Berichten

Steenfabiek in Hillegom maakte de weg vrij voor de bloembollencultuur

Kunst kalkzandsteen: duinzand en gebluste kalk. De geschiedenis van de kalkzandsteenfabriek en het maken van bollenland wordt besproken.

door Arie in ’t Veld

NIEUWSBLAD Jaargang 3 nummer 3, juli 2004

Ongeveer een eeuw geleden begon Aernoud H.Baron van Hardenbroek van Ammerstol langs de Ringvaart van Haarlemmermeer op de grens van Lisse en Hillegom een – wat hij toen noemde – ,Kunstzandsteenfabriek’. De naam van die fabriek lag voor de hand: ,Aernoud’. De vestiging van een ‘kunstzandsteenfabriek’ in deze streek bleek in 1904 een ‘gouden greep’ te zijn. De bloembollencultuur was sterk in opkomst en de zandgronden achter de duinen leenden zich daar uitstekend voor.

Daartoe moest wel eerst het prachtige golvende, ruige landschap vlak worden gemaakt. “De streek hier is er niet mooier door geworden”, moet ook de heer Van Herwaarden in een interview bij het 75-jarige bestaan van het bedrijf toegeven. Maar in de strijd om het bestaan boden de bloembol­len een aantrekkelijk perspectief. De mensen van ‘Aernoud’ trokken er op uit om grote terreinen te egaliseren. Dat gebeurde grondig waarbij onder anderen de ,omzuigmethode’ werd toegepast. Van soms 5 a 6 meter diepte werd een mengsel van water en prima zand opgepompt. De gronden wer­den afgevoerd naar de fabriek in de Leidsestraat om als grondstof te die­nen bij de fabricage van kalkzandsteen.

Van Herwaarden

De kalkzandsteen was al gauw in een hevige concurrentiestrijd verwikkeld met de baksteen. In 1911 kwam de jonge Rotterdammer Van Herwaarden de baron een handje helpen. Maar in 1920 kwam de directeurspost vrij bij een steenfabriek in Leiden en dat was voor de 30-jarige Van Herwaarden een uitdaging. Vijfjaar later bouwde hij in Katwijk zijn eigen kalkzand-steenfabriek. Na de oorlog nam deze ambitieuze zakenman een pakket aandelen over van de ,Aernoud’-fabriek en sinds 1973 heette de fabriek ‘Van Herwaarden’.

Kunststoframen

Intussen is ‘Van Herwaarden’ uitgegroeid tot een heel concern. De kalk-zandsteenfabriek in Katwijk was in het kader van een herstructurering bin­nen de bedrijfstak overgeschakeld op de productie van kunststoframen. De fabriek in Hillegom heeft evenwel een vrij constante productie en wordt steeds verder gemoderniseerd. Van Herwaarden heeft belang bij en meerderheidsaandelen in verschillende zandwinningsmaatschappijen en in 1980 werd de bouwmaterialenhandel Salamons overgenomen. Voor Van Herwaarden betekent dit een gunstige aanvulling van het pakket van ondernemingsactiviteiten.

Zand en gebluste kalk

De fabricage van kalkzandsteen is vooral sinds de jaren ’60 sterk gemoder­niseerd. Toch draait verbetering van de methoden vrijwel steeds om ,varianten op een oud thema’. Heel eenvoudig gezegd wordt kalkzandsteengemaakt van een mengsel van zand en gebluste kalk. Vroeger werd de uit Duitsland en België afkomstige ‘kluitkalk’ in de fabriek gebrand en ver­volgens geblust. In die tijd vertoonde het aanwezige groen in de buurt van de fabriek een vreemde witte aanslag…

Dat is allang verleden tijd. Er wordt nu gebruik gemaakt van kant en klaar gemalen kalk. Vervolgens wordt de kalk met water en zand vermengd in een zestal reactoren. Na het persen van de stenen volgt een laatste behan­deling in de ‘stoomautoclaven’.

Zandtaartjes

De stenen zijn dan nog zacht als zandtaartjes. Als de vol beladen wagens de stoomautoclaven binnenrijden, begint een interessant procedé. Bij een tem­peratuur van 180 a 200 graden begint het kalkpoeder de zandkorreltjes aan te vreten en gaat de kalk chemische verbindingen aan met het silicium uit het zand. Deze verbindingen vormen een kleefmassa die alle zandkorrel­tjes aan elkaar plakt tot een zeer degelijke kalkzandsteen.

Goeie ouwe tijd

Er is in een eeuw veel veranderd. En gelukkig maar. Van Herwaarden ver­telt in het interview over zijn jonge jaren toen alle stenen met de hand wer­den afgenomen: “De mannen droegen zogenaamde koetjes. Stukjes auto­band in hun hand als bescherming. Dat was nou lopende bandwerk in opti­ma forma! Om gek van te worden’.

Toch krijg je uit oude foto’s de indruk dat ook toen de mensen het niet aan arbeidsvreugde ontbrak… Maar typerend is wel natuurlijk, dat er toen twee mannen nodig waren om in één jaar l miljoen stenen te produceren. Die twee mannen nemen driekwart eeuw later zo’n vier miljoen stuks voor hun rekening!

De kunstkalkzandsteenfabriek in Hillegom vlak na de oorlog. De foto (van KLM Foto) sierde een Kerst- en Nieuwjaarskaart van de fabriek. (Ansicht uit collectie vd Wim van Hage, Lisse)

 

Weg met verloedering door loze kassen

NIEUWSBLAD Jaargang 3 nummer 1, januari 2004

Nieuwsflitsen

Vanaf september 2003 is voor de provincie Zuid-Holland de nieuwe rege­ling ‘Ruimte voor ruimte’ van kracht. Die regeling moet bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied, onder meer de Duin- en Bollenstreek en het Groene Hart. ‘Een prachtig instrument,’ zegt gedeputeerde Ruimtelijke Ordening Asje van Dijk (CDA) ‘om de ver­loedering in het landelijk gebied terug te dringen. Weg met de loze kassen en oude schuren. Het nieuwe ontwerp ziet Asje van Dijk, woonachtig in Sassenheim, een streekgenote dus, als een effectief instrument om de ver-rommeling van de streek aan te pakken. De regeling gaat uit van sloop van voormalige agrarische of niet-agrarische bedrijfsgebouwen die niet in het landschap passen. Hiermee wordt voorkomen dat het landelijk gebied ver­loedert door voormalige bedrijfsgebouwen die in verval zijn geraakt en het landschap ontsieren. Gaan nu ook historische bollenschuren verloren? ‘Nee,’ zegt Asje van Dijk, ‘bij beeldbepalende, cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kan de regeling niet worden toegepast. Wij zien daar in de toet­sing door de provincie op toe.’ (Weekendkrant)

‘DE WEG WORDT OVERSCHADUWD DOOR ZWARE BOMEN’

Een  voettocht beschreven in 1898 door dominee D. Wüstenhoff uit Sassenheim gaat deze keer richting Veenenburg vanaf de Keukenhof. Daarna over de Loosterweg naar Hillegom. Vervolgens terug naar Lisse via de Heereweg. ‘De gehele weg  wordt overschaduwd door zware bomen, welker kruinen zich tot elkander neigen’.

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 4, oktober 2003

door R. J. Pex

Onze verslaggever ontdekte dat dominee Daniël J.M.Wüstenhoff uit Sassenheim in de jaren 1898 en 1899 in het Leidsch Dagblad niet min­der dan 29 wandelingen heeft beschreven in Leiden en omgeving. Hij kwam natuurlijk ook in Lisse. In de vorige “Kijkjes” zijn we geëindigd bij kasteel Keukenhof. We zetten hier nu met ds. Wüstenhoff onze wan­deling voort in de richting van de buitenplaats Veenenburg.

“Onzen tocht weer voortzettende, gaan wij het in ons vorig kijkje reeds beschreven en bezochte “Keukenhof” met zijn kasteel voorbij, en vervolgen onze wandeling langs den Loosterweg over Veenenburg met zijn groot bosch naar Hillegom.

Het is bekend, hoe Veenenburg wegens de opheffing van zijn voormalig sta­tion van de Hollandsche Uzeren Spoorwegmaatschappij voor Lisse en Hillegom indertijd druk besproken is geworden, hoe een proces van den op de buitenplaats “Veenenburg” wonenden heer Leembruggen tegen genoem­de Maatschappij daarvan het gevolg was en het dientengevolge sluiten van het gelijknamige station.

Immers voor uitbreiding van zielental en handel was Hillegom blijven aan­dringen op een station nader bij het dorp, waarop de Maatschappij het sta­tion Veenenburg deed vervallen en daarvoor een station plaatste te Lisse en te Hillegom aan de Hillegommerbeek.

Gaat men van af het voormalige station Veenenburg naar Hillegom, dan volgt men de weg (hier wordt waarschijnlijk de Loosterweg bedoeld, die men rich­ting het noorden, naar Hillegom volgt) door het bosch van wijlen den heer Wilson , thans aan verschillende eigenaars toebehoorende. Het noordelijk gedeelte toebehoorende aan de firma Hagedoorn en Co, is grootendeels afge-zand en voor de bloembollencultuur geschikt gemaakt. Den weg volgende komt men het dorp aan de zuidzijde binnen.

 

Twee uren gaans

Hillegom is het grootste dorp tusschen Haarlem en Leiden, twee uren gaans van Haarlem en drie uren van Leiden gelegen. Zijn hoofdbestaan is de bloembollenhandel Er zijn vijf scholen en een school voor uitgebreid lager onderwijs. Het getal inwoners bedraagt ongeveer 5200. Het dorp is door een stoomtram verbonden van Leiden naar Haarlem”.

Vervolgens zetten we koers naar de Hervormde Kerk, de Houttuin in het cen­trum van Hillegom, het Hof van Hillegom en het buiten Treslong. De Heereweg volgende richting Lisse komen we bij “De Nachtegaal”. Het huidige restaurant De Nachtegaal bestaat in deze tijd echter nog niet. Deze is pas in 1902 gebouwd. Wel heette deze plaats al zo. Luistert u maar:

Weg vol zware bomen

“De geheele weg wordt overschaduwd door zware hoornen, welker kruinen zich tot elkander neigen en den wandelaar doen denken, dat hij zich in een bosch bevindt. Hier hadden we een aardig kijkje. Door de bomen turend zagen we allerlei schepen door de Ringvaart zeilen, tot onze aandacht werd getrok­ken door het naderen van de stoomtram, en toen ontwaarden we, dat we ons aan den grenspaal bevonden, waar vroeger een herberg stond, “de Nachte­gaal” geheeten, waaraan deze plaats nog heden ten dage haar naam te dan­ken heeft.

Even verder ontwaren we de bloemisterij van de heeren D. Nieuwenhuis en Zonen, wier eveneens aan den weg gelegen tuinen een aangename afwisse­ling geven.

Rechts bevindt zich de weg, welke leidt naar de buitenplaats “Veenenburg” (de zogenaamde Zwarte Laan). Deze fraaie landweg is aan beide zijden door een zwaar ijzeren hek afgesloten, doch op verzoek kan de tuinbaas vergun­ning verleenen om de schoone laan, die ruim twintig minuten gaans is, te bewandelen. Voorbij deze laan zien we de prachtige buitenplaats “Wildlust” en de brug (de Lisserbrug bij Zandvliet en Meerenburg) overgaande, slaan we een oog op de bloemisterij en boomkwekerij van de firma Van Zanten en Niewerf, welker fraaie aanleg van verschillende boom- en plantgewassen aanbevelenswaardig is om bezichtigd te worden.

Hoogst voldaan over alles wat wij gezien en genoten hadden, begeven wij ons tenslotte naar het “Hotel de Witte Zwaan “, om eenige lafenis te gebruiken “.

 

Streek in vogelvlucht

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 4, oktober 2003

nieuwflitsen

Tijdens een conferentie over Regionaal Historische Samenwerking in ’t Huys Dever is het eerste exemplaar uitgereikt van

De Duin- en Bollenstreek in vogelvlucht, Landschap, leven en werken omstreeks 1800

Het boek onder redactie van Jan Beenakker en Reinout Rutte schetst een veelzijdig beeld van de streek tussen Haarlem en Leiden. Eindelijk is er nu een handzame, leesbare en rijk geïllustreerde over­zichtstudie van de streek.

Uitgave: Primavera Pers Leiden. Prijs slechts € 13,50.

 

Geest en Grond schept nieuw erfgoed

Het project Geest en Grond wil aansluiten bij het Pact van Teylingen om nieuw erfgoed te maken. Vooral hergebruik van cultureel erfgoed is een van de doelstellingen. Het boek is nog tweedehands te verkrijgen

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 3, juli 2003

door: Sjaak Smakman

‘Proberen om iets te maken wat we voor de toekomst zouden willen bouwen. Nieuw erfgoed scheppen. Daar’ zegt projectcoör­dinator Hans Venhuizen, ‘gaat het om bij het project Geest en Grond’. Gehuisvest in de monumentale voormalige woning van het bollengeslacht Van der Zaal aan het Lissese Vierkant, gaat hij de komende jaren in opdracht van de provincie proberen via dis­cussieavonden en een ontwerpwedstrijd de cultuurhistorie een grotere plaats te geven in de toekomst van de Bollenstreek.

‘Cultuur en historie,’ zegt Venhuizen, ‘zitten nu als regel altijd in het defensief bij het maken van plannen voor de toekomst van dorpen, steden en regio’s. Ze worden vaak gemaakt vanuit de dynamiek van de economie, de woningnood of de infrastructuur. De cultuurhistorische kwaliteiten van een gebied nemen daarbij vaak geen sterke positie in. En als die al een rol spelen, dan is het vaak defensief: dit mag niet verdwijnen, dat mag niet gebeuren. Vaak is dat natuurlijk wel terecht. Maar je moet proberen om een actievere rol te spelen, om mee te sturen in plaats van af te remmen.’

De drijvende krachten

Om tot zo’n breder perspectief te komen, is het er bij Geest en Grond niet om te doen om een lijst te maken van monumenten of wijken die niet mogen verdwijnen.

‘We willen bezien hoe die dingen tot stand zijn gekomen, wat toen de drijvende krachten waren en wat nu de drijvende krachten zijn. Van daaruit willen we dan naar de toekomst kijken’. ‘Dat klinkt,’ zo geeft hij meteen toe, ‘direct al een stuk vager’. Toch wil het project juist concrete handvatten geven. Geest en Grond sluit bijvoorbeeld aan op het Pact van Teylingen. Dat bevat onder meer een analyse van de ontwikkelingen in de streek en probeert aan te geven welke kant het op moet. Geest en Grond wil daaraan verder vorm geven. ‘In het Pact van Teylingen wordt beleid gemaakt. Waaraan het daarbij echter ontbreekt, is een visualisatie: wat betekent dat nou in de praktijk. Wij willen bepaalde locaties uitkiezen en dan vervolgens laten zien hoe die er op grond van dat beleid zouden kun­nen gaan uitzien.’

Hergebruik cultureel erfgoed

Dat laatste gebeurt pas later dit jaar. Vanavond is de eerste van een aantal discussieavonden die voor iedereen toegankelijk zijn. Het gaat over de ontwikkelingen in de dorpscentra. Later komen ook de invloed van de veranderende bedrijvigheid en het ‘hergebruik’ van cultureel erfgoed – zoals de bollenschuren – aan de orde. Als dit najaar duidelijk is wat precies de ontwikkelingen in de streek zijn en waar de knelpunten liggen, wordt een prijsvraag uitgeschreven waaraan niet alleen deskundigen (architecten en stedenbouwkundigen) kunnen meedoen, maar ook inwoners. Met de beste inzendingen worden ver­volgens concrete ontwerpen voor verschillende plekken in de Duin­en Bollenstreek gemaakt.

Kwaliteit

‘In de jaren zestig en zeventig heerste het vooruitgangsdenken. Sinds een aantal jaren gaat het meer de richting op van continuïteit. Het gaat meer om kwaliteit dan om kwantiteit. Dat is wat wij willen: zor­gen dat de ingrepen in de Bollenstreek kwaliteit hebben.

De achterkant van het boek Geest en Grond

STEENGRACHTKANAAL WORDT ECO

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 2, april 2003

Nieuwsflitsen

Als het goed is, is de Stichting Duinbehoud begin maart begonnen met de aanleg van een ecologische verbinding tussen landgoed Keukenhof en de Waterleidingduinen. Ecologie is zoals u weet de leer van de betrekkingen tussen organismen en de omgeving waarin zij leven. De verbinding komt langs het Steengrachtkanaal, dat enkele honderden meters ten zuiden van het Lissese station en van Halfweg in noordwestelijke richting loopt, onder de provinciale weg doorgaat en eindigt bij Duinschoten. Over een afstand van 150 meter wordt de beschoeiing verwijderd en vervangen door een schuin aflopende oever. Men hoopt dat hierdoor kleine zoogdieren, zoals libellen, amfibieën en zangvogels naar het gebied terugkeren. (De Weekendkrant)

WANDELING NAAR RUIGENHOEK EN KEUKENHOF IN 1898: BIJ DEN HANDWIJZER RECHTSAF

Daniël Wüstenhoff maakte in 1898 overal wandelingen in de Bollenstreek. Hij beschrijft een wandeling vanaf Noordwijkerhout via de Ruigenhoek naar Keukenhof

door Rob Pex

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 4, oktober 2002

Onze verslaggever ontdekte dat dominee Daniël J.M. Wüstenhoff uit Sassenheim in de jaren 1898 en 1899 in het Leidsch Dagblad niet minder dan 29 wandelingen beschreven heeft in Leiden en omgeving. Hij kwam natuurlijk ook in Lisse. Ga mee terug in de tijd en vergezel de schrijver op zijn pad naar Halfweg en Keukenhof.

Dominee en schrijver Daniël Wüstenhoff uit Sassenheim wandelde van Noordwijkerhout richting Ruigenhoek en hij schrijft dan:

Wij zijn evenwel nog slechts een paar huizen verder of we voelen neiging een verkeerde weg in te slaan ondanks den handwijzer. Raadpleegt men dezen niet, indien men hier onbekend is, dan is het vrij zeker, dat men de Langevelderweg inslaat, net als deze week nog een automobiel overkwam (…) Komende van Noordwijkerhout, slaan we dus bij den handwijzer van den A.N. W.B. rechtsaf en gaan door of liever langs den Ruigenhoek en stuiten eindelijk bij Halfweg op de
trekvaart van Haarlem naar Leiden.

Staande op de vrij hooge brug daarover hebben wij een vrij aardig kijkje op die vaart. Kaarsrecht met het smalle jaagpad naast zich, zich tot in het oneindige verlengende, strekt zij zich links en rechts van ons uit. Zijt ge gewapend met een verrekijker, dan zult ge rechts (de schrijver staat dus met zijn neus richting Keukenhof, ofwel het oosten) de Pietgijzenbrug, links de Hillegommerbrug ontdekken en hebben we tevens gezicht op de ‘hooge, kegelvormige toren’ van Vogelenzang. ‘Achter u ziet ge het oude veerhuis van Halfweg, dat, gelegen op ongeveer gelijke afstanden van Haarlem en Leiden, zich de goede dagen herinnert, toen de trekschuit dit tooneeltje stoffeerde en het lustige jagertje, onbewust van het lot, dat hem wachtte, zijn vrolijke deuntjes blies. Een in het evenwijdig aan de vaart zich bewegende stoomros langsreizende

Kalverstrater zal wellicht klagen over gebrek aan gezelligheid en overvloed van ruimte, want buiten een stommen, stijf en strak op zijn dobber kijkenden hengelaar en een enkelen voorbijvarenden zand- of mestschipper, vertoont zich hier hoogst zelden een levend wezen.

Wij steken de spoorlijn over en zijn weldra omringd door al hooger en hooger opgaand geboomte, dat zich eindelijk oplost in het prachtige, tot heden nog vrij te bewandelen Keukenhof.

Omringd door prachtexemplaren van eiken, beuken, linden en dennen, ligt daar het ‘Huis dat ons doet denken aan de Middeleeuwen1. (…) ‘Hoe lang Keukenhof reeds onder de bezittingen van het geslacht Van Pallandt heeft behoord is ons onbekend. Naar men meent, was het reeds onder de regeering van Floris V bekend en diende het toenmaals tot pleisterplaats van den grafelijken jachtstoet”.

  1. Dit is een vrij hardnekkige legende. Binnen het gebouw van het huidige kasteel Keukenhof zijn echter nooit delen van Middeleeuwse bebouwing teruggevonden. De wandeling gaat verder over de Loosterweg in de richting van Veenenburg. Daarover meer in een volgende aflevering.

Hef romantische bruggetje over de Leidsevaart nabij Halfweg in Lisse.
(tek: Gemeentearchief, Leiden)

 

LISSE HEEFT WEER EEN BUITENPLAATS: Midden in het Reigersbos aan de Loosterweg Zuid

In het Reigerbos, op de plaats waar vroeger het huis van de rentmeester van het buitengoed Wassergeest stond, is een schitterend landhuis verrezen

Tekst: Ine Elzinga Fotografie: Hans Smulders

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002

Op de plaats waar ooit het huis stond van de rentmeester van het befaamde buitengoed Wassergeest, is een schitterend landhuis verrezen. Heel Lisse kan trots zijn op deze nieuwe buitenplaats.

Het Reigersbos, een stukje oerduin in de Randstad. Rust en vogels. Een pad van grind en bladeren leidt met een bocht langs hoge steile duintjes, begroeid met hakhout, naar het landhuis. Ooit woonde de rentmeester van Wassergeest op deze plek. Een aantal jaren geleden is zijn woning en de grond verkocht. Dat veroorzaakt veel commotie in de gemeente Lisse. De kersverse koper, tevens een bekend hande­laar, vraagt namelijk direct een sloopvergunning aan voor de bestaan de woning en vervolgens een bouwvergunning voor een groter nieuw huis

De Lisses gemeenteraad, natuurverenigingen o.a. Zuid-Holland Landschap, het Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek en de Vereniging Oud Lisse vrezen het einde van het waardevolle stukje oerduin. Behalve het Keukenhofbos is dit het enige oerduin dat nog in redelijk authentieke staat verkeert. Discussies in de gemeenteraad. De handelaar ziet er geen been meer in. Hij verkoopt de grond, tien hectare, met de bouwtekening van het landhuis aan het echtpaar Peters.

Beschermd oerduin

Zij wonen er nu een jaar en de heer des huizes, Frits Peters, zegt: „We voelen ons bijzonder bevoorrecht dat we hier kunnen wonen. Ik wil niet meer verhuizen. Er is al zoveel van het oude duin weg, dat mag niet verder beschadigd worden. En wat dit betreft, regeer ik over mijn graf heen. Alles is zo geregeld en afgedekt dat ook mijn kinde­ren later geen gekke dingen zullen kunnen doen.”

Peters is geboren en getogen in Hillegom: „Mijn grootmoeder bezat het café Zomerzorg (nu de Doofpot) in De Zilk. Ik was daar graag en vaak en kende het duin op mijn duimpje. Mijn vrouw en ik hebben een aantal jaren onder andere in Hoorn gewoond, maar op een bepaald moment wilde ik terug naar de Duin- en Bollenstreek. Het idee ’terug naar mijn roots’ is wat overdreven, maar ik voel mij wel emotioneel aan deze streek gebonden. Als ik iets dergelijks in bij­voorbeeld de Achterhoek had kunnen kopen, had ik dat niet gedaan.

Groene omgeving

Het komt het echtpaar ter ore dat Loosterweg zuid 14 te koop is: „Waarom we hiervoor hebben gekozen? Wel, omdat het is wat het is!. We hadden geen enkele moeite met de voorwaarden omtrent het beheer van het terrein. Zelf stel ik een groene omgeving bijzonder op prijs en begrijp ten volle dat dit gebied beschermd moet worden. Het vervult ook een rol in de ecologische verbindingszones. Ik heb uit­voerig met het MODB (Milieu Overleg Duin en Bollenstreek) gesproken. Men was bang dat ik paden zou aanleggen. Neen, ik wan­del graag in dit bos, maar niet via aangelegde paden. Mijn neefjes vinden het prachtig, ze zijn zelfs een keer verdwaald.” Bosonderhoud vraagt specifieke kennis: „Ik onderhoud intensief con­tact met Zuid-Hollands Landschap. Na een hevige storm laatst stond er een boom vreselijk scheef. Ik wist even niet wat ik het beste kon doen, een boom behoort rechtop te staan of om te vallen, en dat laat­ste heeft hij uiteindelijk ook gedaan.” Peters is tevens lid ‘voor het leven’ van de Stichting Behoud Natuur en Landschap.

Bollenburen

We zitten in de keuken met uitzicht op de nu nog met stro bedekte bollenvelden: „Een van de eerste acties die ik verder heb onderno­men, was kennis maken met mijn buren, bollenkwekers en de eigena­ren van het aangrenzende land. Dat was wederzijds erg plezierig, zij wilden ook graag weten wie er hier kwam te wonen. Ze hadden al minder goede ervaringen elders, mensen klaagden omdat de hyacin­then te sterk roken!” Zulke problemen zullen ze met het echtpaar Peters niet krijgen. Peters wil er zeker van zijn dat hij de bollenburen houdt: „Zo’n bedrijf als van Beelen bestaat al honderd jaar, die zijn zo aan hun grond gebonden. Maar ik heb wel gevraagd dat als hij die grond ooit wil verkopen, hij eerst naar mij toekomt. Ik kan het niet hebben dat een of andere projectontwikkelaar er iets mee gaat doen.” Aan de houding van Peters is te zien dat hij het niet zo op heeft met projectontwikkelaars: „Als ze een lege vierkante meter zien,

krijgen ze het vreselijk warm en pakken ogenblikkelijk het teken­boek. De Randstad is al vol genoeg, dit gebied moet zo blijven. Wat dat betreft ben ik blij dat ook de streek zich daar sterk voor maakt, ondermeer in het Pact van Teylingen.”

Mooi ontwerp

Peters koopt het landhuis, ontworpen door de Noordwijkse architect Van Manen, op tekening: „Even hebben we met de gedachte gespeeld zelf een woning te laten ontwerpen. Eigenlijk was ik op zoek naar zo’n bollenkwekersvilla, groot en recht en hoog. Ik had het beeld op mijn netvlies staan. Maar die gedachte hebben we laten varen. Een nieuw idee vraagt ook opnieuw overleg met de gemeente, er waren immers beperkingen wat betreft het bouwvolume en de nokhoogte. En dit ontwerp vonden we toch best mooi. We hebben wel wat din­gen veranderd om het huis meer passend bij ons te maken. De garage­deur zit in een andere gevel zodat ik er gemakkelijker in en uit kan.

Mijn hobby is het sleutelen aan antieke auto’s en die hebben geen stuurbekrachtiging. We hebben voor ander materiaalgebruik gekozen en de kleuren aangepast. Op tekening had het landhuis een dak van zwarte pannen en wittige stenen, het leek net een puist in het bos. We vinden dat een huis in zijn omgeving moet passen en hebben voor natuurlijker, meer aardekleuren gekozen. We wonen er nu een jaar en dat nieuwe, glimmende gaat er nu gelukkig een beetje vanaf, het huis wordt langzaam in zijn omgeving opgenomen.” Vóór het landhuis is een rozenboog aangelegd: „Met open vakken, omdat we wel ons uit­zicht willen behouden.”

Duinhuis

Misschien is dit landhuis beter een duinhuis te noemen. De ‘dakkapel­len’ hebben gebogen vormen als ronde duintoppen. Een lijnvoering die steeds weer terugkomt, ook de ramen beneden eindigen in een boogvorm en zelfs de brede binnendeuren die toegang geven tot de woonkamer. Centraal in de woonkamer de grote open haard, uitzicht op de bollenvelden, aan de andere zijde zicht op het oerduin met toe­gang naar een terras dat aan een galerij doet denken. Lichte ruimtes, maar nergens wit. Wel deuren met glazen panelen die veel licht en een groot gevoel van ruimtelijkheid geven. De deur die toegang naar de rondom lopende gang geeft, is in acht vakken ingedeeld met een glas-in-lood motief: „Dat motief met rode tulpen heeft mijn vrouw ontworpen,” meldt Peters niet geheel zonder trots. De knusse studeer­kamer met kleine open haard, aan de andere zijde van de woning kijkt eveneens uit op het bollenland, in het midden het bureau met aan weerskanten voor zowel meneer als mevrouw de pc. Als screen-saver dienen twee foto’s van het huis, één vorig jaar in de sneeuw genomen en één met zomertafereel. Peters: „Voor de inrichting is mijn vrouw geheel verantwoordelijk.”

Baronesse

Er is veel tijd besteed aan details. Ter weerszijden van de voordeur is een kleine grijze natuursteen ingemetseld: „Deze steen is bij de sloop van de rentmeesterswoning gered. Te lezen zijn de initialen van baro­nesse Cecilia Maria van Pallandt (geb. Jvr. Steengracht) met daaron­der de datum 1856. Dat vond ik erg leuk. Ik heb met moderne hedendaagse technieken een foto van haar uit een boek gekopieerd, die krijgt ingelijst nog eens een prominent plaatsje. Aan de andere zijde hebben we zo’n zelfde steen laten inmetselen met de initialen van mijn vrouw en mij en de datum 1999.” Ook de toegangspoort vraagt bijzondere aandacht. Peters: „Het gemetselde deel is in de stijl van het huis. Het ijzeren hekwerk is voor het grootste gedeelte nagemaakt naar voorbeeld uit een Duits architectenboek uit begin 1900, Art Deco en een beetje uit eigen koker. Een smid heeft dat voor ons gemaakt, dat hek is echt uniek in Nederland. Maar het staat ook bij een unieke plek.”

Vos

„Jammer genoeg is er weinig wild, geen konijnen, fazanten of patrij­zen. Ik zie wel regelmatig een vos en ik denk dat die de oorzaak daar­van is. Zo’n beest vreet alles wat op de grond leeft of broedt, en heeft zelf geen natuurlijke vijanden. Ik heb hier wat kippen en een paar hanen rondlopen, die haal ik ’s avonds dus wel naar binnen.”

Het oude duinloofbos

Het natuurkerngebied Reigersbos is een restant van een droge en geaccidenteerde strandwal met oud eikenbos,liggend naast de natte en vlakke strandvlakte vanWassergeest. Het gebied heeft hiermee een belangrijkecultuurhistorische betekenis, omdat de vroegere landschapstypen hier op korte afstand en in relatiemet elkaar te vinden zijn. Het Reigersbos bevatbelangrijke cultuurwaarden, met name hetoude duinloofbos en de hierin voortkomendekwetsbare broedvogels als roofvogels en spechten.

Het huis van de rentmeester van het buitengoed Wassergeest, op de plaats waarvan nu het landhuis is gebouwd. (Foto: Ton Rouwhorst)