Berichten

Cursus archiefviewer

Sinds kort heeft VOL de beschikking over de Archiefviewer van het Kadaster. Met de Kadaster archiefviewer kan online onderzoek gedaan worden in de openbare registers van het Kadaster. Leden van VOL gaan op cursus.

DE FAMILIES HULSBOSCH EN VAN GRAVEN

Melkboer Hulsbosch woonde in de Kanaalstraat 22 en was gehuwd met Cornelia van Graven. De voorouders worden beschreven.

 

door Laura Bemelman

NIEUWSBLAD Jaargang 12 nummer 4, oktober 2013

Het Bevolkingsregister van de gemeente is niet anders dan een reeks oude boeken met rijen voor- en achternamen van Lissers die hier hebben gewoond tussen 1830 en 1920. In tijdvakken van tien jaar staan de bewoners en hun gezin ingeschreven, in principe gerangschikt op adres, met enkele aanvullende gegevens ter herkenning. Op het eerste gezicht taaie koek maar er zijn veel bijzonderheden in te ontdekken wanneer iemand daar de tijd en een dosis geduld in steekt. Je kunt erin lezen met wie iemand getrouwd was, welke kinderen, stief- of kleinkinderen tot het gezin behoorden, en of er nog andere personen inwoonden zoals familie of personeel. De geboortedatum en –plaats geven houvast en het beroep een idee van het leven van de bewoners. Het adres in het register geeft de voorouder of familie een plek op de kaart, binnen het dorp. Met dergelijke gegevens komt deze voorouder als het ware weer een beetje tot leven.
Maar de meeste boeken van het Bevolkingsregister geven geen duidelijke adressen. Aanvankelijk werden alle huizen gewoon genummerd als langs een lint van het eerste huis in het dorp tot aan het allerlaatste. In de eerste boeken worden wel straten of wegen genoemd maar die bestaan tegenwoordig vaak niet meer en de nummering van toen is niet gelijk aan die van nu. In latere boeken staan geen straatnamen meer, alleen een nummer van het huis. Toen het dorp nog verder uitgroeide werden de nummers vervangen door wijkletters met een nieuw nummer, later gevolgd door een nog veel groter aantal wijkletters en weer andere volgnummers. Pas na 1920 werden adressen zoals wij die nu kennen gebruikelijk.

Maar waar woonde die voorouder in 1890 in huis C17 in Lisse nu eigenlijk? Dit huis dat kort ervoor nog als huis 140 in wijk C bekend stond, en dáárvoor als huis 335 op de Broekweg en in 1910 weer als G18 werd aangeduid, blijkt tegenwoordig Kanaalstraat 22/22a. Dit was het huis van melkboer Hulsbosch, van wie de voorouders in het ‘Lisses Kwartiertje’, na dit artikel in dit blad staan. De wat oudere Lissers kennen hem vast nog wel, de melkslijter die met melkbussen door de wijk trok om de losse melk uit te venten. Zelf zie ik de witte melkkring op de stoeptegel naast onze voordeur nog heel goed voor me. Daar zette de melkboer steeds de met verse melk vol geschepte melkkan neer. Pas veel later kwamen de glazen melkfl essen met hun zilverpapieren dopjes – die we voor de Missie spaarden – en pas daarna kwamen de kartonnen melkpakken zoals we die nu hebben. Deze oude boerderij van Hulsbosch is nu bekend als pizzeria en pannenkoekenhuis.
Dit voorbeeld geeft aan hoe ingewikkeld het is om uit het Bevolkingsregister af te leiden waar iemand woonde, maar dat het wel heel leuk kan zijn om erachter te komen. Kent u in dit verband het boek van Erik Vergunst: ‘Geschiedenis van Lisse in oude ansichten en plattegronden’? Dit boek geeft een schat aan informatie over panden, over eigenaren en overdracht van bezit vanaf circa 1832 – soms eerder – en over bewoners tussen 1890 en 1920. De gegevens van Vergunst gebruik ik graag als een soort wegwijzer door het Bevolkingsregister. De informatie uit dit boek helpt om het grotere verhaal te ontdekken. De werkgroep Genealogie van de Vereniging Oud Lisse legt de laatste hand aan de bewerking van het Bevolkingsregister in een digitaal bestand. Daarna kunnen veel van die oude gegevens misschien ‘vertaald’ worden naar adressen van nu. Laat ik u meenemen in de geschiedenis van de families Hulsbosch en Van Graven en naar hun plekken op de kaart van Lisse.

Gerrit Hulsbosch

Vóór 1826 komt Gerardus (Gerrit) Hulsbosch uit Noord-Brabant naar Lisse. Hij is koopman in vee en trouwt Helena Riggel. Het gezin woont aanvankelijk op de Grachtweg, in de buurt van de oude korenmolen. Rond 1840 koopt Gerrit een boerderij, aangeduid als Huis nummer 96, op de hoek van de ‘Heere- of Straatweg’ met de ‘Delfweg’. De laatste werd later de ‘Halfwegsteeg’ genoemd, vervolgens ‘Stationsweg’ en tegenwoordig is dit de ‘Berkhoutlaan’. Moeder Helena overlijdt jong en in 1864 overlijdt vader Gerrit. Zijn zoon Jacobus Hulsbosch, hij is veehouder, krijgt de ouderlijke boerderij in eigendom. Behalve een inwonende veehoudersknecht en een dienstbode, blijft alleen zijn zus Jacoba met hem op de boerderij wonen. Het adres is nu Huis 137 op het Oosteinde, maar het is dezelfde plek en dezelfde boerderij. In 1874 trouwt Jacobus met Maria van Bregt. Zus Jacoba vertrekt en de eerste twee kinderen van de nieuwe generatie Hulsbosch worden geboren in Oosteinde 164, een nieuwe aanduiding voor de oude plek. Jacobus Hulsbosch bouwt een huis en een schuur achter de boerderij. In 1886 wordt het laatste van de vier kinderen in dit gezin geboren. Er zijn twee zoons en twee dochters.
Rond 1890 wordt de wijk waarin de boerderij ligt aangeduid als wijk A en het huis is nu genummerd 160. Op nummer A161 is de kuiperij van Daudey, op A162 de bakkerij van Lefeber, slagerij Bauer zit op A167 en bakker Vaneveld op A168. Aan het eind van dit decennium moet de boerderij echter plaats maken voor nieuwbouw en daarom verkoopt Jacobus Hulsbosch zijn bezit aan de Gemeente Lisse. Die sloopt de boerderij en bouwt op deze plek het postkantoor. Het gezin Hulsbosch verhuist naar Huis 140 in wijk C, dat rond die tijd wordt omgenummerd naar C17. Dit is dus de boerderij die we tegenwoordig kennen als de pizzeria en het pannenkoekenhuis. Nu is dat de Kanaalstraat, maar vroeger was dit de Broekweg. Op de hoek met de Heereweg zit dan Schuts, de smid, en op Broekweg C14 tappen de heren Dorrepaal en Wensveen een biertje in Café ’t Loosje, ongeveer waar nu een speelgoedwinkel zit. Rond 1900 wordt Gerardus Theodorus, de zoon van Jacobus, de volgende eigenaar van de boerderij. Hij trouwt met Cornelia van Graven in 1905 en samen krijgen ze vier kinderen: drie dochters en een zoon. Hoewel ze nu in G18 wonen, zijn ze nooit verhuisd. Vader Jacobus Hulsbosch vertrekt met de rest van zijn gezin naar een ander adres in Lisse. Dan overlijdt Gerardus Theodorus Hulsbosch in 1942 en zijn zoon Jacobus Hendrikus Hulsbosch is zijn opvolger op de boerderij. In 1950 is het mogelijk, volgens de Telefoonlijst van Lisse, om de melkhandelaar thuis, op Kanaalstraat 22, op te bellen. Bijna vijfentwintig jaar later is de boerderij, volgens het adresboekje van 1972/1973 van de Gemeente Lisse, gesplitst in twee adressen. Melkboer J.H. Hulsbosch woont op Kanaalstraat 22a, zijn zussen Maria Helena en Jacoba Cornelia Maria delen het adres Kanaalstraat 22.

Cornelis van Graven

Cornelis van Graven verhuist rond 1840 naar Huis 74 op de Heerenweg, naar de boerderij van zijn overleden oom waar nog enkele neven en nichten wonen. Cornelis is landbouwer ofwel bouwman en trouwt in 1842 met Cornelia van Tol. De boerderij ligt dan ergens tussen Huize Wildlust met Jacobus Coenraad Temminck in Huis 71 en De Tol in Huis 76 waar de ‘ontvanger aan de tolboom’ woont. De oude Tol lag ongeveer waar nu de Mendeldreef begint. In het Bevolkingsregister van 1860-1870 wordt Cornelis van Graven als veehouder ingeschreven, hun boerderij is omgenummerd naar Heerenweg Huis 105. Het gezin telt zeven kinderen, waaronder Jacobus, Maria en Hugo. In het volgende tijdvak is het adres opnieuw omgenummerd tot Heerenweg Huis 128. Hun buurman Maarten Driehuizen woont in Huis 129 en in Huis 130 wonen Arie van der Vlugt met zijn vrouw Maria Jonkheer. Daar gaat de Heerenweg over in het Oosteinde. In Huis 131 wonen de tolgaarders. Cornelis van Graven koopt in 1876 een boerderij aan de Broekweg. De vorige bewoner, Georgius Vreeburg, vertrekt daarvandaan naar de woning naast De Witte Zwaan en Cornelis van Graven verhuist naar de Broekweg. Huis 335 is dan de aanduiding voor het adres van de pizzeria met pannenkoekenhuis in de Kanaalstraat nu. Na het overlijden van zijn vrouw Cornelia, verkoopt Cornelis van Graven het complex aan zijn zoon Hugo. Hij blijft daar zelf nog met zoon Hugo en dochter Maria wonen. Cornelis’ zoon Jacobus van Graven blijft achter op de oude boerderij aan de Heereweg. Hij is landbouwer, trouwt met Helena van Ruiten en krijgt met haar vijf kinderen. Een daarvan is zijn dochter Cornelia van Graven, zij trouwt dus later, in 1905, met Gerardus Theodorus Hulsbosch.

Hugo van Graven

Hugo, de andere zoon van Cornelis van Graven, is ook veehouder. Hij trouwt en blijft met vader Cornelis, zus Maria, zijn vrouw en hun kinderen op boerderij Huis 335 op de Broekweg wonen. In 1890 is dat dus eerst Huis 140 in wijk C en daarna aangeduid als C17. In 1892 splitst Hugo het perceel waarop de boerderij staat en hij bouwt op het kleinere, linker perceel een huis met schuur. Dit wordt aangeduid als Huis 139a en daarna als C16. Hugo blijft met zijn gezin op de boerderij wonen, maar zijn vader en zus Maria verhuizen naar het nieuwe huis ernaast. Daar overlijdt dan eerst vader Cornelis en enkele jaren later ook zus Maria. Hugo verkoopt hun huis op C16 aan timmerman Van Zelst, hij koopt voor zichzelf het huis ‘Dubbelhoven’ aan de Achterweg en verhuist met zijn gezin daarheen, en hij verkoopt de boerderij op Broekweg C17 aan Jacobus Hulsbosch, veehouder en de echtgenoot van zijn nichtje Cornelia van Graven, in verband met de bouw van het postkantoor aan de Heereweg.

Bronnen:

Bevolkingsregister Gemeente Lisse – Inv.nrs. 1048 t/m 1073; Erik Vergunst – Lisse in oude ansichten en plattegronden; Het Lisses Kwartiertje van J.H. Hulsbosch – VOL 2013/ nr. 4; Telefoonlijst van Lisse – 1950; Adresboekje Gemeente Lisse 1972/1973.

Kanaalstraat 22/22a, midden rechts de boerderij van Hulsbosch

DE BOERENGEMEENSCHAP VAN LISSE: ‘BOUWMANSWONINGEN’ IN HET CENTRUM

In de 17e eeuw stonden de boerderijen tot in het dorp. De boerderijen werden ook bouwmanswoningen genoemd.

R. Pex

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 1, januari 2003

Kadasterkaart 1812

Veel boerenbedrijven stonden in het verleden niet op zichzelf, maar maakten onderdeel uit van een buiten­plaats of landgoed. Op deze wijze kon een buiten­plaats zichzelf bedruipen middels de binnenkomende pachtsommen. In Lisse waren evenwel ook veel boerde­rijen (vroeger ook wel ‘bouwmanswoningen1 genoemd) die niets van doen hadden met een buitenplaats of landgoed. Tot in het dorp kwam men ze nog tegen.

Dit laatste zal menige lezer misschien verbazen. Ook in Lisse was (voor de opkomst van de bloembollencultuur) de veeteelt een vrij belangrijke bron van inkomsten. Sommigen verdienden er dik aan: men treft hun namen regelmatig aan in de zoge­naamde protocollenboeken in het Nationaal Archief, waarin allerlei koopacten staan overgeschreven. Toch waren er ook genoeg tegenslagen in het boerenbestaan. Daar zullen we in de volgende paragraaf op in gaan.

Kaplleland

Terug naar het dorp Lisse als boerengemeenschap. Men kwam met name veel boerenhofsteden tegen in het gedeelte van Lisse dat bekend stond als het Kapelleland en dat zich bevond tussen de huidige Kanaalstraat en de Grachtweg. Op de afgebeelde kaart (zie pag. 9) is dit deel van het dorp Lisse duidelijk waar te nemen: men ziet hierop de Heereweg, de ‘Broek Steeg’ (Broekweg, tegenwoordig Kanaalstraat) en een deel van de Grachtweg. Zoals reeds opgemerkt werd dit deel van Lisse het Kapelleland genoemd. De reden daarvoor was niet gelegen in het feit dat de opbrengsten bestemd waren voor de kerk of kapel, zoals Hulkenberg opmerkt in één van zijn publicaties. Het woord ‘kapel’ heeft in dit geval betrekking op vlasschoven die hier op het weiland te drogen werden gezet. Naast de veeteelt was namelijk ook de vlasserij een vrij belangrijke bron van inkomsten in Lisse. De gronden waren echter eigendom van de kerk. Tijdens de reformatie ging het onroerendgoedbezit van de Rooms-Katholieke kerk over in handen van de protestanten. Deze riepen een kerkelijk bureau in het leven om deze gronden te beheren. Ook het Kapelle-land werd hierin ondergebracht.

Ambachtslieden

De voormalige boerderij aan de Kanaalstraat is nu in gebruik bij de horeca. Rechts het Italiaanse restaurant La Fontana, links het Pannenkoekenhuisje

Vanaf de 17de eeuw zien we dat er steeds stukjes grond in erfpacht worden afgestaan, waarna er huizen op gebouwd worden. Veel daarvan maakten – getuige de afgebeelde kaart -deel uit van boerenbedrijven. Laatstgenoemde kaart laat ons, in combinatie met de bijbehorende beschrijving van de percelen (de leggers), de situatie zien zoals die in 1832 was. Aan de Heereweg wonen en werken meest ambachtslieden. Alleen perceel 182 is een boerenwoning waarin op dat moment de weduwe van Gerrit van Klaveren woont. Daar schuinonder is de ‘Broek Steeg’. In het huis met perceel­nummer 229 woonde in 1812 nog Arie van der Vlugt, bouw­man ofwel boer van beroep. In een akte gedateerd 25 februari 1818 wordt deze boerderij ook wel Noorland genoemd. Bij deze gelegenheid verkoopt boer Arie van der Vlugt zijn bezit aan de Kanaalstraat aan Jan Vreeburg. Deze woning bestaat nog en wordt in de volksmond ook wel de boerderij van Hulsbosch genoemd. Tegenwoordig is dit een pizzeria (zie afbeelding op deze pagina). Vanuit deze woning moet men een prachtig uitzicht hebben genoten op de uitgestrekte weidegronden aan de andere zijde van de latere Kanaalstraat (Broekweg), ongeveer waar zich nu de Wagenstraat bevindt.

De Woelige Stal

De boerderij van de familie Langeveld aan de Grachtweg (tegenwoordig bevindt zich hier De Woelige Stal). De foto is genomen vóór 1930. foto: collectie J. Langeveld, Lisse.

Het kadastrale nummer 223 is eveneens een boerenwoning die in 1832 eigendom is van Cornelis van der Jagt. Dat geldt ook voor nummer 220 aan de Grachtweg. Deze woning was in 1817 aangekocht door Simon Langeveld. Hier bevindt zich tegenwoordig De Woelige Stal. In nummer 216 (aan de Broekweg) woonde en werkte vanaf 1908 eveneens een boer, namelijk Cornelis Ruigrok. Hij had jarenlang gewoond aan de Loosterweg op de eeuwenoude boerderij Achterduin (thans Loosterweg 15). Op een goede dag kreeg Ruigrok boerderij Achterduin te koop aangeboden.

De eigenaar, de heer Verdegaal, wilde van zijn bezit af. Echter, boer Ruigrok voelde er niet veel voor. Zijn buurman, Van Noort, zag zijn kans schoon en kocht het aan. Kort daarna is Ruigrok verhuisd naar de Kanaalstraat met zijn gezin. Hij had daar een woning aangekocht ter plaatse van de huidige winkel van Van Steijn. Boer Cornelis Ruigrok is in 1930 overleden, waarna in 1934 de boedel werd verdeeld. Siem of Simon kreeg de woning aan de Kanaalstraat toebedeeld. Gaan we nu nog iets meer richting het zuid-oosten, richting de Lisserbroekpolder. Perceelnummer 215 aan onze rechterhand is Het Hofje. Pieter Six had het in 1741 gelegateerd aan de gereformeerde diaconie. Dit is tevens de laatste woning aan de Broekweg of Kanaalstraat. Vanaf hier liep men rechtstreeks het weiland in, waarbij men aan de rechterhand aan de gracht nog wat huizen kon zien en aan het eind daarvan de Lissese korenmolen. Wat fijn moet het toch geweest zijn zomaar wat rond te kuieren in het Lisse van toen!

 

Veepestepidemieën

Maar hoeveel gevaren lagen er in het gewone bestaan niet iedere dag op de loer! Op de gevel van een huis aan de Vliet in Voorburg staat niet voor niets nog altijd de tekst: 7n de Waereld is veel Gevaer1 te lezen. En zo was het ook! Door blikseminslag kon zomaar een groot gedeelte van een stad (alleen maar huizen van hout!) in de as worden gelegd. Er bestonden geen uitkeringen, geen verzekeringen. Tegen veel ziekten was men nog altijd niet opgewassen. Een eenvoudige griep kon al fatale gevolgen hebben. En dan die epidemieën… De Lissese boerenstand heeft het er wat moeilijk mee gehad! Hele veestapels werden er door gedecimeerd. Omdat men praktisch niets over de runderpest wist, kon de ziekte hard en ongenadig toeslaan. Zo bezweek tussen half mei en eind september 1769 40% van het Lissese vee aan de veepest. Al eerder, in de eerste decennia van de eeuw, was er ook een grote veepestepidemie geweest, alsook omstreeks 1750. Wat men er tegen kon doen? Vrijwel niets in die tijd. Gewoon de ziekte uit laten woeden en vervolgens de schade opmaken. En denk nu maar niet dat men schadeloos gesteld werd door de overheid als getroffen boer, zoals dat recentelijk nog is toegezegd aan de gedupeerden van de MKZ-crisis. Dat was niet aan de orde. Integendeel, sommige buitenplaatseigenaren, zoals professor Röell van Keukenhof of Pieter Six van Grotenhof, maakten misbruik van de situatie door koeien die van de ziekte genezen waren en dus immuun waren geworden, voor een hoge prijs te verkopen. De één zijn dood is de ander zijn brood…

Branden

Ook branden kwamen op boerderijen nog wel eens voor. Dat een ongeluk in een klein hoekje kon liggen wat dat betreft, bewijst een aantal stukken dat zich bevindt in het streekarchief Rijnlands Midden. Ze handelen over een ernstige brand die op 26 juli 1705 had plaatsgevonden op de boerderij van de buiten­plaats Keukenhof. Zo verklaart Claas van Rode, chirurgijn te Lisse, op 2 maart 1706 voor notaris Jacob van Dorp dat Andries Spruit, die bovengenoemde boerderij huurde van Hendrik van Hoven, melkmouwen* aan het blakeren was op een afstand van een roede (ongeveer 3.77 meter) van de hooiberg. Hij verklaart verder: ‘ende dat den vs. (voorzegde) Barg op den 26 Julij des avonds nog in brand is geraakt, door dewelke het voorsz. geheelen Boerenhuys behalven ’t karnhuys alsook een nieuwe groote Schuur (…) met vele goederen daar inne ’t eenemaal sijn verbrand’. Ook hooibroei kwam wel voor. Zo lezen we in de memoires van Johannes Rotteveel (1804-1880) onder meer: ‘En den 6 september (1830) is de woning van de Heer Van der Staal, bewoond door

Karel Schrama, verbrand door het broeien van het hooi’.

Boererij De Phoenix.

Het betreft hier boerderij De Phoenix aan de Achterweg. Die arme Schrama… Zo’n zeventien jaar later werd zijn vee getroffen door een epidemie. Gelukkig is hij er goed doorheen gekomen, zodat hij nog tot aan zijn dood in 1876 op De Phoenix is blijven boeren. Maar zoiets kon niet iedere boer hem nadoen. Ongetwijfeld zijn er nog veel meer boerderij-branden geweest dan wij hebben kunnen achterhalen. Maar of het nu branden of epidemieën waren: het hoorde allemaal bij de risico’s van het boerenbestaan. Of, zoals wij nu zouden zeggen: ‘It’s all in the game’. En iedere boer wist dat heel goed.