Kijk nou eens: Heereweg 34 Rutsbo
In het volgende Nieuwsblad zal iets verteld worden over het complex met deze brievenbus. Natuurlijk zijn we weer zeer geïnteresseerd in uw aanvullende verhalen.
Laat ons maar weten, persoonlijk, via de brievenbus van 1e Havendwarsstraat 4 of per mail: redactie@oudlisse.nl.
Die hardstenen brievenbus van de vorige keer? Waar hoort die nu toch thuis? Het was best een pittige opgave. De geschiedenis van Rutsbo wordt weergegeven.
door Liesbeth Brouwer
Nieuwsblad 24 nummer 1 2025
De brievenbus
Waarschijnlijk kon u niet raden bij welk pand deze fraaie brievenbus hoort. In de bouwtijd van dit pand was zo’n hardstenen brievenbus gebruikelijk, zeker bij een pand met de allure van Heereweg 34. Huize Rutsbo, want daar hebben we het over, is gebouwd in 1925 voor de familie Driehuizen- Heurgren. Zoon Alf, 7 jaar oud, legde op 4 februari 1925 de eerste steen. Leen Tol sr. was de architect waarbij de ideeën van mevrouw Ruth Aurora Driehuizen-Heurgren (1890-1980), van geboorte een Zweedse, meewogen. Dat blijkt ook uit de naam van het huis: Rutsbo. Bo, vertaald uit het Zweeds, betekent wonen, Rutsbo dus het huis van Ruth. Door deze brievenbus zijn vele poststukken uit Zweden gegleden. Kaarten vanuit de Bollenstreek gingen naar Zweden. De vader van Ruth was predikant. Oud Lisse werd in 2013 benaderd door een Zweedse. Haar moeder had gediend op de pastorie en vanuit die tijd ansichten uit Lisse bewaard. De dochter had via onze site, met daarop foto’s van Rutsbo, ontdekt waar de kaarten vandaan kwamen. Natuurlijk waren er van hieruit kaarten met daarop Rutsbo naar Zweden gestuurd, vanzelfsprekend ook vele met de bollenvelden. Er was er zelfs een uit 1928, geschreven door de dan 10-jarige Alf die, met spelfouten, in het Zweeds wat zinnetjes schrijft. Post was in die tijd nog heel belangrijk. Met de bouw van Rutsbo was er aan de Heereweg een geheel aan panden ontstaan met een relatie tot bloembollenfirma Driehuizen. Eerst was er het woonhuis aan wat toen de Rijksweg heette van Cornelis en Wilhelmina Driehuizen-den Hartog. In 1914 werd aan de noordkant hiervan huis Somalo gebouwd voor de oudste zoon Willem (1889-1963) en in 1925 volgde Rutsbo voor zoon Marinus Cornelis (1891-1965). Overigens werd de naam Rutsbo al voor de bouw van het huidige Rutsbo gebruikt. In de Naamlijst voor den telefoondienst uit 1920 en uit 1921 staat met telefoonnummer 153 vermeld M.C. Driehuizen, Rutsbo, Heereweg 32. Zou de familie toen in het oude woonhuis gewoond hebben? Er waren diverse bedrijfspanden. Achter het oude pand werd in 1930 een nieuw bedrijfspand opgetrokken. Het oude woonhuis met naastgelegen bedrijfspand werd daarvoor afgebroken. De woonhuizen Somalo en Rutsbo belandden rond 2010 op de gemeentelijke monumentenlijst, het bedrijfscomplex werd verbouwd tot appartementencomplex “Driehuizenpark” en kreeg de status van rijksmonument.
Het huis Rutsbo
Het karakteristieke aan huis Rutsbo is de symmetrie. In het midden het portaal waar Dorische zuilen op een hardstenen basement rusten die het fronton ondersteunen. Op het fries staat de naam RUTSBO. Het huis heeft nog veel originele glas-in-loodramen. Enkele jaren geleden kwam bij een reparatie nog een houtblokje met namen tevoorschijn dat timmerlieden er in 1925 hadden achtergelaten. Een gewoonte van timmerlieden die we al bij meerdere panden in Lisse hebben teruggezien. Helaas is het blokje slecht te ontcijferen, maar het moet wel van werknemers van aannemer Hendrik Marseille geweest zijn. Deze aannemer, die meerdere panden in Lisse bouwde, werd door architect Leen Tol sr. ingeschakeld voor de bouw van Rutsbo. Het bedrijf van de gebr. Driehuizen was een gerenommeerd bollenbedrijf. Natuurlijk had ook dit bollenbedrijf last van de economische problemen in de crisistijd en viel in de oorlog de handel stil. Maar na de oorlog stonden er binnen de kortste keren twee grote Amerikaanse sleeën. De familie had connecties en handel met de VS. Daarom kregen zij waarschijnlijk van het bureau van toewijzing toestemming om auto’s aan te schaffen. Het rijk wilde de export stimuleren, want dat bracht deviezen binnen. De bewoners van Rutsbo hoorden tot de elite onder de bollenkwekers. Achter de villa was een tennishal wat vrij uniek was voor die tijd en menig Lisser heeft daar een balletje geslagen. Toen zij ouder werden droegen Willem en Marinus de leiding van het bollenbedrijf over aan hun zonen. Aan het eind van de jaren zestig kwam er een eind aan de functie van dit bollencomplex en werden plannen beraamd voor een andere invulling van dit gedeelte van Lisse.
Gezinsvervangend tehuis
De eerste gezinsvervangende tehuizen ontstonden midden jaren vijftig als tegenhanger van de grote intramurale instituten. De initiatieven daarvoor kwamen vaak van ouderverenigingen. Deze tehuizen wilden de sfeer van een gezin uitstralen, met een gezellige huiskamer en individuele slaapkamers. In 1969 wist de ‘Stichting huisvesting gehandicapten Bollenstreek’ de hand te leggen op de villa’s Somalo en Rutsbo. Volgens een krantenbericht uit oktober 1970 kwamen voor deze woonvorm alleen gehandicapten in aanmerking die nog in staat waren dagelijkse arbeid te verrichten.
Voor hen zou dit hun thuis kunnen worden. Als zodanig is villa Somalo in september 1970 in gebruik genomen, maar het ideaal kon pas verwezenlijkt worden met de verbouwing van Rutsbo. In Rutsbo wil men maximaal 40
bewoners hebben, want de sfeer moet gezellig en intiem zijn. De plannen voor Rutsbo worden concreter en resulteren in een verbouwplan voor Rutsbo met aan de achterzijde een aanbouw van 2 vleugels met kamers voor de bewoners. Dat betekende huisvesting van 23 mannelijke en vrouwelijke gehandicapten en verder huisvesting voor de directie en 3 vrouwelijke krachten. In de villa komt de eetzaal en is gelegenheid tot recreatie. Uit een krantenbericht van september 1971 lezen we dat naar verwachting in april ‘72 gezinsvervangend huis Rutsbo zal worden geopend voor geestelijk gehandicapten die in staat zijn te werken en dus bij kunnen dragen aan de kosten. Overheidssubsidie moet de verdere exploitatie mogelijk maken. Fa. J. Dijkstra uit Sassenheim verzorgt de bouw en later ook het onderhoud van het complex. In augustus 1972 is het dan zover. De bewoners hebben hun kamers, die verspringend aan de gangen liggen, betrokken. Tevredenheid alom, de sfeer in de gezellige huiskamer is goed, de bewoners hebben zo hun eigen taken, zoals brieven posten, boodschapje doen en ook het praatje met de buurman hoort erbij. Somalo blijft nog een tijd in gebruik als gezinsvervangend tehuis. Het blijkt echter naar de maatstaven van 1976 niet meer geschikt voor dit soort bewoning.
Somalo komt in de verkoop.
De bewoners verhuizen naar Rutsbo. Zij hebben het in Rutsbo best naar de zin. Ze worden ook betrokken bij allerlei activiteiten. Zo hielpen ze in 1989 met de praktijklessen voor zwembegeleider van geestelijk gehandicapten die werden gehouden in zwembad De Lis en waren ze in 1999 actief bij een initiatief van leerlingen van het NOVA-college. Kunst, gemaakt door bewoners van Rutsbo, werd op placemats verkocht. Toch wordt er dan al gepraat over een andere opzet voor de bewoners. Het idee ontstaat dat gehandicapten ook zelfstandig kunnen wonen met begeleiding. Bovendien zijn, naar de maatstaven van rond de eeuwwisseling, de kamers/woningen van Rutsbo te klein. Aan het Rembrandtplein komen na een renovatie 12 appartementen voor dit doel beschikbaar. Zo vertrekken de bewoners naar een eigen appartement of naar een ander gezinsvervangend tehuis en kan voor Rutsbo een andere invulling gevonden worden.
Weer woonhuis
Er volgen diverse plannen. Toen het ruim 2 ha grote terrein met het voormalige kantoorpand annex bollenschuur van gebr. Driehuizen te koop kwam kon een fraai totaalplan worden gerealiseerd. In het kantoorpand met bollenschuur was jarenlang antiekhandel Chr. Van Damme gevestigd. Nu kon een nieuwe wijk opgezet worden met 18 twee-onder-één-kapwoningen, 4 vrijstaande woningen, en 12 eengezinswoningen. Het voormalige bedrijfspand van Driehuizen werd gerenoveerd en verbouwd. Er ontstonden 24 appartementen. In 2006 werd de aanbouw voor het gezinsvervangend tehuis uit 1972 gesloopt. Rutsbo werd verkocht en daarna kon het weer geschikt gemaakt worden voor particuliere bewoning. Er volgde nog een fiks traject van verbouwen, want het gebruik als gezinsvervangend huis had wel de nodige sporen achtergelaten. Sinds 2007 wordt er weer met veel genoegen gewoond. Gelukkig is er met respect voor de historie van het pand gerenoveerd en blijft een stukje bollengeschiedenis hiermee behouden.































