Berichten

350 JAAR HERDENKING TREKVAART MET HISTORIE HUIZE HALFWEG (3)


 

Kaart uit 1850. Op deze kaart is naast de grens- of scheydtpaal ook het Veerhuis rechts de Delfweg al aangegeven. De kaart is van 1850 want de spoorlijn staat immers al op.

 

Halfweg nieuwe buurtschap in Lisse

Buurtschap Halfweg staat nu op de kaart met de 5 geplaatste plaatsnaamborden. De onthulling door de burgemeester vond plaats na een lezing van Brigitte Brink over de historie van Halfweg.

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 4, oktober 2007

Een deel van Lisse, bij de Leidsevaart, heet binnenkort buurtschap Halfweg. Om dit te onderstrepen worden er op vijf plaatsen borden met deze benaming geplaatst. De feestelijke onthulling hiervan door enkele bewoners van Halfweg is op zaterdag 29 september 2007.

Het college ontving begin dit jaar verzoeken om een deel van de Leidsevaart de naam Halfweg te geven. Die waren afkomstig van de Vereniging Oud Lisse, de Stichting Cultuur Historisch Genootschap Duin- en Bollenstreek en van de heer Aad van Kampen, oud-bewoner van Halfweg. Dit in het kader van het 350-jarig bestaan van de Trekvaart. Het college besloot deze verzoeken te honoreren.

Halfweg
Het gebied bestrijkt in noordwestelijke richting het allerlaatste stukje Stationsweg tot de Delfweg ter hoogte van het Houtvesterslaantje. Op de Leidsevaart begint Halfweg bij de gemeentegrens met Noordwijkerhout en loopt het tot de gemeente- grens met Hillegom. Het fietspad richting Noordwijkerhout hoort bij Halfweg tot het Houtvesterslaantje.

Geschiedenis
Dit jaar is het 350 jaar geleden dat de Trekvaart tussen Haarlem en Leiden werd gegraven. Op 25 april 1656 hebben de heren Andries van der Walle en Joris Gerstecoren, landmeters van de steden Leiden en Haarlem, “op de hoeck van de cromme Vaert, bewesten Lisse, een hondt ende vijftigh roeden besuijden de Delft als halfscheid een elsenpael in de gront gestooken, dienende als baecken ende hoe dat in de jaere 1658 het gemeene landthuijs is gestelt halffwegen de beijde steden aen de Delftwegh”. Dat was het prille begin van de Trekvaart en van de buurtschap Halfweg. Op 1 november 1657 kwam hier de eerste trekschuit langs.

 

 

De onthulling van het naambord HALFWEG

Voor meer foto’s zie: picasaweb.google.nl/lecbru

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Herdenking 350 jaar Trekvaart met historie Huize Halfweg (2)

In deel 2 wordt de brand van het commissarishuis (huize Halfweg) in 1696 en de herbouw besproken.

door Drs. Brigitte Rink

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 4, oktober 2007

Huize Halfweg herbouwd na brand in 1696

In september 1696 brak er brand uit in het Commissarissenhuis. Het brandde tot de grond toe af. Snel werd er besloten dat het gebouw hersteld toch zou worden op de oude fundamenten.. De kosten bedroegen ca. 12.000 gulden. Jacob Roman kreeg als stadsarchitect de opdracht om een nieuw ontwerp te maken. Het is dus zeer waarschijnlijk dat de volgende tekeningen van zijn hand zijn. Er zijn twee series niet gedateerde tekeningen; met negen en acht tekeningen.

De eerste serie met acht tekeningen laten een ontwerp zien met een koepeltorentje. Erboven is een flapje geplakt waarop een eenvoudiger puntdak is ontworpen. Hiervan zijn een vijftal afgebeeld.

 

Voor met torentje

Voor zonder torentje

 

 

 

 

 

 

 

 

Het huis heeft twee verdiepingen en een hoog dak. De sterk naar voren springende middenrisaliet heeft brede raamindelingen naast de deur. In de versiering zijn de wapens van Leiden en Haarlem te herkennen.

Zijaanzicht rechts

achterzijde zonder dak

 

 

Plattegrond met losstaand stalgebouw

 

Het stalgebouw is achter een binnenplein geprojecteerd en staat nu los van het huis. Het binnenplein wordt afgesloten met twee deuren.

De tweede serie bestaat uit 9 tekeningen waarvan er hier vier zijn getoond. Het huis bestaat uit een kelderverdieping, een iets verhoogde begane grond en een zolderverdieping met een groot zadeldak. Het middendeel is bedekt met een fronton waarin een klok is geprojecteerd. Het stalgebouw is voorzien van ronde luchtgaten.

De plattegrond van dit gebouw kwam overeen met de plattegrond op de kadastrale Minuutkaart van 1818 . Uit geen enkele tekening van het huis was echter gebleken hoe de verbouwing van 1695 er uit had kunnen zien.

Uitsnede van de Kadastrale Minuut kaart van 1818,
waarop de plattegrond van het huis Halfweg goed te zien is.

 

Ontwerp in kleuren voor Huize Halfweg aan de Trekvaart te Lisse Ref.Archief Leiden PV78051

Deze gekleurde tekening waarop twee ontwerpen voor het huis zijn afgebeeld, was wel bekend. Het bleef echter gissen welk ontwerp nu echt was gebouwd. Nu kon dit raadsel opgelost worden.

De derde serie tekeningen bracht namelijk de uitkomst. De ontwerpen zijn eenvoudiger en waarschijnlijk van de hand van de stadstimmerman Leendert de Windt. Het verschil van de bovenste gekleurde tekening en de ongekleurde tekening zit in de plaatsing van de wapenstenen tegen de daklijst aan. En de blindnissen boven de deurpartij in plaats van de guirlandes. Daardoor paste de gekleurde tekening van de achterzijde van het stalgebouw ook bij dit complex.

 

Voorzijde

Zijaanzicht met losstaand Stalgebouw

 

 

Plattegronden Halfweg

 

Wapenstenen van Leiden en Haarlem uit huize Halfweg

Wapensteen van Leiden

Wapensteen van Haarlem

 

De wapenstenen, gemaakt door de beroemde beeldhouwer Rombout Verhulst, werden na de brand hersteld en aan de achterzijde vlak gemaakt zodat ze dan beter pasten in de muur.

De steen met het wapen van Leiden was merkwaardigerwijze aan de noordkant ingemetseld, en de steen van Haarlem zat in de zuidelijke kant van huize Halfweg. Zie de boven afgedrukte ontwerptekening PV78051.
Daarachter lagen de vergaderkamers van de respectievelijke steden. De grote steen met het wapen van Leiden, rechts, is thans ingemetseld in de muur van de tuin van Keukenhof. Die van Haarlem bevindt zich sinds 1882 in de toegangspoort van het voormalige Magdalenaklooster, Kinderhuisvest 17 te Haarlem. Zie bovenstaande foto’s.

Er is een inventaris gevonden waarin beschreven staat hoe die commissarissenkamers ingericht waren. De kamer van Haarlem was voorzien van een spiegel met een vergulde lijst, goudleer behangsel dat in 1698 door Willem Eyckelenburgh geleverd was voor f. 609.4.0. en een stuk schilderij voor de schoorsteen. In de kamer van de stad Leiden stond hetzelfde en in de kamer boven de keuken hing nog een schilderij waarop een weverij is afgebeeld , waarschijnlijk door de Goudse schilder Christoffel Pierson.

Huize Halfweg pentekening door J.van der Kloot uit 1772 (Gem.Archief Lisse)

In het archief van Lisse bevindt zich een pentekening van het huis. Nu was het mogelijk de plannen die ooit ingediend waren als ontwerp voor het nieuwe Commissarissenhuis te verbinden met wat er werkelijk was gebouwd. De tekening is gemaakt door J.van der Kloot in 1772. Het huis dat als bovenste tekening van Leendert van der Windt is afgebeeld is blijkbaar gebouwd. Veel is er niet veranderd vergeleken met het oorspronkelijke gebouw van Willem van der Helm. Alleen de stallen vormen geen geheel meer met het huis.

De scène vooraan laat een deel van een trekschuit zien, en op de kant is het jagertje bezig een nieuw paard naar de schuit te leiden. Er wordt wat gepraat, en er plast iemand tegen de boom. De tekening komt aardig overeen met de plattegronden en de andere ontwerpen die we hiervoor gezien hebben.

De tekening toont echter niet de wapenstenen. Dat bleek te ingewikkeld en bomen ervoor zijn een handige tekentruc om dat te verdoezelen. We zien van de voorzijde dat de deur in het midden is gesitueerd en dat ernaast aan elke kant een halfbreed venster is. Dan ernaast aan beide kanten twee kruisvensters. Ook de zijkant is in beeld gebracht. Daar zaten ook kruisvensters in. Het muurgedeelte met daarin de poort naar de binnenplaats en daarachter de stal. Met één venster, een deur en weer een venster. Daarachter de hooiberg. Aan het einde is een fraai hek te zien. Aan de rechterkant is een omheind stuk waar een kar voor staat, en een koetsje voor de schuur.
Hier is echter geen tolhek te zien. Ook de brug is niet afgebeeld, en dat is toch jammer, want nu is niet goed te plaatsen hoever het huis van de weg af stond.

Met de aanleg van de spoorweg Haarlem-Leiden in 1842 was de tijd van de trekschuiten voorbij. In 1860 werd het huis Halfweg van de hand gedaan , waarna het in 1867 gesloopt.

Klik hier voor het volgende deel

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Herdenking 350 jaar Trekvaart met historie Huize Halfweg (1)

In een uitgebreid artikel wordt het begin van de Trekvaart beschreven. Daarna wordt de geschiedenis van het Huys Halfwegen beschreven.

door Drs. Brigitte Rink

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 3, juli 2007

Inleiding
Het vrachtvervoer door Holland ging bijna altijd over het water. De Romeinen gebruikten al de grote rivieren de Rijn en de Maas als de gemakkelijkste waterwegen om goederen over te vervoeren. Goederen zoals tufsteen uit het Eiffelgebergte dat voor kerkenbouw werd gebruikt, wol uit Engeland voor de lakenindustrie van Leiden en Haarlem en hout en graan uit de Scandinavische landen, en wijn uit Frankrijk en Duitsland. In het binnenland ging bier, baksteen en nog veel meerover het water. Al deze goederen worden per zeilschip vervoerd, soms over zee, dat heette dan de soute vaert, maar meestal over de rivieren. Als er gevaren werd, dan konden ook passagiers meegenomen worden. Vaak waren het gevaarlijke tochten, vooral als er over zee gevaren moest worden. Over de rivieren en het IJselmeer werd de soete of gecostumeerde vaart genoemd. Altijd bleef men afhankelijk van de wind.

Twee kaarten, één zonder en één met trekvaarten

Over de zandwegen gingen karren en koetsen. Na de tachtigjarige oorlog die eindigde in 1648 met de Vrede van Munster, of zoals het ook wel is genoemd de Vrede van Westfalen, werd het veiliger om te reizen. Het voert hier te ver om alle waterwegen met de daarin gelegen tollen en dammen te bespreken, maar een belangrijke stad als Gouda, was voor zijn welvaart afhankelijk van de tol die geheven werd bij de Donkere sluis, die midden in de stad lag. Dat was onder andere de reden dat deze stad zich erg verzette toen de handelaren van de steden Haarlem en Leiden, een aanvraag indienden bij de Generale Staten om een Trekvaart te mogen graven. Het was ook represaille omdat Leiden en Haarlem erg gekant waren tegen de aanleg van een trekvaart naar Amsterdam. Toen de vroedschap van Gouda echter zelf nogmaals vroeg om een octrooi voor de trekvaart naar Amsterdam, zagen Haarlem en Leiden hun kans schoon om hun eigen aanvraag door te drukken.
In 1656 werd toestemming verkregen en onmiddellijk gingen twee landmeters, te weten Joris Gerstekoren van Leiden en Andries van der Walle van Haarlem een traject uitzetten. Het hele traject besloeg zo’n kleine 30 kilometer. Er zijn 41 tekeningen van het traject gemaakt.
Een aantal voorbeelden van deze kaarten die door hen zijn getekend komen hier aan bod.

Begin van de Trekvaart

Besteding van ’t graven ende maken van een trekvaart Tussen de steden HAARLEM EN LEIDEN. Op de 27ste februari anno 1657. Nieuwe Stijl/zijnde dinsdag. (Reg.Archief Leiden PV37550.1)

De landmeters hadden het hele traject in kaart gebracht en het bleek dat vlak bij de Delffweg, het midden lag van het uitgezette tracée voor de trekvaart.
“Op dinsdag, 25 april 1656 werd door de Heren Andries van der Walle en Joris Gerstecoren, gezworen landmeters van de steden Leiden en Haarlem op de hoek van de ‘cromme vaart’ ten westen van Lisse omtrent één hondt en vijftig roeden ten zuiden van de Delfweg, een paal van elzenhout in de grond gestoken”.
Als eerste baken in het landschap ging deze paal het ‘Halfscheyd’ markeren van de te maken ‘Treck-vaert’ en ‘Treck-wech’ tussen de steden Leiden ende Haarlem.

Op 27 september 1656 werd de eerste spade geslagen voor het graven van de doorgang door strandwal bij Vogelenzang/Bennebroek. Dit was een zware graafklus!!
De officiële aanbesteding vond plaats op 27 februari 1657, waarna het echte werk begon. Het trace van 28,4 km werd verdeeld in 49 stukken van ca 70 tot 200 Rijnlandse roeden of “parcken” ( 1 roede is 3,78 meter), waarop aannemers konden intekenen. 1150 arbeiders hebben in zeven maanden het werk geklaard. Zij kwamen v.n.l. uit West Brabant en Zeeland en verdienden 1 gulden/dag! ! De totale aanlegkosten bedroegen ca 423000 gulden (=200000 Euro). De vaart was 18,5 meter breed en 2,4 meter diep.
Op 1 november 1657 voer al de eerste schuit door de vaart!
Een “onmooglijk wonder” zei men in die tijd!!

Kaart t.b.v. aanleg Trekvaart bij Halfweg van Joris Gerstecoren en Adries m der Walle (1656) (Reg.Archief Leiden PV 32553.21)

Vlak bij bet Halfscheidt moest een brug worden gemaakt voor de Delfweg. Er werd grond gekocht, waarop een Commissarissenhuis werd gebouwd. Het werd Halfwegen genoemd, of zoals het nu heet Halfweg.

HALFWEG(EN)

Het midden van de afstand Haarlem Leiden was belangrijk om de inkomsten uit de vaar- en tolgelden te kunnen verdelen. Op de kaarten die de landmeters daarna van het hele traject tekenden kwam als markering een zonneroos en hun handtekeningen.

Klik hier voor het volgende deel

 

 

 

 

Huidige Hardstenen paal bij Halfweg met wapens van Haarlem en Leiden (zie foto hiernaast) die de elzenhouten paal ter “Halfscheydt” verving.

 

HET HUYS TE HALFWEG(EN)

Kaart van J.Dou, van 1678, herzien in 1746, met Sixenburg naast Halfweg en de paal (Reg Archief Leiden PV 70295

De elzenhouten paal is later vervangen door een van hardsteen waarop de wapens van de twee steden is uitgehakt, zoals boven te zien is.

Het huis Halfweg ziet u hier staan, naast de buitenplaats Sixenburg van Pieter Six, burgemeester van Amsterdam, die de eerste was die in zijn gebied de duinen liet afgraven om het zand te kunnen verkopen voor de uitleg van de steden Amsterdam, Haarlem en Leiden.

De kosten voor de gronden voor Halfweg bedroeg f. 1070,00, de bouw van het huis en de stallen aan de Delffweg bedroeg f. 7.260, de kosten voor het bouwen van de tolhuizen in Warmond en Heemstede was tezamen f. 5445. – en de aanbesteding van 8 trekschuiten bedroeg f. 48.864. Leiden had 8 schuiten en Haarlem aanvankelijk 6, waar later nog twee bijkwamen.
In een van de eerste verordeningen stond dat de “Schippers mogen niet aanleggen zonder dat iemand betaald heeft, zelfs niet aan de Delfweg, waar van paard wordt gewisseld, “maer sullen de Jongens op de Paerden rydende, gekomen zijn tot op vijftich roeden nae aen de Deffwech/ gehouden syn te blasen op een hoorn/ ten eynde een versch paerd uyt de stalle op de Treckweg ghebracht ende aende lyn daer de schuyt mede getrocken werdt /by den Commissaris op de Delff-wech vast gemaeckt mach werden /sonder dat de schippers aldaer eenighe persoonen sullen vermoghen aen landt te setten /die sy naederhandt wederom inne nemen /maer sullen de voornoemde Schippers gehouden syn sonder vertoeven voort te varen” (op straffe van een boete en, bij recidive, schorsing uit hun ambt).

Voor het huis was eerst een ontwerp gemaakt door de Haarlemse stadarchitect Salomon de Bray. Er waren al twee houten modellen gemaakt, maar zijn ontwerp stuitte echter in Leiden op verzet: ze vonden het daar veel te groot en te imposant. De kosten zouden wel navenant kunnen zijn.
Leiden stelde voor dat hun stadstimmerman, de architect Willem van der Helm een ontwerp zou maken. Het ontwerp ziet u hier.

Opstand en plattegrond, getekend door Willem van der Helm 1657 (Reg.Archief Leiden PV78054)

Het is een eenvoudig huis met een vrijwel vierkante plattegrond.
Breed 60 voet = ca. 18.85 m., de hoogte van de pui is 15 voet = ca. 5.65 m. en met het dak mee is het 30 voet = ca. 11.50 m. hoog. De diepte is ca. 58 voet = ca. 18.10 m. Een flink gebouw dus.
De stal is aan het huis gebouwd onder een dak. Het huis had 4 zadeldaken.
In het midden was een binnenplaatsje.
Bij het beschrijven van de plattegrond, kwam naar voren dat de twee kamers links bewoond werden door de commissaris die moest zorgen voor de paarden, voor het tolgeld en voor de “Sael van de heeren” zoals in de rechter ruimte staat geschreven. Achter de entree is het voorhuis, waarachter een open ruimte is, waar de deur van de trap zich bevindt, evenals de deur naar de stallen, de deur naar een pleetje, en de toegang naar de “sael” en een hardstenen wasbak met twee pompen. De trap heeft een bordes, en er lijken twee ramen in de muur van de achterkamer te zitten om licht in het trapgedeelte te krijgen. In de “sael”zijn twee deuren, één naar het voorhuis en één in naar de “lantaem”. In de achterkamer van de beheerder is het bed al aangegeven. De aangegeven trap naar beneden laat zien, dat er ook een soort kelder was onder de linkerachterkamer, en waarschijnlijk ook onder de “sael” De stal bood ruimte aan 24 paarden.

Het huis kon in 1658 bewoond gaan worden.. Twee hardstenen “fruytposten”, die vermoedelijk in de schoorstenen waren verwerkt en een ovaal dat in het fronton zat, en licht in het zoldergedeelte gaf, waren de enige versieringen aan het huis. De kosten ervoor bedroeg de som van f. 13-15-0.
Bij nader inzien wilden de bestuurders toch wat duidelijker aangegeven hebben dat het hier ging om een prestigieus bedrijfspand, en dat er wapenstenen van de beide steden nodig waren om dat te benadrukken.
Rombout Verhulst, de beroemde Vlaamse steenhouwer had op dat moment zijn werkplaats in Leiden. Hem werd gevraagd twee wapenstenen te houwen uit Bentheimer zandsteen. De rekening ervoor is bewaard gebleven, en dateert van 1660.
Rombout Verhulst diende een rekening in van 400 gulden, maar de uitbetaling werd aangehouden omdat daar nog over vergaderd moest worden om te zien of hij er wel alleen aan had gewerkt. Dat bleek niet het geval, er hadden ook stadssteenhouwers aan gewerkt, en die werden al door de stad betaald, dus hun loon dat werd van de rekening afgetrokken.
De betaling kwam op 315 guldens. De wapenstenen zijn dus later in het gebouw aangebracht, evenals een nieuwe vulling voor het frontispice.
Er is een vermoedelijk eenzelfde donkere baksteensoort gebruikt als voor de poortgebouwen van Leiden. Daardoor werd er later over het huis gezegd dat het een verbazend ruim maar akelig gebouw was, en de ligging koud, eenzaam en woest.

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

WANDELING NAAR RUIGENHOEK EN KEUKENHOF IN 1898: BIJ DEN HANDWIJZER RECHTSAF (1)

Daniël Wüstenhoff maakte in 1898 overal wandelingen in de Bollenstreek. Hij beschrijft een wandeling vanaf Noordwijkerhout via de Ruigenhoek naar Keukenhof

door Rob Pex

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 4, oktober 2002

Onze verslaggever ontdekte dat dominee Daniël J.M. Wüstenhoff uit Sassenheim in de jaren 1898 en 1899 in het Leidsch Dagblad niet minder dan 29 wandelingen beschreven heeft in Leiden en omgeving. Hij kwam natuurlijk ook in Lisse. Ga mee terug in de tijd en vergezel de schrijver op zijn pad naar Halfweg en Keukenhof.

Dominee en schrijver Daniël Wüstenhoff uit Sassenheim wandelde van Noordwijkerhout richting Ruigenhoek en hij schrijft dan:

Wij zijn evenwel nog slechts een paar huizen verder of we voelen neiging een verkeerde weg in te slaan ondanks den handwijzer. Raadpleegt men dezen niet, indien men hier onbekend is, dan is het vrij zeker, dat men de Langevelderweg inslaat, net als deze week nog een automobiel overkwam (…) Komende van Noordwijkerhout, slaan we dus bij den handwijzer van den A.N. W.B. rechtsaf en gaan door of liever langs den Ruigenhoek en stuiten eindelijk bij Halfweg op de
trekvaart van Haarlem naar Leiden.

Staande op de vrij hooge brug daarover hebben wij een vrij aardig kijkje op die vaart. Kaarsrecht met het smalle jaagpad naast zich, zich tot in het oneindige verlengende, strekt zij zich links en rechts van ons uit. Zijt ge gewapend met een verrekijker, dan zult ge rechts (de schrijver staat dus met zijn neus richting Keukenhof, ofwel het oosten) de Pietgijzenbrug, links de Hillegommerbrug ontdekken en hebben we tevens gezicht op de ‘hooge, kegelvormige toren’ van Vogelenzang. ‘Achter u ziet ge het oude veerhuis van Halfweg, dat, gelegen op ongeveer gelijke afstanden van Haarlem en Leiden, zich de goede dagen herinnert, toen de trekschuit dit tooneeltje stoffeerde en het lustige jagertje, onbewust van het lot, dat hem wachtte, zijn vrolijke deuntjes blies. Een in het evenwijdig aan de vaart zich bewegende stoomros langsreizende

Kalverstrater zal wellicht klagen over gebrek aan gezelligheid en overvloed van ruimte, want buiten een stommen, stijf en strak op zijn dobber kijkenden hengelaar en een enkelen voorbijvarenden zand- of mestschipper, vertoont zich hier hoogst zelden een levend wezen.

Wij steken de spoorlijn over en zijn weldra omringd door al hooger en hooger opgaand geboomte, dat zich eindelijk oplost in het prachtige, tot heden nog vrij te bewandelen Keukenhof.

Omringd door prachtexemplaren van eiken, beuken, linden en dennen, ligt daar het ‘Huis dat ons doet denken aan de Middeleeuwen1. (…) ‘Hoe lang Keukenhof reeds onder de bezittingen van het geslacht Van Pallandt heeft behoord is ons onbekend. Naar men meent, was het reeds onder de regeering van Floris V bekend en diende het toenmaals tot pleisterplaats van den grafelijken jachtstoet”.

  1. Dit is een vrij hardnekkige legende. Binnen het gebouw van het huidige kasteel Keukenhof zijn echter nooit delen van Middeleeuwse bebouwing teruggevonden. De wandeling gaat verder over de Loosterweg in de richting van Veenenburg. Daarover meer in een volgende aflevering.
  2. Klik hier voor het volgende deel

Hef romantische bruggetje over de Leidsevaart nabij Halfweg in Lisse.
(tek: Gemeentearchief, Leiden)