Berichten

EEN REIS DOOR DE TIJD: Een ingezonden brief van Bas Romeyn

Naar aanleiding van de artikelen in het vorige Nieuwsblad zette Bas Romeyn zijn gedachten op papier.

Bas Romeyn

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

Als je, zoals ik, tachtig bent (het nieuwe zestig wordt het wel genoemd) en geboren en getogen in het Centre of the Bulbdistrict, zoals dat ooit, nogal hovaardig, op het poststempel van Lisse stond, is het niet onlogisch dat je heel wat herinneringen kunt ophalen bij het lezen van ons onvolprezen Nieuwsblad. Temeer omdat ik volgens mijn dochter nogal associatief ben. Zoveel raakpunten dienaangaande als in het laatste
nummer heb ik echter waarschijnlijk niet eerder gezien. Het was gewoon bizar! Nu leek het mij wel aardig om u eens mee te nemen op reis met de hink-stap-sprong-gedachten die bij mij opwellen bij bepaalde onderwerpen of foto’s. Misschien steekt u er nog wat van op, al is het maar een mooie sigaar! Daar gaan we, in willekeurige volgorde: het begon al met dat fraaie fotootje van die vier keurig in het pak gestoken
Lissese huisartsen. We zien daar, in een van die zeer leesbare stukken van Paul Stelder, dokter Van Dijk en de nog jonge, zo gemaltraiteerde Klaas Bet, van wie we tientallen jaren buren zijn geweest. Toen we naast hem kwamen wonen, zal ik een jaar of drieëndertig zijn geweest en we zaten precies tussen de ouders en hun oudste kinderen in. Vooral met die laatsten hebben we veel contact gehad. De jonge Leo Persoon
kwam vrijwel elke dag uit school even bij ons langswippen. Marijke Bet en Dennis en Dieuwke en Robert van der Mark waren ook altijd van de partij. Hij en Roef Ragas kwamen vaak boeken lenen. Er werd muziek gedraaid (hard) en we speelden heel vaak een potje Risk, waarbij de oorlog van het bord vaak, vooral bij ‘alles over’, oversloeg naar de verhitte spelers. Ook gingen we wel eens met z’n allen naar de drie-oktoberkermis in Leiden. Dokter Van Dijk was onze huisarts. Hij reed toen in een grijze Volvo met zo’n hoge ronde rug. Hij kwam nog wel eens bij ons in de straat en dan was ik iedere keer weer gefascineerd door die in- en uitklapbare, verlichte richtingaanwijzers. Ik zal een jaar of vier, vijf geweest zijn toen, op zekere dag, de zon zijn stralen uitbundig liet schijnen over dat kleine bollendorpje en een vage geur van hyacinten menigeen een vrolijke oogopslag gaf. In de verte hoorde je legioenen kikkers in de eindeloze reeks sloten in de weilanden richting Sassenheim kwaken, dwars door de harde bonk van de draaibrug van brugwachter Wesselius, over het ‘kanaal’. Dan stond de brug evenwijdig met de boorden van het water en konden twee schepen tegelijk passeren. Soms, als het rustig weer was, konden we op de Heereweg ’s nachts een auto over de brug horen rijden. Dan hoorde je elke plank van het wegdek, stuk voor stuk, rammelen, maar ik dwaal af. Toen ik die auto zag trok die me als zwarte materie aan en zag ik een van die mooie richtingaanwijzers al als schemerlampje op mijn slaapkamer staan en pardoes trok ik dat juweel naar buiten en brak het af. Aan de consternatie daarna heb ik geen acute herinneringen meer. Later, na het overlijden van mijn moeder, vond ik tussen vele knipsels een artikeltje uit ‘Ons Weekblad’ met als kop: ‘Het wordt al te bar’, waarin op hoge toon mijn misdaad beschreven stond. Ook bij het kopje ‘Succes voor D.O.K.’ moest ik direct denken aan een vriendje van mij die me eens toefluisterde dat op dat clubje zulke leuke meisjes zaten. Ik werd meteen lid! Lang heb ik daar niet op gezeten…
Natuurlijk heb ik het interessante stukje van Ria Grimbergen over de firma H. de Graaff & Zonen in het vorige nummer gelezen. Weer kreeg ik een déjà vue-aanval! Ook nu kwam dit bedrijf weer ter sprake. In 1968 trouwde ik met mijn mooie Janny. We gingen wonen in  het heerlijke huis Heereweg 87. Onze drie zonen zijn daar nog geboren. Naast ons bleken de dames Mastenbroek te wonen, zusters van de eigenaar van H. de Graaff. We konden het uitstekend met elkaar vinden. Na hun overlijden kwamen de alom in de streek bekende Jan Willem Plug en zijn gezin in hun huis te wonen. Hij was directeur bij de Hobaho. Hij is veel te vroeg, plotseling overleden. Het was een beste vent. Ik was net voor mijzelf begonnen in ons woonhuis. De kamer links van de voordeur was het kantoor. Het liep meteen. Waar weet ik niet meer, maar op een gegeven moment hoorde ik iets ‘blowen in the wind’, als dat de firma De Graaff ophouden zou te bestaan. Ik eropaf! Nu had ik net een samenwerkingsverband (Bamaro) met de BAM, een groot bouwbedrijf, gesloten. Als eerste project met hen verkocht ik De
Graaff aan de BAM. Ook verkochten wij de woningen. Een mooie opsteker voor een jong kantoor! Nu deed de Hobaho ook wel eens wat onroerend-goedzaken. Met name bollenland en alles wat daarbij hoort. Mijn buurman keek er toch wel van op toen ik betrokken bleek te zijn
bij de transactie van onze achterbuurman. Er bleek dus goud te blinken in deze sector! Ook de Hobaho ging toen makelen. Ze pakten het meteen groots aan met meerdere vestigingen, Heemborgh genaamd. Goed voorbeeld doet goed volgen. Dat gold ook voor Harry Mens, een neef van de onvergetelijke Martien Zwaan, mijn voormalige baas. Eigenlijk was die boekhouder en ik moest de makelaardij opbouwen. Dat is
heel goed gelukt! Harry kwam met enige regelmaat bij mij langs om te kijken hoe het met me ging. Ook hij was werkzaam bij de Hobaho. Hij liet mij weten dat hem de onroerendgoedwereld veel interessanter leek dan ‘die bollen’. Dat was ik volmondig met hem eens. Zeker in die tijd! Ook  hij stapte over. Tja, en dan lees ik dat stuk over ‘De Gewoonste Zaak’. Het bestuur van het CDA hield daar altijd z’n vergaderingen. Ik ben daar 2×4 jaar lid van geweest en denkend aan die periode kan ik een glimlach niet onderdrukken. Wat hebben we daar een plezier gehad! Over een van de hoogtepunten van de vergaderingen in ‘De Gewoonste Zaak’ heb ik op 3 april 2011 nog een artikel in de NRC geschreven onder de omineuze titel: ‘Hoog bezoek in Lisse’. Ik ga daar verder niet op in omdat ik de indruk heb dat het al eens eerder in het Nieuwsblad heeft gestaan. Ook het Politiek Café is daar ontsproten. Alle partijen deden mee, ook de SGP. De ‘vergaderingen’ werden in ‘Den Ouden Heere’ gehouden. Voor de zekerheid kwamen de meesten op de fiets.. U weet wel waarom mevrouw!
U ziet, lezer, wat ‘ons’ Nieuwsblad wel niet teweeg kan brengen. ‘En nog is het einde niet broeders en zusters!’ Bij het stuk van Liesbeth Brouwer over Huize Maria overviel mij een schier fantasmagorische quantumsprong die ‘de overhand op mij kreeg’, om het maar eens met de psalmdichter te zeggen. Ik zat in de vijfde klas van de School met den Bijbel (zo heette die toen nog) in de Schoolstraat bij meester Van der Spek. Of ik toen de korte broek inmiddels ontgroeid was, weet ik niet precies meer. Halverwege het schooljaar kregen we een nieuwe leerling in de klas. Ze heette Mirjam (haar achternaam ben ik vergeten) en ze kwam uit het voormalige Nederlands-Indië. Ze was erg beschaafd en had mooie krullen. Het spreekt voor zich dat ze nog moest wennen, niet alleen wat betreft het klimaat, maar ook aan de gewoonten van een klein dorpje, gelegen tegen blonde duinen en niet heel ver van de zee. Ze woonde tijdelijk in Huize Maria, volgens mij toen Pension Irene geheten. (Deen Boogerd wees mij erop dat Pension Irene afgebroken is ten faveure van de aansluiting van de Nassaustraat op de Heereweg. Ik zat in de buurt!) Ze zat, met een looppad tussen ons in, in de bank naast mij. In die tijd kon je bij Van der Geest (of was het Warenhuis
Sterk?) knalerwten kopen. Zoals niet onbekend was ik nogal geoefend in het maken van mijn eigen vuurwerk, en die erwten (toen nog goed gevuld) spraken mij zeer aan! Ik had er altijd wel een paar op zak. Zo ook op die bewuste dag! We waren hard ‘aan het werk’, sommigen staken zelfs het puntje van hun tong naar buiten, en op zeker moment vroeg Mirjam of ze mijn gum even mocht lenen. Natuurlijk mocht dat! Ik gaf, ja lezer, u begrijpt het al, een knalerwt. Na vergeefs wat gestuft te hebben, gooide ze hem terug en riep: ‘Hij werkt niet’. Deze woorden werden teniet gedaan door een enorme knal in dat afgesloten lokaal. Wat een schrik! De twee interlokale deuren naar de vierde en de zesde klas vlogen open en de meesters van die klassen renden naar binnen. ‘Wat is er aan de hand!’ Ik moest nablijven. Ik zat nog keurig op mijn plaats toen meester Van der Spek dreigend, dacht ik, op mij afkwam. Wat zou er voor me zwaaien? ‘Bas’, zei hij, ‘vond je dat nou leuk?’ Ik antwoordde eerlijk: ‘Ja meester. Ik vond het heel leuk.’ ‘Nou’, zei-die, ‘ik ook, je mag naar huis!’ Geweldig toch! U begrijpt het al, lezer, mijn lidmaatschap van de Vereniging Oud Lisse, zeg ik nooit op!

EEN REIS DOOR DE TIJD
Een ingezonden brief van Bas Romeyn

BIJ DE HARTPAGINA: Luchtfoto van uit 1974 van sportveld Ter Specke

Weer zo’n prachtige vogelvluchtopname. We vliegen nu over sportpark Ter Specke en we kijken richting Lisse. Ga er maar even voor zitten, want er is weer genoeg te zien. Even lekker herinneringen ophalen uit de tijd dat je zelf nog een balletje trapte.

Redactie

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

“Ter Specke” is de naam van ons nu zeer uitgebreide sportpark. Specke is een oude naam voor een speciaal soort veen dat in lagen is opgebouwd. Het veen dat hier als turf gedolven werd, was gelaagd veen. Door verzanding van de Rijnmonding bij Katwijk kon het overvloedige water uit de bergen niet of nauwelijks de Noordzee in stromen en zocht het water een andere weg naar de lagere delen van ons gebied. Zo zocht het water tussen de oude en nieuwe duinen zijn weg en nam veel organisch materiaal mee dat hier achterbleef. In de droge tijd stoof er duinzand overheen. Dit proces herhaalde zich jaarlijks,  zo vormde gelaagd veen ons veengebied. Lisse had turf van topkwaliteit. Het was geen baggerzooi omdat het zand tussen de veenlagen zorgde voor goede afwatering. De Achterweg is een oude Veendersweg.

Op de hartpagina zien we ons sportpark in 1974, de Spartaan liep nog hard om het hoofdveld van de beide voetbalclubs, Sportclub Lisse (tot 1968 RKVV Lisse) en Lisser Boys. Op de Spekkelaan werd toen nog de ‘Tour de Lisse” verreden. Altijd een spannende aangelegenheid! Toen de hardloopbaan nog uit sintels bestond waren er motor-speedwayraces, hazewindhondrennen, er was altijd van alles te doen.
Het corso maakte er wat showrondjes voor ze aan de grote optocht begonnen. Voor onze sportcultuur wordt nog steeds goed gezorgd
met al die mooie accommodaties. Wij van Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” zouden ook wel eens een beetje verwend willen
worden door de gemeente. Straks zijn we dakloos, waar wordt dan de geschiedenis van Lisse onderzocht en bewaard?
Een wijs man schreef eens; “Wie zijn geschiedenis niet waardig vindt, gaat onwaardig de toekomst tegemoet”.

Kampioenen van toen.

Hazewindhondrace.

Rondje voor de show.

“Tour de Lisse” team aan de start.

 

Het wapen van Lisse.

Sporen van vroeger   (LisseNieuws)

18 maart 2025

  Door Peter Vink 

In deze ‘Sporen van vroeger’ iets over heraldiek of wapenkunde en het verhaal achter het wapen van Lisse.

Heraldiek of wapenkunde is de wetenschap achter herkenningstekens van personen, families of organisaties. Het is ontstaan in de 12e eeuw tijdens de kruistochten toen ridders hun wapenuitrustingen versierden met symbolische voorstellingen en emblemen. Op het slagveld dienden ze als herkenningstekens.

Daarna wenste elke gerespecteerde edelman met aanhang zich met tekens op schilden, vaandels, banieren en zadeldekken van paarden kenbaar te maken. Zoiets van: dit is mijn grondgebied en dit zijn mijn strijdkleuren. Rond het jaar 1200 werden wapenschilden erfelijk en blijvende familietekens. Om te zorgen dat niet iedereen dezelfde tekens en kleuren ging gebruiken werden in de 14e en 15e eeuw registers of wapenboeken ingesteld. Deze werden bijgehouden door een ‘heraut’ of ‘wapenkoning’.

In de loop van de tijd werd het wapen steeds meer een symbool van eenheid binnen een familie. Met een wapenzegel werden brieven en belangrijke oorkonden bekrachtigd. In het begin was heraldiek eenvoudig, maar later verviel het in decadentie met wanstaltige wapens zonder heraldische regels. Met Napoleon kreeg de heraldiek een nieuw impuls en werden de regels verandert. Het voeren van een wapen werd niet meer alleen voorbehouden aan de adel en hogere klasse. Thans heeft iedere burger het recht tot het voeren van een wapen volgens de heraldische regels.

Wapen van Reinier Dever uit het wapenboek van Gelre 1395

Sinds de 13e eeuw is de naam Aper oftewel d’Ever (Dever) bekend en verbonden met Lisse.

Rond 1375 woont Heer Reinier Dever in een ridderhofstede bij Lisse het huidige Huys Dever.

De d’Evers voerden een wapen te weten ‘een halve Hollandse leeuw van rood, getongd en genageld van blauw op een gouden veld’. Dit doet afstamming vermoeden uit het Hollandse gravenhuis. Vanaf 1589 werd de Heer van Dever ook heer van de ambachtsheerlijkheid Lisse. De heerlijkheid Lisse zegelde vanaf die tijd altijd met het wapen van het geslacht d’Ever.

Het wapen van Lisse:

Na de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 stelde de Gemeente Lisse er prijs op om een eigen wapen te gaan voeren. Dat moest wettelijk worden vastgelegd in een register bij de Hoge Raad van Adel in Den Haag die daartoe bevoegd was. Zoals eerder genoemd zegelde Lisse altijd al met een wassen zegel (groen of rood) met het wapen van Dever. Dus koos men in 1815 voor het wapen van Dever maar wel met andere kleuren namelijk geel als goud en blauw als lazuur (de kleuren uit het wapen van het Koninkrijk).

Op 24 juli 1816 verkreeg de Gemeente Lisse het volgende wapen: ‘van goud, beladen met een halve klimmende leeuw van lazuur’.

Er zijn wel kleine verschillen met het wapen van Dever zoals de kleuren, de vorm van de leeuw en de schildvorm. Toch is het wapen van Lisse een mooie verwijzing naar het geslacht Dever en de bewoners van ‘den huijse van Lisse’ oftewel ‘t Huys Dever.

 

 

Wapen van de Gemeente Lisse

 

Wapenschild met het wapen van Dever;

Foto’s: Wapen van Reinier Dever uit het wapenboek van Gelre 1395; Wapenschild met het wapen van Dever; Wapen van de Gemeente Lisse

Bij de hartpagina: Een luchtfoto uit 1974 van de Stationsweg

Een halve eeuw geleden lag de Stationsweg er braak bij. Maar er was ook nieuwbouw. In dat jaar kwam dat leuke boekje, nu te zien bij de schenkingen, uit. Vanuit de hartpagina liep je over de Stationsweg richting de voorplaat van dit nummer

Redactie

Nieuwsblad 23 nummer 1 2024

Vliegen we hier over Lisse in 1973 of 1974 Berkhout is bewoond. De bloembedden op de voorgrond lijken al van het riet ontdaan.  Dus het vroege voorjaar van 1974 lijkt logisch. Maar kijk eens goed beste mensen, de Blinkerd was nog bollenland, de loods langs het laantje van Buts staat nog op z’n plek. Op het landje van Cardol waar we voetbalden met jongens uit de buurt, staat al een deel van het postkantoor wat nu alweer vergane glorie is. Toen ging de file keukenhofgangers nog door de Veldhorststraat naar de parkeervelden van de Keukenhof. In dit nummer hebben we het over Plan de Graaff waar toen nog geen sprake van was. Waar nu winkelcentrum Blokhuis en de Koninginneweg zijn
nog niets van te bespeuren. Ja en kijk ook vooral nog wat hoger op deze plaat, links van het oude Fioretti zien we de oude ijsbaan en de Nieuwsloot nog. Rechts van het schoolgebouw de Sporthal en de galerijflats aan de Van Speyckstraat. Het gloednieuwe overdekte
zwembad van Lisse is nu alweer weg. Ons dorp ondergaat de ene metamorfose na de andere, het is haast niet bij te houden. Wel fijn
dat we mooie, niet eens zo oude, vogelvluchtfoto’s hebben waarop we nu kunnen zien hoe het vroeger erbij stond. Het is ook leuk om
even af te dalen en van dichtbij dat stukje Stationsweg (nu Berkhoutlaan) te bekijken. U mag zelf de bijschriften er bij bedenken.

Bij de hartpagina: luchtfoto centrum van Aviodrome

Wat zijn ze toch mooi die hartpagina’s! Het archief van Aviodrome herbergt heel veel van dit soort vogelvluchten van over heel Nederland. Het kost wel wat, maar toch is het goed dat dit bewaard wordt! Bedankt Aviadrome voor al dat moois!

Deen Boogerd

Nieuwsblad 22 nummer 4  2023

Eigenlijk best leuk zo’n gekantelde hartpagina, dus doen we er nog maar één. We maken een tijdreis van ruim 50 jaar terug in de tijd. Hier zien we geen tien verschillen, maar kom je met gemak aan de honderd veranderingen die ons dorp heeft gekend. De straten zijn er nog, maar wat er allemaal gesloopt, verbouwd en vernieuwd is? Dat is haast niet te geloven. Onder op de foto is de Stationsweg waar de huizen en de kolenhandel van Van Rooijen gesloopt zijn. Het oude postkantoor is nu “Madelief”. De Gruyter, Sikking, Mijnders Meubelen, wie kent ze nog? Voorbij de Wagenstraat is de linkerkant ook niet meer wat het was, de wagenmakerij van Van Rossen, Gijs Vos, Luxe of zo u wilt Timmermans. De Kanaalstraat was nog open voor autoverkeer. In de Kapelstraat hebben de aardappelschuren van Abbink en het Witte huis van Gijs van Parijs met zijn bollenschuur plaats gemaakt voor de fundamenten van Zeeman en voor wat nu Hoogvliet is. Waar de bollenschuur van Gerrit Segers stond, staan nu auto’s geparkeerd. Achter die schuur grenzen de loodsen van Mart van der Linden met het kerkgebouw van de gereformeerde gemeente, waar Dirk Schouten zijn werkplaats had. De lange rij huizen van de Molenstraat met de loodsen van de HBG er achter. Kijk je iets naar rechts op de foto dan zie je op de kop van de Ruishornlaan het garagebedrijf van Vermeulen met de ESSOletters op het dak. Aan de kraampjes van de markt kun je zien op welke dag deze foto werd gemaakt.

Elvestafeesten: zussen Maywood in de Hobahohallen

Op het Hobaho-terrein staat nu een prachtige wijk met de appartementen van de “Veilingmeester”, welke naam samen met “Floralis” en het beeld van de Bollenreiziger nog doen denken aan de bloembollen die daar ooit verhandeld werden. Nu worden daar alleen nog oliebollen verhandeld. Wel lekker! Beide bloembollenveilingen stelden buiten de bollentijd hun hallen ter beschikking voor allerlei festiviteiten zoals rommelmarkten, Elvestafeesten, huishoudbeurzen, occasionshows, oldtimerdagen tot boedelveilingen, de Midwinterflora, de Lenteflora tot bonsaitentoonstellingen toe. In dat stukje Lisse was altijd wel wat te doen! De vleeswarenfabriek van Persoon en Zandvliet timmerbedrijf zijn de laatste der Mohikanen die nog weerstand bieden tegen de veranderingen. Zo kunnen we nog wel een poosje doorgaan beste lezers. Loop zelf nog even langs de Grevelingstraat en over de Ringvaartbrug naar het nog vrijwel lege Lisserbroek.

’t Roemwaard Lisse: de grote kerk (47)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

Hier naderen we Lisse van het zuiden uit. Naast de dorpskerk staat aan de straatweg de kosterswoning met het aangebouwde schoolhuis.1 De schoolmeester, Jacob van der Jagt, was tevens koster en voorzanger in de kerk. Daarnaast had hij nog verschillende andere taken.2 In de verte de korenmolen van Willem Ingenollandt.3 Geheel rechts stond vroeger de hofstede “Mossenhof”, het buitentje van Jacobus Krighout, van 1747 tot 1767 hoogleraar aan het Remonstrants Seminarium te Amster­dam. Krighout was in 1703 in Rotterdam geboren en stierf op 22 januari 1770 te Lisse. De Remonstrantse religie werd tijdens de Repu­bliek nauwelijks geduld. Dat Jan de Graaff deze professor dan ook “de zuivere waarheid” toeschrijft is wel zeer opmerkelijk. In ieder geval blijkt hij een hoogst verdraagzaam jongmens te zijn. Jan gaat ons ook de tuin beschrijven met zijn beekje, zijn rozen en zijn regelmatige bloem­perken, omgeven door keurig geschoren palm- of buxushegjes.

Ik ga ditmaal een weinig deinsen of,

Ik wou gaarn zien het lustig Mossenhof,

Dat lustprieël, daar ’tgeen men schoon mag noemen

In werd bevat, wel waardig om te roemen,

Daar Flora* als gedurig is gesierd

Met bloemgewas en werd geëerd, gevierd

En opgetooid met duizenden aanlokselen

En doet het oog in haar geroosde vlokselen

Verwarren. En waar het bebloemde land

Omheind is met palm ’twelk als een vaste band

Het insluit, en met wondernette perken

Is afgedekt, wel waardig op te merken.

De wandelpadn in ’t midden van ’t geboomt’

Zijn wonderfraai, terwijl een beekje stroomt,

Dat als kristal vertoont in zuivere klaarheid.

En ’t huis dat van de deugd en zuivere waarheid

Bewoond werd, is een siersel van ons dal

En is gevuld met boeken zonder tal,

Daar Pallas5, als gezeten op haar zetel

Der wijsheid, nooit hoogmoedig noch vermetel,

Maar rein en kuis, en doet d’ontaarde Hen

Den rechten aard van ’t deugdelijk leven zien.

De “duizenden aanlokselen” waarover Jan de Graaff spreekt, hadden op de echtgenote van schout Sennepart hun uitwerking niet gemist. Zo trok hij van het oude Dever naar het “lustig Mossenhof”, maar raakte daardoor algeheel in deconfiture. Hoe hij uiteindelijk, geheel alleen, zijn laatste levensdagen in Winterswijk moest slijten, kan men elders lezen.6 Uiteindelijk werd Mossenhof gesloopt en de tuinen veranderden in wei­ en teelland. Op 29 april 1800 werd hier door Jan van Soelen, “Direc­teur van Flora”, een “groene veiling” gehouden, waarbij “de Heren A.C. en H. van Eden te Haarlem een aanzienlijke partij bloembollen” ver­kochten, “welke alle zeer sterk in gewas staan.”7 Tenslotte kwam hier in 1842 de nieuwe rooms-katholieke kerk, de trots (en de zorg!) van pastoor van der Hoven.8

Vroeger zaten alle kinderen bijeen in één schoollokaal, en dat is dan ook “de grote zaal, die … de wijsheid voedt.” Dikwijls was de koster/ schoolmeester behalve voorzanger tevens gaarder der belastingen. Mogelijk is het ook een ander persoon. Deze betalingen vonden plaats “in ’s lands komptoir (kantoor)”, bij de kerk, vaak de consistoriekamer, waar ook de boeken en papieren van de “heerlijkheid” bewaard plach­ten te worden.9

Grote zaal, die binnen uwen drempel

De wijsheid voedt en die bebuurd is aan Gods Tempel

En ’s lands comptoir, alwaar ons burgerstand

Haar schatting brengt, ten nut van het land

Op hoog bevel van onze overheden.

De gaarder, die met zorg en vroomheid mede

Zijn plicht waarneemt en dient het Vaderland

Met grote vlijt, wiens vlugge en snelle hand

Den veder drijft alsof hij van de winden

Gedreven wierd, die gaat zich nauw verbinden

Aan Godes huis, om God met psalmgezang

Te dienen staag. De Heer geev’, dat wij lang

In Zijnen naam in ’t heiligdom vergaren

In reinigheid, zo zal Hij ons bewaren.

Onder het prentje ziet men het wapen van Dever: in goud een halve klimmende leeuw van keel (rood), getongd en genageld van azuur (blauw), het wapen waarmede de schout altijd zegelde, omdat de Heer van Dever tevens Heer van Lisse was. Bij het vaststellen van het wapen van Lisse op 24 juli 1816 werden de verwen (kleuren) echter – zoals vaak gebeurde – veranderd in die van het rijkswapen: “van goud beladen met een halve klimmende leeuw van lazuur”.

1    De Aagtenkerk blz. 116. Ansichten blz. 60 en 61.

2    Huis Dever blz. 221.

3   Ansichten blz. 53, 54 en 56.

4   Godin der bloemen.

5    Pallas Athena, godin van de wetenschap en de kunst.

6   Huis Dever blz. 232.

7    ARA, Recht.arch. Lisse nr. 108, 1ste ged. De naam Van Zoelen is lange tijd aan deze plaats verbonden gebleven. (Ansichten blz. 9 en 35).

8    De Aagtenkerk blz. 125. Ansichten blz. 58.

9    Huis Dever blz. 202. Ansichten blz. 8.

47. “’t Dorp Lisse”, kopergravure (7,5×10 cm) van Anna Brouwer, waarschijnlijk een dochter van Cornelis Brouwer, graveur te Amsterdam. Onder het wapen van Dever. Uit R. Bakker, De Nederlandsche stap- en dorpabeschrijver, VII, 1799.

’t Roemwaard Lisse: Het dorp Lisse (43)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

Lisse met zijn kerk en zijn huisjes in 1624. Toch moet men het aantal huisjes niet al te “letterlijk” opvatten. Misschien heeft de tekenaar slechts een idee willen geven van de bebouwing, want het ging ten slotte alleen maar om het land dat aan de (voormalige) abdij Leeuwenhorst te Noordwijkerhout toebehoorde, een perceel dat met een smalle strook ter hoogte der huidige St. Agathakerk begint. Het wordt begrensd door het land van de erfgenaam van Claas Corn. Corsteman, ±  1616, “Des Ambachts wegen” zijn duidelijk getekend. Ze werden ieder jaar in maart in opdracht van Schout en Ambachtsbewaarders geïnspecteerd. In 1768 moest Barend Stellingwerf alle “holligheden” met zand vullen en ophogen. Het eerste stuk van de “Molewateringe ofte de Graft” wordt op deze kaart reeds “De Haven van Lis” genoemd. Daar was altijd veel bedrijvigheid en de ambachtsbewaarders dienden steeds toe te zien, dat alles daar ordelijk toeging.2

6 maart 1778. “Publicatie. Schout en ambachtsbewaarders der Heerlijk­heid Lisse, sedert geruime tijd ondervonden hebbende, dat er een groot misbruik gemaakt werd van de wal of kant langs des ambachts gracht door het plaatsen en lang laten leggen van hout, takken, mis, bagger, puin en ander goed op dezelve, waardoor zo aan de schipperije als burgerije grote ongelegentheid veroorzaakt werd, en daarinne ten dien­ste van de goede ingesetenen willende voorzien, zo is ’t dat Schout en Ambachtsbewaarders voornoemd allen ende een iegelijk die zulks zoude mogen aangaan, bij dezen wel ernstig waarschouwen en scherpelijk verbieden van gene goederen, hout, takken, mis, bagger, puin of wat hetzelve ook zoude mogen zijn, langer op de wal of kant van des ambachts Gracht te laten leggen dan uiterlijk twaalf dagen nadat hetzel­ve op de voorsz. wal of kant zal zijn geplaatst, op poene van 24 stuivers voor elke dag dat het daarop zal worden bevonden”, etc. Mest mag trouwens alleen gelost en gelegd worden “buiten de huizen, om daar­door alle stank en onreinheid voor de goede ingezetenen haar huizen voor te komen1“. Er mocht alleen mest gelost worden tussen de korenmolen en de looierije1. Er waren inderdaad leerlooierijen in Lisse. Ook Jan de Graaff spreekt daarover, wanneer hij van Meer en Hout naar de Gracht stapt.

Maar ik verlaat dit klaverrijke land

En stap zo voort tot op de Havenkant.

Hier kan men zien de leerbereiderieen

Tot ’s mensen dienst en winst der burgerije.

Wat verder ziet men het verheven paleis

Des koopman s, die op allerhande wijs

Des dorps nut en welstand tracht te werken.

Dit paleis des koopmans is waarschijnlijk het huis op de hoek der Kapelstraat, dat helaas juist dezer dagen moet verdwijnen. Tussen de eenvoudige dorpsbewoning moet het een machtige indruk hebben ge­maakt.3 En de “koopman” zelf? Dat is ongetwijfeld Jan van Blommestein van Oldenzeel, de enige echte ingezetene van Lisse die omstreeks 1770 steeds als “heer” gekwalificeerd wordt. Ds. Johannes van Blommestein (1698-1771) had vijf kinderen die alle jong gestorven zijn. Zijn zuster Cornelia was gehuwd met Stephanus (van) Oldenzeel uit Gorinchem. Hun zoon komt naar oom en tante te Lisse; “de heer Johan van Blommestein van Oldenzeel, koopman.”4 Bij allerlei transacties, vooral ook bij de vlasserijen (blz. 54) komt men zijn naam telkens weer tegen. Toen de Keizersbrugge in de “Broekweg” in 1764 werd vervangen door een heul was het de heer Van Oldenzeel die de eerste steen legde; een belangrijk man.5

Er waren twee leerlooierijen aan de gracht, één van Jan Hirsch en een van de ambachtsbewaarder Leendert van der Jagt. In de slachtmaand (november) werden de koeiehuiden in de grond gespit en in de looi- of louwmaand weer opgegraven om gelooid te worden. Nu had Jan Hirsch zich verstout in januari 1765 “eigener autoriteit” een tweede looikuip te “doen stellen voor zijn huizinge op des ambachtsgrond op de gracht.” Bovendien lag daar een hoop “rum”, run, gemalen eikenschors om het leer te looien. Hij verklaarde echter zeer onderdanig, “hetzelve in zijne onwetendheid gedaan te hebben, immers met gene het minste inzicht of oogmerk om daarmede de authoriteit of het gezag van UEd. Achtbarens te benadelen! ” Het is altijd weer vermakelijk te lezen hoe die boeren en burgers van Lisse elkaar met zoveel reverentie ambtelijk benaderen. Ten slotte mag de kuip blijven staan, wanneer Hirsch hem iets laat zakken, enige “recognitie” betaalt en belooft, dat wanneer in de zomer de vlasschepen komen (blz. 54) de wal geheel ontruimd zal zijn. Dat laatste was vooral belangrijk! Tegen het einde der 18de eeuw liep het af met de looierijen in Lisse. Op 18 april 1798 verkocht Gerrit Hendrik Hirs een “partij looiersgereedschappen” en een “kuip” voor weinig geld aan een vreemde opkoper, David Gobliski.6 Toen was het gedaan, voor goed.

1  “Ambachtsboek” in part. bezit (T).

2  Zie noot l Ansichten blz. 53 tot 57.

3  ld. blz. 56 geheel links.

4  Ned. Patriciaat 1968 en ” t lange boek” van ir. De Graaff.

5  Zie noot 1. Ansichten blz. 52.

6  ARA, Recht.arch. Lisse nr. 110.

43. “Het dorp van Lisse. Kaart van Jan Pietersz Dpu(w) uti 1624. Kaartenbak van de abdij Leeuwenhorst. Algemeen Rijksarchief Den Haag, coll Hingman M, fol X!!

’t Roemwaard Lisse: De Lisser Ban (41)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

Hier ziet men tijdens de “troebelen” van 1572/74 uitgebrande kerk te midden van het ronde, ommuurde kerkhof. Aan de zuidzijde is nu een rechte muur. Omstreeks 1620 is namelijk een deel “afgekard” om de Grachtweg op te hogen1. In 1574, tijdens het beleg van Leiden, zijn vrijwel alle dorpskerken rondom Leiden verwoest. Zo ook in Lisse. Het torendak is echter weer spoedig hersteld. Een aanwijzing hieromtrent vinden wij in een rekening uit 1590 van de koster en schoolmeester Cornelis Cornelisz Lausduyn, waarin deze zich als volgt beklaagt: “Ik hebbe mede de kosten gehad ende laten maken opten bovenzolder van de toorne de duvenesten mit een valdoor ende slot eraan, mettet kopen van de duven ende de kost daartoe gegeven twee jaar lang ’s winters in (tijdens) ’t leggen van de sneeuw ende ’s zomers in de hongermaand (juni), zonder enige baat daarof gehad te hebben, alzo ende door reden dat alle de oude duven mit de opbouwinge ofte timmeringe van de toorne verjaagd ende verwilderd waren, zulks dat ik de jongen twee zomers lang laten vliegen hebbe en altoos gevoerd omme weer te beter in de voedinge te komen. Al ’t welk mij staat van uitleggende kosten mit ’tgeen dat ik in dezelve jaren hadde mogen profiteren ter somme van 3 ponden.” Uit de klacht van de koster, dat hij menig duivenboutje heeft moeten missen tengevolge van het herstelwerk aan de toren, danken wij dus het bericht dat voor 1590 dat herstel heeft plaats gehad. Het schip kwam in 1592 gereed en ten slotte het koor omstreeks 1645. Op de hoek Heereweg/Achterweg (Buurweg) staat de “herberg aan ’t kerk­hof”, rechthuis tot omstreeks 1700, toen de herbergier Engel Heems­kerk insolvent geworden was. In zulk een rechthuis werd door de baljuw recht gesproken. Zo werd Gerrit Cornelisz Admiraal beboet, omdat hij met “vastelavond op den veedele” (viool) gespeeld heeft, en vastenavond vieren was een rooms gebruik en dus verboden. Een gemak­kelijk mens was deze vedelaar overigens niet. Herhaaldelijk is hij be­klaagde bij vechtpartijen. Eenmaal weet hij zich alleen te verdedigen met de merkwaardige verklaring, dat “zijn getuigen zijn over zee en zand.” De neiging om vechtpartij buiten vervolging te houden is groot, meermalen worden boeten uitgedeeld tegen verwonde personen die vertrokken zijn “alvorens hen rechtelijken voor twee welboren mannen bezien te laten hebben.” In 1597 heeft men ’s nachts na meidag (l mei) omtrent drie uren dansbal gehouden” ten huize van Cornelis Cuyper (van der Codden, waard in de Zwaan), waarbij Aelbert Dignums de Roo de baljuwsbode de deur uitgooide. Ook vele delicten van hooien en werken op zondag komen in de dingboeken voor.

Aan de overzijde van “de groene weide” staat het huis van Adriaen Corsteman, lid van een aanzienlijke, katholieke familie. Zijn grafsteen staat thans tegen de buitenmuur der dorpskerk. Tussen zijn land en dat van Cornelis van der Laen (Van ter Specke) ligt het perceel van het St. Elisabethgasthuis te Haarlem en daarvoor is de kaart eigenlijk gemaakt. In 1540 was de woning, tegenover de Speekelaan, aan het gasthuis gekomen na de dood van Ysbrant Willems, “die in ’t gasthuis gestorven es.” 2 Rechts, ten zuiden van de kerk is een bruggetje, thans een duiker, over de beek die het water van het Berkhouter Duintje naar de Gracht afvoert. Nog meer naar rechts staat de oude boerenhofstede “De Burg”. Daar woonde als pachter Claes Corn. van Castricum (± 1616), wiens grote fraaie zerk met een burchttoren thans tegen de kerkmuur staat. Jacob van Almonde was omtrent 1500 eigenaar van De Burg en later vererft ze op het geslacht Pynssen van der Aa,3 Wij weten dat in 1182 te Lisse het huwelijk is gesloten tussen Margaretha, de dochter van Floris III van Holland, en graaf Dirk IV van Kleef,4 maar waar dit heeft plaats ge­had of waar de bruiloft is gevierd, weten we niet. En of hier ooit een (houten) burcht van een mogelijk geslacht “van Lisse” heeft gestaan, zal altijd wel een open vraag blijven.

De tijd tijdens het beleg van Haarlem en Leiden zijn voor Lisse een verschrikking geweest. Ook na het Leidens Ontzet van 1574, toen deze streek niemandsland was en troepen zwervende soldaten de plattelands­bevolking tyranniseerden. Een kleine groep kwam bijeen in het huis van de predikant, het vroegere pastoorshuis op de hoek van de Grachtweg. De grote meerderheid bleef van vertroosting welhaast verstoken. Midden in het dorp lag de uitgebrande kerk…

“Wees niet vertoornd, Heer, gedenk niet langer onze ongerechtigheid. Zie, de stad van het heiligdom is geworden tot een woestijn, Sion is een woestijn geworden, Jerusalem is verlaten, dat huis van onze heiliging en van uw heerlijkheid, waar onze vaderen U hebben geprezen.

Dauwt hemelen uit den hoge, en wolken regent den Gerechte! ”

1    Ir. A.F. de Graaff, Rondom de Kerk van Lisse, Leids Jaarb. 1941. blz. 168-179. De Aagtenkerk, blz. 43/44. Huis Dever, blz. 84.

2   De Aagtenkerk blz. 31.

3   Huis Dever blz. 11 noot 9.

4   Dr. A.W.E. Dek, Genealogie Graven van Holland, blz. 14.

“Lisser Ban”, 1583. Kaart door Meester Laurens Pietersz in het kaartboek van het St. Elisabethgasthuis. Gemeentearchief Haarlem, inv. nr. 37

De hartpagina: luchtfoto van de Heereweg richting het zuiden.

De Heereweg, er komt geen eind aan

Door Deen Boogerd

Nieuwsblad 22 nummer 3  2023

Weer eens wat anders zo’n gekantelde hartpagina. Er zit nog een stukje meer aan de bovenkant, daar kon je in de verte heel vaag Leiden zien. Links onderaan kijken we in de tuin van familie Langeveld met bollenschuur. Ernaast ziet u de oprit naar villa De Venne met bollenschuren. Aan de overkant van de ‘Verlaener Santsloot’ is de Rijkstuinbouwschool met ernaast een huis genaamd MARIA. Bij Leo van Grieken ligt een gigantisch bloemenmozaïek in de tuin, waar heel wat mensen zich staan te vergapen aan al dat moois. Rechtsonder de tweelinghuizen met de inrit naar het bollenbedrijf Hulsebosch. Dan het huisje in de brug, de bakermat van de familie Ruigrok. Voorbij de bocht in de Zandsloot de bollenschuur van Van Kampen. De mooie witte villa ‘Wassergeest’ met het land van Belle en Teeuwen. Tegenover het ‘Deverlaantje’ met het boerderijtje zien we grote witte letters met G. v. Parijs op het schuurdakje staan, nu staat op dat stuk het grote INTRATUIN wat dit jaar 100 jaar bestaat. Hoe hoger we komen hoe kleiner de bebouwing, maar net voorbij de Staalbrug zien we wat nu B&B ‘De Blossem’ is. Dan de dubbele Treffers-penning winnaar. Metsers op 359 ‘De Uithof’ met op de gevel  van de schuur met schoorsteen 1923 ook al een 100-jarige dus. Op de hoek van de 2e Poellaan net voorbij firma Van der Slot en net voor het blokje huizen van Cock Schenk is het vuilnisbeltje wat bekend stond als ‘De Gribus’. De plek waar ondergetekende mag wonen. Toen Rutgrink daar ging bouwen(1954) moesten zij een kleine 60 vrachtwagens vol met vuilnis naar de legale vuilnisbelt vervoeren. Als we nu naar links kijken richting Ringsloot staat net achter de rietschelft nog een huisje. Dat is wat er nog over was van de afgebrande boerderij/bollenschuur van Guldemond. De hoek van de Catharijnelaan aan de rechterkant waar nu TOP-keukens en HACO hun zaken doen. Wegrestaurant ‘De Engel’ met aan de overkant van de weg naast Onderwater en het laantje van Duineveld het brandweerhuisje wat net aan ons zicht onttrokken is. Of stond het er al niet meer? Dat is nu jammer, we willen zo graag dat brandweerhuisje zien! Nou vooruit dan maar en dan ook nog in kleur, alhoewel het brandweerhuisje nogal grijs staat te zijn. Aan de overkant van de Engelenbrug zien we een witgepleisterde schuur, die is van Dames&Werkhoven. Nu wordt het wel heel erg klein. Het is
dat daar de Van der Zonnetjes schijnen en de Engelenkerk overal boven uitsteekt anders…. maar toch net tegenover de 3e Poellaan bij Cafe Van Diemen staat de schuur van Van Zanten als een soort landmark aan te geven dat daar net voorbij de Heereweg opeens Hoofdstraat wordt en dan zitten we bij onze zuiderburen. Beste buurtjes, die Sassemers!

Bij de hartpagina

Altijd leuk zo’n plaat waarin van alles is te ontdekken. Grote drukte op de Heereweg langs de bloembollenvelden. We vliegen over de Bollenstreek in 1950, het jaar van de eerste voorjaarsbloemen tentoonstelling in de Keukenhof.

Redactie

Nieuwsblad 22 nummer 2 2023

Het is half april 1950 de rails van de tram zijn al weggehaald. De voorjaarsbloemententoonstelling in de Keukenhof is nog maar net voor de eerste editie officieel geopend. Nog meer reden om naar de bollen te komen kijken. Hoewel je die net niet kon zien, wel de bloemen die de velden kleuren. De bollen zijn voor de winter ter aarde besteld en als het licht komt rijzen ze op uit hun graf en laten ze zich van de mooiste kant zien en ruiken. Toeristen uit de hele wereld willen dit wonder ieder jaar weer aanschouwen! Niet door vertellen hoor, maar de Bollenstreek is eigenlijk een pelgrimsoord en de Keukenhof is het centrum van al dat moois al bijna 75 jaar. Al die bollenboeren met hun vakmensen en hun grote schuren zorgen er voor dat we ieder jaar weer van die weelde mogen genieten. Op de foto rechts van de Heereweg kom je nu nog maar weinig tegen van wat met de bloembollencultuur heeft te maken. Aan de linkerkant laten de velden gelukkig ieder jaar weer de meest bonte kleuren zien. Lisse is en blijft de parel van de Randstad. “Tulpen uit Amsterdam”, hoe krijgen ze het uit die Mokumse keeltjes? Daar hebben ze in de Jordaan alleen maar een lepel in die armoedige brijpot staan! Over eten gesproken, weet u nog dat de “fluit” van de steenfabriek over de velden klonk om de tijd aan te geven voor werk en schafttijden? Als je goed kijkt dan hoor je hem nog fluiten! Als u dan toch kijkt, kijk maar eens goed naar dat prachtige Becorsa, Wildlust en Nieuw Veenenburg maar ook naar de grote bollenschuren van Grullemans, Veldhuyzen van Zanten de Nieuwenhuizens en van Van der Veld. In de verte zien we de witte huisjes die een muur vormden om de kalkzandsteenfabriek, dan gluren we al bij onze Hillegomse buren. Daar woonden ook best heel wat Lissese gezinnen die hun brood verdienden onder de schoorstenen van Van Herwaarden. Wist u dat de grens van Lisse dwars door het perceel van Rob Schols loopt. Aan de overkant stond huize “Demarcatie”. ■

 

Evenementen

Niets gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op