A.M. Hulkenberg
Aan de zuidzijde der gemeente Lisse, niet zeer ver van Sassenheim, ligt in het buurschap De Engel de Akervoorderlaan, door bejaarde Lissers meestal de Voortlaan genoemd. Die weg moet al heel oud zijn. In het Leenboek A van de ridderhofstad Dever te Lisse wordt bij een begrenzing van een perceel, genaamd Vrancken hofstede, al in 1444 over “een lijtweg, genaamd Aggevoerdt” gesproken.1 Nog veel vroeger, reeds in de dertiende eeuw, leest men in het “Oude register van Graaf Florens” tussen de leengoederen van Teylingen: “Jan Naghel (…) een morghen tusscen Vloedorp ende Anghenvort”. Op 12 november 1326, passeert in een oude akte de naam van Margriete Ghysendr. van Aghenvorde, die een stuk land in Noordwijk aan de abdij Ter Leede of Leeuwenhorst aldaar had geschonken.(2 In een trouwinschrijving van 1607 heet het hier Aeckevoorts en op de kaart van Floris Balthasarsz. uit 1615 eveneens Akevoort.
De Voort
Een voord of voorde is een doorwaadbare plaats in een rivier of een beek. Tevens een plaats waar de weg bij tijden zo nat werd, dat het onmogelijk was droogvoets verderop te komen. Dat klopt precies. Als na een natte periode het Keukenduin van Teylingen met water was verzadigd kon de Lisser Beek het niet verwerken en stroomde het over de Heereweg – niet meer dan een zanderige landweg – af naar het Haarlemmer Meer. Om dan van Lisse droogvoets naar Sassenheim, Teylingen of Leiden te komen maakte men gebruik van het Hoylaentje, de Groeneweg ofwel de Achterwegha, nog steeds smal en grinderig, die nu echter officieel de grootse naam van Oude Heereweg draagt. Dicht bij de Voort woonde het gezin van Jacob Dirks van Larum, die later Jacob Dirks genaamd van der Voorden heet. Uit hem is een Lisse’s geslacht Van der Voort ontstaan. (De kinderen van Jacobs broers zijn zich om onbekende reden Van Steyn gaan noemen.5) Later heeft men de Nieuw watering gegraven, “anders genaemt Mallegat”, zoals de kaart van 1746 vermeldt. Deze is in 1604/05 bij het afzanden van het Keukenduin nog extra verbreed en verdiept en zo had het ongemak van de voorde afgedaan. Bij het spitten aan het Mallegat hebben de mensen uit de buurt duchtig meegewerkt. Daar zijn ook bij Gerrit Comelis Claes, Claes op ‘t Nest en Comelis Keijzers, die we later nog zullen ontmoeten.
‘t Nest of ‘t Nestje
De percelen aan de Akervoorderlaan, het huidige bollenland, worden nog altijd “’t Nestje” genoemd. Iets verderop staat een rijtje woningen, misschien vijftig of zestig jaar oud, waarin een gevelsteen met het opschrift Het Nestje is ingemetseld. Inderdaad woonde hier ergens in de tweede helft der 16de eeuw het gezin van Gerrit (Langeveld) op ‘t Nest: Claes, Comelis, Meeus, Neeltje en Maarten.(5 Claes Gerrits op ‘t Nest blijft ter plaatse wonen, maar honderd jaar later leest men alleen nog Nest (7 en kort daarop is deze naam geheel verdwenen. Kennelijk zijn de Langevelden op ‘t Nest hier weggetrokken. Nu rijst de vraag, waar dat Nest precies heeft gelegen. De huidige huizen ‘t Nestje staan in Voorhout, terwijl het historische Nest in Lisse stond, wantdaar moest men zijn belasting betalen. Precies op de plaats van het huidige Nestje kan het dus niet zijn. In het register van de verpondingen van 1657 lezen we: De Overgeest of Duinbuurt. Huig Gerritsz op’t Nest (…) in de polder van Westgeest, 3 partijen neffens de anderen, waarop een hofstede staat, groot te samen 6 morgens.
De Speelman
Later spreekt men van het Speelmansnest. Het lag tegen het duin, iets ten noord-westen van Akervoorde. In 1705 werd het een vervallen huis genoemd.(9 Die “speelman” of “spulman” is Willem Gerritse op ‘t Nest, die misschien wel als rondtrekkend muzikant in herbergen of op kermissen een extra duit verdiende. Intussen werkt de naam Speelman in deze contreien wel zeer verwarrend. Vrijwel alle landerijen aan de Akervoorderlaan en omgeving zijn gekocht en in cultuur gebracht door de bloembollenfirma C.J. Speelman & Zoonen, waarvan de oprichter in 1831 te Pernis was geboren’0 en die dus niets met Willem Gerritse Speelman en het Speelmansnest te maken heeft. In onze eeuw heeft men de verbindingsweg tussen de Akervoorderlaan en de Loosterweg naar een der zoons van C.J. Speelman ‘Johan Speelmanweg” genoemd. de tweede zoon van de genoemde Gerrit Langevelt op ‘t Nest was Comelis Gerrits, duinmeier te Voorhout. Op een grafsteen die thans buiten de dorpskerk van Sassenheim ligt leest men echter: “Gerrit Comelius van den Nes” en “Aeltje Jacobs van der Voorde, starf den 6 Juni 1607”. (Die waren dus in hun jeugd al buren geweest.)

afl. 1. Kaart van een partij land en een boerenwoning, gelegen in de ban van Lisse
bij het Mallegat en het Keukenduin, door Erasmus den Otter, 1647. Gemeentearchief,
Haarlem; familie-archief Van Sypesteyn, nr. 7536.

afl. 2. Detail van afb. 1.
Nu vraagt men zich toch af, of de steenhouwer de naam “van ‘t Nest” wel goed heeft verstaan. Of vond men het zo misschien netter? Was het woord misschien oorspronkelijk werkelijk “nes”, een neusvormige hoek of punt van het land? En is het “Nesje” dan door volksethymologie tot “Nestje” geworden? Of is het toch echt een boerderijtje, dat tegen de rand van het duin ligt aangevlijd? We weten het niet.
Van Sypesteyn
Geleidelijk aan komt hier in de zeventiende eeuw steeds meer de naam Van Sypesteyn naar voren. Jonker Jan van Sypesteyn uit het Utrechtse was in 1,588 getrouwd met Catharina van Nyenrode, de erfdochter van Het Hof van Hillegom, waarvan het duinbezit zich tot aan het Keukenduin van Teylingen uitstrekte. (11 Met de afgraving van dit laatste duin, beginnende in 1604, had Van Sypesteyn zich ook intensief bezig gehouden. Bij de latere verdeling van het Keukenduin tussen de erfpachters in 1616 was aan Johan van Sypesteyn het stuk tussen de Veenderweg (Stationsweg) en de Spekkelaan te Lisse, alsmede het deel tussen de Trijnelaan (Catharijnelaan) en het Mallegat toegevallen.(6 Bovendien exploiteerde hij het zuidelijk deel van het Keukenduin, van het Mallegat tot voorbij ‘s-Gravendam samen met Odilia Valckenaar, de weduwe van Jonker Johan van Wassenaer van Warmond. Zolang die duinen niet afgegraven waren, werden ze aan duinmeiers verpacht. In 1620 bijvoorbeeld het eerste stuk aan Claes en Adriaen Jansz. Hits en het stuk tussen het Mallegat en de Trijnelaan aan Claes Gerritsz. de Monnick.(12
Nu begrijpen we ook de belangstelling van Sypesteyn voor de landerijen die tegen de oostzijde van het Keukenduin gelegen zijn. Telkens weer leest men van aankopen in dit gebied. Met name toen in 1625 Johan van Sypesteyn was gestorven. Comelis, de zoon van de overledene, koopt van zijn zusters en medeërfgenamen het erfpachtsgoed Keukenduin met een boerderij tussen het Mallegat en de Trijnelaan. Soms zijn het maar kleine stukjes. In 1658 twee morgen land aan het Keukenduin en het Mallegat, die hij koopt van Louweres Pietersz. van ‘t Nest.(13 De Van Sypesteyns hebben tot de dood van Jonker Cornelis in 1665 regelmatig ‘t Hof van Hillegom bewoond. In genoemd jaar stierf Comelis, twee jaar later gevolgd door zijn echtgenote. Zijn oudste zoon, Cornelis Ascanius, volgde hem op als eigenaar van ‘t Hof. Hij werd echter in 1673 – door zijn eigen vaandrig – vermoord en nu droeg zijn weduwe ‘t Hof over aan haar zwager Maarten van Sypesteyn. Het huis werd daarop meestal verhuurd; Maarten van Sypesteyn kwam er niet wonen.
De boerderij Akervoorde

afl. 3. Kaart van het huis Akervoorde met de landen gelegen tussen Sassenheim en Lisse, door N. van Ca& 1717. Gemeente-archief, Haarlem; familie-archief VanSyp esteyn, nr. 1357.
Nu hebben we wel gesproken over ‘t Nestje, maar nog niet over de boerderij van Keijzer, die daar dichtbij aan de Akervoorderlaan stond. In 1622 woonde daar in de Westduynbuyert Comelis Pietersz. Keijzer en Aechtjen Adriaensdr. met hun kinderen Comelis, Marijtje en Annetje. De zoons Pieter en Adriaen waren al de deur uit, maar vader Comelis “heeft een gehuyert knechtjen van Pouwels Comelisz. Cock, genompt Bastyaan”.(14 Op 21 augustus 1680 gaan de gezamenlijke erfgenamen tot verkoop der boerderij over .is Bij “publycque veijlingen” wordt ze verkocht aan de “Heer Martinus van Sipesteyn, bailluw van der Nieuwburgh, tot Alckemade woonachtig”. Het betrof een “bouwhuis met sijn erve, boomgaertie daeraen gehoorigh ende nog drie partijen weij- of teellant, daer mede aen en omme in den polder van de Westgeestis in Lisse gelegen”. Het is aan de zuidwestzijde gelegen aan “de Aeckervoort” – in 1689 genoemd “een lijdweg genaamt Akenvoort” -, aan de zuidoostkant de “Heer van Out-Alckemade” te Warmond, Comelis Briole en aan de noordwestzijde Maarten van Sypesteyn zelf. Verder verkopen ze hem nog een drietal partijen wei- of hooiland in de Lage Venen. “Wijders met sodanige voordeelige en naerdelige condities van over-, noth-is en uytwegen”. De verkoopprijs is 712 gulden en 10 stuivers, “den lesten penningh metten eersten te betaelen Meijdage (1 mei) des toecomende jaers 1681”. De boerderij en haar toebehoren blijken echter geen rechte eigendom te zijn, het is erfpachtsgoed.

afl. 4. Detail van afl. 3. In onderste perceel A rechtsonder het huis Akervoorde.
Ieder jaar op Allerheiligendag, moet 80 gulden aan erfpacht worden betaald aan de erfgenamen van Jonker Sybrant van Alckemade, aan wie ook het aangrenzende deel toebehoort. (Op een der gekochte percelen in de Lage Venen rust een erfhuur van één gulden, aankomende de erfgenamen van jonker Johan van Matenesse.15) Negen jaren later willen de erfgenamen van Agatha van Alckemade (19 het erfpachtsrecht van Akervoorde van de hand doen. Dan verschijnt voor de notaris te ‘s-Gravenhage jonker Sybrand Joseph van Kuijk van Mierop, woonachtig te Delft, zoon van de erflaatster, en verkoopt aan Maarten van Sypesteyn “het Dominium Directum ofte den Grondeygendom ende erfpacht van 80 gulden van een woninge genaamt Akenvort met vijf mergen lants (…) in de polder van de Westgeest”. Tevens nog een loosterkamp overduin, dat is aan de andere zijde van het Keukenduin in de Lageveense polder en nog een ander perceel van vijf morgen aldaar. De erfpacht hiervan bedroeg “een jaarlijkse canon van 72 gulden ende daar en boven nog een vierendeel appelen of peeren, ‘t houden van twee paar kapoenen ende een speelvaert”. Blijkbaar had men in Delft geen behoefte aan de Lissese appels, peren en kapoenen of aan het dagje spelevaren op de Trekvaart, want dit te samen wordt veranderd in een extra bedrag van acht gulden.1(7 Intussen is Maarten van Sypesteyn al in, 1681 overleden. Uit zijn huwelijk met Quirina Comelia Pieterson liet hij een zoon na, een kind van één jaar oud, Maarten Adriaan. ‘t Hof van Hillegom werd door zijn voogd in 1685 weer terugverkocht aan Comelis Ascanius 11, de zoon van de in 1673 overleden eigenaar.( 20 Men woonde in Haarlem en Alkmaar en kreeg voor buitenplaats steeds meer oog voor het landelijke Akervoort. Intussen was de weduwe van Maarten hertrouwd met Adriaan Pieterson, die nu de belangen van Akervoorde gaat behartigen. Daar woont aan de Akervoorderlaan als pachter Huijg Willemsz. Rode.(21
De buitenplaats Akervoorde
Hoe zal men zich een buitenplaats met pachter nu moeten voorstellen? Nu, in de regel werd aanvankelijk het huis geheel door de pachter bewoond, terwijlmen in de zomerperiode enige vertrekken voor de heerschappen uit de stad in gereedheid hield. Dan leefde de boerenfamilie toch goeddeels buiten of in de stal of in het zomerhuis. Later werd dan vóór de boerenwoning een herenhuis gebouwd. Soms vormden de beide huizen, zoals ook bij Zandvliet te Lisse, één geheel. (22 De (kleine) plattegrond op het kaartje van 1717 staat dit ook hier wel toe. Later blijkt het huis in tweeën verhuurd en wijlen de heer Jan Damen, dicht bij Akervoorde geboren en getogen, herinnerde zich aldaar nog twee woningen, de een achter de ander. Iets bijzonder groots en indrukwekkends is Akervoorde nimmer geweest; in geen enkel boek over huizen of buitenplaatsen wordt het vermeld. Maar de tuin mocht er toch wel wezen! Niet ver van de Akervoorderlaan ligt aldus het huis, juist waar nu het bloembollenbedrijf Leo Berbee & Zn B.V. gevestigd is. Aan de andere zijde van de laan ligt thans land van de erfgenamen Speelman. Dit behoorde indertijd aan “Vloor van Alkemaden” (jonker Floris van Alkemade), eigenaar van het kasteel Oud-Alkemade, aan het einde van de Wasbeeklaan, binnen de gemeente Warmond.(23

afl. 3. Kaart van het huis Akervoorde met de landen gelegen tussen Sassenheim en
Lisse, door N. van Ca& 1717. Gemeente-archief, Haarlem; familie-archief Van
Sypesteyn, nr. 1357.
Het is thans in pacht bij het bloembollenbedrijf R.I.M. Bisschops en in het voorjaar bloeien hier die prachtige tulpen. Achter het huis Akervoorde lagen de mooie tuinen met de waterkom. Daar ongeveer is “de scheijdingh van Liss en Voorhout”, op de kaart schematisch aangegeven. Dan volgt het bos met zijn geometrische vijver. Links is de moestuin. De tuinpercelen lopens langs het Mallegat door tot de Loosterweg, waar we rechts voor de brug – waar zich thans de firma Boot bevindt – het “Blijckers Huys” zien. Daar werd dus het linnengoed gewassen en gebleekt. Alles te samen is 89 morgen 543 roe. De kaart van de Wooninghe Akevoorde is uitgegeven op 21 september 1717, ondertekend van Call.
Het kind van de in 1681 overleden Maarten van Sypesteyn heette Maarten Adriaan. Deze trouwde in eerste huwelijk in 1707 met Margaretha Helena Kaldenbach. Men vindt hen regelmatig op Akervoort, waar op 24 november 1709 hun zoon Johan wordt geboren.(24 Maar geheel in pais en vree is alles in en om Akervoorde toch niet verlopen. De weduwe van mr. Maarten, Quirina Pieterson, was zoals boven gezegd hertrouwd met Adriaan Pieterson en deze probeert zijn al of niet gepretendeerde deel van het bezit op Akervoorde veilig te stellen. Zoon Maarten Adriaan van Sypesteyn weigert echter iets af te geven. Dan stapt Adriaan van Pieterson op 3 december 1707 in Den Haag naar de notaris en verzoekt hem zich in aanwezigheid van enige getuigen naar Akervoorde te begeven en zijn stiefzoon gerechtelijk aan te zeggen, dat hij op 7 december 1707 zijn meubelen en verdere goederen aldaar zal komen afhalen.(25 “En cas van refuus ofte nige empeschement” bij het afhalen zal de notaris “tegen dezelve expresselijk protesteren van alle kosten, schade en intressen, albereids gehad ende geleden, of nog te hebben ende te lijden”. Hoe deze zaak is afgelopen vertelt de geschiedenis niet. Een regelmatige bron van inkomsten van een buitenplaats was de houtverkoop en die vindt ook op Akervoorde steeds weer plaats. Op 3 november 1716 geldt het bij voorbeeld “het wassende hout op de struik: de olmehagen ende elsthagen, mitsgaders appel-, peer- en kersebomen te ontruimen voor 1 januari 1717”. De olmen (iepen) tussen de kvels moeten blijven staan en er mag geen schade worden toegebracht aan de beukenhagen. (Natuurlijk de opgesnoeide haagbeuk, Carpinus betulus.) “De kopers zullen hun gekochte mogen schepen in de Sandsloot ende daartoe mogen berijden de ordinaire (= gewone) weg (de Akervoorderlaan dus) ende de zuidelijke laan van de plaatse, en geen andere”.26
Boelhuis op Akervoorde, 1717
Evenals zijn vader is ook Maarten Adriaan van Sypesteyn niet oud geworden. Hij overleed te Alkmaar op 25 juni 1717 en werd zoals zo velen zijner familieleden te Hillegom begraven. Hij liet drie zeer jeugdige kinderen na, waarvan de moeder reeds in 1715 was gestorven. Als hun voogden had Maarten Adriaan in zijn testament van 12 juni 1717 aangewezen zijn zwager Joan van Essen, burgemeester van Zutphen, en zijn neef Cornelis Ascanius (11) van Sypesteyn.(27 “Op den Huise Akervoord in de Westgeest” hebben deze op 10, 11 en 12 augustus 1717 een groot boelhuis gehouden. Alles wordt verkocht. Men begint buiten: het hooi op rooken (grote oppers), tarwe aan het Mallegat in de Lage Venen, het gras in de weide van de Doolhof met de naweidezs bij de Blekersweide, de gerst op de kroft bezijden de plaats en waar nu de paarden lopen. Dit land werd gepacht door Bart Jacobse van der Son. (Er zijn nog steeds Van der Zonnen aan de Akervoorderlaan woonachtig). Dan nog 14 zakken haver. De karos wordt voor 210 gulden gekocht door schout Jacob van Dorp. Er is een zwarte merrie: 28 gulden en 10 stuivers, en verder nog diverse andere paarden en tuigen, een mestvork, een roskam met borstel en een teervaatje, vier stuks ossen en vaarzen29 en twintig schapen. In de oranjerie heel veel potten en potjes, visnetten, een draagton en een mand. In huis bedden, rokken en japonnen – Mevrouw Sylvius uit Haarlem koopt voor 30 gulden en 10 stuivers een zijden japon -, manshemden, slopen, lakens, servetten en ledikantbehangsel. Het hele huis wordt leeggehaald, tot de kleinste zaken toe: een triktrakbord, dat door de heer Berkheij uit Leiden wordt meegenomen, een Japanse trekpot, kopjes, schilderijen, blakers, tafels, lijsten, matrassen en een zweep. Ten slotte ook portretten, maar wie deze voorstelden wordt helaas niet vermeld.(30
Akervoorde cum annexis is in het bezit gekomen van Cornelis Ascanius (11), een neef van de overleden Maarten Adriaan. Deze was sinds 1685 ook al eigenaar van ‘t Hof van Hillegom, dat echter steeds verhuurd was.(11 Inderdaad blijkt Ascanius ook op Akervoorde te hebben gewoond, wantpas in 1747 wordt vermeld, dat hij metterwoon naar Hillegom is vertrokken. (31 Lang heeft zijn verblijf aldaar niet geduurd, want hij is reeds op 26 december 1747 overleden en in de familiegrafkelder in de kerk van Hillegom begraven.
Akervoorde weer boerderij
De oudste dochter van Comelis Ascanius (11), Anna Jacoba Catarina vanSypesteyn is getrouwd met Antonie Swaens, rentmeester van de Swaluwe(Hoge en Lage Zwaluwe) .(32 Zij werd na de dood van haar vader Vrouwe van Sypesteyn en moet ook op Akervoorde hebben vertoefd. Later is het huis steeds verhuurd. Na haar dood in 1778 wordt namens de voogden over de minderjarige kinderen de boerderij tussen het Mallegat en de Trijnelaen en nog “een land genaamd het Speelmansnest, gelegen aan ‘t duin” verpacht aan Barend van der Voort en vier jaar later aan David Michielse Munnickendam.(33 Akervoorde zelf, het voorste gedeelte, wordt verhuurd aan Huig van Bourgogne (Bourgondië).(34 Dat betreft alleen een zijkamer, een binnenkamer en een klein vertrekje, alsmede de stal en de zolder. Maar de zijkamer alleen zolang de beesten op stal staan. Kennelijk wilden de verhuurders voor zich zelf ook enige woonruimte in gereedheid houden. Het achterste gedeelte van Akervoorde met wat bijhorend land wordt verhuurd aan Harman Mens of Menssen, tuinder, die zelf als “harme mense” het contract ondertekent, 2 november 1781. Hij mag met zijn goed naar de schuit of markt over de laan en alzo het voorste hek uitrijden. Intussen houdt Akervoorde op een buitenplaats te zijn. Op 18 december 1783 wordt “een grote quantiteit eiken- en beukenbomen, zwaar essen- en elshakhout, op en om de landen van de hofstede Akervoort verkocht.(34 Het wordt kaal om Akervoorde. Wel worden “aan de huising van Aakenvorte” regelmatig kleine herstelwerkzaamheden verricht. In 1788 is er metselwerk en heeft Comelis van Brake1 “gesudeert in de kielen op Akevoord. Aan sudeer en arbeysloon 1 gulden en 16 stuivers”. Van Brake1 heeft dus op de inspringende hoeken, waar de dakvlakken elkaar raken, het lood nieuw gesoldeerd. Ook wordt de pomp “aan ‘t Heerehuys” gerepareerd. In 1792 levert Daniel Guldemondss verf en is de timmerman weer bezig. Jan Schenk levert “hengsels, krikken en dreppelijzers”. En zo gaat dat maar door.(36
De families Brender à Brandis en Pels Rijcken
Als eigenaars van Akervoorde met de omliggende landerijen komt nu een aantal nieuwe namen naar voren, namelijk Brender à Brandis en Pels Rijcken.3(8 De weduwe van Comelis Ascanius (111) van Sypesteyn, Charlotte A. Kelderman, was namelijk hertrouwd met Christoffel Christiaan Brender à Brandis, terwijl de aangetrouwde tante van Anna Jacoba Catharina van Sypesteyn, Anna Swaans, gehuwd was met Laurens Pels. Bovendien is Sara Clara Pels getrouwd met Johannes Adrianus Rijcken. Verder is hun zoon Christiaan Pels Rijcken gehuwd met Catharina Maria barones van Heeckeren van Brandsenburg. Al die diverse familieleden blijken in de ongedeelde boedel van Akervoorde geïnteresseerd, totdat in 1855 Gerhard Christian Coenraad Pels Rijcken, luitenant ter zee, & Consorten te Breda, tot verkoop overgaan.(39 De Huizinge Ackervoorden zélf met naaste omgeving komt aan Hendrik Janse van Lierop, tuinier, wonende te Hillegom. De huismanswoning tussen de Catharijnelaan en het Mallegat met bijbehorende landerijen worden gekocht door Dirk en Simon Prins, tuinders te Voorhout. In 1817 troffen we op Akervoorde nog aan Harmen Mens(e) met Claasje Kortemuller en hun zoon Hermanus, getrouwd met Jannetje van der Linden met hun talrijke kroost. (40 Vader Harmen is kort daarop gestorven en in 1825 is ook Hermanus overleden. Dan wonen nog in het huis aan de Voort (34 de weduwe van Hermanus Mens en Dirk Mens, eveneens tuinier, getrouwd met HelenaRuigrok .(41 Altijd twee gezinnen op Akervoorde. Dirk trekt in 1860 naar Voorhout. Daarna komt hier Henricus van Lierop uit Hillegom met Elisabeth Heemskerk, terwijl in het tweede huis, (34a, daarachter, een ongehuwde wasvrouw, Grietje Geers, en diverse arbeidersgezinnen wonen.(41

afb. 8. Kaartje van de grens tussen Lisse en Voorhout door J. van Beek, 1878. Archief Parochie St. Agatha, Lisse, inv. nr. 4.
Berbee
Niet ver van Akervoorde verwijderd, bij de hoek van de Akervoorderlaan en de Achterweg woonde de tuindersfamilie Berbee, afkomstig uit Overveen. (41 De naam Berbee doet een Franse afkomst veronderstellen en inderdaad vinden we in de doop-, trouw- en begrafenisregisters in het Gemeentearchief te Haarlem zo’n familie als “Waals” genoteerd, en wel onder de meest uiteenlopende naamsvarianten: Berbé, Barbe, Barbeij, Barbée, Berbe, Barbet, Berrebeê en zelfs als Barbin, Berrewey of Derbee. Of de katholieke familie Berbee of Berbée, die zich in de eerste helft der vorige eeuw in Lisse gevestigd heeft tot ditzelfde geslacht behoort, is zeer twijfelachtig. In Overveen schrijft men in de r.k. trouw- en doopboeken alsmede in het notarieel archief steeds “Berben” . (42 Men zou willen, dat er Berber stond, hetgeen in het Frans ook als Berbee wordt uitgesproken, maar het staat er niet. Pieter Berbee was op 28 augustus 1789 te Overveen geboren als zoonvan Jan Harmze Berben en Antje van Velsen, die op 2.5 januari 1778 te Bloemendaal in het huwelijk waren getreden.(42 Jan Harmse was een zoon van Harmen Jansz. Berben, die op 15 november 1744 voor de pastoor van Bloemendaal trouwde met Geertruy Gerrits. De herkomst van Harmen Jansz. is in Overveen en omgeving niet te vinden, maar in Midden-Limburg, met name in Bom, Baexem en Heythuysen, kwam de naam Berben regelmatig voor.(43 Nu is het bekend, dat in de achttiende eeuw verscheidene bewoners van het schrale Limburgse land naar de omgeving van Haarlem trokken, om met name in de vele daar gevestigde blekerijen werkzaam te zijn. Aldus zullen we de herkomst van het geslacht Berben/Berbee wel in Limburg moeten zoeken. Genoemde Pieter trouwde met Anna Helena Seysenaar of Sijzener, akkerbouwster, in 1809 – de naam verraadt het al – te Hillegom geboren. De derde van de acht kinderen, eveneens een Petrus of Piet, geboren 17 augustus 1833, trouwde met Johanna van Lierop, geboren te Hillegom op 18 juni 1841 als dochter van de reeds genoemde Hendrik Jacobus van Lierop en Elisabeth Heemskerk.(41 Alweer van die echte Hillegomse namen. Het oog der liefde behoefde niet ver te kijken; schoonvader Van Lierop was sinds 1855 eigenaar van het nabij gelegen Akervoorde. Aldus zijn door dit huwelijk de Berbee’s op Akervoorde gekomen. Wijlen Jan Damen herinnerde zich het oude Akervoorde nog goed. Voor de boerderij lag een stuk duin en aan de weg stonden twee stenen inrijpalen met het opschrift “Aker-voort”.

afb. 7. Stenen dekplaten van de twee hekpalen. Op de rechter is AKER te ontwaren, maar links is niet te lezen.
(De beide dekplaten zijn een aantal jaren geleden weer uit de grond opgespit en liggen nu terzijde van de inrit.) Akervoorde was een oude boerderij. In het voorste deel woonde Jan Berbee, in het achterste deel zijn vader Piet, geboren in 1872. In 1922 kwam Akervoorde enige tijd in het bezit van de bloembollenkweker Jan Pereboom. In die jaren moet het oude huis zijn gesloopt. Mevrouw A. Pereboom-Veldhuyzen van Zanten bezit nog een aantal ingelijste tegels, die van Akervoorde afkomstig zijn. Maar de heer Peereboom stierf vroeg en korte tijd later kwam Akervoorde weer aan de familie Berbee. Leo Berbee Jansz., als boeren- en tuinderszoon op Akervoorde geboren, en diens zoons hebben het bollenbedrijf krachtig uitgebouwd en thans bezit “Le0 Berbee & Zn B.V.” met name door zijn lelies en zijn Hippeastrums ofwel Amarylissen een wereldvermaardheid. Al lijkt de naam Akervoorde hierbij verloren te gaan.
AANTEKENINGEN
1. C. Hoek in “Ons Voorgeslacht”,juni 1974, nr. 233, p, 134. Een “lijdweg” is een weg waarlangs men gaat. De breedte werd soms op 16 voeten bepaald. Het woord “aker” is moeilijker teverklaren. De betekenis “akker” of “aker” (eikel) is niet mogelijk, omdat men dan in de oudste vormen tenminste een r zou mogen verwachten. Was de naam dan oorspronkelijk afgeleid van het latijnse “aqua” (water), zoals men ook bij “de Lage Ake” te Warmend veronderstelt? We weten het niet. (Met dankaan het P.J. Meertens-Instituut te Amsterdam.)
2. Het oude register van Graaf Florens, fol. 89. ARA, Arch. Leeuwenhorst; charter, ongenummerd.
3. ARA, DTB Lisse, ger. doopboek, 26 jum 1607.
4. Zie de kaarten van Floris Balthasars en Balthasar Florisz.
5. Notities van Ir. A.F. de Graaff.
6. A.M. Hulkenberg, Keukenhof, Hall. Studiën nr. 7, p. 15 e.v.
7. Notities Ir. A.F. de Graaff, 1674.
8. GA Lisse, Verpondingsregister nr. 69 (1657), nr. 72 (1672).
9. Id. nr. 77, nr. 80 (1708r AtiA, RA L’~sse 9, fol. 198, Willem Gerrits Speelman verkoopt percelen aan Jacobus Sprong, Heer van Sluipwijk (1673).
10. A.M. Hulkenberg, Kent U ze nog, de Sassenheimers, Zaltbommel, 1978. nrs. ll. 13. 14. 58.
11. Id., ‘t Hof van Hillegom, Alphen a/d Rijn, 1978, p. 8 en p. 16 e.v.
12. GA Haarlem, Famarch. Van Sypesteyn, nrs. 1522 en 1524.
13. Ib. nrs. 276, 279 en 282. ‘. ’
14. Kohier Hoofdgeld, GA Leiden, secr. arch. nr. 7542
15. ARA, RA Lisse nr. 10. fol. 193 e.v.
16. De Westgeest of Westergeest lag aan de zuidzijde van Lisse, ten westen van de Heereweg.
17. ARA, RA Lisse nr. 11, fol. 242 e.v.; vgl. sant. 1.
18. Het woord notweg houdt verband met& woorden genot en genieten. Een weg dus waarop men zekere rechten, bijvoorbeeld overpad geniet.
19. Woonachtig op het Huis Oud-Alkemade, juist binnen Warmond.
20. Aant. 11, o.c. p. 38. ARA, Arch. Heul. Hillegom nr. .5.
21. GA Lisse nr. 76 (1668).
22. A.M. Hulkenberg, Zandvliet, Alphen a/d Rijn, 1982, p. 37 en elders.
23. S.J. Fockema Andreae e.a., Kastelen in Rijnland, Leiden, 19.52, p. 67. A.G. v.d. Steur,Heeren ex Bueren, I.eiden, 1969, p. 63-72.
24. S.M. van Zanten Jut, Inventaris Famarch. Van Sypesteyn, deel 11, Nieuw Loosdrecht, 1969, p. 318/19.
25. GA Haarlem, Famach. Van Sypesteyn, nr. 374.
26. ARA, RA Lisse nr. 66, fol. 21.
27. Over de moeilijkheden tussen hen beiden omstandig in Famarch. Van Sypesteyn, nr. 376.
28. Het etgroen, tweede grasgewas dat na het maaien opkomt.
29. Jonge koeien die nog niet of pas één keer gekalfd hebben.
30. De portrettencollectie bevindt zich op het kasteel Sypesteyn te Nieuw~I.oosdrecht.
31. GA Llsse, inv.nr. 219, nr. 37.
32. Genealogische kwartierstaten van Ned. geslachten, Tweede serie (1X68-1870). Noot 24, dl 1, p. 52. Ib. 154.
33. Famarch. Van Sypesteyn, nr. 1,534.
34. Ib. nr. 394.
35. Zie over de bloembollenkweker Daniel Guldemond, A.M. Hulkenberg, Kent U ze nog, de Lissers, Zaltbommel, 1974, nr. 35 en 70.
36. Famxch. Van Sypesteyn, nr. 395 en 396.
37. H. de Jager, “De Brielsche Vroedschap in de jaren 161X-1794”, Alg. Ned. Familieblad (1895), p. 199. Fam.arch. Van Sypesteyn, nr. 396.
38. Ned. Patriczaat 1904, p. 331 e.v. Ned. Adelsboek 1942, p. 400.
39. Kadaster ‘s-Gravenhage. Zie ach. Keukenhof nr. 59.
40. Fam.arch. Van Sypesteyn, nr. lF>38.
41. GA Lisse, Bevolkingsregisters. Id. kadasterkaart, getekend door W.J. van Campen, 1890.
42. RA Haarlem, DTB en notariële archieven. Wanneer op 9 februari 1823 een jongere broer van Pieter, Henrirus, te Hillegom in het huwelijk treedt met Maria van Opzeeland leest men in de huwelijksakte: “Henricus Berben, jongeman, ook genaamd Berbe”.
43. E.M.A.H. Delhougne e.a., Genealogieën, deel 11 (1958) en deel 111. In Limburg is de voornaam Berbe of Berbken (Barbara) zeer bekend. Sint Barbara gold o.m. als de patrones der mijnwerkers. Het kwam vroeger vaker voor, dat kinderen naar de moeder werden vernoemd, indien haar familie bekender was of als belangrijker gold. Zo kan – met een zwakke genetief-n – de naam Berben, d.1. zoon van Berbe, zijn ontstaan.
Tekst en foto’s uit het Leids Jaarboekje 1984 blz 155
Onderstaande tekening komt niet uit het Leids Jaarboekje

Akervoorde in 1647, getekend door landmeter en kaartmaker en later architect Erasmus den Otter. Het stenen huis is de Heerenhuizinge van Sypesteyn, de boerderij erachter is waarschijnlijk de duinboerderij. Kaart van Hondius, 1629,