Berichten

HOFJE VAN SIX WEER BEWOOND

U leest over geschiedenis vanaf 1741 en 4 van de 5 woningen zijn gerenoveerd en ondertussen al weer bewoond.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

2 januari 2018

door Nico Groen 

Op 8 december j.l. kregen de 4 nieuwe bewoners de sleutel van hun nieuwe woning in het Hofje van Six. De renovatie van 4 van de 5 woningen is in 2017 voortvarend en grondig aangepakt, om deze weer verhuurbaar te maken. Alleen de buitenmuren en het dak bleven staan. Maar het voorste huis (Kanaalstraat 34) is niet gerenoveerd. Dat is in 2017 door de Diaconie van de Hervormde Gemeente verkocht om de renovatie van de 4 andere woningen voor een deel te bekostigen. Het complex van het Hofje van Six is 134 jaar oud.
De renovatie is een mooie gelegenheid om de geschiedenis eens te bekijken.
 
De Diaconie krijgt in 1741 een legaat van Pieter Six jr.
Pieter Six jr (1686/1755) was een telg uit de rijke koopmansfamilie Six uit Amsterdam. Zij verdienden hun geld onder andere met de lakenververij. Zij belegden hun geld in landerijen en huizen. Zo waren zij bijvoorbeeld in het bezit van Grotenhof aan de Achterweg in Lisse. Pieter was Schepen van Amsterdam en daar later zelfs burgemeester. Hij was in 1720 ook medebewindvoerder van de VOC.
Pieter Six jr koopt in 1740 2 huisjes aan de Kanaalstraat op de locatie rond de poort naar de nu gerestaureerde panden. Daar woonden toen al 4 personen. Hij is niet lang in het volledige bezit gebleven. In 1741 legateerde Pieter Six jr de helft  aan de Diaconie van de Gereformeerde Kerk (later Hervormde Gemeente geheten). Er mochten 4 oudere personen wonen, “mits zij behoeftige ledematen van Gereformeerde Christelijke Religie waren”. Per huis woonden er dus 2 personen. Zij mochten daar voor niets wonen en kregen nog ieder 100 gulden per jaar als leefgeld. Ook de  Diaconie kreeg voor onderhoud en toezicht 100 gulden per jaar. Na het overlijden van Pieter Six in 1755 wordt op basis van een bijzondere bepaling in het testament de Diaconie pas in 1797 volledig eigenaar van het Hofje. Zij ontvangt dan bovendien 10.000 gulden, mogelijk voor nieuwbouw, want in 1809 zijn er 6 hoofdbewoners.
Nog eens zo’n bedrag bleef beschikbaar bij de Amsterdamse Weeskamer.
 
Nieuwbouw in 1883
In 1883 werd het westelijk huisje gesloopt. Daar werd toen een nieuw pand met aparte wooneenheden voor 7 gezinnen van een of meer personen onder één dak gebouwd. Bij een renovatie in 1968 werd een nieuwe, ruimere indeling gemaakt, waardoor er 5 hoofdbewoners overbleven. Deze situatie is na het groot onderhoud in 2017 zo gebleven. De buitenkant, zoals die er nu uit ziet, is nog vrijwel hetzelfde als bij de nieuwbouw uit 1883.
Het oostelijk huisje, daar waar later het sigarenwinkeltje van Ligtenberg was, (Kanaalstraat 44), is in 1912 gesloopt en weer herbouwd. Aan de zuidkant waren daar ook 2 eenkamer woningen aangebouwd. Er konden toen 3 gezinnen met een of meer personen wonen. Totaal in het Hofje dus 10 hoofdbewoners.
In 1926 werd Kanaalstraat 44 gekocht door de hoofdbewoner Dirk Schrier en hoorde het eigenlijk niet meer bij het Hofje. De Diaconie had geld nodig en daarom werd het verkocht.
Helaas is na de verkoop van Kanaalstraat 44 door de fam. Ligtenberg aan een projectontwikkelaar dit pand in 2006 gesloopt en vervangen door een modern hoog pand. Hierdoor is de monumentwaardigheid van het Hofje van Six volgens de uitspraak van de rechter ernstig aangetast en is het Hofje van Six niet meer monumentwaardig.
Een werkgroep van Vereniging Oud Lisse is momenteel aan het inventariseren wat de familie Six in Lisse van doen had en wat zij voor Lisse hebben betekend. Na deze inventarisatie zal hierover een artikelenreeks of een boek worden gemaakt.

 

Het Hofje van Six in vroegere tijden Foto uit ‘Het Hofje van Six te Lisse’ van Rob Pex.

 

GEVOLGEN VAN DE REFORMATIE IN LISSE

De katholieken moesten uit de grote kerk. De schuilkerk aan de Achterweg wordt beschreven. Wat zijn Klopjes? 

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

24 oktober 2017

door Nico Groen 

Op 31 oktober 1517 spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenberg in Duitsland. Dit is het symbolisch begin van de Reformatie. Dat is dus precies 500 jaar geleden. De Reformatie is de afscheiding van de protestanten van de R.K. Kerk. Er heerste grote armoede en er was veel onvrede binnen de R.K. Kerk, onder andere door de vervolging en verbranding van ketters. Voeg hieraan toe het mislukken van de oogst in 1565 en de daarop volgende voedseltekorten dan zijn alle ingrediënten aanwezig voor een volkswoede. Dit ontaardde in 1566  in de Beeldenstorm. Het gevolg was de tachtigjarige opstand tegen Spanje, die in 1568 begon. Onder andere Leiden (1573/74) en Haarlem (1572/73) werden belegerd door de Spanjaarden.  Dat had tot gevolg dat ook in Lisse de kerk, boerderijen en woningen werden vernield.
 
Schuilkerk bij de Engel
De katholieken in Lisse kerkten in de Dorpskerk op ‘t Vierkant. Tijdens de Beeldenstorm werden de beelden van de heilige Agatha en van Maria vernield en verwijderd. De sieraden, zoals rozenkransen werden gestolen en later verkocht. In 1579 werd bepaald, dat de Nederduitse Gereformeerde Kerk in de Noordelijk Nederlanden voortaan de publieke kerk moest zijn. De R.K. Kerk werd verboden. De protestanten namen de kerk in bezit evenals de pastorie op ’t Vierkant.
De katholieken kwamen in het geheim bij elkaar. Zo was er op landgoed Meerenburgh een kapel, waar een kapelaan de mis deed. Ook werden daar monniken opgevangen.
Na een aantal jaren werden de verhoudingen tussen de twee geloofsgemeenschappen gestabiliseerd. Omstreeks 1630 werd oogluikend toegestaan, dat ten westen van de Achterweg, net ten noorden van het Mallegat, bij de Engel een schuurkerk of schuilkerk werd gebouwd. Dit tegen een jaarlijkse betaling van zogenaamde recognitiegelden voor een officiële vergunning. Van deze kerk is geen afbeelding bekend, maar in 1710 wordt op dezelfde plaats een nieuwe kerk met een fraaie pastorie gebouwd. De nieuwe kerk werd bijna 10 meter diep en twintig meter breed aan de voorkant. De kerk werd gebruikt tot 1843 en later gesloopt. Op de tekening hiernaast is rechts de kerk en links het pastoorshuis te zien, met linksvoor een bijkeuken of iets dergelijks. De tekenaar stond ten westen van de kerk, omdat aan de kant van Achterweg niets te zien mocht zijn wegens mogelijke aanstoot. Daar waren bosschages, boomgaarden en een schutting. Op het binnenplaatsje voor de pastorie is een muur te zien met een soort tuinhuisje en daarnaast een poortje, waar  mogelijk een geestelijke dochter, een zogenaamd Klopje, staat. Er waren daar meerdere Klopjes. Klopjes zijn alleenstaande vrouwen, die een kuisheidsgelofte hebben afgelegd. De Klopjesbrug ter plaatse over het Mallegat is naar hen vernoemd, evenals boerderij Klopjeshoven, die aan de overkant van het Mallegat stond.
In Lisse was veel corruptie, waarbij ambtenaren en bestuurders tegen betaling een oogje dichtknepen. In Lisse was de eigenaardige situatie ontstaan dat de katholieke ambachtsheer van Lisse de protestante dominees moest aanstellen. Dit gaf vele onverkwikkelijke situaties.

Het meeste van bovenstaande is ontleend aan het boekje ‘De Aagtenkerk van Lisse’ van A.M. Hulkenberg uit 1960.

Rechts de achterkant van de schuurkerk aan de Achterweg bij het Mallegat Foto: Beeldbank Lisse

OPEN MONUMENTENDAG 2016 GESLAAGD

Met 3500 bezoekers kan men terugzien op een geslaagde jubileumdag in Lisse. Het was namelijk de dertigste uitvoering.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

4 november 2016

door Nico Groen 

 
Na alle binnengekomen presentielijsten geteld te hebben blijken uit maar liefst 75 verschillende plaatsen bezoekers naar Lisse te zijn gekomen. Dit zijn vaak oud-Lissers, die Open Monumentendag een goede gelegenheid vinden om Lisse weer eens te bezoeken en te bekijken.

Dit concludeert het Comité Open Monumentendag Lisse na een evaluatie van de Open Monumentendag van 10 september. In dit Comité onder leiding van Emma Schuuring  is de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” sterk vertegenwoordigd.

Thema iconen en symbolen
Het landelijk thema van deze open dag was ‘Iconen en Symbolen’. Daarom had het Comité  Lisse de daken van de deelnemers als iconen in de folder gezet. Ook waren er nogal wat deelnemers, die religieuze iconen lieten zien, soms met Russisch orthodox gezang.
De Vereniging Oud Lisse had zich op symbolen in Lisse gestort. Veel foto’s van deze symbolen waren te zien in de inloop aan de 1e Havendwarsstraat 4. Verder gaven veel deelnemers aandacht aan wat voor hen iconen en symbolen waren.

Gevarieerd aanbod
Er waren dit jaar maar liefst dertig deelnemers, een symbolisch getal, omdat het de dertigste keer was dat er in Lisse een open monumentendag werd georganiseerd. Daaronder waren weer deelnemers die  nooit eerder hadden meegedaan met Open Monumentendag. Dit waren de fam. de Munk, Keukenhofdreef 18, Danscentrum Welkom, Bondstraat 13, Villa Maria, Heereweg 107 en het Pannenkoekenhuis, Kanaalstraat 22. Het Pannenkoekenhuis is een oude boerderij uit de 18e eeuw.
Een verscheidenheid aan deelnemers deed mee, zoals 5 kerken, een klooster, een danscentrum, een museum, 2 antiekhuizen, een oud politiebureau, een huis met bollenschuur, de Heemtuin, 2 villa’s, een poldermolen, het Thomashuis, de Rijks Middelbare Tuinbouwschool, 2 kastelen, een kinderboerderij, een pannenkoekenboerderij, het Frederikshof, een monumentaal station, een kunstcentrum en een Cultuur Historisch Centrum.

Veel activiteiten
Vanuit dit gevarieerde aanbod aan monumenten waren de mooiste klanken van muziek en zang te horen. Maar er viel ook veel te zien, te beleven en zelfs te proeven  zoals iconen, symbolen, rondleidingen, torenbeklimming, optreden van dansgroepjes, Heemtuin, kantklossen, tentoonstellingen, antiek, een iconograaf, oude politiecellen, schilderijen, Deverbroodjes, proeverijen, binnenkant van een molen, kinderactiviteiten, kasteelrondleidingen, oude koffers in een monumentaal station  en vooral veel iconenschilderijen.

Het Comité wil altijd graag de jeugd erbij betrekken. Dit jaar hebben 3 scholen meegedaan: de Beekbrugschool, school de Akker en de Josephschool. 180 Leerlingen toonden hun kunstwerken in 3 verschillenden kerken: Agathakerk, Salemkerk en Engelbewaarderskerk.
Dankzij de vele vrijwilligers en het prachtige weer heeft het jubileumjaar veel mensen blij gemaakt.

Dankbaar Comité
Van de Gemeente Lisse ontving het Comité subsidie om deze 30e Open Monumentendag te organiseren. Van de landelijke Bank Giro Loterij kreeg het Comité o.a. de nieuwe vlaggen.
De paardentram met pannenkoek, die in het centrum rondreed, was een geschenk van Stichting voorheen Coöp. Onderling Belang Lisse.
Namens het Comité Open Monumentendag Lisse hartelijk dank aan alle deelnemers, medewerkers, monumenteigenaren en sponsoren.

De Agathatoren beklimmen was letterlijk en figuurlijk een van de hoogtepunten. Foto: Nico Groen

GEREFORMEERDE KLISTERKERK EXPOSEERT 100 JAAR GESCHIEDENIS

De geschiedenis van 100 jaar gereformeerde kerk wordt beschreven. Nieuwbouw in 1933.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

6 september 2016

door Nico Groen       

Op 20 januari 1916 werd de Gereformeerde Kerk Lisse officieel losgemaakt van de Gereformeerde Kerk Hillegom; de institutie was een feit. In juni 1914 was alvast een kerkje gerealiseerd op de huidige plaats van de kerk bij de Klister, Heereweg 105. Het was ‘een gebouwtje dat ‘t midden houdt tusschen ’n kerkje en een flinke vergaderzaal’.
Het houten gebouw zag er armetierig uit, want het ontwerp is vele malen aangepast om onder de 5000,- gulden te kunnen blijven. Het kerkje was zo gemaakt, dat het gemakkelijk tot een bollenschuur kon worden omgebouwd als er onverhoopt in de toekomst te weinig leden zouden zijn. De kerk was berekend op 150 personen. Er waren toen 19 gezinnen lid. Later kwamen er 50 zitplaatsen bij door het bouwen van een ‘gaanderij’. Binnen enkele jaren groeide de kerk uit tot 250 leden.

Vóór die tijd moest twee keer per zondag naar Hillegom gewandeld of door de rijkere gemeenteleden gereden worden. Dat viel natuurlijk niet mee. Een gemeentelid: “Door de grote afstand was ons leven deels onkerkelijk, omdat men door de weersgesteldheid of ouderdom die lange tochten niet mede kon maken om getrouw tweemaal te kunnen opgaan naar Hillegom”.
Omdat de fusiebesprekingen tussen landelijke gereformeerde kerken en de landelijk gereformeerde gemeenten mislukten, besloot men ook om die reden een eigen kerk in Lisse te realiseren. Dit, omdat men verwachtte leden te verliezen aan de Gereformeerde Gemeente, die in de Kanaalstraat al een kerkgebouw had.

Omdat de kerkgroei doorzette werd het gemis van ‘een eigen Herder en Leeraar’ steeds groter. Daarom werd dominee Th. Ruys in 1920 bevestigd. Hij bleef  hier 33 jaar tot zijn overlijden in 1953. Dat is een lange periode. Er wordt door oudere Lissers daarom soms nog steeds gesproken over het kerkje van Ruys.

De kerkgroei ging door. In 1933 werd de oude kerk daarom gesloopt en een nieuwe grotere kerk gebouwd. Architect Dirkmaat uit Broek op Langendijk kreeg opdracht een bouwplan te maken voor een kerk met een toren. De nieuwe kerk kon in maart 1934 in gebruik worden genomen. Dat is het gebouw, dat er nog steeds staat.

Eind jaren vijftig van de vorige eeuw werd het gemis van een eigen verenigingsgebouw steeds groter. Dat resulteerde in 1960 in de aankoop van het gebouw Salvatori in de Wagenstraat, wat ‘redder’ betekent. Salvatori heeft tot 1982 goede diensten bewezen aan het verenigingsleven van de Gereformeerde Kerk. Toen werd besloten om bij de kerk een nieuw verenigingsgebouw neer te zetten. Dit werd De Klister.

Veel van wat hierboven geschreven is, komt uit het boekje van Ed Olivier, dat is uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de kerk in 1991.
Het hele jaar 2016 is al een foto-expositie van de100-jarige geschiedenis te zien in de grote zaal van de Klister. Het kerkgebouw en de Klister worden tijdens de Open Monumentendag op 10 september opengesteld voor belangstellenden. De foto-expositie is dan te zien en wordt nader toegelicht.
Daarnaast laat Ds. Theo Hop in de kerkzaal zijn vele iconen zien. Daarbij is Russisch orthodox gezang te horen.

De bouw van de kerk in 1933 Foto archief Gereformeerde Kerk Lisse.

Na de dood van de pastoor startte de bouw van de nieuwe R.K. kerk deel 2

Uit de geschriften van chroniquer Arie Raaphorst (3)

Reeds lang vóór dat er eindelijk eene nieuwe kerk werd gebouwd, was het oude kerkgebouw veel te klein voor de steeds toenemende bevolking van de R.K.Kerkgemeente. De uitgebreide en omvangrijke werkzaamheden van den bouw eener nieuwe kerk waren echter véél te zwaar voor de zwakke schouders van de beminnelijke herder der parochie, de Zeer Eerwaarde Heer H.Th. van Vlasselaar.

Aartsbisschop van Utrecht?
Door de Aartsbisschop van Utrecht, zal men zeggen, hoe kwam dat? Dat kwam namelijk zoo. Eenige dagen voor dat deze kerk werd geconsacreerd, overleed de Bisschop van Haarlem, mgr. Bottemanne. Hoewel deze bisschop reeds hoog in jaren was, had hij echter nog geen wij- of hulpbisschop. En juist toen de bemoeingen hiervoor gaande waren, kwam Haarlemsch bisschop te overlijden.
Deze bemoeingen waren bij de dood van mgr. Bottemanne reeds zoover gevorderd dat de benoeming van mgr. Carlier als wijbisschop en de doodstijding van mgr. Bottemanne, elkaar hebben gekruisd, zoodat de benoeming van mgr. Carlier eerst arriveerde ná het overlijden van mgr. Bottemanne, en dus ongeldig was. Zoodoende wilde het toeval dat de Bisschopszetel van Haarlem, dus onbezet was, en wel, juist toen de nieuwe kerk geconsacreerd moest worden. Ziedaar de oorzaak.

Onderhandsch
Nu keeren wij weer teug naar de kerk zelf. De kerk is ontworpen en gebouwd door de architect Jean van Groenendaal te Amsterdam, zoals men kan zien op een gedenksteen boven de hoofdingang aan de binnenzijde. De kerk is bij onderhandsche aanbesteding gegund.
Zij heeft eene lengte van 60 meters en eene breedte van 19 meters, terwijl het transept 29 meters breed is. Behalve de 75 meter hoge klokketoren heeft deze kerk nog een Angelustoren, staande op het midden van de kruisbeuk.
De kerk heeft ruim 1100 zitplaatsen, en is een der grootste parochiekerken uit de omtrek. Ook de toren is mede een der hoogste van de omtrek en is uren ver in het rond te zien. De toren is zeskant van vorm en heeft twee open gaanderijen en wel een op 40 meter hoogte en een op 60 meter.De steenen onderbouw van den toren heeft vier verdiepingen. Het beneden gedeelte wordt gebruikt voor portaal. Op de eerste etage luidt men de klok; op de tweede bevindt zich het uurwerk en op de derde de klok.

Geschenk
Het uurwerk in den toren is een geschenk van de Zeer Eerwaarde Heer Weve, pastoor te Ooltgensplaat, eertijds kapelaan alhier. Aan drie zijden van de toren heeft deze wijzerplaten met urencijfers en wijzers. Dezelfde klok die 60 jaren lang in de toren van de oude kerk heeft gehangen, vond weer een plaats in de toren van de nieuwe kerk. Ook het orgel van de oude kerk werd weer geplaatst.
Zoodra de kerk gereed was werd deze reeds door verschillende particuliere personen met prachtige geschenken vereerd.
De prachtige vloer van Italiaansch marmermozaiek binnen het priesterkoor is, zegt men, een geschenk van de kerkmeester C.H.Wolff. Deze vloer werd vervaardigd door de heer A.J.Hooggreef te Amsterdam. Het prachtige hoofdaltaar van marmer en caensteen was een geschenk van de kerkmeester J.Riggel, en hoogstwaarschijnlijk ook de later aangebrachte altaren van dezelfde steensoort in de Maria en St.Josephkapellen.
De altaren werden vervaardigd door de beeldhouwer P.J.Maes te Haarlem. Een prachtige communiebank in twee deelen was mede direct aanwezig. Deze communiebank is uitgevoerd in de Ateliers van de heeren van der Bossche en Crefeld. Deze is versierd met een tweetal bronzen groepen voorstellende de mannaregen en de spijziging in de woestijn.

Dubbele geschilderde ramen
Een prachtige geschilderde kruisweg is mede in deze kerk aanwezig en werd vervaardigd door de kunstschilder Jan Dunselman te Amsterdam. Elke statie dezer kruisweg is 2 meter lang en 1 meter hoog en kostte f.600,- zoodat de geheele kruisweg heeft gekost 14 x f.600,- = f.8.400,-. De kruisweg is niet op een tijdstip geplaatst, maar is statie na statie geplaatst geworden en is geheel door verschillende parochianen geschonken. De kruisweg was in het najaar van n 1911 voltooid.
Het priesterkoor prijkt met vijf dubbele geschilderde ramen en zijn vervaardigd in het atelier van de heeren F.Nicolaas en Zonen te Amsterdam. Zij zijn versierd met de navolgende figuren te rekenen vanaf de Maria-kapel:
Eerste raam. Stelt voor het H.Sacrament des Doopsel en wel:
Boven: De doop van Christus in de Jordaan. Beneden: De doortocht van de Israelieten door de Roode Zee.
Tweede raam stelt voor het Sacrament des Vormsel.
Boven: De nederdaling van de H.Geest over de Apostelen. Beneden: Petrus en Johannes dienen te Samaria het eerste H.Vormsel toe.
Derde raam stelt voor het H.Sacrament des Altaars.
Boven: Het Laatste Avondmaal. Beneden: Het eten van het Paaschlam.
Viede raam stelt voor het H.Sacrament der Biecht.
Boven: De verschijning van Jezus in de Opperzaal te Jeruzalem. Beneden: Het zoenoffer in het Oude Testament.
Vijfde raam stelt voor het H.Sacrament des Huwelijks.
Boven: de Bruilof te Cana. Beneden: De instelling van het Huwelijk in het Paradijs.
In de voorgevel bevindt zich ook een groot geschilderd raam, waarin een viertal figuren betrekking hebbende op de kerkmuziek. Boven deze figuren bevinden zich zeven musicerende engelen, elk in een cirkel van profielsteen. Deze zeven cirkelbogen worden algemeen geroemd als een architectonisch kunstwerk.

Apostelen-figuren
Nog bevinden zich boven in het schip der kerk een tiental geschilderde ramen allen versierde met apostelen-figuren. De Apostelen Petrus en Paulus staan afgebeeld in deze ramen binnen het priesterkoor. Deze laatste geschilderde ramen leverde de firma G.Hawinkel te Swalmen. De vijf geschilderde ramen in de Mariakapel zijn later aangebracht en stellen voor de vijf blijde geheimen.
De drie dito’s in de St.Josephkapel zijn ook later aangebracht en hebben betrekking op het leven van de H.Joseph.
De doopkapel bevindt zich ter linkerzijde van de kerk vlak bij het torenportaal. Hierin vond het doopvond uit de oude kerk eene plaats.
De vrouwen zijn in deze kerk gezeten aan de Mariazijde en de mannen aan de Josephzijde.
De kerk bevat 4 regels banken te weten in het schip twee regels van negen plaatsen elk en in elke beuk eene regel van zes plaatsen.In de kruisbeuk zijn de zijbanken dertien plaatsen groot.
De kerk, pastorij en torens zijn allen afgedekt met leiën daken.
In het (jaar) 1909 is centrale verwarming aangebracht.

Belasting
Om de stichtingskosten alsmede de onderhoudskosten te kunnen dekken werd er voorgesteld om eene belasting te heffen van 10% der huur van de zitplaatsen. Dit voorstel werd met meerderheid van stemmen aangenomen, zoodat men verplicht is behalve de huur ook nog 10% extra te betalen voor verwarming. Toen de kerk gereed was zijn alle zitplaatsen publiek verkocht. De zitplaatsen zijn in verband met de jaarlijksche huurprijs verdeeld in klassen en wel als volgt: het schip der kerk of de middenbeuk is verdeeld in 6 klassen met huurprijzen van f.10,-, f.9,-, f.8,-, f.7,-, f.4,- en f.2,50. De plaatsen in het transept doen f.6,- huur per jaar. De zijbeuken zijn verdeeld in 4 klassen met huurprijzen van f.5,-, f.4,-, f.2,50 en f.1,50. Deze prijzen moeten allen verhoogd worden met 10%voor de verwarming, zooals wij reeds boven hebben gezegd.
De huur moest betaald worden in twee gelijke termijnen en wel in de maanden mei en november. Het Kerkbestuur houdt dan voor het ontvangen der gelden zitting in het gebouw van de Ned. R.K. Volksbond.
De plaatsen waarvan de huur niet op de vastgestelde tijd is betaald, worden twee weken daarna publiek aan de meestbiedende verkocht.

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

Na de dood van de pastoor startte de bouw van de nieuwe R.K. kerk deel 1

Uit de geschriften van chroniquer Arie Raaphorst (3)

Reeds lang vóór dat er eindelijk eene nieuwe kerk werd gebouwd, was het oude kerkgebouw veel te klein voor de steeds toenemende bevolking van de R.K.Kerkgemeente. De uitgebreide en omvangrijke werkzaamheden van den bouw eener nieuwe kerk waren echter véél te zwaar voor de zwakke schouders van de beminnelijke herder der parochie, de Zeer Eerwaarde Heer H.Th. van Vlasselaar.  Eenieder ondervond het dat de kerk veel te klein was, maar ook eenieder was er ten volle van overtuigd dat de werkzaamheden van den bouw eener nieuwe kerk niet gelegd mochten worden op de steeds in krachten afnemende schouders van Pastoor van Vlasselaar, en daarom wachtte men de tijd af ….
De tijd was eindelijk daar, want op 8 januari 1901 ging de droeve mare door het dorp: “Pastoor van Vlasselaar is dood.” Hij die 32 jaren lang de zachtmoedige en beminnelijke herder was geweest van de Parochie van de H.Agatha, was niet meer. Zelden is er een mensch geweest die oprechter beweend is geworden dan hij; beweend niet alleen door de katholieken zelf, maar evenzeer door de niet-Katholieken van allerlei rang en stand. Met hem daalde ten grave een raadgever voor iedereen en een vriend voor allen, zonder onderscheid en bovendien een weldoener der armen zonder weerga.
Zijne nagedachtenis zal dan ook blijven voortleven in de harten van allen die hem hebben gekend.

Hemelsche glimlach
Geen wonder dan ook dat een ontelbare menigte zijn lijk hebben bezocht; dat lijk wat daar stil en onbeweeglijk neerlag in zijn laatste rustplaats maar met dezelfde Hemelsche glimlach om de lippen als altijd. Hij is begraven in het priestergraf, rustend in de schaduw van het kruis. Eene eenvoudige blauwe zerk siert zijn graf. Dat zijne ziel de hemelsche rust geniet is de hoop van mij, maar ik ben er verzekerd van. Ook van allen die hem ooit hebben gekend. Pastoor van Vlasselaar werd opgevolgd door de Zeer Eerwaarde Heer B.J. Klekamp, pastoor te Oude Tonge. Zoodra de opvolger van de oude pastoor benoemd was, werden er plannen ontworpen voor een nieuwe kerk.

Noodkerk
Doordat de nieuw te bouwen kerk gesticht moest worden op dezelfde plaats waar de oude stond, moest er vooraf een noodkerk worden gebouwd.
In het voorjaar van 1902 werd er ter plaatse waar nu de Bondstraat is, een groot houten gebouw opgetrokken. Zoodra deze noodkerk gereed was werd zij plechtig ingewijd door de Pastoor-Deken van Warmond De Zeer Eerwarde Heer Smeulders. De oude kerk werd spoedig daarna voor afbraak verkocht en gesloopt. Niet lang daarna werd begonnen met de storting van het beton, want paalfundering was niet noodig. Het werk vorderde voorspoedig, want op 24 mei 1902 had de plechtige eerste-steenlegging plaats door de Zeer Eerwaarde Heer Smeulders, Pastoor-Deken van Warmond.
De gedenksteen waarin zich de oorkonde bevindt van de eerste-steenlegging is geplaatst in de hoekpilaar van het Zuidertransept tegen de kant van de H.Jozephkapel. Het opschrift luidt als volgt:
Hunc primarium lapidum
Posuit R.adm Ds.Nicolaus
Johannes Smeulders Dec._s
Novic_s.. a.d.VI kal.Jun.
MCMII
Wij hebben tot op heden steeds gesproken van den bouw eener nieuwe kerk, maar eigenlijk dient gesproken te worden van Kerk en Pastorij.
De Pastorij, een groot gebouw in Oud-Hollandche stijl opgetrokken, was vóór de kerk reeds afgewerkt, omdat de Pastoor was gehuisvest in het pas voltooide St.Agathagesticht, en de beide kapelaans bij de kerkmeester J.Riggel.

Uitdagend opschrift
In verband met den bouw van de pastorij willen wij nog opmerken dat er een kwestie ontstond tusschen de Pastoor en de Burgemeester over het opschrift in den steen boven de portiek en de hoofdingang. De Pastoor had hier later in bijtelen het volgende:
Dije dit niet an mogt staen
Moet maer voorbije gaen.
Deze spreuk was genomen uit de dichtwerken van Paulus Potter. De Burgemeester nu meende dat dit opschrift eene uitdaging was voor de andere kerkelijke gezindten en stond er daarom op dat dit opschrift zou worden verwijderd.
Ik voor mij heb het altijd een zeer kleinzielig idee gevonden van de Burgemeester, hoewel ik van de andere kant moet getuigen dat dit opschrift enigszins onbegrijpelijk was en ook absoluut met geen enkele gebeurtenis hieromtrent in verband was te brengen.
Enfin, de steen werd weer glad gehakt en de volgende dag prijkte deze met een ander opschrift en van de volgende inhoud namelijk
Anno Domino MCMII
Eindelijk was de kerk zelve gereed en op Donderdag 6 augustus 1903 werd zij door Z.D.H. Mgr. van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht, plechtig ingewijd.

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

De oude R.K. kerk

De oude R.K. Kerk

Dit is de enige foto van de oude rooms katholieke Agathakerk die in 1842 werd gebouwd. Het gebouw was ontworpen door C.Dobbe, timmerman te Sassenheim. (Foto uit: St.Agatha 1903-2003)

Voordat Arie Raaphorst de nieuwe kerk van de katholieken in Lisse gaat beschrijven, probeert hij eerst een beeld te schetsen van de oude kerk.

Want die mag natuurlijk niet uit de herinnering verdwijnen.
Na de hervorming hadden de Roomsch Katholieken alhier slechts eene statie, welke was vereenigd met die te Warmond, Voorhout en Sassenheim, op welke laatste plaats de pastoor zijn verblijf hield.
Zoals men hoogstwaarschijnlijk wel zal begrepen hebben had Lisse met de drie bovengenoemde dorpen slechts ééne pastoor. Zoals ons uit de geschiedenis bekend is, verkreeg deze plaats in het jaar 1667 eene eigen pastoor, namelijk : Johan van der Werve. Deze overleed op 1 juli 1697, en werd opgevolgd door Lambert Schaap die op 10 april 1709 reeds kwam te sterven.
Na hem is gekomen Arnoud de Leeuw, door wiens het kerkgebouw is gesticht, hetgeen tot het jaar 1842 heeft gestaan aan de Noord-westzijde van de Achterweg tusschen de Cathreinelaan en de brug over de Mallegatsloot, ook genoemd de Klopjesbrug, op de plaats waar thans nog is gelegen de oude boierenhofstedem thans bloemisterij en genaamd Bloemenhof.
Deze bloemisterij behoorde vroeger aan de Gravelijke familie Van Lijnden en werd in 1901 bij publieke verkooping gekocht door de heer C.POrins Dz.
In het jaar 1842 echter hebben de Roomsch Katholieken een ander en groter kerkgebouw gekregen.
Het heeft gestaan op de plaats waar thans het nieuwe kerkgebouw is gesticht geworden. Dit kerkgebouw behoorde in die dagen tot de grootste dorpskerken van Nederland, maar was niettemin een eenvoudig gebouw.
Het was een vierkant gebouw, zonder pilaren, met een haaksche kap afgedekt, en pannendak. De pastorij was gelegen aan de achterzijde van het kerkgebouw, met als uitzicht de Haarlemmermeer met de voorgelegen weilanden. Een sierlijk houten torentje prijkte ter hoogte van de voorgevel. Het gebouw was een 25 meter van de straatweg af gelegen.
Het gebouw stond lijnrecht van de straatweg en stond dus niet, zooals men dat noemt, in de H.Linie.
Ter rechterzijde was de toegang naar de pastorij, en de ruimte tusschen de kerk en de stinksloot was beplant met allerlei houtgewas en vormde alzoo een prachtig bosch.
Ter linkerzijde was de toegang naar en het kerkhof zelve, gelegen hetgeen met den bouw van den nieuwe kerk op dezelfde plaats is gebleven.
Ter linkerzijde van het voorplein had men voorts het z.g. paardenhok, waar de boeren die per rijtuig ter kerke kwamen, hun gerei met de paarden er voor stationeerden, terwijl dit paardenhok met 2 gelegenheden genaamd W.C. aan de zijde van de straatweg werden geflankeerd door een boschje van hoog opgaande boomen.
De toegang tot het voorplein en de kerk benevens alle hier boven beschreven dingen, werd verleend door een ijzeren hek, hetzelfde wat ook thans nog aan de dorpszijde toegang verleent tot de kerk.
Het ijzeren hek is met den bouw van de nieuwe kerk ook niet verplaatst geworden, zoodat men aan het kerkhof en dit hek zeer gemakkelijk kan uitmaken waar ter plaatse de oude kerk heeft gestaan, te meer als ik zeg dat het hek vlak voor de ingang der kerk stond, en de ruimte tusschen het kerkhof en de kerk slechts 2 meters bedroeg.
Over het inwendige der kerk kunnen wij het volgende zeggen namelijk: dat het vierkant was zonder pilaren, helder witte muren en een cirkelrond plafond, eveneens wit.
Het priesterkoor was betrekkelijk groot want het nam de geheele breedte van de kerk in beslag.
De kerk had slechts één altaar.
Een mooie gebeeldhouwde preekstoel was geplaatst ter linkerzijde van de kerk en binnen het priesterkoor. Ter rechterzijde en eveneens binnen het priesterkoor bevond zich een fraai gotisch doopvont, zoo men zegt was dit een geschenk van de toenmalige ambachtsheer van Lisse, Baron van Heereman van Zuidwijk te Munster.
Dit doopvont heeft ook weer eene nieuwe plaats gevonden in de nieuwe kerk.
Ter linkerzijde in het priesterkoor bevond zich de toegang naar de biechtkamer van de pastoor en ter rechterzijde de toegang naar de sacristie.
De vrouwen waren gezeten in het midden der kerk in banken voor 12 personen en de mannen aan beide zijden in banken voor 4 personen. De kerk had dus drie regels banken en twee paden. De communiebank was van eikenhout en prachtig gebeeldhouwd. Na ingekort te zijn is deze geplaatst in de kapel van het St.Agatha Gesticht.
In het midden der kerk hingen vanaf het plafond een viertal prachtige kaarsen kronen, die natuurlijk de laatste tijd geen dienst meer deden, omdat men petroleumlampen had aangebracht.
Behalve de beelden van Maria een Joseph prijkten in nissen boven het altaar de beelden van Mozes en Aaron.
Een schilderstuk voorstellende de H.Agatha, patrones der kerk, prijkte boven het altaar.
In de loop der tijden had men wegens uitbreiding der kerkgemeente eene galerij aangebracht over de geheele breedte van het gebouw, welke 100 zitplaatsen bevatte. Daarboven bevonden zicht het zangkoor, waarop ook nog 20 zitplaatsen.
De kerk had maar ééne ingang welke zich bevonden midden van de voorgevel.
Ter linkerzijde van het groote portaal had men de toegang tot de galerij en het zangkoor. In de toren bevond zich een uurwerk met wijzer voor vollen uren. Ook bevond zich in de toren een klok die blijkens het opschrift bij den bouw dezer kerk door W.Verdegaal is gegeven maar vroeger bij anderen dienst heeft gedaan tenminste te oordeelen naar het opsdchrift hetgeen luidt als volgt:

Me fecit Ciprianus
Crans Janszoon
Amsteledami anno 1748
Int jubeljaar der vrijheid 1748
De vredemaeker G.Hasselaer
Heer wierdt en D.Slot
Schout v.
Cudelstaart en F.Prince v.d.
Bezworen – kerf – waren
Ben ik door J.V.Dr.Pauwert
Admin. Burgem: bezorgd te maken.

Dit is zooals men zal begrijpen het oorspronkelijke opschrift terwijl aan de andere kant der klok het volgende is gegraveerd:
Gegeven door W.Verdegaal 1842

Het kerkhof bevond zich evenals nu aan de noord-oost-zijde van de kerk en was omringd door een regel Italiaanse populieren.
Doordat de kerk ongeveer een 25 meters van de straatweg verwijderd stond was er voor de kerk eene groote open plaats, wat men het Kerkeplein noemde. Aan de noord-oost-zijde van de ingang tot het plein ter plaatse waar nu het Piusgesticht staat, bevond zich een boschje en tusschen dit en het kerkhof was het z.g. paardenhok, waar de boeren die rijdend ter kerke kwamen, hunne voertuigen stalden.
Een gelegenheid voor vrouwen een dito voor mannen waren mede aanwezig aan dezelfde kant.
Tusschen de zuid-west-zijde van de kerk en de stinksloot bevond zich de z.g. tuin. Het was echter een bosch met boomen van velerlei slag.
Aan de doopvondzijde was de eerste bank van de mannen gereserveerd voor de familie Heereman van Zuidwijk, voor het geval dat zij zich te Lisse bevonden.

Volgende keer: de nieuwe kerk.

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

Tachtigjarige oorlog richtte veel schade aan in Lisse

door Arie in ’t Veld

Uit De Lisser van 27 augustus 2008

Toen en nu: Nederlands hervormde kerk

LISSE – Het kerkgebouw van de Nederlands Hervormde kerk aan het Vierkant is eeuwenoud. Met name de toren heeft al heel wat jaren doorstaan en dateert vermoedelijk uit de periode van rond 1500. Het kerkgebouw zelf is minder oud, maar toch ook niet meer zo piep. De geschiedenis van de kerk is overigens enigszins anders dan protestants, als wordt bedacht dat de kerk oorspronkelijk een rooms katholieke kerk was. Het hoe en het wat waardoor de kerk op een gegeven moment in protestantse handen overging is nog altijd niet echt duidelijk, doch het vermoeden bestaat dat de roerige periode van de Beeldenstorm daar wellicht het nodige mee had te maken.

Het kerkgebouw had in de Spaanse tijd veel te lijden gekregen, waardoor het bedenkelijk veel op een ruïne begon te gelijken. Zo lag het koor geruime tijd er verwoest bij, maar later heeft men alles weer hersteld en ongeveer in de staat gebracht van voor de tachtigjarige oorlog. Het zal de ware Lisser niet zo leuk in de oren klinken, maar toch is het waarschijnlijk zo dat Sassenheim in de vijftiende eeuw kerkelijk blijkbaar meer te betekenen had dan Lisse. In ieder geval had Lisse tot 1460 niet eens een kerk, maar een kapel, die door Willem, Graaf van Holland, was gebouwd, maar onder de parochiekerk van Sassenheim behoorde. Door een “bulle” van Paus Pius de Tweede is Rome op de achtste November 1462 gegeven, werd deze kapel van Sassenheim afgescheiden en tot een parochiekerk verhoogd, die aan St. Agatha was gewijd.
Overigens moet dit alles los worden gezien van de huidige Agathakerk, want die is weliswaar monumentaal, maar dateert toch altijd nog van de vorige eeuw. Na de hervorming was de rk-gemeente verenigd met die van Warmond, Voorhout en Sassenheim. In de laatste plaats hield de pastoor verblijf. In 1667 “verlangde” Lisse echter een eigen pastoor en kwam de eerste in de persoon van Johan van de Werve. Op 1 juli 1697 overleed deze, en werd opgevolgd door Lambert Schaap. Op 10 April 1709 verwisselde ook deze het tijdelijke met het eeuwige en toen kwam hier als pastoor Arnoud de Leeuw.

Veranderingen
Dat er in de loop der jaren aan de Ned. Herv. kerk het een en ander veranderd is blijkt uit de beschrijving, die in het laatst der achttiende eeuw uit een ganzenveer vloeide: “Van binnen is dezelve in alle opzichten zeer wel ingericht en van een goede preekstoel, doophek, de benodigden gestoeltens en verdere zitplaatsen vrijwel voorzien. Sieraden vindt men echter niet anders dan tegen de binnenzijde der toren. Daar is een oud bord geplaatst waarop de Wet des Heeren en het volmaaktst gebed met een goede letter staat geschreven. In het koor, hetwelk van een latere bouwing als de kerk is, vindt men een aanzienlijke begraafplaats van de familie van de heer Van der Stel, voorheen Gouverneur zijnde geweest van de Kaap de Goede Hoop. De toren is zwaar vierkant en trots gebouwd, met een lage kap gedekt op welke men een windwijzer vindt; van binnen in dezelve een uurwerk en klok en van buiten met de nodige uurwijzers voorzien. Het kerkhof is rondom met een muur omvangen en aan de ene zijde met bomen beplant”. Tot zover een deel van het geschrift van de 18e-eeuwse geschiedschrijver.
En dan de toren in. Een stenen trapje van enkele treden brengt de klauteraar naar een smal en laag poortje. En als men zich daar doorheen wurmt blijkt dat de muur ruim negentig centimeter dik is! De zolders kraken griezelig als er overheen wordt gelopen. Het nog aanwezige, maarniet meer gebruikte oorspronkelijke uurwerk is destijds gemaakt bij A.H. van Bergen in Heiligerlee. Op de volgende etage bevindt zich de luidklok. De antieke klok is in 1943 door de Duitsers weggehaald en vermoedelijk tot een of ander oorlogstuig omgesmolten. In ieder geval is de klok, die nu in de stoel hangt nog niet zo oud.
Het volgende gedicht staat er op te lezen: “De oude klok, in ‘d oorlog meegenomen vervulde eeuwenlang haar grootste taak. De nieuwe, voor haar in de plaats gekomen. Roept nu weer luid: gij die nog slaapt: ontwaakt!” 1949. Hier vindt men ook de grote ijzeren hamer, die door het uurwerk van de klok in actie wordt gebracht, wanneer de klok moet slaan. Tegen het Westelijk gedeelte der toren zit nog een zonnewijzer, die het uiteraard nog “doet”. Vermoed wordt, dat deze er in 1600 of

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Algemeende begraafplaats

door Arie in ’t Veld

Wijlen de heer J.P Segers heeft vele markante bijzonderheden uit de geschiedenis van Lisse voor het nageslacht bewaard. Onder meer groef hij in heel oude raadsnotulen, die, voorzover we weten, voor een deel niet meer in de archieven van de gemeente Lisse terug te vinden zijn. We tekenden uit zijn geschriften het volgende op:

22 september 1873.
P. Veen wordt op zijn verzoek ontslagen als hulponderwijzer. De hoofdonderwijzer verzoekt verandering van schooltijden gedurende de vacature en wel van 9-11 uur, van 11.30-1.20 uur en van 2-4 uur, zullen slechts de leerlingen van een lokaal gelijk worden toegelaten; wordt toegestaan.

Klok, orgel en brandspuit
De kerk-kwestie-commissie legt een concept over door haar en het kerkbestuur samengesteld. Het kerkbestuur stelt 120 meter grond ter beschikking van de gemeente als algemeende begraafplaats, ten westen van de toren, onder toezicht van het gemeentebestuur. Het kerkbestuur zal de afscheidingsmuren daar stellen. De gemeente moet hiervoor 20 gulden per jaar betalen en tevens zorgen voor een uitgang met hek naar de Achterweg, voor toegang tot de grond, alsmede voor de klokkenist en de brandspuit.
Het gemeentebestuur stelt beschikbaar voor gemeenschappelijk gebruik het door de gemeente opgerichte lijkenhuis. Het kerkbestuur stelt zijn kerkhof ten alle tijden open als begraafplaats op dezelfde wijze als dat tot heden heeft plaats gehad.

Vrije toegang
Het kerkbestuur verleent vrije toegang tot de gemeenteklok, terwijl wederkerig de gemeente vrije toegang verleent tot het orgel. Het kerkbestuur zal voortaan weer gebruik mogen maken van het luiden der klok voor hun Godsdienstoefeningen. Het kerkbestuur zal de beschikking hebben over ruimte beneden in de toren tot het opbergen van baren, planken enz. Het kerkbestuur verbindt zich voor een en ander f. 20,- per jaar te betalen. Het gemeentebestuur erkent het recht van het kerkbestuur op de bomen, verleent het recht van boomplanten om het kerkhof en wordt na gehouden ,,delibiratie” besloten deze overeenkomst goed te keuren en op te zenden aan Ged.. Staten.

Voordracht
8 october 1873.
Met algemene stemmen wordt benoemd tot hulponderwijzer uit een voordracht van 3 de heer W.Tysma van IJlst.

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

Van vermacklijk Hillegom tot lang uitgebouwd Lis

door Arie in ’t Veld

Onder de gemeenten in de bloembollenstreek, waar de bloembollencultuur zich in een zeer snel tempo ontwikkelde, heeft Lisse altijd een voorname plaats ingenomen. Vond men hier in vroegere tijden een welvarende landbouwbevolking, die behalve de landbouw ook de tuinbouw uitoefende, zoetjesaan rukte de bollenteelt op.

We gaan in een paar afleveringen mee met Mattheus Brouerius van Nidik en Isaac le Long in hun beschrijving van Lisse in het “Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden”. En zet u maar schrap, want er is getracht de oorspronkelijke tekst te behouden. 

“Uit het vermacklijk dorp Hillegom voortwandelend langs den ruimen Heerenweg, eene lange reeks van binnen- of lage duinen aan de rechter, en het Leidsche meer aan de linkerzijde houdende, voorbij de Gerrit Avenweg, de Keizersloot en Verbogenvaart, nadert men het lang uitgebouwde dorp Lis, door eene lange straat, met eenige zijstraten en gangen doorsneden; voortgaande ontmoet men De Kerk, waarop een hoog gebouwde en vierkante toren, met een lage kap gedekt, en geheel van tras- of duinsteen opgebouwd. De teekenaar heeft beiden in die gedaante afgeteekend, gelijk dezelven in het jaar 1630 vertoonden; liggende het choor of agterste gedeelte der kerk, sedert den inlandschen oorlog met den Spanjaarden, elke, voornamelijk van het jaar 1572 tot 1580, in deze streken gewoed heeft, voor het grootste gedeelte ingestort. De heerlijkheid van Lisse, weleer, in den jare 1591, een eigendom van den heer Johan van Mathenesse, en tegenwoordig toebehoorende aan Frerik Heerman, Heer van Dever, Rumpt en Vromestein, ligt tussechen de ambagtsheerlijkheden van Sassenheim en Hillegom, tusschen het Leidsche en Kagermeer, en tusschen de heerlijkheden van Voorhout en Noordwijkerhout.”

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse