plaats waar Foto Engel zich bevindt. Een locatie die heel wat aan zich voorbij zag komen. Bijvoorbeeld het uitzicht op de rechtbank en de gevangenis, tal van herbergen, de postkoets  Leiden-Haarlem waar de passagiers overstapten, de legereenheden die door Lisse trokken of hier overnachtten zonder te betalen, het uitzicht op het schavot en op de ‘Groote of Groenen Eik’ waar oorspronkelijk recht gesproken werd.

Maar het gaat natuurlijk ook over de bewoners die op de plek van Foto Engel hebben geleefd, gewoond en gewerkt. We kunnen terugkijken tot 1585. In oude akten was de plaats 200 jaar lang op te sporen omdat deze bekend stond als ‘De Camer’. De nodige beroepen trekken voorbij van hen die hier hebben gewoond en geleefd door de eeuwen heen. Voorbeelden zijn landbouwers, chirurgijns, een vleeschhouwer, een koopman in turf, een bierbrouwer, een duijnmeijer (een soort boswachter), een herbergier, een smid, een kleermaker en een wielmaker.

Oproep voor vrijwilligers

De namen van al deze bewoners  zijn bij de Werkgroep bekend, maar er zijn ook nog veel puzzelstukjes die ontbreken. Daarom zoeken wij nog mensen met interesse voor onze dorpsgeschiedenis om samen dit verre verleden te doen herleven.

Voelt u er iets voor? Komt u gerust eens langs op de wekelijkse inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan aan de 1e Havendwarsstraat 4. De koffie staat klaar.

Foto: Het witte gebouw is restaurant De Oude Heere, daarnaast foto Engel.
Deze ansichtkaart is vóór 1909 gemaakt.
Foto: Beeldbanklisse.nl

Open monumentendag met Salvatori

Salvatori doet mee met de open Monumentendag. De geschiedenis van het gebouw aan de Wagenstraat wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                               

10 september 2019

door Nico Groen

Op 14 september is het weer Open Monumentendag. Dan zetten deelnemers weer hun gebouwen open voor elke geïnteresseerde bezoeker. Naast de gebruikelijke  deelnemers zijn er dit jaar ook weer een aantal nieuwe eigenaren van  panden die hun poorten open  zetten. Een daarvan is Salvatori, Wagenstraat 33.

Dit verenigingsgebouw hoort bij de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) waarvan een kerkgebouw aan de Veldhorststraat staat. Salvatori is vaak opengesteld voor onder andere buurtbewoners en als eetcafé. De reden dat de beheerders mee willen doen, is dat zij ook aan andere Lissers willen laten zien wat er allemaal in Salvatori te doen is. Zij timmeren daarmee graag aan de weg. Het gebouw uit 1927 oogt niet zo imposant. Alleen de voorkant zonder verdieping is te zien.  Het heeft een plat dak.  Omdat het gebouw achtereenvolgens voor verschillende doeleinden is gebruikt werd de binnenkant  diverse keren veranderd.

Groene Kruisvereniging op Wagenstraat 33

Dokter D. Blok nam in 1903 het initiatief om in Lisse een Groene Kruisvereniging (openbaar consultatiebureau) op te richten, samen met onder anderen dokter M. de Graaf en dokter F. Haase. Een belangrijke doelstelling van de vereniging was het voor­komen van ziekten door het opsporen hiervan en het bevorderen van de algemene gezondheid van de bevolking door ‘Reinheid en ontsmetting’. 

De ruimtes, die werden gebruikt waren al spoedig te klein. Mejuffrouw C. Scheepmaker, die het magazijn beheerde, gebruikte zelfs een hooizolder om ligstoelen en ledikanten te bergen. Dat was lastig omdat men er in het donker niet goed bij kon. Na veel vijven en zessen kwam er een nieuw

stenen gebouw aan de Wagenstraat 33. Dat werd in 1927 gerealiseerd. Voor de klanten van het consultatiebureau was er een entree aan de zijkant. Aan de voorkant waren in het midden twee deuren met daarachter een brede gang, Deze twee deuren zijn een stukje naar rechts verplaatst. Er is nu geen raam meer naast aan die kant.

Eind jaren vijftig voldeed het kruisgebouw niet meer aan de wensen van het Groene Kruis. Daarom werd er voor het Groene Kruis een nieuw gebouw gerealiseerd op de hoek van de Wilhelminastraat met de Nassaustraat. Dat staat er nog steeds.

Kerken

De Gereformeerde kerk (bij de Klister) had behoefte aan uitbreiding van het verenigingswerk. Daarom werd in 1960 het kruisgebouw overgenomen van het Groene Kruis. Het gebouw ging toen Salvatori heten, wat ‘Redder’ betekent. Daar werd voornamelijk het jeugdwerk ondergebracht. Daarnaast was de Christelijke bibliotheek er gevestigd. Ook het koor Excelsior heeft er jarenlang geoefend. In de jaren tachtig ontstond er behoefte om het verenigingswerk dichter bij de kerk onder te brengen. Daarom werd in 1982  de Klister rondom de Gereformeerde kerk gerealiseerd en werd Salvatori verkocht aan een van de voorlopers van wat nu de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) is.

Het wordt nu dus gebruikt als buurhuis en als verenigingshuis.

Foto. In 1960 kocht de Gereformeerde kerk Salvatori van het Groene Kruis. Het werd toen helemaal opgeknapt. Foto: Gereformeerde kerk

 

Vertelling Cees Paardekooper over architect ir. A.H J. Paardekooper

Na de zomerstop startten in september weer de inloopmomenten van uw vereniging. 13 september werd begonnen met een lezing door Cees Paardekooper over het leven en werken van zijn vader ir. A.H J. Paardekooper. Het werd een boeiende vertelling waarin het werk en de mens Paardekooper in hun tijd werden geplaatst.

Nieuewflitsen

NIEUWSBLAD Jaargang 7 nummer 4, oktober 2008

Het werd een boeiende vertelling waarin het werk en de mens Paardekooper in hun tijd werden geplaatst.

Paardekooper werd geboren in 1918 in het boerendorp Zoeterwoude. De aannemerij, de nog bestaande erven Paardekooper sinds 1881, werd met de paplepel ingegeven. Hij ging als eerste dorpsjongen naar de RK. HBS in Leiden. Eigenlijk was het dank zij de crisis dat Paardekooper architectuur ging studeren. Op de sollicitatiebrief, die zijn vader! schreef naar een verzekeringskantoor, kwam nl. een afbericht met de aanbeveling om zoonlief maar verder te laten studeren. In Delft kwam hij onder invloed van ir. Granpré Molière. De Delftse school met zijn nederige architectuur van zuivere constructietechnieken en eerlijke bouwmaterialen: de menselijke maat. In de oorlog speelde de kwestie van de loyaliteitsverklaring. Granpré Molière was voor zijn studenten in deze periode een geestelijk raadsman. Omdat de verklaring niet getekend werd kwam voorlopig een einde aan de studie en Paardekooper dook onder. Na de oorlog wordt met enorme energie de “verloren” tijd ingehaald. In oktober 1946 start de samenwerking Paardekooper- Barnhoorn. Paardekooper neemt actief deel aan de groep rond Dom Hans van der Laan, medegrondlegger van de Bosse School. Men streeft naar ideale maat-en verhoudingssystemen in de architectuur. Het totaal van cella, hof en domein. De architect werkt van maat, naar vorm, naar ruimte. De menselijke ervaring gaat van ruimte, naar vorm, naar maat. In Lisse, maar ook in de rest van de streek, is men volop bezig met de opbouw. Er zijn enorme ontwikkelingen op planologisch gebied, er is veel nieuwbouw. In het werk van Paardekooper zien we de samenwerking met katholieke kunstenaars en intellectuelen terug. De jaren 50 staan voor modernisering, met behoud van de traditionele waarden.

In de 60er jaren komen er, zeker voor de katholieken, grote veranderingen. Democratisering, ontzuiling. Dat leidt in ’62 tot een merkwaardige verkiezingscampagne voor de gemeenteraad om Paardekooper, niet verkiesbaar op een l le plek, toch gekozen te krijgen.

Paardekooper is actief in de politiek.

Zijn uitgangspunten zijn ook nu nog opmerkelijk actueel:

l .Vitaliseren bollensector, maar wel meer variëteit in bedrijvigheid,

2.Groene long verbonden met zee, goed ontsloten,

3,City vorming: levendig en autoluw

4.1ntergemeentelijke samenwerking.

Zijn wat pessimistische conclusie bij zijn afscheid in 1970 lijkt ook nu nog actueel: Economie heeft het gewonnen van planologen en architecten. Als architect blijft Paardekooper uiteindelijk bij de uitgangspunten van de Bosse school.

Enkele belangrijke punten hierbij zijn:

Gebouw moet een ziel hebben, vorm representeert de functie, proportie en harmonie, verbonden met de omgeving, mooie details, gebruik ambachtelijke materialen, “Gesamtkunstwerk” door werk van kunstenaars toe te voegen.

Deze uitgangspunten zorgen er voor dat we ook nu nog veel van Paardekooper’s creaties kunnen herkennen  en waarderen. Helaas is er ook veel verdwenen. Aanpassingen en veranderde omgevingsfactoren dragen ook niet altijd in positieve zin bij. Gelukkig heeft Lisse van zijn hand nog een heel scala aan gebouwen waarin zijn credo, de menselijke maat, terug te vinden is.

Ontboezeming bezoeker

De vertelling over ir. Paardekooper ontlokte een van de toehoorders de volgende herinneringen. Op een warme zonnige zomerdag, wandelend door Hillegom, dacht hij: ‘Ja, dit heeft toch wel wat.’ Zestien jaren telde hij toen hij met twee vrienden voor de gevel van de Joannesschool belandde. -Zien jullie hoe mooi de details van dit gebouw zijn, de klassieke entreepartij, de twee timpanen met ‘angstaanjagende’ voorstellingen en het patchwork in rode baksteen. Nadat het gebouw jarenlang tot lering en vermaak voor rooms-katholieke jongetjes had gediend, trok de Stichting Kulturele Raad Hillegom in de “Paardekooper”-school en werd het gebouw vogelvrij verklaard. In de tussentijd was wandelaar opgeklommen tot jongste bediende bij Hollands Bloembollen Genootschap te Lisse. Bij sollicitatie naar deze functie moest hij, onder een betonnen baldakijn waarop een rode tulp floreerde, twee zware stalen deuren met bronzen ornamentiek open duwen en in de hal nog eens twee gelijken in hout uitgevoerd. Het leek alsof hij in het klooster ging treden. De sollicitatie verliep florissant en vanaf het moment van intrede zou hij elke plavuis, baksteen en gietijzeren leuning goed leren kennen. In een belendend gebouw werden bollenveilingen gehouden, zijn taak bestond er onder andere uit om veilingfolianten van de veilingzaal over te brengen naar de facturistes in het kantoorgebouw. Op het hoogaltaar van de veilingzaal mocht hij soms deelnemen, als veilingschrijver, aan de veilingceremonie. Alle architecturale indrukken zoog hij op, indrukken die hem later goed van pas zouden komen bij het opbouwen van tentoonstellingen in de Kulturele Raad te Hillegom.

Aan Henk van den Idsert, schilder/beeldhouwer uit Bergen, die de Joannesschool had verfraaid met muurschilderingen, viel onder meer de eer te beurt zijn nieuwste werk daar te presenteren. Later volgde een imposante tentoonstelling over het oeuvre van: Ir. A.H. J. Paardekooper. Tijdens het inrichten van de Paardekooper- tentoonstelling werd er ‘politieke’ druk op de wandelaar uitgeoefend om deze tentoonstelling rond ‘fascistoïde’ -architectuur af te blazen. De druk kwam van een oud leerling van de Amsterdamse Kunstacademie die onderricht had genoten bij de uit Duitsland tijdens wereldoorlog II uitgeweken Blaue Reiter kunstenaar Heinrich Campendonk. Politieke druk was echter het verkeerde middel, de tentoonstelling ging gewoon door.

De bewering: ‘fascistoïde’-architectuur zette de wandelaar wel aan het denken. Het klooster in Vaals, een schepping van de uit Leiden afkomstige bouwmeester en publicist Dom Hans van der Laan o.s.b., bracht hem het licht om de smet die rustte op de architectuur van de Delftse/Bosse school te doen verbleken. Tijdens de oorlogsjaren ’40- ’45 huisvestte het klooster te Vaals een aantal Duitse kloosterlingen die voor het gedachtegoed van de Rijkskanselier sympathie hadden. Geen reden, naar wandelaars mening, om een hele architectuurschool te stigmatiseren.

Toeval bestaat niet.

-Van 26-12 tot 17-01 in de jaren 1950 t-m 1955 logeerde wandelaar in Zoeterwoude aan de Miening bij vrienden van zijn ouders. Aan de wand hing daar o.a. een post-impressionistisch landschap van de schilder Alexander Rosemeier. Op dat schilderij: de Miening met uitzicht op een polderlandschap met molen en het silhouet van het Kruisherenklooster te Zoeterwoude.

Wandelaar bewoog zich tijdens die winterdagen tussen het Kruisherenklooster en het Laagje in het centrum van het dorp. Lopend langs de kromming in de Miening keek hij altijd even naar een boerderijachtige timmermansbazen-werkplaats aan de overzijde van de stroom waarboven een groot bord was aangebracht met de naam Paardekooper, het geboortehuis van: ir. A.H. J. Paardekooper. Wandelaars ouders kregen van hun Zoeterwoudse vrienden een aquarel van Alexander Rosemeier met daarop afgebeeld een boerderij bij Zoeterwoude. De aquarel is inmiddels in het bezit van wandelaar. In de negentiger jaren van de 20e eeuw kreeg wandelaars echtgenote een andere Rosemeier aquarel met daarop een impressie van een Hofje te Leiden, een schenking van de inmiddels bejaarde dame waar wandelaar met veel genoegen gelogeerd had in zijn jeugd.

In het laatste decennium van de 20e eeuw was door de Stichting Vrienden van Oud Hillegom een spreekster uitgenodigd die niet kwam opdagen. Voorzitter ontwaarde wandelaar onder het publiek in de Kulturele Raad, die daar voor het eerst bij de vrienden zijn neus liet zien, en zei: ‘Help me uit de brand’.

-Op de eerste rij in de Paardekooper architectuur hadden de prominenten plaats genomen met achter hen de geïnteresseerde leden. Over de hoofden van de hotemetoten, die iedere meter aan het berekenen waren die na afbraak van het gebouw voor nieuwe bouwgrond kon zorgen, richtte sprekerwandelaar zich tot de toegestroomde menigte: ‘U in dit atrium gezeten kijk eens naar de subtiele details van de architectuur om u heen, denk aan maat en getal in dit gebouw, bewonder de smeedijzeren kroonluchters, zie het plafond, de “Romeinse” betonnen zuilen, de smeedijzeren tralies rond de gaanderij’. De zaal viel stil, het draagvlak was geboren dat tot behoud van het gebouw zou leiden.

-September 2008 kreeg wandelaar van zijn dochter de tip dat er iets ging gebeuren bij de Vrienden van Oud Lisse, op 16 september. Na enig ‘googelen’ verscheen de naam Paardekooper’ op het scherm. Een zoon van de architect Ir. A.H.J. Paardekooper zou een lezing houden. Tijdens deze lezing werd onderbouwd dat de smet ‘foute’ architectuur naar het land der fabelen verwezen dient te worden.

Opgelucht pakte wandelaar zijn fiets en vertrok richting Hillegom, de Parel van de Bollenstreek. Op de Oranjelaan te Lisse bij de Mariakerk bad hij een weesgegroetje en dacht aan de opmerking die Ir. A.H.J. Paardekooper maakte toen hij met hem een rondrit maakte langs zijn architectuur in Zuid-Holland: ‘Kijk die kerk, dat is voor mij de Hoeksteen van mijn katholieke bouwproject in Lisse’.

getekend: Wandelaar (pseudoniem bekend)

Mariakerk

Detail van de muren en kozijnen

Nadat op 17 maart 2007 de slotviering in de Mariakerk had plaatsgevonden was het enige tijd onzeker wat de toekomst van het gebouw zou worden. Inmiddels is er gelukkig meer duidelijkheid. Gebouw en pastorie blijven behouden en krijgen een nieuwe bestemming als gezondheidscentrum. Kerkhof en voorplein blijven onderdeel van de Agathaparochie. Op het voorplein komt een klokkestoel met de huidige klok. Er komt een kleine Mariakapel. Prachtig dat met deze invulling een creatie van ir. Paardekooper behouden kan blijven.