Berichten

Het Patronaatsgebouw is 100 jaar oud

Het patronaatsgebouw is in 1918 gebouwd in opdracht van de St. Agathaparochie.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

31 juli 2018

 Nico Groen

Het patronaatsgebouw is in 1918 gebouwd in opdracht van de St. Agathaparochie. Precies 100 jaar geleden dus. Een goede gelegenheid om het gebouw en zijn voorgeschiedenis op Bondstraat 13 te beschrijven. Heden ten dage is dansschool ‘Welkom’ er gevestigd.

Ned. R.K. Volksbond

De afdeling Lisse van de Ned. R.K. Volksbond werd in 1901 opgericht. Het was een organisatie die tot doel had de leefomstandigheden van de katholieke arbeiders te verbeteren. In 1903 werd deze Bond gehuisvest in de noodkerk, die toen niet meer in gebruik was als kerk. Deze kerk stond op de plek waar nu het Franciscushuis staat. De noodkerk moest in 1909 plaats maken voor het Piusgesticht. De Bond moest dus verhuizen. De Agathaparochie had voor dat doel een stuk grond aangekocht van de weduwe J. Vreeburg. Daarheen werd de noodkerk verplaatst. Het verplaatsen van het gebouw werd opgedragen aan de aannemer van het Piusgesticht, de heer A. Beugelsdijk uit Lisse. Hij besloot om het gebouw niet te slopen en te herbouwen maar het bouwwerk te verrollen. Dat duurde maar liefst 4 weken, want het was een groot gebouw van 33 meter lang en 13 meter breed. Het bouwwerk had erg te lijden onder deze verhuizing. Er moest veel hersteld worden, maar de Bond hield haar onderkomen.

In 1918 werd de noodkerk al gesloopt en op deze plaats werd het huidige Patronaatsgebouw, de nieuwe thuishaven voor de Volksbond, gerealiseerd. Precies 100 jaar geleden dus.

Er werd rond die tijd ook een straat aangelegd van de Heereweg naar de pas gerealiseerde Schoolstraat. Die straat werd naar de gebruiker van het nieuwe gebouw vernoemd: de Bondstraat.

Gemeentelijk monument

Het Patronaatsgebouw met 2 verdiepingen en een plat dak werd ontworpen door C.W. Barnhoorn. Hij was toen nog student. In de top van de voorgevel zit een aangesmeerde gevelsteen met het woord ‘PATRONAAT’. Deze gevelsteen is omlijst met rode strengpersstenen. Strengpersstenen zijn harde geperste stenen. Ze zijn harder dan gewone bakstenen en hebben scherpe randen. Ze zijn erg strak, glad en weinig poreus. Daarom nemen deze stenen minder water op dan gewone bakstenen. Ook verwering en vuil krijgen niet veel kans.

De voorgevel heeft bij de dakrand siermetselwerk in een bloktandmotief. Op de top staat een stenen kruis. De zijgevels zijn in dezelfde stijl uitgevoerd.

Achter het pand staat een grote aanbouw van één verdieping met een pannendak.

Gemeentelijk bezit sinds 1973

Het Patronaat bleef tot april 1973 eigendom van de  parochie. Toen werd de gemeente voor 200.000 gulden eigenaar van het gebouw. In dat jaar vestigde dansschool Castelein zich in het Patronaatsgebouw. Ook Radio Boterbloem vond er jarenlang onderdak. Toen Castelein stopte, werd de dansschool overgenomen door Peter en Rachell van der Veek. Zij leiden dansschool ‘Welkom’ al weer ruim 20 jaar in dit gemeentelijk monument.

Een oude foto van het ‘Patronaat’. Foto: Beeldbank Lisse.nl

 

 

 

000 Lijst gemeentelijke monumenten in 2013

Hieronder vindt u de complete lijst met omschrijving uit 2013 van de Gemeente Lisse van alle gemeentelijke monumenten op dat moment.

Klik op onderstaande link om de lijst te openen.

Complete lijst gem monumenten Lisse def

De Zemelpoldermolen is één van de gemeentelijke monumenten

Wandel- en fietsroutes langs monumenten in Lisse

Wandel- en fietsroutes langs monumenten in Lisse

Ledenprijs EUR 9,50 / Prijs niet-leden EUR 12,50

Beekbrugschool is een gemeentelijk monument

De Beekbrugschool stopt zijn activiteiten. Het gemeentelijk monument uit 1930 wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

19 juni 2018

 Nico Groen

Aan het einde van het schooljaar 2017-2018 sluit de Beekbrugschool zijn poorten. Het aantal leerlingen is te laag voor het voorbestaan van de school. Dat is natuurlijk heel erg voor de leerlingen en de onderwijzers, maar ook voor het gebouw zelf.

Het pand bestaat uit 2 bouwvolumes: de vroegere jongensschool en de vroegere meisjesschool. Deze 2 gebouwen waren oorspronkelijk verbonden door middel van een lager deel, gebouwd als gymzaal. De school werd in 1930 gerealiseerd onder architectuur van C.W. Barnhoorn en Th. van der Eerden uit Lisse. De Gebroeders Oostrom uit Warmond bouwden de scholen voor 86.600 gulden. Tijdens en na de oorlog nam het aantal leerlingen sterk toe. In 1948 is daarom door architectenbureau Paardekooper-Barnhoorn een verdieping op de gymzaal ontworpen. Met deze uitbreiding was al in 1930 rekening gehouden. Voor de oorlog waren de plannen er al, maar door de oorlog konden deze niet worden uitgevoerd. Ook in 1948 kon nog niet met de bouw worden begonnen, omdat er zo vlak na de oorlog een groot gebrek aan bouwmaterialen was. In 1948 was niets meer te krijgen. Aannemer Kiebert bouwde deze verdieping  pas in 1949.

In 1976 is aan de oostkant in het midden van het gebouw een nieuwe gymzaal in dezelfde stijl gerealiseerd. Deze staat dwars op de school zelf.

Waarom een monument?

Door acties van de Vereniging Oud Lisse is het schoolgebouw met als adres Heereweg 455 sinds 2008 een gemeentelijk monument.

Op verzoek van de  gemeente is toen door de Stichting Dorp, Stad en Land een inventarisatie in Lisse gemaakt om tot een evenwichtige toewijzing tot gemeentelijk monumenten te komen. In de inventarisatie staat de motivering waarom een gebouw een gemeentelijk monument zou moeten zijn. In het rapport over de Beekbrugschool staat dat het gebouw een gaaf voorbeeld van tijdgebonden architectuur is. Dit komt door de unieke bouwstijl en het gebruik van het materiaal. Omdat zowel de jongensschool als de meisjesschool dezelfde voorgevel hebben, is het gebouw vrijwel symmetrisch. Aan beide zijkanten van de gymzaal, dus aan de west- en oostkant, is een grote uitbouw gerealiseerd.  Naast deze grote uitbouwen bevinden zich aan iedere kant 2 erkerachtige aanbouwsels. De gevelopeningen aan de voorzijde hebben diverse afmetingen, maar vormen wel een geheel. Een belangrijk deel van de ramen is voorzien van roeden.

De gevels zijn gemaakt van rode baksteen in zogenaamd kettingverband. In kettingverband wil zeggen dat iedere steenlaag bestaat uit 2 normale strekkende stenen, afgewisseld met een steen met de kopse kant naar voren. De eerste verdieping, die in 1949 is gerealiseerd heeft dezelfde bouwstijl, evenals de gymzaal uit 1976.

Wat brengt de toekomst?

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” is benieuwd wat er in de toekomst met het gebouw gaat gebeuren. Aan een gemeentelijk monument mag namelijk aan de buitenkant niets belangrijks worden veranderd. Er zijn dus niet al te veel mogelijkheden voor een nieuwe gebruiker. Aan de binnenkant is het behoud van de oorspronkelijke staat niet zo van belang, hoewel de Vereniging het jammer zou vinden als er te veel aan veranderd zou worden.

De voormalige meisjesschool in 2018 met links de gymzaal met verdieping. Foto: Nico Groen

 

Geschiedenis van de Beekbrugschool

De Beekbrugschool stopt zijn activiteiten. Wetenswaardigheden van de school worden beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

5 juni 2018

Nico Groen 

Aan het einde van het schooljaar 2017-2018 sluit de school Beekbrug zijn poorten. Het aantal leerlingen is te laag voor het voortbestaan van de school. De Sophia Stichting ziet geen heil meer in verdere bekostiging van deze, voor de buurt, zo bijzondere locatie voor het basisonderwijs. Een sprong terug in de tijd: de school maakte vroeger onderdeel uit van de katholieke enclave van de H.H. Engelbewaarderskerk, waartoe ook de pastorie, het broederhuis en het zusterhuis behoorden.

Gebouwd in 1930

De eerste plannen voor de bouw van de school dateren uit 1929. Na onderzoek bleek er voldoende draagvlak onder de ouders met kinderen in De Engel te zijn om een jongensschool en een meisjesschool te stichten. N.W. Sentenie was de bouwpastoor van de  hele enclave. Beide scholen kregen 4 lokalen met een gezamenlijke gymzaal er tussenin. Er moest dus met gecombineerde klassen worden gewerkt. De scholen werden vernoemd naar de ouders van de bouwpastoor; Wilhelmus voor de jongensschool en Anna voor de meisjesschool. Er bleek ook behoefte aan een bewaarschool te zijn. Daarom werd de gymzaal al in 1931 omgebouwd tot bewaarschool.

De parochie kreeg voor de meisjesschool medewerking van de Zusters van H. Carolus Borromeus uit Maastricht, beter bekent als zusters ‘Onder de bogen’. De Broeders van Saint Louis te Oudenbosch zorgden voor onderwijs op de jongensschool. Op 30 april 1930 kwamen de zusters en broeders aan in Lisse. Op 1 mei 1930 werden de scholen ingewijd en aan het begin van schooljaar begonnen de lessen. Op de eerste schooldag waren er 156 jongens en 144 meisjes, precies 300 kinderen dus. Er waren nogal wat kinderen uit de Kaag, omdat daar geen katholieke school was. Deze kinderen kwamen met het pontje over de Ringvaart naar de 3e Poellaan en verder langs de Heereweg om bij de school te komen. In 1935 werd de zorg voor voogdijkinderen van het Vincentiushuis aan de zusters toevertrouwd. Deze kinderen bezochten ook de beide scholen.

Uitbreiding in 1949

De scholen barstten na de oorlog uit hun voegen. Alle beschikbare ruimten, zoals het materialenhokje bij de meisjes, werden gebruikt als klaslokaal. De plannen om de scholen uit te breiden bestonden al voor de oorlog, maar in 1946 was de nood erg hoog geworden. Het bestuur wilde een nieuwe verdieping op de gymzaal maken. Dat lukte pas in 1949.

Tot 1964 was het Kerkbestuur ook het bestuur van de scholen. In 1964 kwam daar een einde aan en kregen de scholen een eigen bestuur. In 1967 vertrokken de broeders en vanaf die tijd waren er op de jongensschool alleen onderwijzers. Ook aan de lesgevende taken van de zusters kwam een paar jaar later een einde.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw gingen de Wilhelmusschool en de Annaschool eindelijk helemaal samen. De jongens en meisjes kwamen toen bij elkaar in de klas te zitten. De naam van de school werd ‘RK scholen Beekbrug’.

Nu komt er dus een einde aan de rijke onderwijshistorie van de Beekbrug.

De westzijde van de meisjesschool in 1930 met links de gymzaal zonder verdieping. Foto: Beeldbanklisse.nl

 

Nieuwe Erfgoedcommissie van Lisse

De Erfgoedcommissie  komt i.p.v. de Monumentencommissie.Zij krijgen naarst gebouwen ook iets te zeggen over de omgeving en cultuurhistorie en archeologie. 

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 2 Lente 2018

In juni 2017 heeft onze vereniging haar zienswijzen gegeven op de in het kader van de nieuwe Erfgoedwet voorgestelde Erfgoed-en Erfgoedcommissie verordeningen van Lisse. De Erfgoedcommissie komt i.p.v. de Monumentencommissie. De bedoeling is dat de nieuwe Erfgoedcommissie een meer uitgebreide taak krijgt en zich niet alleen op gebouwen focust maar ook op de omgeving en cultuurhistorie. Daarom wordt er nu al niet meer gesproken over een bouwvergunning maar over omgevingsvergunning. Cultuurhistorie en archeologie is nu al een vast onderdeel van het bestemmingsplan. Daarom vond de VOL het merkwaardig dat het aantal leden wat voor
kers bij de renovatie kleuren dit boek. Het eerste exemplaar werd op 26 mei bij de heropening van het hofje overhandigd. Alle werkers krijgen een exemplaar als aandenken. Burgemeester Spruit sprak bij de heropening haar waardering uit voor alle werk dat is verzet met een resultaat dat klinkt als een klok. Lisse is een prachtig gerenoveerd hofje rijk en het boek van Laura Bemelman laat zien waartoe enthousiaste vrijwilligers in staat zijn.
de toenmalige Monumentencommissie 4-5 was, verminderd werd tot 3 ! I.p.v. de 2 onafhankelijke leden voorgedragen namens de 4 cultuurhistorische organisaties van Lisse (Kasteel Keukenhof, Museum de Zwarte Tulp, Dever en VOL), werd er in 2017 maar 1 lid voorgesteld (Leo Dubbelaar) in de nieuwe Erfgoedcommissie namens deze cultuurhistorische organisaties van Lisse! De VOL heeft in juni 2017 voorgesteld dat het veel beter is om weer 2 leden te benoemen namens de cultuurhistorische organisaties van Lisse. De nieuwe Erfgoedcommissie dient niet slechts uit 3 leden te bestaan, maar net als de vorige monumenten commissie uit minimaal 4-5 leden. Door dit ruimer aantal leden (4-5), kunnen meer architecten, stedenbouwkundigen, archeologen, leden van de plaatselijke cultuurhistorische verenigingen, of zeker bij de fusering naar HLT (Hillegom, Lisse, Teylingen), ook regionaal georiënteerde leden toegevoegd te worden. Al deze leden dienen onafhankelijke leden te zijn en vertegenwoordigen niet de belangen van lokale of regionale cultuurhistorische organisaties. Zie ook de brede samenstelling van de erfgoedcommissies van Noordwijk, Katwijk en Leiden. Helaas heeft de gemeente Lisse onze voorstellen niet aangenomen en is de nieuwe Erfgoedcommissie van Lisse, eind 2017 met 3 leden geïnstalleerd. Wel is het de bedoeling om de huidige Erfgoedcommissie van Lisse op te laten gaan in één gezamenlijke, wat grotere HLT Erfgoedcommissie. Dan kunnen behalve monumentenarchitecten, archeologen, lokale historici en landschapsarchitecten hierin deelnemen.

Voor de samenvoeging van de Erfgoedcommissie van Lisse met Teylingen zijn in mei 2018 al ideeën ontplooid. Wordt vervolgd!

LISSE , HET GROENSTE DORP VAN NEDERLAND

De historische organisaties hadden er een groot aandeel in. De jury vond dat de monumentale gebouwen en het groen er om heen er goed verzorgd uit zagen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

7 november 2017

door Nico Groen 

Lisse deed mee met de Nationale Groen Competitie 2017, Entente Florale. De jaarlijkse wedstrijd waarbij de groenste stad en het groenste dorp worden uitgekozen. Bij de kleine gemeentes won Lisse, maar ons dorp eindigde bijna gelijk met nummer twee. Niet alleen het aanwezige groen is beoordeeld, ook het gemeentelijk beleid en de invloed van organisaties en burgers waren van belang. Volgens de jury was de enthousiaste participatie van organisaties en burgers in Lisse van doorslaggevende betekenis bij de uiteindelijke uitslag.

Zeven historische organisaties
Naast de logische groene organisaties werden ook een zevental historische organisaties in Lisse door de jury geroemd om hun enthousiaste en relevante inbreng. De fietstocht die de jury bij de beoordeling van het Lisser groen maakte, startte bij Dever met de Tuin Der Zinnen. Ook het overige goed onderhouden groen rondom de donjon, zoals de oprijlaan, gaf het geheel een historische uitstraling. Binnen de donjon werd aan de jury onder andere uitleg over de ontstaansgeschiedenis van de bollenteelt gegeven.

Onderweg werd onder andere de Zemelpoldermolen door de jury aangedaan. De molen is na de brand in 1999 herbouwd na acties van onder andere de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Zij zorgde er ook voor dat het een gemeentelijk monument werd. De vereniging was betrokken bij de ontwikkeling van het nieuwe Beleidsplan Bomen van de Gemeente Lisse in 2016, eveneens  is zij vertegenwoordigd in de bomenadviesgroep om waardevolle bomen zoveel mogelijk binnen de gemeente te beschermen.
In de gemeentelijke brochure, aangeboden aan de jury van de Groencompetitie, staat dat gemeente Lisse zich in wil zetten voor herstel van regionale groene, ecologische verbindingen met onder andere beukenhagen. Uitbreiding en behoud van bestaande beukenhagen vinden regionale organisaties als de Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond (ANLVG) en het Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (Het CHG is het regionale platform voor alle historische organisaties in de Duin- en Bollenstreek) heel belangrijk. De  vele oorspronkelijke beukenhagen tussen de bollenvelden zijn namelijk grotendeels verdwenen.
In de brochure worden ook de wandel- en fietsroutes langs monumenten, bomen en bruggen geroemd. Van deze routes zijn door de VOL 3 boeken in full couleur gemaakt. Deze boeken zijn nog steeds verkrijgbaar tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan aan de 1e Havendwarsstraat. In de brochure wordt ook de Lissese Monumentencommissie genoemd.

De lunch was in Museum de Zwarte Tulp, waar men de historie van de Bollenstreek kan bekijken. Na een bezoek aan de cultuurhistorisch belangrijke begraafplaats Duinhof beëindigde  men de fietstocht op landgoed Keukenhof met zijn vele rijksmonumenten en zijn historisch belangrijke park.
Al met al hebben de historische organisaties een belangrijk aandeel gehad in het behalen van de eerste plaats in deze Groencompetitie. De jury vond dat de monumentale gebouwen en het groen er om heen er goed verzorgd uit zagen.

Een oude beukenhaag met de skyline van Lisse Foto uit het boek Wandel- en fietsroutes langs bomen in Lisse

OP OPENMONUMENTENDAG DOET DE POELMOLEN MEE

De Poelpoldermolen is in 1676 gebouwd voor bemaling van ‘De Bedijkte Lisserpoel’.  Het rijksmonument wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

29  augustus 2017

door Nico Groen 

Op 9 september wordt weer de Openmonumentendag georganiseerd. Er zijn maar liefst 20 deelnemende monumenten in Lisse.  Één daarvan is de Grote Poelmolen aan het einde van de 3e Poellaan (Rooversbroekdijk 100). Molenaar Jan van Schalkwijk, vrijwillig molenaar en bewoner laat de molen dan graag zien.
Hij hield op 12 juni jl. een leuke lezing voor de VOL over vele wetenswaardigheden van de molen. Een vijftigtal belangstellenden hoorde in de Vergulde Zwaan aan de Havendwarsstraat 4 bijvoorbeeld hoe de wiekentaal werkt.
 
Het rijksmonument is gebouwd in 1676
De Grote Poelmolen of de Lisserpoelmolen is een rijksmonument en mag dus niet zomaar worden veranderd. De molen is gebouwd in 1676 voor de bemaling van de Lisserpoelpolder, die van origine 235 ha groot is.  In 1986 kwam de molen in handen van de Rijnlandse Molenstichting.
De molen is niet zo erg groot, maar wordt zo genoemd omdat hij 2 kleine molentjes aan het einde van de 2e Poellaan verving. Deze waren bij de drooglegging van de Poelpolder in 1624 gerealiseerd, maar konden de waterafvoer niet aan. Het is een forse houten, achtkantige bovenkruier met riet gedekt en met lage veldmuren van 0,50 meter hoog. De molen heeft een vlucht van 26,90 m. Het water wordt met een vijzel 3,40 m omhoog gebracht. Een vijzel is een schroefachtig mechaniek. Bij de bouw van de molen werd de vijzel al gemaakt. Dit was toen nog een erg experimenteel werktuig. Hoewel de molen nog steeds functioneel is wordt hij niet meer gebruikt voor het op peil houden van de waterhuishouding van de gecombineerde Poel- en Rooversbroekpolder. Deze functie van de molen is overgenomen door een elektrisch gemaal net ten noorden van de molen. Daar wordt het overtollige water van de Poelpolder omhoog gepompt en gespuid in het restant van de Achterringsloot, dat in open verbinding staat met de Ringvaart. Deze Achterringsloot tussen de Rooversbroek en de Poelpolder is in 1959 gedempt.
De molen kan in noodgevallen dus nog steeds water omhoog brengen. Dat water gaat vanaf de molen rechtstreeks naar de Ringvaart. Daarom is er in het fietspad een bruggetje over dit water gerealiseerd. In het boek ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’ uit 2016 worden ook dit bruggetje en de molen beschreven. Dit boek is nog steeds verkrijgbaar bij de Vereniging Oud Lisse.

Sponsors in 2018 nodig
Het comité Openmonumentendag Lisse organiseert de dag dit jaar voor de laatste keer onder leiding van Emma Schuuring.  De organisatie wordt overgenomen door een werkgroep van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud-Lisse”. Om ervaring op te doen lopen enkele leden van de VOL al een paar jaar mee met het comité. Wat dat betreft worden er daarom in 2018 geen problemen verwacht. Wat wel spannend wordt zijn de financiën. De gemeente Lisse heeft in al haar wijsheid besloten om volgend jaar voor het organiseren van de Open Monumentendag geen subsidie meer beschikbaar te stellen. Wil de VOL één en ander goed organiseren dan is er echter wel geld nodig. Dat heeft de VOL zelf niet. Om onder andere een goede folder te kunnen maken zijn dus sponsors nodig. Men kan zich nu reeds als sponsor aanmelden voor volgend jaar.

Het bruggetje en de Grote Poelmolen Foto uit het boek ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’

EREPENNING VOL 2017 VOOR ‘BOERDERIJ ZWANENDRIFT’

De eigenaar van ‘Boerderij Zwanendrift’ kreeg de erepenning 2017 voor zorgvuldige renovatie. De geschiedenis vanaf de 15e eeuw wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

7 maart 2017

door Nico Groen
           
De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” is vanaf de oprichting in 1991 altijd zeer betrokken geweest bij het behoud en het verfraaien van markante panden. Daarom is al vrij snel de jaarlijkse erepenning van de Vereniging Oud Lisse ingesteld. Dit als blijk van waardering voor bewoners die zich op een bijzondere manier hebben ingespannen om hun pand op een goede en verantwoorde manier te behouden.
Op de jaarvergadering van de VOL op 21 februari maakten Chris Balkenende en Hans Verschoor bekend, dat deze erepenning in 2017 naar de bewoners van boerderij Zwanendrift, Laan van Rijckevorsel 16, gaat. De op een groot scherm afgebeelde foto’s van de boerderij plus aangebouwde woning van vroeger en nu vielen bij de bijna 70 belangstellenden zeer goed in de smaak.
 
Boerderij Zwanendrift heeft een lange geschiedenis.
Carla Kieft-Schrama reikte namens de Vereniging Oud Lisse de erepenning uit aan Dick en Monica Zeldenthuis. Carla is een dochter van de vroegere eigenaar van Zwanendrift. Zij beschreef de geschiedenis van de bewoners en de boerderij.
De veeboerderij met het zomerhuis heeft al een zeer oude historie. Het met Oegstgeester pannen gedekte voorhuis dateert van 1862. Er is ook een oude kaaskelder uit die tijd onder het voorhuis.
De voorzitter van het Huis Dever in Lisse, Ignus Maes heeft een historisch onderzoek gedaan  naar deze vanouds adellijke boerderij en daar een heel boekje over geschreven.
Volgens het onderzoek van Ignus Maes zijn delen van de stal al van omstreeks 1550. Op oude kaarten van rond 1600 staat op deze plaats al een groot huis/boerderij.
Ook bleek uit kadaster gegevens van 1812, dat de eigenaar van het oude middeleeuwse Huis Dever in Lisse, Baron Heereman van Zuydtwijck, ook eigenaar was van deze boerderij. Het recht op zwanendrift (op het vangen van zwanen) was oorspronkelijk een adellijk recht, dat door de graaf meestal in leen werd gegeven aan een ambachtsheer of stad. Dit verklaart waarom deze boerderij het recht op zwanendrift had en waarom deze boerderij zo heette.

Bewoning
In 1853 wordt boerderij Zwanendrift gekocht door Petrus Verdegaal, die in 1809 geboren was. Hij was boer op boerderij Poeleway, net binnen de Lisser Poelpolder, waar nu ongeveer de Pauluskerk staat. Zijn zoon Willem werd boer op Zwanendrift. Hij is er lang blijven boeren. Na zijn dood in 1901 zetten zijn kinderen het bedrijf voort. In 1937 gaat de boerderij over naar neef Wilhelmus Johannes Schrama, die hoofdzakelijk werd opgevoed bij de familie Verdegaal.
 
De restauratie is geslaagd
Ook nadat Zwanendrift, na de bebouwing van de Poelpolder vanaf de jaren zestig, langzamerhand de functie van boerderij verloor, bleef mevrouw Schrama op de boerderij wonen. Na haar overlijden in 2011 werd de boerderij verkocht. De nieuwe eigenaren begonnen een uitgebreide renovatie, waarbij de buitenkant van het aangebouwde woonhuis in de oorspronkelijke staat bleef. Architect D. van Egmond is er goed in geslaagd veel historische elementen te bewaren. De achterliggende boerderij  was zo slecht dat deze gedeeltelijk moest worden afgebroken, maar is op de oorspronkelijke plaats in dezelfde vorm herbouwd. Het geheel, inclusief zomerhuis en aangepaste hooiberg, ziet er nu zo goed uit, dat het mogelijk wel een rijksmonument zou kunnen worden. Dick Zeldenthuis gaat met behulp van de Vereniging Oud Lisse zich hiervoor in ieder geval inzetten. Boerderij Zwanendrift is nu een gemeentelijk monument.

De gerestaureerde voorgevel van het voorhuis Foto: Nico Groen

DEVER BELICHT

Ommetje van de Poelpolder: De geschiedenis van van donjon Dever wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

29 november 2016

door Nico Groen 

We vervolgen de cultuurhistorie langs het Ommetje van de Poelpolder, dat bij de Zemelmolen begon. In vorige columns hebben we aandacht besteed aan het geriefbosje van boerderij Langeveld en aan de Staalsloot hier tegenover. Kijken we op de dijk richting Lisse dan zien we de dominerende donjon Dever liggen aan de andere kant van het water.

De woontoren
Dever is een woontoren, gebouwd omstreeks 1370 als een versterkt woonhuis, waar de bewoner, ridder Reinier d’Ever veilig kon wonen. Reinier is niet de eerste d’Ever in Lisse, zijn vader en grootvader woonden er waarschijnlijk al. Dat Reinier er in 1370 woonde is zeker, want dit staat in een oorkonde uit die tijd.
De achterzijde van de toren is vlak: die was gericht naar het moeras van de Lisser Poel en hoefde niet zo sterk te zijn, omdat van die zijde geen gevaar dreigde.
De andere muren zijn hoefijzervormig gebogen, bijna 2 meter dik en massief gemetseld

Het voorhuis
Op een van de oudste afbeeldingen van Dever uit 1580 is te zien dat de woontoren en het voorterrein van het huis omringd zijn door water en dat een brug toegang verleent tot het voorterrein. Tegen de woontoren is een klein huis gebouwd en op het voorterrein staan stallen en dienstgebouwen.
Johan van Schagen bouwde tussen 1631 en 1634 een royaal voorhuis voor de woontoren. In diezelfde periode werd de gracht vergroot en de poortwachterswoning gebouwd.

Een ruïne
Na 1699 hebben er geen Heren van Lisse en Dever meer gewoond.
Nu de eigenaren geen direct belang meer hadden bij de staat van onderhoud van ’t Huys Dever, trad het verval in. In 1848 stortte een deel van de noordgevel van het voorhuis in. Daarna ging het snel: in 1862 stortten het dak en de gewelven van het middeleeuwse Dever in.
Na Reinier d’Ever bleef de Ridderhofstede tot 1949 via vererving in de familie.
Dat de gemeente Lisse in 1949 eigenaar werd van de ruïne is het gevolg van de eerdere emigratie van de familie naar Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog werd Dever als vijandelijk Duits bezit geconfisqueerd. Het Beheersinstituut verkocht de landerijen aan de pachters en droeg de ruïne voor één gulden over aan de gemeente Lisse. De ‘ontvijandingsprocedure’ die de laatste particuliere eigenaar Max Freiherr Heereman van Zuydtwijck aanspande, vond geen gehoor bij de Raad voor het Rechtsherstel in Den Haag.

Lezing voor VOL
Bovenstaande en nog vele andere leuke, historische anekdotes over Dever vertelde Ignus Maes op 22 november op zijn eigen onnavolgbare, enthousiaste wijze. Dit, tijdens een lezing voor de Vereniging Oud Lisse aan de 1e Havendwarsstraat 4. Maes is voorzitter van de Vrienden van Dever. Voor een volle zaal met zo’n 70 belangstellenden liet hij ook nog foto’s zien van de renovatie in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Ook de  opgraving van de fundering van het kleine huis tegen de toren en het voorhuis kwam aan bod. Hij roemde Fons Hulkenberg, zonder wiens inzet de renovatie niet zou zijn gelukt.
Op de website van Dever staat nog veel meer over de historie van Dever en zijn bewoners.

De ophaalbrug van Dever staat op de plek van eerdere bruggen. Foto: Uit het nieuwe boek ‘Fietsroutes langs bruggen in Lisse’ uitgegeven door VOL