Berichten

Sint Agathakerk

Adres

Heereweg 273, 2161 BH Lisse

Ontstaan monument

Architect J.H. van Groenendaal, inwijding Augustus 1903, bouwtijd 14 maanden

Bezienswaardigheid

De RK kerk wordt de kathedraal van de Bollenstreek genoemd vanwege zijn grootte en historische waarde. De oorspronkelijke torenspits is in 1930 vervangen in verband met instabiliteit van de oude spits. Een grote restauratie vond plaats rond het 100 jarig bestaan. Het gebouw is in een neogotische stijl gebouwd en zeer de moeite waard om aan de buiten en de binnenzijde te inspecteren. Het Adema orgel uit 1913 is befaamd om zijn klank en zal op Open Monumentendag bespeeld worden.

Activiteit ter plaatse

Informatie over de Lourdesreizen die jaarlijks vanuit de parochie worden georganiseerd.

Om 16.00 uur afsluiting Open Monumentendag met een orgel concert door Cor de Vries.

Ontwikkelingsplannen Protestantse Gemeente Lisse (PGL)

Nieuwsflits

Huis en kerk van Ruys aan de Heereweg en het ‘Klisterlaantje’.

Door de lange duur van de fusie van de kerken van PGL en de financiële situatie van PGL, heeft de kerkenraad nog niet kunnen starten met de verbouwing van de Grote Kerk en het bouwen van huizen op de locaties Pauluskerk en Geref. Kerk. De discussie met de overheid is namelijk nog niet afgerond en PGL vraagt aan de Gemeente Lisse welke elementen monumentaal zijn en behouden moeten blijven. Wel is het basisontwerp (van voor de PGL- fusie) aangepast, met minimaal te behouden elementen. Overleg met de Gemeente Lisse en HLT Erfgoedcommissie met inbreng van het Catharijneconvent moet nog gehouden worden. De Grote Kerk zal aan de binnenkant worden verbouwd. Het grafmonument van Willem Adriaan van der Stel, de vroegere gouverneur van de Kaapkolonie in Zuid-Afrika, nu in de ingang van de kerk, zal worden verplaatst naar de kerkzaal. De preekstoel in de kerk zal naar achteren worden geplaatst om meer ruimte te maken.
Het moment van verkoop van de Gereformeerde Kerk en de Pauluskerk is nog niet in te schatten. De PGL vraagt voor deze twee kerken wijziging van de bestemmingsplannen naar woningbouw en een besluit over de hoeveelheid te bouwen woningen. De schets van de Pauluskerk is in basis gereed maar de visualisatie moet worden verbeterd. Ook de schets van de Gereformeerde Kerk is gereed en is op woensdag 22 november 2023 door Jan Kippers, voorzitter van de PGL bouwcommissie, voor de omwonenden gepresenteerd in de Pauluskerk. Uit deze presentatie bleek dat de toren van de Gereformeerde Kerk volledig wordt gesloopt, samen met het verenigingsgebouw ‘De Klister’ en dat hierop appartementen en daarnaast huizen worden gebouwd. Veel omwonenden van plan ‘De Graaff’ achter de kerk, protesteerden hiertegen, omdat hun hierdoor veel parkeerruimte wordt ontnomen. Overleg hierover met de Gemeente Lisse volg.

Grote kerk buitenkant in 2023

Lisse 825 jaar en het geloof in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

29 augustus 2023

 door Nico Groen

In het kader van Lisse 825 jaar is nu het ontstaan van de kerken in Lisse aan de beurt. In 1250 stichtte Willem II, graaf van Holland (1228-1256) een kapelanie of vicarie in Lisse. Zo’n vicarie werd meestal gesticht in een kapel. Mogelijk was er daarom al voor die tijd een kapel in Lisse.

Rond het jaar 1460 besloten de ingezetenen van Lisse een door een notaris opgestelde brief te zenden naar Rome. Daarin werd het verzoek aan de paus gedaan om toestemming te geven voor het stichten van een eigen parochie. Daarmee verzochten zij zich los te mogen maken van de parochie van Sassenheim. De inwoners van Lisse hoorden namelijk bij die parochie. De paus stond daar welwillend tegenover en gaf zijn toestemming. Maar paus Pius II bepaalde dat Lisse jaarlijks “vyf oncen louter silver” aan Sassenheim als schadevergoeding moest betalen. Op 27 april 1461 wordt de kapel tot een zelfstandige kerkparochie verheven. Men bouwde een kerk aan het Vierkant. Uit deze tijd dateren vermoedelijk de eerste vormen van de huidige grote kerk. Deze kerk had een ribloos gewelf, rondbogige galmgaten en was gemaakt van baksteen. Dit wijst op bouw in de vijftiende eeuw. Maar de toen nog losse toren was bekleed met de veel zeldzamere tufsteen uit de Eifel. Dit doet vermoeden dat de toren eerder is gebouwd dan het kerkgebouw. Toch houdt men het erop dat kerk en toren na 1461 zijn gebouwd, al wijst tufsteen op een oorspronkelijke datering uit de 2e helft van de 12e eeuw.  Het kan hergebruikt zijn.

Sint Aechten

Zowel de pastoor als de koster werden door de graven van Holland benoemd. De laatste kapelaan die vanuit Sassenheim de kapel van Lisse bediende, t.w. Dirck van Oosterwyck, werd de eerste pastoor van Lisse. De parochiekerk werd aan de Heilige Sint Aechten gewijd. Sint Agatha werd toen dus geschreven als Sint Aechten. De vraag dringt zich als vanzelf op of er toen een Aechtenweg achter de kerk om liep. Daarvoor zijn tot nu geen aanwijzingen gevonden. De R.K. gemeenschap houdt in de nieuwe kerk stand tot de beeldenstorm van 1566. De katholieken gingen kerken in de schuilkerk aan de Achterweg bij De Engel. Donjon Dever had ook een kerkzaal, evenals het oude Meerenburgh. Dit waren waarschijnlijk ook schuilkerken geweest.

In de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) had de Nationale Volksvergadering zich uitgesproken voor de scheiding van kerk en staat. Dat resulteerde in de bouw van een nieuwe katholieke kerk bij ’t Vierkant in 1843. Deze werd in 1902 vervangen door de huidige Agathakerk, toen nog met een onstabiele spitse toren. De officiële kerk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was de Nederduitsche Gereformeerde Kerk. In 1816 veranderde koning Willem I het reglement en de naam werd Nederlands Hervormde kerk.

In Lisse scheidden in de 19e en 20e eeuw diverse stromingen zich af van de oorspronkelijke protestante kerk.

 

Schilderij van Gerbrand Slegtkamp (1833-1903) van de Oude Agathakerk, gebouwd in 1843

Lisse 825 jaar: Graaf Willen II stichtte in 1250 een kapelanie

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

11 april 2023

 door Nico Groen

Lisse bestaat dit jaar op papier 825 jaar. Dit wordt groots gevierd in Lisse. De agenda staat op de website van de gemeente Lisse. In 1250 stichtte Willem II, graaf van Holland (1228-1256) een kapelanie of vicarie in Lisse. In de vorige ‘Sporen van vroeger’ zagen we dat Dirck van der Specke in 1250 was geboren als bastaardzoon van graaf Willem II. Het jaartal 1250 kan bijna geen toeval zijn.

Tijdens de Middeleeuwen kwam het regelmatig voor dat edellieden of gegoede burgers een vicarie stichtten in een parochiekerk of kapel. Er werd dan een priester aangesteld die met een zekere regelmaat memoriediensten moest houden. Dat wil zeggen dat hij missen moest lezen voor de ziel van de stichter van de betreffende vicarie en voor de zielen van zijn familieleden, om zo de tijd in het vagevuur te bekorten. De priester die aan een dergelijke stichting verbonden was, werd vicaris genoemd. In veel gevallen was hij een familielid van de stichter, want die had namelijk het recht om de vicaris voor te dragen: het zogenoemde collatierecht.
Na het overlijden van de stichter kwam dit collatierecht in handen van zijn erfgenamen. Om er voor te zorgen dat de vicaris in zijn levensonderhoud kon voorzien, ging de stichting van een vicarie gepaard met de schenking van landerijen of andere goederen, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de vicaris. Bij een vicarie moesten deze goederen geestelijk worden gemaakt (d.w.z. onder geestelijk recht worden gebracht). Daarnaast diende de stichting door de bisschop van Utrecht te worden bekrachtigd. Bij een vicarie kon de priester die de missen opdroeg niet worden afgezet. Wie de eerste vicarissen in Lisse waren is niet bekend. Ook is onbekend waar deze kapel heeft gestaan.

Sint Servaas
De vicarie van Lisse was ter ere van Sint Servaas. Waarom is de vraag. Lisse maakte in de dertiende en veertiende eeuw op kerkelijk gebied deel uit van de parochie van Sassenheim. De beschermheilige van deze parochie was Sint Pancratius. De naamdag van Sint Servaas is 13 mei (volgens de overlevering zou hij namelijk op 13 mei 384 zijn overleden). Samen met Sint Mamertus (11 mei), Sint Pancratius (12 mei) en Sint Bonifatius van Tarsus (14 mei) behoort Sint Servaas tot de zogenoemde IJsheiligen. De band met Sassenheim zou kunnen verklaren waarom de vicarie in de kapel van Lisse aan Sint Servaas werd opgedragen. Misschien koos men bij de stichting van de vicarie van Lisse daarom eveneens voor een IJsheilige.

De vicarie zal gesticht zijn door graaf Willem II om boete te doen vanwege de geboorte van zijn bastaardzoon.

1182

Er gaan stemmen op om 1182 te bestempelen als de eerste vermelding van Lisse. Er is weliswaar een onduidelijke vermelding van het woord lis in 1182. Maar in deze Latijnse oorkonde staat niet dat de gevierde bruiloft ‘te Lisse’ was, vandaar dat het officieel op 1198 wordt gehouden.

Foto: Tekening van de oude kerk zonder zijbeuk. Foto: Oud Lisse

 

Lisse 825 jaar, maar Lux en Liusna al 300 jaar eerder genoemd 

Sporen van vroeger  (LisserNieuws) 

14 februari 2023

door Nico Groen

  Lisse viert dit jaar het feit dat op papier het dorp 825 jaar bestaat. Het wereldlijk erfgoed dat Willibrord en zijn opvolgers nalieten aan de kerk van Sint Maarten te Utrecht is samengevat in de opgemaakte goederenlijst. Hierop staan de namen Lux en Liusna.

In de 8e en 9e eeuw had deze Willibrord met name ook in het westen vele bezittingen verworven, geschonken door vorsten, edelen en grootgrondbezitters. Deze schenkingen waren destijds vastgelegd op oorkonden, schenkingsakten en giftbrieven. Later werden deze in de eerste helft van de 10e eeuw allemaal in één keer aan het perkament toevertrouwd en gebundeld in ‘De Goederenlijst’ van de Sint Maartenskerk in Utrecht. In deze lijst, gebaseerd op de gegevens uit de 8e en 9e eeuw, worden Lux en Liusna genoemd. Diverse onderzoekers menen, dat Lux en/of Liusna als Lisse of in de buurt van Lisse gezien moet worden. Dit naar aanleiding van de volgorde, waarop de lijst is samengesteld.

 Licht en helder

Op het eerste gezicht lijkt het onlogisch, dat er 2 namen op Lisse zouden slaan. Maar is dat wel zo? De ‘na’ van Liusna betekende in de middeleeuwen ‘nabij’, ‘naast’ of ‘in de buurt van’. Liusna betekende dus zoiets als ‘in de buurt van Lius’. Aad van der Geest probeert in een artikel in het Dever Bulletin van 1991 verklaringen voor Lux, Liusna, Lis en Lisse  te vinden. De woorden ‘licht’ en ‘helder’ komen veelvuldig voor in dit artikel over zijn verklaring van ‘lux’, ‘liusna’ en ‘lis’.

‘Lius’ zou iets met licht te maken hebben. Een heldere waterloop of een kale heuveltop (blinkerd). Verder vermeldt Van der Geest ook nog, dat de plaats Ljusne in Zuid-Zweden, gelegen is aan de rivier de Lusn, wat ‘licht’, ‘helder’ en ‘glans’ betekent. Ljusne betekent dan ‘bij het heldere water’. Opmerkelijk is dat in de 16e eeuw de Zweedse plaats Ljusne geschreven wordt als Luxne.

Als het Latijnse woord ‘lux’ vertaald wordt naar het Nederlands, dan blijkt dit ‘kunstlicht’ te betekenen. Dit kan vroeger niets anders geweest zijn als ‘vuur’, ‘kaarslicht’, ‘brand’ en ’toorts’. Volgens een Deens woordenboek wordt het Latijnse ‘lux’ als ‘lys’ geschreven. Het Deense woord ‘lyse’ betekent ‘verlichten’ of ‘lichtgeven’. Beide Deense woorden lijken toch erg veel op Lisse. Temeer, omdat Lisse vroeger naast Lis ook als Lys of Lysse geschreven werd. Verder betekent het Zweedse woord ‘lyse’  ‘verlichting’.

Het Latijnse lux uit de 10e eeuw werd uitgesproken als ‘Luzz’. Het Iers-Keltische  ‘lius’ van ‘liusna’ uit de 7e eeuw werd toentertijd volgens Peter Berresford Ellis uitgesproken als het hedendaagse lus. De i was een toonloze toevoeging.  Ellis is bekend om zijn wetenschappelijke boeken over de Keltische geschiedenis. Dat leverde hem een groot aantal bekroningen op, inclusief een eredoctoraat aan de Universiteit van Londen. Om diverse redenen menen sommige onderzoekers, dat  het woord ‘liusna’ al heel oud is en mogelijk van Keltische afkomst.

Concluderend kan gesteld worden dat ‘lis’, ‘lux’ en ‘liusna’ ongeveer hetzelfde werden uitgesproken en dat het daarom waarschijnlijk om dezelfde woonplaats gaat. En dat de betekenis voor de drie woorden licht, helder, blinkerd, blank, vuur, brand of vlammen was.

Foto: ‘Waar de blanke top der duinen, schittert in de zonnegloed’. Zo kan het uitzicht van Liusna er hebben uitgezien.
Foto: Nico Groen

In 1542 was er al een orgel in de Grote Kerk

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                           

22 november 2022

door Nico Groen 

Grote veranderingen aan de binnenkant zijn op til voor de Grote Kerk. Naast kerkdiensten moeten er na de verbouwing allerlei culturele activiteiten kunnen plaatsvinden. Omdat het een rijksmonument is, mag er aan de buitenkant geen grote veranderingen plaatsvinden. Ook aan het orgel zal niet veel veranderd worden.

Rond 1300 raakten orgels in de kerk in gebruik. In Lisse was er in de 16e eeuw een. Uit de archieven blijkt dat in 1542 Mr Jan Claes van Hillegom als organistmeester is aangenomen in de Grote Kerk. Uit de ‘Voorlopige lijst van Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst van de Provincie Zuid-Holland uit 1915’ blijkt in Lisse een orgel uit 1822 aanwezig te zijn. Dit zou een Knipscheer-orgel zijn geweest. Drie generatie orgelbouwers telde de familie Knipscheer.

In 1858 wordt volgens de kerkenraadnotulen de Grote Kerk flink opgeknapt. Er staan diverse werkzaamheden vermeld. In verband met het orgel staat er: “Het orgel, hetwelk voor rekening van iemand, wiens naam niet genoemd mag worden, insgelijks in- en uitwendig geheel was vernieuwd en verfraaid en nu weer een waar sieraad der kerk mag heeten”. Die vernieuwing van het orgel was opgedragen aan de firma N.A.G. Lohman, orgelmakers te Leiden. Lohman is de naam van een bekende familie van orgelbouwers. Je vindt in ons land, bijvoorbeeld hier in de buurt in Warmond, nog verscheidene Lohman-orgels. Schrijver Maarten ’t Hart speelt geregeld op het Warmondse Lohman-orgel. Het Knipscheer-orgel van Lisse werd in 1917 echter van de hand gedaan en kwam terecht in de gereformeerde kerk van Vriezenveen. Het werd verkocht voor f 2.500,-.

In Lisse werden orgelbouwers uitgenodigd mee te dingen voor het mogen bouwen van een nieuw orgel. De bouw werd gegund aan de firma A.S.J. Dekker uit Goes. Het werd een pneumatisch kegelladen-orgel. Kosten ongeveer f 60.000,-. De kwaliteit ervan liet te wensen over. In de dertiger jaren was al een grondige restauratie nodig.

Huidige Flentroporgel uit1961

In 1961 werd het huidige orgel in de Grote Kerk geplaatst. Restauratie van het Dekker-orgel vond men onverantwoord, iedere cent aan restauratie besteed zou weggegooid geld betekenen. De firma Flentrop uit Zaandam verzorgde het nieuwe orgel, met mechanische sleepladen toegerust. De firma Flentrop is sinds 1903 nationaal en internationaal actief in orgelbouw en orgelrenovatie. Ook na de aangekondigde veranderingen in de Grote Kerk zal het orgel vast een prominente plaats blijven innemen, zowel in de eredienst als in concerten. Laat de registers maar open gaan!

Nieuwsblad van de VOL

Bovenstaande gegevens komen uit het laatste kwartaalblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Daarin staat een uitgebreid artikel van Liesbeth Brouwer over het orgel van de Grote Kerk. Dit kwartaalblad is, zoals elk kwartaalblad, te koop voor 5 euro per stuk tijdens de inloop op dinsdagmorgen. De bladen zijn gratis voor leden.

 

Foto: Het orgel van de Grote Kerk

Foto: Protestante Gemeente Lisse

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

De Kerkbank. Zit het goed zitten?

Grote veranderingen zijn op til voor de Grote Kerk. Naast kerkdiensten moeten er na de verbouwing allerlei culturele activiteiten kunnen plaatsvinden. Dit keer aandacht voor de geschiedenis van de banken. ‘Op de website van Oudlisse.nl is een nieuw fotobeeldverhaal te vinden van de grote kerk.

Door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad 21 nummer 4, 2022

De Grote Kerk wacht grote veranderingen. Het gebouw moet rendabeler worden en krijgt daarom een meer multifunctioneel karakter. Zouden de veranderingen ten koste van de banken kunnen gaan?

Oudste periode
In de beginperiode van onze Grote Kerk stonden er beslist geen rijen kerkbanken. Mensen gingen wel vaak naar de kerk. Iedereen was katholiek. De kerk had een functie als bestuurlijk centrum en had zeker ook een sociale functie. De inrichting van de kerk was totaal anders. Het altaar was het centrale punt. Er zullen knielbanken geweest zijn en voor een hooggeplaatst persoon was er vast een zitplaats. Er waren heiligenbeelden. De mensen vroegen heiligen om hulp en bescherming. Op kerkelijke feestdagen werden processies gehouden. Het geloof was meer een visuele belevenis. Een dorpskerk als in Lisse zal sober zijn geweest, maar weelderige elementen van aanbidding, zoals in steden wel te zien waren, werden ergernissen. Diverse twistpunten op geloofsgebied leidden uiteindelijk tot een scheuring.

Na de reformatie

De meeste inwoners van Lisse bleven katholiek volgens de oude traditie. Vlak na de reformatie, omstreeks 1573, kerkten de volgers van de nieuwe richting in de Oude Pastorie, niet in de Grote Kerk dus. In 1574 werd de kerk verwoest door Spaanse bombardementen en restte een ruïne. Na het herstel kwam de Grote Kerk aan de Nederduits Gereformeerden (later hervormden genoemd). De inrichting van de kerk veranderde. Niet meer was het altaar, dat aan de oostzijde moet zijn geweest, het belangrijkst. De preekstoel voor de predikant werd centraal geplaatst, waarschijnlijk op de plaats waar hij nu ook staat. Alles was gericht op “het woord”. Daar moest je rustig en aandachig naar kunnen luisteren. Op een bank dus.

Status
De zitplaatsen in de kerk weerspiegelden ook je sociale status. Rijken begonnen hun eigen kerkbanken te kopen. De herenbanken stonden dicht bij de preekstoel, de banken voor de minst draagkrachtigen stonden het verst van de preekstoel. In die tijd werd dat als vanzelfsprekend
beschouwd. Vrouwen en mannen zaten niet in dezelfde banken. De meeste banken hadden een soort lessenaar waar de bijbel of het liedboek opgelegd kon worden. Samen zingen was een belangrijk element van de dienst geworden. De meeste mensen hadden wel wat onderwijs
gehad en dankzij de boekdrukkunst konden bijbels en liedboeken wijd verspreid worden.

Koud

Van een verwarmd kerkgebouw was natuurlijk geen sprake. Maar de preken duurden zeker veel langer dan we nu gewend zijn. De synode van Dordrecht van 1574 besloot zelfs dat een preek maximaal een uur mocht duren. Houd dan maar je aandacht bij de preek wanneer je langzamerhand door en door koud wordt. Een speciale zandloper op de kansel hielp de dominee om de tijd in de gaten te houden. Gelukkig werden de banken op houten vlonders geplaatst, maar koud bleef het. Daar werd wel wat op gevonden: de stoof. In een testje deed men een gloeiend kooltje of turf en dat zette men in een stoof. Het leidde tot een beroep dat inmiddels weer helemaal verdwenen is, de stovenzetster. Meestal een bijverdienste voor een armere vrouw. Het was ook wel de taak van de koster. Aanpassingen Door de eeuwen heen zijn er diverse aanpassingen aan gebouw en interieur van de Grote Kerk gepleegd. Sommige daarvan hadden direct gevolgen voor de zitplaatsen. Cornelis van der Zaal (1762-1839), van de bekende timmermansfamilie van het Vierkant, beschrijft begin 19e eeuw zo’n aanpassing: In het jaar 1817 den 10de februari ben ik begonnen de Gereformeerde kerk te veranderen.
Eerst heb ik het koorhek veranderd. Daar was in het midden een doorgang met 2 hekdeuren, waar een grote herenbank voor stond, zoals deze aan het toreneind nog staat. Daar is de hoge achterwand afgenomen en voor de banken geplaatst, die aan het toreneind staan. Dan 2 deurhekken uit het midden genomen en aan iedere zijde ingebracht en het middenvak weer dicht gemaakt. Met hetgeen er voor die
deur uit is gekomen aan de koorzijde en aan de kerkzijde heb ik een 3/4 dm dicht schot gemaakt en daar de preekstoel tegen gezet, die op de zuidzijde tussen het 2de en 3de glasvak stond, zoals het misschien 200 jaar was geweest, maar zeer ongemakkelijk om te spreken en daarom het meeste veranderd en ook voor een betere inrichting en orde in de herenbanken, die toen allemaal tegen de marktzijde aan stonden heb ik verplaatst. De bank die nu bij het koorhek naar de zuidzijde staat, stond toen aan de noordzijde en de herenbank daarnaast heb ik losgemaakt en naar het koorhek verplaatst. Ook de bank die daarop volgt heb ik naar voren verplaatst de vier banken die aan het toreneind tegen de muur stonden heb ik los gemaakt en naar de zuidzijde verplaatst tegen de eerste bank, zoals ze nu staan. Daarna is er een nieuwe bank bijgekomen. De kleine bank heb ik 5 en 6 dm ingekort en naar de noordzijde overgebracht en die aan de zuidzijde ook ingekort in evenredigheid, aan weerszijden even veel, want er waren 11 kleine banken naar het toreneind en de zuidzijde en 6 kleine banken bij het koorhek en het doophek rond de preekstoel. Ik heb dat werk in dier voege verricht: de eerste en tweede week heb ik met een knecht het koorhek veranderd en de herenbank losgemaakt en in de 3de week het doophek afgebroken en in het koor in orde gemaakt met de banken en lessenaars, waar nog twee oude banken stonden. Vervolgens heb ik met 3 knechten in de vierde week de preekstoel en alle banken verzet en in de 5de week verder de boel opgeknapt en in orde gebracht.

In 1822 komt er een nieuw orgel
Van der Zaal krijgt samen met Van Ingen een bouwopdracht. Zijn dagboek vermeldt: Zo kwamen wij beiden overeen om het met een zitplaats voor de organist en de trapper voor de som van f 420 gulden te maken. En zo zijn wij aan het werk gegaan. Later ontstaan problemen en trekt Van der Zaal zich terug. Met een beetje leedvermaak meldt hij nog wel: moest het van de ene zijde tot de andere zijde van de kerk gemaakt worden om plaatsen te verhuren, zoals het nu is en toen is het voorfront ook verlengd en nog beelden er op gekocht, zodat zij toen veel geld te kort kwamen. Uit het dagboek krijgen we een beetje een idee van de inrichting van de kerk en blijkt wel dat er ook in die tijd gezocht werd naar een goede opstelling terwijl de financiën de mogelijkheden beperkten.

Mejuffrouw C.J. van der Beek
In 1858 veranderde er blijkbaar het een en ander aan de Grote Kerk wat ook weer effect had op de zitplaatsen. Of de financiën op orde waren is niet duidelijk maar met dank aan mejuffrouw C.J. van der Beek kon er gigantisch veel gebeuren. De kerkenraadsnotulen van 26 september 1858 vermelden: den 26 september 1858 was voor de gemeente Lisse een heugelijke feestdag. Haar kerkgebouw, hetwelk voor rekening van Mejuffrouw C.J. van der Beek inwendig onder het opzigt en bestuur van onze predikant, smaakvol was vernieuwd en verfraaid geworden, wordt op dezen dag plegtig aan den dienst des Heeren toegewijd. Gedurende 4 maanden werden de godsdienstoefeningen in het koor gehouden. Wat zitplaatsen betreft weten we ook wat er allemaal gedaan werd:
– stoelen in het ruim vervangen door banken met Amerikaansch linnen bekleed
– de predikstoel verhoogd en met beeldhouwwerk versierd geworden
– het zogenaamde doophekje waarin de leden van de kerkeraad en de kerkvoogden tot dusver hunne zitplaatsen hadden was weggenomen en
daar voor in de plaats gesteld een bank die, als balustrade met ijzeren lofwerk versierd, het ruim der kerk van den predikstoel scheidt, en
binnen wier ruim van nu voortaan de Avondmaalstafel zal geplaatst worden.
– De luifels boven de banken ter regter en linkerzijde van den preekstoel, waren weggenomen. Het zal geen verrassing zijn, de uitvoering van dit alles was in handen van een Van der Zaal, nl. kleinzoon van de eerdere en naar hem genoemde Cornelis van der Zaal als meester-timmerman. De kerk heeft nog meer aan mejuffrouw Van der Beek te danken. De kerkenraadsnotulen van begin 1861 melden dat dankzij haar: Het ruim der kerk  voor vrouwen zitplaatsen bestemd, en de kerkeraadsbank voorzien zijn van doorlopende en vaststaande stoven.

Weer een renovatie
Cornelis van der Zaal hield een dagboek bij dat nog steeds in de familie is. Daarin is over de kerk in 1906 een opmerking geplaatst door nazaat Albertus (1853-1937). In 1906 is door mij, Albertus van der Zaal en H. Marseille en J. van Hemert de kerk weder veranderd, omdat er te weinig plaatsen waren. Toen is de preekstoel weder naar zijn vorige plaats verplaatst tussen het 2de en 3de raam……. De banken in de kerk zijn gedeeltelijk vernieuwd en omgedraaid, zoodat de menschen naar de preekstoel kunnen zien, de scheiding tusschen de kerk en het koor is 6,50 meter achteruit gezet en daarboven een galerij gemaakt en zijn door die verandering zoveel plaatsen gewonnen, dat er …menschen meer een gehuurde plaats konden krijgen. Jammer dat hij op de … geen aantal heeft ingevuld. Uitbreiding kerk In 1923 werd de kerk uitgebreid met een zijvleugel aan de noordzijde. Ook dit heeft weer een herschikking van het interieur tot gevolg. Nieuwe banken werden aangeschaft.
Architect J.C. Brand jr. maakte maart 1923 een tekening met daarop aangegeven de nieuwe bankindeling.

Oorlogsjaren

Een verandering in maart 1943 was niet zo vrijwillig

Ook in de oorlogsjaren vonden er wat aanpassingen plaats. Het klankbord, de zijbanken, de katheder en het doophek werden gesloopt. De kerk was in die tijd vaak overvol, wat ook kwam doordat er nogal wat Katwijkers moesten evacueren en hier terecht kwamen. Men spaarde zelfs voor een tweede hervormde kerk. Er zijn uit die tijd plattegronden voor de verhuur van zitplaatsen, met een markering naar prijsklasse. Er waren 8 categorieën variërend van f 6,50 tot f 18,- per jaar. De banken op de begane grond zijn genummerd van 1 t/m 559. Nummers 163 t/m 166 ontbreken en 1 t/m 12 komen 2 keer voor, dus totaal 564 zitplaatsen. Verder zijn er nog 48 niet genummerde stoelen aangegeven in het liturgisch centrum. Op de begane grond zijn dus 612 plaatsen. Op de koorgalerij zijn 45 plaatsen en op de orgelgalerij 7 ongenummerde zitplaatsen. Samen 664 plaatsen en toch waren het er in die tijd soms te weinig.

Restauratie 2002
Een uitgebreide restauratie vond plaats in 2002. Binnen en buiten werd onderhanden genomen. Men kerkte een tijd in zorgcentrum Rustoord. In die tijd werd ook gedacht aan het inwisselen van de banken voor stoelen. Heel comfortabel zit je natuurlijk niet op zo’n kerkbank. Maar dat idee moest worden verlaten omdat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg dat afkeurde. De inrichting van de kerk was juist heel bijzonder vanwege het gave interieur uit de jaren twintig. Kerkbanken uit die tijd zijn een zeldzaamheid.

Plan
De tijd van enorme hoeveelheden benodigde zitplaatsen is voorbij. De Protestantse Gemeente Lisse heeft besloten 2 kerkgebouwen te sluiten. De Grote Kerk zal grondig aangepast moeten worden, zodat er in de toekomst naast kerkdiensten ook exposities, concerten en andere culturele activiteiten een plek kunnen krijgen. Een hele opgave om zo’n opzet rendabel te krijgen. Zeker wanneer je denkt aan de huidige energiekosten. Moeten we de stoofjes weer in ere herstellen? Het laatste woord zal er nog niet over gezegd zijn, maar de renovatie zou zo maar ten koste kunnen gaan van de banken. Natuurlijk in zekere zin jammer. Een multifunctioneel gebruik zal zekere offers vragen. maar de kerk kan zo haar sociale functie behouden.

De kerk zoals ze er in 1730 bij stond. Tekening van H. van Leth

 

Kerkzaal in 1955 met het oude Dekker-orgel van 1917

 

De zijvleugel in aanbouw, het betere metselwerk

 

De dorpskerk heeft heel vaak in de steigers gestaan. In 1954 stond de toren in de steigers voor een grote beurt, links voor die tijd, rechts na 1954.
In 2002 werd ook de binnenkant eens flink onder handen genomen en stonden er heel wat steigers binnen.

 

De kerkrenovatie in 1992

 

De kerkrenovatie in 1992

 

Bij de kerkrenovatie in 1992 kwam het jaartal 1592 naar voren

 

 

Grote Kerk open tijdens Monumentendag 

Sporen van vroeger (lisserNieuws) 

30 augustus 2022

door Nico Groen

Op 10 september is het weer Open Monumentendag, ook weer in Lisse. Een van de deelnemende gebouwen is de Grote Kerk aan ’t Vierkant. Dit is de eerste keer na de fusie op 15 mei 2022 van de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk (Klister) tot Protestantse Gemeente Lisse (PGL).

Het is waarschijnlijk de laatste keer dat de banken en de preekstoel te bewonderen zijn. Een renovatie ligt in het verschiet. In de Grote Kerk staat namelijk een grote verbouwing gepland zodat er naast kerkdiensten ook culturele activiteiten kunnen plaatsvinden. De Grote Kerk is de oudste kerk van Lisse.

Preekstoel

Een preekstoel is kenmerkend voor kerken. Voor deze oude kerk geldt dat zeker. In 1574 wordt het kerkgebouw zwaar beschadigd door de Spaanse troepen Het is immers in de tachtigjarige oorlog. In 1592 is de kerk provisorisch gerestaureerd, in 1630 is deze restauratie pas geheel voltooid. De eiken preekstoel met een ‘koperen lezenaar’ is in 1668 geplaatst.

E zijn na die wederopbouw diverse verbouwingen en restauraties geweest. Om verschillende redenen: meer ruimte, indeling anders, herstelwerkzaamheden. Dat had soms gevolgen voor de preekstoel. Timmerbedrijf Van der Zaal op het Vierkant was betrokken bij meerdere verbouwingen. Cornelis van der Zaal hield een dagboek bij waar de “Kroniek van de Lisser timmerman en molenmaker Cornelis van der Zaal 1762-1839” op gebaseerd is. De kroniek, die nog bij Oud Lisse te koop is, bevat het volledige, door Bert Kölker getranscribeerde dagboek, voorzien van uitgebreid aanvullend commentaar. Uit het dagboek, waarop kleinzoon Albertus nog een aantekening zette, halen we enkele uitspraken aan.

“Den 10de februari 1817 ben ik begonnen de Gereformeerde kerk te veranderen. …..heb ik een 3 duims dik schot gemaakt en daar de preekstoel tegen gezet, die op de zuidzijde tussen het 2de en 3de glasvak stond, zoals het misschien 200 jaar was geweest, maar zeer ongemakkelijk om te preken en daarom het meeste veranderd”.

Zijn kleinzoon Albertus schrijft: “In 1906 is door mij, Albertus van der Zaal en H. Marseille en J. van Hemert de kerk weder veranderd, omdat er te weinig plaatsen waren. Toen is de preekstoel weder naar zijn vorige plaats verplaatst tussen het 2de en 3de raam”.

De ‘predikstoel’ was ondertussen in 1858 verhoogd en met beeldhouwwerk versierd. In 1943/44 is de achterwand en de preekstoel vernieuwd met gebruik van oude materialen. De kuip van de preekstoel is vergroot. De preekstoel is toen ook weer verlaagd met een andere voet.

De banken

Vóór 1858 stonden er stoelen in de kerk, maar geen banken. De stoelen zijn toen vervangen door  banken met Amerikaans linnen bekleed. Het geheel is allemaal betaald door Mej. C.J. van der Beek. Dat zijn niet de banken die er nu staan.

De banken die er nu zijn werden waarschijnlijk in 1924 geplaatst, toen ook de zijbeuk (het nieuwe gedeelte!) werd gerealiseerd vanwege ruimtegebrek.

Een tekening van de grote kerk

 

 

 

Licht in de grote kerk

De kerk is een aantal fraaie kroonluchters rijk. Bij de laatste restauratie van 2002 werden de kroonluchters losgemaakt en met de hand gepoetst en vervolgens gelakt. Daardoor kwamen de porseleinen plaatjes met daarop de namen van de vroegere gulle gevers weer tevoorschijn. Een van de kroonluchters is geschonken door schippers.

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

De Grote Kerk wacht een grote verbouwing opdat er naast de kerkdiensten ook allerlei culturele activiteiten kunnen
plaatsvinden. Hierbij weer een ander element uit de kerk.

Poetsen en polijsten van de onderdelen.
Foto: Architectenbureau Rokus Visser

De Grote Kerk stamt uit de 15e eeuw. De dorpskerk is naast kerkgebouw ook de ontmoetingsplek van de gemeenschap. Aan het eind van de 16e eeuw breken donkere tijden aan. De opstand tegen de Spanjaarden en de Reformatie brachten een soort aardverschuiving met zich mee. Er volgde een geloofssplitsing waarbij aanhangers van Rome tegenover de volgelingen van de Reformatie kwamen te staan. De Grote Kerk werd in deze troebele tijd verwoest. In 1592 werd de kerk hersteld, het koor volgde later. De Grote Kerk was inmiddels een gereformeerde kerk geworden. Een deel van de oorspronkelijke kerkgangers moest zijn heil zoeken in schuilkerken. Als ontmoetingsplek voor de hele gemeenschap van Lisse had de Grote Kerk afgedaan.

Kaarslicht

Glanzende kroonluchters

Voor verlichting zullen destijds waskaarsen hebben gezorgd. In die vroege tijd kwamen er voorschriften die stelden dat men in kerken en kloosters kaarsen met een bepaald minimum percentage aan bijenwas moest gebruiken. Dat was niet alleen vanwege de kwaliteit. De bijen die de was produceerden golden als maagdelijke dieren en werden daardoor geassocieerd met de Heilige Maagd Maria.
Na de Reformatie waren kaarsen natuurlijk nog steeds de verlichtingsbron. Mogelijk stond er in Lisse op de preekstoel ook een zandloper. Dominees hielden er van om zeer lang te preken. Het kon gerust anderhalf uur duren, vaak tot verdriet van veel toehoorders. De synode van Dordrecht besloot in 1574 dat een preek maximaal een uur mocht duren. Dat had ook een beetje te maken met de brandtijd van de kaarsen. De dominee moest zich wel aan de tijd houden. Soberheid gold binnen de Nederduitsch Gereformeerde Kerk. Voor een bank met zes of zeven plaatsen werd één kaars wel voldoende geacht. Trouwen en begraven bij kaarslicht gold in de 17de en 18de eeuw als buitengewoon deftig.

Kroonluchters
De kerk is een aantal fraaie kroon luchters rijk. Bij de laatste restauratie van 2002 werden de kroonluchters losgemaakt en met de hand gepoetst en vervolgens gelakt. Daardoor kwamen de porseleinen plaatjes met daarop de namen van de vroegere gulle gevers weer tevoorschijn. Een van de kroonluchters is geschonken door schippers. Die vormden hier destijds een belangrijke beroepsgroep. Het schildje vermeldt de schenking met de woorden: “gegeve bij Engel Jacobsse, Jan Jacobss in den Direkse en de Pieter Willems Schippers tot Lisse 1660”.

Kaarsnis
Bij diezelfde restauratie kwam achter de houten lambrisering aan de zuidzijde van het schip een gepleisterde nis
tevoorschijn. De vorm van deze nis, met een keperboog, deed vermoeden dat het om een kaarsnis ging. De nis is na de restauratie in het zicht gelaten.

Petroleum, gas, elektriciteit
Andere manieren van verlichting volgden. Eerst petroleum. Die verlichting werd in 1915 vervangen door gaslicht. Een volgende modernisering volgde snel: in 1922 kwam er elektriciteit.

Middelpunt van de dorpsgemeenschap.

De Grote Kerk had na de Reformatie ingeboet als dorpsmiddelpunt. De huidige ontkerkelijking dwingt kerken tot drastische stappen. Kerken moeten zelfs sluiten. Binnen de Protestantse Kerk in Nederland zien ze een lichtpunt in het op nieuwe manieren vormgeven van de middelpuntfunctie van de kerk. In dat licht moeten we het initiatief van de Poetsen en polijsten van de onderdelen Glanzende kroonluchters komende verbouwing maar zien.

De pastoors van de schuilkerk

Sporen van vroeger                                                            

26 april 2022

door Nico Groen

Na de hervorming in 1579 verenigden de katholieken in Warmond, Voorhout, Sassenheim en Lisse  zich in een statie. Een statie is de standplaats van een missionaris omdat Nederland als zendingsgebied werd beschouwd. De missionarissen woonden in Sassenheim en zullen mogelijk daar begraven zijn. Omstreeks 1630 werd oogluikend toegestaan dat ten westen van de Achterweg, net ten noorden van de zandsloot Mallegat, bij De Engel, een schuilkerk werd gebouwd.

Omdat in de loop van de tijd de scherpe kantjes er wat af gingen, kregen de katholieken in Lisse, Voorhout, Sassenheim en Warmond in 1631 weer een gezamenlijke pastoor, Johannes de Hoogh, die in 1635 aan de pest overleed. Na hem kwam pastoor Engelbertus Roxelius. Hij was pastoor van 1635 tot zijn overlijden in 1659. Pastoor Roxelius werd opgevolgd door Adriaan Houckgeest, die tot zijn overlijden in 1687 pastoor bleef in voornoemde dorpen. Deze pastoors staan niet op de vervallen grafzerk, die op het kerkhof van de Agathakerk ligt en waarover u eerder heeft kunnen lezen.

Pastoors op de grafzerk

In 1687 werd pastoor Johan van der Werve alleen voor Lisse benoemd. Hij overleed op 1 juli 1697 en werd opgevolgd door Lambert Schaap, die in 1708 stierf. Na hem is Arnoud de Leeuw gekomen. Hij herbouwde de kerk in 1710. Na De Leeuw werd Franciscus van den Heuvel pastoor en na diens overlijden Cornelius van der Valk of Valck. Deze 5 pastoors staan op de grafzerk. In 1828 werd bij de schuilkerk een kerkhof gerealiseerd. Omdat de 5 pastoors die op de oude grafzerk staan al vóór 1828 waren begraven, zullen deze in de Grote Kerk begraven zijn, waar de steen onder de vloer in 1938 tevoorschijn kwam. De latere pastoors van de schuilkerk stonden daar niet op.

Nog 4 pastoors

Daarna kwamen er in de schuilkerk nog 4 herders die dus niet op de grafzerk staan, zoals Petrus Snarenburg die overleden is op 1 januari 1805. Hij werd begraven in de Pieterskerk in Leiden. De volgende pastoors waren Joannes Christophorus Freede overleden op 14 juni 1816 en Petrus van Halen, overleden op 13 juni 1840, die op het kerkhof bij de schuilkerk werd begraven. Waar pastoor Freede zijn laatste rustplaats vond is niet duidelijk. In 1840 kwam pastoor van der Hoven, onder wiens leiding een nieuwe kerk (1842) en kerkhof (1843) verrees aan de Heereweg.

Restauratie van belang

De oude grafsteen op het kerkhof bij de Agathakerk vertelt de geschiedenis van de schuilkerk. Dit is uit cultuurhistorisch oogpunt van groot belang. Het is ook onderdeel van de geschiedenis en identiteit van de katholieke gemeenschap  in Lisse. Deze grafzerk moet daarom behouden blijven. Het opschrift is nauwelijks te lezen en de steen is gebroken. Voor toekomstige generaties is restauratie van groot belang.

 

Alle pastoors van de Agathakerk vanaf 1461 tot 1956 staan op deze foto. De hele lijst hangt naast de ingang naar de kerkzaal.
Foto: Nico Groen

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”