Berichten

Buitenplaats Berkhout gesloopt in 1775

In het Lente Nieuwesblad van 2018 wordt uitgebreid ingegaan op het gebouw zelf en de bewoningsgeschiedenis. Het is heel interessant om dit artikel te lezen. Hieronder volgt een korte samenvatting.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

25 september 2018

door Nico Groen 

Het Nieuwsblad van de VOL is een kwartaalblad in full colour in A4 formaat van meestal 32 pagina’s. Dit blad is gratis voor leden van de VOL, maar ook op dinsdagmorgen te koop bij de inloop in de Vergulde Zwaan. In het Lentenummer 2018 staat een boeiend artikel over buitenplaats Berkhout, geschreven door Dirk Floorijp. In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op het gebouw zelf en de bewoningsgeschiedenis. Het is heel interessant om dit artikel te lezen. Hieronder volgt een korte samenvatting.

Ligging bij het verzorgingshuis

De buitenplaats Berkhout is gerealiseerd door Hendrik Valkenaer in 1645. Hij was onder andere van 1633 tot 1662 ambachtsheer van Lisse. Hendrik was getrouwd met Florentina van Mathenesse. Zij was familie van de eigenaren van donjon Dever.

Buitenplaats Berkhout lag in  de Oude Mosveense buurt. Het huis had nummer 60. Alle huizen in Lisse hadden in die tijd een volgnummer.  Het lag ten westen van de Heereweg en ten zuiden van de Veenderweg. Deze laatste weg heette na 1905 Stationsweg en nu is dit gedeelte de Berkhoutlaan. Het buiten lag ten noorden van het Berkhouter Duintje, dat in de 17e eeuw werd afgegraven. De huidige locatie is om en nabij woonzorgcentrum Berkhout.  Oostelijk van buitenplaats Berkhout, richting Heereweg lag de moestuin. Aan de westkant tot aan boerderij De Wolff lag het bos van Berkhout. Buitenplaats Berkhout stond daar van 1645 tot 1775. Dus het werd na 130 jaar gesloopt.

Buitenplaats Berkhout heeft een belangrijke geschiedenis en het verzorgingshuis en de weg verwijzen naar deze mooie buitenplaats en houden zo deze naam in ere.

Verkoop van Berkhout in 1722

Op 17 mei 1722 wordt het buiten met alles er op en er aan verkocht aan luitenant-generaal J.A. von Barner. In het artikel in het Lentenummer wordt uitgebreid ingegaan op de levenswandel van deze generaal.

Bij de verkoop wordt de buitenplaats als volgt omschreven.  “Een schoone vermakelijke hofstede genaamt Berkhout, met desselfs huijsinge, boomgaarden, tuijnen, bloem en moesperken, binnen en buijtenlanen, bepotingen, beplantingen en al het gene daarin aard en nagelvast is. Begroot op twee morgen en vierhonderd veertien roeden, belend ten noordwesten de landerijen van mr. Isbrand de Bije oud burgemeester der stad Leijden en mr. Pieter Six, oud schepen der stad Amsterdam en ten noordoosten de Veenderlaan.” Daarbij hoorde ook nog “550 roeden land, recht voor de hofstede gelegen, voorts nog twee morgen land genaamd den hooge Kroft, ende akerenbos met den halven weg.”

In 1732 beschrijft Abraham Rademaker in ‘Rhynlands fraaiste gezichten’ Berkhout ook.

“Een zeer deftige huizing, waarop een torentje staat met klok en uurwijzer. ’t Heeft ook een ruim koetshuis en stalling voor 16 paarden, orangehuis, speelhuizen, grote en kleine hoenderhokken en ook duivenhokken, alsmede een bekwame plaats voor eenden. Alles modern getimmerd, diverse vakken met broeibakken, glazen trekkas, grotten, vijvers, starrebos met lanen daarom henen, daarin een viskom met een terras. Voor de ingang staat een fraai ijzer hek.”

Jammer, dat dit fraaie geheel in 1775 is afgebroken!

 

Gravure Berkhout door Abraham Rademaker 1732 in Rhynlands fraaiste gezichten

 

Achterweg-Zuid 52 - Koetshuis Huys Ter Specke

Achterweg-Zuid 52 – Koetshuis van ’t Huys Ter Specke

Het koetshuis is bewaard gebleven na afbraak van het huis rond 1740.

Kadaster: A-1239. Bouwjaar: rond 1600.

Op deze plaats stond ooit het 15e eeuwse ‘Leengoed Ter Specke’. De naam Specke wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1329, waarin Dirck van der Specke door de Hollandse graaf met een stuk grond wordt beleend. In 1416 is sprake van een ‘woningh’.
Rond 1600 werd er een nieuw huis gebouwd, dat rond 1730 werd verbouwd en uitgebreid met twee bouwhuizen. Op een anonieme tekening van circa 1730 is de voorzijde weergegeven. Te zien is een herenhuis dat op het eerste gezicht een achttiende-eeuwse indruk maakt, maar de kruisvensters met daarboven ontlastingsbogen zijn terug te voeren op het gebouw van rond 1600. Het huis zou, gezien de onderkeldering van het zuidelijke gedeelte, een boerderij met herenkamer kunnen zijn geweest. Op de tekening staat direct ten zuiden van het huis een boerderij.
Kort na 1740 is het complex afgebroken

Wat van het oude complex nog rest is het koetshuis. Het is nu een woonhuis.

Tekening uit de Rijnlandse gezichten

Achterweg-Zuid 52 - Koetshuis Huys Ter Specke

Het koetshuis van ‘Huys Ter Specke’ is al heel oud

Klik hier voor een uitgebreide beschrijving op de  gemeentelijke  monumentenlijst op website van de gemeente Lisse.

Keukenhof 1 – Washuis

Bakstenen washuisje met een buitenpomp.

Kadaster: A 1302. Monumentnummer: 511412. Bouwjaar: tweede helft 18e eeuw.

17 RIJKSMONUMENTEN VAN KEUKENHOF

Alle rijksmonumenten van landgoed Keukenhof worden genoemd.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws).

10 februari 2015.

door Nico Groen

We vervolgen onze wandeling langs alle 35 geregistreerde rijksmonumenten in Lisse. Nu komen die van landgoed Keukenhof aan de beurt. Volgens het boek uit 2010 ‘Wandel- en fietsroutes Zuid en Noord: Monumenten’ van de Vereniging Oud Lisse staan er 17 rijksmonumenten op het landgoed. Daar is .in 2010 het stationsgebouw van Lisse door aankoop bijgekomen. De meeste gebouwen zijn in de loop van de tijd gerestaureerd.
• Boerderij Middelburg met karnmolen, Loosterweg-Noord 6. Vroeger heette deze boerderij uit de 17e eeuw ‘Mo(r)schveen’. Het voorhuis is in 1868 gebouwd.
• De schaapskooi met riet gedekt op het kruispunt van Loosterweg- Noord en de Stationsweg. Deze kooi uit de 19e eeuw is in 1992 herbouwd.
• De stal van het Jagershuis uit 1926 met als adres Stationsweg 51.
• Boerderij ’t Lammetje Groen, Stationsweg 53/55 . De boerderij dateert oorspronkelijk uit 1650. Later is het uitgebreid.
• Dubbel woonhuis ’t Hoogje met adres Stationsweg 164 en 166. Het dateert uit de 18e eeuw.
• Spoorwegstation, Stationsweg 57 en 59. Het station is gebouwd in 1904/1905.
• Het complex Keukenhof bestaat uit diverse rijksmonumenten. Dit bevat onder anderen, parkaanleg met o.a. de toegangspalen met natuurstenen siervazen bij de oude entree, de oude oprijlaan zelf en het kasteel Keukenhof gebouwd in 1641.
• Het Zwitsers speelhuis in de Frederik’s hof met de z.g. koude bakken (met één gerestaureerd raam) en de oude muren. Oorspronkelijk gebouwd in 1850.
• Het eendenhuis is een z.g. follie. Een romantisch huisje met een schijn duiventil. Follies werden in de 19e eeuw voornamelijk voor de sier neergezet. Het Engelse folly betekent nutteloos gebouw.
• Het koetshuis, tuigkamer, paardenstallen, woningen en tuinmanswoning zijn gebouwd in 1857-1858.
• De hofboerderij van Keukenhof is gebouwd in 1643. Het bakhuisje en karnmolen zijn nog niet gerestaureerd.
• Het washuisje met vrijstaande buitenpomp dateert uit de 18e eeuw.
• Het Sparrenhuisje gedekt met riet heeft een origineel raam.
Van alle 93 gemeentelijke en 35 rijksmonumenten staan er foto’s in het wandel- fietsrouteboek met een uitgebreide beschrijving. Vaak staan er meerdere foto’s en tekeningen uit vroegere tijden bij. Dit boek is te koop bij de plaatselijke boekhandel en bij de Vereniging Oud Lisse.
Bijvoorbeeld tijdens de jaarvergadering op 17 februari, die om 19.30 uur begint. De jaarvergadering is voor leden en toekomstige leden. Dan wordt uit de doeken gedaan wat de vereniging met zijn 9 werkgroepen in 2014 zoal gedaan heeft.
Na de pauze rond 21.00 uur is er een lezing door Herman van der Fange over de historie van de Haarlemmermeer. Een groot gedeelte van Lisse behoorde vroeger tot de uiterwaarden en moerassen van de Haarlemmermeer. De lezing is dus zeker interessant voor Lissers en Lisserbroekers. Dit gedeelte van de avond is voor iedereen toegankelijk. Voor niet-leden wordt een bijdrage gevraagd van 3 euro. Als u die avond lid wordt voor 16,50 euro per jaar mag u er voor niets in. Nog een goede reden om lid te worden!

Het kasteel zelf is een van de rijksmonumenten

Het romantische eendenhuis-follie is een van de rijksmonumenten van Lisse. Foto Nico Groen

Landgoed Meerenburgh: genen geringen luister

door Arie in ’t Veld

We volgen nog altijd het wedervaren van Mattheus Brouerius van Nidik, R.G. en Isaac le Long op de voet. Zij schreven over Lisse het nodige in het “Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden” uit 1792. Na vastgesteld te hebben dat Lisse in 1460 “Eene kapelle” had en vervolgens uitgebreid zowel de kerkelijke als “wereldlijke” besturing is uitgelegd, komt het tweetal te spreken over Meerenburgh.

Nu een woonwijk, doch in vroeger jaren een landgoed. De scribenten: “Het huis Meerenburg strekt deze heerlijkheid tot genen geringen luister. Het werd in de jare 1638 door Jonkheer Albrecht van Wassenaar, Heer van Alkemade gebouwd. Dit huis heeft het recht van visserij uit het meer, tot aan de Lisserbrug, en is gelegen tusschen den Geerit-Aven-weg, het Leidsche meer, het dorp Lis en den Heerenweg. Het heeft eenen schonen lommerlijke plantaanzijde, gadeloze uitzichten over het meer, over de omliggende landen en konijnrijke duinen, en is door den konstenaar H. de Leth, in het laatse deel van zijn zegepralend Kennemerland,in het koper afgebeeld, en aldaar breedvoerig beschreven. De stichter, die, gelijk wij zoo even gemeld hebben, de heer van Alkemade was, had ten vader Jan van Duivenvoorde, heer van Warmond, van der Woude en van Alkemade, Houtvester, en in later tijd Admiraal van Holland; zijnde moeder was Odilia van Valkenaar. In het jaar 1666, is dit huis bezeten geweest door Jonkheer Gerard van Wassenaar, heer van Alkemade, oudsten zoon van voorgemelden Jonkheer Albrecht en van vrouwe Kornelia Buitenweg, vader van der Heer Thomas Walrave van Wassenaar, Heer van Alkemade, welke het in later tijd, na het overlijden van Albrecht, in eigendom gehad heeft.”
Zo, en dan bent u weer helemaal bij waar het de bewoners van het landgoed Meerenburgh betreft.

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Een dienstmeid met teveel noten op haar zang, 1848

Janna van Dijk was dienstmeisje bij Jan van Riessen, tuinman van buitenplaats Wassergeest. Hij woonde recht tegenover de Deverlaan. Het dienstmeisje werd door ten onrechte van diefstal beschuldigd. Toch werd zij ontslagen.

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 9 nummer 4, oktober 2010

Uit het politierapport van Lisse, deel 12

Inleiding
In dit verhaal spelen de volgende personen een rol. Allereerst is dat Janna van Dijk. Ze was in dienst bij Jan van Riessen, tuinman op de buitenplaats Wassergeest. De tuinmanswoning bevond zich tegenover de Deverlaan aan de Heereweg. Van Riessen was in 1816 geboren te Beverwijk. In 1841 trad hij in het huwelijk met de uit Lisse afkomstige Johanna Lamberta van der Horst. Van Riessen verhuisde naar Lisse, waar D.P.J. van der Staal van Piershil, eigenaar van de buitenplaats Wassergeest, hem in dienst nam als tuinman. Verder zullen we in dit verhaal nog kennis maken met de tuinknechten Willem Kuneman en Dirk van Biezen.

 

 

De tuinmanswoning van Wassergeest vóór de verbouwing in 1956. De woning bevond zich aan de Heereweg tegenover de Deverlaan. Het was in 1671 gebouwd. Achter de woning tot aan de Achterweg strekten zich boomgaarden uit. In 1956 heeft Van Parijs de woning ingrijpend verbouwd en omgedoopt in villa Lutetia (de Latijnse benaming voor Parijs). De woning is in 1994 afgebroken.

Hoe het begon…

 

Op een dag is de dienstmeid Janna van Dijk bezig met de was. De vrouw des huizes komt langs en haalt uit de wasmand een wantje tevoorschijn die gedragen werd door één van haar kinderen. Vervolgens loopt ze er mee weg. De dienstmeid loopt haar achterna en vraagt of ze het wantje mag hebben, zodat ze verder kan gaan met de was. Tot haar verrassing antwoordt vrouw Van Riessen echter dat zij het zoek gemaakt had en dat zij het moest betalen. Wat nu?

Het kledingstuk is weer terecht
Op de zondag daarna ziet de dienstmeid één van de kinderen met het verloren gewaande wantje rondlopen. De maandag erop ligt het kledingstuk in de wastobbe. Ze nam het wantje uit de tobbe en ging ermee naar vrouw Van Riessen. Ze zei: ‘Vrouw, daar hebt ge nu het wantje dat ge gezegd hebt dat ik weggespoeld had’.

De dienstmeid wordt ontslagen
Vanaf dat moment zijn er meerdere versies van het gebeurde. Janna van Dijk, de dienstmeid, verklaart dat ze meerdere keren op het hoofd was geslagen door zowel Jan van Riessen als door zijn vrouw. Vervolgens zou hij tegen haar gezegd hebben dat ze aanstalten moest gaan maken om te vertrekken, hetgeen ze ook deed.

Het getuigenis van Willem Kuneman
De meid vond dat ze onheus bejegend was en ging naar de burgemeester, J. van Rosse. Daar deed ze haar verhaal. Ze hoopte dat Van Rosse nog iets voor haar kon betekenen. Maar de burgervader kon natuurlijk niet alleen uit gaan van het getuigenis van de dienstmeid en daarom nodigde hij ook de tuinknecht Willem Kuneman uit om getuigenis te geven van de waarheid. Hierbij realiseerde Van Rosse zich echter niet dat de tuinknecht niet helemaal onpartijdig was. En dat gold ook voor de andere tuinknecht, Willem van Biezen en al helemaal voor Johanna Lamberta van der Horst, de echtgenote van Van Riessen.
Maar wat had Willem Kuneman nu precies te vertellen? Welnu, kort nadat de dienstmeid van de zolder weer beneden was gekomen en wilde vertrekken, werd Kuneman met Willem van Biezen naar boven gestuurd om een meubelstuk dat de dienstmeid bij de aanvang van haar werkzaamheden te leen had ontvangen van baas Van Riessen naar beneden te halen. Daarop zou de meid de weg verspert hebben op de trap. De baas heeft haar toen opzij geduwd. Janna van Dijk had eerder verklaart dat Jan van Riessen haar toen een klap op de wang had gegeven. Maar daar kon Kuneman zich (natuurlijk) niets van herinneren.

Willem van Biezen aan het woord
Vervolgens wordt Willem van Biezen gevraagd te vertellen wat er gebeurd was. Hij kwam net binnen om ‘naar de catechesatie te gaan’ (gaf Van Riessen voor het personeel catechese?) toen tuinbaas Van Riessen hem opdroeg om samen met Kuneman het hiervoor vermelde meubelstuk naar beneden te halen. Dit werd inderdaad bevestigd door het getuigenis van Kuneman en de meid. Van Biezen had echter niet gezien dat de tuinbaas en zijn echtgenote de meid hadden geslagen. En ook niet dat de meid op de trap was gaan staan om hem en Kuneman de weg te versperren.

Het getuigenis van vrouw Van Riessen
Tenslotte doet ook vrouw Van Riessen haar verhaal. Zij en haar man zouden de meid niet geslagen hebben. Ze hadden haar wel ontslag aangezegd, aangezien ze een grote mond had gehad. De meid was binnengekomen met het zoekgeraakte wantje en zou hebben gezegd: ‘Daar heb je nu het wantje, daar je zoo’n beweging om gemaakt hebt’. Alles wel overwogen komt dit niet helemaal overeen met de woorden uit het getuigenis van de meid. De versie van de dienstmeid komt heel wat ‘beleefder’ over dan hetgeen vrouw Van Riessen hier beweert. Daarop zou haar man gezegd hebben: ‘Nu is het genoeg, nu moet ge weg’.

Tenslotte…
Tot zover de getuigenissen. De burgervader zat met een probleem. Het was het woord van vrouw Van Riessen en de tuinknechten tegen dat van de dienstmeid. Hij kon dus niets voor haar betekenen.

Conclusie
Daar gaat de meid dan met het kleine beetje bezit dat ze had, hopende dat ze elders nog een betrekking zou kunnen vinden. In deze tijd zou zij waarschijnlijk een beroep op haar bedrijfsvereniging hebben gedaan. Maar dan nog viel er weinig te bewijzen. En de maatschappelijke verhoudingen waren in die tijd zodanig dat de werkgevende partij er altijd beter af kwam. En die werkgevende partij was van mening dat Janna van Dijk een dienstmeid was met teveel noten op haar zang!

Noten
R.J. Pex, Wassergeest te Lisse (Lisse 2004).
Gemeentearchief Lisse, inv.nr. 1115.
Gemeenteachief Lisse, bevolkingsregisters.

Copyright © 2011 Vereniging Oud Lisse

Door den docter zijn nog vruchteloos alle mogelijke middelen in het werk gesteld

In het politierapport uit 1847 wordt het relaas beschreven over het verdrinken van Mietje, de diensmaagd van Leembruggen, eigenaar van Veenenburg, vroeger Huis ter Panne genoemd.

door R.J. Pex

INHOUD Jaargang 6 nummer 2, april 2007

Uit het politierapport van Lisse, deel 7

Reeds vanaf de zestiende eeuw bevond zich op de grens van Lisse en Hillegom het Huis ter Panne, later wel Veenenburg genaamd. Het uitgestrekte duingebied tussen de Loosterweg-Noord, de Veenenburgerlaan en de Heereweg maakte deel uit van het landgoed. In 1847 was Veenenburg het eigendom van de Leidse textielfabrikant Johannes Leembruggen. In mei van dat jaar verdronk zijn dienstmaagd Mietje.

Op 22 mei 1847 verscheen voor de burgemeester van Lisse Nicolaas Deen, tuinknecht op Veenenburg.1 Hij verklaarde “op gisteren morgen ten zes uren in het huis gekomen te zijn om de bloemen daar uit te halen, als wanneer hem door de werkmeid wierd gevraagd of hij Mietje (Anna Maria Bosch, dienstmaagd bij den heer J. Leembrugge) niet gezien had”. Ze was reeds om half vijf in de ochtend opgestaan om naar de “beste kamer” te gaan, maar ze had haar niet teruggezien. Had Nicolaas haar soms bij de tuinman gezien? “Het antwoord daarop was neen”.

Mietje wordt gevonden
Nicolaas begon een ongeluk te vermoeden en “liep even achter het huis om en zag daar een rok boven op het water”. Daarop haalde hij de betreffende persoon uit het water. Het bleek inderdaad Mietje, de vermiste persoon, te zijn. Met behulp van enige andere mensen bracht Nicolaas haar binnen in het huis. “Daar gekomen zijnde zijn nog alle mogelijke middelen in het werk gesteld door den heer J. Leembrugge en door den heer docter van Dieren om er eenig leven in te ontdekken, maar alles vruchteloos”.

Veenenburg gezien vanaf de huidige Loosterweg-Noord omstreeks 1900. Het huis waarvan we hier de voorgevel zien, dateert uit omstreeks 1797 en is afgebroken in 1913. Het bevindt zich temidden van een fraaie parkaanleg, een zogenaamde Engelse Tuin. Aanvankelijk zal hier echter een Franse Tuin, dus een meer formele tuinaanleg, aanwezig zijn geweest. (Coll. Auteur

De brief
De vorige avond had Mietje nog “met de laatste spoortrein” een brief aan haar moeder gezonden. Aan de rand van het landgoed van de heer Leembruggen bevond zich namelijk sinds enige jaren een station. Met de aanleg van het spoor in 1842 had hij deze voorziening van de Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij afgedwongen. Vanaf die tijd beschikte Leembruggen dus over een privé-station. Stond er wellicht iets in de brief dat enig licht zou kunnen werpen op de mysterieuze dood van Anna Maria Bosch, ook wel Mietje genaamd? De brief werd inderdaad weer teruggevonden, maar helaas kon men uit de brief niet vernemen “dat ten tijde dat die ontvangen zou worden, zij er niet meer zijn zoude”.

Conclusie
De dood van Mietje zal wel hard aangekomen zijn. Toch kwam het in vroeger eeuwen wel vaker voor dat wanneer men om de een of andere reden te water geraakte, dit voor de betrokkene fataal afliep. Men moet nu eenmaal rekening houden met het feit dat niet iedereen kon zwemmen. Hoogstwaarschijnlijk gold dit ook voor Mietje.
Ironisch genoeg staat dit geval niet alleen. Ook Gerard, zoon van Johannes Leembruggen, zou op Veenenburg in de herfst van 1865 tijdens een jachtpartij om het leven komen door verdrinking.
Ook elders in de politierapporten lezen we weleens van een enkel geval van dood door verdrinking en in de begrafenisregisters is er eveneens zo nu en dan sprake van drenkelingen die bijvoorbeeld op de Lissderbroek aan de rand van het Haarlemmermeer waren aangetroffen na een flinke storm. Het zal dan ook niet zomaar om een slootje zijn gegaan, waarin Mietje was verdronken. Eerder denken we in dit verband aan een vijver, die deel uitmaakte van de parkaanleg ter plaatse.

Bronnen: Gemeentearchief Lisse inv.nr. 1115; Idem, bevolkingsregister 1840-1850 (huisnr. 68); Idem, huwelijksregisters (1851); A.M. Hulkenberg, ’t Roemwaard Lisse (tweede druk 1998), p. 31.

1 Nicolaas of Klaas Deen was in 1845 op Veenenburg als tuinmansknecht aangenomen. In 1847 was hij 27 jaar oud. Op 27 juni 1851 trad hij in het huwelijk met Maartje van der Werff. 

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Achterweg-Zuid 50 – Woonhuis ‘Ter Specke’

Op deze plaats stond ooit het 15e eeuwse ‘Leengoed Ter Specke. Bij nieuwbouw in 1954 werden de oude stenen gebruikt.

Kadaster: A-1265. Bouwjaar: 1954. Architect: Leen Tol Jr.

De naam Specke wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1329, waarin Dirck van der Specke door de Hollandse graaf met een stuk grond wordt beleend. In 1416 is sprake van een ‘woningh’.
Rond 1600 werd er een nieuw huis gebouwd, dat rond 1730 werd verbouwd en uitgebreid met twee bouwhuizen. Op een anonieme tekening van circa 1730 is de voorzijde weergegeven. Te zien is een herenhuis dat op het eerste gezicht een achttiende-eeuwse indruk maakt, maar de kruisvensters met daarboven ontlastingsbogen zijn terug te voeren op het gebouw van rond 1600. Het huis zou, gezien de onderkeldering van het zuidelijke gedeelte, een boerderij met herenkamer kunnen zijn geweest. Op de tekening staat direct ten zuiden van het huis een boerderij.
Kort na 1740 is het complex afgebroken

Wat van het oude complex nog rest is het koetshuis (nr. 52)

Achterweg Zuid 50 is gelegen op een restant van een binnenduin gelegen.
In 1954 werd hier door architect Leen Tol Jr een woning neergezet. Hierbij werd gebruik gemaakt van de stenen van de oude boerderij die er stond.

De voorgevel bestaat uit een tuitgevel met asymmetrische gevelindeling. Rechts in de voorgevel bevindt zich een verhoogde ingang, die door middel van een bakstenen trap bereikbaar is. Boven de vensteropeningen zijn ontlastingsbogen met geboorte- en sluitstenen verwerkt. De zijgevels zijn eveneens asymmetrisch opzet van met gevelopeningen op verschillende hoogteniveaus.
De gevels zijn opgebouwd uit rode baksteen in onbekend verband. Op de begane grond zijn links in de gevel twee vensteropeningen aangebracht, door een smalle muurdam van elkaar gescheiden. Rechts in de voorgevel bevindt zich een verhoogde ingang met brede houten deuromlijsting. Op de eerste verdieping zijn drie vierkante vensteropeningen aangebracht. Op de zolderverdieping bevindt zich een kleine vensteropening. Boven het zolderraam is de steen met de naam Huijs Ter Specken ingemetseld. Deze steen in in 1946 bij opgravingen teruggevonden. De steen is afkomstig van het statige huis dat voor de boerderij op het binnenduin stond.

Tekening uit de Rijnlandse gezichten

Het keermuurtje is nog authentiek

Rechts is de woning, links het voormalige Koetshuis

landgoed boerderij

Stationsweg 1 – Boerderij ‘De Wolff’

Onderdeel van Landgoed Keukenhof met een gewelfde kaaskelder met plavuizen vloer.

Kadaster: C-2918. Bouwjaar: woonhuis 17e en 18e eeuw, bollenschuur 20e eeuw.

landgoed boerderij

Boerderij “De wolff” van Landgoed Keukenhof

Landgoed Keukenhof Oud Zandvliet

Westelijke Randweg 2 en 4 – Boerderij ‘Oud-Zandvliet’

Het pand wordt ook wel boerderij ‘Martinus’genoemd en hoort bij Landgoed Keukenhof.

Kadaster: C-3674.  Bouwjaar: Ca. 1700, bollenschuur.

Deze boerderij maakte eertijds deel uit van het buiten Zandvliet. (het gebied waar nu de bloemententoonstelling Keukenhof is. De boerderij ligt op een oorspronkelijk duinrestant. De omgeving is later afgegraven.
Deze boerderij is van het krukhuistype. Er is een uitgebouwde, onderkelderde opkamer. Voorhuis en achterhuis zijn aaneengebouwd. Het voorhuis zal gebouwd zijn aan het eind van de 16de eeuw of aan het begin van de 17de eeuw. In de kelder bevinden zich nog 17de eeuwse tongewelven.
In de 19de eeuw is het voorhuis voorzien van een bollenzolder. Het achterhuis dateert uit de 19de eeuw.
De overgang van veeteelt naar bloembollenteelt is goed herkenbaar aan dit gebouw.
De naam Marinus komt van een vroegere eigenaar Marinus Temminck. Je had ook het Marinuslaantje.

Landgoed Keukenhof Oud Zandvliet

Boerderij Oud-Zandvliet