Berichten

Wandelen met de digitale Cultuurhistorische Atlas.

Sporen van vroeger   ( LisserNieuws)                                                             

13 april 2021

 door Nico Groen 

Veel mensen hebben het wandelen of fietsen herontdekt door alle coronamaatregelen van het afgelopen jaar. Dat kan ook actief bedreven worden door tijdens het wandelen op smartphone of tablet  naar de digitale Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollenstreek te kijken.

 

In deze atlas staat voornamelijk cultuurhistorische informatie uit het buitengebied, niet zozeer over het centrum van Lisse.  Klik  je rondom de plek op de atlas waar je aan het wandelen of fietsen bent, dan lees je alles wat daar aan cultuurhistorie te zien is. Dat kun je ter plekke ook echt bekijken. Dat maakt het natuurlijk interessant en je gaat een en ander met andere ogen bekijken.

Boerderij Phoenix en omgeving

Aan de hand van een voorbeeld laten we u proeven van de atlas. Stel: je staat op de hoek van Achterweg Zuid met het toegangsweggetje naar boerderij De Phoenix (Achterweg Zuid 64). Als je in de atlas op die plek of de omgeving klikt, komt er allerlei informatie beschikbaar. Als eerste natuurlijk info over de Achterweg zelf. De Achterweg, ook wel Buurwegh of Lijt Weg loopt van Lisse naar Valkenburg en ligt op een smalle strandwal. In  het boek Sporen van Six staat dat het buurtschap Daerrode aan de westkant van de Achterweg tussen de Essenlaan en de Spekkelaan al in 1284 bestond.In 1560 is de Achterweg afgezand en verlaagd vanaf de Spekkelaan tot de Essenlaan.

Dat dit gebied ten westen van de Achterweg Zuid vroeger afgegraven is, kun je zien aan het weggetje dat naar De Phoenix loopt. Het eerste gedeelte tot het bruggetje over de Achtersloot ligt ongeveer een meter hoger dan het naastliggende veld. Na het bruggetje over de Achtersloot ligt de weg veel lager. Hier was de strandvlakte, die tot de boerderij of het vroegere Keukenduin liep. Ook deze Achtersloot is interessant. Deze sloot loopt achter de bebouwing en kavels ten westen van de Achterweg langs. Dus vlak achter het crematorium en de vroegere buitenplaatsen Grotenhof en Ter Specke. Het is  mogelijk dat het eerst een duinsloot was tussen de strandwal waar de Achterweg over loopt en de achterliggende strandvlakte. Deze sloot is waarschijnlijk van voor 1284. Langs de zuidkant in het talud van het weggetje tot de brug over de Achtersloot naar boerderij De Phoenix staat een haag. Deze bestaat voornamelijk uit oude iepen en eiken. Aan het talud is goed het verschil in hoogte tussen het veld en het weggetje de zien.

Vanaf de kruising is ook een oude brede houtwal te zien. Deze loopt vanaf de Essenlaan tot boerderij De Phoenix. Dit is de rand van de oorspronkelijke strandwal Keukenduin met de strandvlakte ten oosten hiervan. Dit is een oude houtwal met diverse soorten bomen, waarop ongeveer 200 m van de boerderij af een heel oude monumentale eik staat. Dit is waarschijnlijk de dikste boom van Lisse en mogelijk al 200 tot 300 jaar oud. Deze is alleen in de winter goed te zien. Net ten oosten van de houtwal ligt ook een vroegere duinsloot. Dan zien we  boerderij De Phoenix zelf met zijn waardevolle bomen. Hierover staat ook veel info op de digitale Atlas.

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de digitale Cultuurhistorische Atlas van de Bollenstreek (cultuurhistorieduinenbollenstreek.nl), die onlangs voor  Lisse herzien en aangevuld is.

Het hoogteverschil tussen het veld en het weggetje naar de Phoenix is goed te zien.
Foto: Nico Groen

Wandelen of fietsen langs cultuurhistorie in Lisse

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

30 maart 2021

Door Nico Groen

 Veel mensen hebben het wandelen of fietsen herontdekt door alle coronamaatregelen van het afgelopen jaar. Je kunt natuurlijk in de omgeving wandelen met je eigen gedachten en genieten van alles wat je ziet. Maar je kunt ook actief naar de omgeving kijken. De VOL heeft een aantal boekjes om al wandelend of fietsend de cultuurhistorie te ontdekken.

Zo heeft de Vereniging Oud Lisse in 2010 een boekje uitgegeven over monumentale gebouwen in Lisse. Het boek heet ‘Wandel- en fietsroutes Zuid en Noord Lisse: Monumenten’.  Met het boekje in de hand, kan langs alle monumenten worden gewandeld of gefietst. Dan kun je het betreffende gebouw op je in laten werken.

Als tweede boekje in deze reeks is in 2014 een bomenboek uitgegeven. Dit boek heet ‘Wandel- en fietsroutes langs monumentale bomen in Lisse’  met daarin alle bomen van 100 jaar en ouder en veel andere interessante bomen en hagen. Al wandelend of fietsend met het boekje kan je de betreffende boom extra bekijken en er van genieten.

In 2016 werd een derde boekje gerealiseerd: ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’. In dit bruggenboek wordt o.a. van alle bruggen in Lisse met een officiële naam de cultuurhistorie beschreven, evenals van het water waar de brug overheen gaat en van de weg waar de brug in ligt. Leuk om met het boekje bij de hand de bruggen te bekijken.

De boekjes in deze reeks hebben steeds 2 routes, een zuidelijke en een noordelijke, die beide op het Vierkant beginnen.

In 2011 verscheen een vierde boekje, geschreven door wijlen Bert Kölker,  over alle nog bestaande grenspalen in Lisse met de titel ‘Grenspalen te Lisse’. Het is geen wandel- of fietsroute, maar al wandelend of fietsend kunnen heel goed de grenspalen worden bekeken en de beschrijvingen gelezen.

Ook in het nieuwe boek ‘Sporen van Six’ staat in het laatste hoofdstuk een route aangegeven waar je nog daadwerkelijk sporen van de familie Six kunt vinden.

Digitale Cultuurhistorische Atlas Duin- en Bollenstreek

Er zijn nog andere wandel- en fietsroutes in Lisse, zoals fiets- en wandelknooppuntenroutes. De laatste met de rood/gele bordjes en paaltjes (infobord voor de winkel van Dirk op ’t Vierkant). Op route.nl/routeplanner zijn de wandelknooppunten in de Bollenstreek te vinden.

Ook te wandelen zijn het Ommetje in de Poelpolder (Infobord bij de Zemelpoldermolen) en diverse routes vanuit Keukenhof (infobord op de hoek van Achterweg-Zuid en Prof. van Slogterenweg). Via de site van de VVV Lisse kun je ook diverse routes bekijken en eventueel uitprinten.

Kijk met name buiten het centrum van Lisse  eens met smartphone of tablet  op de Digitale Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollensteek (cultuurhistorieduinenbollenstreek.nl) . Als je rondom de plek klikt waar je op dat moment aan het wandelen of fietsen bent, lees je alles wat daar aan cultuurhistorie te zien is. Dat kun je dan ter plekke ook echt bekijken.

 

Foto: Een wandelknooppunt met het nummer van de paal en pijltjes naar de volgende knooppunten.
Foto: Nico

 

De polders in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)
16 maart 2021
door Nico Groen

Lisse heeft behoorlijk wat polders (gehad). Een polder is een door één of meer kaden of dijken omgeven gebied waarvan de waterstand geregeld kan worden. De waterstand binnen een polder is meestal lager dan in het omliggende gebied. Het water in de polder wordt afgevoerd via molens of gemalen. In de registers van vergunningen verleend door het HHR Rijnland komen in Lisse al vanaf 1531 stichtingen van kleine poldertjes voor. Ze zijn echter vanwege de summiere aanduidingen moeilijk te traceren.

De oudst traceerbare polder van Lisse (van vóór 1589) is de Kleine Looster. Deze polder ligt aan de zuidkant aan de Stationsweg en wordt in het westen begrensd door de Spoorlijn, maar liep vroeger tot de grens met Noordwijkerhout. Het gebied lag iets hoger dan de Lageveense polder en was gemakkelijk bereikbaar vanaf Den Delff (nu Stationsweg). Het heeft een enigszins onregelmatige verkaveling, waarvan de sloten zuidwaarts lopen Daarmee wijkt het af van de veel regelmatiger verkavelingen in de Lageveense polder ten zuiden hiervan, die veel later is ontstaan (1654). Deze verkavelingen lopen oostwest. De Lageveense polder wordt begrensd door Loosterweg Zuid en de spoorlijn en loopt naar het zuiden door tot het Mallegat.

De Beekpolder ten zuiden van Akervoordelaan is in 1651 gesticht. Het is een vrij laag gebied en ligt tussen de strandwal van Heereweg en de strandwal bij de Torenlaan in Voorhout. In het zuiden loopt de polder door tot voorbij de grens met Sassenheim. De molen waterde uit op de scheidingssloot tussen Sassenheim en Voorhout richting het zuiden.
De Bonte Krielpolder (van 1743) ligt tussen de Heereweg en de Rijnsloot. Aan de zuidkant wordt de polder begrensd door buitenplaats Ter Leede en de Elbalaan, de noordgrens is aan de Beek bij de Engelbewaarderskerk.
Ten noorden van de Staalsloot, die langs boerderij Wassergeest uitloopt in de Ringsloot, ligt oostelijk van de Heereweg de Zemelpolder. Deze loopt helemaal door naar de Kerksloot of Stinksloot bij de Agathakerk.
De Meer en Duinpolder ligt ten noorden van de Zandsloot of Lisserbeek en ten oosten van de Heereweg en ‘strekkend tot aan de Gerrit Avenweg‘ (grens met Hillegom). Op de kaart van HHR Rijnland van 1615 stond de polder al aangegeven.

De Lisserbroekpolder strekte zich uit vanaf de Schoolstraat/Kapelstraat tot waar nu ongeveer het Turfspoor in Lisserbroek loopt. Al in 1583 is sprake van de stichting van een molentje in een gedeelte van Lisserbroek. Bij de droogmaking van het Haarlemmermeer in 1852 liep de Ringvaart dwars door het gebied. In het oostelijk deel werd het veen tot op het maaiveldniveau van de Haarlemmermeerpolder verwijderd.
De Rooversbroekpolder (uit 1632) liep ten oosten van de weg Rooversbroekdijk. In het noorden boog deze af naar het oosten. De oorspronkelijke dijk lag tussen het Mondriaanpark en de Valkstraat. Ook van de Rooversbroekpolder kwam een deel in de Haarlemmermeer te liggen.
De Hellegatspolder (van vóór1630) naast de Ringvaart ligt maar voor een klein deel in Lisse en voor het grootste deel in Sassenheim.

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de digitale Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollenstreek, die momenteel voor Lisse herzien wordt.

Kaart uit 1884 van het Hoogheemraadschap (HHR) Rijnland met de polders van Lisse (B-0004).

 

Wegen in Lisse al eeuwenoud

Sporen van vroeger  (LisseNieuws)                                                          

2 maart 2021

 door Nico Groen

In ieder geval waren de oude wegen in Lisse al voor 1615 bekend. Op een landkaart van Balthasar Florisz. uit dat jaar staan onderstaande wegen al aangegeven. Maar hoe oud zijn deze wegen of paden nu werkelijk? Dat is niet zo makkelijk aan te geven en is afhankelijk van archeologische vondsten of oude documenten.

Noord-zuid verbindingswegen

De Heereweg of Heer Weg is de doorgaande weg van Oegstgeest via Haarlem en Velsen naar Castricum en verder. Gezien de archeologische Romeinse vondsten bij Dever, is de Heereweg uit de Romeinse tijd. De vondsten in Veenenburg vlak bij de Heereweg suggereren dat de weg nog veel ouder is. In 1589 en 1591 kreeg Johan van Matenesse toestemming om in de buurt van Dever de Heereweg af te zanden en te verlagen.

De Achterweg, Buurwegh of Lijt Weg loopt van Lisse naar Valkenburg en ligt op een smalle strandwal. In 1560 is de Achterweg afgezand en verlaagd vanaf de Vennesloot tot de Essenlaan. Buurtschap Daerrode aan de Achterweg bestond al in 1284.

De Loosterwegen of Lijtwegen lopen van voorbij Bennebroek via de Jacoba van Beierenweg en  de Herenweg in Voorhout naar Rijnsburg. In Voorhout, achter de huidige Rijnsburgerweg nr. 8, is een grote archeologische vondst gedaan van bronzen bijlen en beitels (Bronsdepot) uit de Bronstijd. De Loosterwegen zouden dus wel eens duizenden jaren oud kunnen zijn.

De oost-west lanen

In 1285 wordt Akervoorderlaan of Akervoort geschreven als Agghenvort. In 1551 is de weg afgezand en verlaagd. Waarschijnlijk betekende Agghenvort ‘Doorwaadbare weg door het water’. Er liepen hier diverse beken van noord naar zuid.

De Essenlaan heette vroeger de Tijnenlaan. Hiervandaan liep de Catharijnelaan of Trijnen Laen naar de 2e Poellaan. De eigenaar van Wassergeest had grond aan de zuidkant van deze weg gekocht. Om de tuinen uit te breiden, is de weg daarom naar het zuiden verlegd.

De Spekkelaan of Specken Laen liep van de Achterweg rechtdoor naar de Loosterweg. Voor 1918 had de weg al zijn huidige traject. Specke betekende moeras. De natte strandvlakte tussen Keukenduin en Achterweg liep hier dus nog door vanuit het zuiden.

De Vuursteeglaan, Vuursteeg, Viersteeg of Vijversteeg is het verlengde van de Spekkelaan en loopt tot de Heereweg. In het verlengde hiervan liep een pad, nu Marconilaan genoemd, naar boerderij Zwanendrift met een grote vijver er voor.

Over de Stationsweg of Den Delff wordt al in 1409 geschreven door HHR Rijnland. Het gedeelte tot de Van Lyndenweg heeft Veender Wech geheten. Toen heette het verderop Den Delff en dit liep door tot de Ruigenhoek.

De Kanaalstraat, Breg Wech, (Brugweg) of Broekweg liep door tot de huidige Broekweg. Na de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1852 noemde men het de Kanaalstraat en werd de weg verlengd tot de Ringvaart. Evenwijdig aan de weg lag een knuppelpad van vóór de jaartelling dat een paar meter diep in het veen lag en er is tevens een pijlpunt uit de IJzertijd gevonden.

 

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de digitale Cultuurhistorische Atlas van de Bollenstreek, die momenteel voor Lisse herzien wordt.

 

 

Bronsdepot in Voorhout

 

De kaart uit 1615 van Balthasar Florisz. van Berckenrode in opdracht van Rijnland Kaart. HHR Rijnland

De kaart uit 1615 van Balthasar Florisz. van Berckenrode in opdracht van Rijnland Kaart. HHR Rijnland

Waar liggen de strandwallen en de strandvlakten?

Sporen van vroeger                                                            

16 februari 2021

 door Nico Groen

De meeste Lissers weten wel dat Lisse op een van de oude strandwallen ligt. Maar waar waren deze strandwallen in het verleden en waar waren de gebieden daar tussenin, die strandvlakten werden genoemd? Doordat veel strandwallen zijn afgezand, is er tegenwoordig geen verschil te zien tussen de strandwallen en strandvlakten, met uitzondering van het terrein Keukenhof en het gebied langs de Leidsevaart. De rest is allemaal bollenland geworden.

Strandwallen zijn van oorsprong zandbanken, die in de lengte van de kust zijn ontstaan. Door het smeltwater na de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, steeg de zee. Langs de kusten ontstonden zandbanken. Vanaf de laatste ijstijd is de zeespiegel alleen maar gestegen. Daardoor werden de  zandbanken ofwel strandwallen of binnenduinen steeds hoger opgeworpen. Tussen de strandwallen liepen geulen, die onder invloed van eb en vloed stonden.

De Oude Rijn bij Rijnsburg kon door de hoge stand van de zee zijn water niet meer kwijt. Daardoor ontstonden in noordelijke en zuidelijke richting ook diverse geulen. De invloed van de noordelijke geulen waren tot Lisse merkbaar. Al deze geulen, die soms heel breed waren, worden strandvlakten genoemd.

De strandwallen in Lisse kunnen in twee delen worden gesplitst. Het noordelijke gebied loopt vanaf de Stationsweg noordwaarts. Tussen de Heereweg en de  Loosterweg Noord is het één grote brede strandwal. Dit in tegenstelling tot het zuidelijk deel.

De Heereweg, vanouds de wegverbinding tussen Haarlem en Oegstgeest, ligt op de oudste strandwal, waarop ook Hillegom, Lisse en Sassenheim liggen. De Heereweg ligt net op de oostelijke rand van de strandwal.

Vóór boerderij Wassergeest loopt nog steeds een sloot van noord naar zuid. Aan de zuidkant van De Engel loopt ook een sloot in zuidelijke richting. Deze twee stukken sloot behoorden vroeger tot één sloot, die liep van zo ongeveer in de buurt van de Vuursteeglaan tot de Beek bij de boerderij van Bergman. Deze sloot, die de Bansloot of Banzijp werd genoemd, waterde af op de Beek. Het hele gebied tussen deze Bansloot en de Heereweg behoorde tot de strandwal en werd Westgeest genoemd. Het gebied tussen de Bansloot en de Achterweg was een strandvlakte en werd  gedeeltelijk Liesbroek genoemd.

De Achterweg is een deel van de oude verbindingsweg tussen Lisse en Valkenburg. De Achterweg ligt op een strandwal die slechts tientallen meters breed is. Ten westen van de Achterweg kom je weer in een strandvlakte. Deze strandvlakte loopt door naar het westen tot boerderij De Phoenix en de houtwal richting Essenlaan.

Dan komt er weer een strandwal, die het Keukenduin werd genoemd. Die loopt vanaf de Van Lyndenweg, langs De Phoenix en genoemde houtwal tot de voorbij Voorhout. De westgrens van het Keukenduin wordt gevormd door de Loosterweg Zuid. Ten westen van de Loosterwegen ligt een strandvlakte: de Lage Venen.

 

Uitzicht op Lisse vanuit het noordwesten laat allemaal duinen zien.
Schilderij van A.J. Eijmer 1803

 

Vorming van het landschap van Lisse

Veertien dagen geleden kwam in deze column globaal de vorming van het landschap van de Duin- en Bollenstreek aan de orde. Deze keer die van Lisse ter hoogte van ‘t Vierkant en de Zwartelaan. De invloed van de Rijn is tot in Lisse merkbaar.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

9 april 2019

door Nico Groen

Veertien dagen geleden kwam in deze column globaal de vorming van het landschap van de Duin- en Bollenstreek aan de orde. Beschreven werd het ontstaan van de oude duinen en de strandvlakten daar tussenin. Deze keer ligt de focus op Lisse. Net zoals elders in de Duin- en Bollenstreek wisselen in Lisse de oude duinen (de strandwallen) zich af met strandvlakten. Zij strekten zich evenwijdig aan de kust uit. Van noord naar zuid.

‘t Vierkant

e bekijken eerst de situatie van west naar oost ter hoogte van ’t Vierkant. Ten oosten van de grens met Noordwijkerhout bij de Leidsevaart lag een  brede strandvlakte. Deze strandvlakte liep door tot de huidige Loosterwegen en heet tegenwoordig de Lageveense Polder. Het landschap hier bestaat als vanouds voornamelijk uit graslanden. Daar aansluitend naar het oosten had zich een brede strandwal gevormd. Deze bestaat nog steeds en heet tegenwoordig het Keukenhofbos. De breedte van deze strandwal liep door tot de huidige Van Lyndenweg. Ten oosten van deze weg was weer een strandvlakte (boerderij de Wolff) tot net ten oosten van de huidige Westelijke Randweg. Van deze oorspronkelijke strandvlakte is niets meer over. Het is allemaal in het begin van de twintigste omgetoverd tot bollenland en daarvoor zal al veen gedolven zijn voor brandstof. Ook de sportvelden liggen op deze strandvlakte. Net ten oosten van de Westelijke Randweg was een smalle strandwal. Dit werd het Berkhouterduin genoemd. Het Berkhouterduin is in de 16e eeuw al afgegraven ten behoeve van het zand. Later werden hier ook bollen geteeld. Vanaf het Berkhouterduin tot ’t Vierkant lag weer een strandvlakte. In de 14e eeuw werd dit ‘De Groene Weyde van Lis’ en later “Het Groenevelt van Lis’ genoemd. Het was weiland en hier liepen de paarden van de postkoetsen te eten en uit te rusten. ’t Vierkant zelf was  onderdeel van een volgende strandwal. ‘t Vierkant was in de zevende eeuw veel hoger dan tegenwoordig. (nu 3 m, toen mogelijk 14 m). Vanaf ongeveer de huidige Schoolstraat tot ver naar het oosten was een groot hoogveengebied ontstaan door de groei van moerasachtige planten in de binnenzee.

Zwartelaan

Hierna bekijken we de situatie ter hoogte van de grens met Hillegom bij de Zwartelaan.

Vanaf de Leidsevaart tot Loosterweg-zuid was net als westelijk bij de Keukenhof een strandvlakte gevormd. Hier is begin 20e eeuw echter zand uit de ondergrond omhoog en het veen naar omlaag gebracht. Daardoor is dit goede bollengrond geworden. Vanaf de Loosterweg tot een stukje voorbij de Heereweg  was de situatie heel anders dan bij het centrum van Lisse. Hier was één grote strandwal  met hoge duinen ontstaan. Van afwisseling met strandvlaktes was geen sprake of deze moeten al vroeger ondergestoven zijn. Al deze duinen werden begin twintigste eeuw helemaal afgegraven ten behoeve van de steenfabriek en de bollenteelt.

Dit grote verschil ter hoogte van ’t Vierkant en  het Zwartelaangebied is te wijten aan de Oude Rijn. Bij de Zwartelaan was de invloed van deze waterafvoer nihil, maar bij ’t Vierkant nog duidelijk aanwezig. Bij de zuidgrens van Lisse was de invloed van de Rijn nog groter. Er waren daar meer en bredere strandvlaktes  en meer en smallere strandwallen. Zie het kaartje hiernaast. De oorzaak van de invloed van de Rijn ligt aan problemen met de afvoer van water bij Katwijk. De rivier moest  zijn vele water kwijt en het water stroomde en kolkte bij veel water naar de lagere gedeelten van het duinlandschap. Vlak bij de rivier was er veel meer stroming dan verderop. Onder invloed hiervan werden de strandvlakten vlak bij de rivier veel breder. Dit was dus tot in Lisse merkbaar.

Kaart: Aangepaste reconstructiekaart van 750 na Chr. 1 = ‘t Vierkant, 2 = De Wolff, 3 = Keukenhofbosch, 4 = Lage- en Hogeveense Polder.
Geel is een strandwal, paars of bruin is een strandvlakte.
Kaart van Menno Dijkstra uit ‘Rondom de mondingen van Rijn en Maas’.

Vorming van landschap in de Bollenstreek

De vorming van de Bollenstreek met strandwallen en strandvlaktes wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                           

26 maart 2019

door Nico Groen

Het landschap van de Duin- en Bollenstreek en dus ook van Lisse heeft zijn oorsprong rond 5000 jaar geleden. Toen begonnen zich onder invloed van wind en golfslag langgerekte noord-zuid lopende strandwallen te ontwikkelen. In het begin waren het zandbanken, die bij vloed overstroomden. Het water liet steeds meer zand op de banken achter. Tussen 2 zandbanken liepen diepe geulen waardoor het water bij eb weer afgevoerd werd. Net zoals nu nog steeds overal langs de Noordzeekust te zien is. Omdat de zeespiegel na de ijstijd bleef stijgen vanwege het nog steeds smeltende ijs, werden de strandwallen steeds westelijker opgeworpen en werden relatief steeds iets hoger afgezet. Door opstuivend zand werden deze strandwallen zelfs nog hoger en vormden zo de oude binnenduinen. Variërend tot een maximale hoogte van 14 meter waren ze niet bijzonder hoog. Toch waren deze strandwallen voldoende sterk om de zee buiten te sluiten. Het was een waddengebied met achter de strandwallen eerst open zeewater, zoals het nu bij de Waddenzee nog steeds is. Toen de strandwallen van noord naar zuid op den duur aaneensloten duinenrijen werden, vormden zich ter hoogte van de Bollenstreek achter de strandwallen een binnenzee, die steeds zoeter werd. Dit werd later het Haarlemmermeer. De geulen tussen de strandwallen stonden na de definitieve verzanding van de Oude Rijn bij Katwijk in 1163 ook niet meer in verbinding met de Noordzee. Deze geulen werden steeds breder. O.a. omdat de Rijn zijn water via de geulen kwijt probeerde te raken. In de geulen bleef het water staan. Door de weelderige groei van o.a. mossen, zeggen, gele lissen en lisdodden vormde zich veel veen. Deze soms zeer brede geulen werden later de strandvlakten genoemd. De Lageveense polder, net aan de oostkant van de Leidsevaart bij landgoed Keukenhof, was ooit zo’n oude strandvlakte.

Het landschap dat zonder invloed van mensen is ontstaan, moet er een paar duizend jaar geleden in de Bollenstreek van west naar oost als volgt hebben uitgezien:

  • Zee met zandbanken en strand.
  • Lage duinen met stuivend zand.
  • Een lage strandvlakte, die bij eb droogviel.
  • Wat hogere duinen overgaand in een struweel van duindoorn en meidoorn.
  • Een natte strandvlakte met een bovenlaag van veen door moerasachtige planten.
  • Daarna een duinenrij (strandwal) met een bos van eiken en beuken.
  • Deze laatste strandvlakten en strandwallen wisselden elkaar enkele malen af.
  • Een groot hoogveengebied met aan de randen plassen en meren, zoals de Kagerplassen met riet en waterlelie.

 

Op de zogenoemde oudste strandwal ontstonden mogelijk zo’n 2000 jaar geleden de dorpen Hillegom, Lisse, Sassenheim en Oegstgeest met een doorgaand pad van Castricum naar Oegstgeest, mogelijk in gebruik in de Romeinse tijd als Heerweg voor het leger. Bij Lisse splitste het pad zich in tweeën. Het westelijke pad, nu de Achterweg overgaand in de Oude Heereweg liep van Lisse naar Rijnsburg en was mogelijk de Heerweg naar Valkenburg. Bovenstaande heeft niets met de huidige duinen langs de kust te maken. Deze werden veel later gevormd.

Zo zal het landschap rondom Lisse er een paar duizend jaar geleden hebben uitgezien.
Foto Nico Groen.

WANDELING NAAR RUIGENHOEK EN KEUKENHOF IN 1898: BIJ DEN HANDWIJZER RECHTSAF

Daniël Wüstenhoff maakte in 1898 overal wandelingen in de Bollenstreek. Hij beschrijft een wandeling vanaf Noordwijkerhout via de Ruigenhoek naar Keukenhof

door Rob Pex

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 4, oktober 2002

Onze verslaggever ontdekte dat dominee Daniël J.M. Wüstenhoff uit Sassenheim in de jaren 1898 en 1899 in het Leidsch Dagblad niet minder dan 29 wandelingen beschreven heeft in Leiden en omgeving. Hij kwam natuurlijk ook in Lisse. Ga mee terug in de tijd en vergezel de schrijver op zijn pad naar Halfweg en Keukenhof.

Dominee en schrijver Daniël Wüstenhoff uit Sassenheim wandelde van Noordwijkerhout richting Ruigenhoek en hij schrijft dan:

Wij zijn evenwel nog slechts een paar huizen verder of we voelen neiging een verkeerde weg in te slaan ondanks den handwijzer. Raadpleegt men dezen niet, indien men hier onbekend is, dan is het vrij zeker, dat men de Langevelderweg inslaat, net als deze week nog een automobiel overkwam (…) Komende van Noordwijkerhout, slaan we dus bij den handwijzer van den A.N. W.B. rechtsaf en gaan door of liever langs den Ruigenhoek en stuiten eindelijk bij Halfweg op de
trekvaart van Haarlem naar Leiden.

Staande op de vrij hooge brug daarover hebben wij een vrij aardig kijkje op die vaart. Kaarsrecht met het smalle jaagpad naast zich, zich tot in het oneindige verlengende, strekt zij zich links en rechts van ons uit. Zijt ge gewapend met een verrekijker, dan zult ge rechts (de schrijver staat dus met zijn neus richting Keukenhof, ofwel het oosten) de Pietgijzenbrug, links de Hillegommerbrug ontdekken en hebben we tevens gezicht op de ‘hooge, kegelvormige toren’ van Vogelenzang. ‘Achter u ziet ge het oude veerhuis van Halfweg, dat, gelegen op ongeveer gelijke afstanden van Haarlem en Leiden, zich de goede dagen herinnert, toen de trekschuit dit tooneeltje stoffeerde en het lustige jagertje, onbewust van het lot, dat hem wachtte, zijn vrolijke deuntjes blies. Een in het evenwijdig aan de vaart zich bewegende stoomros langsreizende

Kalverstrater zal wellicht klagen over gebrek aan gezelligheid en overvloed van ruimte, want buiten een stommen, stijf en strak op zijn dobber kijkenden hengelaar en een enkelen voorbijvarenden zand- of mestschipper, vertoont zich hier hoogst zelden een levend wezen.

Wij steken de spoorlijn over en zijn weldra omringd door al hooger en hooger opgaand geboomte, dat zich eindelijk oplost in het prachtige, tot heden nog vrij te bewandelen Keukenhof.

Omringd door prachtexemplaren van eiken, beuken, linden en dennen, ligt daar het ‘Huis dat ons doet denken aan de Middeleeuwen1. (…) ‘Hoe lang Keukenhof reeds onder de bezittingen van het geslacht Van Pallandt heeft behoord is ons onbekend. Naar men meent, was het reeds onder de regeering van Floris V bekend en diende het toenmaals tot pleisterplaats van den grafelijken jachtstoet”.

  1. Dit is een vrij hardnekkige legende. Binnen het gebouw van het huidige kasteel Keukenhof zijn echter nooit delen van Middeleeuwse bebouwing teruggevonden. De wandeling gaat verder over de Loosterweg in de richting van Veenenburg. Daarover meer in een volgende aflevering.

Hef romantische bruggetje over de Leidsevaart nabij Halfweg in Lisse.
(tek: Gemeentearchief, Leiden)

 

LISSE HEEFT WEER EEN BUITENPLAATS: Midden in het Reigersbos aan de Loosterweg Zuid

In het Reigerbos, op de plaats waar vroeger het huis van de rentmeester van het buitengoed Wassergeest stond, is een schitterend landhuis verrezen

Tekst: Ine Elzinga Fotografie: Hans Smulders

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002

Op de plaats waar ooit het huis stond van de rentmeester van het befaamde buitengoed Wassergeest, is een schitterend landhuis verrezen. Heel Lisse kan trots zijn op deze nieuwe buitenplaats.

Het Reigersbos, een stukje oerduin in de Randstad. Rust en vogels. Een pad van grind en bladeren leidt met een bocht langs hoge steile duintjes, begroeid met hakhout, naar het landhuis. Ooit woonde de rentmeester van Wassergeest op deze plek. Een aantal jaren geleden is zijn woning en de grond verkocht. Dat veroorzaakt veel commotie in de gemeente Lisse. De kersverse koper, tevens een bekend hande­laar, vraagt namelijk direct een sloopvergunning aan voor de bestaan de woning en vervolgens een bouwvergunning voor een groter nieuw huis

De Lisses gemeenteraad, natuurverenigingen o.a. Zuid-Holland Landschap, het Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek en de Vereniging Oud Lisse vrezen het einde van het waardevolle stukje oerduin. Behalve het Keukenhofbos is dit het enige oerduin dat nog in redelijk authentieke staat verkeert. Discussies in de gemeenteraad. De handelaar ziet er geen been meer in. Hij verkoopt de grond, tien hectare, met de bouwtekening van het landhuis aan het echtpaar Peters.

Beschermd oerduin

Zij wonen er nu een jaar en de heer des huizes, Frits Peters, zegt: „We voelen ons bijzonder bevoorrecht dat we hier kunnen wonen. Ik wil niet meer verhuizen. Er is al zoveel van het oude duin weg, dat mag niet verder beschadigd worden. En wat dit betreft, regeer ik over mijn graf heen. Alles is zo geregeld en afgedekt dat ook mijn kinde­ren later geen gekke dingen zullen kunnen doen.”

Peters is geboren en getogen in Hillegom: „Mijn grootmoeder bezat het café Zomerzorg (nu de Doofpot) in De Zilk. Ik was daar graag en vaak en kende het duin op mijn duimpje. Mijn vrouw en ik hebben een aantal jaren onder andere in Hoorn gewoond, maar op een bepaald moment wilde ik terug naar de Duin- en Bollenstreek. Het idee ‘terug naar mijn roots’ is wat overdreven, maar ik voel mij wel emotioneel aan deze streek gebonden. Als ik iets dergelijks in bij­voorbeeld de Achterhoek had kunnen kopen, had ik dat niet gedaan.

Groene omgeving

Het komt het echtpaar ter ore dat Loosterweg zuid 14 te koop is: „Waarom we hiervoor hebben gekozen? Wel, omdat het is wat het is!. We hadden geen enkele moeite met de voorwaarden omtrent het beheer van het terrein. Zelf stel ik een groene omgeving bijzonder op prijs en begrijp ten volle dat dit gebied beschermd moet worden. Het vervult ook een rol in de ecologische verbindingszones. Ik heb uit­voerig met het MODB (Milieu Overleg Duin en Bollenstreek) gesproken. Men was bang dat ik paden zou aanleggen. Neen, ik wan­del graag in dit bos, maar niet via aangelegde paden. Mijn neefjes vinden het prachtig, ze zijn zelfs een keer verdwaald.” Bosonderhoud vraagt specifieke kennis: „Ik onderhoud intensief con­tact met Zuid-Hollands Landschap. Na een hevige storm laatst stond er een boom vreselijk scheef. Ik wist even niet wat ik het beste kon doen, een boom behoort rechtop te staan of om te vallen, en dat laat­ste heeft hij uiteindelijk ook gedaan.” Peters is tevens lid ‘voor het leven’ van de Stichting Behoud Natuur en Landschap.

Bollenburen

We zitten in de keuken met uitzicht op de nu nog met stro bedekte bollenvelden: „Een van de eerste acties die ik verder heb onderno­men, was kennis maken met mijn buren, bollenkwekers en de eigena­ren van het aangrenzende land. Dat was wederzijds erg plezierig, zij wilden ook graag weten wie er hier kwam te wonen. Ze hadden al minder goede ervaringen elders, mensen klaagden omdat de hyacin­then te sterk roken!” Zulke problemen zullen ze met het echtpaar Peters niet krijgen. Peters wil er zeker van zijn dat hij de bollenburen houdt: „Zo’n bedrijf als van Beelen bestaat al honderd jaar, die zijn zo aan hun grond gebonden. Maar ik heb wel gevraagd dat als hij die grond ooit wil verkopen, hij eerst naar mij toekomt. Ik kan het niet hebben dat een of andere projectontwikkelaar er iets mee gaat doen.” Aan de houding van Peters is te zien dat hij het niet zo op heeft met projectontwikkelaars: „Als ze een lege vierkante meter zien,

krijgen ze het vreselijk warm en pakken ogenblikkelijk het teken­boek. De Randstad is al vol genoeg, dit gebied moet zo blijven. Wat dat betreft ben ik blij dat ook de streek zich daar sterk voor maakt, ondermeer in het Pact van Teylingen.”

Mooi ontwerp

Peters koopt het landhuis, ontworpen door de Noordwijkse architect Van Manen, op tekening: „Even hebben we met de gedachte gespeeld zelf een woning te laten ontwerpen. Eigenlijk was ik op zoek naar zo’n bollenkwekersvilla, groot en recht en hoog. Ik had het beeld op mijn netvlies staan. Maar die gedachte hebben we laten varen. Een nieuw idee vraagt ook opnieuw overleg met de gemeente, er waren immers beperkingen wat betreft het bouwvolume en de nokhoogte. En dit ontwerp vonden we toch best mooi. We hebben wel wat din­gen veranderd om het huis meer passend bij ons te maken. De garage­deur zit in een andere gevel zodat ik er gemakkelijker in en uit kan.

Mijn hobby is het sleutelen aan antieke auto’s en die hebben geen stuurbekrachtiging. We hebben voor ander materiaalgebruik gekozen en de kleuren aangepast. Op tekening had het landhuis een dak van zwarte pannen en wittige stenen, het leek net een puist in het bos. We vinden dat een huis in zijn omgeving moet passen en hebben voor natuurlijker, meer aardekleuren gekozen. We wonen er nu een jaar en dat nieuwe, glimmende gaat er nu gelukkig een beetje vanaf, het huis wordt langzaam in zijn omgeving opgenomen.” Vóór het landhuis is een rozenboog aangelegd: „Met open vakken, omdat we wel ons uit­zicht willen behouden.”

Duinhuis

Misschien is dit landhuis beter een duinhuis te noemen. De ‘dakkapel­len’ hebben gebogen vormen als ronde duintoppen. Een lijnvoering die steeds weer terugkomt, ook de ramen beneden eindigen in een boogvorm en zelfs de brede binnendeuren die toegang geven tot de woonkamer. Centraal in de woonkamer de grote open haard, uitzicht op de bollenvelden, aan de andere zijde zicht op het oerduin met toe­gang naar een terras dat aan een galerij doet denken. Lichte ruimtes, maar nergens wit. Wel deuren met glazen panelen die veel licht en een groot gevoel van ruimtelijkheid geven. De deur die toegang naar de rondom lopende gang geeft, is in acht vakken ingedeeld met een glas-in-lood motief: „Dat motief met rode tulpen heeft mijn vrouw ontworpen,” meldt Peters niet geheel zonder trots. De knusse studeer­kamer met kleine open haard, aan de andere zijde van de woning kijkt eveneens uit op het bollenland, in het midden het bureau met aan weerskanten voor zowel meneer als mevrouw de pc. Als screen-saver dienen twee foto’s van het huis, één vorig jaar in de sneeuw genomen en één met zomertafereel. Peters: „Voor de inrichting is mijn vrouw geheel verantwoordelijk.”

Baronesse

Er is veel tijd besteed aan details. Ter weerszijden van de voordeur is een kleine grijze natuursteen ingemetseld: „Deze steen is bij de sloop van de rentmeesterswoning gered. Te lezen zijn de initialen van baro­nesse Cecilia Maria van Pallandt (geb. Jvr. Steengracht) met daaron­der de datum 1856. Dat vond ik erg leuk. Ik heb met moderne hedendaagse technieken een foto van haar uit een boek gekopieerd, die krijgt ingelijst nog eens een prominent plaatsje. Aan de andere zijde hebben we zo’n zelfde steen laten inmetselen met de initialen van mijn vrouw en mij en de datum 1999.” Ook de toegangspoort vraagt bijzondere aandacht. Peters: „Het gemetselde deel is in de stijl van het huis. Het ijzeren hekwerk is voor het grootste gedeelte nagemaakt naar voorbeeld uit een Duits architectenboek uit begin 1900, Art Deco en een beetje uit eigen koker. Een smid heeft dat voor ons gemaakt, dat hek is echt uniek in Nederland. Maar het staat ook bij een unieke plek.”

Vos

„Jammer genoeg is er weinig wild, geen konijnen, fazanten of patrij­zen. Ik zie wel regelmatig een vos en ik denk dat die de oorzaak daar­van is. Zo’n beest vreet alles wat op de grond leeft of broedt, en heeft zelf geen natuurlijke vijanden. Ik heb hier wat kippen en een paar hanen rondlopen, die haal ik ‘s avonds dus wel naar binnen.”

Het oude duinloofbos

Het natuurkerngebied Reigersbos is een restant van een droge en geaccidenteerde strandwal met oud eikenbos,liggend naast de natte en vlakke strandvlakte vanWassergeest. Het gebied heeft hiermee een belangrijkecultuurhistorische betekenis, omdat de vroegere landschapstypen hier op korte afstand en in relatiemet elkaar te vinden zijn. Het Reigersbos bevatbelangrijke cultuurwaarden, met name hetoude duinloofbos en de hierin voortkomendekwetsbare broedvogels als roofvogels en spechten.

Het huis van de rentmeester van het buitengoed Wassergeest, op de plaats waarvan nu het landhuis is gebouwd. (Foto: Ton Rouwhorst)