Berichten

PARELTJE: Kronieken en kaarten van J. B. van Loenen

Wandelroutes zijn nu erg in, maar uit dit Pareltje blijkt dat wandelen rond de voorlaatste eeuwwisseling ook in trek was. Wandelen is een gezonde bezigheid, zo kom je nog eens ergens en leer je wat over een andere plek.

Door Ria Grimbergen

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

J. B. van Loenen moet niet veel hebben van de automobielen en fietsen, die de zo aangename weg tussen Lisse en Hillegom afrazen. Het monstervervoermiddel auto doet hem denken aan de vuurspuwende beesten uit het bijbelboek Openbaring. Nee, liever wandelt hij van Lisse naar het onderwerp van zijn boek, Hillegom.

Detail uit de bovenste kaart met Lisse en omgeving uitvergroot

In 1916 verschijnt bij de stoomdrukkerij firma H. Hamberg Jz. Van Loenens ‘Beschrijving en kleine Kroniek van de Gemeente Hillegom’, opgedragen aan jhr. dr. J. Six, ambachtsheer van Hillegom. Mijn meer dan een eeuw oude exemplaar ziet er nog schitterend uit. Het is gedrukt op hoogwaardig papier en de vele afbeeldingen, prenten en foto’s, zijn van hoge kwaliteit. Gebonden in linnen met goudbestempeling kostte het boek ƒ. 4,-. De Hillegomse uitgevers/drukkers H. Hamberg Jz. en C. Velthuys toonden met deze uitgave waartoe ze als boekdrukkers in staat waren. Voor Lissers is het boek interessant omdat Van Loenen zijn wandeltocht begint in het ‘stedeke’ Lisse met zijn ‘niet vierkant’ Vierkant, dat hem doet denken aan een stadskwartier. Vervolgens gaat hij over wat toen de Rijksstraatweg heette naar Hillegom en vult al wandelende bijna tien procent van zijn boek met informatie over Lisse. Rosendaal met zijn twee grimmige zittende leeuwen, rechts een eigenaardige blanke gevel met fraai lofwerk versierd van architect J. London (Huize Maria), de bollenschuur Welbedrogen, Wildlust, Veenenburg en koffiehuis de Nachtegaal beschrijft hij. Hij betreurt de afzandingen en de verdwijning van de buitenplaatsen, maar geeft toe dat de buitenhuizen voor de lucky few waren en de intensieve bloembollencultuur en de kalkzandsteenfabriek ‘Arnoud’ werk aan velen bieden. Het was niet Van Loenens eerste kroniek.

Wandelkaart ‘Van Vogelenzang tot Scheveningen’. Collectie ELO.

Zeil- en IJskaart uit 1894.Collectie ELO.

In 1890 schrijft hij met assistentie van de student J. J. Hasselbach een ‘Gids voor Leiden en omstreken’, een werkje dat in twee drukken een oplage kent van tweeduizend exemplaren en nu zeldzaam is. Volgens Van Loenen is het succes vooral te danken aan de ‘omstreken’ uit de titel; over Leiden is al zoveel geschreven. Het is wat haastwerk geweest. Van Loenen is niet tevreden en wil graag een uitgebreidere versie publiceren. Een derde en zeer verbeterde druk verschijnt dan in 1905 als ‘Gids voor en kleine kroniek van Leiden en omstreken’. Ingenaaid in een papieren omslag ligt het voor een bedrag van ƒ 0,75 in de boekhandel. Van Loenen neemt ons hierin mee op een tocht buiten Leiden die naar Lisse en verder voert, waarbij de weg die wij nu kennen als Eerste Poellaan door hem de Derde Poellaan wordt genoemd en vice versa. ‘Wij vervolgen onzen tocht weder (…) en zien rechts de Eerste Poellaan, zijnde de weg naar den Haarlemmermeer polder, de Kaag enz. 350 meter daar voorbij de Beekbrug, 600 meter verder de Engelenbrug over het Lisser Mallegat, 350 meter verderop rechts de Tweede Poellaan, 700 meter daarna de Ruïne van het huis Deveren. Ruïne van Deveren heet zij op de tegenwoordige kaarten en Huis te Deveren op de kaart van Rijnland van 1647. Op de kaart van Rijnland van 1610 ligt evenwel juist op dezelfde plaats het Huis te Lis. Bij de bedijking van den l.isserpoelpolder in 1622 vond men minstens 400 meter van de tegenwoordige ruïne, de overblijfselen van een achtkanten toren van “reuzenmoppen” gemetseld (dus vermoedelijk zeer oud) die gezegd werd van het aloude kasteel te Dever (van vóór 1300 dagteekenende) afkomstig te zijn. Deze ruïne van kleine steenen gemetseld, is dus zoo goed als zeker van jongeren datum en vermoedelijk afkomstig van het Huis te Lis. 350 meter voorwaarts de Jannetjesbrug over de Vennesloot, 250 meter verder, rechts, de Derde Poellaan en een weinig meer vooruit, links, de Spekkenlaan die naar het schoone ongekunstelde Reigersbosch leidt. Nu zijn wij reeds tot de voorposten van Lisse (4500 inwoners) genaderd, dat blijkens den bijbouw van nette, flinke huizen vooruit gaat en waarvan wij weldra rechts, de fraaie, monumentale Gothische R. K. kerk en pastorie kunnen bewonderen. Weinige schreden verder kunnen wij, links, de oude Herv. kerk aanschouwen, die in 1640 tot parochiekerk verheven is. De kom van het dorp Lisse doet aan een marktpleintje eener stad denken, op den voorgrond, links, heeft men het van ouds, ook uit het studentenleven van vroegere dagen door luisterrijke gastmalen en promotie-partijen, bekende koffiehuis en logement De Zwaan, waar men thans naar modernen trant de stoomtram afwacht, maar alle geriefelijkheden van een stadskoffiehuis en restauratie met nette behandeling aantreft. De nieuwe R.K. kerk is gebouwd (op de plaats, ten deele van de in 1843 gewijde kleine R.K. kerk) door de architect-aannemer J. van Groenendael, voor ƒ.170.000,— en gewijd 6 Aug 1903; men vindt reeds in het priesterkoor 5 gebrandschilderde ramen van Nicolas & Zn te Roermond, in de hoofdbeuk 2 ramen van antiek glas, voorstellende de apostelen, in den voorgevel een raam van antiek glas met een uit de hand gemetselde rozet. Verdere opluistering volgt nog. Omtrent de Herv. kerk geen inlichtingen bekomen. [Van Loenen schreef mensen aan en verzocht om inlichtingen, maar niet iedere adressant reageerde]. Wij zetten onzen tocht voort, gaan aan het eind van het plein, links om den Delfweg op, waar ons al spoedig het hoog opgaand geboomte van het schoone buitengoed Keukenhof in het oog valt, dat na 1600 is aangelegd. Naderbij gekomen stelt het onze verwachting waarlijk niet te leur en wandelen wij met genoegen den 500 meter langen, grootsch overschaduwden weg af, die deze schoone buitenplaats in tweeën deelt, passeeren de schilderachtige boschwachterswoning, rechts, en komen aan een viersprong met de noodige handwijzers; wij gaan linksom, en zien dan het sierlijk in kasteelvorm gebouwde huis van hetKeukenhof voor ons. Wij scheiden noode van deze aangename omgeving, gaan evenwel bezijden het gebouw en de boerderij om en volgen dan de schoone laan van mooie hooge boomen, gaan het Reigersbosch, links, voorbij, loopen voorts dezen Loosterweg (in de 16e eeuw Lijtweg geheeten, herdoopt naar den naam der plaats „de Looster”, er aangelegen bij ‘t Mallegat) ten einde, tot wij ruim 3/4 uur verder de Teilingerlaan, links, met het schilderachtig in het bosch gelegen koffiehuisje Drechsberg in onze nabijheid, een paar honderd meter verder den ‘s Gravendamschen weg en aan het eind daarvan het Spoorwegstation Piet Gijzenbrug bereiken’. Na het succes van zijn toeristische gids voor Leiden en omstreken verschijnt in 1908 van zijn hand een schitterende in kleuren gelithografeerde wandelkaart van het kustgebied door hem ‘op terrein verkend’, waarop ook Lisse te zien is. Eerder al had Van Loenen als cartograaf een ‘zeil- en ijskaart’ getekend van de waterwegen rond Leiden, in 1894 in kleur uitgegeven met aan de bovenkant reclame voor de levensverzekeringsmaatschappij ‘The Gresham Life Assurance Society Limited’. Dit is een van de eerste Nederlandse ijskaarten. In 1907 verschijnt een ‘Nieuwe Stoomvaart-, Zeil- en IJskaart, Aalsmeer-Leidschendam-Lisse-Gouda-Katwijk-Bodegraven’ in zwart-wit. Een prachtboek als ‘Beschrijving en kleine kroniek van Hillegom’ verdwijnt niet bij het oud papier, maar gaat over naar volgende generaties. De kwetsbare ijskaarten hebben tijdens zeil- en schaatstochten veel te lijden en zijn nu zeer zeldzaam.

 

HET HOTPOELTJE EN DE HEUL; De rommeling. (135)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

Nog eens Lisse in 1624. Tussen de Gracht en de Kanaalstraat lag De Hot poell” ofwel het Hotpoeltje, (Hoppoel, redactie)een aardig meertje, zoals reeds gezegd, ongeveer ter hoogte van de kerk aan de Tulpstraat. Het is ge­bruikt als vuilnisbelt en in de loop der jaren met allerlei rommel aangeplempt. Als het er toch nog eens was! Met de mo­len, wat oude boerderijtjes, het Gracht­huisje natuurlijk; een kleine oase in ons dorp Lisse. Zoiets als het Park in Sassenheim, maar veel interessanter natuurlijk. Maar het is er niet meer……

Van de Hotpoel stroomt “de Beeck” naar het Haarlemmer Meer. Over die beek was in de Broekweg (Kanaalstraat) een brug. Later maakte men daar een soort van dui­ker, een heul. Wijlen de Heer G. van der Meij Jr. schrijft, dat daar een steen was in­gemetseld met de volgende “spreuk”:

Johan van Blommenstein van Oldenzeel genaemt

Lei voor dees heul den eersten steen,

Men rij er veilig overheen,

Lang blijv dit noodig werk met dezen naem befaemt.

Den…… Mei 1764.

En dan vervolgt hij: “Den datum kan men niet te best meer lezen, omdat er een stuk van den steen af is. Persoonlijk door mij gecopieerd van het geheel als schooljongen. G. van der Mey Jr”.

 

LISSE IN 1616; De rommeling. (15)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

De abdij van Egmond en die van Ter Leede of Leeuwenhorst te Noordwijkerhout had stukken land in de hele omgeving; ook in Lisse. In 1616 waren die abdijen helemaal geen klooster meer en werden de opbreng­sten van de landerijen door anderen opge­streken. Dit zijn twee (perkamenten) bladen van het kaartenboek, waar de verf van de “Sant Vaert” op de linker bladzijde is overgedrukt. Die “Sant Vaert”, ook “Verlaner” of “Van der Laener Santvaert” genoemd, is de huidige Vennesloot. Dat bochtje in de sloot bij de Jannetjesbrug was er toen ook al. Ze is gegraven voor het afzanden van de duinen van Van der Laen op het Huys ter Specke. Ook het aangrenzende Grotenhof was eigendom der Van der Laens; “Gerrit van Der Laen”. Verder ziet men de “Lytwech” (Achterweg), de “Vuer Steech” en op de voorgrond de Heereweg met de “Poort vant Huys Deveren”.

Geheel rechts is de dorpskerk en daar vlak bij de herberg van de “Waert aent kerckhoff”, Engel Jacobsz Heemskerk, toen ter tijd het Rechthuis van Lisse. Dan volgen nog wat huisjes aan ’t Vierkant, of — zo­als men vroeger zei — in ’t Vierkant. In een van die huizen was al sinds 1579 de herberg “De Witte Zwaan” gevestigd, die na het faillissement van Engel Heemskerk het Rechthuis van Lisse is geworden. Links van de kerk is “De Watering”, de nog be­staande “Stinksloot”.

Kaart uit 1616

Voor het leesgemak (redactie website)

’t Roemwaard Lisse: Kaart van de Poelpolder in 1624 (7)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

Een kaart van de Poelpolder kort na de drooglegging in 1623/24. Links onder ligt het dorp Lisse met de “Binnenwegh” (Achterweg), Vuur-steeg, “Brouckwegh” (Kanaalstraat), de “Quawegh” (Broekweg en Grevelingstraat) en de “Graft”. Over de gedempte Gracht rijdt men thans de Poelpolder binnen. Aan de Gracht staat de korenmolen en daar dichtbij is de “Hotpoel ” (Dit moet “Hoppoel” zijn, Redactie Website), die in de vorige eeuw is dichtgeplempt. Over de vaart die de Gracht via het Hotpoeltje met de Beek verbindt ligt in de Broekweg de Keizersbrugge, sinds 1764 een heul (blz. 42). Aan de onderzijde van de kaart is de “Verlaner Santsloot”, waardoor Van der Laan van Ter Specke zand afvoer (blz. 50). In het midden de “Trijnenlaen” en de “Nieuwe weg” (Tweede Poellaan) en nog iets naar rechts de “Nieuwe Waterlosinge” (het Mallegat) bij de Engel. De nieuwe polder is omgeven door de Ringsloot (Rijnsloot) en in het midden is de “Molen-wateringe”. De laatste molenstomp is juist in 1970 gesloopt. Boven zien we het “Grote Meer”, “’t Langerack” en het “Kagermeer”, delen van het Haarlemmer of Leidse Meer, waarin “Abenes” en de “Roversbrouck”1 eilanden waren. Bij de inpoldering van het Meer in 1854 zijn stukken van de Roversbroek en van de Lisserbroek (met zijn slingerend Turfspoor) afgesneden en bij de Haar lemmer meer polder getrokken. Sinds 1433 was het visrecht van de Poel door Philips van Bourgondië verpacht aan de stad Leiden.2 Het droogleggen is dan ook geschied door de drie Leidse “parochiekerken”, de St. Pieterskerk, de St. Pancras-of Hooglandse kerk en de Lieve-Vrouwekerk. Namens hen richtten “de Burgemeesteren en Regeerders der Stad Leiden” tot de Staten van Holland het verzoek aan deze kerken het octrooi tot droogmaking van het “Geestwater” te verlenen. Op l januari 1615 was men met de voorbereidingen reeds begonnen, zoals blijkt uit de stukken die zich in het Lissese Gemeentearchief bevinden. Nummer 472 is een “Declaratie ende specificatie van zodanige kosten als sedert den Ie januari anno 1615, her meten van de oever landen, gelegen aan de Meer en de Poel in Lisse, gedaan en gevallen zijn, ter cause van salaris, loon, vacatie, teerkosten (vertering), wagen- en schuit vracht en, zulks ende zo hierna gearticuleerd en verklaard staat, geteld in guldens, etc.”. Deze kosten zijn voornamelijk gemaakt door de secretaris van Rijnland, door Schout Van Immerzeel van Lisse en door Jan Pietersz Dou, gezworen landmeter van Rijnland.3 Toen de gevraagde vergunning afkwam is er met grote voortvarendheid gewerkt. In 1624 was de droogmaking een feit en kon het uitgeven van percelen een aanvang nemen. Verscheidene aangelan­den voelden zich echter te kort gedaan. Om een nette, rechte ringsloot te graven waren grote stukken land afgestoken en bij de nieuwe polder getrokken. In een uitvoerig “Verbaal” worden alle percelen genoemd, die door het bedijken kleiner zijn geworden.4 “Eerst de geestkant”, de westzijde, “beginnende aan ’t Scheid (de grens) van Sassenheim, gaande noord aan tot de Graft toe.” Jan Claaszoon van Zand vliet is hier 389.5 roeden kwijt, de Abdij van Leeuwenhorst te Noordwijker hout, de eigenaresse was van het huidige land van Gebr. Meskers, 400,5 roeden, en achter Dever is zelfs 939 roeden, dus veel meer dan een hectare grond verloren gegaan. Aan de andere zijde van de Poel, in de Roversbroek, is hetzelfde gebeurd, evenals tussen de Graft en de “Grevelyn”. Pas na ampele besprekingen en langdurig financieel touwtrekken zal deze zaak in het reine kunnen komen. De financiën blijven trouwens een moeilijke zaak. De schout en gezworenen van Lisse, de kerkmeesters der drie kerken, mitsgaders de directeuren en ingelanden van de Poel zenden een fraai request naar de Staten van Holland en Westfriesland, waarin zij “met behoorlijke reverentie” te kennen geven, dat zij “naar het voorbeeld van diverse andere polders minder oppressie en kosten” van hun belastingen verlangen.5 Iets dergelijks komt regelmatig voor. Daar komt nog bij, dat ook de dorpen Lisse en Sassenheim enerzijds en de heemraden te Leiden en de gecomitteerden van de bedijking ander­zijds het over financiële zaken het maar niet eens kunnen worden. Zij beroepen zich op het Hof van Holland te ‘s-Gravenhage, maar dit verklaart in 1627 op een fraai perkament niet ontvankelijk te zijn.6 En zo duren de moeilijkheden maar voort. Tenslotte schrijft de schout een fraaie “Acte van insinuatie (aanzegging) en protestatie” tegen de dijk­graaf en de gecommitteerden van de Lisser Poel.7 Het gaat zo door, jaren lang …

Veel huizen zijn er in de Poel aanvankelijk niet gebouwd. Uytermeer, in 1642 een soort Noordhollandse stolphoeve (“de boerderij van Langeveld”) en een jaar later de boerderij Poeleway. Dijkdoorbraak en overstroming: 1677, 17668, en Kerstmis 1838. De hele nacht was Piet Verdegaal (van Poeleway) in de weer! Verdegaal is er niet meer en Poeleway is gesloopt. Nu moet Lisse zelf op de dijken acht geven.

  1.  A.M. Hulkenberg, Het Huis Dever te Lisse (1966), blz. 75/76.2      
  2. A.J. van der Aa, Aardrijksk. Woordenb. (1845).
  3. Gemeentearch. m. 412.
  4.  ld. 473.
  5.  ld. 474.
  6.  ld.475.
  7. id. 476.
  8.  Zie ook 477.

7. Kaart van de Poe[polder in 1624 door Dou

 

Pareltjes van Bert Kölker

In de bibliotheek van de VOL bevindt zich een deel van de boekerij van Bert Kölker. Daar vond onder anderen zijn belangrijke verzameling cartografische boeken

Door Ria Grimbergen

Nieuwsblad Jaargang 21 nummer 3, 2022

In de bibliotheek van de VOL bevindt zich een deel van de boekerij van Bert Kölker. Zijn belangrijke verzameling cartografische boeken vond hier onderdak. Bert was een groot kenner van Nederlandse molens. Hij bewerkte het handschrift van de Lisser timmerman en molenmaker Cornelis van der Zaal zó deskundig dat het uitgroeide tot een belangrijke uitgave over molenbouw en molenonderhoud. Als provinciaal archiefinspecteur van de provincie Noord-Holland hield hij toezicht op de zorg voor de archieven van waterschappen en gemeenten. In deze archieven bevinden zich vele kaarten en kaartboeken. Bert werkte mee aan deheruitgaven van ‘Jacob Aertsz. Colom’s Kaart van Holland uit 1639’ en de ‘Kaart van Noord-Holland door Joost Jansz. Beeldsnijder 1575-1608’, die zich in de bibliotheek van de VOL bevinden.

Drie andere kaartboeken uit het bezit van Bert Kölker zou ik kort willen bespreken. De eerste is de in kleur geassimileerde kaart van Rijnland, die bekend is onder de naam ‘Prins Maurits’ kaart van Rijnland en omliggend gebied, door Floris Balthasar en zijn zoon Balthasar Florisz. van Berckenrode in 1614 getekend’. De uitgave verscheen in 1989 bij Canaletto en bevattwaalf losse bladen in een blauwe map. Aaneen geschoven vormen ze de schitterende, met waterverf ingekleurde kaart die in opdracht van het hoogheemraadschap van Rijnland werd gemaakt. Balthasars beschermheer stadhouder Maurits kreeg dit unieke exemplaar aangeboden en aan hem was de kaart ook opgedragen. Floris Balthasar was tekenaar, graveur, landmeter, goudsmid en uitgever. Hij en zijn zoon hadden bekendheid gekregen doordat zij in opdracht van de Staten Generaal ‘nieuwskaarten’ maakten, waarop de strijd tegen de Spanjaarden cartografisch werd uitgebeeld en met tekst werd toegelicht. Deze populaire kaarten informeerden de burger over het verloop van de strijd. Zijn kaarten en prenten verkocht de graveur zelf aan zijn Delftse huis. Aan het Binnenhof in Den Haag had hij een ‘comptoirken’, een soort kiosk, waar zijn waren werden aangeboden.
Het tweede boek is nauw verwant met het eerste. Het is de facsimile van dezelfde kaart van Rijnland van Floris Balthasar en zijn zoon, de kaart die in 1615 in druk  verscheen. Het waterschap van Rijnland beschikte niet over adequate kaarten die zij konden gebruiken voor het beheer van het waterschap en de daarbij behorende belastingen. Zij gaven Balthasar de opdracht het gebied in kaart te brengen. De kaart is gekarteerd op een schaal van 1:30.000. Deze heruitgave verscheen in 1972 bij Canaletto in een band met de kaarten van Schieland en Delfland, die eerder al waren getekend door Balthasar. De landmeter kreeg destijds nog problemen met zijn Rijnlandse opdrachtgevers omdat de grens met Delfland ongunstig uitviel voor Rijnland. In oktober 1614 werd hij in Leiden in hechtenis genomen en over deze kwestie verhoord.

De uitstekende inleiding bij ‘Kaarten van Rijnland, Delfland en Schieland 1611-1615’ is van G. ’t Hart, destijds chartmeester van het hoogheemraadschap Rijnland. ’t Hart schrijft dat ‘mr. Floris’ op 24 april 1614 voor zijn karteringswerk naar Lisse, Hillegom en Sassenheim kwam, waarna hij op 29 april doorreisde naar Oegstgeest. Door dit aardige detail weten we dat deze kaart een beeld
geeft van de situatie in 1614. De 24 koperplaten waarop Balthasar zijn kaarten graveerde, bestaan nog en zijn in het bezit van het hoogheemraadschap. Naast deze kaart tekende Floris Balthasar met zijn zoon Balthasar een “Chaertbouck” van de ambachten in Rijnland, een manuscriptatlas die zich in het archief van het hoogheemraadschap van Rijnland bevindt.

Een derde interessante uitgave is de facsimile van ‘Het kaartboek van Rijnland’ uit 1746, ook met een inleiding van G. ’t Hart. Dit is de derde druk van de kaart van de Rijnlandse landmeters Johannes Dou en Steven van Broeckhuysen. De eerste drukken verschenen in 1647 en 1687. Melchior Bolstra was als landmeter in dienst van het hoogheemraadschap Rijnland en had een reputatie als waterstaatkundig cartograaf opgebouwd. Bolstra reisde door Rijnland met de kaart van 1687 in de hand en constateerde dat er veel was veranderd. Polders waren drooggelegd, de omtrek van meren en plassen klopte niet meer met de situatie van 1687.  Bolstra stelde zijn broodheren voor de kaart te verbeteren. In het zevende blad van de twaalf bladen tellende kaart bracht hij o.a. wijzigingen aan bij de afzanderij van Hop en de Achterweg bij het Keukenduin, die inmiddels verlegd was. Hij berekende het hoogheemraadschap hier een bedrag voor van f 4,-. Aan deze uitgave werd een kaart toegevoegd van het Haarlemmermeer uit 1740, ook gekarteerd door Bolstra. Dit was op initiatief van het hoogheemraadschap Rijnland en bedoeld om een politiek signaal te geven aan de Staten van Holland. Bolstra projecteerde de kaarten van het Haarlemmermeer uit 1647 en 1687 en drie nog oudere uit 1531,1591 en 1610 op zijn nieuwe kaart en benadrukte hiermee de desastreuze groei van het meer, die ook grote gevolgen had voor het waterbeheer van Rijnland. We zien nog een stukje Lisse, Lisserbroek en Roversbroek op deze kaart en hoe de Waterwolf, de ‘ineetende kanker’, ook hier vrat aan het land. Deze cartografische kunstwerken zijn niet alleen mooi om te zien, maar ook belangrijk voor onderzoek naar het verleden. De pre kadastrale kaarten, kaarten van voor de instelling van het kadaster, bevatten tekeningen van waterlopen, wegen, bruggen, molens, huizen en grondbezit. Zij kunnen dienen bij archeologisch onderzoek en zo antwoord geven op de vraag waar ooit een gebouw stond of waar een beekje liep. Een goed voorbeeld van het belang van kaartgegevens
voor historisch onderzoek is de uitgave ‘Sporen van Six in Lisse’, waar de veranderingen in landschap en bebouwing aan de hand van kaarten kan worden gevolgd. Naast deze uitgaven zijn in LisseTijdReis bij de tabel ‘boek’ de andere kaartboeken te vinden die geschonken zijn aan de bibliotheek van de VOL. Op het schutblad is soms het ex libris van Bert Kölker geplakt, met daarop een afbeelding van Erasmus en de zinspreuk ‘Ut prosim’, dat ik mag dienen, dat ik van nut mag zijn betekent. Maar met of zonder ex libris, Jos van Bourgondiën haalt ze graag voor u uit de speciale kaartenkast. ■

 

Lissese cultuurhistorie herzien en opnieuw in kaart gebracht

De cultuurhistorische elementen in het landschap rondom Lisse zijn in het voorjaar van 2021 opnieuw geïnventariseerd.

Nieuwsflits

Jaargang 20 nummer 2, 2021

Dit werd gedaan door een werkgroep bestaande uit 3 leden van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (CHG) en 4 leden van de Vereniging ‘Oud Lisse’. Deze werkgroep heeft de update van dit deel van de Cultuurhistorische Atlas (CA) eind mei 2021 afgerond. De nieuwe omgevingswet schrijft gemeenten sinds 2012 voor om een cultuurhistorische waardenkaart te maken. Op deze kaart worden landschappelijke en cultuurhistorische elementen ingetekend die relevant zijn voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Omdat het (CHG) al veel informatie in zijn digitale atlas heeft staan, wordt met de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek samengewerkt bij het vervaardigen van hun waardenkaart. Noordwijk was pilot bij deze samenwerking. Afgelopen jaar heeft overleg plaatsgevonden met Hillegom. Dit jaar worden de gemeenten Lisse en Katwijk ter zijde gestaan met het vervaardigen van hun cultuurhistorische waardenkaart. Voor Lisse is de CHG-Atlas grondig doorgenomen. “Een grote klus”, aldus Sophie Visser, historisch geograaf en voorzitter van de werkgroep Cultuurhistorische Atlas van het CHG. Samen met vrijwilligers van de Vereniging ‘Oud Lisse’ zijn veel gegevens geüpdatet en aangevuld. Honderden landschappelijke elementen en gebouwen zijn in tien weken doorgelopen, nader beschreven, nieuw opgenomen en eventueel ook ter
plekke gecheckt, gefotografeerd en verwerkt. De Atlas is een bron van informatie voor een ieder die daar gebruik van
wil maken. Alles in het landschap dat potentieel relevant of interessant is en waarvan nog iets bestaat, is er in opgekomen. Bij elk element staat informatie over de oorsprong ervan en de eventuele veranderingen die het later onderging. Met oude kaarten en met foto’s en teksten worden de locaties van oude landschappen en het verdwenen erfgoed verder inzichtelijk gemaakt.

Waardenkaart van Lisse 2021

BIJ DE HARTPAGINA: luchtfoto van het centrum


Een luchtfoto uit 1945 geeft een overzicht van het centrum van Lisse.

Jaargang 19 nummer 3, 2020

Redactie

Het is 30 maart 1945, de RAF maakt luchtfoto’s, ook boven Lisse. Nog even en april is voorbij en dan nog een paar dagen in mei. De vlag mag weer wapperen in de vrije wind. Wat een opluchting na vijf jaar bezetting. Dat weten wij nu, maar de mensen daar beneden niet. Het is Goede Vrijdag 30 maart en de schaduwen wijzen op een uurtje of half elf in de morgen. Het is stil in de straten van Lisse. Lisse is kerks, dus zullen de kerkbanken op dit tijdstip vol zitten. Menig voorganger zal nu nog in bedekte termen preken over hoopgevende berichten, die op het einde van de Duitse overheersing wijzen. Net voor de woorden passen. Zo vlak voor Pasen is er hoop op leven na vijf jaar dooie boel. De bolletjes die voor de winter werden begraven, verrijzen weer uit de donkere aarde en zoeken naar warmte en licht. Nog even volhouden zegt de luchtfoto van de hartpagina. Even geduld dan fleuren en geuren de velden om ons heen. Vlaggen en wimpels kleuren de straten, uit de huizen klinkt vrolijke muziek. Vrijheid, wat een weelde! Wij zitten nu ook even met de gebakken peren! Met corona en straks misschien ook nog een griepgolf er bij. Sombere gedachte met de donkere winterdagen in het vooruitzicht. Maar we weten dat het licht altijd weer gaat schijnen. Zo is het altijd geweest, zo zal het altijd gaan. Nog even sterk zijn met z’n allen en dan komt het goed.

hartpagina

BIJ DE HARTPAGINA: 4 landkaarten uit de 17e eeuw

Op 4 landkaarten is de invloed van het Haarlemmermeer bij Lisse te zien.

Redactie

Jaargang 19 nummer 2020
Jan Pietersz. Dou tekende de bovenste kaart rond de droogmaking van de Lisser Poel ca. 1623. Bij het ‘Eylandt van Roversbrouck’ laat hij al een nieuw stukje dijk zien. De oude dijk om het ‘Eylandt’ heeft er voor gezorgd dat de Roversbroekpolder nooit water is geworden. Datzelfde geldt ook voor de Lisserbroek. Ook daar was men al heel vroeg bezig met de bescherming van de oevers. Het in stand houden van de zgn. sudden (rietkragen) was daar een belangrijk onderdeel van. Deze zorgden ervoor dat de golfslag gebroken werd. Die oevers behoorden tot het buitendijkse gebied, het dijklichaam lag wat verder binnenwaards met er achter een barmsloot. Onze dijken werden vooral onderhouden en opgehoogd met Leids afval. In de Roversbroekdijk kwamen we materiaal tegen dat gedetermineerd werd naar het jaar 1350. Zo vroeg werd er al onderhoud aan onze dijken gedaan. Dat heeft eraan bijgedragen dat men hier nog droge voeten hield terwijl elders het land onder de voeten wegspoelde. In het kaartje linksonder kun je ook belangrijke namen zien in de aangegeven kavels. Hierdoor mag je aannemen dat ook in die tijd geld en macht een belangrijke rol speelden. In de andere kaarten zie je hoe het hoogheemraadschap van Rijnland ingenieus te werk ging. Maar ja, ook al waren we uiteindelijk van die Waterwolf verlost in 1852, het polderschap heeft ons mooie stukje Lisserbroek opgeslokt. Nu gaan we sinds 1843 over de brug naar veelal onze families in Noord-Holland. Doet nog steeds een beetje pijn!

4 kaarten van het Haarlemmermeer

BIJ DE HARTPAGINA: Kaart van Bolstra

Melchior Bolstra maakte voor het Hoogheemraadschap van Rijnland een kaart met groeilijnen van het Haarlemmermeer.

door de redactie.

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 4, december 2019

Melchior Bolstra ‘landmeter’ maakte in opdracht van de Dijkgraaf en Hoogheemraaden van Rhynland deze kaart van de grote Haarlemmermeer en/of Leydsemeer. Hierin staan de groeilijnen weergegeven van de steeds groter wordende “Waterwolf” vanaf 1531. Bij iedere storm werden er weer broeklanden weggescheurd en verzwolgen, boerderijen, zelfs hele dorpen zijn door de golven overspoeld en verdwenen. Naarmate het meer steeds groter groeide, werd ze bij iedere storm nog onstuimiger. Het water kwam steeds dichter bij de grote steden, daarom werd het hoog tijd dat er wat ging gebeuren. Eerdere plannen om de steeds grotere watermassa in te polderen werden te duur geacht. Leeghwater had 160 molens nodig in zijn plan, Cruquius kon volstaan met 112 stuks. Ir. Van Lijnden kon met 3 stoomgemalen die enorme plas leeg trekken. Op 5 mei 1840 is men bij Hillegom begonnen met het graven van de Ringvaart. Polderwerkers uit heel Nederland kwamen hier werken en vonden hier een nieuw bestaan. Veel families in onze omgeving zijn hier terecht gekomen door de behoefte aan mankracht in de strijd tegen “De Waterwolf”.

Kaart van de Haarlemmermeer door Bolstra.

Afronding omschrijvingen objecten van Lisse voor de digitale Cultuur Historische Atlas Bollenstreek

Vele objecten in Lisse zijn beschreven door vrijwilligers van de VOL. Nu wordt alles ingevoerd in de atlas.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 12 nummer 4, oktober 2013

Vele vrijwilligers van de Ver  Oud Lisse zijn in de eerste helft van 2013 intensief bezig geweest om de cultuurhistorische objecten in het landelijk gebied te omschrijven en te fotograferen t.b.v. de uitgave van de Cultuur Historische Atlas van de provincie Zuid- Holland. Naast de gemeente Lisse nemen ook de andere gemeenten in de Bollenstreek hieraan deel.

Namens de Ver.Oud Lisse hebben Nico Groen en Henk van der Kaaden samen al het groen (bijzondere bomen, planten en heggen) in het landelijk gebied van de Gemeente Lisse omschreven. Rob Pex en Wim Bosch hebben omschrijvingen en foto’s gemaakt van cultuurhistorische objecten in het zuidwestelijke landelijk gebied (gebied 14) van de Gemeente Lisse (o.a.. Reigersbos, Wassergeest, Grotenhof, boerderij de Phoenix en De Wolf). Koos van der Zwet / Bert Kölker en Liesbeth Brouwer/Margreet Buurman hebben objecten in andere landelijke gebieden (o.a. Poelpolder en Rooversbroekpolder) rond Lisse omschreven.

Het is een hele klus geweest en er zijn vele objecten omschreven en objecten gefotografeerd en zo veel mogelijk van oude afbeeldingen voorzien waarbij de locaties via Google Earth van GPS coördinaten zijn voorzien.

De coördinator van het project, Mirjam Eijkelenboom van Zuid Hollands Landschapsbeheer, is nu bezig om alle gegevens te verwerken. Naar verwachting zal de Cultuur Historische Atlas eind 2103 worden afgerond en op de provinciale website van de provincie Zuid-Holland worden geplaatst.

In augustus werd bekendgemaakt dat Landschapsbeheer Zuid-Holland per 31 december 2013 al haar activiteiten beëindigt. Teruglopende financiële inkomsten zijn hiervan de oorzaak. Wat dit voor de afronding en het bijhouden van de atlas betekent is nog niet duidelijk.

Website: https://eleo.maps.arcgis.com/apps/Viewer/index.html?appid=bbea4b234e8f47c6bf0f940347263811

Digitale Atlas Duin- en Bollenstreek