Berichten

De Gereformeerde kerk te Lisse

Het was in het jaar 1909 dat enige Lissese broeders, op hun tocht naar de kerk te Hillegom, de wens bespraken om in Lisse een eigen Gereformeerde kerk te mogen bezitten. Door de grote afstand ervoeren zij hun leven als deels onkerkelijk, omdat men door de weersgesteldheid of door ouderdom niet getrouw twee maal die lange tocht naar Hillegom kon maken. Ook van catechetisch onderwijs aan de kinderen komt niets terecht stelden deze broeders aan de Classis te Leiden. Na lang beraad besloot de Classis in 1912 om Lisse te steunen in het streven naar een eigen kerkgebouw, maar Lisse moest wel onderdeel blijven van de Gereformeerde Kerk in Hillegom. Na enig onderhandelen kon in 1914 aan de Heereweg (op de zelfde plaats als het huidige gebouw) een eenvoudig houten kerkje gebouwd worden. Het ontwerp moest wel enige malen aangepast worden om de bouwsom onder de 5000 gulden te houden. ’s Zondags kerkten er negentien gezinnen zonder een eigen predikant en met een orgel dat geschonken was door de Gereformeerde Kerk van Sassenheim. Mede door een wijziging van de grensregeling tussen de Gereformeerde Kerken van de Haarlemmermeer en de Bollenstreek groeide het aantal leden binnen enkele jaren uit tot 250. Het gemis van een eigen “herder en leraar” deed zich echter voelen, zodat de gemeente besloot te gaan sparen voor een predikant. Deze inspanningen werden in 1920 beloond toen men dr. Ruys kon beroepen. Hij zou meer dan 30 jaar de gemeente leiden. De jonge predikant toonde zich een vurig pleitbezorger voor de bouw van een nieuwe kerk. In korte tijd bracht hij, door renteloze leningen, voldoende geld bijeen om een bouwplan te maken en de bouw van een bakstenen kerk met toren aan te besteden. Op 21 september 1933 werd door dr. Ruys de eerste steen gelegd op dezelfde plaats als het oude kerkje. Tijdens de bouw genoot de gemeente gastvrijheid in de veilingzaal van de Hobaho. Een halfjaar later, op 22 maart 1934, kon het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen worden. “Ons Weekblad” wijdde twee dagen later de gehele voorpagina aan deze gebeurtenis. Het oude orgel was ter gelegenheid van de nieuwbouw, met hulp van enkele gemeenteleden, grondig gemoderniseerd. Er was nu wel een bedehuis met een toren, maar in die toren hing helaas geen klok, die de gemeente voor de diensten kon oproepen. Ook hiervoor brachten renteloze aandeeltjes van dr. Ruys uitkomst en weldra klonk de metalen stem over Lisse in ochtend- en avonduren. Enige jaren later op 21 juli 1939 kon in de Gereformeerde Kerk een nieuw orgel, gebouwd door Valckx en van Kouteren uit Rotterdam, in gebruik genomen worden. De in gebruik name viel nagenoeg samen met het 25 jarig jubileum van de kerkelijke gemeente. Het orgel met 828 sprekende pijpen was een instrument dat er wezen mocht. De afwerking was boven alle lof en ook de intonatie was zeer mooi. De luidklok was geen lang leven beschoren. In de Tweede Wereldoorlog werd de bronzen klok door de Duitsers in beslag genomen en omgesmolten voor oorlogstuig. Na de oorlog zette dr. Ruys een actie op touw voor een nieuwe luidklok. Deze werd gegoten door Jacobus van Bergen in Nieuw Wolda. En in 1949 geïnstalleerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben zich bijna 100 gemeenteleden afgescheiden. Zij hebben zich “vrijgemaakt” van de “synodalen” om een eigen kerkelijk leven te gaan leiden. In 1946 werd de breuk definitief.  Deze vrijmaking, tijdens zijn ambtsperiode, heeft bij dr. Ruys diepe sporen achtergelaten. Hij overleed in 1953, na de gemeente 33 jaar lang trouw te hebben gediend. Het kerkgebouw heet bij oudere bewoners van Lisse nog altijd “Het kerkje van Ruys”. Tijdens de volgende perioden, waarin ds. Schouten, ds. van der Woude en ds. de Wit de  gemeente dienden, is vaak gesproken over samenwerking met andere kerken en ontstond, door de uitbreiding van Lisse, de behoefte aan een tweede kerkgebouw. In 1968 zijn nog pogingen ondernomen om samen met de Nederlands Hervormde Gemeente een nieuwe kerk in de Poelpolder te bouwen, maar dit prille samen-op-weg proces is in de kiem gesmoord. De groei van de gemeente bleef, door een toenemende onkerkelijkheid in de jaren 70, achter bij de verwachting. Men was ervan uitgegaan dat de twee kerken in 1980 elk 600 leden zouden tellen, maar in werkelijkheid waren het in totaal slechts 890 leden. De Hervormde Gemeente bouwde een tweede kerk in de Poelpolder en de gereformeerden kerkten verder aan de Heereweg.

In 1982 tijdens de ambtsperiode van ds. Boswijk realiseerde de Gereformeerde Kerk een nieuwbouw die reeds in 1966 was voorzien, maar destijds was afgewezen. Het was de bouw van een kerkelijk ontmoetingscentrum naast/voor het bestaande kerkgebouw. Dit centrum kreeg de naam: “De Klister”, een naam passend in het hart van de bloembollencultuur. Bovendien werd de kerk opgeknapt en gemoderniseerd. De ouderlingenbanken verdwenen en de ouderwetse preekstoel maakte plaats voor een eigentijds wandkleed. Na de intrede van ds. van Midden werd in 1991 het 75 jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk Lisse gevierd met een gemeentedag op 20 januari. In 1993 werd de kerkzaal gemoderniseerd en werden de houten banken vervangen door losse stoelen. Op 22 maart 2002 werd ds. de Reus predikant van de Gereformeerde Kerk. De vernieuwing, het gericht zijn op samenwerking tussen geloofsgemeenschappen is ook de Gereformeerde Kerk niet voorbijgegaan. In 2004 kwam er een samenwerkingsverband met de Hervormde Gemeente onder de naam Protestantse Kerk Nederland (PKN), waar ook de kerken van Lisse nu deel van uitmaken, maar de gemeente blijft trouw aan het eigen kerkgebouw.