Berichten

 Het vergiftigingsdrama in 1920 te Lisse

Op 12 december 1920 vermoorde mevrouw van den B. samen met haar commensaal C. van der L. haar man J. van den B. door vergiftiging met arsenicum. Zij stonden terecht voor de Haarlemse Gerecht. De beschuldiging, de veroordeling e.d. worden weergegeven.

door Arie de Koning

2020

Weer stroomde de publieke tribune van de Haarlemse Rechtbank vol. Dicht aaneen geschaard stonden de luisteraars. Alle nieuwsgierigen konden niet naar binnen, toen de tribune gevuld was, stonden nog honderden voor het Paleis van Justitie in de Haarlemse Jansstraat te wachten. Uren stonden zij daar geduldig te wachten, maar kans om binnengelaten te worden was er niet.

Vele belangstellenden waren uit Lisse gekomen en ook de gereserveerde tribune was geheel bezet.

Als beklaagden kwamen in dit drama, Gerarda Hendrica van der M., weduwe J.L. van den B. en haar vroegere commensaal Casparus van der L. Aan de vrouw was ten laste gelegd dat zij op

Op 12 september 1920 te Lisse, tezamen met van der L., nadat zij na rijp beraad en in kalm overleg besloten hadden, haar echtgenoot J.L. van den B. van het leven te beroven, haar man een kop chocolade heeft gegeven, terwijl zij wist, dat in die chocolade door van der L. een dodelijke dosis arsenicum was gedaan, aan welke gevolgen van den B. is overleden.

Aan van der L. was medeplichtigheid ten laste gelegd.

De vrouw is een eenvoudig dorpsvrouwtje, geheel in het zwart gekleed. Haar uiterlijk heeft iets doms en onbetekenends. Zij is pas 34 jaar, maar ziet er uit als een vrouw van ruim veertig. Haar medeplichtige is een 45-jarige landarbeider uit Lisse, iemand met een donker uiterlijk.

Eerst werden, nadat de dagvaarding was voorgelezen, de rapporten van de deskundigen, die het lijk van de vergiftigde onderzocht hebben, voorgelezen. Hiermede was een half uur gemoeid. De beklaagden zaten dit stil aan te horen, ze begrepen natuurlijk niets van de aaneenrijging van medische termen die de deskundigen op schrift gesteld hadden om tot de conclusie te komen, dat van den B. ten gevolge van arsenicumvergiftiging was overleden.

Door het Openbaar Ministerie was een twintigtal getuigen gedagvaard.

Als verdedigers traden op voor van der L. Mr. Pliester en voor vrouw van den B. Mr. C. van Sprang.

Eerst was de bedoeling geweest om de zaken gescheiden te behandelen, om van der L. als getuige te kunnen horen in de zaak van vrouw van den B. en deze weer in de zaak tegen van der L. Op het laatst is evenwel van dit voornemen afgezien en besloten de zaken gelijktijdig te behandelen. Hierop had het verhoor van de beschuldigden plaats.

De vrouw vertelde dat van der L. reeds anderhalf jaar bij haar woonde als commensaal. Er was tussen hen een zeer vertrouwelijke omgang gekomen, zodat zij meenden dat van den B. teveel in het gezin was. Met van der L. had zij er meermalen over gesproken dat van den B. in huis Jan genoemd, maar ‘opgeruimd’ moest worden.

In april of mei had van der L. arsenicum in huis gebracht. Later had hij gezegd ‘dat is om je man op te ruimen’. Op 10 September zou van den B. thuis komen van zijn werk als stoker op de Gasfabriek te Lisse. – Ik had toen, – zo vertelde de vrouw, in een pannetje chocolade voor mijn man klaargemaakt. Ik had van der L. met een kopje arsenicum zien lopen. Later heb ik dat kopje uitgespoeld omdat ik het nog niet doen wou. – Daarop heeft van der L. weer poeder in dat kopje gedaan en zelf het poeder in de chocolade gedaan.- Toen heb ik, toen mijn man thuis kwam, hem de chocolade gegeven.

President: Terwijl u wist dat van der L. er arsenicum in had gedaan?…….

Beklaagde: Ja !……

President: Het was de bedoeling uw man te doden. Wou u dan later met van der L. trouwen?

Beklaagde: Dat niet, ik wist dat van der L. getrouwd was….

 

President: maar hij kon scheiden, hij leefde als geheel gescheiden van zijn vrouw.

Verder vroeg de president waarom beklaagde haar man vergiftigd had.

Beklaagde: Ik had geen leven met mijn man……..

Van der L. daarop gehoord, verklaarde dat hij het arsenicum in de chocolade had gedaan.

Eerst wilde hij beweren dat hij zich ’t niet herinnerde, maar toen de president zijn verklaring voor de rechter-commissaris, gaf hij toe dat hij het gedaan had. Bovendien zei hij dat hij vroeger al eens arsenicum in de koffie van den B. had gedaan. Daarvan was hij wel ziek geweest maar niet gestorven. Van der L. vervolgde: ik heb op die Zondag 12 September niet zoveel in de chocolade gedaan. Ik vermoed dat de vrouw nu die Zondag enige keren vergift aan haar man gegeven heeft. Zij heeft ook gezegd ‘ ik ben er nu maar mee opgehouden omdat hij alles er uitbraakt’.

Vrouw van den B. ontkende dit. Van der L. hield vol geen dodelijke dosis gegeven te hebben.

Eén der rechters: U hebt verklaard voor de rechter-commissaris, dat het een theelepeltje was.

Beklaagde: Het was niet zoveel, anders was van den B. dezelfde dag al gestorven.

Nadat nog eens de verklaring van vroeger voorgelezen was, erkende de beklaagde, het was iets minder dan een theelepeltje.

President: Niet veel minder?

Beklaagde: Ja, nogal wat minder zou ik zo zeggen.

De vrouw vertelde nog, nadat haar man enige dagen ziek thuis was geweest, de dokter het nodig oordeelde, dat de patiënt naar het zieken huis te Leiden werd overgebracht. Toen haar man daar was heeft ze hem een keer opgezocht, maar ze kwam te laat, van den B. was toen al overleden.

Hierop begon het getuigenverhoor.

De eerste getuige J.P. Berbee, had aan van der L. een zakje arsenicum gegeven. Hij vertelde dat het nodig was om ratten te doden.

De drogist Schouten, daarna gehoord, verklaarde, dat hij arsenicum aan Berbee verkocht had.

De directeur der Lissesche Gasfabriek, de heer H.S.A van Beek, vertelde dat van den B. op die bewuste Zondag gezond naar zijn huis ging. Maandag en Dinsdag was hij ziek geweest. Op Woensdag was hij weer gekomen, maar nog ziek. Toen hij weer naar huis ging, met de mededeling dat hij nog braakte, gaf getuige in overweging om een dokter te laten komen. Getuige kon van den B. al vele jaren, het was een oppassend man, die voor het welzijn van zijn gezin ijverde.

Dokter F.G.M. Haase, de huisarts te Lisse, heeft van den B. op Woensdag behandeld. Ik dacht aan vergiftiging, bijvoorbeeld door gas of vlees. Aan de patiënt heeft getuige nog gevraagd: “heb je niets gegeten dat niet in orde was”? De patiënt zei toen nee, en half glimlachend voegde hij er aan toe,”of mijn vrouw moet me wat ingegeven hebben”.

Op een vraag van de verdediger verklaarde dokter Haase, dat de vrouw van den B. eens tegen hem geklaagd had over het gedrag van haar man, die teveel naar andere vrouwen keek.

Verdediger Mr. Pliester: Is er u iets van bekend dat te Lisse het gerucht gaat, dat in het gezin van den B. kinderen gestorven zijn aan vergiftiging?

Dokter Haase: Ik herinner mij alleen dat er zes jaar geleden een jong kindje plotseling gestorven is: de verschijnselen kan ik mij niet meer goed voorstellen.

Van Mechelen, stoker op de Gasfabriek, heeft met van den B. gewerkt. “Hij klaagde de laatste tijd over zijn gezondheidstoestand, dikke benen, braken enz. Vroeger was van den B. een opgewekte vrolijke kerel, die wel eens dolde, maar nooit onfatsoenlijk was. Hij was een goede man, een goed vader. Alleen de laatste tijd was hij mismoedig.

Het Openbaar Ministerie: Maar toen was hem ook gebleken dat zijn vrouw het eens was met een ander. Een buurvrouw, juffrouw van den Berg had wel eens gezien dat vrouw van den B. op goede voet stond met van der L. Op een zekere dag was van den B. ziek. Vrouw van der B. zei toen: als hij maar gauw beter wordt of anders maar doodgaat. Er is nog een man.

Verder verklaarde deze getuige dat van den B. wel eens een grapje maakte maar steeds binnen de grenzen bleef. Getuige heeft van der L. na 12 September eens horen zeggen: “mijn misdaad is zo zwaar, dat er voor mij geen vergiffenis meer is”. Ook zei deze buurvrouw dat van der L., nadat er twist was geweest in het huis van den B. bij haar commensaal was geweest. Hij ging toen evenwel geregeld naar vrouw van den B. toe. Vooral was het haar opgevallen, dat van der L. meestal even overwipte voor van den B. kwam eten. Zij zag hem dan wel eens naar boven lopen waar zijn kist stond, waarin zoals later gebleken is, de arsenicum verstopt was. Een veldwachter te Lisse deelde mede dat hem bij onderzoek gebleken was dat van der L. op zedelijk gebied laag stond. O.a. moet hij zich misdragen hebben tegenover het 12-jarige dochtertje van v.d. B. hetgeen aan de moeder bekent was. De veldwachter had toezicht gehouden bij het leeghalen van de beerput bij de woning van v.d. B. Er was een blikken busje gevonden waarin nog een wit vocht zat, blijkbaar arsenicum.

Mr. Pliester vroeg aan getuige J.P.L. Hulst, arts te Leiden, of hij kan mededelen hoeveel minimum tijd de dood na het innemen van een dosis arsenicum kan volgen en hoe groot de maximum tijd kan zijn

Getuige Hulst: Bij een acute vergiftiging door arsenicum gebeurt dit in een minimum tijd van enige uren en bij een maximum tijd 8 tot 10 dagen, dit kan echter ook wel twaalf dagen zijn. Dit hangt ook wel af van de hoeveelheid arsenicum die ingenomen is. Iemand die vaak onder arsenicuminvloed verkeert, zal niet zo spoedig hinder er van hebben als iemand die slechts in een enkel geval arseni-cum inneemt. De Officier van Justitie nam nota van deze verklaring. Daarna werden enkele artsen als getuige gehoord, zo ook Professor van Itallie, hoogleraar te Leiden, welke verklaarde dat het vergift wat in de uitwerpselen van het slachtoffer gevonden is, arsenicum was. Op een desbetreffende vraag antwoordde de deskundige dat hij in deze zaak aan een sub – acuut vergiftigingsgeval moet denken.

Na het horen van nog enkele getuigen wordt de zitting geschorst.

Uitspraak op 28 februari 1921.

Het Openbaar Ministerie had gezegd in zijn requisitoir: “het heeft geen nut meer deze mensen, die zich aan zo een ernstig misdrijf hebben schuldig gemaakt, nog eens in de maatschappij te laten terugkeren”. “Daarom stel ik de rechters voor hen te veroordelen tot levenslange gevangenisstraf”. Toen de beklaagden deze eis hoorden waren zij gebroken. De verdedigers putten zich uit te betogen dat al hebben de mensen zwaar misdreven, hen nog in elk geval een kans moet gegeven worden om nog eens in de maatschappij terug te keren.

Heden zou de rechtbank vonnis geven.

De publieke belangstelling was ook deze keer heel groot. Honderden luisteraars – waar onder vooral veel jonge vrouwen en meisjes – stonden voor de benedendeuren van het Paleis van Justitie. Allen stonden in rijen geschaard . Enige rijksveldwachters en politieagenten zorgden vor de orde.

Even voor tienen werden de deuren geopend en de eerste bezoekers stormden naar boven.

Een zeer luidruchtig volkje die Lissers, het was of het een schouwburgvoorstelling was en de mensen blij waren een goede plaats te hebben veroverd. Meisjes en vrouwen hadden een “snoepje” mee genomen……. Die publieke belangstelling, zich op deze wijze uitend, maakte een stotende indruk. Hier zou tenslotte worden beslist of twee mensen voor ’t gehele verdere leven naar de gevangenis verwezen zouden worden. De veldwachters geboden stilte waarna de beklaagden binnen werden geleidt, elk bewaakt door een veldwachter. Ze namen plaats in het bankje, even elkaar schuw aankijkend. De rechters kwamen uit de raadkamer en namen plaats. Nu zou men het horen…….

15 jaar cel

De president deelde dadelijk mede: – de rechtbank heeft beide beklaagden, de 45-jarige weduwe van den B. en haar 35-jarige gewezen commensaal van der L. – veroordeeld tot 15-jaar gevangenisstraf. De vrouw barstte na het horen van het vonnis in snikken uit. Gedurende ’t voorlezen van ’t vonnis, dat ongeveer een half uur duurde, bleef ze zenuwachtig huilen. Vooral bij de passages in het vonnis waarin werd geconstateerd dat zij met haar commensaal afgesproken had om met arsenicum haar man´ op te ruimen´. Ook bij de passages over het lijden van haar man, thuis en in ´t ziekenhuis.

Van der L. zat star voor zich uit te staren, ook onder de indruk van het vonnis. 15 jaren, de vrouw zal 60 jaar zijn als zij vrijkomt, de man 50 jaar. En jaren in de gevangenis tellen dubbel……..

Toen de president het vonnis mede deelde, klonk van de tribune een kreet van ontzetting.

Na het voorlezen van het vonnis werden de veroordeelden weggeleid.

Een verwoest gezin….

Vader vergiftigd, gestorven en begraven, moeder in de gevangenis.

De kinderen verstrooid en overgelaten aan de goedheid van andere mensen. Ook het kindje dat voor enkele maanden in de gevangenis het levenslicht heeft aanschouwd……..

Resumé:

Het aandeel van vrouwen onder de zware criminelen was in de negentiende en vroeg twintigste eeuw opvallend groot en niet gebonden aan enige regio. Wel waren in de havensteden deze aantallen wat hoger door de prostitutie en gauwdieverij onder vrouwen.

Ook in Lisse en omgeving zijn er gevallen waarbij de vrouw zich van haar man ontdeed bekent. Fysiek zwakker, bedienden zij zich meestal van enigerlei vergift, meestal in de vorm van arsenicum, welke in die dagen vrijelijk bij de Apotheek verkrijgbaar was ter bestrijding van ratten.

Zo ook bovenbeschreven Gerarda Hendrica (Ger) van der M.  Blijkens de verhoren komt naar voren dat haar huwelijk met Jan L. van den B. behoorlijk ontwricht was en Jan zich ontpopte als huistiran. Zij kreeg in totaal tien kinderen van hem waarvan de laatste, Hendrikus op 17 januari 1921 in de Haarlemse Koepelgevangenis werd geboren, waar Ger, hangende het moordonderzoek in voorarrest zat. Slechts drie kinderen zijn volwassen geworden…….

Gerarda Hendrica van der M. was geboren op 21 mei 1886 in Rijnsaterwoude als dochter van Pieter van der M., arbeider, en Cornelia van K. Zij trouwde op 12 september 1906 met Jan L. van den B. een 28-jarige arbeider bij de Gasfabriek in Lisse. Hij was geboren in Groningen op 3 april 1878 als natuurlijke zoon van Antje van den B. Hij is overleden in het ziekenhuis te Leiden op 24 september 1920.

Niet bekend is waar Gerarda Hendrica v.d. M. haar straf heeft uitgezeten, maar zij is teruggekeerd naar Lisse en aldaar op 3 maart 1957 overleden op 70-jarige leeftijd.

Casparus van der L. is niet gevonden in de archieven.

Bronnen:

Strafvonnissen Arr. Rechtbank Haarlem

Haarlems Dagblad 21-02-1921 blz.2/3

Haarlems Dagblad 28-02-1921 Blz. 1

Persoonsarchief Vereniging Oud Lisse

Crime and gender 1600-1900 Universiteit van Leiden

 

Lisse TijdReis-Bewoners1830 en LTR-Archief komen beschikbaar

Het team dat de LTR-Bewoners1830 en LTR-Archief onderhanden had, heeft de projecten afgerond. De resultaten komen nu in twee stappen beschikbaar. Tijdens de Vrijwilligersavond op 17 december 2019 krijgen de vrijwilligers een toelichting terwijl de overige leden op 9 januari 2020 tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst kunnen kennismaken met LTR. Wat komt er nu beschikbaar? LTR-Bewoners1830 laat via een kaart zien hoe Lisse in de periode 1812-1830 in percelen was verdeeld en waar de gebouwen stonden. Door te klikken op een perceel komt achterliggende informatie beschikbaar, zoals: de eigenaar, de soort van eigendom, de naam van de buurt, het adres indien van toepassing, en de eventuele bewoners op het betreffende adres. Via een zoekfunctie kunnen we zoeken op eigenaar, adres en bewoner. De perceelverdeling van 1830 is van groot belang voor historisch onderzoek; het is de oudste nauwkeurige vastlegging van de indeling van het dorp en geeft houvast voor de indeling tot aan de middeleeuwen. Maar laten we LTR-archief niet vergeten. Via een tabelvorm komt informatie beschikbaar van onze verzamelingen. Door de werkgroep Archivering wordt hard gewerkt aan de inhoud, in eerste instantie gericht op onze boeken en foto’s. Later komen daar andere verzamelingen bij, zoals: bidprenten, krantenknipsels, topografische kaarten, schilderijen, en prenten. Komt dat zien op 17 december 2019 en 9 januari 2020.

 

Klik hier om naar de site te gaan.

Vtijwilligers van de VOL hebben toegang tot veel meer informatie.

Verborgen verleden in Lisse

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” doet onder andere onderzoek naar de lokale geschiedenis van haar bewoners, de gebouwen en het landschap. Veel namen van bewoners en huizen zijn bekend, maar er zijn ook nog veel puzzelstukjes. Wie doet er mee om het verre verleden te laten herleven?

 Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                

8 oktober 2019

door Nico Groen

Genealogie en historie

Onderzoek naar de geschiedenis van Lisse wordt gedaan door leden van de werkgroep Genealogie en Historie. De geschiedenis kunnen we achterhalen door oude akten te raadplegen. Het is verbazend om te zien hoeveel er al in de 17de eeuw werd vastgelegd in Lisse: aan- en verkopen van grond en gebouwen, hypotheken, testamenten, rechtspraak, enzovoort. Al die akten worden bewaard in archieven zoals in het Nationaal Archief in Den Haag, het Gemeentehuis van Lisse of het Kadaster. Gelukkig zijn veel akten gefotografeerd en digitaal te raadplegen bij de VOL. De oude teksten zijn echter vaak moeilijk te lezen. Daarom is een aantal leden bezig om de oude teksten om te zetten naar leesbare tekst. We proberen verder zoveel mogelijk gegevens van de vroegere bewoners van Lisse bij elkaar te krijgen: over doop, trouwen en begraven, over kinderen en beroepen. Ook willen we achterhalen hoe het dorp er vroeger uitzag, hoe de perceelverdeling was en welke gebouwen er stonden en wie daar woonden. Laten we eens naar een voorbeeld kijken.

‘t Vierkant bij Foto Engel

We nemen u mee naar een pand op het Vierkant en zijn geschiedenis. En wel naar Heereweg 209 de plaats waar Foto Engel zich bevindt. Een locatie die heel wat aan zich voorbij zag komen. Bijvoorbeeld het uitzicht op de rechtbank en de gevangenis, tal van herbergen, de postkoets  Leiden-Haarlem waar de passagiers overstapten, de legereenheden die door Lisse trokken of hier overnachtten zonder te betalen, het uitzicht op het schavot en op de ‘Groote of Groenen Eik’ waar oorspronkelijk recht gesproken werd.

Maar het gaat natuurlijk ook over de bewoners die op de plek van Foto Engel hebben geleefd, gewoond en gewerkt. We kunnen terugkijken tot 1585. In oude akten was de plaats 200 jaar lang op te sporen omdat deze bekend stond als ‘De Camer’. De nodige beroepen trekken voorbij van hen die hier hebben gewoond en geleefd door de eeuwen heen. Voorbeelden zijn landbouwers, chirurgijns, een vleeschhouwer, een koopman in turf, een bierbrouwer, een duijnmeijer (een soort boswachter), een herbergier, een smid, een kleermaker en een wielmaker.

Oproep voor vrijwilligers

De namen van al deze bewoners  zijn bij de Werkgroep bekend, maar er zijn ook nog veel puzzelstukjes die ontbreken. Daarom zoeken wij nog mensen met interesse voor onze dorpsgeschiedenis om samen dit verre verleden te doen herleven.

Voelt u er iets voor? Komt u gerust eens langs op de wekelijkse inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan aan de 1e Havendwarsstraat 4. De koffie staat klaar.

Foto: Het witte gebouw is restaurant De Oude Heere, daarnaast foto Engel.
Deze ansichtkaart is vóór 1909 gemaakt.
Foto: Beeldbanklisse.nl

Waarom heet boerderij De Wolff zo?

De bewoningsgeschiedenis van boerderij de Wolff wordt beschreven.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

12 maart 2019

door Nico Groen

Naar aanleiding van de vorige columns in Sporen van Vroeger over boerderij De Wolff vroegen diverse mensen waarom deze boerderij ‘De Wolff’ genoemd wordt. Van 1823 tot 1850 boerde hier Jan Wolff. De boerderij was vanaf 1797 in bezit van zijn vader, Caspar Wolff.

Op de woning staat een gevelsteen met het jaartal 1603 er op. Vast staat in ieder geval dat op deze plek vóór 1612 een nieuwe boerderij is gebouwd. Dit zou dus heel goed 1603 geweest kunnen zijn. Vóór die tijd staat er echter ook al een bedoening. Deze plek wordt voor het eerst in 1528 genoemd. De eigenaren tussen 1528 en 1779 zijn bekend. Daarbij is echter niemand die De Wolff heet.

Caspar (Casparus Hendricus) Wulff of Wolff is in 1774 geboren bij Osnabrück in Duitsland. In 1792 als hij 17 jaar is, woont hij in Amsterdam en wordt ingeschreven als leerknecht bij een chirurgijn (dokter). Hij wordt later zelf een bekende chirurgijn. Hij trouwt in 1797 met Huberta Verdegaal, die op boerderij Welgelegen aan de Heereweg bij de Vuursteeglaan in Lisse geboren is. Haar vader is Jan Verdegaal en haar moeder is Willemijntje Vreeburg.

Caspar en Huberta krijgen in 1797 ‘bij donatie’ van Jan Verdegaal een bouwmanshuis (de latere boerderij de Wolff) en de landerijen er omheen. Dit bouwmanshuis is al in 1779 gekocht door Jan Verdegaal. Caspar Wolff koopt in 1803 meer grond rondom de boerderij. Het echtpaar heeft daar echter zelf nooit gewoond maar is na hun trouwen aan ’t Vierkant gaan wonen. Hij is hier chirurgijn tot 1828. Dan vertrekken zij naar Oegstgeest.

Jan Verdegaal is in 1823 overleden. Huberta erft dan definitief boerderij De Wolff en de landerijen van haar vader. Huberta’s zus Maryte is getrouwd met Jacob Riggel. Zij erft Boerderij Welgelegen op de hoek van de Heereweg en de Vuursteeglaan.

Johannes (Jan) Wolff

Uit het huwelijk van Caspar en Huberta zijn 14 kinderen geboren, waarvan Jan de oudste zoon is. Hij is geboren in 1799. Hij trouwt in 1823 met Petronella van der Geest en na haar overlijden met Adriana Kester. Hij gaat in 1823 boeren op de latere boerderij De Wolff, maar zijn ouders blijven eigenaar van de boerderij met het woonhuis en de landerijen, die zich uitstrekken van de Stationsweg tot de Speckelaan.

Verkoop aan landgoed Keukenhof in 1850

In 1848 overlijdt Huberta. Caspar besluit zijn landerijen in 1850 te verkopen aan mevrouw Steengracht, de echtgenote van Baron van Pallandt van Keukenhof. Het betreft de woning, de boerderij en alle percelen (28 ha) tussen de Speckelaan en de Stationsweg. Caspar zelf overlijdt in 1856. Zijn zoon Jan Wolff heeft sinds 1823 al die tijd op de boerderij gewoond en gewerkt. Als de boerderij verkocht wordt in 1850, stopt hij met boeren en gaat wonen op ’t Vierkant. Hij overleed in 1867.

De familie Wolff heeft dus van 1797 tot 1850 de boerderij met woonhuis in bezit gehad en het is niet vreemd dat de boerderij naar hen vernoemd is. In de loop der jaren is het echter boerderij ‘De Wolff’ geworden en niet boerderij ‘Wolff’ of ’Van Wolff’. Vóór de tijd van Wolff werd de boerderij ‘Het bouwmanshuis van Berkhout’ genoemd. Daar was toen het bos van Landgoed Berkhout.

De kopgevel van de woning is door het groen bijna niet te zien. Foto: Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek

Inhoud Nieuwsblad Jaargang 16 nummer 2 Lente 2017

 

Bij de voorplaat Schilderij Dorpskerk Op de voorpagina staat een schilderij van de Dorpskerk uit 1880 van Pieter Adrianus Schippus
Oud Nieuws Van der Saal wilde niet op wacht Op 23 augustus 1726 krijgt Cornelis Pieterse van der Saal een boete omdat hij niet op wacht wilde. Hij was in ondertrouw gegaan in Lisse op 31 augustus 1730.
Oud Nieuws Meevaller van het pensioen en eervol ontslag Johannes Petrus Zijlmans, geboren op 1 november 1819 was politieman in Lisse en gaat op 20 mei 1890 met pensioen. Hij was ook gemeentebode, wijkmeester en aanplakker.
Oud nieuws Opstekertje van 5 gulden Dirk van der Horst werd betaald voor het aansteken van 3 lantaarns, een bij het wachthuisje aan de Achterweg, een bij de beek en de 3e bij de Waag.
Pex, R. Jan Ponsioen (1921-1987) (1) Jan Ponsioen woonde jarenlang op de vuilnisbelt in de Rooversbroek en later in een vervallen huis aan het einde van de 2e Poellaan. Hij was een bekend figuur in Lisse. Zijn levensloop wordt besproken.
Pex, R. Woonwagenkamp (1945-1972) Oorspronkelijk lag het woonwagenkamp tussen de Ringvaart en de Broekweg. In 1956 ging het kamp naar de Rooversbroekpolder bij de vuilnisbelt aan de Ringvaart en in 1966 naar de Middenweg. Begin zeventiger jaren verhuisde het kamp naast de flat aan het Ruisdaalplein.
Floorijp, D. Arm en naamloos begraven Een arm en naamloos man werd gevonden in een schuur van Willem Adrianus van der Stel. Hij werd door gemeente begraven. Een paar jaar later werd van der Stel vol pracht en praal begraven.
Floorijp, D. Een unieke vondst Het verloren gewaande Diaconie boek van de Ned. Herv. Kerk uit Lisse uit de periode 1638 tot 1651 is gevonden bij het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Koning, A. de Rijke stinkerds Op 7 september 1825 doet George Golphin Osborne aangifte van de geboorte van een dochter. Hij woonde op Keukenhof. Beschreven wordt hoe de familie in Lisse terecht kwam.
Brouwer, L. Daar aan de Haven: Jan van der Linden Van de Linden woonde in het voormalige VVV-gebouw aan de Grachtweg. De familiegeschiedenis wordt besproken, evenals de gerestaureerde glas-in-lood raampjes.
Lisser kwartiertje Martinus van der Linden Martinus van der Linden is geboren op 11 mei 1895 en overleden op 4 januari 1974.
Redactie Luchtfoto Lisse 30 jaar geleden Een luchtfoto uit 1988 van het gebied rondom Blokhuis laat zien dat er veel veranderd is.
Boogerd, D. De Gribus bij de Engel Op de hoek van de 2e Poellaan/Heereweg lagen vroeger 9 arbeidershuisjes. Daar was het armoede. Het heette daar de Gribus. De geschiedenis en de bewoners worden besproken.
Koning, A. de Grand Prix de Lis Het had weinig gescheeld of in het Langeveld was in 1925 een Automobiel Renbaan gerealiseerd.
Groen, N. 100 jaar bloembollenonderzoek in Lisse Op 12 april 1917 werd Egbert van Slogteren aangesteld als wetenschappelijk ambtenaar in Wageningen en gedetacheerd in Lisse. De 1oo-jarige geschiedenis wordt besproken.
Nieuwsflitsen Grenspaal Bij werkzaamheden aan de Grachtweg is een grenspaal met Lisse er op gevonden. De paal ziet er hetzelfde uit als de 2 grenspalen aan de Loosterwegen. De vraag is waar deze paal vandaan komt.
Nieuwsflitsen Museum wil Oude School kopen Museum de Zwarte Tulp heeft plannen om de Openbare School aan de Heereweg te kopen.
Nieuwsflitsen Erepenning voor Zwanendrift De erepenning 2017 voor een mooi gerestaureerd gebouw is dit jaar naar de familie Zeldenthuis  gegaan. Zij hebben de monumentale boerderij Zwanendrift prachtig in goede staat gebracht.
Nieuwsflitsen Uitreiking Vrijwilligersspeld VOL De vrijwilligersprijs 2016 is naar Rob Pex gegaan voor zijn werkzaamheden voor de VOL.
Wie weet raad? Reactie op kindercorso 1955 In het vorige Nieuwsbrief stond een foto van het kindercorso in 1955. diverse mensen op de fotoworden  genoemd. Het was een wagen van de HoBaHo.
Wie weet raad? Reactie op groepsfoto Leen Boogaard Diverse reacties zijn binnengekomen op de groepsfoto van Leen Boogaard, een ongehuwde man, die bij de gemeente Lisse werkte en muziekles gaf.
Wie weet raad? Namen bij heropening LBO in 1930 Veel namen worden genoemd op de groepsfoto bij de heropening van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek in 1930.
Wie weet raad? Info gevraagd over turbulente jaarwisselingen Burgemeester de Graaf wilde het vuurwerk  in de nacht van oud op nieuw verbieden. Ludieke acties volgden. Meer info wordt gevraagd.

 

EEN GENERAAL OP BERKHOUT

De bewoningsgeschiedenis van Huize Berkhout wordt beschreven.Het huis lag waar waar nu woonzorgcetrum Berkhout is gevestigd. De generaal was J.A. von Barner. Hij koopt Berkhout in 1722.

door Dirk Floorijp

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 2 Lente 2018

Voor schout Jacob van Dorp en de schepenen Cornelis Adriaansz van der Saal en Arent Meese van Velsbrugge verkoopt op 17 mei 1722 Pieter Colaard, koopman in Haarlem, aan luitenant generaal Joan Albregt von Barner, Generaal van de Holsteinse troepen in dienst van koning Willem III, een schoone vermakelijke hofstede genaamt Berkhout, met desselfs huijsinge, boomgaarden, tuijnen, bloem en moesperken, binnen en buijtenlanen, bepotingen, beplantingen en al het gene daarin aard en nagelvast is. Begroot op twee morgen en vierhonderd veertien roeden, belend ten noordwesten de landerijen van mr. Isbrand de Bije oud burgemeester der stad Leijden en mr. Pieter Six, oud schepen der stad Amsterdam en ten noordoosten de Veenderlaan. De koop wordt gesloten voor een bedrag van 5000 gulden waarvan de helft gelijk wordt betaald en de wederhelft binnen twee maanden met een wisselbrief. Dit alles zonder bedrog voor schout en schepenen gepasseerd. Hier hoorde nog bij 550 roeden lands recht voor de hofstede gelegen, voorts nog twee morgen land genaamd den hooge Kroft, ende akerenbos met den halven weg.

De Generaal was zo verknocht aan zijn buitenplaats, dat hij op verzoek en met goedkeuring van de Staten van Holland op zijn buitenplaats op Berkhout begraven mocht worden ipv in de kerk waar hij wel grafrechten aan moest betalen. Nog geen jaar voor zijn overlijden kocht hij in december 1724 nog 3 morgen en 130 roeden land van mr. Pieter Six op de oude venen aan de Veenderlaan voor 2600 gulden. Ook koopt hij op 30 januri 1725 nog een huis met 44 roeden land in de oostgeest in de oude mosvenen voor 365 gulden, misschien voor zijn personeel? Hij heeft maar drie jaar van Berkhout mogen genieten. Zijn zoon Siegfried was nog minderjarig, voor hem werden voogden aangesteld, de halfbroers van zijn moeder Dorothea von Plessen. Het totale bedrag van de aankoop van Berkhout werd pas afgelost op 24 maart 1730 bij secretaris Jacob van Dorp, twee jaar nadat Cristiaan Jonk, koopman te Amsterdam de buitenplaats had gekocht. En nog steeds rust zijn gebeente in de buurt van het verzorgingshuis Berkhout.

Bouwer, eigenaars en bewoners

Ligging Volgens de Verponding van 1735 lag buitenplaats Berkhout in de Oude Mosveense buurt, als nr. 60. Ten westen van de Heereweg, ten zuiden van de Veenderweg, ten noorden van het afgegraven Berkhouter Duintje. De huidige locatie is om en nabij woonzorgcentrum Berkhout, Berkhoutlaan 15. Oostelijk van Berkhout lag de moestuin, westelijk het bos van Berkhout, vóór hofstede De Wolff.

Hendrik Valkenaer (Poortugal 1600/1669) ambachtsheer van Duyckenburg en Portengen, schout van de stad Utrecht (van 1633 tot 1662 ambachtsheer van Lisse) getrouwd met Florentina van Mathenesse (Putten 1604/1670), vrouwe van Giessen, dochter van Karel van Mathenesse (Schiedam 1570/1625) en Johanna Piek (Giessen 1568/1625). Bewoner: Adriaen van Gorcum (Lisse 1690), schout en secretaris van Lisse, in 1630 getrouwd met Cornelia Cornelis de Jonge, later met Sijberig van der Horst (Lisse, 1707). Eigenaar: 1669: Carel Valckenaer (1638-1686), heer van Valckenaer en Duyckenburg, ambachtsheer van Valckenaer, Lisse en Giessen, watergraaf van Bies veld, maarschalk van Montfoort en van het Nederkwartier van Utrecht, zoon van Hendrick Valckenaer en Florentina van Mathenesse; Carel Valckenaer reisde in 1660/1661 op het schip “Middelburg“ met een gezelschap hoogwaardigheidsbekleders naar het Koninklijk Hof in Spanje; hij is, evenals zijn vader, ambachtsheer van Lisse (1670-1686), zijn zuster, Florentina Valckenaer volgt hem in 1686 op als ambachtsvrouwe. Bewoner: Hannard van Gorcum (Lisse, 1632-Lisse, 1681); notaris, schout en secretaris van Lisse, zoon van Adriaen van Gorcum en Cornelia Cornelis de Jonge.

Gravure Berkhout door Abraham Rademaker 1732 RHYNLANDS FRAAISTE GEZICHTEN “Een zeer deftige huizing, waarop een torentje staat met klok en uurwijzer. ’t Heeft ook een ruim koetshuis en stalling voor 16 paarden, orangehuis, speelhuizen, grote en kleine hoenderhokken en ook duivenhokken, alsmede een bekwame plaats voor eenden. Alles modern getimmerd, diverse vakken met broeibakken, glazen trekkas, grotten, vijvers, starrebos met lanen daarom henen, daarin een viskom met een terras. Voor de ingang staat een fraai ijzer hek“.

1679 eigenaar/bewoner: Hannard van Gorcum (Lisse, 1632-1681); notaris, schout en secretaris van Lisse, zoon van Adriaen van Gorcum en Cornelia Cornelis de Jonge. Hannard van Gorcum kocht Berkhout van Carel Valckenaer voor “vier duijsent sevenhondert gulden“. Eigenaar/bewoner: 1682 Adriaen van Gorcum (Lisse, 1690), schout en secretaris van Lisse, in 1630 getrouwd met Cornelia Cornelis de Jonge, later met Sijberig van der Horst (Lisse, 1707). Eigenaar: 1698 Pieter Colaert, koopman te Haarlem 1705 herinrichting van de tuin van buitenplaats Berkhout; werklieden:Gerrit Jansz Brero (Lisse, 1666), zoon van Jan Gerritsz Brero en Ariaentje Floris, Cornelis Pietersz Cole (Lisse, 1672), zoon van Pieter Cornelisse Cole en Jaepje van der Codde Jan Jansz Sonneveld, eerst getrouwd met Maria Cornelisdr van Larum (Lisse, 1737), daarna met Aaltje Dirksdr den Dubbelden. Eigenaar/bewoner: 1722 Johan Albrecht von Barner (Lisse, 1725), begraven op zijn buitenplaats, luitenant-generaal van de Holsteinse troepen , in dienst van stadhouder– koning Willem III; Johan Albrecht von Barner is getrouwd met Dorothea Elisabeth von Plessen, dochter van Christian Siegfried von Plessen en Clara Eleonore von Bülow Wedendorf

Berkhout heeft een lange geschiedenis en het verzorgingshuis verwijst naar deze mooie buitenplaats en houdt deze naam in ere. Berkhout stond daar van 1645 tot 1775. Cornelis Pronk tekende het in 1715 zo

1725 Christian Ludwig von Plessen (Schwerin, 1676 -Kopenhagen, 1752) en Carl Adolph von Plessen (1678-1758), geheimraden van de koning van Denemarken en Noorwegen. Beide halfbroers van Dorothea von Plessen krijgen de voogdij over Christiaan Siegfried von Barner, minderjarige zoon van Johan Albrecht von Barner en Dorothea Elisabeth von Plessen. Daghuurders: getuigen inzake een afgedamde en dichtgegooide sloot: Pieter Pietersz Berendregt (1657), getrouwd met Hillegont Korsse, Gerrit Jansz Brero (Lisse, 1666), zoon van Jan Brero en Ariaentje Floris; woont nr. 96/181,Cornelis de Zwart (Lisse, 1669-Lisse, 1732), getrouwd met Baafje van Tol (Lisse, 1734), Willem Willemse van der Meer (1671), getrouwd met Grietje Langevelt (Wassenaar, 1669), Cornelis Persijn (1691), getrouwd met Marijtje van Steijn, Jan Jansz Sonneveld, eerst getrouwd met Maria Cornelisdr van Larum (Lisse, 1737), daarna met Aaltje Dirksdr. den Dubbelden. Eigenaar/bewoner: 1728: Christiaan Jonk,koopman te Amsterdam. Eigenaar/bewoner: 1735 Justus Westerveen (A’dam, 1670), woont aan de Keizersgracht 276, Amsterdam, zoon van Jacobus Westerveen en Elisabeth Nielis, getrouwd met Gloudina Fremeaux. Eigenaar/bewoner: Pieter Jan Fremeaux (A’dam, 1738), zoon van Isaac Fremeaux (Izmir (TR), 1710 A’dam, 1771) en Geertruida Johanna La Clé (1716), getrouwd met Catharina Jacoba Westerveen (A’dam,1712 ), dochter van Justus Westerveen en Gloudina Fremeaux. Eigenaar/bewoner: 1765 Jan Isaac Fremeaux, koopman, woont aan de Keizersgracht 284, A’dam, getrouwd met Johanna Catharina van Velzen. Berkhout wordt in 1775 gesloopt, de gronden worden in percelen publiek geveild. ■

Bronnen

Hulkenberg: ’t Roemwaard Lisse, blz. 20–21

ARA, Rechterlijk Archief Lisse nr. 104 Gemeentearchief Lisse nr. 221

Haardsteegeld Lisse, 1666 Gemeentearchief Lisse, nr. 502 en 365

Rechterlijk Archief Lisse nr. 63, fol. 19. 68

Met dank aan Alfons Verstraeten.

Vereniging Oud Lisse start onderzoek naar ‘Sporen van Six’

In overleg met burgemeester Spruit is een onderzoek gestart naar het wel en wee van de familie Six in Lisse.

DAAR AAN DE HAVEN (deel 2)

Van het transportbedrijf en beurtschipper van der Linden aan de Grachtweg wordt de familiegeschiedenis beschreven.

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad Jaargang 16 nummer 3 zomer 2017

Waar eens schepen geladen en gelost werden kreeg de Haven na de drooglegging in 1962 een andere functie. Geen schepen maar vrachtauto’s hadden het vervoer overgenomen. De haven werd parkeerterrein met op maandag de markt en eind september de kermis.

 

Beurtschippers Van der Linden

In het vorige Nieuwsblad schreven we over de voorouders van kwartierdrager en beurtschipper Martinus van der Linden. Terwijl dat stuk gebaseerd was op geschreven bronnen gaan we nu via een iets andere route verder met deze familiegeschiedenis. Nu baseren we ons ook op persoonlijke herinneringen. Jan van der Linden, oomzegger van Martinus van der Linden, was zo vriendelijk die met ons te delen.

Start familiebedrijf
We schreven al dat Wilhelmus (Willem) van der Linden een succesvol ondernemer was. Hij startte met het uitventen van schillenmest aan kwekers. Volgens Hulkenberg liep de vrouw van Willem van der Linden nog “in de zeel”. Dus in de tijd dat alleen op windkracht werd gevaren. Met een beetje fantasie zie je het voor je. Het jonge schippersechtpaar met de pas verworven vlet, hardwerkend om een bestaan op te bouwen. Willem is de schipper, maar bij onvoldoende wind om te zeilen of wind uit de verkeerde hoek moet er gejaagd worden, het werk moet tenslotte doorgaan. Dan is de extra
trekkracht van zijn vrouw Marijtje nodig. Je ziet haar aan wal zwoegen in een soort draagband om de schuit te trekken. Kleinzoon Jan weet niet anders dan dat er met motorkracht werd gevaren. Over hoe Opa Willem aan het geld voor de vlet en het stuk in de Elsbroekerpolde kwam heeft hij wel eens horen vertellen dat grootmoeder wat geld inbracht. Grootvader
Willem was een man die overal kansen zag. Al gauw kwam er naast de vlet ook een motorboot die de naam De onderneming kreeg. De vloot zou uiteindelijk uitgroeien tot 6 schuiten, die allemaal De Onderneming heetten. Willem van der Linden was niet de man van het liedje “als je voor een dubbeltje geboren bent……”, integendeel, hij maakte eerder van ieder dubbeltje een kwartje of liever nog een gulden.

Zoons in het bedrijf

Zoals vaak bij een familiebedrijf kwamen de zoons bij vader in de zaak werken. Oudste zoon Simon beet het spits af. Hij was een echte schipper, sliep niet meer in het huis van zijn ouders, maar aan boord van zijn schip. Het gebruik van een petroleumlamp (onvolledige verbranding) is hem waarschijnlijk fataal geworden. Moeder Marijtje vond haar overleden 16-jarige zoon toen zij hem op zondagochtend wilde gaan wekken. Ook de andere zoons kwamen, wanneer ze daar de leeftijd voor hadden, in de zaak. Kwartierdrager Martinus (Tinus) was de volgende in leeftijd, daarna Theodorus (Dorus, de vader van Jan van der Linden die ons zijn verhalen vertelde) en dan volgt Wilhelmus (Willem). Varen werd de zoons Van der Linden met de paplepel ingegoten. Bloembollen moesten vanaf de kwekers, voor ze verder verscheept werden, eerst naar de Haven worden getransporteerd. Dat gebeurde meestal per vlet. Zo’n platte schuit had voor het vervoer van bollen een dicht dek om het stapelen van de bollenmanden/kisten te vergemakkelijken. (Een vlet voor het vervoer van andere zaken, zoals mest of riet had dat niet). Een vlet werd leeg gebracht bij bollenbedrijven die aan het water lagen en kon ongeveer 10 ton vracht laden. Daarmee manoeuvreren moest je goed kunnen, want varen door die kleine en smalle sloten viel echt niet mee. Op de Haven werd dan gelost en werd gesorteerd naar bestemming. Want er was een geregelde vaart op Amsterdam en dan het zeetransport. Eerst zijn de jongens zetschipper. Vader Willem is eigenaar van het bedrijf
en van de zoons wordt verwacht dat ze de zaak mee groot maken. Zij zullen de zaak ooit overnemen. Helaas overkomt ook de jonge Willem een fataal ongeluk. Dat vond plaats in Rotterdam. Het bedrijf was inmiddels al een grote onderneming geworden en de jonge Willem voer op De Onderneming VI. In Rotterdam moest hij onder de Wijnbrug door varen. Door eb en vloed heb je daar hoogteverschillen. Willem was daar niet op bedacht en had het stuurrad niet naar beneden
gedaan. Het botste met het brugdek en helaas brak de bevestigingspen niet af, wat eigenlijk had moeten gebeuren. Dat kwam omdat die pen niet van ijzer was gemaakt, maar van staal. Er werd nog wel een rechtszaak van gemaakt tegen de scheepswerf die deze fout begaan had, maar de familie verloor hierdoor in 1925 de jongste zoon.

De schepen

Voor de schipper is zijn schip zijn lust en zijn leven. Op ieder schip was een schipper en een schippersknecht. De laatsten waren vaak Katwijkers. Om in de machinekamer te komen gingen de klompen uit en ging het op de sokken naar beneden. In de machinekamer stonden oude sloffen, die de machinekamer niet uitkwamen. Zo bleef het daar schoon. De leidingen
van de motor waren van koper en moesten altijd worden gepoetst. Ze glommen je dan ook tegemoet. Het gewone onderhoud van het schip was voor de schipper. Ieder jaar kregen de schepen een verfbeurt. Dat moest voor eind mei in orde zijn, want dan begon de drukte. De bovenkant van de schepen werd geteerd (Dat ouderwetse teren is al weer lang
verboden, maar indertijd was het een terugkerende klus, niet alleen op schepen, maar ook op boerderijen enz.). Een gevleugelde uitspraak uit die tijd: “niet halen met die kwast, maar draaien met die kwast”. (kwam je beter in de nerven). Teerlucht slaat op je ogen en je moet uitkijken voor verbranding. Gelukkig lag aan de overkant van de Haven van Hillegom het Hof, met hoge bomen. Een mooie plek om in de schaduw de teerklus te doen.

De groei aan de Haven

Van der Linden begon in 1900 aan de Hillegomse Haven. Na de vlet werd de eerste grote schuit, Onderneming 1, aangeschaft. Daarmee werd een beurtdienst onderhouden. In Amsterdam was aan ‘t Singel een walhuisje voor de beurtschippers. Vanuit Hillegom, waar toen nog veel tuinders actief waren, werden groenten naar Amsterdam gevoerd. Daar waren de grote markten en kon men deze producten het best slijten. Natuurlijk zorgde je dan dat de schuit niet leeg terugging naar de Bollenstreek. Winkels als AH en dergelijke voeren zo hun artikelen vanuit Amsterdam aan, maar ook wanneer er bijvoorbeeld een fiets van Amsterdam naar de plaatselijke fietsenmaker moest dan werd dat via het walhuisje geregeld. Daarnaast was er het bollenvervoer dat steeds belangrijker werd. De bloembollenteelt werd deels naar ‘de Noord’
verplaatst en dus werden er bloembollen op en neer vervoerd tussen de Bollenstreek en Breezand, Anna Paulowna enz.. Bollenhandelaren kochten bollen op de veiling van Bovenkarspel. Die moesten naar de Bollenstreek. De bollen die
gekocht waren door Lisser kwekers werden vervoerd naar de Haven van Lisse, die voor de Hillegomse kwekers werden door de schippers van Hillegom vervoerd. De reis was nog een hele onderneming. Om naar de Noord te komen ging je vanuit de Bollenstreek via de Ringvaart naar Haarlem (daar passeerde je drie bruggen) en via de Mooie Nel naar de sluis van Spaarndam. Daar doorheen en via Buitenhuizen over het Noordzeekanaal naar Amsterdam. Dan door de Oranjesluis de Zuiderzee op (dat was toen nog een binnenzee, de afsluitdijk dateert pas van 1932) en naar Bovenkarspel. Heel veel stuurmanskunst is daarbij nodig en bij slecht weer ook niet zonder gevaar. Tegenwoordig heb je een stuurhut, toen
nog niet. Het kon dus spoken en dan was je blij weer op binnenwater te zijn.
Het Leidsch Dagblad van 25 juli 1925 meldt dat Willem van der Linden en zijn vrouw het 25-jarig bestaan van hun bedrijf eigenlijk ongemerkt hadden willen laten passeren (waarschijnlijk vanwege het verlies van hun jongste zoon) maar
dat dit niet gebeurde. Het walpersoneel bood een schitterend bloemstuk aan, voorstellend de Motorboot 1 en ook de kinderen boden een model aan van De Onderneming 1. In prachtige zilversmeedkunst meldt de krant, die ook nog
vertelt dat het werk die dag gewoon doorging, maar dat er ’s avonds feest werd gevierd. De zaak was dan eenvoudig gestart, maar was inmiddels een grote onderneming geworden.

Copex

Copex is nog steeds een toonaangevende speler op het gebied van logistiek. De Bond van Bloembollenhandelaren
richtte dit expeditiebedrijf in Hillegom op. Op de website van het Coöperatief Expeditiebedrijf Copex G.A staat vermeld dat het bedrijf in 1921 werd opgericht ’als tegenwicht tegen de onderlinge prijsafspraken van beurtschippers’. Het vervoer van de bollen werd daarop door Copex per spoor georganiseerd. Voor Van der Linden heel vervelend natuurlijk. Maar zijn kans kwam nog wel, want de afhankelijkheid van het spoor was ook niet alles. Een spoorwegstaking, net in het seizoen dat de bollen op transport moesten, noodzaakte de bollenhandelaren om toch weer met Van der Linden te gaan praten. Dat kon en opnieuw vervoeren kon ook, maar dan moest wel de prijs met fl.5 per ton omhoog en voor 10 jaar contractueel vastgelegd. Dat was schrikken voor de heren van Zanten, van Waveren, van Schooten en anderen en er ontstond natuurlijk gemor bij de bond. Maar de nood was hoog, de bollen moesten weg. Dus gevaren werd er. Overigens werd de verstandhouding tussen Copex en Van der Linden prima! Copex werd een geregelde opdrachtgever.

Koning van de Haven

Het bedrijf Van der Linden groeide. Voor een schuit aan de kade moest liggeld betaald worden. Met de groeiende vloot en de noodzaak om de kade voor het laden en lossen te gebruiken werd daarom met de gemeente een overeenkomst gesloten die inhield dat de kade van de haven rug tot de Havenstraat het terrein van Van der Linden was. Dat werd een contract voor meerdere jaren waar natuurlijk een prijskaartje aan hing. In die periode ontstond de naam Koning van de Haven voor Willem van der Linden. De gebruiksovereenkomst zou op een bepaald moment af gaan lopen en zo gebeurde het dat burgemeester Pont (ambtsperiode 1928-1937) vanuit de Hoftuin tegen Willem van der Linden riep: “we moeten eens praten”. Willem liet zich niet roepen en zei: “als er wat te praten valt dan kom maar op kantoor.” Dat gebeurde, de burgemeester kwam, maar het gesprek verliep stroef, de sfeer werd steeds grimmiger. Tot bij Willem de grens bereikt was, hij sommeerde de burgemeester naar buiten, wees hem de perceelgrens en sprak: “daar heb jij wat te zeggen maar hier bepaal ik het.” Tja, zo krijg je de naam Koning van de Haven.

Twee vestigingen

Een eerdere havenverbreding werd al rond 19 12
gerealiseerd, ±10 jaar later werd de gracht nog nog eens extra verdiept maar toen was de molen al afgeknot.

Lisse had, vergelijkbaar met Hillegom, altijd al een verbinding met het Haarlemmermeer en ook transport over water naar Amsterdam, Leiden enz. was belangrijker dan het transport over land. Toch lijkt de ontwikkeling van de Hillegomse Haven anders te zijn verlopen en eind 19e eeuw ook belangrijker te zijn geweest. Het havengebied in Lisse kreeg een belangrijke impuls toen de veilinggebouwen rond de Gracht werden gesticht. In 1922 werd aan de Haven een Duitse hangar geplaatst die dienst ging doen als veilinggebouw (HoBaHo). Dit was de start van veel bedrijvigheid in het Havengebied. Ook de HBG was al aan de Gracht gevestigd. In augustus 1923 meldt de Leidsche Courant een reisje van het
Lisser gemeentebestuur naar de voltooide nieuwe en verbeterde havenslootwerken. Enkele jaren daarvoor werd de Haven al verbreed en op diepte gebracht, maar schepen met wat meer diepgang konden de Haven toen nog niet binnenkomen. In het bedrijf van Willem van der Linden waren zijn zoons inmiddels actief. Zoon Martinus is in 1920 getrouwd. Het bedrijf liep prima en Willem zag de groeiende mogelijkheden in Lisse, zeker nu het havengebied beter bereikbaar was geworden. In het vorige artikel stond al dat Willem van der Linden in 1929 het pand aan de Haven in Lisse kocht van G. van Parijs. Het bedrijf kon hierna georganiseerd worden vanuit 2 vestigingen. Martinus woonde met zijn gezin in hetpand aan de Haven dat later lang dienst deed als VVV en hij leidde de Lisser vestiging. Toen Willem van der Linden de zaak overdeed aan zijn twee zonen ontstonden er feitelijk twee bedrijven. Willem van der Linden trok zich terug, kocht een huis aan de Leidsestraat en liet boven de voordeur een muursteen inmetselen met de symbolische naam “voor anker”. (Het huis staat er nog, nr. 80, maar de naam is niet te vinden). Dorus van der Linden bleef in Hillegom aan de Haven en noemde zijn bedrijf naar zijn schip, ‘De Onderneming’ en Martinus van der Linden huisde als vanouds in Lisse. In 1936 wordt achter het Lisser woonhuis in opdracht van Martinus een loods gebouwd. In 1946 wordt het waaggebouw, dat naast het woonhuis ligt, afgebroken en komt er een garage die Martinus in 1948 koopt.

Vrachtwagens

Het bedrijf van Mart van der Linden voor het plaats ging maken voor de appartementen van de Molenstraat

Het duurde tot na de 2e wereldoorlog voor de schepen echt concurrentie kregen van vrachtwagens. Het vervoer per schip was veel goedkoper omdat er meer lading tegelijk in een keer meegenomen kon worden. Werd ’s avonds een schuit van 80-100 ton met bollen geladen in De Noord dan was die de volgende ochtend weer voor wal in Hillegom of Lisse om te lossen en te bezorgen bij de bollenbedrijven. Per schip was het een hele onderneming, maar denk eens in hoe dat met een vrachtauto zou gaan; er zouden wel 20 vrachtwagen nodig zijn en dat moest dan door Alkmaar, Limmen, Heiloo, Castricum, Beverwijk (geen snelwegen), dan met de pont (tunnel was er niet) en verder door Haarlem en door de
dorpen tot de Bollenstreek bereikt was. In de oorlog was vervoer met vrachtauto’s nauwelijks mogelijk, het materiaal
was door de bezetter geconfisqueerd. Het vervoer over water kon, zij het natuurlijk ook met veel moeilijkheden, doorgaan. Daar werd door Van der Linden gebruik van gemaakt en niet alleen voor het reguliere vervoer. Else Wesseling vertelde in haar artikel in het Nieuwsblad van juli 2012 al over de elf piloten die in het ruim van het schip werden verborgen en zo veilig Rotterdam wisten te bereiken. Na de oorlog volgde de wederopbouwtijd. Langzamerhand komen er meer  mogelijkheden voor vrachtverkeer. Het telefoonboek van 1954 spreekt nog van Beurtvaart- en Expeditiebedrijf Mart van der Linden. Het telefoonboek van 1958 vermeldt Intern. Transportbedrijf. De beurtvaart is dan feitelijk geëindigd. In 1961 wordt het gedeelte van de Haven bij het woonhuis van Van der Linden drooggelegd. Het plein voor het huis is nu opnieuw in een nieuw jasje gestoken en een fraai visitekaartje voor Lisse geworden. Wat de toekomst van hethuis van Van der Linden wordt is nog toekomstmuziek.

bronvermelding en dank
Met dank aan de heer Jan van der Linden en leden van Vrienden van Oud Hillegom. Voor het fotomateriaal danken we het Regionaal Archief Leiden en Gemeentelijk Archief Lisse. Veel van de gebruikte foto’s komen uit het archief van Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” o.a. de fotoserie “de Gracht”, ooit ingebracht door de heer Moerkerken.

Van links naar rechts. IJspret op de gracht, de man in het witte hemd is Martinus van der Linden ±1935. Vrachtauto en schuit met stuurhutje ±1950. Laatste aankomst van de “Goedheiligman” in de Haven nov.1961. Een maand later is de gracht al bijna gedempt. dec. 1961. Kermis 1964. Toch kwam er weer een ‘mart’ op de haven, maar deze was er alleen op maandag.

HET VERHAAL VAN D’EVER

Een samenvatting van de geschiedenis van de familie D’Ever van 1220 tot 1370 wordt weergegeven. De gegevens komen uit het boek Het huis Dever van A. Hulkenberg.

Redactie

Jaargang 16 nummer 3 zomer 2017

Hij is al een hele poos niet meer onder ons. Zijn werken blijven we lezen en raadplegen.
Een korte bewerking uit “HET HUIS DEVER TE LISSE” van A. M. Hulkenberg.

Aper alias d’Ever 1221-1345
Graaf Willem I van Holland is te beschouwen als de stichter van het Hoogheemraadschap “Rijnland”. Zijn Graafschap strekte zich ongeveer uit van Texel tot Dordrecht en van de kust tot en met het Gooi. Veel moerasgebieden werden in zijn tijd ontgonnen, waardoor er bewoonbaar en vruchtbaar land ontstond. Hij vocht mee in de Vijfde Kruistocht waar hij zich samen met de Haarlemmers, in de slag bij Damiate, onderscheidde. In 1220 huwde hij voor de tweede keer, nu met Maria de dochter van de Hertog van Brabant. Een huwelijksgeschenk van de Hertog was de helft van het landgoed Schakerloo bij Tholen. De leenbrief behorende bij dit geschenk is in het latijn geschreven, alsook de namen van de daarbij aanwezige getuigen die de overdracht bijwoonden. Dat waren Wilhelmus de Teiling, Walterus de Egmunda, Philippus de Duvenburg, Gerardus Nordeka, Theodericus de Ostgest, Theodericus de Raphorst en ook Conrardus Aper. Aper betekent everzwijn of gewoon ever en hier is dus sprake van Conrart d’ Ever.

Heren van Lisse

Het geslacht d’Ever wordt in deze akte uit 1221 voor het eerst vermeld. Zwijn was bepaald geen scheldnaam, deze naam moest je verdienen. De ever was het zinnebeeld van dapperheid en onverzettelijke standvastigheid in de strijd. Eerder nog de dood tegemoet treden dan ontrouw zijn aan de zaak. Het moet een dapper man geweest zijn die de titel van Ever met zich mocht voeren. Gezien het feit dat alle getuigen namen uit de streek hadden, mogen we aannemen dat ook d’Ever uit de streek afkomstig was. Woonde Conrart op de plek waar tijdens het graven van de Ringsloot de resten van een “agtkanten torn’ werden gevonden? Het huidige Dever staat er vanaf ±1370. De plek rondom Dever was al heel vroeg bewoond gezien de vondsten van een beiteltje uit het stenen tijdperk, bataafse scherven, kogelpotscherven uit de tijd van Karel de Grote en fragmenten van laat Pingsdorfer aardewerk. In 1269 is er weer melding van een d’Ever namelijk Ysbrandus d’Ever. Ysbrandus koopt van Symon van Teylingen een stuk land bij Boskoop ter ontginning. In 1278 wordt hij “Ysbrandes de Lysse” genoemd. Net als de eerder genoemde Conrart, die in het oude register (1281) van Floris de Vijfde “Conrart die Ever van Lysse” wordt genoemd. Zij waren zo mogen we aannemen de eerst genoemde Heren van Lisse. Ook Reynier d’Ever was Heer van Lisse. Hij liet in 1370 het huidige slot Dever bouwen. ■

Bron: “Het Huis Dever te Lisse” deel uit hfdst. I