PARELTJE: Kronieken en kaarten van J. B. van Loenen
Wandelroutes zijn nu erg in, maar uit dit Pareltje blijkt dat wandelen rond de voorlaatste eeuwwisseling ook in trek was. Wandelen is een gezonde bezigheid, zo kom je nog eens ergens en leer je wat over een andere plek.
Door Ria Grimbergen
Nieuwsblad 23 nummer 3 2024
J. B. van Loenen moet niet veel hebben van de automobielen en fietsen, die de zo aangename weg tussen Lisse en Hillegom afrazen. Het monstervervoermiddel auto doet hem denken aan de vuurspuwende beesten uit het bijbelboek Openbaring. Nee, liever wandelt hij van Lisse naar het onderwerp van zijn boek, Hillegom.
In 1916 verschijnt bij de stoomdrukkerij firma H. Hamberg Jz. Van Loenens ‘Beschrijving en kleine Kroniek van de Gemeente Hillegom’, opgedragen aan jhr. dr. J. Six, ambachtsheer van Hillegom. Mijn meer dan een eeuw oude exemplaar ziet er nog schitterend uit. Het is gedrukt op hoogwaardig papier en de vele afbeeldingen, prenten en foto’s, zijn van hoge kwaliteit. Gebonden in linnen met goudbestempeling kostte het boek ƒ. 4,-. De Hillegomse uitgevers/drukkers H. Hamberg Jz. en C. Velthuys toonden met deze uitgave waartoe ze als boekdrukkers in staat waren. Voor Lissers is het boek interessant omdat Van Loenen zijn wandeltocht begint in het ‘stedeke’ Lisse met zijn ‘niet vierkant’ Vierkant, dat hem doet denken aan een stadskwartier. Vervolgens gaat hij over wat toen de Rijksstraatweg heette naar Hillegom en vult al wandelende bijna tien procent van zijn boek met informatie over Lisse. Rosendaal met zijn twee grimmige zittende leeuwen, rechts een eigenaardige blanke gevel met fraai lofwerk versierd van architect J. London (Huize Maria), de bollenschuur Welbedrogen, Wildlust, Veenenburg en koffiehuis de Nachtegaal beschrijft hij. Hij betreurt de afzandingen en de verdwijning van de buitenplaatsen, maar geeft toe dat de buitenhuizen voor de lucky few waren en de intensieve bloembollencultuur en de kalkzandsteenfabriek ‘Arnoud’ werk aan velen bieden. Het was niet Van Loenens eerste kroniek.
In 1890 schrijft hij met assistentie van de student J. J. Hasselbach een ‘Gids voor Leiden en omstreken’, een werkje dat in twee drukken een oplage kent van tweeduizend exemplaren en nu zeldzaam is. Volgens Van Loenen is het succes vooral te danken aan de ‘omstreken’ uit de titel; over Leiden is al zoveel geschreven. Het is wat haastwerk geweest. Van Loenen is niet tevreden en wil graag een uitgebreidere versie publiceren. Een derde en zeer verbeterde druk verschijnt dan in 1905 als ‘Gids voor en kleine kroniek van Leiden en omstreken’. Ingenaaid in een papieren omslag ligt het voor een bedrag van ƒ 0,75 in de boekhandel. Van Loenen neemt ons hierin mee op een tocht buiten Leiden die naar Lisse en verder voert, waarbij de weg die wij nu kennen als Eerste Poellaan door hem de Derde Poellaan wordt genoemd en vice versa. ‘Wij vervolgen onzen tocht weder (…) en zien rechts de Eerste Poellaan, zijnde de weg naar den Haarlemmermeer polder, de Kaag enz. 350 meter daar voorbij de Beekbrug, 600 meter verder de Engelenbrug over het Lisser Mallegat, 350 meter verderop rechts de Tweede Poellaan, 700 meter daarna de Ruïne van het huis Deveren. Ruïne van Deveren heet zij op de tegenwoordige kaarten en Huis te Deveren op de kaart van Rijnland van 1647. Op de kaart van Rijnland van 1610 ligt evenwel juist op dezelfde plaats het Huis te Lis. Bij de bedijking van den l.isserpoelpolder in 1622 vond men minstens 400 meter van de tegenwoordige ruïne, de overblijfselen van een achtkanten toren van “reuzenmoppen” gemetseld (dus vermoedelijk zeer oud) die gezegd werd van het aloude kasteel te Dever (van vóór 1300 dagteekenende) afkomstig te zijn. Deze ruïne van kleine steenen gemetseld, is dus zoo goed als zeker van jongeren datum en vermoedelijk afkomstig van het Huis te Lis. 350 meter voorwaarts de Jannetjesbrug over de Vennesloot, 250 meter verder, rechts, de Derde Poellaan en een weinig meer vooruit, links, de Spekkenlaan die naar het schoone ongekunstelde Reigersbosch leidt. Nu zijn wij reeds tot de voorposten van Lisse (4500 inwoners) genaderd, dat blijkens den bijbouw van nette, flinke huizen vooruit gaat en waarvan wij weldra rechts, de fraaie, monumentale Gothische R. K. kerk en pastorie kunnen bewonderen. Weinige schreden verder kunnen wij, links, de oude Herv. kerk aanschouwen, die in 1640 tot parochiekerk verheven is. De kom van het dorp Lisse doet aan een marktpleintje eener stad denken, op den voorgrond, links, heeft men het van ouds, ook uit het studentenleven van vroegere dagen door luisterrijke gastmalen en promotie-partijen, bekende koffiehuis en logement De Zwaan, waar men thans naar modernen trant de stoomtram afwacht, maar alle geriefelijkheden van een stadskoffiehuis en restauratie met nette behandeling aantreft. De nieuwe R.K. kerk is gebouwd (op de plaats, ten deele van de in 1843 gewijde kleine R.K. kerk) door de architect-aannemer J. van Groenendael, voor ƒ.170.000,— en gewijd 6 Aug 1903; men vindt reeds in het priesterkoor 5 gebrandschilderde ramen van Nicolas & Zn te Roermond, in de hoofdbeuk 2 ramen van antiek glas, voorstellende de apostelen, in den voorgevel een raam van antiek glas met een uit de hand gemetselde rozet. Verdere opluistering volgt nog. Omtrent de Herv. kerk geen inlichtingen bekomen. [Van Loenen schreef mensen aan en verzocht om inlichtingen, maar niet iedere adressant reageerde]. Wij zetten onzen tocht voort, gaan aan het eind van het plein, links om den Delfweg op, waar ons al spoedig het hoog opgaand geboomte van het schoone buitengoed Keukenhof in het oog valt, dat na 1600 is aangelegd. Naderbij gekomen stelt het onze verwachting waarlijk niet te leur en wandelen wij met genoegen den 500 meter langen, grootsch overschaduwden weg af, die deze schoone buitenplaats in tweeën deelt, passeeren de schilderachtige boschwachterswoning, rechts, en komen aan een viersprong met de noodige handwijzers; wij gaan linksom, en zien dan het sierlijk in kasteelvorm gebouwde huis van hetKeukenhof voor ons. Wij scheiden noode van deze aangename omgeving, gaan evenwel bezijden het gebouw en de boerderij om en volgen dan de schoone laan van mooie hooge boomen, gaan het Reigersbosch, links, voorbij, loopen voorts dezen Loosterweg (in de 16e eeuw Lijtweg geheeten, herdoopt naar den naam der plaats „de Looster”, er aangelegen bij ‘t Mallegat) ten einde, tot wij ruim 3/4 uur verder de Teilingerlaan, links, met het schilderachtig in het bosch gelegen koffiehuisje Drechsberg in onze nabijheid, een paar honderd meter verder den ‘s Gravendamschen weg en aan het eind daarvan het Spoorwegstation Piet Gijzenbrug bereiken’. Na het succes van zijn toeristische gids voor Leiden en omstreken verschijnt in 1908 van zijn hand een schitterende in kleuren gelithografeerde wandelkaart van het kustgebied door hem ‘op terrein verkend’, waarop ook Lisse te zien is. Eerder al had Van Loenen als cartograaf een ‘zeil- en ijskaart’ getekend van de waterwegen rond Leiden, in 1894 in kleur uitgegeven met aan de bovenkant reclame voor de levensverzekeringsmaatschappij ‘The Gresham Life Assurance Society Limited’. Dit is een van de eerste Nederlandse ijskaarten. In 1907 verschijnt een ‘Nieuwe Stoomvaart-, Zeil- en IJskaart, Aalsmeer-Leidschendam-Lisse-Gouda-Katwijk-Bodegraven’ in zwart-wit. Een prachtboek als ‘Beschrijving en kleine kroniek van Hillegom’ verdwijnt niet bij het oud papier, maar gaat over naar volgende generaties. De kwetsbare ijskaarten hebben tijdens zeil- en schaatstochten veel te lijden en zijn nu zeer zeldzaam.























