Berichten

Keukenhof 1 – Sparrenhuisje

Sparrenhuisje met origineel raamkozijn

Kadaster:  A-1302. Monument: 513980.

Een huisje als het Sparrenhuisje is een typisch element dat past bij de inrichting van een vroegere landschapstuin. Begin 21e eeuw werden op de zolder van het kasteel het originele raamkozijn teruggevonden en herplaatst.

 

Het sparrenhuisje is vanaf het huis goed te zien

Stationsweg 51 – Bijgebouw van voormalig Jachthuis van Keukenhof

Het bijgebouw van het voormalig Jachthuis van Landgoed Keukenhof is in slechte staat.

Kadaster: A-1302. Monument: 513982.

Tegen de noordgevel van de in 1926 gebouwde woning, die voor de bescherming van ondergeschikt belang is, staat een rechthoekig gebouwtje van één bouwlaag uit de 19de-eeuw. De witgepleisterde voorgevel aan de straatzijde heeft een opgeklampte deur met rechts daarvan een venster. Het bijzondere van het gebouw is dat de zijgevel is voorzien van een decoratieve pleisterlaag vermengd met kiezels (slakken en stinsels) overeenkomend met de eendenhuis-follie.  Het gebouwtje is in deplorabele toestand. Een rijks monument onwaardig.

 

Achter deze schuur stond het voormalige jachthuis

Boerderij 't Lammetje in het Groen in Lisse

Stationsweg 53 – ‘t Lammetje in het Groen van Keukenhof

Oorspronkelijk een bakstenen boerderij. Nu is het een dubbel woonhuis.

Kadaster: C-3230. Monument: 511418. Bouwjaar: 1650, uitgebreid in 1794.

Stationsweg 164 en 166 – ‘t Hoogje van Keukenhof

De 2 kleine witgepleisterde woningen staan hoger dan de Stationsweg

Kadaster: C-4502. Monument: 511416. 

Stationsweg 166 – Keukenhof molen

De achtkantige molen op het terrein van de tentoonstelling is in 1957 door de Holland-Amerika Lijn aan de Keukenhof geschonken.

Kadaster: C-4456. monument: 527689. Bouwjaar: 1892.

Het is een achtkante Groninger watermolen uit 1892, gebouwd voor de Rozenburgerpolder bij Scharmer (bij Slochteren).
De poldermolen werd in 1957 opnieuw opgebouwd op het Keukenhofterrein . De kleinzoon van de molenbouwer, die de molen in 1892 in Groningen gebouwd had, was in Lisse de molenbouwer. In Lisse werd de molen omgebouwd tot korenmolen (stellingmolen). Op 4 april 1957 werd de molen weer in gebruik gesteld.

De molen heeft een vlucht van 17,9 m, de hoogte van de stelling is 6,1 m. Deze stelling is extra zwaar geconstrueerd omdat in het seizoen veel bezoekers de stelling beklimmen.
Dit type molen is in Zuid Holland een uitzondering. De molen heeft, zoals in Groningen gebruikelijk, namelijk een lange struit in het midden van de kap.
In de molen zijn 2 gevelstenen ingemetseld. De oudste is meegekomen uit Groningen en dateert van 1892 en andere werd ingemetseld in 1957. De molen draait nog regelmatig. In Zuid Holland bestaat een subsidiebeleid dat is gebaseerd op basis van de jaarlijkse asomwentelingen van hun molen.

De molen op het tentoonstellingsbedrijf

Loosterweg-Noord 6 – Boerderij Middelburg van Keukenhof

Boerderij Middelburg van landgoed Keukenhof staat op de fundamenten van een boerderij uit de 17e eeuw.

Kadaster: C-3306. Monument: 25904. Bouwjaar: 1852.

De boerderij dateert uit 1852 en staat op de fundamenten van een boerderij uit de 17e eeuw. Het is een van de boerderijen van Landgoed Keukenhof.

 

De voorkant van de boerderij

De zijkant van de schuur

Sationsweg 57 – Spoorwegstation Lisse

Het voormalige station heeft kenmerken van de Jugenstil. Boven de ingang was de statonswoning.

Kadaster: C-4408. Monument: 516111. Bouwjaar: 1905. Architect: D.A.N. Margadan.

Het ligt aan de spoorlijn die vroeger de Oude Lijn heette. Deze Oude Lijn is de oudste spoorlijn van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) en loopt over de route Amsterdam – Haarlem – Leiden – Den Haag HS – Delft – Schiedam – Rotterdam. Het eerste gedeelte, Amsterdam-Haarlem, was de oudste spoorverbinding in ons land. Haarlem-Leiden volgde in 1842.
Tijdens de aanleg van de spoorlijn kreeg de HIJSM te maken met grootgrondbezitters in de Bollenstreek. Zij zagen de spoorlijn het liefst ten westen van de Leidse Vaart. Niet direct over hun gebied. Dit werd niet ingewilligd, maar de grondeigenaren kregen het wel voor elkaar om de lijn op een (voor hun) zo gunstig mogelijke plek aan te leggen. De toenmalige eigenaar van het landgoed Venenburg (Leembruggen) had bij de HIJSM zelfs een eigen stopplaats bedongen, ten noorden van Lisse dus. Het duurde nog tot 1896 voordat de HIJSM eindelijk van deze stopplaats verlost was.
In 1891 werd een halte Delfweg geopend en had Lisse een eigen stopplaats. In 1896 werd de naam gewijzigd in Lisse. Van een station was nog geen sprake.

In 1905 kreeg Lisse een volwaardig stationsgebouw. Naar een ontwerp van architect D.A.N. Margadant. De bouwsom werd begroot op fl. 153.000,-.
Het is ontworpen in een asymmetrische vorm. Het hoge deel, boven de ingang, is de stationswoning. Naast het stationsgebouw staat een toiletgebouw dat oorspronkelijk door middel van een poortje met het stationsgebouw was verbonden. Het gebouw heeft vele kenmerken van de Jugendstil. Ook binnen zijn nog diverse oorspronkelijke details bewaard gebleven. De link met de Bollenstreek is te herkennen aan enkele schilderingen met bolbloemen. Het station werd op 15 november 1905 in gebruik genomen.
In 17 september 1944 (grote spoorwegstaking 2e wereldoorlog) werd de halteplaats gesloten. Vlak na de oorlog werd de halteplaats uit de dienstregeling geschrapt. In 1970 was het ook gedaan met de stopplaats voor het goederenvervoer.
Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw stopten er in het voorjaar nog treinen voor bezoekers van de Keukenhof. Het noodperron van station Lisse is voor het laatst (90-er jaren)gebruikt door Lovers Rail om reizigers voor de Keukenhof af te zetten.
Op station Lisse heeft tot 1980 een treindienstleider gezeten voor de bediening van de relaisbeveiliging.
In de loop der jaren verpauperde het gebouw sterk. Aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw kwam het op de nominatie te staan om gesloopt te worden.
In de stationswoning woonden toen nog de tweede stationschef met zijn echtgenote. Deze mevrouw U.M.Möller-Blom vroeg bij het bestuur van de Vereniging Oud Lisse aandacht voor de dreigende sloop van het markante pand.
Na moeizame onderhandelingen slaagde de Stichting Oud Lisse er in om in 1993 een contract met de NS af te sluiten en zo afbraak te voorkomen. De vereniging moest zorg dragen voor het (achterstallig) onderhoud. Het gebouw werd gerenoveerd. In de wachtkamer van de 3e klasse ontdekte men bijvoorbeeld nog Jugendstil-patronen op de banken. Die versieringen zijn teruggebracht.
Sinds 1994 was in het voormalige station Restaurant “De Verloren Koffer” gevestigd, in 2011 opgedoopt tot restaurant LiZz. In 2013 sloot dit restaurant.
Het stationsgebouw verwierf de status rijksmonument.
Stichting Kasteel Keukenhof verwierf in 2008 het voormalige station Lisse en het belendend terrein in eigendom. Na een restauratie werd Station Lisse, het voormalige stationsgebouw, in 2014 weer een horecagelegenheid.

Ingekleurde foto van het station

Ansichtkaart van station Lisse

Station Lisse is nu eigendom van Landgoed Keukenhof

Een oude foto van het station

3e Poellaan – Tuin- en parkaanleg Buitenplaats Ter Leede

Een gedeelte van het park van landgoed Ter Leede ligt in de gemeente Lisse.

Kadaster: B 2434, B 553, B 554, B 555, B 556, B 557. Monument: 52840.

Het buiten Ter Leede werd rond 1660 gesticht door de Amsterdammer Nicolaas Dragon. Hij bouwde een voornaam herenhuis dat vanaf de straatweg via een lange oprijlaan was te bereiken.
Na 1928 werd Ter Leede niet meer permanent bewoond. Het werd daarna onder meer gebruikt als opleidingsinstituut van de Katholieke Gidsenbeweging in Nederland. Na de restauratie in 1981 is Huis Ter Leede weer in particuliere handen gekomen en woonhuis geworden. Ter Leede is niet te bezichtigen.
Ter Leede ligt in Sassenheim, maar delen van de parkaanleg liggen in Lisse. Het huis en delen van de parkaanleg zijn rijksmonument.
Begin 20e eeuw werd het park aangelegd in de late landschapsstijl, ook wel gardenesque stijl genoemd. Kenmerkend is dat de lijnen in de tuin zich zowel naar punten binnen als buiten de aanleg richten. Bij Ter Leede zijn er o.a. zichtlijnen naar het omliggende weidelandschap. Afwisseling is belangrijk. Ter Leede heeft een slingerende vijver.
Er is nog een oude eikenlaan uit de 18e eeuw die in de latere parkaanleg is opgenomen. Op een minuutkaart van 1819 blijkt deze laan al ingetekend te zijn.

De entree van het park van landgoed Ter Leede

Heereweg 349a – ‘t Huys Dever

Reinier d’Ever bouwde Dever rond 1370 in een U-vorm. Later was de donjon een ruïne.

Kadaster: B-1962. Monumentnummer: 25895. Restauratie vanaf 1973.

De naam d’Ever is zeer oud, van voor 1221. Waarschijnlijk heeft het geslacht Ever gewoond op de locatie waar het huis Dever staat.

Reinier d’Ever bouwt Dever rond 1370. Dever is gebouwd in een U-vorm. De voorzijde is rond. Dat maakt de toren uniek in Nederland. De ronde vorm maakt de constructie sterk en zo kon de toren het in een belegering langer volhouden. De achterzijde, die op het zuidoosten is gericht, is vlak. Daar waren in de middeleeuwen moerassen, die het eventuele vijanden vrijwel onmogelijk maakten om Dever van die zijde te benaderen. Een ronde vorm was daar dus niet nodig.

Het huis is vergroot in 1628 en in 1631 of 1634 komt er een groot herenhuis bij. Bij het huis staat op de voorburcht het bakhuis, bouwhuis en braadhuis.

Tijdens de reformatie wordt in de muur van de bovenverdieping een kapelletje gehakt.

In 1703 waait tijdens een zware stom het dak van de oude Dever. De schade wordt in 1767 hersteld en er wordt een huurder gezocht. De houten ophaalbrug wordt vervangen door een stenen brug. Maar een nieuwe bewoner wordt niet gevonden. In 1848 stort een deel van het herenhuis in. (De bouwsporen met o.a. een trap in de ronde zijde zijn uit die periode). Er was gefundeerd in de oude slotgracht.

Iedereen die stenen nodig heeft haalt in die periode bouwmateriaal bij Dever. In 1862 storten ook de kapelgewelven van de donjon in.
Omstreeks de tweede helft van de 19e eeuw was er van Dever niet meer over dan een grote klomp metselwerk.

In 1945 werd de Nederlandse staat eigenares van Dever omdat Dever als vijandig bezit werd geconfisqueerd. Al in de twintiger jaren van de twintigste eeuw waren er stemmen opgegaan om Dever te restaureren.

In 1963 werd de Stichting Dever opgericht, die er voor ging ijveren om vorm te geven aan een zorgvuldige restauratie van de toren. Jaren heeft het geduurd, maar met behulp van de gemeente Lisse en Monumentenzorg kon er dan eindelijk, in 1973, worden begonnen aan een intense restauratie van de woontoren Dever.

De restauratie van de woontoren heeft vijf jaar in beslag genomen. Ook verdere plannen ter restauratie werden gemaakt en gerealiseerd.
De fundamenten van de voorhof zijn opgetrokken. De grachten zijn gegraven en het realiseren van de beide bruggen maken het weer tot een complete ridderhofstad.

Op de brug naar de voorhof staat een kunstwerk van Marie-Claire Witjes.
`t Huys Dever is een rijksmonument en een museum dat de geschiedenis van deze woontoren vertelt.

Donjon Dever in 2017

Dever 2002

donjon Dever in 2002

 

Ansichtkaart van de ruïne

Tekening van Schoemaker

Heereweg 347c – Voormalige poortwachterswoning

De voormalige poortwachterswoning bij Dever staat aan de oprijlaan naar ‘t Huys Dever.

Kadaster: B-2743. Monumentnummer: 25897. Restauratiejaren: 1978-1981.

De poortwachterswoning aan de oprijlaan naar ‘t Huys Dever (Deverlaan) heeft één verdieping plus zolder met zadeldak, de nok staat haaks op de Deverlaan. De topgevels hebben boerenvlechtwerk. Achter aan de oostzijde van het huis is een lange aanbouw, deels van hout. Het poortwachtershuisje is gebouwd tussen 1631 en 1634 door Johan van Schagen, eigenaar en bewoner van de ridderhofstad ‘t Huys Dever, toen deze een groter voorhuis aan Dever realiseerde. In de jaren 1950-1978 is de woning onbewoond en zeer vervallen. In 1971 is het huis in gebruik als opslag bij bloembollenkweker P. Schoorl van nummer 349. In 1978-1981 wordt de poortwachterswoning fraai gerestaureerd en verbouwd met C.B.F. Schoorl als opdrachtgever. (bron beeldbank Lisse.nl).

 

Het poortwachtershuisje van ‘t Huis Dever