Berichten

Alle registers opengezet (3)

Grote veranderingen zijn op til voor de Grote Kerk. Naast kerkdiensten moeten er na de verbouwing allerlei culturele activiteiten kunnen plaatsvinden. Dit keer aandacht voor het orgel.

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad Jaargang 21 nummer 3, 2022

Laten we hopen dat voor een functionele, maar ook fraaie verbouwing van de Grote Kerk inderdaad alle registers opengezet worden. U kent die uitdrukking uit de orgelwereld vast wel: men doet zijn uiterste best. Een register is een groep pijpen van dezelfde
klankkleur. De organist zet voor het vertolken van een muziekstuk natuurlijk alleen die registers open die nodig zijn om het te laten klinken zoals bedoeld door de componist. Dat hebben we in de Grote Kerk ook meerdere keren kunnen horen bij culturele activiteiten. Bij Open Monumentendag op 10 september zal dat vast ook weer het geval zijn.

Oudste vermelding orgel
Rond 1300 raakten orgels in de kerk in gebruik. In Lisse was er in de 16e eeuw al een. Uit de archieven blijkt dat in 1542 Mr Jan Claes van Hillegom als organistmeester is aangenomen. In 1559 is er de melding dat aan Meester Gielis den Organist tot Noortwijk twee pond twee schellingen betaald wordt, ‘Daervoor hij de trompetten gestelt heeft in den organe dezer kerke;. Toen was er nog eenheid in de kerk, maar er volgden al snel andere tijden.

Reformatie
Na de troebele tijden, waarin de Grote Kerk vernield en de reformatie een feit werd, kwam de kerk aan de Nederduitsch Gereformeerden (later werden zij Nederlands Hervormden genoemd). Met de reformatie veranderde er veel, ook op muzikaal gebied. In de RK kerk was het de gewoonte het gezang over te laten aan speciaal aangestelde priesters of beroepsmusici. De gereformeerden zongen als gemeente samen. Dat waren dan de psalmen, want die werden zingwaardig geacht voor Gods woord. Om de gemeenteleden te ondersteunen bij het zingen was er in de kerken een voorzanger. Zijn taak was het inzetten en vervolgens net voor de gemeente uit meezingen. Het voorzangerschap werd, vooral in kleinere plaatsen, vaak gecombineerd met de functie van schoolmeester en koster. Aanvankelijk waren de gereformeerden niet enthousiast over orgelspel in de kerk. De synode van Dordrecht in 1578 wilde zelfs orgels uit de kerken verwijderen, maar dat ging gelukkig niet door. Calvijn schreef over het orgel als ‘sirene van de duivel’. Hij mwas eer voor vocale muziek in de kerk. De meningen over orgels waren duidelijk verdeeld. In 1641 schreef Constantijn Huygens in ‘Gebruyck of Ongebruyck van ’t Orgel in de Kerken der Vereenighde Nederlanden’ dat het orgel als instrument verstandig gebruikt moest worden. Hij vindt dat ‘het zingen waardiger zal zijn tot eer van God’ met het orgel. Natuurlijk was niet iedereen het met Huygens eens. Reformator Voetius (1589-1676), rector magnificus van de universiteit van Utrecht, beschreef het orgel als ‘gevaarlijk en verdacht’. Als kerken dit instrument zouden gebruiken, keerden ze eigenlijk terug naar het katholicisme zoals een hond terugkeert naar zijn kots, aldus Voetius. Het orgel won echter al snel het pleit. Wel was de standaard voor psalmgezang oorspronkelijk zonder orgelbegeleiding. Het werd wel regel dat de organist speelde aan het einde van de dienst bij het verlaten van de kerk, vaak ook vóór de dienst. Eind 17e eeuw werd orgelbegeleiding voor de psalmen gebruikelijk.

Datheen, Revius, Baudartius
De veranderingen die de reformatie met zich meebracht waren gigantisch. Zo moest er een nieuwe bijbelvertaling komen. De uitgave van de Statenbijbel (1637) bracht een kleine vloedgolf van nieuwe psalmberijmingen met zich mee. Maar inmiddels waren de psalmen die gezongen werden in de kerken gebaseerd op de berijmingen van Datheen (1531-1588). Daarop was veel kritiek, bijvoorbeeld
van de bekende dominee/dichter Revius (1568-1648). Deze Revius was een van de revisoren van de vertalingen voor de nieuwe Statenbijbel. Aan die bijbelvertaling werkte mee dominee Baudartius (1565-1640), die van 1596 tot 1598 predikant was van de Grote Kerk in Lisse. Dat vertalen was een hele klus! Op een bepaald moment schreef Baudartius aan revisor Revius: ‘Ich en hebben mijn leven lanck noyt so geblockt als ick nu in mijne oude daghen doen moet’. Revius probeerde Datheens psalmteksten te corrigeren, maar iets wat ingeburgerd is verandert niet zo snel, men hield het bij de oude liedboeken van Datheen. Die teksten waren ook nog eens niet-melodieus. Nog maar een tekst van Constantijn Huygens over het zingen: ‘De toonen luyden dwars onder een, als gevogelte van verscheidenen becken. De maten strijden, als putemmers, d’een dalende soo veel d’ander rijst. Daer wert om’t seerste uytgekreten, als of ’t een sake van overstemminge waere.’ Ondanks de vele kritiek bleef het liedbundel van Datheen tot 1773 gebruikt en zo zal het ook in Lisse geklonken hebben.

De orgels
Uit de ‘Voorlopige lijst van Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Provincie Zuid-Holland uit 1915’ blijkt een Lisser orgel uit 1822. Dit zou een Knipscheer-orgel zijn geweest. Drie generatie orgelbouwers telde de familie Knipscheer. In de regio waren meerdere Knipscheer-orgels. Ook dit jaar zijn er weer zomerconcerten in de Oude Jeroenskerk in Noordwijk op het daar nog steeds aanwezige Knipscheer-orgel. In 1858 wordt volgens de kerkenraadnotulen de Grote Kerk flink opgeknapt. Er staan diverse werkzaamheden vermeld. In verband met het orgel staat er:
-Onder de gaanderij, waarop het orgel geplaatst is, werd sierlijk beeldhouwwerk met goud afgezet, gevonden
– het orgel, hetwelk voor rekening van iemand, wiens naam niet genoemd mag worden, insgelijks in en uitwendig geheel was vernieuwd en verfraaid en nu weer een waar sieraad der kerk mag heeten.
Die vernieuwing van het orgel was opgedragen aan de firma N.A.G. Lohman, orgelmakers te Leiden. Lohman is de naam van een bekende familie van orgelbouwers. Je vindt in ons land, bijvoorbeeld hier in de buurt in Warmond, nog verscheidene Lohman-
orgels. Schrijver Maarten ’t Hart speelt geregeld op het Warmondse Lohman-orgel.

Het Knipscheer-orgel van Lisse werd in 1917 echter van de hand gedaan en kwam terecht in de gereformeerde kerk van Vriezenveen.
Het werd verkocht voor f2.500,-. In Lisse werden orgelbouwers uitgenodigd mee te dingen voor het mogen bouwen van een nieuw orgel. De bouw werd gegund aan de firma A.S.J. Dekker uit Goes. Het werd een pneumatisch kegelladen-orgel. Kosten ongeveer f60.000,-. De kwaliteit ervan liet te wensen over. In de dertiger jaren was al een grondige restauratie nodig.

Verdwenen beroep

Gravure uit 1619 ‘Calcanten aan het werk”. Calcant, orgeltrapper, balgentreder,
blaser, souffleur of blaasbalgtreder. Een soort fitness voor middeleeuwers.

Weet u wat een calcant is? Mocht u wel eens bij een concert in de Pieterskerk in Leiden zijn geweest dan zal het bekend voorkomen. Daar zorgt het Orgeltrappersgilde dat het Van Hagerbeer Orgel van constante lucht wordt voorzien. Een calcant is namelijk een orgeltrapper, een baantje waar arme mannen eeuwenlang een centje mee konden bijverdienen. Een orgel moest een constante winddruk hebben. Met de komst van elektriciteit nam een elektrische motor die taak over en verdween het beroep.

Flentrop-orgel
In 1961 werd het huidige orgel in de Grote Kerk geplaatst. Restauratie van het Dekker-orgel vond men onverantwoord, iedere cent aan restauratie besteed zou weggegooid geld betekenen. De firma Flentrop uit Zaandam verzorgde het nieuwe orgel, met mechanische sleepladen toegerust. De firma Flentrop is sinds 1903 nationaal en internationaal actief in orgelbouw en orgelrenovatie. Sinds 1961 hebben diverse organisten de kerkdiensten in de Grote Kerk ondersteund of hebben concerten verzorgd op het Flentroporgel. Ook na de aangekondigde veranderingen in de Grote Kerk zal het orgel vast een prominente plaats blijven innemen, zowel in de eredienst als in concerten.

Laat de registers maar open gaan.

Klik hier voor het volgende deel

Grote Kerk open tijdens Monumentendag 

Sporen van vroeger (lisserNieuws) 

30 augustus 2022

door Nico Groen

Op 10 september is het weer Open Monumentendag, ook weer in Lisse. Een van de deelnemende gebouwen is de Grote Kerk aan ’t Vierkant. Dit is de eerste keer na de fusie op 15 mei 2022 van de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk (Klister) tot Protestantse Gemeente Lisse (PGL).

Het is waarschijnlijk de laatste keer dat de banken en de preekstoel te bewonderen zijn. Een renovatie ligt in het verschiet. In de Grote Kerk staat namelijk een grote verbouwing gepland zodat er naast kerkdiensten ook culturele activiteiten kunnen plaatsvinden. De Grote Kerk is de oudste kerk van Lisse.

Preekstoel

Een preekstoel is kenmerkend voor kerken. Voor deze oude kerk geldt dat zeker. In 1574 wordt het kerkgebouw zwaar beschadigd door de Spaanse troepen Het is immers in de tachtigjarige oorlog. In 1592 is de kerk provisorisch gerestaureerd, in 1630 is deze restauratie pas geheel voltooid. De eiken preekstoel met een ‘koperen lezenaar’ is in 1668 geplaatst.

E zijn na die wederopbouw diverse verbouwingen en restauraties geweest. Om verschillende redenen: meer ruimte, indeling anders, herstelwerkzaamheden. Dat had soms gevolgen voor de preekstoel. Timmerbedrijf Van der Zaal op het Vierkant was betrokken bij meerdere verbouwingen. Cornelis van der Zaal hield een dagboek bij waar de “Kroniek van de Lisser timmerman en molenmaker Cornelis van der Zaal 1762-1839” op gebaseerd is. De kroniek, die nog bij Oud Lisse te koop is, bevat het volledige, door Bert Kölker getranscribeerde dagboek, voorzien van uitgebreid aanvullend commentaar. Uit het dagboek, waarop kleinzoon Albertus nog een aantekening zette, halen we enkele uitspraken aan.

“Den 10de februari 1817 ben ik begonnen de Gereformeerde kerk te veranderen. …..heb ik een 3 duims dik schot gemaakt en daar de preekstoel tegen gezet, die op de zuidzijde tussen het 2de en 3de glasvak stond, zoals het misschien 200 jaar was geweest, maar zeer ongemakkelijk om te preken en daarom het meeste veranderd”.

Zijn kleinzoon Albertus schrijft: “In 1906 is door mij, Albertus van der Zaal en H. Marseille en J. van Hemert de kerk weder veranderd, omdat er te weinig plaatsen waren. Toen is de preekstoel weder naar zijn vorige plaats verplaatst tussen het 2de en 3de raam”.

De ‘predikstoel’ was ondertussen in 1858 verhoogd en met beeldhouwwerk versierd. In 1943/44 is de achterwand en de preekstoel vernieuwd met gebruik van oude materialen. De kuip van de preekstoel is vergroot. De preekstoel is toen ook weer verlaagd met een andere voet.

De banken

Vóór 1858 stonden er stoelen in de kerk, maar geen banken. De stoelen zijn toen vervangen door  banken met Amerikaans linnen bekleed. Het geheel is allemaal betaald door Mej. C.J. van der Beek. Dat zijn niet de banken die er nu staan.

De banken die er nu zijn werden waarschijnlijk in 1924 geplaatst, toen ook de zijbeuk (het nieuwe gedeelte!) werd gerealiseerd vanwege ruimtegebrek.

Een tekening van de grote kerk

 

 

 

Licht in de grote kerk (2)

De kerk is een aantal fraaie kroonluchters rijk. Bij de laatste restauratie van 2002 werden de kroonluchters losgemaakt en met de hand gepoetst en vervolgens gelakt. Daardoor kwamen de porseleinen plaatjes met daarop de namen van de vroegere gulle gevers weer tevoorschijn. Een van de kroonluchters is geschonken door schippers.

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

De Grote Kerk wacht een grote verbouwing opdat er naast de kerkdiensten ook allerlei culturele activiteiten kunnen
plaatsvinden. Hierbij weer een ander element uit de kerk.

Poetsen en polijsten van de onderdelen.
Foto: Architectenbureau Rokus Visser

De Grote Kerk stamt uit de 15e eeuw. De dorpskerk is naast kerkgebouw ook de ontmoetingsplek van de gemeenschap. Aan het eind van de 16e eeuw breken donkere tijden aan. De opstand tegen de Spanjaarden en de Reformatie brachten een soort aardverschuiving met zich mee. Er volgde een geloofssplitsing waarbij aanhangers van Rome tegenover de volgelingen van de Reformatie kwamen te staan. De Grote Kerk werd in deze troebele tijd verwoest. In 1592 werd de kerk hersteld, het koor volgde later. De Grote Kerk was inmiddels een gereformeerde kerk geworden. Een deel van de oorspronkelijke kerkgangers moest zijn heil zoeken in schuilkerken. Als ontmoetingsplek voor de hele gemeenschap van Lisse had de Grote Kerk afgedaan.

Kaarslicht

Glanzende kroonluchters

Voor verlichting zullen destijds waskaarsen hebben gezorgd. In die vroege tijd kwamen er voorschriften die stelden dat men in kerken en kloosters kaarsen met een bepaald minimum percentage aan bijenwas moest gebruiken. Dat was niet alleen vanwege de kwaliteit. De bijen die de was produceerden golden als maagdelijke dieren en werden daardoor geassocieerd met de Heilige Maagd Maria.
Na de Reformatie waren kaarsen natuurlijk nog steeds de verlichtingsbron. Mogelijk stond er in Lisse op de preekstoel ook een zandloper. Dominees hielden er van om zeer lang te preken. Het kon gerust anderhalf uur duren, vaak tot verdriet van veel toehoorders. De synode van Dordrecht besloot in 1574 dat een preek maximaal een uur mocht duren. Dat had ook een beetje te maken met de brandtijd van de kaarsen. De dominee moest zich wel aan de tijd houden. Soberheid gold binnen de Nederduitsch Gereformeerde Kerk. Voor een bank met zes of zeven plaatsen werd één kaars wel voldoende geacht. Trouwen en begraven bij kaarslicht gold in de 17de en 18de eeuw als buitengewoon deftig.

Kroonluchters
De kerk is een aantal fraaie kroon luchters rijk. Bij de laatste restauratie van 2002 werden de kroonluchters losgemaakt en met de hand gepoetst en vervolgens gelakt. Daardoor kwamen de porseleinen plaatjes met daarop de namen van de vroegere gulle gevers weer tevoorschijn. Een van de kroonluchters is geschonken door schippers. Die vormden hier destijds een belangrijke beroepsgroep. Het schildje vermeldt de schenking met de woorden: “gegeve bij Engel Jacobsse, Jan Jacobss in den Direkse en de Pieter Willems Schippers tot Lisse 1660”.

Kaarsnis
Bij diezelfde restauratie kwam achter de houten lambrisering aan de zuidzijde van het schip een gepleisterde nis tevoorschijn. De vorm van deze nis, met een keperboog, deed vermoeden dat het om een kaarsnis ging. De nis is na de restauratie in het zicht gelaten.

Petroleum, gas, elektriciteit
Andere manieren van verlichting volgden. Eerst petroleum. Die verlichting werd in 1915 vervangen door gaslicht. Een volgende modernisering volgde snel: in 1922 kwam er elektriciteit.

Middelpunt van de dorpsgemeenschap.

De Grote Kerk had na de Reformatie ingeboet als dorpsmiddelpunt. De huidige ontkerkelijking dwingt kerken tot drastische stappen. Kerken moeten zelfs sluiten. Binnen de Protestantse Kerk in Nederland zien ze een lichtpunt in het op nieuwe manieren vormgeven van de middelpuntfunctie van de kerk. In dat licht moeten we het initiatief van de Poetsen en polijsten van de onderdelen Glanzende kroonluchters komende verbouwing maar zien.

De pastoors van de schuilkerk

Sporen van vroeger                                                            

26 april 2022

door Nico Groen

Na de hervorming in 1579 verenigden de katholieken in Warmond, Voorhout, Sassenheim en Lisse  zich in een statie. Een statie is de standplaats van een missionaris omdat Nederland als zendingsgebied werd beschouwd. De missionarissen woonden in Sassenheim en zullen mogelijk daar begraven zijn. Omstreeks 1630 werd oogluikend toegestaan dat ten westen van de Achterweg, net ten noorden van de zandsloot Mallegat, bij De Engel, een schuilkerk werd gebouwd.

Omdat in de loop van de tijd de scherpe kantjes er wat af gingen, kregen de katholieken in Lisse, Voorhout, Sassenheim en Warmond in 1631 weer een gezamenlijke pastoor, Johannes de Hoogh, die in 1635 aan de pest overleed. Na hem kwam pastoor Engelbertus Roxelius. Hij was pastoor van 1635 tot zijn overlijden in 1659. Pastoor Roxelius werd opgevolgd door Adriaan Houckgeest, die tot zijn overlijden in 1687 pastoor bleef in voornoemde dorpen. Deze pastoors staan niet op de vervallen grafzerk, die op het kerkhof van de Agathakerk ligt en waarover u eerder heeft kunnen lezen.

Pastoors op de grafzerk

In 1687 werd pastoor Johan van der Werve alleen voor Lisse benoemd. Hij overleed op 1 juli 1697 en werd opgevolgd door Lambert Schaap, die in 1708 stierf. Na hem is Arnoud de Leeuw gekomen. Hij herbouwde de kerk in 1710. Na De Leeuw werd Franciscus van den Heuvel pastoor en na diens overlijden Cornelius van der Valk of Valck. Deze 5 pastoors staan op de grafzerk. In 1828 werd bij de schuilkerk een kerkhof gerealiseerd. Omdat de 5 pastoors die op de oude grafzerk staan al vóór 1828 waren begraven, zullen deze in de Grote Kerk begraven zijn, waar de steen onder de vloer in 1938 tevoorschijn kwam. De latere pastoors van de schuilkerk stonden daar niet op.

Nog 4 pastoors

Daarna kwamen er in de schuilkerk nog 4 herders die dus niet op de grafzerk staan, zoals Petrus Snarenburg die overleden is op 1 januari 1805. Hij werd begraven in de Pieterskerk in Leiden. De volgende pastoors waren Joannes Christophorus Freede overleden op 14 juni 1816 en Petrus van Halen, overleden op 13 juni 1840, die op het kerkhof bij de schuilkerk werd begraven. Waar pastoor Freede zijn laatste rustplaats vond is niet duidelijk. In 1840 kwam pastoor van der Hoven, onder wiens leiding een nieuwe kerk (1842) en kerkhof (1843) verrees aan de Heereweg.

Restauratie van belang

De oude grafsteen op het kerkhof bij de Agathakerk vertelt de geschiedenis van de schuilkerk. Dit is uit cultuurhistorisch oogpunt van groot belang. Het is ook onderdeel van de geschiedenis en identiteit van de katholieke gemeenschap  in Lisse. Deze grafzerk moet daarom behouden blijven. Het opschrift is nauwelijks te lezen en de steen is gebroken. Voor toekomstige generaties is restauratie van groot belang.

 

Alle pastoors van de Agathakerk vanaf 1461 tot 1956 staan op deze foto. De hele lijst hangt naast de ingang naar de kerkzaal.
Foto: Nico Groen

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

 

De Schuilkerk aan de Achterweg

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

12 april 2022

door Nico Groen

Op 31 oktober 1517 spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenberg in Duitsland. Dit is het symbolisch begin van de Reformatie. Er heerste grote armoede en er was veel onvrede binnen de R.K. Kerk. Het conflict tussen de R.K. kerk en de afgescheidenen ontaardde in 1566  in de Beeldenstorm.

De katholieken in Lisse kerkten in de Grote Kerk op ‘t Vierkant. Tijdens de Beeldenstorm werden de beelden van de heilige Agatha en van Maria vernield en verwijderd. De sieraden, zoals rozenkransen werden gestolen en later verkocht.

In 1579 werd bepaald, dat de Nederduitsche Gereformeerde Kerk in de Noordelijke Nederlanden voortaan de publieke kerk moest zijn. Er werd vastgelegd dat er persoonlijke vrijheid van godsdienst en godsdienstuitoefening zou zijn, maar de praktijk was anders. De protestanten namen de kerk in bezit, evenals de pastorie op ’t Vierkant.

Schuilkerk bij de Engel
Na een aantal jaren stabiliseerde de verhouding tussen de twee geloofsgemeenschappen zich. Omstreeks 1630 werd oogluikend toegestaan dat ten westen van de Achterweg, net ten noorden van de zandsloot Mallegat, bij de Engel werd gekerkt. Dit tegen een jaarlijkse betaling van zogenaamde recognitiegelden voor een officiële vergunning.

Het bouwjaar van de kerkschuur is onzeker, maar in 1631 krijgt Lisse een vaste priester, pastoor Johannes de Hoogh. Het jaar 1672 wordt in het kerkarchief als stichtingsjaar van de schuilkerk genoemd. Van deze kerk is geen afbeelding bekend, maar in 1710 wordt op dezelfde plaats een nieuwe kerk met een fraaie pastorie gebouwd. De nieuwe kerk werd bijna 10 m. breed en 20 m. diep.

De kerk werd gebruikt tot 1843 en toen gesloopt. Op de tekening is rechts de kerk en links het pastoorshuis te zien, met linksvoor een bijkeuken of iets dergelijks. De pastorie met 2 wimpels ziet er veel aanzienlijker uit dan het kerkgebouw. De tekenaar stond ten westen van de kerk, omdat aan de kant van Achterweg niets te zien mocht zijn wegens mogelijke aanstoot. Daar waren bosschages, een boomgaard  en een schutting. Op het binnenplaatsje is een muur te zien met een soort tuinhuisje en daarnaast een poortje.

Begraven werd in en later bij de oude Grote Kerk op ’t Vierkant. In 1828 hebben de Lissese katholieken echter bij de schuilkerk een eigen begraafplaats gekregen.

Op het kerkhof van de Agathakerk ligt een heel oude grafzerk, zoals we in een vorige Sporen van Vroeger gezien hebben. Deze grafsteen ligt op de begraafplaats op het linker gedeelte helemaal vooraan tegen het Franciscushuis aan. De namen zijn nauwelijks te lezen en er zitten een paar grote scheuren in. De onderhoudsgroep van het kerkhof probeert de steen uit de 18e eeuw te laten restaureren. Omdat de 5 pastoors die op de oude grafzerk staan al vóór 1828 waren begraven, zullen deze in de Grote Kerk begraven zijn, waar de steen onder de vloer in 1938 tevoorschijn kwam. De latere pastoors van de schuilkerk stonden daar niet op.

 

Zie ook het boekje Agathakerk 1843-1943 van Jaap Raaphorst ter gelegenheid van het honderdjarig kerkgebouw.

Raaphorst boekje 1943

 

LisseTijdreis Schuilkerk in 1830

 

Foto:  De schuilkerk met rechts de eenvoudige kerk en links het deftige pastoorshuis. Foto: Oud Lisse

 

 

Een mysterieus grafzerk

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

29 maart 2022

door Nico Groen

Op het kerkhof van de Agathakerk ligt een heel oude grafzerk. Deze grafsteen ligt op de begraafplaats op het linker gedeelte helemaal vooraan tegen het Franciscushuis aan. De namen zijn nauwelijks te lezen en er zitten een paar grote scheuren in. De onderhoudsgroep van het kerkhof probeert de steen uit de 18e eeuw te laten restaureren.

De steen ligt hier al heel lang op dezelfde plaats. Destijds werden hier alle belangrijke grafstenen, zoals van overleden pastoors van de Agathakerk geplaatst. Later is dit ‘centrum’ verplaatst naar de huidige plek, waar diverse belangrijke zerken liggen, zoals de oorlogsgraven. De oude zerk werd echter niet verplaatst en raakte in de vergetelheid. Onderzoek van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” liet zien dat de personen, die er opstonden overleden waren tussen 1697 en 1798, dus in de 18e eeuw.

De zerk heeft het nauwelijks te lezen opschrift:

Grafstede van de volgende Heeren en Meesters.

Joannes van de Werve Obiit XIII July MDCXCVII (1697)

Lambertus Schaap Obiit X April MDCCVIII (1708)

Arnoldus de Leeuw Obiit 17 July MDCCXLVII (1747)

Franciscus van den Heuvel Obiit 23 Octobris MDCCLX (1760)

Cornelius van der Valk Obiit 1 Octobris MDCCXCVIII (1798).

 

Hoe kwam de grafzerk hier terecht?

Opheldering gaf een artikel in de krant De Maasbode van 8 december 1938.

Hierin staat een uitgebreid artikel over de grote renovatie in 1938 van de binnenkant van de Grote Kerk op ‘t Vierkant. Toen werd onder de vloer een grote grafzerk gevonden.

De Maasbode:

“Naar het opschrift te oordeelen meende men te doen te hebben met een gezamenlijk graf van Lisser schoolmeesters. Groot was dan ook de verbazing van de omstanders, toen men bij het verzamelen van de overblijfselen van de kistenresten stukken gewaden aantrof welke kennelijk kerkelijke paramenten waren geweest. Een nader onderzoek maakte duidelijk, dat de namen op de zerk eens gedragen waren door de pastoors, welke vanaf 1687, toen de St. Agatha-parochie weer zelfstandig werd, de katholieken van Lisse als herder hebben geleid. Dat deze pastoors in een kerk der hervormden begraven werden, behoeft geen verwondering te wekken, daar er toentertijd geen ander kerkhof geweest zal zijn dan het eeuwenoude in en bij de kerk. Ook het sierlijke in grote krulletters gebeitelde opschrift, dat zoveel verwarring stichtte, is te verklaren; het is een vertaling van het oude Domini et Magistri, Heeren en Meesters. Heer was de middeleeuwsche titel voor elke geestelijke en Meester was gebruikelijk voor hen, die aan een universiteit een graad hadden behaald. Met Heeren en Meesters werd dan de geestelijkheid bedoeld. …… De zerk der eerste vijf Lisser pastoors na de hervorming is door de kerkvoogden aan den huidigen pastoor afgestaan. Een waardige plaats voor dit steenen document der kerkgeschiedenis van het dorp zal worden uitgekozen”.

Hieronder staat het hele verhaal uit de Maasbode.

Vondsten in de Ned Hervormde kerk te Lisse in de Maasbode 8 dec 1938

 

De rekening van Boot voor het verplaatsen van de grafzerk in 1939

De grafzerk van 1700 kg, 125 cm breed, 250 cm lang en 20 cm dik is nauwelijks te lezen.
Foto: Oud Lisse

 

 

Grote kerk: de preekstoel (1)

In de Grote Kerk staat een grote verbouwing gepland zodat er naast kerkdiensten ook culturele activiteiten kunnen plaatsvinden. De Grote Kerk is de oudste kerk van Lisse. Ingegaan wordt op de verbouwing van 1817 en 1906 ten aanzien van de preekstoel.

Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

In de Grote Kerk staat een grote verbouwing gepland zodat er naast kerkdiensten ook culturele activiteiten kunnen plaatsvinden. De Grote Kerk is de oudste kerk van Lisse. Die ouderdom vind je in het interieur terug. De redactie wil de komende periode aandacht besteden aan elementen uit dat interieur.

De preekstoel
Een preekstoel is kenmerkend voor kerken. Voor deze, gedateerd 1668,cgeldt dat zeker. De kerk was verwoest in de Tachtigjarige Oorlog en vervolgens weer opgebouwd. De preekstoel is vrij snel na de wederopbouw geplaatst. Er zijn na die wederopbouw diverse verbouwingen en restauraties geweest. Om verschillende redenen: meer ruimte, indeling anders, herstelwerkzaamheden. Dat had soms gevolgen voor de preekstoel. Timmerbedrijf Van der Zaal op het Vierkant was betrokken bij meerdere verbouwingen. Cornelis van der Zaal hield een dagboek bij waar de “Kroniek van de Lisser Timmerman en molenmaker Cornelis van der Zaal 1762-1839” op gebaseerd is. De kroniek, die nog bij Oud Lisse te koop is, bevat het volledige, door Bert Kölker getranscribeerde dagboek, voorzien van uitgebreid aanvullend commentaar. Uit het dagboek, waarop kleinzoon Albertus nog een aantekening zette, halen we enkele uitspraken aan.

Verbouwing 1817
Cornelis van der Zaal schrijft: …den 10de februari ben ik begonnen de Gereformeerde kerk te veranderen. …..heb ik een 3/4 dm dicht schot gemaakt en daar de preekstoel tegen gezet, die op de zuidzijde tussen het 2de en 3de glasvak stond, zoals het misschien 200 jaar was geweest, maar zeer ongemakkelijk om te spreken en daarom het meeste veranderd. Hij somt meer veranderingen op en schrijft: Vervolgens heb ik met 3 knechten in de vierde week de preekstoel en alle banken verzet en in de 5de week verder de boel opgeknapt en in orde gebracht. Daarna een trap voor de preekstoel gemaakt, waar ik en mijn zoon Arie, die toen thuis was gekomen, (red. uit leger Napoleon), 14 dagen werk aan hadden, maar er niet behoorlijk in gemaakt kon worden, want wij werkten van de morgen tot de avond zo veel als we maar konden en toen deze geplaatst, zodat alles goed uitkwam. Iedereen tevreden, behalve: een Cornelis de Graaf die er sterk tegen was, zo zelfs, dat hij niet meer naar de kerk wilde komen. Van der Zaal vermeldt nog: Achter de preekstoel aan de noordzijde ligt een perkamenten brief, geschreven uit naam van dominee Greun en kerkmeesters Gijsbert van Parijs en Daniel Guldemond en Govert Tromp door de koster Jan Cors geschreven ter gedachtenis.

Verbouwing 1906
Albertus van der Zaal, kleinzoon van Cornelis, schrijft: In 1906 is door mij, Albertus van der Zaal en H. Marseille en J. van Hemert de kerk weder veranderd, omdat er te weinig plaatsen waren. Toen is de preekstoel weder naar zijn vorige plaats verplaatst tussen het 2de en 3de raam, de perkamenten brief hiervoor genoemd, is toen gevonden en was nog zeer goed bewaard gebleven. Verder schrijft hij: De banken in de kerk zijn gedeeltelijk vernieuwd en omgedraaid, zoodat de menschen naar de preekstoel kunnen zien, de scheiding tusschen de kerk en het koor is 6,50 meter achteruit gezet en daarboven een galerij gemaakt en zijn door die verandering zoveel plaatsen gewonnen, dat er …menschen meer een gehuurde plaats konden krijgen.” Zou die brief nog bestaan?

Klik hier voor het volgende deel

Als u goed kijkt zijn er best wel wat elementen van de oude kansel in de vernieuwde preekstoel gebruikt. Ook toen al deed men aan hergebruik.

Twee PKN kerken gaan dicht

De gebouwen van de Gereformeerde kerk en de Pauluskerk gaan op den duur dicht. Alleen de grote kerk blijft over na een interne verbouwing na fusie van de gereformeerde kerk en de hervormde gemeente.

Jaargang 20 nummer 4, 2021

Nieuwsflits

De Hervormde Gemeente en Gereformeerde Kerk met drie kerkgebouwen hebben vergevorderde plannen om twee
kerken te sluiten en de monumentale Grote Kerk op het Vierkant ingrijpend te verbouwen. De locaties van de Pauluskerk in de Poelpolder en de Klisterkerk aan de Heereweg zijn bestemd voor woningbouw. De leden van deze PKN kerken werden 2 december via kerkomroep.nl geïnformeerd over de plannen en de raadscommissie werd in de week daarop al geïnformeerd over herontwikkeling van de Pauluskerk. De bouw- en renovatieplannen zijn het sluitstuk van de langlopende eenwording. Deze kerken kampen allemaal met teruglopend kerkbezoek en met teruglopende financiële inkomsten. Met min of meer gelijkgezinde kerken één gebouw betrekken biedt perspectief voor de toekomst. De fusie is nog niet officieel, maar voor het voorstel om de Pauluskerk en de Klisterkerk te sluiten en de Grote Kerk als toekomstig kerkgebouw aan te wijzen is een jaar geleden positief advies uitgebracht door de kerkenraden van de kerken. De Klisterkerk wordt ’s zondags al niet meer gebruikt. Twee kerken worden t.z.t. onder voorwaarden afgestoten zo werd toen besloten. In het plan zoals nu gepresenteerd maakt de Pauluskerk plaats voor een appartementencomplex met vier tot zes bouwlagen. De Klisterkerk wordt niet gesloopt maar er komen appartementen, met daarnaast vier eengezinswoningen op het huidige parkeerterrein. Ontwerpbureau Veldhoven en Partners heeft voor de Grote Kerk een nieuw multifunctioneel interieur getekend waarbij de kerkbanken plaats maken voor stoelen waardoor de kerk ook gebruikt kan worden voor exposities en concerten. De in 1924 gebouwde zijbeuk wordt d.m.v. een glaswand gescheiden van de oorspronkelijke kerkzaal. De grote preekstoel, nu nog centraal in de kerk, is helaas niet terug te vinden op de bouwtekeningen, maar is volgens de werkgroep gebouwen ook niet monumentaal. Vanwege het feit dat de Grote Kerk een rijksmonument is, wordt er niet aan de kerk gebouwd of gesloopt maar wordt er een zwevende verdieping gemaakt die dienst gaat doen als vergaderruimte en onderkomen voor de kindernevendiensten op zondag.

 

 

Vondsten in de Ned. Hervormde kerk te Lis’: Het graf der eerste vijf pastoors van Lisse na de Hervorming.

In 1938 zijn bij een restauratie van de Grote kerk een grafzerk en een een vierkant stuk zandsteen waarop een kelk met erboven een hostie staat afgebeeld gevonden. Deze zijn geschonken aan de Agathakerk. Bovenstaande staat in een artikel uit 1938 in de Maasbode.

Nu ligt deze grafsteen nog steeds op de begraafplaats van de Agathakerk op het linker gedeelte helemaal vooraan tegen het Franciscushuis aan. Het stuk zandsteen in gemetseld in een pilaar van de Agathakerk. Van achten in de tweede pilaar rechts.( Zie tekening onderaan). Ook in het boekje “De Aagtenkerk van Lisse”  uit 1960,  geschreven door de heer Hulkenberg staat hierover op pagina 171,  172 en 173 informatie.

Het graf der eerste vijf pastoors van Lisse na de Hervorming.

De Maasbode van 8 december 1938.

B IJ de werkzaamheden, welke in de laatste weken in de Ned. Hervormde Kerk, vermoedelijk de oude H. Agathakapel, aan het Vierkant te Lisse werden verricht, zijn eenige vondsen gedaan, welke vooral voor de katholieken van Lisse van waarde en beteekenis zijn. Gevonden zijn een grafsteen met de namen van de eerste vijf pastoors, die na de Hervorming te Lisse Lisse hebben gestaan en een steenfragment van zeer ouden datum, waarop een kelk met erboven een hostie, staan afgebeeld. De ongezochte aanleiding tot deze vondsten was het feit, dat de gasverwarming in de oude kerk niet langer voldeed. Kerkvoogden besloten derhalve tot den aanleg van een heet-water-verwarming over te gaan en tevens het kerkje van binnen een goede beurt te geven. Daar men voor het leggen der waterbuizen onder den houten vloer moest zijn, zou men tevens van de gelegenheid gebruik maken om de banken, welke scheef gezakt waren, weer in het gelid te krijgen. Men begon hiermee in het achtergedeelte van de kerk, voor den toren. In dit achtergedeelte, dat waarschijnlijk wel meer dan een eeuw ongemoeid is gelaten, sinds er de laatste dooden begraven zijn, waren meerdere graven ingestort en bleken de halfsteensmuurtjes der grafkelders erg zwak. Er zat uiteraard niets anders op, dan de oude begraafplaats te schudden; de houtresten der kisten en de overblijfselen van gebeente werden uit de graven verzameld om ze buiten de kerk weer te begraven en de ontstane ruimte werd met zand opgevuld. Ook de grafkelders werden onder handen genomen; de zerken werden gelicht, de resten der kisten verwijderd en zand gestort in de oude graven. Gebeente werden niet meer in de oude kelders aangetroffen. De zerken, welke na verloop van tijd in den doorgang van den ouden toren waarschijnlijk een plaats zullen vinden, hebben eertijds de graven gedekt van notabelen uit het Lisse van eind 16de, begin 17de eeuw. Zoo lag onder een fraaie zerk Wouter Lenaarts van Calckar, gerechtsbode van het ambacht Lisse, die in 1598 stierf en van diens vrouw, gestorven in 1602. Voorts van den schoolmeester Wiard Takesz. van der Blom en zijn vrouw, gestorven beiden in 1611. Dan van Adryaen Cornelisz. Corsteman en zijn vrouw, gestorven resp. in 1588 en 1614 en van diens broer, Claes Cornelisz. Corsteman, gestorven in 1616. Deze familie behoorde tot de welgeborenen van Rijnland. De zerk van den laatste is zeer mooi. In Gotische letters staat op den rand: „Hier legt begraven claes cornelis Corsteman starf anno 1616″. De rest van den rand is onbehandelt. In het midden is een mooi gehakt en heraldisch ook juist uitgevoerd wapen te zien, dat een burchtoren vertoont in het schild en als helmteeken een uitkomenden leeuw heeft. Mogelijk staat dit wapen in verband met het feit, dat de huizing van zijn vrouw’s familie een hofstede was, genaamd „De Burg”, gelegen ten Oosten van het Vierkant, het oude dorpsplein, of een plaats welke nog zeker is vast te stellen. Vondst, die groote belangstelling wekte.

Pastores van de schuilkerk

De zerk, welke echter meer belangstelling opwekte vooral bij de katholieken, was een zware steen met het volgende opschrift: Grafstede van de volgende Heeren en Meesters. Joannes van de Werste Obiit XIII July MDCXCVII (1697) Lambertus Schaap Obiit X April MDCCVIII (1708) Arnoldus de Leeuw Obiit 17 July MDCCXLVII (1747) Franciscus van den Heuvel Obiit 23 Octobris MDCCLX (1760) Cornelius van der Valk Obiit 1 Octobris MDCCXCVIII (1798). Naar het opschrift te oordeelen meende men te doen te hebben met een gezamenlijk graf van Lisser schoolmeesters. Groot was dan ook de verbazing van de omstanders, toen men bij het verzamelen van de overblijfselen van de kistenresten stukken gewaden aantrof welke kennelijk kerkelijke paramenten waren geweest. Een nader onderzoek maakte duidelijk, dat de namen op de zerk eens gedragen waren door de pastoors, welke vanaf 1687, toen de Lisr St. Agatha-parochie weer zelfstandig werd, de katholieken van Lisse als herder hebben geleid. Dat deze pastoors in een kerk der hervormden begraven werden, behoeft geen verwondering te wekken, daar er toentertijd wel geen ander kerkhof geweest zal zijn dan het eeuwenoude in en bij de kerk. Ook het sierlijke in groote krulletters gebeitelde opschrift, dat zooveel verwarring stichtte, is te verklaren; het is een vertaling van het oude Domini et Magistri, heeren en meesters. Heer was de middeleeuwsche titel voor elken geestelijke en Meester was gebruikelijk voor hen, die aan een universiteit dien graad had behaald. Met Heeren en meesters werd dan de geestelijkheid bedoeld. Van gebeente werd niets meer aangetroffen; van de paramenten werden resten gevonden, welke moeilijk waren thuis te brengen. Het oorspronkelijke paars was in een donker bruinzwart overgegaan en de garneering, randen, kruisjes, franje, was groen geworden. Deze resten waren waarschijnlijk afkomstig uit de twee laatste kisten. Men mag veronderstellen, dat zij tot twee stellen gewaden behoord hebben, daar twee uiteinden van stool of manipel niet op elkaar pasten. Daarenboven vond men twee bonnetten, welke beide bovenop vier kammen hadden. Een was nog nagenoeg geheel gaaf, met de pluim er nog op. Deze laatste was echter roodbruin geworden evenals de voering. De dikke stof, waarvan de bonnetten gemaakt waren — men meent geslagen vilt — had nu een donker-bruine kleur. De tweede bonnet was gelijk aan de eerste, alleen zaten er veel gaatjes in en lag de pluim er naast. Na de vijf genoemde pastoors hebben, aldus de Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem (I 1873) er nog drie de parochie van St. Agatha bestuurd, voor men te Lisse onder pastoor van der Hoven een kerk en kerkhof, respectievelijk in 1842 en 1843, kreeg in de onmiddellijke nabijheid van het dorp aan den straatweg. Deze herders zijn: Petrus Snarenburg, t 1 Jan. 1805, Joannes Christophorus Freede t 14 Juni 1816 en Petrus van Halen, t 13 Juni 1840. Geen dezer ligt in de oude kerk begraven. Het gerucht, dat elders nog resten van paramenten gevonden waren, bleek onjuist, en bovendien bleek de aangeduide zerk, na te zijn vrijgemaakt, het familiegraf te bedekken van de Haarlemsche regentenfamilie Van der Laen, die op huize Ter Spekke te Lisse heeft gewoond, Gerrardt van der Laen stierf 82 jaar oud in 1635. De buitenplaats werd reeds in de eerste helft der 18e eeuw gesloopt, maar de naam is overgegaan op een oude boerderij in de onmiddellijke nabijheid van de oude plaats Volgens bidprentjes, welke men op de pastorie te Lisse had, is pastoor Snarenberg begraven in de Pieterskerk te Leiden; en pastoor van Halen op het R.K. kerkhof „aldaar”, dus op het kerkhof aan den Achterweg, buiten het dorp, waar tot 1842 ook het schuulkerkje stond. Omtrent de plaats, waar pastoor Freede zijn laatste rustplaats vond, vermeldt het prentje niet. mogelijk echter is ook hij op het kerkhof aan den Achterweg begraven. De zerk der eerste vijf Lisr pastoors na de hervorming is door de kerkvoogden aan den huidigen pastoor afgestaan. Een waardige plaats voor dit steenen document der kerkgeschiedenis van het dorp zal worden uitgekozen.

Steenfragment uit vroeger, eeuwen.

Behalve genoemde zerk hebben kerkvoogeden aan den pastoor nog een ander steenen document uit vroeger eeuwen afgestaan: een vierkant stuk zandsteen waarop een kelk met erboven een hostie staat afgebeeld. Dit stuk steen werd gevonden bij het uitscheppen van zand in het voormalige koor, wat noodig was voor het leggen van den nieuwen vloer. Het stuk steen is plm. 28 1 £ c.m. breed en lang, en ongeveer een decimeter dik. De omtrekken van kelk en hostie, alsmede het kruisje op de laatste zijn zeer duidelijk in het niet harde materiaal gebeiteld opgesneden. Kennelijk is dit stuk steen uit den tijd van de Hervorming, en daar de kelk Gotische vormen vertoont, is het fragment van zeer ouden datum. Hoe oud het echter wezen kan, is een moeilijke vraag. Wel werd in 1461 de kapel, welke reeds te Lisse stond, tot parochiekerk verheven, maar volgens een document uit Rome was die kapel reeds gesticht door Roomsch koning Willem, dus in de 13de eeuw. Hoe oud het steenfragment nu wel is, weet men voorloopig niet. Bovendien is nog geenszins duidelijk, waar de steen voor gediend heeft. Was het een stuk van een steenen doodkist, waarin een priester begraven werd; was het een merkteeken, dat in de nabijheid een priestergraf verborgen was; was het een misschien wel wat primitieve versiering van een wandtabernakel? Vragen, die nog niet te beantwoorden zijn. Dat dit voor de katholieken van Lisse belangwekkend getuigenis van het geloof hunner voorvaderen, in de tegenwoordige grootsche kerk een eereplaats zal krijgen, mag verwacht worden.

 

Bij het metselen van den schoorsteen, welke onder de kap in ijzeren binten naar boven loopt en als een torentje zonder spits boven het dak der kerk uitkomt, is tevens de aandacht gevallen op een oud vergeten muurtje, dat in groen-geglazuurde steentjes een jaartal draagt. Bij nadere inspectie bleek dit te zijn 1592. Toen dus werd deze kerk, welke met de meeste andere godshuizen in de omgeving in de woelige dagen van den strijd om Haarlem en Leiden verwoest is —. alleen die van Voorhout en Noordwijk bleven gespaard — weer gedeeltelijk opgebouwd. Later heeft men een uiterst leelijk portaaltje aan de Noordzijde van het koor weggebroken en den eveneens in dit Gotische koor geheel niet passende ingang gemaakt, welke tot op heden in gebruik is. In dit portaal vindt men den f raaien met beelden versierden grafzerk van Willem Adriaen van der Stel, gouverneur van de Kaapkolonie, gestorven in 1725. Te Lisse woonde hij op „Uytermeer”. een later gesloopt buiten aan den rand van den Lisrpoel. Onder deze zerk ligt geen graf; dit bevindt zich in de kerk en hierop heeft ook eertijds de steen gelegen. Toen men echter ook het koor voor banken ging benutten is de mooie zerk in het portaal te pronk gelegd. De grafkelder echter is bij de werkzaamheden der laatst weken opgevuld met zand, nadat het wrakke gewelf was ingeslagen.

Plattegrond Agathakerk. Bij het kruisje is de zandsteen gemetseld in een pilaar. info Co Lieverse

 

Delpher, een goudmijn

Sporen van vroeger   (LisserNieuws)                                              

7 september 2021

 door Nico Groen

De Koninklijke Bibliotheek (KB) is de nationale bibliotheek van Nederland, gevestigd in Den Haag. Zij verzamelt alles wat in en over Nederland verschijnt, van middeleeuwse literatuur tot aan publicaties van vandaag. Zo’n zeven miljoen publicaties, boeken, kranten en tijdschriften zijn in de magazijnen opgeslagen. Daarnaast biedt de KB ook veel digitale diensten, zoals de landelijke online Bibliotheek onder de naam Delpher.

De naam Delpher is ontleend aan het woord ‘delven’ dat spitten, (op) graven, winnen betekent en is een knipoog naar Delphi, het beroemde orakel. Delpher biedt de originele teksten aan uit de meer dan ruim 1,7 miljoen kranten verschenen tussen 1618 en 1995. Niet alleen legale bladen, maar ook gesten­cilde illegale blaadjes uit de oorlog, zoals de Oranjekoerier uit Lisse, Het Parool, Trouw, De Waarheid en De Vrije Pers. Ook zijn niet vergeten de kranten door de NSB uitgegeven, zoals Het Nationale Dagblad en Zwart Front. Verder elf miljoen tijdschriftpagina’s en meer dan 900.000 boeken van de 15de tot de 21ste eeuw. In totaal vindt u in Delpher meer dan 120 mil­joen pagina’s. Dit aanbod zal de komende jaren alleen maar groeien. Deze immense klus is nog steeds gaande. Het zal nog jaren duren voordat alles online staat. Delpher is sinds 20 no­vember 2013 beschikbaar via de link Delpher.nl. Daar kunt u de gedigitaliseerde pagina’s woord voor woord doorzoeken.

Vondsten in de  grote kerk in 1938

Als alleen het woord ‘lisse’ wordt ingevoerd staan er ruim 100.000 Nederlandse artikelen en bijna 50.000 advertenties vermeld, bijvoorbeeld ook de rivier De Lisse in Frankrijk. Men zal dus op meer trefwoorden moeten zoeken. Zoals bijvoorbeeld ‘Lisse AND Agathaparochie’.

Dan vind je o.a. een zeer uitgebreid artikel uit de Maasbode van 8 december 1938 over het herstel van de vloeren in de grote Kerk Lisse met de titel ‘Vondsten in de Ned. Hervormde kerk te Lisse’. Waarin onder andere staat: “Bij de werkzaamheden, welke in de laatste weken in de Ned. Hervormde Kerk, vermoedelijk de oude H. Agathakapel, aan het Vierkant te Lisse, werden verricht, zijn eenige vondsten gedaan, welke vooral voor de katholieken van Lisse van waarde en beteekenis zijn. Gevonden is een grafsteen met de namen van de eerste vijf pastoors, die na de Hervorming te Lisse hebben gestaan …. De zerk der eerste vijf Lisser pastoors na de hervorming is door de kerkvoogden aan den huidigen pastoor afgestaan. Een waardige plaats voor dit steenen document der kerkgeschiedenis van het dorp zal worden uitgekozen”. Nu ligt deze steen nog steeds op de begraafplaats van de Agathakerk op het linker gedeelte helemaal vooraan tegen het Franciscushuis aan.

Open monumentendag 11 september

Op 11 september zijn een  aantal gebouwen geopend voor bezoek. Kijk voor de aardigheid voor of na uw bezoek eens op Delpher om wat meer te lezen in krantenartikelen, die mogelijk zijn verschenen  over het betreffende gebouw. De folder over de Open Monumentendag is verkrijgbaar bij de VVV of op de dag zelf bij een van de 17 deelnemers. Het thema dit jaar is ‘Mijn monument is jouw monument’.

Foto: De folder van de Open Monumentendag op 11 september is verkrijgbaar bij de VVV.

Foto: De folder van de Open Monumentendag op 11 september is verkrijgbaar bij de VVV.