Berichten

Lisse 825 jaar, maar Lux en Liusna al 300 jaar eerder genoemd 

Sporen van vroeger  (LisserNieuws) 

14 februari 2023

door Nico Groen

  Lisse viert dit jaar het feit dat op papier het dorp 825 jaar bestaat. Het wereldlijk erfgoed dat Willibrord en zijn opvolgers nalieten aan de kerk van Sint Maarten te Utrecht is samengevat in de opgemaakte goederenlijst. Hierop staan de namen Lux en Liusna.

In de 8e en 9e eeuw had deze Willibrord met name ook in het westen vele bezittingen verworven, geschonken door vorsten, edelen en grootgrondbezitters. Deze schenkingen waren destijds vastgelegd op oorkonden, schenkingsakten en giftbrieven. Later werden deze in de eerste helft van de 10e eeuw allemaal in één keer aan het perkament toevertrouwd en gebundeld in ‘De Goederenlijst’ van de Sint Maartenskerk in Utrecht. In deze lijst, gebaseerd op de gegevens uit de 8e en 9e eeuw, worden Lux en Liusna genoemd. Diverse onderzoekers menen, dat Lux en/of Liusna als Lisse of in de buurt van Lisse gezien moet worden. Dit naar aanleiding van de volgorde, waarop de lijst is samengesteld.

 Licht en helder

Op het eerste gezicht lijkt het onlogisch, dat er 2 namen op Lisse zouden slaan. Maar is dat wel zo? De ‘na’ van Liusna betekende in de middeleeuwen ‘nabij’, ‘naast’ of ‘in de buurt van’. Liusna betekende dus zoiets als ‘in de buurt van Lius’. Aad van der Geest probeert in een artikel in het Dever Bulletin van 1991 verklaringen voor Lux, Liusna, Lis en Lisse  te vinden. De woorden ‘licht’ en ‘helder’ komen veelvuldig voor in dit artikel over zijn verklaring van ‘lux’, ‘liusna’ en ‘lis’.

‘Lius’ zou iets met licht te maken hebben. Een heldere waterloop of een kale heuveltop (blinkerd). Verder vermeldt Van der Geest ook nog, dat de plaats Ljusne in Zuid-Zweden, gelegen is aan de rivier de Lusn, wat ‘licht’, ‘helder’ en ‘glans’ betekent. Ljusne betekent dan ‘bij het heldere water’. Opmerkelijk is dat in de 16e eeuw de Zweedse plaats Ljusne geschreven wordt als Luxne.

Als het Latijnse woord ‘lux’ vertaald wordt naar het Nederlands, dan blijkt dit ‘kunstlicht’ te betekenen. Dit kan vroeger niets anders geweest zijn als ‘vuur’, ‘kaarslicht’, ‘brand’ en ’toorts’. Volgens een Deens woordenboek wordt het Latijnse ‘lux’ als ‘lys’ geschreven. Het Deense woord ‘lyse’ betekent ‘verlichten’ of ‘lichtgeven’. Beide Deense woorden lijken toch erg veel op Lisse. Temeer, omdat Lisse vroeger naast Lis ook als Lys of Lysse geschreven werd. Verder betekent het Zweedse woord ‘lyse’  ‘verlichting’.

Het Latijnse lux uit de 10e eeuw werd uitgesproken als ‘Luzz’. Het Iers-Keltische  ‘lius’ van ‘liusna’ uit de 7e eeuw werd toentertijd volgens Peter Berresford Ellis uitgesproken als het hedendaagse lus. De i was een toonloze toevoeging.  Ellis is bekend om zijn wetenschappelijke boeken over de Keltische geschiedenis. Dat leverde hem een groot aantal bekroningen op, inclusief een eredoctoraat aan de Universiteit van Londen. Om diverse redenen menen sommige onderzoekers, dat  het woord ‘liusna’ al heel oud is en mogelijk van Keltische afkomst.

Concluderend kan gesteld worden dat ‘lis’, ‘lux’ en ‘liusna’ ongeveer hetzelfde werden uitgesproken en dat het daarom waarschijnlijk om dezelfde woonplaats gaat. En dat de betekenis voor de drie woorden licht, helder, blinkerd, blank, vuur, brand of vlammen was.

Foto: ‘Waar de blanke top der duinen, schittert in de zonnegloed’. Zo kan het uitzicht van Liusna er hebben uitgezien.
Foto: Nico Groen

Het bollengebied moet open blijven

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                            

20 december 2022

door Nico Groen 

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” en de Stichting Vrienden van Oud Hillegom maken zich zorgen over de ideeën die leven over het bollengebied ten noorden van de Keukenhof. Dit belangrijke cultuurhistorisch bollengebied wordt bedreigd door plannen om de N207 door te trekken naar de N206 met een aftakking over het spoor naar de Beeklaan in Hillegom. Ook zijn er plannen voor een parallelweg langs de Carolus Clusiuslaan vanaf de 2e Poellaan.

Een van de redenen voor aanleg van deze wegen is de drukte bij de Steenfabriek en op de Van Pallandtlaan en de Carolus Clusiuslaan. VOL denkt dat door de aanleg van de Rijnlandroute van Leiden naar Katwijk de verkeersdrukte op de oost-west verbinding voor de Bollenstreek voor het grootste deel is opgelost. Veel verkeer uit Voorhout, Noordwijk en Noordwijkerhout zal van deze verbinding gebruik gaan maken. Het fileleed in Lisse en Hillegom kan door een veel hogere vierbaans brug over de Ringvaart bij de Steenfabriek voor een deel voorkomen worden.

Pact van Teylingen geldt nog steeds

De verlenging van de N207 gaat in tegen de principes van het Pact van Teylingen door de enorme aantasting van het gave bollengebied ten noorden van de Keukenhof en de dreiging van grootschalige verstedelijking rondom het open gebied bij het station Hillegom. In het Pact van Teylingen zijn in het verleden afspraken gemaakt tussen vele organisaties, gemeentes en provincie hoe de Bollenstreek er uit gaat zien. Dit geldt nog steeds.

Cultuurhistorische waarde van het bollengebied

Vanwege de cultuurhistorische waarde van het bollengebied ten noorden van de Keukenhof heeft de stichting VvOH een brief gestuurd naar de leden van het College van Gedeputeerde Staten en de leden van Provinciale Staten van Zuid-Holland. Dit met de nadruk, naast andere argumenten, op het open houden van het bollengebied vanuit historisch oogpunt gezien.

De VvOH constateren in de brief dat het rapport zwaar leunt op het element economie, terwijl natuur, milieu, landschap en cultuurhistorie als sluitpost worden gezien en onvoldoende in de afwegingen zijn meegenomen.

Als het aan de mobiliteitswethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk ligt, komt er tussen 8 tot 15 jaar in de Duin- en Bollenstreek veel asfalt bij met grote gevolgen voor het open gebied, de flora en fauna en het Natura 2000 duingebied.

Los van de dure infrastructurele kunstwerken, zoals een spoorwegonderdoorgang en enkele viaducten gaat dit ook ten koste van veel eerste klas bloembollengrond. De Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport is daarin als kader leidend. Niet gemeld wordt waar de vele hectaren kostende doortrekking naar de N206 en naar de Beeklaan gecompenseerd worden.

Een ringweg ten westen van Hillegom tast het bollengebied ernstig aan en kan nog meer verkeer aantrekken door nieuwbouw rondom het station. Dan zou het bij de steenfabriek nog veel drukker worden.

Foto: Een veel hogere vierbaansbrug over de Ringvaart bij de Steenfabriek zal veel fileleed in Lisse en Hillegom voorkomen. De brug hoeft dan maar af en toe open.
Foto: Nico Groen

 

Bij de hartpagina. Een luchtfoto uit 1926

Het gebied ten noorden van de Oranjelaan laat veel bollenvelden zien, waar nu huizen staan.

Redactie

Nieuwsblad 21 nummer 4, 2022

We vliegen met z’n allen over een stukje Heereweg ver terug in de tijd. Om precies te zijn het vroege voorjaar van 1926. Helemaal links zien we de grote bollenschuur van Grullemans nog niet. Er is ook nog net geen sprake van huize Meerenburgh, waarvan de bouw in dit zelfde
jaar zou aanvangen. Huize Somalo is vanaf de Lisserbrug het eerste huis langs de Heereweg. Naast Somalo ligt het toegangspad naar het oude Zandvliet dat verder weg in het bollenland ligt en nu aan de Westelijke Randweg. Bollenland was er nog in overvloed. Meer en Duin, de Blinkerd en Meerenburg was een en al bollencultuur. Van Zanten, Driehuizen, Van der Vlugt en de Nieuwenhuizens hebben hier heel wat bollen uit de grond gerooid. Alleen hun naam vinden we nog terug in de diverse parknamen. Bij het Nieuwenhuispark is men nu nog druk aan het bouwen op de plek waar tot voor kort nog ‘Welbedrogen’ overal boven uitstak. Alleen huize Baka is daar blijven staan. Waar eens bloemenvelden de landerijen kleurden staan nu huizen en aan de overkant van de Zandsloot (Lisserbeek) waar de geweldige schuur van Grullemans ooit stond, is het industrieterrein. We zien nog net waar de Zandsloot in de druk bevaren Ringvaart uitmondt. Heel wat zandschuiten kozen daar bij de “Lisserham” het ruime sop over het Haarlemmermeer wat bij veel wind een gevaarlijke onderneming was. Deze plaat geeft aan hoeveel er in zo’n honderd jaar kan veranderen, “bollen werden stenen” kunnen we zeggen.

Bloemen tot de Ringvaart! Kunt u dit bruggetje vinden op de hartpagina?

Bollen=schuur welbedrogen in volle glorie

Stamboomonderzoek bij de VOL

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                

15 maart 2022

door Nico Groen

Wat betekent genealogie? Het is (volgens Wikipedia) familiekunde. Een hulpwetenschap van de geschiedenis, die zich bezighoudt met het onderzoek naar afkomst en geschiedenis van families en geslachten. Dat kan leiden tot een stamboom van alle personen uit dezelfde familie, uitgaand van de oudst bekende voorvader in mannelijke lijn. De VOL is geïnteresseerd in Lissese families of in personen die een verbinding met of een betekenis voor Lisse hebben.

De vereniging heeft een werkgroep Genealogie, die een digitaal bestand heeft ontwikkeld met behulp van een  bepaald programma. Daarin staan personen uit Lisse met daar bij behorende familieverbanden. Beheerder is Louise Kerkvliet-van Kampen. Tot 1920 is het bestand behoorlijk volledig. Tegenwoordig zitten er in het bestand 60.000 personen met 18.500 families in Lisse. Dit bestand blijft groeien. Om data te vinden van personen na 1920 is een uitdaging vanwege de privacywetten.  In het kader van deze privacyregels zijn geboorteaktes pas na 100 jaar in te zien, huwelijksaktes na 75 jaar en overlijdensakte na 50 jaar. Dat betekent dat deze informatie op een andere manier gevonden moet worden.

Genealogische bronnen bij de VOL

Genealogische informatie was vroeger moeilijk te achterhalen. Men moest er voor naar gemeentelijke, nationale en kerkelijke archieven. Men moest er echt heen om in de verschillende archieven informatie te achterhalen. Daar werd veel tijd aan besteed. Met het digitale tijdperk is dat eenvoudiger geworden. We kunnen vanuit onze luie stoel informatie benaderen. De VOL heeft een eigen archief gevuld vanuit verschillende informatiebronnen. Denk hierbij aan archiefmateriaal van de gemeente, maar ook documenten van Erfgoed Leiden en Omstreken, waaronder de Bollenstreekgemeenten, gerechtsboeken etc. Het gaat om zowel publicaties als digitale bronnen.

Inloop op dinsdagmorgen

Regelmatig ontvangen wij giften waarin genealogische informatie beschreven is. Maar ook verzamelaars en particulieren bieden bidprentjes, rouwadvertenties en geboortekaartjes aan waaruit veel informatie te achterhalen is. Verder wordt er gebruik gemaakt van alle beschikbare digitale informatie die wereldwijd op het internet te vinden is.

Wat doet de VOL met de verzamelde informatie? Ons bestand is in wezen een lijst met namen waarin begin- en einddata verwerkt zijn en waarin familieverbanden vermeld zijn. De informatie is onlangs gebruikt voor de website LisseTijdReis, waarbij historische informatie over personen en zaken uit Lisse aan elkaar gekoppeld werd. Daarmee is informatie gebruikt van 1830. Je kunt o.a. nagaan waar je voorouders gewoond hebben en welke beroep ze uitoefenden. Er wordt nu druk gewerkt aan het Lisse van 1880. LisseTijdReis is door iedereen te raadplegen, maar de genealogische informatie is alleen voor leden van de VOL toegankelijk. In het verleden zijn er veel kwartierstaten met ouders, grootouders en bed-overgrootouders gemaakt van bekende Lissers. Deze zijn op de website terug te vinden. Ook kunnen particulieren informatie achterhalen bij de inloop op dinsdagochtend. Aanvullende informatie van personen en gezinnen uit Lisse is altijd welkom. Kom gerust ook eens langs op de inloopochtend op dinsdag voor het nagaan van je eigen familiegeschiedenis.

De geschriften van Arie Raaphorst

Het archief van de VOL bevat 5 schriften van de hand van Arie Raaphorst. Het zijn korte notities over gebeurtenissen in Lisse uit het begin van de twintigste eeuw. 

Gert Imanse

Jaargang 20 nummer 4, 2021

In Nieuwsblad 3 2021 van de Vereniging Oud Lisse staat het artikel Parelduiken in Lisse Tijd Reis, waarin aandacht voor een boekje van Arie Raaphorst over de geschiedenis van de Parochie St. Agatha. Eerdere artikelen van Arie in ’t Veld met het werk van Raaphorst als bron, zijn te lezen op de website www.oudlisse.nl. Zijn ‘Gids voor een wandeling langs bloembollenvelden in Lisse’ uit 1922 was het onderwerp van een eerder Pareltje.

Arie Raaphorst
Het archief van de Vereniging Oud Lisse bevat vijf schriften van de hand van Arie Raaphorst. Het zijn korte notities over gebeurtenissen in Lisse aan het begin van de vorige eeuw. Raaphorst (1880-1948) was dagbladcorrespondent voor de Leidsche Courant en mogelijk maakte hij ze voor zijn eigen archief als journalist. Hij schrijft over onderwerpen als het oude raadhuis, het post- en telegraafkantoor, de oprichting van de gasfabriek en de oude en nieuwe Agathakerk tot 1912. Historisch zeer belangrijk zijn de gegevens over de oude wijkindeling in Lisse. In het Gemeentearchief zijn ze niet bewaard gebleven, maar gelukkig beschreef Raaphorst ze in zijn schriften. Hij beschrijft het touwtrekken door verschillende landeigenaren wie de gasfabriek op zijn grond kan krijgen. Het was bieden en loven over de grondprijsdoor de diverse belanghebbenden. De ligging aan groot water was een belangrijk punt in verband met de aanvoer van kolen. Zelfs gravin van Lynden mengde zich in de strijd. Zij bood de gemeente een terrein aan van 0,5 hectare aan de Ringvaart en de Zandsloot voor een gulden en zegde toe alsnog een bedrag van 2000 gulden te schenken. Uiteindelijk is de fabriek gebouwd op grond aangekocht van de Fa. M. Verduijn voor 5600 gulden. Dan wordt ook duidelijk waarom de realisatie van de bouw zeven jaar duurde.
Het Hollandsch Bloembollenkwekers Genootschap H.B.G. werd opgericht in Lisse in 1895. Vanaf de oprichting waren er diverse directeuren. De bloembollenkweker J. Moolenaar was van aanvang af de eerste secretaris. Na zijn dood werd hij opgevolgd door Arie Raaphorst. De kermis in Lisse is een zeer oud evenement dat vroeger in de eerste week van de maand oktober werd gehouden. Tot in 1905 duurde deze acht volle dagen van zondag tot zondag; in 1906 werd de beginzondag afgeschaft. Jaarlijks kwamen e kerken, geestelijken, kiesverenigingen en schoolbesturen in verzet tegen dit feest en telkens kwam de afschaffing tijdens de raadsvergaderingen weer in stemming, maar steeds werd dit met een meerderheid van stemmen verworpen. Ook over de familie van Lynden lezen we regelmatig. De Loosterweg, nu Van Lyndenweg, liep vroeger vlak voor het kasteel langs en werd veel gebruikt door wandelaars en bollengangers uit de steden. Dat was een doorn in het oog van de kasteelbewoners. Na jarenlang gesteggel met toegangsverboden en wegafsluitingen werd uiteindelijk toch besloten de weg te verleggen naar de huidige situatie.
Op de hoek Zwartelaan en Veenenburgerlaan werd bij het afgraven van het duin in 1913 een geraamte van een walvis gevonden, dat daar 5000 jaar geleden zou zijn neergekomen tijdens de ‘Zondvloed’. Waarschijnlijker is dat het dier strandde op 19 november 1421, toen de Elisabethsvloed ook de kustgebieden trof. Helaas is er geen koolstofdatering gedaan, dus het blijft onzeker. Dit geraamte staat vanwege zijn afmeting in kratten opgeslagen en is in het bezit van
het Museum de Zwarte Tulp. Geïnteresseerden in de geschriften van Raaphorst kunnen voor inzage terecht bij Jos van Bourgondiën, die u graag behulpzaam is met deze en andere werken uit de bibliotheek van de CHVOL.

 

Een wandeling door Lisse door A. Raaphorst.

Lissese cultuurhistorie herzien en opnieuw in kaart gebracht

De cultuurhistorische elementen in het landschap rondom Lisse zijn in het voorjaar van 2021 opnieuw geïnventariseerd.

Nieuwsflits

Jaargang 20 nummer 2, 2021

Dit werd gedaan door een werkgroep bestaande uit 3 leden van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (CHG) en 4 leden van de Vereniging ‘Oud Lisse’. Deze werkgroep heeft de update van dit deel van de Cultuurhistorische Atlas (CA) eind mei 2021 afgerond. De nieuwe omgevingswet schrijft gemeenten sinds 2012 voor om een cultuurhistorische waardenkaart te maken. Op deze kaart worden landschappelijke en cultuurhistorische elementen ingetekend die relevant zijn voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Omdat het (CHG) al veel informatie in zijn digitale atlas heeft staan, wordt met de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek samengewerkt bij het vervaardigen van hun waardenkaart. Noordwijk was pilot bij deze samenwerking. Afgelopen jaar heeft overleg plaatsgevonden met Hillegom. Dit jaar worden de gemeenten Lisse en Katwijk ter zijde gestaan met het vervaardigen van hun cultuurhistorische waardenkaart. Voor Lisse is de CHG-Atlas grondig doorgenomen. “Een grote klus”, aldus Sophie Visser, historisch geograaf en voorzitter van de werkgroep Cultuurhistorische Atlas van het CHG. Samen met vrijwilligers van de Vereniging ‘Oud Lisse’ zijn veel gegevens geüpdatet en aangevuld. Honderden landschappelijke elementen en gebouwen zijn in tien weken doorgelopen, nader beschreven, nieuw opgenomen en eventueel ook ter
plekke gecheckt, gefotografeerd en verwerkt. De Atlas is een bron van informatie voor een ieder die daar gebruik van
wil maken. Alles in het landschap dat potentieel relevant of interessant is en waarvan nog iets bestaat, is er in opgekomen. Bij elk element staat informatie over de oorsprong ervan en de eventuele veranderingen die het later onderging. Met oude kaarten en met foto’s en teksten worden de locaties van oude landschappen en het verdwenen erfgoed verder inzichtelijk gemaakt.

Waardenkaart van Lisse 2021

De ‘Kleine kroniek van Lisse’ deel 5 is uit

Jaargang 19 nummer 3, 2020

Nieuwsflitsen

Op maandag 17 augustus 2020 werd de ‘Kleine kroniek van Lisse, 1940 tot en met 1949’, geschreven door de bekende journalist Arie in ’t Veld, op het gemeentehuis in Lisse persoonlijk uitgereikt aan wethouder Jeanet van der Laan.

Het is mooi dat dit vijfde deel van de ‘Kleine kroniek’ dit jaar is uitgekomen, nu het 75 jaar
geleden is dat Nederland bevrijd werd. Arie is heel intensief bezig geweest met dit historisch boekje, dat hem dagenlang spitten kostte in de gemeentelijke archieven, waarbij veel informatie over de oorlogsjaren naar boven kwam. Zijn tekst voor de eerdere delen werd voorheen heel nauwgezet gecorrigeerd door zijn vroeg overleden dochter Lia, voor dit deel is meegelezen door Adrie de Roon, Chris Balkenende en Koos van der Zwet. Op de voorkant van het boekje prijkt de afbeelding van de toenmalige burgemeester Van Rijckevorsel, die in de oorlog is ondergedoken bij katholieke broeders in De Engel. Na de overhandiging aan Van der Laan vertelde de wethouder dat ze zeer blij is dat dit boekje nog op de valreep van 75 jaar bevrijding is uitgekomen. Op haar vraag welke zaken hij het meest opmerkelijk vond in die jaren, antwoordde Arie dat de toenmalige concurrentiestrijd tussen Keukenhof en de Flora tentoonstelling in Heemstede hem intrigeerde en ook de komst van het ondergrondse urinoir op ’t Vierkant, waar alleen maar mannen naar toe konden en vrouwen niet. Deze ‘Kleine kroniek van Lisse’ is voor slechts €12,95 te koop bij Grimbergen Boeken. Ook zal wethouder Van der Laan zich als opdrachtgever hard maken voor de financiering van de volgende kroniek ‘Lisse in de jaren negentig.

De Kleine Kroniek 1940-1949 wordt uitgereikt aan Arie in ’t Veld door wethouder Jeanet van der Laan

 Betekent Lisse Heuvelfort?

Voor Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                  27 september 2017   

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan? Deze keer gaan we in op de vraag of Lisse oorspronkelijk Heuvelfort betekend kan hebben. In het kustgebied tussen Zeeland en Kennemerland zijn diverse Keltische archeologische vondsten gedaan. Hoewel er in Lisse niets is gevonden kunnen hier dus wel Kelten zijn geweest. De oorspronkelijke Keltische taal komt het meest overeen met het Oud-Iers. Als Liusna of Lis uit het Keltisch stamt dan zou er verwantschap met het Ierse Liss kunnen zijn. In Ierland zijn maar liefst 270 plaatsnamen waarin Liss voorkomt. Daaronder zijn namen die al minstens 1300 jaar oud zijn. Het Ierse Liss betekent heden ten dage zoveel als Heuvelfort of Hoge Burcht. De plaatsen met Liss liggen meestal op een heuveltop.

De naam Liss komt in het Oud-Iers voor als Lios. Een Lios was een afsluitbaar woongedeelte van een compleet fort. Naast het wonen deed de Lios ook dienst als opslag voor goederen. De Lios werd afgesloten met een palissade of verschansing. Zo’n palissade  bestond uit 2 meter hoge boomstammetjes met een puntige bovenkant. Deze stammetjes waren met dunne reepjes boombast aan elkaar gebonden. Het complete fort waar de Lios deel van uitmaakte, heette een Ràth. De Lios was het hoogste gedeelte van de Ràth. De Ràth werd beschermd tegen invallen door een aarden wal met een soort gracht er om heen en kon zeer groot zijn. Men gebruikte natuurlijke elementen, zoals duinen en water. Buiten de Lios, maar binnen de Ràth liep het vee en werd er mogelijk een vorm van landbouw bedreven. De Romeinen bouwden vaak een versterking op zo’n Ràth en noemden dit dan een Oppidum.

Was Lisse een heuvelfort?

Terug naar de situatie in het vroegere Lisse. De hele situatie doet aan een Ràth met een Lios denken. De Lios of Lius zou op ’t Vierkant gelegen kunnen hebben. Dat was dan het hoge woongedeelte. Daar omheen lagen zowel aan de west- als aan de oostkant de lagere vruchtbare percelen veen waar vee gehouden kan zijn. Ten westen van deze weilanden lagen duinen. Het Berkhouterduin lag vroeger banaanvormig om ’t Vierkant en de westelijke weiden heen. Dit kan de buitenkant van de Ràth geweest zijn. Deze hoogte was goed verdedigbaar. Op de oudste kaarten van Lisse is een watertje te zien aan de westkant van het Berkhouterduin, dat naar het oosten afbuigt. (Het heette Verbogen Vaart, de latere Lisserbeek). Aan de zuidkant zie je op die kaarten van Lisse de latere Stinksloot of Kerksloot. Aan de oostkant is ook een watertje (De Beeck) te zien, dat vanaf de Gracht via de Hoppoel (bij Speeltuin Marijke) naar het noorden uitloopt in de Verbogen Vaart. Deze watertjes rondom bijna heel Lisse kun je zien als een soort gracht.

Archeologisch onderzoek nodig.

Of Lisse vroeger een Ràth met een Lios is geweest, is zonder degelijk archeologisch onderzoek niet na te gaan. Het is sowieso moeilijk te achterhalen omdat het Berkhouterduin al heel lang geleden is afgegraven en ’t Vierkant vroeger veel hoger heeft gelegen dan nu. Archeologische vondsten zouden ten oosten van de Heereweg diep in het veen moeten worden gevonden.

Veel van wat hierboven beschreven is, werd ontleend aan het artikel van Aad van der Geest van 20 mei 1998 in het weekblad de Lisser in het kader van Lisse 800.

Het oud heuvelfort Old Sarum in Salisbury, Zuid Engeland

Het oud heuvelfort Old Sarum in Salisbury, Zuid Engeland
Foto: www.visitwiltshire.co.uk

 

 

“De kleine kroniek over de jaren zeventig”  is uit

Het 2e deel in de serie ‘De kleine kroniek van Lisse’ van Arie in ’t Veld is uit. Het gaat over de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 12 nummer 3, juli 2013

Het tweede deel in de serie ‘De Kleine kroniek van Lisse’ is uit. Dit deel behandelt de jaren zeventig van de vorige eeuw. De eerste exemplaren van het door Arie in ’t Veld geschreven boek zijn onlangs door wethouder Adri de Roon uitgereikt aan Robert en Harry van der Mark van Blokhuis Beheer en Henk van der Kroft, oud voorzitter van de VVV van Lisse. De Roon memoreerde bij de overhandiging onder andere dat de zeventiger jaren van de vorige eeuw jaren waren waarin Lisse uitgroeide tot een dorp van formaat.

Mede door de grootschalige woningbouw die in de zestiger jaren in de Poelpolder was gestart en waardoor het aantal inwoners in no-time zienderogen toenam. Het hoogtepunt van alle ontwikkelingen van het dorp lag wellicht halverwege de zeventiger jaren. Met name 1975 was in vele opzichten een memorabel jaar voor Lisse. Het was bijvoorbeeld het jaar waarin zo ongeveer het halve dorp op z’n kop stond omdat het Grachthuisje (een serie bouwvallige huisjes aan de Grachtweg waar later nieuwe woningen verrezen) niet als monument beschermd zou worden en besloten werd dat de oude huisjes gesloopt zouden worden. Het was ook het jaar waarin het vermaarde weekblad ‘Ons Weekblad’ ter ziele ging en het verschijnen van ‘De Lisser’ daarop onmiddellijk aansloot. Verder werd besloten dik geld te steken in de restauratie van Dever. De oudste inwoner van Lisse, de heer W. Van Manen werd dat jaar in september 101 jaar; Lisse kreeg een nieuwe bibliotheek, ‘Magazijn De Vlijt’ in de Kanaalstraat hield opheffingsuitverkoop en maakte de weg vrij voor ontwikkelingen op de hoek Kanaalstraat/Meer en Houtstraat en het winkelcentrum Blokhuis werd in november officieel geopend. Burgemeester drs. A. Berends verrichtte de opening en de heer Cees van der Mark kon zijn naam behouden. Hij had deze kostbaarheid op het spel gezet door aan het begin van het jaar te stellen dat als het winkelcentrum Blokhuis niet op 19 november zou worden geopend, zijn naam geen Cees van der Mark meer zou zijn. Over Blokhuis wordt in het boek uitgebreid geschreven. Maar ook over onder andere de VVV die het in die jaren presteerde om, naast het organiseren van talloze activiteiten, jaarlijks zo’n tienduizend toeristen bij particulieren onder te brengen. Iets waarvan nu alleen nog maar gedroomd kan worden. Ook wordt er volop aandacht besteed aan De Engel. Het buurtschap waar men toen vond en uitdrukte dat dit stukje Lisse er maar een beetje bij hing. Was de periode 1960 tot en met 1969 belangrijk voor de uitbreiding van Lisse, in de zeventiger jaren werd daar nog een schepje bovenop gelegd. Het bouwen van woningen in de Poelpolder ging onverminderd door en nieuwe bouwplannen en wijken zagen het licht. Zoals Meerenburgh. Het werd een periode met vele hoogtepunten in een dorp dat zichzelf toebedeelde een streekfunctie te vervullen en op alle mogelijke manieren probeerde daaraan invulling te geven.

Het was tevens een periode waarin diverse plannen werden geopperd waarvan later zou blijken dat er uiteindelijk niets van terecht kwam. Zoals een nieuw gemeentehuis op de plek van De Witte Zwaan, of een open zwembad naast De Lis. Wat er wel kwam was een nieuwe Josephschool. Nu praat de raad weer over nieuwbouw en een nieuw Fioretticollege dat net als het onlangs gebouwde Fio, al voor de opening te klein bleek te zijn om alle leerlingen onder te kunnen brengen. Intussen draaide het verenigingsleven op volle toeren, wordt verteld over Jan Pensioen, de zonderling van Lisse, de buurtvereniging Wilhelmina, de carnavalsvereniging De Gaapstokken en onder meer ook over de huisvesting van de bejaarden, de (nimmer bewezen) aanwezigheid van een pyromaan en het vijftigjarige bestaan van Foto Mieloo, die indertijd ook de foto’s voor onder andere De Lisser maakte.

Het boek kost € 12,95 en is verkrijgbaar bij de boekhandels Grimbergen en Wagner. Voor leden van Vereniging Oud Lisse is er een speciale actie. Zij kunnen één exemplaar kopen voor de gereduceerde prijs van € 9.95, verkrijgbaar op de inkoopmomenten in de Vergulde Zwaan, aan de Ie Havendwarsstraat, of via de secretaris.

Lisser Herinneringen

Oud  Lisser Hans van Duijnhoven woont in Denemarken. Hij is geboren in 1937 aan de Tulpenstraat. Hij beschrijft uitvoerig zijn jeugd in Lisse.

door Hans van Duijnhoven uit Randers (DK)

NIEUWSBLAD Jaargang 12 nummer 3, juli 2013

1945 Let op het duidelijke
“hergebruik” van materiaal,
moeder heeft gedaan wat
ze kon om nog een redelijk
uitziend pakje te maken.

Ik ben Oud-Lisser, geboren in 1937, wij woonden sinds 1941 aan de Tul­penstraat en dagelijks liepen mijn broers en ik naar de R.K. Jozefschool aan de Heereweg tegenover de Agatha-kerk.

In de Tulpenstraat staat nu het kantoorgebouw van de bollenveiling, die vroeger HBG heette. Destijds was daar een driehoekig landje, ’s winters werden er dikwijls bollenmanden opgeslagen, zomers werd het nogal eens gebruikt om veiling-bollen te plaatsen, wanneer de capaciteit van de hallen onvoldoende was.

Meestal waren dat narcissen, die aangeleverd werden in kisten. Voor ons was veel spannender, dat daar regelmatig een geitenkeuring werd ge­houden, van heinde en verre werden “de koeien der armen” daar ter keuring aangeboden. We liepen van daar naar het HBG-plein, waar we dikwijls voetbalden, met als een van de doelen de toegangsdeur tot de meest oostelijke hal van de HBG, (het heeft nogal wat ruitjes gekost en eindeloze strijd of de bal nu binnen of buiten de krijtlijnen op de deur gekaatst was). Tegenover die hal was “het landje van Beelen”, daarnaast de dito graanhandel, de eigenaar woon­de op de hoek van de Hyacinthenstraat, waar tegenwoordig een of andere bank is gevestigd. Op het landje van Beelen werd jaarlijks (?) een podium in elkaar getimmerd, waarop de harmo­nie “Canite Tuba” dan zomeravond uitvoeringen gaf.

De graanhandel had een stoommachine en omdat we bevriend waren met de zonen van Beelen, mochten we bij die machine weleens onze kousen drogen, als we te roekeloos waren geweest bij slootjespringen of op het nog nauwelijks dragende ijs van de gracht (moeder merkte niettemin dat onze kousen stonken!). Op de hoek van de Molenstraat en Grachtweg was het witte huis van Oma Beelen.Even verderop aan de Grachtweg was een bakkerij achter de bebouwing en via een poort toegankelijk. In de oorlogstijd, speciaal de hongerwinter van ’44, lieten mensen daar wel hun brood bakken, als ze tenminste voldoende meel hadden kunnen be­machtigen, je kon dat altijd nog aanlengen met tulpenmeel! (Voor een misdienaar, die nuchter naar de kerk moest, was de geur van die bakkerij een ware beproeving)

Even verderop was het bedrijf van beurtschipper/expediteur Mart van der Linden. Zijn schuiten lagen in de gracht daartegenover, twee soorten, “vletten”, kleine platte schuiten waarin/waarop bollen van de exporteurs in kisten werden aangeleverd. Die kisten werden dan overgeladen in binnenvaart­schepen, die de bollen naar Rotterdam of Amsterdam vervoerden. Soms vonden we het leuk om springend van de ene vlet naar de andere over de Gracht te komen. De corpulente heer Mart v.d. Linden was uiteraard “not amused”, tierend kwam hij uit zijn kantoortje om ons luidkeels op de gevaren te wijzen: “zijn jullie nu helemaal besodemieterd…,kwajongens!”

Daarnaast (richting Kapelstraat) was het oude waaggebouwtje, dat destijds, meen ik, niet meer als zodanig werd gebruikt, wellicht gebruikte v.d. Linden het als opslagplaats. Daar weer naast, op de hoek met de Kapelstraat stond een wit huis met geknotte lindebomen ervoor (van Segers?). Tegenover dat huis op de andere hoek van Kapelstraat en Grachtweg, was de bekende kapper Stuifbergen. Wij gingen linksaf de Schoolstraat in. Links op de hoek was het huis van Kuilboer. Hij was een van de heren-bas-zangers in het kerkkoor van de Agathakerk, waar ik als jongenssopraan en alt heb gezongen o.l.v. dirigent meester van Hulten. Als wij tijdens de soms lange diensten in de Agathakerk wat ongeduldig werden, liep je het risico een oorvijg te krijgen van een van de heren achter je, Kuilboer was daarom berucht. Rechts kwam je dan voorbij de “protestantse school”, uiteraard waren ook daar voor schooltijd kinderen op het schoolplein. Wij, “roomse kinderen”, werden soms (en goedmoedig) uitgescholden voor “papen”. Wij scholden met roomse blijmoedigheid “ketters” terug. Juist voorbij de school was het KAB-gebouw, beheerd door meneer Sloot-beek, waar “Nut en Genoegen” oefende en zijn jaarlijkse toneelspel opvoer­de en het RK Gemengd Koor “Sint Cecilia” uitvoering gaf. Recht vooruit was de zwart geteerde schutting van huize Pius, daarachter lag de Piustuin, waar de oudjes soms even wandelden. Als de poort naar de tuin openstond kon je in de tuin kijken, ik herinner me alleen bloeiende Rododendrons. Je ging dan de hoek om, de Bondstraat in, een zijde Huize Pius, de andere zijde het Patronaatsgebouw, waar dansschool Evert Castelein uit Leiden danslessen gaf, achter waren jarenlang de “verkenners” actief (verkenners zijn Roomse padvinders, verschil moest er zijn, ik heb het nog gebracht tot verkenner “eerste klasse” met insignes!). Tegenover de Bondstraat stond het Raadhuis, met de trap ervoor, dikwijls renden we de trap op aan één zijde en weer naar beneden langs de andere zijde. De gemeentebode (meneer de Koning?) was dan weer “not amused” over die op klompen klossende bengels. nast het Raadhuis stond een geheimzinnige villa, achter donkere (rode beuken ?) bomen. We wisten niet wie er woonden, maar het waren uiteraard “deftige mensen”, Rooms waren ze in ieder geval niet, anders hadden we het geweten. Tegen over de machtige Agatha-kerk lag het nonnenklooster, aan de ene zijde de Jozefschool voor de jongens, de andere zijde de Agatha-school voor de meisjes. De Jozefschool werd geleid door meester Strik, de meis­jesschool door de nonnen, beide werden overigens even hardhandig geleid.

In 1950 ging ik naar de HBS in Lei­den, meester van Wickeren leidde ons op voor het toelatingsexamen. Kees van der Eerden en ik voor “het Bona” in Leiden, Cor Rottwei­ler voor het seminarie van de missi­onarissen van Mill Hill. De meeste andere leerlingen gingen naar de “mulo” van meester Ragas of naar de ambachtsschool in Leiden. In de Agatha kerk hingen met hoogtijdagen, bv. Sacramentsdag (donderdag de tiende dag na Pasen, later de tweede zondag na Pasen), vaandels. Mijn vader attendeerde mij ooit op twee daarvan. De ene van de RK vereniging van Bloembollenhandelaren, groot en breed, met een bollenlandschap waarover de zon opgaat, met de tekst: “Het is de Heer, die de was­dom geeft”. De andere van de RK Landarbeidersbond “St Deus-Dedit”, veel beschei­dener met een arbeider erop en de tekst: “De Heer zegene het werk onzer handen”. “Het zou een mooi zootje worden op de tuin, als je het alleen aan de Heer overlaat”, merkte mijn vader droogjes op, maar die Katholieke Arbeiders-moraal had ik zelf al ontdekt.

 

Reactie

In het vorige Nieuwsblad stond een artikel van Hans van Duijnhoven over zijn Lisser Herinneringen. Bij de prentjes van mei 1945 wordt gerept over het droppen van Zweeds wittebrood. Dat droppen was niet letterlijk bedoeld en had dus tussen quotes moeten staan. Peter Huis attendeerde ons daar terecht op. Hij schrijft:

In de aanhef wordt gesproken over het gedropte Zweeds wittebrood. Dit is een hardnekkig misverstand. De werkelijkheid is als volgt. Op 28 januari 1945 werd door drie zweedse rodekruisschepen een grote hoeveelheid voedsel naar de haven van Delfzijl vervoerd, ruim 7500 ton. Een groot gedeelte hiervan bestond uit meel waarvan in Nederlandse bak­kerijen brood gebakken is. Dit gebeurde voornamelijk in de plaatselijke bakkerijen in het westen van het land, waar de nood het hoogst was. Door een probleem met de vervoerscapaciteit in die dagen, kwam het brood pas medio februari bij de bevolking terecht. Ongeveer tegelijkertij d met de droppingen.

Dit is ook een haast niet uit te roeien geschiedkundige invulling. Evenals Jacoba van Beieren die jaagde vanuit kasteel keukenhof (gebouwd begin 17e eeuw als luxe woonhuis)

En Jacoba van Beieren die eindeloos j acoba kannetjes bakte, en vanuit haar cel in de slotgracht van slot Teylingen wierp.

Hans in 1950, met “plusfours”, die waren
toen “hot”. De broek dankt haar naam
aan de lengte: vier duimen langer dan de
knickerbocker.
De gewone naam voor dit soort broeken was
“drollenvanger”.