Berichten

Lisse en haar ontwikkeling

Hoe heeft Lisse zich ontwikkeld ten opzichte van vroeger?
Lisse was vroeger een klein dorpje met heel weinig voorzieningen. Naar mate er meer bewoning kwam in dit dorp, kwamen er ook meer voorzieningen voor etenswaren en kookgerei. Er kwam meer ontwikkeling en na enige tijd werd ook alles steeds luxer.

Brit van Kesteren heeft de geschiedenis van Lisse beschreven in ‘Lisse en haar ontwikkeling’.

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 3, juli 2007

door Britt van Kesteren, HAVO 4, leerlinge van het Fioretti college.

Zij maakte in 2006 een fantastisch verhaal over de lokale geschiedenis van Lisse. Ze maakte deze opdracht door verschillende boeken, nieuwsbladen van de Ver.Oud Lisse en bronnen op het internet te raadplegen, naast het inwinnen van adviezen bij cultuur- en landschapsgeograaf Dr.Jan Beenakker en Wim Bosch voorzitter van de Ver.Oud Lisse. Haar complete verhaal incl. afbeeldingen ziet u hieronder.

LISSE EN HAAR ONTWIKKELING

Naam: Britt van Kesteren
Klas: 4H4
Inleverdatum: 10 april 2006
Docent: Dhr. Hinsbergen

Inleiding
Deelvraag 1: Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?
Deelvraag 2: Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?
Deelvraag 3: Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?
Deelvraag 4: Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?
Conclusie
Eigen mening
Logboek
Bronvermelding
Vragen aan Dhr. J.J.J.M. Beenakker
Het verhaal als pdf-bestand

Inleiding:

Toen ik een onderwerp voor deze Praktische Opdracht moest kiezen had ik geen idee waaraan ik moest denken. De voorbeelden van andere Praktische Opdrachten die de leraar mij gaf hebben mij hierbij erg goed geholpen. Ik kwam een Praktische Opdracht tegen met het onderwerp Hillegom, vroeger en nu. Het ging in dit werkstuk niet alleen maar over de onderwerpen die ik in mijn Praktische Opdracht behandelt heb, maar dit hielp mij enorm om een keuze te maken voor het onderwerp dat ik moest kiezen voor mijn Praktische Opdracht.

Hoofdvraag:
Hoe heeft Lisse zich ontwikkeld ten opzichte van vroeger?

Deelvragen:
1) Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?
2) Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?
3) Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?
4) Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?

Eerst ga ik op internet kijken, zodat ik weet of er op internet veel informatie te vinden is. Al is dat niet het geval, dan ga ik naar de mediatheek of de bibliotheek voor veel boeken en informatie. Ook ga ik naar het museum `De Zwarte Tulp’. Dit is een museum van de Duin- en Bollenstreek. Misschien ga ik nog op zoek naar personen die betrokken zijn met de ontwikkeling van Lisse.
lk ben van plan om elke week aan de Praktische Opdracht te gaan werken, zodat ik niet alles op het laatst of moet maken en dat het dus niet netjes is.

Ik denk dat alle informatie die ik op ga zoeken erg goed gaat uitpakken. Misschien zal er op internet niet zo heel veel te vinden zijn, maar dat zal verder geen consequenties hebben voor het eindresultaat.

Deelvraag 1
Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?

Het ontstaan
De laatste ijstijd, het Weichselien wat is vemoemd naar de Poolse rivier de Weichsel, begon ongeveer 75.000 jaar geleden en heeft geduurd tot circa 10.000 jaar voor heden. Gedurende deze periode reikte het landijs tot aan de Elbe. De gletsjers en de landijsbedekking onttrokken water aan de oceanen. De zeespiegel daalde daardoor ongeveer 100 meter zodat ondiepe zeeën zoals de Noordzee droogvielen. In ons land en in het droogliggende Noordzeebekken heerste in die tijd een toendraklimaat. Het was heel koud en droog. ’s Zomers werd de gemiddelde temperatuur niet hoger dan 6 C, terwijl in de winter de gemiddelde temperatuur ver onder het vriespunt bleef.
Door deze klimatologische omstandigheden was er weinig vegetatie tijdens het Weichselien. De toendravlakte was schaars begroeid met mossen en kruiden_ In dit gebied leefden dieren als de mammoet en de wolharige neushoorn. De stormen die over de ijskap en toendra’s heen waaiden konden zand over een groot stuk land verstuiven. Dit zand werd in de vorm van dekzand in hele dikke lagen over oudere lagen afgezet. Deze afzettingen vormden de Formatie van Twente. De bovenzijde van dit oude landoppervlak ligt ter hoogte van Lisse ongeveer 12 tot 15 meter beneden NAP.

Tegen het einde van de ijstijd kwam er een wereldwijde klimaatsverandering. Daardoor begon 10.000 jaar geleden het Holoceen. Dit is het tijdvak waarin wij nu leven. De wereldwijde opwarming van de aarde na het Weichselien is de laatste grote klimaatswisseling die op aarde heeft plaatsgevonden en is in de archeologie de overgang van het Paleolithicum (Oude Steentijd) naar het Neolithicum (Nieuwe Steentijd). In deze tijd was er een grote toendravlakte waar wolharige neushoorns rondliepen. Een toendravlakte is een vlakte waar kruiden en heel erg weinig bomen groeien. Het is een bevroren vlakte wat een beetje smelt in het voorjaar en de zomer. In het voorjaar en de zomer is het land hierdoor een beetje modderig.
De wereldwijde klimaatsverandering was iets heel belangrijks, iets wat in deze tijd ook een belangrijke rol speelt. De gemiddelde jaartemperatuur begon te stijgen met een graad per jaar. Dit betekende dus dat de gletsjers in Groenland, Scandinavië en de Alpen begonnen af te smelten. Dit zorgde voor een stijging van de zeespiegel met meer dan 100 meter. De zee overstroomde het Noordzeebekken en bereikte uiteindelijke de tegenwoordige kuststrook van Nederland.

Door de klimaatsverandering maakte de toendravegetatie plaats voor een bebost landschap. Het gevolg van de stijging van de zeespiegel was dat er in het kustgebied drie verschillende afzettingsmilieus ontstonden die zich in de loop van het Holoceen naar het zuiden en oosten verplaatsten:
1. de zandige zone van strandwallen en duinen
2. de kleiige zone van wadden, kwelders en brakwaterlagunes
3. het verst van de zee af in een verzoetend nat milieu een zone van veenvorming

Het landschap was helemaal droog. Door dit landschap stroomden wat rivieren.
Al dit water stroomde in het Noordzeegebied. Dit Noordzeegebied is de huidige Noordzee. Door deze klimaatverandering verzamelde het smeltwater zich allemaal in het Noordzeebekken. Zo kwam het dat er 9000 jaar geleden eerst maar één meter zee was, daarna twee meter enzovoorts. Kortom op een gegeven moment was er een Noordzee die op sommige plaatsen wel honderd meter diep was. Nu betekende dit, dat de bodem van de Noordzee soms wel honderd of meer dan honderd meter lager ligt dan het land waarop we nu leven.
Terwijl al dit water zich verzamelde in het Noordzeebekken, kwamen er na enkele duizenden jaren allemaal zeestromen. Deze zeestromen zetten zandbanken af. Het afzetten van de zandbanken betekende ook dat er duinvorming kwam. De zandbanken waren eigenlijk duinen. De eerste duinen waren in feite heel lage duinen van ongeveer tien meter hoog. Het Keukenhofbos is een overblijfsel van deze eerste duinen en is hier dan ook een goed voorbeeld van. Deze eerste duinen zetten zich af in verschillende rijen.
Lisse lag bijvoorbeeld ook op een stukje duin, alleen is hier niets meer van te zien. Alle eerste duinen zijn afgegraven. Het overgebleven landschap is bollengrond geworden.
4000 a 5000 jaar geleden zijn er allemaal duinen ontstaan tot aan het Haarlemmermeer. Dit komt omdat het Haarlemmermeer en de Kagerplassen nog allemaal open water was.
De duinen die 4000 a 5000 jaar geleden ontstaan zijn, bestaan nu met meer. Deze duinen zijn allemaal afgegraven en bollengrond geworden. Pas grofweg het jaar 1000 zijn de duinen ontstaan zoals we die nu kennen. Deze duinen liggen aan de zee. Maar voordat deze duinen er waren, zijn er al een heleboel rijen duinen ontstaan. Deze eerste duinen zijn landinwaarts ontstaan, in tegenstelling tot de huidige duinen die zeewaarts zijn ontstaan.

Het ontstaan van de duinen
De zeestromen langs de Noordzeekust vervoerden grote hoeveelheden zand. In rustig water werd dit zand in de vorm van zandbanken evenwijdig aan de kust afgezet. Deze zandbanken waren de zogenaamde strandwallen. Dankzij de grote hoeveelheden afgezet zand samen met een overheersende over het land gaande wind vond er duinvorming plaats. De duinen raakten begroeid met planten die het zand vasthielden en ze werden steeds hoger door het stijgende zandoppervlak. Er ontstond een gesloten kust die slechts onderbroken werd door enkele riviermondingen zoals de Oude Rijn bij Katwijk. De duinen die op deze manier vanaf ongeveer 5000 jaar geleden zijn gevormd, werden de Oude Duinen genoemd. Later zijn op deze oude duinruggen de dorpen in de Duin- en Bollenstreek ontstaan. In de tweede helft van de tiende eeuw vond een belangrijke verandering langs de gehele Noordzeekust plaats. De meest westelijk geleden strandwallen werden door de wind en de golven afgebroken waardoor grote hoeveelheden zand van de zeebodem vrij kwamen. Nadat de stormfrequentie in het kustgebied sterk was toegenomen, werd dit zand het land in verplaatst en afgezet over de bestaande duinruggen. 
In een smalle strook vlak aan de kust vormde zich op deze manier een nieuwe rij duinen van enkele kilometers breedte. Deze duinen waren de Jonge Duinen. De Jonge Duinen liggen dus voor een deel over het oude duinlandschap heen.

Het grondgebruik door de jaren heen
In de Middeleeuwen (toen er bewoning was) waren er grove groenten, zoals rapen en wortelen en heel laagwaardige graansoorten, zoals gierst en spelt. Spelt is een oud tarweras met een opvallend lange en slanke aar.
Vanaf de Middeleeuwen kun je al zien dat het Duin- en Bollenstreek gebied een veeteeltgebied wordt met rundvee en melkvee.
In de zeventiende eeuw werd er hop verbouwd. Hop is een kruidachtige klimplant. De bitterstoffen uit hop zijn een bestanddeel van bier. Er werd ook vlas voor de linnenindustrie verbouwd.
Naarmate de duinen werden ontgonnen zie je dat er steeds meer tuinbouwgronden kwamen. Dit ging dan voornamelijk om de fijne tuinbouw met de fijne groenten, zoals sla en asperges maar ook fruit, zoals appels, peren, kersen en ook kruisbessen en aardbeien. De Bollenstreek was heel beroemd in het telen van kruisbessen en aardbeien. Hillegom had zelfs een hele aparte markt in Amsterdam waar de Hillegomse aardbeien verkocht werden. Lisse had een heleboel kruidentuinen. Kruiden voor geneesmiddelen en voor in de keuken, maar ook kruiden om make-up van te maken.
Rond 1800 kwam er aardappelteelt. Er werden toen ontzettend veel aardappelen verbouwd. Rond 1850 kwam hier de grootschalige bloembollenteelt.

Er wordt vaak vergeten dat Lisse vroeger een heel belangrijk veeteeltgebied was. Tussen 1700 en 1800 leverde Lisse producten zoals boter, kaas en melk aan de markt in Leiden en Haarlem. In die tijd exporteerde Lisse ook kaas naar Indië. Indië was toen ook een kolonie van Nederland. Deze export maakte Lisse een heel belangrijke bron voor Indië.

Deelvraag 2

Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?

Het ontstaan en de ontwikkeling van Lisse
Er wordt beweerd dat Lisse niet tot een van de oudste dorpen van de Bollenstreek behoort. De oudste dorpen zijn waarschijnlijk Hillegom en Sassenheim. Lisse is ietwat later ontstaan, maar dat wil niet zeggen dat Lisse geen oud dorp is. Waarschijnlijk is Lisse tussen het jaar 500 en 800 na Christus ontstaan. Dit is namelijk de periode waarin de huidige Duin- en Bollenstreek werd ontgonnen. Hierover zijn geen precieze gegevens te vinden.
In 1198 is er een vermelding van een kapel van de kerk van Sinte Marie in Lisse geweest. Dit is de eerste betrouwbare vermelding van Lisse. Het woord Lisse komt wel vaker voor in oude archieven, maar dan is er geen zekerheid of deze bron wel betrouwbaar is.
Doordat de eerste betrouwbare vermelding van Lisse in 1198 was, werd er besloten dat Lisse vanaf dat jaartal officieel bestond. Lisse zal wel iets langer bestaan hebben dan vermeld, maar dit zal niet veel langer zijn geweest.

Kaart van Lisse van Balthasar uit 1615

Lisse was op dat moment een heel klein dorpje en is dat gebleven tot het midden van de 19e eeuw. Er waren een paar boerderijen en er wonen nog geen honderd mensen. Het hele landschap was bos met hier en daar een akker of een paar koeien op een stuk grasland. Er was een houten kapel wat diende als de Nederlands hervormde kerk zoals we die nu kennen. Lisse is pas een beetje beroemd geworden door de bollenteelt rond het jaar 1840. Voor deze tijd stelden alle dorpen in de Bollenstreek niet zoveel voor. Maar toen de bollenteelt eenmaal begon, ging alles in een razend tempo. Vanaf dat moment werd Lisse en al de dorpen eromheen heel beroemd.

Het ontstaan van de bloembollenteelt

De bollen kwamen vroeger uit Azië. Ver in de 17e eeuw kwam er iemand uit Turkije en ging naar Charles de 1’Escluse (Clusius). Clusius was een professor en de baas van de keizerlijke tuinen in Praag en in Wenen. Hij heeft geleefd van 1526 tot 1609. Hij zorgde ervoor dat de tuinen er mooi uitzagen. Uiteindelijk nam de ambassadeur van Turkije tulpenbollen of tulpenzaad mee, dit is niet helemaal zeker. In Turkije en ook in andere delen van Azië was al een hele tulpencultuur ontstaan. Alle sjeiks hadden al prachtige tuinen vol staan met tulpen en andere bloemen. 
Al die tulpen kwamen bij Clusius. Hij moest weg uit Praag en uit Wenen vanwege godsdienstongeregeldheden. Hierdoor verhuisde hij naar Leiden. In Leiden werd hij professor aan de Universiteit van Leiden. Hier ging hij verder met het planten van zijn tulpenbollen.
In het begin vond men deze bloem maar heel raar, want een bol diende in die tijd als geneesmiddel. De bloembollen werden niet gekweekt voor de sier, maar voor reuma, verkoudheid enzovoorts.

Op een gegeven moment begon men toch anders over deze bloemen te denken. De tulp was toch wel een mooie bloem. Dit was eigenlijk het begin van de bloembollenteelt. De bollen werden vermeerderd en er werden tulpenveldjes aangelegd met allerlei mooie soorten tulpenbloemen.
Na enige tijd was het zelfs zo dat er geen tulpenbollen meer van Azië naar Nederland geëxporteerd werden, maar dat Nederland tulpenbollen naar Azië ging exporteren. Veel bollenboeren gingen zich hier ook specialiseren in nieuwe soorten tulpenbollen. Dit is iets wat nooit gedaan is in het oosten. In de Bollenstreek is men zich dus echt gaan specialiseren op de tulpenteelt. Later ook op de hyacinten- en narcissenteelt.
Rond 1635 deed zich een verschijnsel voor dat ’tulpomanie’ of ’tulpemwoede’ werd genoemd. Steeds meer mensen wilden een of meerdere tulpen kopen. Een bloembol werd een beleggingsobject. Tussen 1634 en 1636 vertwintigvoudigden de prijzen zich. Voor één bloembol werd tijdens de tulpomanie 5.000 gulden betaald. Bekend is de transactie waarbij een bol in natura werd betaald:
– twee ladingen graan
– twee ladingen rogge
– vier vette ossen
– acht vette varkens
– twaalf vette schapen
– 5.000 liter wijn
– 35 liter bier
– 1500 kilo boter
– 500 kilo kaas
– Een bed
– Een zilveren beker
– Een pak van lakense stof

Eerst was de bloembollenteelt vooral in Haarlem, aan de randen van Haarlem. En pas rond 1850 kwam de bloembollenteelt meer richting de kant van Lisse en Hillegom. Dit was omdat de vraag naar de bollen heel erg groot werd. De Haarlemse kwekers konden het op een gegeven moment met meer aan. Op datzelfde tijdstip worden ook de duinen afgegraven en er bleek toen dat er van het afgegraven land uitstekende bollengrond overbleef. De Haarlemse kwekers vonden dat zij deze grond erg goed konden gebruiken. Dit is de reden waarom de bloembollenteelt uitgegroeid is van Haarlem naar Lisse en omstreken.

De toekomst van het Lissese landschap en de cultuur
Er is in de loop van de afgelopen jaren ontzetten veel cultuur vernietigd in Lisse. De monumentencommissie in Lisse doet op dit moment best goed werk. Er is dus in Lisse heel erg veel verdwenen aan cultuurhistorische waardevolle zaken. Er wordt dan ook gehoopt dat er van het verleden geleerd is. Dat niet alles zomaar op de schop gegooid moet worden, alleen gebeurt dit natuurlijk nog steeds. 
Maar er zijn heel veel mensen die hun best doen om de bollengrond to bewaren. Deze mensen werken bijvoorbeeld aan kasteel Keukenhof om het mooi te restaureren. Ook Huys Dever, het hervormde kerkje op het Vierkant en de Agathakerk zijn helemaal opgeknapt.
Er gebeuren een heleboel goede dingen. Maar het grote gevaar blijft de opdringende nieuwe bebouwing. Het is natuurlijk noodzakelijk om huizen te bouwen. Maar er moet meer nagedacht worden over hoe je nieuwbouw plant in het bestaande landschap.
Het is erg goed dat er steeds meer mensen gevoel krijgen voor cultuurhistorie. Voor de monumentale gebouwen en het landschap in het dorp

Deelvraag 3
Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?

Lisse stelde vroeger helemaal niets voor. Het was een klein dorpje waar je liever niet wilde wonen. Totdat de bollenteelt kwam. In Lisse waren een aantal goede enthousiaste ondernemer die dachten dat ze heel veel geld zouden kunnen verdienen met de bollenteelt. Die ondernemers hebben de bollenteelt hier in Lisse opgezet.
In de tijd dat de bollenteelt is opgezet begon men ook al met bloembollententoonstellingen. Deze tentoonstellingen werden niet in Lisse maar in Haarlem gehouden. De Lissese bollenkwekers zonden dan gewoon hun materiaal in naar Haarlem, zodat het alsnog getoond kon worden.
Met name toen de tentoonstellingstuin Keukenhof in 1949 werd opgericht, werd Lisse wereldberoemd. De streek zelf was al heel beroemd, want vanaf het begin dat de bloembollen werden geteeld gingen bollenreizigers naar Amerika. Dit was allemaal nog heel primitief, de reizigers gingen met stoomboten naar Amerika en met stoomtreinen naar het oosten enzovoorts.
Langzaam maar zeker werd de streek hier bekend, maar dankzij de oprichting van het tentoonstellingsterrein Keukenhof werd deze streek echt wereldberoemd. Sindsdien is Lisse nog steeds voor de hele wereld het middelpunt van de bollenstreek, terwijl Lisse allang niet meer de plek is waar heel veel bollen geteeld worden. Er worden nu zelfs een heleboel bollen in bijvoorbeeld Noord-Holland geteeld. Maar voor het toerisme zijn Lisse en de Keukenhof nog steeds het centrum van de bollenteelt.

Het ontstaan en de rol van de Keukenhof
De plek van het tentoonstellingsterrein Keukenhof ligt op een heel andere buitenplaats dan Keukenhof. De buitenplaats waarop het tentoonstellinnsterrein Keukenhof zich bevindt is Santvliet. Vroeger had je een heleboel buitenplaatsen en kastelen. Op een gegeven ogenblik kwam er een familie die bedacht om een huis te bouwen op de plek waar nu de Keukenhof is. Dit huis heeft in de loop der tijd een heleboel verbouwingen ondergaan, totdat het kasteel eruit ziet zoals het er nu uitziet. Het was niet direct gebouwd als kasteel, maar in de loop der jaren zijn er steeds stukjes bijgebouwd en afgebroken. Uiteindelijk heeft de familie van Palland ervoor gezorgd dat het kasteel eruit ziet zoals het er nu uitziet.
Momenteel is de laatste kasteelheer overleden, dit is 3 à 4 jaar geleden. Er zijn geen plannen om een nieuwe kasteelheer aan te stellen. Het kasteel is nu in handen van een stichting die het helemaal gaat restaureren en toegankelijk gaat maken voor het publiek.
De rol van de Keukenhof is heel duidelijk. Het is een enorme toeristische trekpleister en is het middelpunt rondom de gehele verkoop van bloembollen.

Deelvraag 4
Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?

De eerste bewoners van Lisse en omstreken
De eerste bewoners in de Duin- en Bollenstreek waren mensen die opzoek waren naar nieuwe landbouwgrond. Lisse is ontstaan rond het jaar 800 a 900. Officieel is Lisse ontstaan in 1198, maar het zou ook eerder kunnen zijn omdat hier geen definitieve bewijzen van zijn. In de tijd van het ontstaan van Lisse was er een enorme bevolkingsdruk. De bevolking nam toe en zocht naar landbouwgrond.
Het Haarlemmermeer was vroeger allemaal veengebied. Het was er erg nat. Mensen zochten hierdoor naar nieuwe grond om op te wonen en te werken. Ze gingen naar de duinen, want daar was het in ieder geval droog. Bij de duinen konden ze huizen bouwen en grond ontginnen. Dit gebeurde allemaal heel kleinschalig en heel primitief.
Misschien kwamen deze mensen uit het Haarlemmermeergebied of langs de randen van de rivier de Rijn en zochten naar nieuwe grond om voor hun kinderen een bestaan op te bouwen. Die mensen bouwden hier een huis. Het was nog allemaal woest bosgebied dus kapten ze bomen, brandden stukken bos af of spitten de grond om en zaaiden er iets in.
In de beginfase waren deze mensen zelfvoorzienend. In de loop der tijd zie je dat ze met een overschot aan voedsel gingen ruilen. Er kwamen mensen langs, marskramers, die hen zout of potten verkochten. Dit ruilden de marskramers weer voor etenswaren.
In deze beginfase was er met name ruilhandel waarbij de eerste boeren in Lisse agrarische producten gebruikten om te ruilen. Dit was geheel zelfvoorzienend. Ook qua kleding betreft. De bewoners weefden zelf hun kleding. Het wol haalden ze van hun schapen. Er waren niet zoveel schapen, een paar runderen voor wat melk, geiten en kippen. Deze dieren leken totaal niet op hoe ze er nu uitzien. Ze waren veel kleiner een veel magerder.
In de loop der tijd begon er meer handel met Leiden en Haarlem te ontstaan. Vooral in de 16e en 17e eeuw de hopproductie voor de bierbrouwerijen. In Leiden en Haarlem had je een heleboel bierbrouwerijen die hop nodig hadden voor de bierbereiding.
Dan begint er langzaam maar zeker een handel te ontstaan. Op een gegeven ogenblik kwam er via het Haarlemmermeer, dit was toen het nog een grote watermassa was, handel met steden die was verder weg lagen voor groenten en fruit.

Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met zoveel inwoners als dat het nu heeft?
In de 15e eeuw woonden er in Lisse nog maar 100 a 150 mensen. Tot ongeveer het jaar 1800 woonden er nog maar heel weinig mensen in Lisse. Je ziet pas een bevolkingsgroei ontstaan met de opkomst van de bollencultuur. Dit is vanaf het jaar 1800.
De groei van de bevolking was een heel langzame trend tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hiervoor nam de bevolking wel iets toe, maar dit gebeurde echt heel langzaam. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking ineens heel hard. Er was natuurlijk na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf, die niet alleen in Lisse maar ook in de rest van Nederland heeft plaatsgevonden.
Hierna begint Lisse ook andere activiteiten aan te trekken. Door de uitbreiding van de bloembollenteelt groeit de hele economie en de bevolking. De echt sterkte groei van de bevolking was tussen 1945 en 1950. Hiervoor ging de bevolkingsgroei druppelsgewijs.

Het ontstaan van de naam Lisse
Het ontstaan van de naam Lisse is eigenlijk niet bekend.
Er wordt wel gesproken over ‘Lis’ als bloem. Sommigen zeggen dat Lisse komt van ‘Liusna’ alleen hiervan is ook niet bekend wat het precies betekent.
Op dit moment is hier verder geen antwoord op te geven.
Enkele naamkundigen zijn hiernaar op zoek, alleen komen zij ook niet verder dan de naam `Liusna’.

De Heereweg
De Heereweg is een weg die er eigenlijk al vanaf bet begin heeft gelegen. Deze weg bestaat al vanaf bet jaar 700. Dit houdt dus in dat hij al meer dan 1500 jaar oud is. Hij heeft niet altijd op dezelfde plek gelegen, maar wel altijd als doorgaande route van Leiden naar Haarlem gediend.
In de franse tijd, de tijd van Napoleon, is de weg bestraat. Het was eerst gewoon een zandweg waar postkoetsen overheen reden. Maar in de Napoleontische tijd maakte deze weg deel uit van een heel belangrijke route van Antwerpen naar Amsterdam. Dan kon je over een bestraatte weg met je postkoets of leger van zuid naar noord en andersom. Niet alleen tussen Leiden en Haarlem heette deze weg ‘Heereweg’, maar ook op andere plekken werd de weg wel Heereweg genoemd. Het woordje Heere heeft waarschijnlijk te maken gehad met het feit dat de weg door iedereen werd onderhouden, het was dus niet de weg van een heer, graaf of koning. Maar het was een weg van de gemeenschap. Het was hard nodig dat de weg werd onderhouden, want ook een paar eeuwen geleden gebeurden er ongelukken op de Heereweg. Deze ongelukken gebeurden dan alleen niet met een auto maar met een postkoets. Er werd toen ook rommel op straat gegooid. Die rommel was dan wel geen plastic, maar mest of as uit de kachels.
Het bijzondere aan deze weg is dat hij over de duinen loopt. Het huidige wegenpatroon in de Duin- en Bollenstreek is van zuid naar noord en er zijn nauwelijks dwarsverbindingen.

Conclusie:

Deelvraag 1:
Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?
Het landschap van Lisse is eigenlijk ontstaan door de duinen. Eerst de oude duinen en later de jonge duinen. Hoofdzakelijk zijn dus de duinen die het landschap van Lisse hebben gevormd.

Deelvraag 2:
Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?
Lisse ontstond in 1198. Lisse was op dat moment nog een heel klein dorpje met heel weinig inwoners.
Lisse is pas een beetje beroemd geworden door de bollenteelt rond het jaar 1840. Voor deze tijd stelden alle dorpen in de Bollenstreek niet zoveel voor. Maar toen de bollenteelt eenmaal begon, ging alles in een razend tempo. Vanaf dat moment werd Lisse en al de dorpen eromheen heel beroemd.

Deelvraag 3:
Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?
Langzaam maar zeker werd de streek hier bekend, maar dankzij de oprichting van het tentoonstellingsterrein Keukenhof werd deze streek echt wereldberoemd. Sindsdien is Lisse nog steeds voor de hele wereld het middelpunt van de bollenstreek, terwijI Lisse allang niet meer de plek is waar heel veel bollen geteeld worden. Er worden nu zelfs een heleboel bollen in bijvoorbeeld Noord-Holland geteeld. Maar voor het toerisme zijn Lisse en de Keukenhof nog steeds het centrum van de bollenteelt.

Deelvraag 4:
Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?
In de 15e eeuw woonden er in Lisse nog maar 100 a 150 mensen. Tot ongeveer het jaar 1800 woonden er nog maar heel weinig mensen in Lisse. Je ziet pas een bevolkingsgroei ontstaan met de opkomst van de bollencultuur. Dit is vanaf het jaar 1800.
De groei van de bevolking was een heel langzame trend tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hiervoor nam de bevolking wel iets toe, maar dit gebeurde echt heel langzaam. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking ineens heel hard. Er was natuurlijk na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf, die niet alleen in Lisse maar ook in de rest van Nederland heeft plaatsgevonden.

Hoofdvraag:
Hoe heeft Lisse zich ontwikkeld ten opzichte van vroeger?
Lisse was vroeger een klein dorpje met heel weinig voorzieningen. Naar mate er meer bewoning kwam in dit dorp, kwamen er ook meer voorzieningen voor etenswaren en kookgerei. Er kwam meer ontwikkeling en na enige tijd werd ook alles steeds luxer.

Eigen mening:

Ten eerste wil ik even laten weten dat ik het echt superleuk vond om deze Praktische Opdracht te maken. Ik heb er erg veel energie in gestoken wat dan ook een goed eindresultaat op heeft geleverd. Ik vind het erg leuk om te weten hoe Lisse nou eigenlijk ontstaan is. Helemaal omdat ik zelf ook in Lisse woon en er nu toch een andere kijk op gekregen heb.
Mijn voorspellingen aan het begin van mijn Praktische Opdracht zijn naar mijn mening aardig gelukt. Voordat ik aan het echte werk begon, ging ik eerst even op internet zoeken naar informatie. Hier was toch minder te vinden dan dat ik gedacht had. De informatie die op internet stond was een beetje oppervlakkig, het ging niet wat dieper in op bepaalde punten. Daarom ging ik naar de mediatheek en de bibliotheek van Lisse om op zoek te gaan naar boeken met wel veel informatie over Lisse en de Duin- en Bollenstreek. Hiermee kwam ik al een heel stuk verder. Aan de hand van de boeken heb ik mijn deelvragen bedacht. Zo kon ik mooi mijn informatie sorteren per deelvraag.
In de mediatheek had een vrouw voor mij het nummer van een meneer van Vereniging Oud Lisse opgezocht. Zij vertelde mij dat deze meneer Wim Bosch heette en dat hij mij misschien verder kon helpen. Ik heb Wim Bosch toen opgebeld en hij was zeer enthousiast. Ik maakte met hem een afspraak en kreeg heel veel boeken mee naar huis. Later ben ik nog een keer bij hem langs geweest voor plaatjes van kaarten en het landschap. Deze plaatjes heb ik helaas niet in mijn werkstuk kunnen verwerken, omdat het programma niet werkte.
Doordat ik zoveel boeken had, had ik erg veel keus aan informatie. Wat mij erg opviel tijdens het lezen, was de naam J.J.J.M. Beenakker. Dus bedacht ik deze man op te bellen. Ook deze was erg enthousiast en nodigde mij ook uit om een keer langs te komen. Hij vertelde mij dat hij cultuurlandschapsgeograaf is en dus ook heel veel van het landschap afwist. Ik had een paar vragen gemaakt en die natuurlijk aan hem gesteld. Omdat ik van te voren wist dat het een lang verhaal zou worden, had ik met mijn mp3-speler het ‘interview’ opgenomen. Tijdens het gesprek kreeg ik nog een kopie van een landkaart die gemaakt is in het jaar 1575. deze mocht ik houden. Ook kreeg ik nog een boekje over de bollenstreek.
Ik vond het echt heel erg leuk dat deze mensen mij zo geholpen hebben. Mijn werkstuk is hierdoor erg mooi geworden.
Naar mijn mening zijn er geen dingen fout gegaan. Mijn resultaten zijn erg betrouwbaar. De informatie komt uit boeken en/of personen. Door deze Praktische Opdracht ben ik meteen op een onderwerp voor mijn profielwerkstuk gekomen. Ik wil mijn profielwerkstuk namelijk gaan doen over Huys Dever.

Logboek:

Wanneer
Hoelang
Wat
Week 6
2 uur
Informatie zoeken
Week 7
1 uur
Informatie zoeken

1 uur
Deelvraag 1 + 2
Week 8
2 1/2 uur
Informatie ontstaan landschap
Week 9
2 uur
Boeken doorgelezen en plaatjes gezocht

1/2 uur
Bezoek aan Museum De Zwarte Tulp
Week 10
1/2 uur
Bezoek aan Wim Bosch

2 1/2 uur
Bezoek aan J.J.J.M. Beenakker

1 uur
Gewerkt aan verslag van J.J.J.M. Beenakker
Week 11
1 1/2 uur
Gewerkt aan verslag van J.J.J.M. Beenakker
Week 12
1 uur
Bezoek aan Wim Bosch voor oude kaarten en overige plaatjes
Week 14
3 uur
Gewerkt aan verslag + verwerkt van verslag van J.J.J.M.Beenakker
Week 15
2 uur
Verwerken van alle Informatie

1 1/2 uur
Alle Informatie goed bij elkaar gezocht

2 uur
Gehele werkstuk in elkaar gedraaid

Bronvermelding:

Internet:
– http://www.kustgids.nl/lisse/fr_index.html?/lisse/main.html
– http://www.oudlisse.nl/

Boeken:
– Lisse, op de grens van droog en nat
– Vereniging “Oud Lisse”
– Met ’t oog op de Bloembollenstreek
– De Duin- en Bollenstreek in ‘caert’ gebracht
– De Duin en Bollenstreek in vogelvlucht
– De Duin- en Bollenstreek beschreven
– Kijk, foto-archief Lisse en omstreken foto Mieloo
– Kaartreportage Zuid-Holland

Overige
– uitzending Schooltv 27 maart 2006

Personen:
– Wim Bosch (voorzitter van Vereniging Oud Lisse)
Nassaustraat 1B
2161 RJ Lisse
0252-416373

– J.J.J.M. Beenakker (cultuurlandschapsgeograaf)
Stationsweg 202
2182 BH Hillegom
0252-516477

Vragen aan Dhr. J.J.J.M. Beenakker

1. Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?

2. Hoe zijn de duinen ontstaan?

3. Wat is het grondgebruik door de jaren been?

4. Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?

5. Hoe is de bollenteelt begonnen en/of ontstaan?

6. Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?

7. Hoe is de Keukenhof ontstaan en wat heeft de Keukenhof voor speciale rol gespeeld voor Lisse?

8. Wie waren de eerste bewoners?

9. Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met zoveel inwoners als dat het nu heeft?

10. Hoe is de naam Lisse ontstaan?

11 Wat is er voor bijzonders met de Heereweg?

12. Hoe staat het met de toekomst van het Lissese landschap en de cultuur?

 

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Molen vijftig jaar op Keukenhof

De molen op Keukenhof is 50 jaar. Het is sinds 2004 een rijksmonument. Het is in 1892 gebouwd in Groningen. In 1957 in het geheel ontmanteld en op keukenhof weer opgebouwd.

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 2, april 2007

Nieuwsflitsen

Eén van de jongste monumenten op het landgoed Keukenhof is de molen die zich op het terrein van de bloemententoonstelling bevindt. Het is niet zozeer het jongste monument in jaren, maar wel wat het predikaat ‘monumentaal’ betreft, want pas sinds 2004 is de molen opgenomen op de Rijks Monumentenlijst. Het is ook een zeer bekende molen en wellicht het meest gefotografeerde exemplaar ter wereld, want vanaf het moment dat de molen op Keukenhof verrees, hebben honderdduizenden mensen het monument bezichtigd en beklommen, om vanaf de omloop de omliggende bloembollenvelden en Keukenhof te bekijken. Het betreft een zogenoemde Stellingmolen, die in 1892 werd gebouwd en oorspronkelijk dienst deed als watermolen in de Rozenburgpolder in Groningen. De molen werd aan Keukenhof geschonken door de Holland Amerika Lijn, in 1957 geheel ontmanteld en op het tentoonstellingsterrein opnieuw opgebouwd, waar hij op 4 april in gebruik werd genomen. Dat is dus op 4 april van dit jaar precies vijftig jaar geleden! Een reden voor Keukenhof om daar bij stil te staan, niet in het minst omdat dit ‘jubileum’ valt in het Jaar van de molen, 2007.

2007 het Jaar van de Molen: Lageveenae wipwatermolen

De geschiedenis van de wipwatermolen begint vóór 1652. De gehele geschiedenis wordt besproken.

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 2, april 2007

 

De wipwatermolen in de Lageveense Polder in 1970: ‘om duinwater te verwinnen’

In de Lageveense Polder, aan de overkant van de Leidsevaart, staat een wipwatermolen. Hij bevindt zich aan de spoorbaan, maar oorspronkelijk was hij gelegen aan de Leidsevaart. Onze verslaggever ontdekte dat er hier al een watermolen stond in 1650!

De wipwatermolen op een foto uit 1950.

De wipwatermolen maakt deel uit van het landgoed Wassergeest. In het boek Wassergeest te Lisse leest u meer over de geschiedenis van dit nog bestaande landgoed. Toen de Lageveense Polder in 1652 werd gesticht, bestond het molentje al. In die beginjaren van de polder ondervond men veel overlast van zogenaamd kwelwater wat vanuit het Keukenduin in de polder terechtkwam. Deze overlast was zodanig dat “de molen niet machtig is de landen behoorlijk boven het water te houden”. Een groot gedeelte van het jaar moest “de molen malen om het voorschreven duinwater te verwinnen”. Een en ander speelde zich reeds in 1652 af, zodat we kunnen aannemen dat de Lageveense Watermolen toen al bestond. Overigens is die wateroverlast nog lang zo gebleven.

Aanleg Leidsevaart, 1657

Vijf jaar later wordt de Leidsevaart aangelegd. Het jaar daarvoor – in 1656 – werden reeds de daartoe benodigde gronden onteigend. Van de te onteigenen percelen is toen ook een kaart vervaardigd. Zoals we zien bevond de molen – toen al een eenvoudige wipwatermolen – zich op perceel nummer 214 dat eigendom was van Gerrit Symonsz. De molen grensde aan een slootje dat langs de Vaert Weg liep. Het tracée van de nieuwe vaart is reeds aangegeven. Deze loopt oostelijk van laatstgenoemde weg en loopt dus dwars door het perceel waarop het molentje getekend staat. Deze zal na 1657, het jaar waarin de Leidsevaart gereedkwam, dan ook wel verplaatst zijn. Aan de overzijde van de Vaert Weg bevindt zich op het grondgebied van Noordwijkerhout ook een molen. Deze is nog steeds aanwezig.

Een nieuwe molen, 1815

Op 16 juni 1815 wordt er door de Lissese notaris Cramerus publiek verkocht “de Afbraak der Laage Veenschen Polders Watermolen” op verzoek van “Jan Warmerdam en Dirk van der Hulst, beiden woonende te Lisse, als Poldermeesteren des Lageveenschen Polders onder Lisse”. De totaalopbrengst bedraagt 130 gulden en 17 stuivers. Indien de molen niet tussentijds herbouwd is, heeft hij dus bestaan vanaf circa 1650 tot 1815, dus ongeveer 165 jaar. Er kwam een nieuwe wipwatermolen. Deze moest echter in 1842 weer verplaatst worden, toen de spoorweg werd aangelegd. En weer kwam de molen dus een stukje oostelijker te liggen, evenals in 1657.

Brand, 1890

In het Leidsch dagblad van 28 juli 1890 lezen we dat de molen in de Lageveense Polder in de brand was geraakt door de vonken van een passerende locomotief. Maar ook nu kwam er gewoon weer een nieuwe molen. Of dat de huidige bestaande molen is, of dat er na 1890 weer een nieuwe molen is gekomen is mij helaas niet bekend.

Geraadpleegde bronnen: Nationaal Archief, Notarieel Archief Lisse, inv.nr. 5347, akte 44. Akte van 16 juni 1815. A.M. Hulkenberg, Keukenhof, Hollandse Studiën 7 (Dordrecht 1975), p. 59.

EREPENNING 2006 VOOR STICHTING KASTEEL KEUKENHOF

 

De erepenning van de Vereniging Oud Lisse 2006 is tijdens de jaarvergadering uitgereikt aan de Stichting Kasteel Keukenhof.

Redactie

NIEUWSBLAD Jaargang 5 nummer 3, juli 2006

De penning, een kunstwerk van de Lissese beeldhouwer Frans van der Veld, wordt jaarlijks toegekend aan de organisatie of de particulier die op bijzondere zijn oude monumentale pand heeft gerenoveerd of onderhouden.

‘Dit geldt in het bijzonder voor Kasteel Keukenhof,’ aldus Rob Kind, die het afwezige bestuurslid Frits Treffers verving. ‘Loftuitingen schieten tekort wanneer men ziet wat de Stichting met haar vele vrijwilligers in korte tijd heeft bereikt.’

De prijs werd uitgereikt aan Herman Hollander, de voorzitter van de Stichting Kasteel Keukenhof. Hij zei bijzonder vereerd te zijn, met name omdat in deze prijs de vele vrijwilligers worden geëerd, die veel van hun vrije tijd offeren om het Kasteel in de oude glorie te herstellen. ‘En dat dit lukt, dat kunt u dagelijks zien,’ aldus Herman Hollander trots.

De schatten in de bibliotheek van Kasteel Keukenhof.

Dr. Gerard Jaspers deed belangrijke vondsten; Nicolaas ten Hove stierf jong, maar was braaf en godsdienstig.

Gerard Jaspers heeft in de bibliotheek van Keukenhof een oud bijbeltje uit 1846 gevonden. De tekst op het schutblad wordt besproken. Diverse andere boekwerken worden besproken .Er zijn in de bibliotheek 330 titels in meer dan 1000 banden.

door Hans Smulder

Foto’s Rob Kind

NIEUWSBLAD Jaargang 5 nummer 3, juli 2006

 

In 1846 werd in Londen een kleine bijbel gedrukt en uitgegeven: The Holy Bible. Oom Harry gaf een exemplaar vers van de pers cadeau aan zijn nicht Cornelia Johanna van Pallandt (1840-1923), toen zij acht jaar werd. Dat blijkt uit een aantekening op het schutblad die luidt: ‘Cornélie, received from uncle Harry. 8 years old. Steengracht. March 4th 1848’.
Het was in die tijd onder de gegoede mensen in Nederland niet ongewoon om kleine kinderen boeken in het Engels of Frans of Italiaans ten geschenke te geven. Leerzaam en chic!
Wat het bijbeltje dat Cornélie van haar oom kreeg, heel betekenisvol en bijzonder maakt is een aantekening op een ander schutblad, geschreven in het Frans door haar moeder, Cecilia Maria van Pallandt-Steengracht en het is een ‘goede raad’ van een moeder aan haar dan 20-jarige dochter die op het punt staat in het huwelijk te treden met Jan Carel Elias graaf van Lynden (spreek uit: Linden).

Ta mère!

Het nijdige briefje van een moeder aan haar frivole dochter vlak voor haar huwelijk

De tekst luidt vertaald als volgt: ‘Het leven is geen pretje, geen simpel vermaak. Het bestaat allerminst alleen uit vreugdevolle gebeurtenissen. Het is veeleer een reeks moeilijke opgaven, een onafgebroken offergang. Daar komt het op neer. Daarin ligt ook de oplossing van het raadsel van het leven. Het gaat er niet om je eigen wensen te vervullen, hoe edel ze ook mogen zijn. Het gaat erom je plicht te doen. Dat is de taak waaraan ieder mens zich dient te onderwerpen. Ta mére (je moeder)’.

Dr. Gerard Jaspers die de bibliotheek van Kasteel Keukenhof kortgeleden heeft gecatalogiseerd en vele van de 330 titels in meer dan duizend banden heeft bestudeerd, vertelt dit verhaal gaarne en voegt er aan toe: ‘In zo’n uitgebreide en oude familie-bibliotheek zijn het niet zozeer de boeken die inzicht geven in de familie, maar vooral de extra’s die je de mensen doen leren kennen. Neem Cornélie! Kennelijk een eigengereid type. Haar moeder was er kennelijk niet helemaal gerust op dat het met haar huwelijk zou lukken. Vandaar wellicht haar harde woorden in dat bijbeltje. Cornélie was, zo lijkt het, een moeilijke meid, niet erg volgzaam.’
Dat blijkt ook nog sterker uit wat Fons Hulkenberg, de Lissese historicus, over Cornélie schreef. Hij kende de tekst van haar moeder uit het bijbeltje niet, maar hij schreef: ‘Een vreemd soort ongemakkelijkheid is jonkvrouw Cornélie altijd eigen geweest. Zij was vanwege haar grillen altijd gevreesd doch niet bemind. Haar portret zocht men bij haar kinderen en kleinkinderen vergeefs.’

Laat mij uw boekenkast zien!
‘Voor de bewoners van Kasteel Keukenhof,’ zo vertelt Gerard Jaspers, ‘gold wat voor iedereen geldt, namelijk: Laat mij uw boekenkast zien en ik zal zeggen wie u bent!’ Hij catalogiseerde de meer dan duizend boeken, variërend van een eenvoudig schoolschriftje tot aan kostbare oude bijbels en zeldzame folianten. De bewoners van het kasteel hadden door de eeuwen heen een brede belangstelling. Vandaar dat Jaspers de boeken kon indelen in niet minder dan 16 interessegebieden. Van natuurlijke historie en aardrijkskunde tot landbouw en veeteelt, filosofie, sprookjes en geschiedenis.
En hij deed bijzondere vondsten. Zo trof hij de complete 35-delige, wereldberoemde encyclopedie aan van Diderot, d’Alembert en anderen: 23 banden met teksten en 12 banden met in totaal 2000 prenten, samengesteld tussen 1765 en 1780. Alsook 28 in kalfsleder gebonden banden over Natuurlijke Historie van Buffon.

Onooglijk schriftje
Maar volgens Jaspers was de meest fantastische vondst een klein, onooglijk schriftje waarin een tante aan haar twee neefjes, zoontjes van haar zojuist overleden broer, over een lengte van niet minder dan 48 pagina’s vertelt wat voor een prachtige man hun vader was geweest. De tante was Catharina Petronella ten Hove. De jongetjes waren Cornelis Michael, 7 jaar, en Nicolaas van 11. Hun vader was Nicolaas ten Hove, bepaald niet de minste, want hij was secretaris van de Raad van State en Thesaurier-generaal (minister van Financiën – een Zalm avant la lettre). Op 44-jarige leeftijd vatte hij kou op de wallen van Den Bosch, die je niet moet vergelijken met die van Amsterdam. Hij kreeg longontsteking en werd zorgzaam verpleegd in zijn huis aan de Lange Vijverberg in Den Haag. De beste dokter van de stad werd erbij gehaald, dokter Schwencke, die ook nog aan het ziekbed van Mozart was geweest toen die eens in Den Haag ziek werd. Mozart genas onder zijn bekwame handen voorspoedig, maar Nicolaas stierf.

Brave Nicolaas
Zijn zuster Catharina Petronella die niet getrouwd was, beschrijft in het schriftje omstandig het leven van haar broer, de vader van de twee jongetjes, haar neefjes. Hoe goed hij was, hoe mooi, hoe sociaal, hoe godsdienstig. Tijdens zijn studie bijvoorbeeld weigerde hij eens een medestudent te vergezellen naar de kroeg voor een glas brandewijn, want die student had een kwalijke reputatie. In plaats daarvan repte hij zich naar zijn kamer, greep zijn viool en speelde zo mooi dat tientallen medestudenten zich op zijn kamer verzamelden en daarna, zo schreef tante, heeft hij nooit meer brandewijn gedronken. Een braverd dus die Nicolaas, althans in de visie van zijn zus.
Zijn liefdesleven verliep niet vlekkeloos. Zijn eerste liefde was heel mooi, maar had geen geld, wat een einde maakte aan de prille verhouding omdat Nicolaas zelf ook niet erg bemiddeld was. Zijn tweede liefde was zo mogelijk nog mooier, maar omdat hij geen vermogen had of familiebezit, weigerde haar vader toestemming. Tenslotte werd, driemaal is scheepsrecht, Maria Francoise Fagel zijn echtgenote. Haar vader volgde, zo vertelt Gerard Jaspers met een knipoog, waarschijnlijk het indertijd in zwang zijnde gezegd: Wilt gij Gode welgevallig zijn, huw dan uw dochter uit aan een godvrezende man. Maria Francoise was geen schoonheid, maar ook niet lelijk en bovendien, de Fagels behoorden tot de rijkste en invloedrijkste families van die tijd. Nicolaas maakte dankzij zijn schoonfamilie schitterend carrière: secretaris van de Raad van State en Minister van Financiën, voorwaar geen dunne baantjes. Helaas werd hij maar 44 jaar.

Het raadsel van de dochter
Zijn zus Catharina Petronella bleef ook na zijn overlijden ongetrouwd. Ze schreef haar lange brief aan haar neefjes als logé op het buiten Noordervliet in Voorburg waar haar broers schoonvader woonde, Cornelis Fagel. Uiteindelijk moet het schriftje met haar verhaal over haar dode broer in de bibliotheek op Kasteel Keukenhof beland zijn via Johan Maurits van Lynden.
Wel blijft merkwaardig dat zij haar verhaal schreef voor de twee zoons van haar broer Nicolaas. Die had immers ook nog een dochter, Maria Francoise, vernoemd naar haar moeder. Waarom het verhaal niet tevens voor haar bestemd was, is een raadsel.
Dr. Gerard Jaspers is van plan over zijn vondsten in de bibliotheek van Kasteel Keukenhof een boek te publiceren dat, naar hij hoopt, nog dit jaar uitkomt.

* Dr. Gerard Jaspers hield in april 2006 voor de Vereniging Oud Lisse een lezing met lichtbeelden over zijn werk in de bibliotheek van Kasteel Keukenhof. Dit verhaal is een neerslag van die lezing.

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

DE BOLLENSCHUUR OP ZANDVLIET

De geschiedenis van de boerderij Nieuw Zandvliet wordt weergegeven vanaf 1910. Tegenwoordig woont de familie van der Mark daar.

door Sjaak Smakman 

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 2, april 2003

Hoewel het nog altijd niet zeker is, is er toch een gerede kans dat het museum De Zwarte Tulp gaat verhuizen in de richting van de Keukenhof. In elk geval, Keukenhof zelf voelt er wel voor om een publiekstentoonstelling van de grond te tillen in de nu bijna een eeuw oude bollenschuur op Zandvliet en de daarachter gelegen voormalige boerderij, tegenwoordig het woonhuis van Blokhuisdirecteur Rob van der Mark. Opvallen doet de schuur niet, waaraan vooral de naam is verbonden van de firma Smakman. Jaap Smakman (1882-1965) en zijn zoons Co en Henk hebben daar ruim een halve eeuw, tot halverwege de jaren tachtig, een bloembollenkwekerij gehad. De huidige schuur heeft er niet altijd gestaan. Op de plaats van de schuur stond oorspronkelijk een stal, die behoorde bij een – door een paar grondige verbouwingen  voor de familie Van der Mark schier onherkenbaar – boerenwoonhuis. Toen omstreeks 1910 de schuur afbrandde, werd hij niet herbouwd, maar verscheen op die plaats een bollenschuur. De bollenteelt was immers veel lucratiever en kwam in opkomst ten koste van het oorspronkelijk gebruik. Bouwer was de graaf van Lynden, die de schuur ging verhuren.

Bloembollenkwekerij

Wie de eerste huurders van de bollenschuur waren, is niet bekend. Maar in de jaren dertig trok Jaap Smakman er in met zijn bloembollenkwekerij. Jaap was toen al een kleine twintig jaar kweker in het gebied van boerderij De Wolf, aan de overkant van de Stationsweg. Co Smakman, inmiddels 77 jaar, kan zich nog herinneren dat hij als kleine jongen zijn vader al meehielp op De Wolf. Hoewel het bedrijf maar 2,5 hectare groot was, liepen er toch zeven mensen, en in het hoogseizoen negen mensen rond. Naast eigenaar Jaap Smakman zelf en zijn vier zoons Riem, Cor, Henk en Co waren er twee man in vaste dienst: Leen Winsum en Arie de Leeuwe. Daarnaast waren er in de zomer altijd nog twee seizoenskrachten in dienst.

Verwonderlijk is de grote hoeveelheid menskracht niet, want vrijwel alles gebeurde met de hand. Van het planten en rooien tot aan het zogeheten loodzware diepdelven, het met de hand twee scheppen diep ‘verversen’ van de bovenste laag grond. Wisselteelt was toen in de bloembollenwereld nog een onbekend begrip. Bovendien betekende het ‘onder­spitten’ van de bovenste laag grond dat het onkruid (zaad) nooit de kans kreeg om tot wasdom te komen. Na de Tweede Wereldoorlog deed vader Jaap in 1951 het bedrijf over aan zijn zoons Co en Henk.

Mechanisatie

Aanvankelijk hadden Co en Henk nog drie man personeel, de broers Piet, Gerard en Panc Beelen. De mechanisatie zette echter langzaam maar zeker in. Na een paar jaar kochten de twee broers een sorteermachine en een plant-machine voor twee rijen bollen. Later kwamen er meer machines, onder meer om bollen te rooien, om stro vast te rijden, om bestrijdingsmiddelen te spuiten en zelfs een kleine pick-up om bollen van en naar de bollenschuur te rijden. De mechanisatie leidde tot een kleinere behoefte aan vast personeel. De laatste vaste kracht was Panc Beelen, maar die vertrok – heel toepasselijk – om bij een loonwerker in dienst te treden.

Een belangrijk verschil met het bedrijf van Jaap Smakman was dat zijn zoons Co en Henk veel meer soorten teelden. Naast narcissen waren er ook crocussen, tulpen en hyacin­then. Om een nog grotere vruchtwisseling te krijgen ‘ruilden’ de broers ook regelmatig stukken grond met ‘buurman’ Jan Clemens, die vooral dahliasoorten teelde. Die vele soorten hadden als groot voordeel dat er veel met wisselteelt kon worden gewerkt, waardoor de grond de kans kreeg om zich te herstellen. Overigens moesten ook mét die wisselteelt stukken grond soms een jaar braak blijven liggen. Begin jaren zestig kochten Co en Henk de schuur van de graaf, terwijl Kees van der Mark de boerderij kocht om hem grondig te verbouwen tot een luxueuze woning. Zijn zoon Rob woont er nog altijd en heeft het pand nog verder uitge­breid.

Gaasbakken

Maar ook de schuur ontkwam niet aan de modernisering. De karakteristieke stellingen werden uit de benedenverdieping gesloopt en maakten plaats voor cellen. Daar hoefden de bollen niet langer hoog te worden opgetild om ‘gestort’ te worden, maar konden ze in gaasbakken worden gedaan die vervolgens werden opgestapeld.

Het nam niet weg dat de zware fysieke belasting zijn tol ging eisen. Co moest begin jaren tachtig stoppen met het bedrijf, dat hij dertig jaar lang met zijn broer had gerund, vanwege een versleten rug. Henk zette het bedrijf nog enkele jaren voort, maar geplaagd door reumatische klachten moest hij toen ook de pijp aan Maarten geven. De schuur werd verkocht aan bloembollenkweker Leo Schoorl, tot dan toe onderhuurder van de schuur.

De bollenteelt in de directe omgeving van Zandvliet is inmiddels zo goed als verdwenen. Hij ligt inmiddels vrijwel geheel ingesloten door de parkeerterreinen van Keukenhof. Daarmee is de schuur eigenlijk nu al een symbool van een andere tijd. Maar als er een museum in komt, blijft er toch nog iets van bewaard.

bronnen:

Gemeentegids Lisse,

interview met voormalig bloembollenkweker  Co Smakman.

de totaal verbouwde boerderij met daarnaast de grote bollenschuur op Zandvliet.
De gebouwen zijn midden in het land gelegen, maar terzijde rukt de bebouwing van de bloementuin Keukenhof gestaag op.

DANKZIJ GRONDRUIL VOOR BEGRAAFPLAATS: RESTAURATIE KOETSHUIS KEUKENHOF

De restauratie van het koetshuis van Landgoed Keukenhof is in 2003 gestart.

door Ignis Maes

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 2, april 2003

In diverse publicaties heeft u kunnen lezen dat de begraafplaats Duinhof zal worden uitgebreid met een perceel bos dat eigendom is van Graaf J.C.L. van Lynden. Het is bijzonder te bedenken dat de gemeente Lisse jarenlang woningen heeft gebouwd en stedebouwkundig niet heeft gedacht aan een nieuwe – of uitbreiding van een begraafplaats. Door de welwillende medewerking van Graaf van Lynden, is nu een convenant gesloten dat alsnog in een uit­breiding van de huidige begraafplaats voorziet.

Dit convenant betekent dat een stuk grond voor uitbreiding van de huidige begraafplaats Duinhof beschikbaar wordt gesteld in ruil voor de restauratie van het Koetshuis, dat gelegen is op het Landgoed Keukenhof. Aan de onderlinge aanbesteding van de eerste fase is in totaal door vijf aannemers deelgenomen, waaronder twee plaatselijke bedrijven. Bouwmij Woerden, die wij kennen van de recente restauratie van de Agathakerk, is er als laagste uitgekomen. Het werk is vanaf 1 maart 2003 van start gegaan. Het betreft het herstel van de daken en goten.

Bouwgeschiedenis

Het koetshuis nabij het kasteel is gebouwd in 1857 /1858. De opdrachtgevers waren de eigenaren van het huis en landgoed Keukenhof Baron Carel Anne Adriaan van Pallandt en Jonkvrouw Cecilia Maria van Pallandt geb. Steengracht. De architect was Eli Saraber die op 23 oktober 1856 een ontwerptekening met begroting indiende voor een bedrag van ƒ 30.000,-. Bij de aanbesteding namen de Lissese timmerman C. van der Zaal en zijn compagnon het werk aan voor ƒ 27.890,-

In artikel 9 van de bouwopdracht werd gesteld dat: De aannemer verantwoordelijk is voor de handelwijze zijner werklieden; die, welke zich ongeschikt gedragen, zal hij, op de eerste aanzegging van den architect van het werk verwijderen en door geschikter doen vervangen. Er zal op het werk noch gerookt, noch sterken drank mogen gebruikt worden. Op ene boete van vyf gulden. De boeten zijn ten voordele van de armen van de Gemeente Lisse. Links van het koetshuis bevonden zich de tuigenkamer en het woonhuis voor de tuinman met twee bedsteden, kelder, keuken met pomp en inpandig secreet, hetgeen voor die tijd een luxe was. Een waschkamer, jager en nog een secreet completeerden de linkervleugel. Momenteel zijn dit twee woonhuizen.

De kat die ik in het begin uitdeelde aan de ‘oude’ beleids­makers der gemeente Lisse, heeft in ieder geval een positief gevolg voor het Koetshuis. Dank aan alle betrokkenen die dit Monument hebben helpen behouden.

Sinds begin maart staat het oude Koetshuis van Kasteel Keukenhof  in de steigers. Het dak en de goten worden vernieuwd. De gemeente Lisse betaalt de restauratie in ruil voor een stuk grond van Keukenhof ter uitbreiding van de begraafplaats Duinhof.

DRAMA IN SPEELHUISJE OP KEUKENHOF

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 1, januari 2003

Nieuwsflitsen

De lezing met dia’s die Piet van Leeuwen uit Lisse op woensdagavond 23 oktober jl. gaf in De Gevulde Mand trok een volle zaal nieuwsgierigen. Leden, maar ook veel niet-leden van de Vereniging Oud Lisse. Piet van Leeuwen die op Kasteel Keukenhof werkt en veel van wat voor bui­tenstaanders onzichtbaar is, fotografisch vastlegde, vertelde boeiend over van allerlei dat zich achter de schermen van kasteel Keukenhof afspeelt. Het was der­mate interessant dat de secretaris van de Vereniging Oud Lisse, Guus Maas Geesteranus, opperde dat het wellicht aantrekkelijk zou zijn een rondleiding te organiseren langs alle punten op het Keukenhofduin die normaal niet toegan­kelijk zijn voor buitenstaanders. Het drama in het speelhuisje bestond hieruit dat de door inteelt getroffen zoon Frederik van Baron van Palland het voor hem en zijn zus Cornelie gebouwde huis­je na zijn rechtenstudie ging bewonen. Hij huisde er als een eenzaat, kweekte wijn­gaardslakken en tropische groenten en overleed er op 40-jarige leeftijd, eenzaam en alleen.

BOERDERIJ MIDDELBURG: LISSESE BOEREN DE GROOTSTE SLACHTOFFERS VAN BRANDSCHATTENDE SPANJAARDEN

De geschiedenis van Boerderij Middelburg wordt besproken. Het is een verkort verhaal van Hulkenberg, dat in het Leidsch jaarboekje stond. De geschiedschrijving begint in 1585 met de troebelen. Het heette daar de Hooge Moschveenen. Middelburg heette toen Moschveen of Mosveen.

Door A.M. Hulkenberg      

bewerking: Arie in ’t Veld

De boerderij Middelburg aan de Loosterweg Noord ligt buiten de bebouwde kom van Lisse, redelijk verscholen en door weinigen bij het passeren opge­merkt. Het is een hofstede met een geschiedenis van meer dan 5OO jaar. De Lissese geschiedschrijver A.M. Hulkenberg heeft ook over Middelburg gepubli­ceerd en wel in het plaatselijke blad ‘Ons Weekblad’ en in het ‘Leidsch Jaarboekje’. Het oorspronkelijke verhaal van Hulkenberg volgt hier, maar moest helaas worden ingekort.

De geschiedschrijving begint op 17 september 1585, toen Maarten Ruychaver, poorter van Haarlem, een woning met ongeveer 30 morgen land, ruim 25 hectare, in de ‘Hooge Moschveenen’ te Lisse verkocht. Ruychaver had de landerijen in 1579, 1580, 1582 en 1584 gekocht en daarop een boerderij gebouwd. Vroeger heette deze boerderij Mosveen of Mors(ch)veen en de polder waarin hij was gelegen werd de

‘Hooge Morschveenen’ of ‘Hooge Mos(ch)veenen’ genoemd. Na het verdwijnen van de Buitenplaats ‘Middelburg’ is deze naam op de boerderij overgegaan. De boerderij ziet er met zijn gekleurde luiken thans heel fleurig uit, maar zo is het niet altijd geweest. Ruychaver had het geheel gekocht uit drie ‘desolate boedelen1. Ze waren gedesoleerd geraakt ten tijde van het beleg van Haarlem en Leiden of kort daarna, omstreeks 1575, een tijd die wel de meeste trieste genoemd moet worden uit de hele geschiedenis van het dorp Lisse.

Troebelen

Sinds 11 december 1572 werd Haarlem door de Spanjaarden belegerd. De Prins van Oranje had zijn hoofdkwartier op Teijlingen. Beide partijen kampten met chronisch geldgebrek. De wanordelijke huurtroepen stroopten brandschattend het land af. Alle dorpskerken behalve die van Voorhout en Noordwijk brandden uit en boerenhofsteden gingen in vlammen op. Een verschrikkelijke tijd. Geen bescherming, geen vergoeding, zelfs geen medeleven. Men juichte om het ontzet van Leiden, maar de ellende der plattelandsbevolking werd niet geteld. ‘Mer kijk, als ik begin te denken, om mijn voorleden dagen, Zo borst mijn hart van druk. aldereerst, doen Haarlem was beleid, Zat ik op een schone woning te Lis. Daar zag ik al mijn beesten of jagen. Van de papouwen (door de Spanjaarden), daarna mijn woning verbranden. O, droevigheid: Griet, mijn dochter, worde verkracht; Claas, mijn zoon, vermoord; mer ’t meeste lijd Geschiedde aan mijn wijf, dat ik zag1. Men vraagt zich met ontzetting af, wat er nog erger zou kunnen zijn dan verkrachten en vermoorden. Maar hieromtrent laat Bouwer ons in het ongewisse. ‘D/e schelme vol schande Pijnigden mij nog om mijn geld. Ik mocht ‘f niet, ik heb ‘f er gezeid. Zij namen ‘f altemalen weg en bonne mij wel stijf met bande Aan een paardestaart, mer met groot geluk ontkwam ik haar handen. En raak ik lt Sassem in ‘f leger…1 Deze bouwer (boer)werd ‘patnier1, pionier, waarschijnlijk schansgraver, bij Teijlingen.

De eerste boedel die te koop komt, is die van Willem Jorys, waaruit Ruychaver vijf morgen land opkoopt. Die zijn gelegen tussen Veenenburg dat bezit was van de Haarlemse burgemeester Nicolaas van der Laan, het land van Lysbeth Jacobsdr. van Nyenrode (van Hillegom) en de ‘wildernissen’. De publieke verkoop vond plaats in ’t huis van Jan Gerrit van Kessel, de herberg De Zwaan aan de huidige Haarlemmer­straat in Leiden. In de deur van de herberg klonk het met luider stem: ‘Sta bij koopluiden, hoort de voorwaarden1. En ‘met open deuren en vensters en brandende kaarsen1, zoals bij een gerechtelijke verkoop gebruikelijk, werd de gehele boedel verkocht. Uiteindelijk wordt Maarten Ruychaver uit Haarlem voor 331 gulden eigenaar.

Middelburg

Ruige Neel

Er is een tweede failliete boedel. Het betreft 18 en een halve morgen land, gekomen uit de boedel van Cornelis Jan Florysz, die waarschijnlijk vanwege zijn uiterlijke verschijning de bijnaam droeg van ‘Ruygeneel’, Ruige Neel. Hij was getrouwd met Claesje Pauwelsdochter en woonde aan de Heereweg in ’t Dorp van Lisse. Ook bezat hij land in de Lisserbroek en wel aan de Quadeweg, de huidige Broekweg. In 1579 wordt gesproken van de ‘verlaten en onbeheerde boedel van Cornelisz Jan Florysz, bijgenaamd Ruygeneeltje in de Mosveen’. Waarschijnlijk ligt de huidige boerderij Middelburg op de percelen van Ruige Neel. Kennelijk had Ruige Neel het in 1568 niet al te goed. Hij kon de jaarrente niet opbrengen. Ruige Neel heeft zijn schulden niet kunnen voldoen. Ze zijn later door Maerten Ruychaver afbetaald. Die kreeg in 1584 ook nog in zijn bezit 9 en een halve morgen land uit de boedel van Cornelis Ysbrants Rootgen.

Jan Gerrits Hits

Tenslotte gaat tot het latere Mosveen of Middelburg ook behoren ‘anderhalve hont lants ofte daaromtrent1, een klein stukje dus, dat eigendom was van de duinmeier Han Gerrits Hits. Het grensde aan het bezit van Ruychaver en aan het Nijenrode’s duin, het tegenwoordige tentoonstellingsterrein van Keukenhof. Bovendien lag ’t naast de desolate boedel van Cornelis Ysbrants Rootgen. Op 29 mei 1582 kocht Maerten

Ruychaver het lapje grond voor ‘een somma van 35 guldenen, c/’een helft gereed (contant) ende danderhelft over ’n jaar na datum*. Maerten Ruychaver, handelaar in buskruit en een vermogend man, verscheidene malen burgemeester van Haarlem en vanwege die stad ook hoogheemraad van Rijnland, werd geboren in 1547. Hij was de stichter van de hofstede Mos- of Morsveen in üsse. Maerten was een zoon van Willem Jacobsz Ruychaver, brouwer en schepen van Haarlem en Guerte Pauwels-dochter van Outschoten. Op 28 oktober 1570 was hij te Hillegom getrouwd met Alijt van der Laen, dochter van Nicolaes van der Laen, de bekende burgemeester van Haarlem en eigenaar van de hofstede Veenenburg, niet ver van Morsveen verwijderd. Op 25 december 1626 is Ruychaver op zijn buitenverblijf, de hofstede Oostende bij Hillegom overleden. De nieuwe eigenaar van Morsveen, jhr. Arent van Duivenvoorde, was een natuurlijke zoon van jhr. Adriaen van Duivenvoorde, deken van Dordrecht.

Boer Langeveld

Natuurlijk woonde noch Ruychaver, noch Duivenvoorde zelf op de boerderij. Die was verpacht aan Hendrik Langeveld, zoon van Adriaan Hendriksz Langeveld en Haesje Claasdr. Het is aannemelijk dat de familie Langeveld afkomstig was uit ’t Langeveld, een paar kilometer ten westen van Lisse. Hendrik Langeveld was getrouwd met Aagje Dirksdr. Het echtpaar had vijf kinderen: Adriaan, Lenaert, Jan, Cornelis en Aagje. Na de dood van haar man treedt de weduwe als ‘bruikster’, dit is pachteres, op (1612). In 1624 is de pachter haar schoonzoon Adriaan Adriaansz Den Boer uit Noordwijk, met wie dochter Aagje op 11 augustus 1619 te Lisse in het huwelijk was getreden. In 1628 wordt Lenaert Hendriksz als pachter genoemd. De familie Langeveld is lang pachter van Morsveen gebleven.

Cousebant

Morsveen kwam vervolgens in het bezit van de familie Cousebant uit Haarlem. De eerste was de welgestelde katho­lieke Haarlemse brouwer Frans Barendsz Cousebant, die trouwde met Adriana de dochter van Gerrit Jacobsz Huift die de boerderij met landerijen in 1633 op een veiling kocht. De familie Cousebant bleef tot 1722 eigenaar.

Middelburg en Mo(r)sveen

Op 9 juni 1722 verscheen voor de schout en schepenen van Lisse den heer, Adriaen Franqoys Cousebant en verklaarde aan de heren Nicolaas en Piter Tjarck te Leiden verkocht te hebben ‘een woninge met omtrent 32 morgen 10 roeden land te Lisse1 waarbij inbegrepen ‘een groter en kleiner bos1. Daar hoorde ook nog een huis met een lapje grond bij aan de Leidse Vaart (thans Stationsweg 180), een loosterkamp en ‘De Breede Boekamp’ in de Lisserbroek, Alles te samen voor 8000 gulden ‘in gereden gelde1. Pachter van Mo(r)sveen was thans Jacob Janse Naardenburg, die zijn bejaarde vader in dezen was opgevolgd. Op 18 mei 1717 was Jacob Janse ‘wettelijk getrouwd in ’t Rechthuis te Lisse’ (De Witte Zwaan) met Weyntje Maartens van der Meer uit Voorhout. De volgende dag wordt in de schuurkerk aan het Mallegat ‘in facie ecclesiae’ het huwelijk kerkelijk gesloten. Jacob Janse is echter niet zeer oud geworden. Weyntje hertrouwt – maar dan niet in gemeenschap van goederen – met de welgestelde Warbout Jurriaense Vreeburg, van wie men overal in Lisse percelen aantreft, ook in de Hooge Mosveenen.

Op 4 oktober 1745 is mr. Pieter Tjark te Leiden overleden. Onder zijn nalatenschap, gedateerd 20 april 1750, lezen we ook onder punt 5 van de inventaris: Hofstede Middelburg met woning en 73 morgens & 20 1/4 roe lands. Mr. Nicolaas Tjark, met wie hij het bezit aanvankelijk had gedeeld, is nog in leven, maar wordt niet meer als mede-eigenaar genoemd. Mr. Pieter had twee dochters. De oudste, Petronella Geertruida, kwam in 1749 op de buitenplaats Middelburg te overlijden. Zo bleef nog over de jongste, Maria Jacoba Johanna, die op de genoemde 20ste april 1750 huwde met Jean Baptiste Francois George graaf van Oultremont de Warfusee.

Op 20 januari 1781 wordt Middelburg oftewel Morschveen verkocht aan de heer Egbert Bosch te Amsterdam, ‘in gereden en contanten gelde, alles zonder bedrog’. Egbert Bosch (geboren op 25 juni 1721) was de zoon van Arent Bosch en Aletta Thesingh. Zijn ouders waren in 1718 getrouwd en twintig jaar later, na het overlijden van zijn eerste echtgenote, hertrouwde de weduwnaar met Cornelia Veer. Egbert is altijd ongehuwd gebleven. Wel was hij als doopsgezinde van de lucratieve bestuursbanen uitgesloten, maar hij had het toch tot een aanzienlijke staat van welzijn gebracht. In Lisse bezat hij de hofstede Voorburg aan de westzijde van de Trekvaart niet ver van de brug bij Halfweg, waar hij ’s zomers gaarne vertoefde. Hij was dus bijna zestig jaar oud toen hij de boerderij Middelburg kocht. Op 2 mei 1788 is de heer Bosch in zijn huis aan de Keizersgracht in Amsterdam overleden.

Morsveen en Zandvliet

De heer Bosch is overigens niet lang in het bezit van Morsveen/ Middelburg geweest. Op 11 december 1783 heeft hij de boerderij voor 6000 gulden verkocht aan Matthijs Ooster. Die was op 28 oktober 1747 te Amsterdam geboren als zoon van Matthijs Ooster en Maria Cornelia Quenelon. Stamvader van de familie was Matthijs Ooster, die zich in 1610 als laken-rapenier vestigde in Leiden.

Zijn kleinzoons, Matthijs en Wouter, trokken naar Amsterdam en daar is de familie tot grote welstand gekomen. ‘Onze’ Matthijs Ooster was een voornaam koopman en assuradeur op de Heerengracht, commissaris, schepen in 1777 en als oud-schepen door de erfstadhouder Willem V op 17 november 1787 geremoveerd. Verder was hij regent van het Leprozenhuis, directeur van de Levantse Handel en sinds 1781 eigenaar van de buitenplaats Sandvliet of Zandvliet te Lisse, waarvan de landerijen zich uitstrekten van de Heereweg tot aan de Leidse Vaart. Ooster was in 1772 getrouwd met Clara Hillegonda Hooft (1749-1800). Hun drie kinderen, waaronder opnieuw een Matthijs, zijn niet oud geworden. Ooster huwde nog tweemaal en is als een krasse oude baas in 1842 te Utrecht overleden. Door de aankoop van Middelburg is het terrein van Zandvliet nog meer uitgebreid en afgerond.

Het einde van Zandvliet

Op 14 mei 1797 heeft Matthijs Ooster Middelburg verkocht aan Lucas JMzn Boon, koopman te Rotterdam. Een week eerder was Zandvliet, inclusief Middelburg zoals het nu genoemd wordt, reeds in de veiling gebracht. Boon kocht Middelburg met ‘zijne paarde- en beestestallen, schuur en barg, bossen, wei-,hooi-, en teeltlanden’, circa 62 morgen grond voor ƒ 8.000,- en een custingbrief (schuldbrief) van ƒ 5.000,-. Verscheidene malen kocht Boon – al of niet insolvente – boedels op, die hij later weer doorverkocht. Ook van zijn Lissese goederen heeft hij zich spoedig weer ontdaan. Op 22 april 1800 wordt Middelburg verworven door Simon Petrus Joosten. Nu is Middelburg, zoals de boerderij thans haast altijd wordt genoemd, los van Zandvliet, waarmee het sinds 1784 verbonden was, en het nadert nu Keukenhof. Joosten was namelijk gehuwd met Sara van Hoboken, een dochter uit het eerste huwelijk van de weduwe Eyssing-Scheltes, de eigenaresse van Keukenhof.

Boer Leenslag

In november 1806 overleed de pachter van Middelburg, boer Wouter van der Zwet. Zijn zoon Simon was pachter van het ‘bouwhuisje1 aan de Delfweg (Stationsweg) “t Lammetje Groen’, dat ook door Joosten was aangekocht. Voor Middelburg was er geen opvolger. Op 9 april 1807 werd boelhuis gehouden en als pachter vestigde zich er nu Jacob Leenslag.

Op 2 juli 1808 overleed in haar huis aan de Keizersgracht te Amsterdam de eigenaresse van Keukenhof, Anna Scheltes. Van haar beide dochters was de oudste nog in leven, maar het was bepaald, dat de jongste, Sara van Hoboken, Keukenhof zou erven. Op 28 oktober 1796 was Sara getrouwd met Simon Petrus Joosten, zoon van Jan Hendrik Joosten. Sara stierf in 1870 en ofschoon zij niet in gemeenschap van goederen waren getrouwd, was Joosten toch testamentair haar universele erfgenaam. Op 2 juli 1808 zijn dus Middelburg en Keukenhof verenigd. Nauwelijks is echter Joosten in zijn rechten getreden, of hij biedt Keukenhof en al zijn verdere eigendommen te Lisse weer te koop aan.

Schatrijk

Op ‘c/en 2e van Weijnmaend 1809′ werd Keukenhof met alles wat ertoe behoorde, dus ook Middelburg, aangekocht door de schatrijke mr. Johan Steengracht van Oostcapelle (1782-1846), een Haagse patriciër van Zeeuwse herkomst. In zijn handen en in die van zijn nazaten is Keukenhof behouden gebleven. Van 1846 tot 1899 was dit jkvr. Cecilia Maria Steengracht, gehuwd met Carel Anne baron van Pallandt. Daarna haar dochter Cornelia Johanna barones van Pallandt, gehuwd met Jan Carel Elias graaf van Lynden. Na haar dochter in 1923 volgde haar zoon Jan Maurits Dideric graaf van Lynden, gehuwd met Aurelia Elisabeth gravin van Limburg-Stirum. Na het overlijden van zijn vader op 25 november 1930 kwam Keukenhof met Middelburg in het bezit van de zoon Jan Carel Eilas van Lynden. Reeds dadelijk is mr. Steengracht ertoe overgegaan zijn gebied uit te breiden en af te ronden. Het is de Franse Tijd, een moeilijke tijd, maar geld schijnt bij hem bij de aankopen geen rol te spelen.

In de geschiedschrijving is er vervolgens een leemte. Tot 1982. In dat jaar meldt de familie Van Graven zich op Middelburg om daar een bestaan als boer op te bouwen. En sindsdien zijn het de generaties Van Graven die op Middelburg met trots de scepter zwaaien.

Boerderij Middelburg aan de Loosterweg-Noord net buiten Lisse in al zijn glorie. De hoeve heeft een historie van meer dan vijfhonderd jaar

150 nieuwe bomen voor Keukenhof

Bollenstreekhout heeft 150 bomen bomen aan De Keukenhof geschonken.

Nieuwsflits

Nieuwsblad 21 nummer 4, 2022

Keukenhof ontving op Boomfeestdag 150 bomen van Bollenstreekhout. Op 15 november 2022 plantten Henk de Mooij manager parkbeheer van Keukenhof en voorman Stefan Slobbe samen met Ted Wiegman, oprichter van Bollenstreekhout, de eerste van 150 nieuwe bomen in het park Keukenhof. De eerste boom, een moeraseik, werd symbolisch geplant op het terrein van de bloemententoonstelling. De tuinmannen van Keukenhof zullen de overige bomen zoals populieren, abelen en eiken later planten. Voordat de bomen hun definitieve plaats op het landgoed krijgen gaan ze eerst naar een tijdelijke plek om te groeien. Veel aandacht besteedt Keukenhof aan het bosonderhoud op het landgoed. Ter compensatie van een eerder noodzakelijk gekapte zieke boom komen er drie gezonde bomen voor in de plaats. Henk de Mooij is heel blij met deze samenwerking. Delen van oude bomen worden hergebruikt in producten van Bollenstreekhout en Keukenhof ontvangt in ruil nieuwe gezonde bomen om het landgoed aan te vullen. Door dit regelmatige planten van bomen blijft het groene monumentale Keukenhof in stand en behoudt Keukenhof het bos voor de komende generaties.

Ted Wiegman van Bollenstreekhout in het midden met rechts Henk de Mooi jen links Stefan Slobbe