Berichten

Hart voor historie (9): Mariakerk, ‘Dit unieke bouwwerk is van grote architectonische waarde’

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

22 augustus 1952. De Mariakerk wordt ingewijd door de bisschop van Haarlem, monsigneurJ. Huibers (Foto: archief – Paardekoper)

LISSE – De Mariakerk aan de Nassaustraat is het meesterwerk van de Lissese architect Aad Paarde-koper. Met name in de eerste helft van de twintig­ste eeuw drukte deze be­vlogen bouwkunstenaar zijn stempel op het dorp. Van zijn ontwerp zijn ook de woningen van Volksbe­lang in de Koningstraat, het voormalige CNB-ge-| bouw in de Tulpenstraat | (toen HBG geheten), de j Dominicus Savio School en de St. Willibrordschool.

De Mariakerk is niet alleen in architectonisch opzicht opmer­kelijk, ditzelfde geldt haar roemrijke geschiedenis. De eerste plannen voor ‘het stich­ten van een derden Rooms Ka­tholieke Kerk met scholen’ da­teren van 12 maart 1950. De bouwkosten werden op 350.000 gulden begroot, een voor die tijd enorm bedrag. Parochianen uit Lisse en Lisserbroek droegen flink bij. Op 21 augustus 1950 werd kapelaan Staadegaard uit Amsterdam door het bisdom Haarlem aan­gesteld als ‘bouwpastoor’, de heren Barnhoorn uit Lisse en Paardekoper uit Oegstgeest als architect (onder supervisie van de broers Van der Laan).

Kruiswegstatie

lDe bouwwerkzaamheden ver­liepen voorspoedig. Op 29 december 1951 kon de eerste steen worden gelegd, gemaakt door de bekende beeldhouwer Niels Steenbergen uit Teteringen. In april 1952 werd de vlag in top gehesen. Na afronding van de bouwwerkzaamheden schafte men de kruiswegstatie aan. Ene Toorop was hiervan de maker, en deze waren af­komstig uit de Lourdeskerk in Scheveningen. De klok kwam van de bekende klokkengieter Petit. De Mariakerk werd op 22 augustus 1952 op plechtige en feestelijke ingewijd door de bisschop van Haarlem, monsigneur J. Huibers. Geen klei­nigheid; naar verluid begonnen de plechtigheden om 07.30 uur en duurden ze voort tot na het middaguur. Vervolgens werd kapelaan Staadegaard benoemd als pas­toor en kreeg hij kapelaan Bijnsdorp uit Weesp als assis­tent toegewezen. Gezamenlijk hebben zij de eerste schreden voor de parochie van het Onbe­vlekt Hart van Maria gezet, waarop parochianen uit Lisse en Lisserbroek waren aange­wezen. Vele jaren was de Mari­akerk het kloppend hart van hun geloof. Des te groter was daarom de klap toen de ze hoorden dat hun kerk slachtof­fer was geworden van de he­dendaagse ontkerkelijking. De grote terugloop van het aantal kerkgangers en een chronisch tekort aan priesters lagen hier ten grondslag. Op 17 maart 2007 viel het doek definitief en werd de Mariakerk  uit ere­dienst onttrokken. Op gepaste wijze werd daarbij het heilige sacrament volgens traditioneel gebruik in processie overge­bracht naar de St. Agathakerk.

Herbestemming

Thans buigt een werkgroep zich over een passende herbe­stemming van het kerkgebouw. Een uitvaartcentrum is geop­perd, maar financieel bleek dit niet haalbaar. Onder auspiciën van het bisdom wordt de zoek­tocht voortgezet. Frits Treffers pleit ervoor alles op alles te zetten om de Mariakerk voor het nageslacht te behouden. ‘Men beseft niet, wat een uniek bouwwerk het dorp hiermee in handen heeft. Het is van zeer grote architectonische waarde; het paradepaardje uit het oeu­vre van Paardekoper. Hier is overduidelijk een perfectionist aan het werk geweest, die open stond voor moderne construc­ties en schitterende details.’

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Zo’n dertig jaar geleden leerde ik architect Aad Paardekooper kennen op zijn kantoor in Voorhout. Hij vertelde mij, dat hij aan de overkant woonde, in een door hem gerenoveerde boerderij. Ik werd uitgeno­digd om een paar door hem ontworpen gebouwen sa­men te gaan bekijken. En dat waren er heel wat. Hier­van viel in het bijzonder de kwaliteit en diversiteit op. Vooral de. Mariakerk heeft een enorme indruk op mij gemaakt. Ook de niet ver daarvan gelegen Dominicus Savio School is weer zo een bijzonder gebouw. Je her­kent zijn stijl in deze en de andere. Ik kon merken, dat hij een principieel en des­kundig persoon was. Ie­mand die erg betrokken was bij al zijn projecten. Paardekooper heeft ook een grote inbreng gehad in de registratie van de waarde­volle panden in Lisse. Zijn vakbekwame oud-medewer­kers, de heren Maes en Mosseveld, verzetten veel werk om de registratie uit te werken. Uit verhalen van de zoon van Paardekooper, die een boek over hem schrijft, vernam ik, dat hij in Lisse vooral met de heer Barn­hoorn lange tijd samenwerk­te. Nadat hij in 1936 naar de TH in Delft was gegaan, kon Paardekoper pas in 1948 zijn studie afronden, omdat hij in 1943 in bezet Nederland weigerde een Ariërverklaring te tekenen. Paardekoper is vooral beïn­vloed door hoogleraar Grandpré Molière, een goed katholiek, zoals ook hij was.

Frits Treffers

Lisse Toen: van kapel tot Agathaparochie

In het Kabinet van Nederlandse en Kleefse Oudheden wordt veel over Lisse geschreven. Vele geschriften over Lisse zijn gebaseerd op wat er in bovenstaande document staat. Tot 1460 was er alleen een kapel.

NIEUWSBLAD Jaargang 5 nummer 4, oktober 2006

door Arie in ’t Veld

We vervolgen het verhaal dat Mattheus Brouerius van Nidik, R.G. en Isaac Ie Long in het “Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden” (tweede druk 1792) optekenden en komen daarbij meer en meer tot de ontdekking dat vele geschriften over het Lisse van toen zijn gebaseerd op wat dit tweetal aan het papier heeft toevertrouwd. Zoals de geschiedenis over de kapel van Lisse. “Lis had tot het jaar 1460 niet meer dan eene kapel, welke door Willem, Roomsche Koning, Graaf van Holland, gebouwd was, en onder de parochie-kerk van Sassem behoorde. Zij werd door eene bulle van Paus Plus II, gegeven te Rome, den 8 November van het voorgemelde jaar, daarvan afgescheiden en tot eene parochie-kerk aan de Heilige Agatha toegeweid, verhoogd, daardoor heeft zij hare doopvaten, kerkhof en verdere vertrekken.”

De Agathakerk dus en de parochie is dus meer dan vijfhonderd jaar oud! <(Daardoor verkreeg zij (aldus de scribenten weer volgend) ook de eereteekenen van eene parochie-kerk, ingevolge de uitdrukkingen der bulle zelve, door den beschrijver der Rhijnlandsche oudheden woordelijk opgegeven; waarbij gevoegd is de bevestigingsbrief van Wouter van der Goude, proost en aartsdiaken der St. Pieterskerk te Utrecht, als aangestelde apostolische rechter, commissaris en gemachtigde tot deze zaak, gedagteekend te Utrecht in het jaar 1461, in de negende indictie, des Maandags den 2 7 der maand April  Weleer werd het ambt van pastoor en aarstdiaken van Utrecht, gelijk mede dat van Koster, door de Graven van Holland begeven; en de inkomsten der pastory bedroegen veertig Rhijnsche guldens”.

Na de dood van de pastoor startte de bouw van de nieuwe R.K. kerk (3)

In de geschriften van Arie Raaphorst staat de bouw van de RK Agathakerk beschreven. De bouw startte na de dood van de pastoor. De bouw wordt beschreven.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 3, juli 2006

Uit de geschriften van chroniquer Arie Raaphorst (3)

Reeds lang vóór dat er eindelijk eene nieuwe kerk werd gebouwd, was het oude kerkgebouw veel te klein voor de steeds toenemende bevolking van de R.K. Kerkgemeente. De uitgebreide en omvangrijke werkzaamheden van den bouw eener nieuwe kerk waren echter véél te zwaar voor de zwakke schouders van de beminnelijke herder der parochie, de Zeer Eerwaarde Heer H.Th. van Vlasselaar.

Aartsbisschop van Utrecht?
Door de Aartsbisschop van Utrecht, zal men zeggen, hoe kwam dat? Dat kwam namelijk zoo. Eenige dagen voor dat deze kerk werd geconsacreerd, overleed de Bisschop van Haarlem, mgr. Bottemanne. Hoewel deze bisschop reeds hoog in jaren was, had hij echter nog geen wij- of hulpbisschop. En juist toen de bemoeingen hiervoor gaande waren, kwam Haarlemsch bisschop te overlijden.
Deze bemoeingen waren bij de dood van mgr. Bottemanne reeds zoover gevorderd dat de benoeming van mgr. Carlier als wijbisschop en de doodstijding van mgr. Bottemanne, elkaar hebben gekruisd, zoodat de benoeming van mgr. Carlier eerst arriveerde ná het overlijden van mgr. Bottemanne, en dus ongeldig was. Zoodoende wilde het toeval dat de Bisschopszetel van Haarlem, dus onbezet was, en wel, juist toen de nieuwe kerk geconsacreerd moest worden. Ziedaar de oorzaak.

Onderhandsch
Nu keeren wij weer teug naar de kerk zelf. De kerk is ontworpen en gebouwd door de architect Jean van Groenendaal te Amsterdam, zoals men kan zien op een gedenksteen boven de hoofdingang aan de binnenzijde. De kerk is bij onderhandsche aanbesteding gegund.
Zij heeft eene lengte van 60 meters en eene breedte van 19 meters, terwijl het transept 29 meters breed is. Behalve de 75 meter hoge klokketoren heeft deze kerk nog een Angelustoren, staande op het midden van de kruisbeuk.
De kerk heeft ruim 1100 zitplaatsen, en is een der grootste parochiekerken uit de omtrek. Ook de toren is mede een der hoogste van de omtrek en is uren ver in het rond te zien. De toren is zeskant van vorm en heeft twee open gaanderijen en wel een op 40 meter hoogte en een op 60 meter.De steenen onderbouw van den toren heeft vier verdiepingen. Het beneden gedeelte wordt gebruikt voor portaal. Op de eerste etage luidt men de klok; op de tweede bevindt zich het uurwerk en op de derde de klok.

Geschenk
Het uurwerk in den toren is een geschenk van de Zeer Eerwaarde Heer Weve, pastoor te Ooltgensplaat, eertijds kapelaan alhier. Aan drie zijden van de toren heeft deze wijzerplaten met urencijfers en wijzers. Dezelfde klok die 60 jaren lang in de toren van de oude kerk heeft gehangen, vond weer een plaats in de toren van de nieuwe kerk. Ook het orgel van de oude kerk werd weer geplaatst.
Zoodra de kerk gereed was werd deze reeds door verschillende particuliere personen met prachtige geschenken vereerd.
De prachtige vloer van Italiaansch marmermozaiek binnen het priesterkoor is, zegt men, een geschenk van de kerkmeester C.H.Wolff. Deze vloer werd vervaardigd door de heer A.J.Hooggreef te Amsterdam. Het prachtige hoofdaltaar van marmer en caensteen was een geschenk van de kerkmeester J.Riggel, en hoogstwaarschijnlijk ook de later aangebrachte altaren van dezelfde steensoort in de Maria en St.Josephkapellen.
De altaren werden vervaardigd door de beeldhouwer P.J.Maes te Haarlem. Een prachtige communiebank in twee deelen was mede direct aanwezig. Deze communiebank is uitgevoerd in de Ateliers van de heeren van der Bossche en Crefeld. Deze is versierd met een tweetal bronzen groepen voorstellende de mannaregen en de spijziging in de woestijn.

Dubbele geschilderde ramen
Een prachtige geschilderde kruisweg is mede in deze kerk aanwezig en werd vervaardigd door de kunstschilder Jan Dunselman te Amsterdam. Elke statie dezer kruisweg is 2 meter lang en 1 meter hoog en kostte f.600,- zoodat de geheele kruisweg heeft gekost 14 x f.600,- = f.8.400,-. De kruisweg is niet op een tijdstip geplaatst, maar is statie na statie geplaatst geworden en is geheel door verschillende parochianen geschonken. De kruisweg was in het najaar van n 1911 voltooid.
Het priesterkoor prijkt met vijf dubbele geschilderde ramen en zijn vervaardigd in het atelier van de heeren F.Nicolaas en Zonen te Amsterdam. Zij zijn versierd met de navolgende figuren te rekenen vanaf de Maria-kapel:
Eerste raam. Stelt voor het H. Sacrament des Doopsel en wel:
Boven: De doop van Christus in de Jordaan. Beneden: De doortocht van de Israëlieten door de Roode Zee.
Tweede raam stelt voor het Sacrament des Vormsel.
Boven: De nederdaling van de H. Geest over de Apostelen. Beneden: Petrus en Johannes dienen te Samaria het eerste H.Vormsel toe.
Derde raam stelt voor het H. Sacrament des Altaars.
Boven: Het Laatste Avondmaal. Beneden: Het eten van het Paaschlam.
Viede raam stelt voor het H. Sacrament der Biecht.
Boven: De verschijning van Jezus in de Opperzaal te Jeruzalem. Beneden: Het zoenoffer in het Oude Testament.
Vijfde raam stelt voor het H. Sacrament des Huwelijks.
Boven: de Bruilof te Cana. Beneden: De instelling van het Huwelijk in het Paradijs.
In de voorgevel bevindt zich ook een groot geschilderd raam, waarin een viertal figuren betrekking hebbende op de kerkmuziek. Boven deze figuren bevinden zich zeven musicerende engelen, elk in een cirkel van profielsteen. Deze zeven cirkelbogen worden algemeen geroemd als een architectonisch kunstwerk.

Apostelen-figuren
Nog bevinden zich boven in het schip der kerk een tiental geschilderde ramen allen versierde met apostelen-figuren. De Apostelen Petrus en Paulus staan afgebeeld in deze ramen binnen het priesterkoor. Deze laatste geschilderde ramen leverde de firma G. Hawinkel te Swalmen. De vijf geschilderde ramen in de Mariakapel zijn later aangebracht en stellen voor de vijf blijde geheimen.
De drie dito’s in de St. Josephkapel zijn ook later aangebracht en hebben betrekking op het leven van de H. Joseph.
De doopkapel bevindt zich ter linkerzijde van de kerk vlak bij het torenportaal. Hierin vond het doopvond uit de oude kerk een plaats.
De vrouwen zijn in deze kerk gezeten aan de Mariazijde en de mannen aan de Josephzijde.
De kerk bevat 4 regels banken te weten in het schip twee regels van negen plaatsen elk en in elke beuk eene regel van zes plaatsen. In de kruisbeuk zijn de zijbanken dertien plaatsen groot.
De kerk, pastorij en torens zijn allen afgedekt met leien daken.
In het (jaar) 1909 is centrale verwarming aangebracht.

Belasting
Om de stichtingskosten alsmede de onderhoudskosten te kunnen dekken werd er voorgesteld om eene belasting te heffen van 10% der huur van de zitplaatsen. Dit voorstel werd met meerderheid van stemmen aangenomen, zoodat men verplicht is behalve de huur ook nog 10% extra te betalen voor verwarming. Toen de kerk gereed was zijn alle zitplaatsen publiek verkocht. De zitplaatsen zijn in verband met de jaarlijksche huurprijs verdeeld in klassen en wel als volgt: het schip der kerk of de middenbeuk is verdeeld in 6 klassen met huurprijzen van f.10,-, f.9,-, f.8,-, f.7,-, f.4,- en f.2,50. De plaatsen in het transept doen f.6,- huur per jaar. De zijbeuken zijn verdeeld in 4 klassen met huurprijzen van f.5,-, f.4,-, f.2,50 en f.1,50. Deze prijzen moeten allen verhoogd worden met 10%voor de verwarming, zooals wij reeds boven hebben gezegd.
De huur moest betaald worden in twee gelijke termijnen en wel in de maanden mei en november. Het Kerkbestuur houdt dan voor het ontvangen der gelden zitting in het gebouw van de Ned. R.K. Volksbond.
De plaatsen waarvan de huur niet op de vastgestelde tijd is betaald, worden twee weken daarna publiek aan de meestbiedende verkocht.

Klik hier voor het volgende deel

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

Na de dood van de pastoor startte de bouw van de nieuwe R.K. kerk (2)

De oude kerk, de noodkerk en de nieuwe kerk wordt beschreven. Op 24 mei 1902 werd de eerste steen van de nieuwe kerk.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 2 april 2006

Uit de geschriften van chroniquer Arie Raaphorst (2)

Reeds lang vóór dat er eindelijk eene nieuwe kerk werd gebouwd, was het oude kerkgebouw veel te klein voor de steeds toenemende bevolking van de R.K.Kerkgemeente. De uitgebreide en omvangrijke werkzaamheden van den bouw eener nieuwe kerk waren echter véél te zwaar voor de zwakke schouders van de beminnelijke herder der parochie, de Zeer Eerwaarde Heer H.Th. van Vlasselaar.  Eenieder ondervond het dat de kerk veel te klein was, maar ook eenieder was er ten volle van overtuigd dat de werkzaamheden van den bouw eener nieuwe kerk niet gelegd mochten worden op de steeds in krachten afnemende schouders van Pastoor van Vlasselaar, en daarom wachtte men de tijd af ….
De tijd was eindelijk daar, want op 8 januari 1901 ging de droeve mare door het dorp: “Pastoor van Vlasselaar is dood.” Hij die 32 jaren lang de zachtmoedige en beminnelijke herder was geweest van de Parochie van de H.Agatha, was niet meer. Zelden is er een mensch geweest die oprechter beweend is geworden dan hij; beweend niet alleen door de katholieken zelf, maar evenzeer door de niet-Katholieken van allerlei rang en stand. Met hem daalde ten grave een raadgever voor iedereen en een vriend voor allen, zonder onderscheid en bovendien een weldoener der armen zonder weerga.
Zijne nagedachtenis zal dan ook blijven voortleven in de harten van allen die hem hebben gekend.

Hemelsche glimlach
Geen wonder dan ook dat een ontelbare menigte zijn lijk hebben bezocht; dat lijk wat daar stil en onbeweeglijk neerlag in zijn laatste rustplaats maar met dezelfde Hemelsche glimlach om de lippen als altijd. Hij is begraven in het priestergraf, rustend in de schaduw van het kruis. Eene eenvoudige blauwe zerk siert zijn graf. Dat zijne ziel de hemelsche rust geniet is de hoop van mij, maar ik ben er verzekerd van. Ook van allen die hem ooit hebben gekend. Pastoor van Vlasselaar werd opgevolgd door de Zeer Eerwaarde Heer B.J. Klekamp, pastoor te Oude Tonge. Zoodra de opvolger van de oude pastoor benoemd was, werden er plannen ontworpen voor een nieuwe kerk.

Noodkerk
Doordat de nieuw te bouwen kerk gesticht moest worden op dezelfde plaats waar de oude stond, moest er vooraf een noodkerk worden gebouwd.
In het voorjaar van 1902 werd er ter plaatse waar nu de Bondstraat is, een groot houten gebouw opgetrokken. Zoodra deze noodkerk gereed was werd zij plechtig ingewijd door de Pastoor-Deken van Warmond De Zeer Eerwarde Heer Smeulders. De oude kerk werd spoedig daarna voor afbraak verkocht en gesloopt. Niet lang daarna werd begonnen met de storting van het beton, want paalfundering was niet noodig. Het werk vorderde voorspoedig, want op 24 mei 1902 had de plechtige eerste-steenlegging plaats door de Zeer Eerwaarde Heer Smeulders, Pastoor-Deken van Warmond.
De gedenksteen waarin zich de oorkonde bevindt van de eerste-steenlegging is geplaatst in de hoekpilaar van het Zuidertransept tegen de kant van de H.Jozephkapel. Het opschrift luidt als volgt:
Hunc primarium lapidum
Posuit R.adm Ds.Nicolaus
Johannes Smeulders Dec._s
Novic_s.. a.d.VI kal.Jun.
MCMII
Wij hebben tot op heden steeds gesproken van den bouw eener nieuwe kerk, maar eigenlijk dient gesproken te worden van Kerk en Pastorij.
De Pastorij, een groot gebouw in Oud-Hollandche stijl opgetrokken, was vóór de kerk reeds afgewerkt, omdat de Pastoor was gehuisvest in het pas voltooide St.Agathagesticht, en de beide kapelaans bij de kerkmeester J.Riggel.

Uitdagend opschrift
In verband met den bouw van de pastorij willen wij nog opmerken dat er een kwestie ontstond tusschen de Pastoor en de Burgemeester over het opschrift in den steen boven de portiek en de hoofdingang. De Pastoor had hier later in bijtelen het volgende:
Dije dit niet an mogt staen
Moet maer voorbije gaen.
Deze spreuk was genomen uit de dichtwerken van Paulus Potter. De Burgemeester nu meende dat dit opschrift eene uitdaging was voor de andere kerkelijke gezindten en stond er daarom op dat dit opschrift zou worden verwijderd.
Ik voor mij heb het altijd een zeer kleinzielig idee gevonden van de Burgemeester, hoewel ik van de andere kant moet getuigen dat dit opschrift enigszins onbegrijpelijk was en ook absoluut met geen enkele gebeurtenis hieromtrent in verband was te brengen.
Enfin, de steen werd weer glad gehakt en de volgende dag prijkte deze met een ander opschrift en van de volgende inhoud namelijk
Anno Domino MCMII
Eindelijk was de kerk zelve gereed en op Donderdag 6 augustus 1903 werd zij door Z.D.H. Mgr. van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht, plechtig ingewijd.

Klik hier voor het volgende deel

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

De Sint Agathakerk te Lisse.

Toen in 2004 het eeuwfeest werd gevierd lag de nadruk op het markante gebouw. De Lissese rooms-katholieke gemeenschap bestaat namelijk al veel langer.

De Bataafse revolutie van 1795 gaf de rooms-katholieken meer bewegingsvrijheid, aangezien de bevoorrechte positie van de gereformeerde kerk werd aangetast. In de Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger werd de nadruk gelegd op de gelijkheid van alle gezindten. Mede als gevolg van de op 5 augustus 1796 afgekondigde scheiding van kerk en staat en de daarop volgende staatsregeling van 1798 werden de rooms-katholieken op staatkundig gebied weer volwaardig lid van de samenleving. De rooms-katholieken van Lisse eisten nu de dorpskerk aan het Vierkant terug. Politieke en juridische strijd alom! Er werd financiële steun gevraagd aan koning Willem l, zodat de Lissese rooms-katholieken een nieuwe kerk konden bouwen. Dit verzoek werd positief beantwoord, maar het duurde nog tot 1842 voordat er met de bouw van een nieuwe rooms-katholieke kerk kon worden begonnen.

Hoewel de scheiding van kerk en staat in 1801 alweer werd herroepen, wordt de negentiende eeuw gekenmerkt door een verdergaande verbetering van de positie van de rooms-katholieken. In de grondwet van 1814 werden rooms-katholieken en protestanten namelijk gelijkgesteld en vanaf 1839 namen de rooms-katholieken steeds vaker openlijk deel aan het culturele en maatschappelijke leven.

De verbeterde positie van de rooms-katholieken kwam onder andere tot uitdrukking in de bouw van nieuwe en grotere kerken. Zo werd in Lisse op 30 juni 1842 de eerste steen gelegd voor de bouw van de nieuwe Sint Agathakerk, die op 19 juni 1843 werd geconsacreerd door Mgr. C.L. de Wijkerslooth. Deze kerk lag ongeveer ter hoogte van de huidige Sint Agathakerk op het terrein van de voormalige buitenplaats Mossenhof. De in 1842 gebouwde kerk was de tweede zogenoemde ‘neogotische kerk’ van ons land en dus erg modern. De toren was niet hoog, maar de luidklok klonk blij en vertrouwd. Na het overlijden van koning Willem l werd hij negen dagen lang driekwartier per dag geluid. Dit zogenoemde ‘Petrus-klokje’ was een uit 1748 stammend klokje van 350 kg, dat door het zoontje van Piet (Petrus) Verdegaal was geschonken. Helaas is het klokje in 1938 gesmolten voor de productie van een aantal nieuwe klokken… Het sneuvelen van erfgoed is van alle tijden. In 1846 stonden in Lisse 205 huizen met 296 gezinnen. Er woonden 1500 mensen, waarvan 1000 de rooms-katholieke religie beleden. Diversen daarvan waren welgesteld en kwamen regelmatig in de boeken voor als schenkers aan de nieuwe rooms-katholieke kerk. Onder hen zijn vele ‘bekende namen’, waaronder Wolff, Riggel, Kroon, Langeveld, Schrama, Guldemond, Verdegaal, Van Ruiten, Vreeburg, Van der Vlugt en baron Heereman van Zuydwyk.

In 1853 werd de bisschoppelijke hiërarchie hersteld en werden er vijf bisdommen gevormd: Utrecht, Haarlem, ‘s-Hertogenbosch, Roermond en Breda. De statie-Lisse werd op 6 augustus 1857 (weer) een zelfstandige parochie. De parochie van Sint Agatha groeide snel en de kerk werd te klein. In 1870 bouwden Hillegom en Sassenheim nieuwe kerken met hoge torens. De in Lisse woonachtige oud-pastoor Johann Friederich Fick bood in 1877 aan hier eveneens een nieuwe rooms-katholieke kerk te financieren. Hij kon zijn belofte niet waarmaken en de zaak werd afgeblazen. Het geld voor de nieuwe kerk moest vervolgens beetje bij beetje door de boeren en bollenkwekers bijeen worden gebracht. En daarom – zegt men – staan er in het langschip van de huidige Sint Agathakerk ook lammeren en bloeiende bollen afgebeeld… In 1902 werd begonnen met de bouw van een nieuwe kerk, en op 7 augustus 1903 werd de ‘kathedraal van de Bollenstreek’ geconsacreerd door Mgr. Van de Wetering, de bisschop van Utrecht. De bijnaam ‘kathedraal’ kwam doordat de toren met zijn 75 meter de hoogste van de streek werd. In 1929 bleek een zwakte in de constructie, waardoor de torenspits begon te zwaaien. Daarom werd de complete spits vervangen, en kreeg de toren zijn huidige uiterlijk.

In 1938 is bij graafwerk in de kerk van de Hervormde Gemeente aan het Vierkant een stuk zandsteen gevonden met een in gotische stijl gemodelleerde kelk, waarboven een hostie. Het werd vervolgens aan de Sint Agathakerk geschonken en omstreeks 1950 in de kerkmuur ingemetseld.

Vanaf de jaren zestig namen de kerkelijkheid en het kerkbezoek af. De Sint Agathakerk behield echter zijn centrale positie in Lisse. In de jaren negentig werd een grootscheepse restauratie uitgevoerd, waarvoor met vele acties geld bijeen werd gebracht. Een reusachtige thermometer langs de Heereweg hield de stand van zaken bij. Het is dan ook in oude luister dat in 2004 het honderdjarige bestaan kon worden gevierd met vele activiteiten over het jaar gespreid. Op 1 januari 2006 fuseerde de Sint Agathaparochie met de Mariaparochie en de H.H. Engelbewaardersparochie. Sindsdien gaan deze drie parochies verder als de R.K. Lissese Parochiegemeenschap Sint Agatha.

De H.H. Engelbewaarderskerk te Lisse.

Het ledental van de Lissese Sint Agathaparochie is in de loop der tijd sterk gestegen. Zo was er in het eerste kwart van de twintigste eeuw een grote rooms-katholieke gemeenschap gevestigd in de buurtschap ‘de Engel’ en in de omgeving van de Hoofdstraat en de 3e Poellaan. Het groeiende ledental leidde ertoe dat Mgr. J.D. J. Aengenent, bisschop van Haarlem, op initiatief vanuit de Sint Agathakerk op 29 december 1928 opdracht gaf aan de uit Den Haag afkomstige kapelaan N.W. Sentenie om een nieuwe parochie te stichten tussen Lisse en Sassenheim: de H.H. Engelbewaardersparochie. De nieuwe parochiegrenzen werden overigens niet zonder meer geaccepteerd, want de Sassenheimse Pancratiusparochie dreigde de kapitaalkrachtige familie P. van Reisen aan de nieuwe parochie te verliezen. Het schijnt zelfs dat pastoor Thus van Sassenheim na de mis het volgende heeft gebeden: En gij vorst der Hemelse legerscharen drijf Sentenie en andere boze geesten die tot verdeling van de parochie rondgaan met uw Goddelijke kracht naar Den Haag terug

Door tussenkomst van de bisschop van Haarlem zijn de gemoederen echter weer snel tot bedaren gebracht. Bouwpastoor Sentenie kwam vervolgens snel in actie en vond “een schitterend terrein, gelegen bij de Beekbrug”. Hij vond bovendien de eigenaars, het echtpaar Wilhelmus Heemskerk en Maria Hoogduin, bereid het perceel te schenken! De kerk werd ontworpen door architect Jan Stuyt, die daarbij uitging van een schets die door de pastoor was gemaakt. Behalve een kerk werden er ook een broeder- en een zusterklooster, een pastorie en twee lagere scholen gebouwd (de Wilhelmusschool voor jongens en de Annaschool voor meisjes). De beide lagere scholen zijn later samengevoegd tot de rk basisschool ‘Beekbrug’.

Tijdens de bouwwerkzaamheden werden de kerkdiensten gehouden in een houten noodkerk, die op 18 september 1929 werd ingewijd. Een dag later waren alle zitplaatsen reeds verkocht; de noodkerk bleek te klein. Vijf dagen later startte men daarom met de uitbreiding. Deze noodkerk werd later gebruikt als verenigingsgebouw en tegenwoordig staat het bekend onder de naam ‘de Kleine Engel’. Het contract voor de bouw van de hoofdkerk en de pastorie werd op 7 maart 1930 getekend en al in het najaar 1930 konden pastoor en kapelaan hun pastorie betrekken! Op 2 oktober 1931 werd de kerk geconsacreerd door Mgr. Aengenent. Voor deze feestelijke vrijdag verleende hij tevens dispensatie van de onthoudingswet (voor de jongeren onder u: vroeger mocht men op vrijdag geen vlees of vleesjus consumeren).

Het hele complex was-in twee jaar tijd gerealiseerd! Het mondde echter wel uit in een hoge financieringslast, die in die tijd (beurskrach New York 1929, hoge werkloosheid) eigenlijk niet te dragen viel. Al gauw lieten zich tekorten voelen. Om extra inkomsten te genereren teelden de kerkmeesters in die jaren onder andere bollen, die vervolgens werden geveild. De totale schuld ging naar het half miljoen gulden, een voor die tijd astronomisch bedrag. Ook pastoor Sentenie ging het somber inzien en noemde 1934 “het jaar van het financiële debacle”. Faillissement dreigde, maar kon met de nodige inspanningen gelukkig worden voorkomen.

Het 25-jarig bestaan werd gevierd met de plaatsing van een nieuwe kruisweg. De feestelijke viering op 19 september 1954 werd een grootse plechtigheid. In 1954 werd tevens het ‘Mandement van de bisschoppen’ uitgevaardigd waarin werd verklaard dat het verboden was om lid te zijn van een niet-katholieke vereniging. In de Engel maakte men zich hier niet zo druk om. Ten eerste was de Engel praktisch geheel rooms­katholiek, ten tweede leefde men nog zo in een besloten gemeenschap dat weinig mensen dachten aan een andere vereniging. En ten derde hadden de broeders het verenigingsleven goed onder controle. Deining ontstond er wel door de nieuwe plaatsing van het altaar, waardoor de priester de mis las met het gezicht naar het volk. De ‘broeders van de Beek’ (zoals ze ook wel werden genoemd) stonden zeer hoog aangeschreven, maar in 1963 zorgden ze toch even voor opschudding: Broeder-overste trad uit en ging trouwen met een meisje uit de Engel! Tegelijkertijd traden ook twee andere broeders uit. In het bisdom ontstond een priestertekort, en toen kapelaan Schlatmann vertrok werd hij niet opgevolgd. Geleidelijk werden de functies van de broeders door leken overgenomen. Hun bindende werking in het verenigingsleven ging daarmee definitief verloren. Het aantal jonge parochieleden liep in de jaren zestig steeds verder terug. De vergrijzing van de buurtschap de Engel had eigenlijk een impuls nodig van nieuwbouw voor jonge gezinnen. In 1970 stak de Provincie nog een stokje voor de zo gewenste uitbreiding, maar in 1989 werd er dan toch een nieuwe wijk gebouwd op de plek waar voorheen Huis Ter Beek stond.

Tegenwoordig vormt de H.H. Engelbewaardersparochie nog altijd een wezenlijk onderdeel van de buurtschap de Engel. Wel heeft men de parochiale zelfstandigheid prijs moeten geven, aangezien de Sint Agathaparochie, de M aria parochie en de H.H. Engelbewaardersparochie op 1 januari 2006 zijn gefuseerd tot de R.K. Lissese Parochiegemeenschap Sint Agatha.

De Mariakerk te Lisse

Aan de Nassaustraat, bijna op de hoek met de Oranjelaan, vinden we deze opvallende kerk. Opvallend omdat je bij een kerk een opgaande belijning verwacht en in elk geval een toren. Maar hier zien we een bijna classicistisch gebouw, dat breed stoelt op ruim terrein en naar de kant van de Oranjelaan – maar achterwaarts – voorzien is van bijgebouwen. Menig passant zal op het eerste gezicht geen kerkgebouw in zien. Tot de blik valt op het kruis op de dakpunt.

Na de afsplitsing van de H.H. Engelbewaardersparochie bleef de Sint Agathaparochie gewoon doorgroeien. Daardoor ontstond er wederom behoefte aan een nieuwe kerk. Dat leidde tot de vorming van de Mariaparochie, die officieel de parochie “Onbevlekt Hart van Maria” heet, en is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw (Maria) van Fatima. De bisschop bezegelde het initiatief van “den 12den Maart 1950” om te komen tot een derde R. K.Kerk met scholen te Lisse. De al bestaande kerken waren immers de Sint Agathakerk en de H.H. Engelbewaarderskerk. De begroting voor de kerk beliep 350.000 gulden, een enorme som voor de jonge parochie. Men is echter vol goede moed: “het is een eerezaak voor elke goede katholiek en de menschen moeten hiervoor warm worden gemaakt”.

Pastoor Van Zuylen van de Sint Agathakerk zorgde voor een bouwpastoor: de uit Amsterdam afkomstige kapelaan J. Staadegaard. Hij regelde de locatie, een toen braakliggend terrein dat werd begrensd door de Oranjelaan en Nassaustraat. De Sint Agathakerk kocht deze grond voor 55.000 gulden.

De architecten werden aangewezen door de bisschop van Haarlem: het betrof de heren Barnhoorn uit Lisse en Paardekooper uit Oegstgeest. Zij stonden onder supervisie van de gebroeders Van der Laan (architect respectievelijk benedictijn) die veel kennis hadden van de rooms-katholieke kerkbouw. Op 29 december 1951 werd de eerste steen gelegd en op 22 augustus 1952 werd de kerk door de bisschop van Haarlem geconsacreerd. De bouwpastoor werd meteen de eerste pastoor.

Natuurlijk wilde de parochie graag een begraafplaats rondom de kerk, maar het gemeentebestuur was tegen. Na veel tijd (bloed, zweet en tranen) kreeg de parochie het toch voor elkaar. Rond het jaar 2000 werd het al te klein en daarom uitgebreid (in de diepte: er werden grafkelders aangelegd!).

Nog in de jaren vijftig kwamen al vele veranderingen. Het bisdom Rotterdam werd opgericht en Lisse kwam daaronder te vallen. De parochianen werd meer betrokken bij de liturgie, doordat voortaan de H. Mis werd opgedragen met het gezicht van de priester “naar het volk”. Hij werd nu ook beter verstaanbaar. In het interieur van de kerk werden vele veranderingen aangebracht. En er werden fraaie schenkingen ontvangen, zoals een monstrans van de leden van de Stille Omgang, afdeling Lisse.

In de beginjaren tachtig werd de doopkapel omgebouwd tot mortuarium en wordt een Maria-boekwinkeltje opgezet. En in de jaren negentig zijn er weer ontwikkelingen. Het groeiende priestertekort wordt voelbaar en “dwingt” tot een andere manier van communievieren. Het parochiehuis ‘Mariënburcht’ was tegen 1990 gesloopt en werd vervangen door een nieuw kerkelijk centrum, ‘de Mariënhof. De kerk vierde zijn veertigjarig bestaan en de vrijwilligers hebben hem helemaal opnieuw geschilderd. In 1993 overleed oud-pastoor Staadegaard, de bouwer van de kerk, op 93-jarige leeftijd. Hij is hier ook begraven.

En dan kan in 2002 het vijftigjarige bestaan worden gevierd. Dat is ook feestelijk gedaan. Op 1 januari 2006 fuseerde de Mariaparochie met de Sint Agathaparochie en de H.H. Engelbewaardersparochie tot de R.K. Lissese parochiegemeenschap Sint Agatha. Anno 2006 weten we ook dat de Mariakerk niet meer zal functioneren als kerk. Procedamus in pace, in nomine Domini felicer – Laat ons gaan in vrede; gelukkig in de naam van de Heer.

Hervormde Gemeente Lisse

Geschiedenis

We schrijven het jaar 1574. De Spanjaarden zijn weggetrokken, Leiden is ontzet, de dorpskerk van Lisse, de Sint Agatha, ligt er ontluisterd, geplunderd en uitgebrand bij. De toren is nog het minst beschadigd. De provisorische restauratie van de kerk zelf wordt pas in 1592 afgerond. Een restauratie waarbij het gebouw wordt aangepast aan de protestantse eisen. De landelijke kerk heet dan de Gereformeerde Kerk en de predikanten worden bevestigd door de ambachtsheer (de burgemeester). De eerste predikant, Johannes Cornelii maakt in 1594 zijn opwachting, in 1597 opgevolgd door Willem Baudartius. Op grond van zijn grote kennis van het Hebreeuws zal Baudartius het leeuwendeel van de vertaling van het Oude Testament voor de Statenvertaling op zich te nemen.

De “Gereformeerde” kerk hield in 1618 een belangrijke kerkvergadering (synode) in Dordrecht (de Dordtse Synode), waar veel afspraken werden gemaakt. Deze Synode wordt de basis voor het protestantse kerkelijke leven in Nederland. Tot aan de Franse Tijd (1795) blijft deze kerk de enige officieel erkende christelijke kerk in de Nederlanden, de staatskerk. Onder het Franse bewind wordt een scheiding tussen Kerk en Staat doorgevoerd en vrijheid van godsdienst geproclameerd. De Nationale Vergadering schaft in 1 796 de staatskerk af. De sluimerende onvrede over de overname van kerken en kerkelijke goederen tijdens de reformatie steekt de kop op, ook in Lisse. Koning Lodewijk Napoleon wijst de gebouwen tenslotte toe en zo blijft de Grote Kerk te Lisse in gebruik bij de protestanten.

In het kersverse Koninkrijk der Nederlanden wordt in 1826 bij Koninklijk Besluit een nieuwe kerkorde ingevoerd. De naam van de staatskerk wordt dan: Nederlandse Hervormde Kerk. De dorpskerk van Lisse wordt dan een ‘hervormde’ kerk. In het koninkrijk wctrdt de roep om een scheiding tussen Kerk en Staat krachtiger. Ook laait de onenigheid over het kerkelijke erfgoed in Lisse weer op. Een rechter uit Den Haag roept de partijen bij elkaar in “De Witte Zwaan”. Daar doen de “Gereformeerden” een bod van 1.000 gulden op de dorpskerk. Dat wordt door de “Rooms Katholieken” afgewezen. Uiteindelijk stelt de Haagse rechter koning Willem I voor om een geldbedrag beschikbaar te stellen voor de bouw van een Rooms Katholieke kerk binnen het dorp Lisse. Dit krijgt zijn beslag in 1842. Let wel: zes jaar voor de (tweede) officiële scheiding van Kerk en Staat en elf jaar vóór het herstel van de Rooms Katholieke hiërarchie.

Het kerkgebouw is na 1 592 nog tientallen keren gerestaureerd en aangepast. De grondige restauratie in 1858 mag daarbij niet onvermeld blijven en evenmin de gulle financiële steun van mejuffrouw Van der Beek die de restauratie mogelijk maakte. In 1915 wordt de petroleumverlichting vervangen door gasverlichting en in 1922 wordt elektrische verlichting aangebracht. Een zeer markante wijziging aan het oude bedehuis vindt plaats in 1924 als aan de noordelijke zijkant een nieuwe vleugel wordt aangebouwd om plaatsgebrek op te vangen. Het omgekeerde moet vermeld worden als de grote restauratie van 2002-2003 wordt uitgevoerd. Om de gangpaden te verbreden en een toiletblok in te bouwen worden zitplaatsen opgegeven!

Sedert de jaren 60 van de vorige eeuw is de Nederlandse Hervormde Kerk met de Gereformeerde Kerk en de Evangelisch Lutherse Kerk een proces aangegaan van nauwere samenwerking: “Samen op Weg”. Dit proces is op l mei 2004 afgerond met de oprichting van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) waarin genoemde drie kerken bestuurlijk zijn opgegaan. Bestuurlijk! Want er is ruimte om de samenwerking en de uiteindelijke fuser inggestalte te geven op een wijze die past bij, en aansluit op de lokale omstandigheden, en dat geldt ook voor Lisse.

De Hervormde Gemeente actueel

Voor veel mensen in Lisse is de witte kerk in het centrum ‘hun’ dorpskerk. Het gebouw is in gebruik door de Hervormde Gemeente te Lisse. De Grote Kerk staat op een hoog binnenduin en staat waarschijnlijk op dezelfde plek als waar in 1250 door graaf Willem II een kapel is gebouwd.  De Grote Kerk fungeert in de geschiedenis als de lokale achtergrond van de landelijke kerkelijke twisten. De meeste initiatieven om een nieuwe kerk te stichten hebben in Lisse navolging gekregen.

In de praktijk van het gemeenteleven is de dorpskerk vooral de plaats van samenkomst voor de zondagse erediensten van de Hervormde Gemeente in wijk West. In 1972 werd de Pauluskerk gebouwd en sinds dien bestaat de Hervormde Gemeente uit twee wijkgemeenten (oost en west) Beide wijkgemeenten zijn samen met de Gereformeerde Kerk De Klister lid van de landelijke Protestantse Kerk Nederland.

De restauratie van de Grote Kerk in 2002-2003 heeft in wijkgemeente West geleid tot een hernieuwde bezinning op het eigen functioneren. Steeds meer wordt gewerkt aan het karakter van een ‘open kerk’. Dit heeft onder meer geleid tot het organiseren van open dagen. In de eerste plaats om aan de Lissenaren het resultaat van de restauratie te laten zien. Terecht omdat de Lissenaren tijdens de restauratie enthousiast geld hebben gegeven voor de kosten van de restauratie.

Tevens is bezinning op gang gekomen op het verleden van de Hervormde Gemeente. Zo is er een lezing gehouden door professor A.Th. van Peursen over een van de eerste predikanten in Lisse, ds. Baudartius, die in het begin van de zeventiende eeuw een belangrijke rol speelde bij de totstandkoming van de Staten-Vertaling. Er zitten meer lezingen in de planning. Zo worden er geregeld concerten met samenzang gehouden. Ook wordt tegenwoordig op koopavond voor Pasen ‘een kwartiertje voor God’ georganiseerd. De kerk is dan open en biedt gelegenheid voor persoonlijke bezinning door stilte, luisteren naar het declameren van  gedichten en gepaste muziek. Traditioneel is de Grote kerk dé plaats voor de kerstnachtdienst, die door veel Lissenaren wordt bezocht als voorbereiding op de viering van het Kerstfeest. De beleving van de gemeenteleden van de Grote Kerk wordt treffend onder woorden gebracht.

I n het boek ‘Aan een onbekende God’, kerken in 800 jaar Lisse.

Citaat: “… dat in deze kerk generaties van gelovigen samen met de kerk van alle eeuwen en plaatsen, hebben ingestemd met de geloofsbelijdenis, het Apostolicum. Dit zijn de twaalf artikelen van ons algemeen, ongetwijfeld christelijk geloof en deze vormen de inhoud van de apostolische prediking. Een bord, gemaakt in 1617, hangt in de kerk met daarop in sierlijke letters de Wet des Heeren. Er staat boven: De Wet is ons leyder tot Christum. Dit bord hing ooit aan de binnenzijde van de toren, met daartegenover een bord met het volmaakte gebed: het Onze Vader.(…) In onze kerk hebben we een mooi glas in loodraam, waarop heel kernachtig is geschreven: In Memoriam: Geloof- Hoop – Liefde – Eenheid. Ik mag daar Amen op zeggen”.

In de zondagse erediensten wordt gewoonlijk gezongen uit het Liedboek voor de Kerken en – bijzonder – wordt de collecte opgehaald met originele ‘hengelzakken’

Grote kerk buitenkant

De Evangelie Gemeente te Lisse

De geschiedenis

De Evangelie Gemeente Lisse is ontstaan uit een groep van christenen uit diverse kerken, Pinkstergemeenten en Baptisten gemeenten die een passie hadden voor Jezus en voor Lisse. Zij kwamen op regelmatige basis bij elkaar om te bidden voor Lisse en voor de jeugd van Lisse. Ook de kinderen van deze mensen ontmoetten elkaar. Zij kregen visie om een koffiebar te starten en er werden op regelmatige basis tentcampagnes gehouden. Als evangelisatie actie van de christenen van Lisse.

Om zich voor te bereiden op de start van een koffiebar zijn de jongelui in november 1976 begonnen met een bijbelstudiegroep van zo’n 30 tot 40 jonge mensen. Ongeveer een jaar later, augustus 1977, is, na een week tentcampagne, de koffiebar van start gegaan. Rond diezelfde tijd beraadden de Lissese gemeenteleden van de Evangelische Christelijke gemeente Rijnburg zich erover om in hun eigen dorp Evangelisatiediensten te gaan houden, ondersteund vanuit de Evangelische Gemeente Rijnsburg en met medewerking van een groep jongeren uit de koffiebar en andere gebedspartners. Eerst is dat een aantal avonddiensten geweest, één keer per maand. Later werden er middagdiensten gehouden en dan elke week in ’t Poelhuys.

Het prille begin

Na twee jaar was men er van overtuigd dat God echt wilde dat in Lisse een Evangelie gemeente geplant zou worden en is de beslissing genomen om afscheid te nemen van Rijnsburg en zelfstandig morgensamenkomsten te gaan houden. Er werd een voorlopig bestuur gevormd en een locatie gezocht om de morgendiensten in te houden, want in ’t Poelhuys kerkte ’s morgens de Rooms Katholieke kerk. Die locatie werd gevonden in het pand van de koffiebar “De Open Deur” aan de Kanaalstraat. Er is daar ongeveer twee jaar gedraaid onder leiding van het voorlopige bestuur, daarna is er een  oudste raad gekozen. De gemeente groeide gestaag, in 1982 is een stichtingsakte opgemaakt door de notaris en werd aangesloten bij de VEGN (Volle Evangelie Gemeenten Nederland) een landelijk overkoepelend orgaan. Deze zijn in 2002 gefuseerd met de Broederschap van Pinkstergemeenten en nu heten zij samen de VPE (Vereniging van Evangelie en Pinkstergemeenten)

Evangelisatie

In deze begintijd is erg veel aan evangelisatie gedaan, elke 14 dagen werd ’s zaterdagsmiddags op het dorp gezongen om te getuigen van onze Heer en Heiland, ook werd langs de deuren gegaan met boeken of met enquêtes en is gestart met de Paasjubel op Paasmorgen. Er zijn evangelisatieconcerten met diverse gospelgroepen, straatacties met artiesten of acties met de “Er is Hoop” bus. Deze acties gebeurden meestal in samenwerking met andere christenen uit Lisse.

Gemeenteaktiviteiten

Er is altijd veel gegeven aan zending en zendelingen, geld oppotten voor een gebouw, daar is geen visie voor. De mening is: ‘God zal voorzien als we bezig zijn met Gods werk’. Door de groei moest een andere locatie worden gehuurd, een schoolgebouwtje aan de Vivaldistraat. In de eerste tijd werden de Zondagsschool en de crèche nog in het woonhuis van de fam. van Bijden in de Mesdagstraat gehouden en werden de wekelijkse bijbelstudie en bidstond gehouden bij de fam. van Duyvenbode in de Fazantstraat. Van de Vivaldistraat is nog een keer verhuisd naar de Ooievaarstraat, ook weer in een schoolgebouw. Omdat daar meer lokalen ter beschikking stonden zijn ook de zondagsschool en de crèche daar ondergebracht.

Het eigen gebouw

In 1985 kwam er een voormalig gebouw van de Jehova’s getuigen vrij aan de Heereweg 52. Het was een omgebouwde bollenschuur (nu ingericht als kerkzaal) met een woonhuis er voor. Het gebouw was precies geschikt, alleen veel te duur. Doordat één van de oudsten bereid was om zijn (betrekkelijk nieuwe ) huis te verkopen en de woning voor de zaal te kopen, werd het voor de gemeente betaalbaar om het pand te kopen. Dit gebeurde in het jaar 1986. In september van dat zelfde jaar was de eerste dienst in dit pand. In februari 1987 werd de kerk officieel geopend door de burgemeester van Lisse.

Tot nu toe

Er is sinds die tijd een groei geweest, door strijd heen, niet alleen in aantal, maar ook in eenheid en vertrouwen. Na alweer een aantal jaren in verschillende onderkomens gezeten te hebben, omdat men uit het pand aan de Heereweg gegroeid was ( o.a. de M. V.O. Lucia aan de Achterweg en wederom “t Poelhuys”), werd op 10 September 2006 een nieuw onderkomen betrokken, het voormalige ID college aan de Jozef Israelsstraat 11 in de Poelpolder.

De mensen

Zoals in elk gezin gaat ook in de gemeente niet altijd alles van een leien dakje, mensen hebben verschillende karakters, denkbeelden, achtergronden en behoeften. Omdat ze zo verschillend zijn kunnen ze wel eens met elkaar in botsing komen, ook is het de tegenstander van onze God er alles aan gelegen om verdeeldheid te brengen tussen broeders en zusters. Je kunt dat als een bedreiging zien, maar ook als een enorme uitdaging. Deze verschillen worden juist gebruikt om het gemeentegezin sterker te maken, de bijbel zegt daarover: “zoals men ijzer met ijzer scherpt zo scherpt de ene mens zich aan de andere.” (Spreuken 27 : 17)

Met de doelen van God voor ogen weet de Evangelie Gemeente dat de verschillen hen slechts winst zullen brengen en willen zij de veelkleurigheid van God aan de wereld en aan de machten van de duisternis kunnen laten zien. (Efeze 3:10)

Doelgericht

De oudsten en kaderleden van de Evangelie Gemeente zullen zich toewijden om: de doelen van God te onderwijzen, in te prenten en voor te leven zodat anderen hen daarin na zullen volgen. Als de gemeente gezond is, zal ze groeien in aantal en in toewijding. De Evangelie Gemeente gelooft niet datje de gezondheid van een gemeente kunt beoordelen aan de hand van haar zit-capaciteit, wel aan de hand van haar zend-capaciteit. Hoeveel mensen worden er gemobiliseerd voor de grote opdracht en over de hele wereld uitgezonden? “De zit in de “uitzendbranche”.

De Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt van Lisse

Wie kent niet het Witte Kerkje in Lisse aan de Prinsessestraat. Nu ruim 50 jaar geleden werd het gebouwd. Het was in de beginjaren na de oorlog dat de toenmalige kerkleden in het centrum van het dorp een stuk grond kochten om daar een bescheiden kerkje te bouwen. Die kleur wit had direct al iets opmerkelijks. De bouw was nog maar nauwelijks gereed of in de volksmond sprak men over het Zwitserse kerkje. Dat bleef vele jaren zo. En dat er op het torentje ook een kruis stond, dat was in de ogen van velen wel vreemd, want dat behoorde toch alleen bij de Rooms Katholieke Kerken. De kerkelijke gemeente van toen had van meet af aan de behoefte om te laten zien dat dit kruis verwees naar het hart van het evangelie: het Kruis van Jezus Christus.

Het kerkgenootschap dat eigendom is van het Witte Kerkje, behoort landelijk tot de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Vandaag veelal afgekort de GKV. Deze kerken ontstonden in 1944 en de daarop volgende jaren. Een leergeschil in de bestaande Gereformeerde kerken over de doop, liep na vele besprekingen uit op een uiteengaan van kerkleden. Als je gedoopt was mocht je altijd geloven datje vanaf dat moment was opgenomen in het verbond dat God daarmee met de dopeling sloot. Die verbondssluiting is éénmalig en daardoor uniek. Het leergeschil ontstond toen de landelijke Synode van genoemde kerken, tot een andere conclusie kwam. Wanneer een kerklid op een bepaald moment later in zijn of haar leven de kerk de rug toekeert, zo zei men, dan is die doop niet echt geweest. En dit, zo meende de Synode, moet nu ook in de kerk vanaf de preekstoel worden geleerd. Dit had tot gevolg, dat er leden waren die tegen die opvatting bezwaren in brachten. De bezwaarden, zo werden ze genoemd, maakten zich vrij. Zo ontstonden de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken. Wie de kerk verliet, werd ingeval het een minderheid betrof, dakloos. Op donderdag 2 augustus 1945 vond in Lisse de Vrijmaking plaats. Omdat er landelijk en plaatselijk gezien zo twee Gereformeerde Kerken ontstonden, hebben de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken voor de postadressering daaraan de toevoeging “Artikel 31 DKO” gegeven. Want die Vrijmaking was als gebeuren geheel legaal op basis van de ontsnappingsclausule in artikel 31 van de Dordtse kerkorde. In de tijd gezien bleek die postale toevoeging niet altijd zo gelukkig te zijn geweest. Ook nu zijn er nog wel mensen die nieuwsgierig zijn naar de betekenis van die toevoeging.

Gezegd moet worden dat de kerkleden die zich vrijmaakten vanaf dat moment niet stil hebben gezeten. Men heeft van meet af aan elke zondag kerkdiensten kunnen houden. Vanaf 5 augustus 1945 tot 6 december 1950 werden deze in de veilingzaal van de Hobaho gehouden. De directie van Hobaho heeft al die jaren deze zaal kosteloos ter beschikking gesteld. Het werd als een wonder ervaren. Voor catechisaties en verenigingswerk werd een vergaderruimte van het bedrijf van firma Horsman aan de Nieuwstraat ter beschikking gesteld. Ook werd bij gemeenteleden thuis vergaderd. Er werd ook begonnen met het opzetten van een bibliotheek met studiemateriaal voor de verenigingen. Er was veel inzet om het kerkelijk leven weer op gang te brengen. Dat gold te meer toen de bouw van de huidige kerk door de firma Horsman en Co. begon. Het was voorjaar 1950. Het bouwen verliep zo voorspoedig, dat op 6 december van dat jaar de ingebruikname plaats kon vinden. Meerdere verbouwingen hebben later plaatsgevonden.

Toch werd de gemeente nadien nog geen eenheid gegund. Een gevoel van helemaal vrij te zijn van kerkelijke regels kondigde zich landelijk in de zeventiger jaren aan. De gemeente moest daardoor in 1971 weer leden missen. Deze laatsten vormden nadien de Nederlands Gereformeerde Kerk. Het gemeenteleven aan de Prinsessestraat moest zich in meerdere opzichten herstellen.

Het zingen ging vanaf het begin met begeleiding van een harmonium. Maar in 1974 maakte dit kleine instrument plaats voor een echt kerkorgel met een historische waarde, afkomstig uit een klooster in Velp. In de afgelopen jaren is er veel bezinning gekomen op de liturgie. De leden van de gemeente hebben nu ook taken in de kerkdiensten. Ook voor de kinderen is er speciale aandacht. En een ad-hoc Cantorij verleent haar medewerking aan bijzondere kerkdiensten.

Het aantal leden heeft nadien gemiddeld genomen altijd wel geschommeld rond de 150. De GKV van Lisse is eigenlijk altijd al een streekgemeente geweest. Naast Lisse komen de leden ook uit Hillegom, Sassenheim, Voorhout en Nieuw-Vennep. Sinds 1998 is ds. B. van Veen als predikant aan de gemeente verbonden. Naast de twee kerkdiensten op zondag worden er op bepaalde zondagen ook missionaire samenkomsten in Voorhout gehouden. Gedurende de laatste twintig jaar hebben veel bezoekers op Open Monumentendagen een kijkje in het gebouw genomen. Ook daardoor heeft deze kerk meer bekendheid gekregen. Deze kleine kerkgemeenschap wil het Evangelie als Gereformeerde Kerk, die haar wortels diep in de historie heeft, vandaag de dag op eigentijdse manier uitdragen en verkondigen.

Het Witte Kerkje van de Gereformeerde Gemeente Vrijgemaakt aan de Prinsessestraat.