Berichten

Erepenning 2010

Het pand Heereweg 225 van gebroeders Augustinus is gerestaureerd door architectenbureau Marco Bruijnes. Het gemeentelijk monument werd in 2005 in vervallen staat aangekocht van Museum de Zwarte Tulp, maar later verkocht aan Augustinus.

Erepenning 2010 uitgereikt

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 9 nummer 2, april 2010

De Vereniging Oud Lisse heeft op 16 maart haar Jaarvergadering gehouden in het Cultuur Historisch Centrum “De Vergulde Zwaan”. Na afloop van de vergadering werd de jaarlijkse erepenning “MOOISTE MONUMENT VAN LISSE” van de Vereniging Oud Lisse door Frits Treffers uitgereikt aan de directie van Alma Vastgoed, de gebr. Augustinus.
Alma Vastgoed heeft deze penning gekregen voor het in ere herstellen van het pand aan de Heereweg 225 (beter bekend als het oude pand van familie Van der Zaal gelegen aan het Vierkant).
Dit gemeentelijk monument is in 2005 in enigszins vervallen staat aangekocht van Museum de Zwarte Tulp. Oorspronkelijk was het de bedoeling om het voormalige woonhuis bij Museum de Zwarte Tulp te trekken en zo de museumruimte te vergroten. Het aanpassen voor een museumfunctie bleek echter geen haalbare kaart. Een deel van de tuin werd benut voor de museumuitbreiding. Het gebouw en de rest van de tuin werd verkocht aan Alma Vastgoed. Alma Vastgoed is een bedrijf dat investeert in verhuurd onroerend goed zoals woningen, winkels, bedrijfsgebouwen welke gelegen zijn in de regio Rijnmond en de Duin en Bollenstreek. Alma is eigendom van de broers Paul, Bart en Ton Augustinus.
In samenwerking met o.a., het Architecten bureau Marco Bruijnes te Nieuwkoop, aannemer van Kampen Bouwbedrijf uit Voorhout, Styliste Natascha van der Salm uit Lisse en Soul Design uit Noordwijk, is het pand gerestaureerd en getransformeerd van woonhuis naar een kantoor. De opdracht is geweest om het oude in ere te houden maar een moderne werkplek te creëren en dat is volgens de Vereniging Oud Lisse goed gelukt en beloond met de erepenning “MOOISTE MONUMENT VAN LISSE”. De gebr. Augustinus vonden het een prachtig gebaar en een mooi compliment voor alle geleverde inspanningen van de mensen die aan deze renovatie hebben meegewerkt gedurende 1,5 jaar. Kortom een aanwinst voor Lisse!

Een ansichtkaart van het gebouw

Zo zag de voorkant er vroeger uit

 

De huidige situatie

Binnen zijn de glas-in-lood raampjes gerastaureerd.

Copyright © Vereniging Oud Lisse

Leidsevaart: Grenspaal is gemeentelijk monument geworden

Het kan verkeren! De gemeente Noordwijkerhout heeft de grenspaal bij de Leidse trekvaart aangemerkt als gemeentelijk monument.  De VOL is blij met de aanwijzing als gemeentelijk monument. De geschiedenis van de paal bij Halfweg wordt beschreven.

Nieuwsflitsen

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 3, juli 2009

Het kan verkeren!” Door een verkeerde verplaatsing van de bekende grenspaal te Halfweg wordt deze paal nu door de Gemeente Noordwijkerhout als Gemeentelijk Monument aangewezen!

(Halfscheidspaal gemaakt in 1820. Monumentnummer o575/5, bij Leidsevaart 29, opmerking Webmaster)

Uit betrouwbare bron (lid van de Monumentencommissie van Noordwijkerhout), heeft de Vereniging Oud Lisse onlangs (mei 2009) vernomen, dat de bekende grenspaal te Halfweg op de grens van Noordwijkerhout en Lisse door de Gemeente Noordwijkerhout voorgedragen wordt als gemeentelijke monument, hoewel de Gemeente Lisse deze paal in 2007 (waarvan men toen aannam dat deze op het grondgebied van Lisse stond), niet wilde waarderen als gemeentelijk monument! Deze grenspaal is een fraai versierde steen aan de Leidsevaart, welke in 2007 in verband met de 350 jarige herdenking al meer in het nieuws is gekomen.
Deze grenspaal of beter “Halfscheydtpaal” staat aan de Leidse Trekvaart bij Halfweg en dateert van 1820 toen bleek dat de eertijds speciaal daarvoor in 1656 geslagen elzenhoutenpaal was verrot. De paal is versierd met de wapens van de steden Haarlem en Leiden en de naam Halfweg. Het stuk vaart vandaar naar Leiden was eigendom van Leiden en moest door die stad onderhouden worden. Haarlem was eigenaar van de vaart naar het noorden. Vandaar de prachtige wapens op de paal. In het nabij gelegen huize Halfweg kwamen de commissarissen der steden bijeen en werden o.a. de trekpaarden gewisseld.
De heer Lieverse, voorheen belast met de archiefzorg bij de gemeente Lisse, vertelde dat de paal in de jaren tachtig van de vorige eeuw bij wegwerkzaamheden gebroken in de berm terecht was gekomen. Na een telefoontje van Fons Hulkenberg heeft hij toen actie ondernomen en werden de stukken door Gemeentewerken Lisse afgevoerd en door de Fa.Boot weer gerestaureerd. Om verdere ongelukken te voorkomen met passerende auto’s werd de steen, mede op advies van Hulkenberg iets verder van zijn oorspronkelijke plaats naar achteren gezet. Dhr. Lieverse heeft hierover een rapportje geschreven, dat natuurlijk nog wel in het gemeentearchief terug te vinden is. Iedereen, de gemeente Lisse en ook Fons Hulkenberg gingen er van uit dat de paal op het grondgebied van de Gemeente Lisse stond zoals op diverse oude kaarten ook aangegeven is. Bv. de oude kaart van de aanleg van de Trekvaart uit 1656 geeft duidelijk aan dat de paal oorspronkelijk in het grondgebied van Lisse geslagen werd. Ook een gemeenten kaart van 1850 geeft dit nog duidelijk weer.
Het blijkt dus dat de paal waarschijnlijk op de verkeerde plek is teruggezet, net op het grondgebied van Noordwijkerhout, die deze fraaie paal nu terecht als een gemeentelijk monument wil aanwijzen.
Dr. A.J.Kölker van de Vereniging Oud Lisse heeft in 2007 een inventaris van alle grenspalen in de gemeente Lisse gemaakt, inclusief deze paal en de Monumentencommissie toen voorgedragen deze als gemeentelijk monument aan te wijzen! De Gemeente Lisse had geen interesse daarin en heeft hier helaas van afgezien.
De Vereniging Oud Lisse is daarom verheugd dat de stille verhuizing van deze paal naar het grondgebied van de Gemeente Noordwijkerhout toch als positief resultaat heeft opgeleverd, dat de grenspaal nu als gemeentelijk monument wordt aangewezen en daardoor beschermd wordt voor ons nageslacht!! Waarvan acte!

 

Huidige plaats van de grenspaal bij Halfweg.

Het wapen van de sleutels van de gemeente Leiden staat op de ene kant. die van Haarlem op de andere kant.

Anno 2019 is de info is niet meer te lezen.

Erepenning 2009 voor Achterweg-Zuid 51

De erepenning 2009 is uitgereikt aan de heer Romijn van Achterweg Zuid. Het gebouw uit 1909 is zeer goed onderhouden.

Nieuwsblad Jaargang 8 nummer 2, april 2009

Nieuwsflitsen

Na het algemene gedeelte van de jaarvergadering maakt Frits Treffers bekend wie op een buitengewone manier een pand hebben opgeknapt en daardoor een bijdrage leveren aan het behoud van historisch waardevolle panden in Lisse. Op zijn welbekende enthousiaste manier vertelde Frits Treffers hoe dit keer gekozen is voor een pand in het buitengebied. De spanning werd opgevoerd doordat eerst de top van het pand werd getoond.

Te zien was fraai metselwerk en een raam met aan weerszijden het bouwjaar: 1909. Een pand van precies een eeuw oud. Het is een complex van woonhuis met bollenschuur. In de loop der tijd zijn er aanpassingen geweest, maar de beelden tonen hoe zorgvuldig dat gedaan is. Bij een dia van de dakgoot op klossen verzucht Frits Treffers dat zo’n staaltje van vakmanschap in de huidige tijd veel te duur zou worden. Dan wordt het tijd om namen te noemen. De heer Romijn wordt naar voren geroepen om voor zijn pand, Achterweg Zuid 51, de erepenning 2009 in ontvangst te nemen. Het pand is al lang in de familie en puntgaaf onderhouden, wat een oude foto nog eens duidelijk maakt. De oude foto laat echter ook een oud detail zien wat de tand des tijds niet overleefd heeft, nl. het houten ornament in de top. Al met al een terechte toekenning van de penning aan een fraai voorbeeld van bloembollenerfgoed in Lisse.

Woning met aangebouwde bollenschuur

Deze woning is uit 1909

Dubbelhoven aan de Achterweg

Het pand en zijn vroegere bewoners wordt beschreven

 door drs. Maarten van Bourgondiën

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 1, januari 2009

Inleiding

Dubbelhoven aan de Achterweg

Het pand “Dubbelhoven” aan de Achterweg dateert in zijn huidige vorm uit de negentiende eeuw. Onlangs is het door de familie Boers fraai opgeknapt. Tijdens de verbouwing werden diverse houtblokjes gevonden met daarop de namen van werklieden die tijdens eerdere verbouwingen in het pand hadden gewerkt. Zo was in 1881 de Lissese timmerman Dirk Schrama bij bouwwerkzaamheden betrokken. Zou hij geweten hebben dat hij toen werkte op exact dezelfde locatie waar eeuwen eerder zijn voorouders woonden? Dirk stamde namelijk af van Quirijn Klaaszn. Schrama, wiens boerderij in de zeventiende eeuw gelegen was op dezelfde plek als het tegenwoordige “Dubbelhoven”. In een serie artikelen wil ik kort stilstaan bij de geschiedenis van de oude boerderij van Schrama en de bouw van het huidige pand Dubbelhoven. Het vormt een onderdeel van het onderzoek naar de buitenplaats Dubbelhoven, waar ik samen met Rob Pex mee bezig ben. Dat doen wij op verzoek van Richard Boers, de eigenaar van Dubbelhoven, die zeer geïnteresseerd is in de geschiedenis van zijn pand (en de directe omgeving). Het onderzoek is nog in volle gang, en bij dezen zou ik graag willen vragen of er mensen zijn die meer kunnen vertellen over de woning Dubbelhoven aan de Achterweg. Zij kunnen daartoe contact opnemen met ondergetekende (maartenvanbourgondien@hotmail.com) of Rob Pex (robpex@planet.nl). Langskomen tijdens één van de inloopavonden of –ochtenden is natuurlijk ook mogelijk. In de door mij bestudeerde bronnen worden de volgende oude maten gebruikt: morgen, hond en roede. Eén morgen was gelijk aan zes hond of 600 roeden. Eén Rijnlandse morgen komt overeen met 0,8516 hectare.

Cornelis Corstiaanszn.

In 1544 was de grond waarop het huidige Dubbelhoven werd gebouwd nog eigendom van Cornelis Corstiaanszn. Vermoedelijk stond er toen nog geen boerderij. Cornelis Corstiaanszn. was de stamvader van de rooms-katholieke Lissese familie Corsteman. Hij trouwde met Geertruida Klaasdr. en trad in de jaren vijftig van de zestiende eeuw onder andere op als kerkmeester van de Agathaparochie. Daarnaast speelde Cornelis in diezelfde tijd als gezworene een rol in het dorpsbestuur van Lisse. De vroegste vermelding dateert van 6 juni 1542, toen Cornelis Corstiaanszn. werd beleend met drie morgen land uit een grafelijk leengoed nabij Ter Spekke (niet ver van het huidige Dubbelhoven aan de Achterweg), dat omstreeks 1500 was afgesplitst van een groter leengoed van in totaal negen morgen land. [1] Later zal dit leengoed van drie morgen land door Adriaan Adriaanszn. Corsteman junior in twee delen worden overgedragen aan zijn oom Quirijn Klaaszn. Schrama. In 1544 was Cornelis Corstiaanszn. eigenaar van een woning met in totaal tien morgen en 292 roeden land aan weerszijden van de Achterweg (in de bronnen ook wel “Lijtwech” of “Buurwech” genoemd). [2] Op een deel van de landerijen aan de westkant van de Achterweg verrees in later tijd de boerderij van de familie Schrama. De woning van Cornelis Corstiaanszn. lag aan de oostkant van de Achterweg, niet ver van de tegenwoordige Vuursteeglaan. Dat gold eveneens voor de 374 roeden, die in 1544 door Cornelis werden gepacht (=gehuurd) van “Maritje Cornelis weduwe”. Op dit kleine stukje land werd in de zeventiende eeuw de buitenplaats Dubbelhoven gebouwd.

De familie Schrama

Boerderij De Wolff, die in de 17e eeuw eigendom was van de familie Corsteman.

De voorouders van Quirijn (Crijn) Klaaszn. Schrama komen oorspronkelijk uit Bennebroek. Zij hebben hun familienaam ontleend aan de ’s-Gravenmade, oftewel het weiland van de graaf. Dit land was gelegen tussen de Rijksstraatweg en de Haarlemmertrekvaart (bij het huidige restaurant Patrick’s – voorheen De Geleerde Man), en werd al in 1464 genoemd. [3] Aanvankelijk was het alleen weiland, maar later werd er ook een hofstede op gebouwd. Deze hofstede – met in totaal 25 morgen land – was in 1557 eigendom van Agatha Jansdr. uit Amsterdam, en werd bewoond door Cornelis Klaaszn. Scravemade. Waarschijnlijk was hij een zoon van Klaas Floriszn., die in de jaren dertig van de zestiende eeuw de hofstede ’s-Gravenmade met bijbehorende landerijen pachtte. [4] Het genealogisch onderzoek is nog in volle gang. Het lijkt er echter sterk op dat Gerrit Klaaszn. Scramaede (die in 1557 in de ambachtsheerlijkheid Heemstede woonde), en Maarten Klaaszn. eveneens zonen waren van de bovengenoemde Klaas Floriszn. In 1553 woonde Maarten Klaaszn. in Bennebroek. Hij pachtte toen van mr. Pieter Isaacs uit Amsterdam een hofstede met 21 morgen land. In 1555 blijkt Maarten Klaaszn. in Hillegom te wonen, alwaar hij van de Dominicanen uit Haarlem een woning huurde met ongeveer zeventien morgen land in Hillegom en drie morgen land in Bennebroek. In Hillegom wist Maarten Klaaszn. na verloop van tijd een uitgebreid landbouwareaal op te bouwen. In 1564 was hij namelijk gebruiker van maar liefst 51 morgen land. [5] Het overgrote deel van dit land werd door hem gepacht. Maarten Klaaszn. had slechts twee morgen en 350 roeden in eigendom. Het is niet bekend wat hij jaarlijks aan pacht betaalde, maar gezien de totale hoeveelheid grond die hij in gebruik had moet dit een aanzienlijk bedrag zijn geweest. Vier jaar later gebruikte Maarten Klaaszn. nog maar 25 morgen en 50 roeden. Hoewel dat nog altijd behoorlijk veel is, was zijn fi nanciële situatie blijkbaar dusdanig verslechterd dat hij de helft van het door hem gebruikte land moest afstoten. De tweede helft van de jaren zestig van de zestiende eeuw werd gekenmerkt door economische achteruitgang. Zo veroorzaakte het slechte weer omstreeks 1565 bijvoorbeeld diverse misoogsten in het graafschap Holland. [6] Vermoedelijk hadden hoge pachtsommen en een lage opbrengst Maarten Klaaszn. tussen 1564 en 1568 in fi nanciële problemen gebracht. Maarten Klaaszn. was de stamvader van een Hillegomse tak van de familie ‘s-Gravenmade, of Schrama. Zijn zoon Klaas Maartenszn. Schrama was getrouwd met Machteld Adriaan Jorisdr. Dit echtpaar bewoonde in 1591 een boerderij in De Zilk. [7] Eén van hun kinderen was Quirijn Klaaszn. Schrama, die later naar Lisse verhuisde.

Van De Zilk naar Lisse

Fragmentgenealogie van de families Corsteman en Schrama

Het is onduidelijk wanneer Quirijn Klaaszn. Schrama naar Lisse is verhuisd. De vroegste vermelding dateert vooralsnog uit 1619, toen Quirijn werd vermeld op de lijst van welgeboren mannen van Lisse. Zijn zus Katharina Klaasdr. Schrama was getrouwd met Adriaan Adriaanszn. Corsteman senior, kleinzoon van de bovengenoemde Cornelis Corstiaanszn. Waarschijnlijk speelden deze familiebanden een rol bij het besluit van Quirijn om in Lisse te gaan wonen. De boerderij van Schrama stond namelijk op land dat in de zestiende eeuw eigendom was van Cornelis Corstiaanszn. Quirijn legde met zijn komst naar Lisse de basis voor een langdurige band tussen dit dorp en de familie Schrama. Een groot deel van de Schrama’s die de afgelopen eeuwen in Lisse hebben gewoond, stamt namelijk van hem af. Tegenwoordig wonen er nog altijd nakomelingen van Quirijn in Lisse. De familie Schrama kan dan ook zeker tot de groep der oude Lissese geslachten worden gerekend. Quirijn Klaaszn. Schrama was getrouwd met Maria Cornelisdr. Op 2 november 1622 hadden zij vijf kinderen: Gerrit, Maria, Alfertje, Joris en Klaas. [8] Later kwam daar ook nog een dochter Katharina bij. Het huishouden werd gecompleteerd door twee inwonende dienstboden, die Quirijn hielpen met alle werkzaamheden op de boerderij. Het betreft Willem Adriaanszn. uit De Zilk en Geertje Jansdr. Het is niet bekend of Willem Adriaanszn. direct met Quirijn Klaaszn. Schrama vanuit De Zilk naar Lisse is verhuisd, of dat hij pas later in dienst is getreden.

De boerderij van Schrama in de Oude Mosveense Buurt

Het gebied waarin de boerderij van Schrama gelegen was, wordt vanouds de “Oude Mosveensche Gebuyerte” genoemd (oftewel de Oude Mosveense Buurt). Dit werd ook wel afgekort tot “de Oude Veen”. In een ver verleden had zich in de laaggelegen strandvlaktes tussen de Oude en Jonge Duinen een veengebied gevormd. Hier en daar bereikte het veen op den duur ook de hoger gelegen duingrond. [9] Blijkbaar gold dat eveneens voor de Oude Mosveense Buurt, waarvan de exacte begrenzing helaas niet bekend is. Vanaf de middeleeuwen werden dergelijke veengebieden ontgonnen en geschikt gemaakt voor agrarische exploitatie. Lisse kent meer van dit soort plekken: het gebied rond de boerderij Middelburg aan de Loosterweg Noord (tegenwoordig bewoont door de familie Van Graven) werd bijvoorbeeld “de Hooge Moschveen” genoemd. [10] Een ander voorbeeld is de Lageveense polder langs de Loosterweg Zuid.
Het is nog onduidelijk wanneer de boerderij van Schrama precies werd gebouwd. In 1544 lagen er langs dit deel van de Achterweg en Spekkelaan alleen enkele landerijen. De boerderij verschijnt voor het eerst op een oude kaart uit ca. 1615. Op het kruispunt van de Spekkelaan, Achterweg en Vuursteeglaan lagen toen in totaal vier woningen. Met de klok mee gaat het om: de buitenplaats Ter Spekke, de boerderij van Schrama (op de plek van het huidige Dubbelhoven), de boerderij van Cornelis Maartenszn. Verdel (= de woning van Cornelis Corstiaanszn.) en de Gasthuiswoning (eigendom van het Sint Elisabethgasthuis uit Haarlem). Naast het ontbreken van een exact bouwjaar, is het op dit moment ook nog niet bekend wie de boerderij van Schrama heeft laten bouwen. Verder onderzoek zal aan moeten tonen of Quirijn Klaaszn. Schrama opdracht tot de bouw heeft gegeven, of dat hij verhuisde naar een reeds bestaande woning. In ieder geval waren de Schrama’s nauw verbonden met deze boerderij aan de Achterweg, aangezien zij er in totaal bijna 100 jaar hebben gewoond en gewerkt.

wordt vervolgd

Noten

[1] Ons Voorgeslacht 43e jaargang no. 385 (juli/augustus 1988) 335.

[2] Gemeentearchief Lisse, inv. nr. 305, fol. 126v.

[3] Mr. J.W. Groesbeek, Bennebroek, ‘De geschiedenis van Bennebroek’, in: Dr. Tj.W.R. de Haan (red.) Bennebroek-Vogelenzang. Bijdragen tot geschiedenis en volkskunde van een voormalig blekersdorp (Meppel 1965) 7-39, aldaar 26-27.

[4] Mr. J.W. Groesbeek, Bennebroek, beeld van een dorpsgemeenschap (Zutphen 1982) 53, Nationaal Archief, Archief van de Staten van Holland vóór 1572, inv. nr. 960 (fi lmnummer 1319), Kohier van de Tiende Penning van Heemstede 1557, fol. 1 en 8 en Noord-Hollands Archief, Oud Recht Heemstede, inv. nr. 536, fol. 28v.

[5] Oud Archief van het Hoogheemraadschap Rijnland, Morgenboeken van Hillegom uit 1564 en 1568, inv. nr. 4649.

[6] Leendert Noordegraaf, Hollands welvaren? Levensstandaard in Holland 14501650 (Bergen 1985) 41 en 86-87.

[7] A.M. van Kampen, ‘Behoorde De Zilk vroeger tot Hillegom?’, in: Hangkouserieën (februari 2003) 15-25, aldaar 21.

[8] Gemeentearchief Lisse, inv. nr. 41, fol. 10v. [9] K. van der Meer, De bloembollenstreek. Resultaten van een veldbodemkundig onderzoek in het bloembollengebied tussen Leiden en het Noordzeekanaal (Den Haag 1952) 90.

[10] A.M. Hulkenberg, ‘”Middelburg” te Lisse’, in: Leids Jaarboekje nr. 63 (1971) 143-172, aldaar 146.

De boerderij van Schrama omstreeks 17e eeuw

Driehuizenpark

De geschiedenis van het voormalig bollenbedrijf van Gebroeders Driehuizen wordt besproken. Omstreeks 1930 is de bollenschuur met kantoren aan de voorkant gebouwd. Architect was Leen Tol.

door: F.Treffers

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 1, januari 2009

Momenteel naderen de bouwplannen van het voormalige bollenbedrijf Driehuizen, wat is omgevormd in een plan van nieuwbouw en renovatie, zijn einde. Toen ca. 30 jaar geleden mijn vrouw en ik met onze drie kinderen in de naastliggende woning kwamen wonen was het bollenbedrijf er nog. Het werd geleid door de twee neven Driehuizen, Zij waren de zonen van de oprichters: de Gebroeders Driehuizen. Elke broer woonde in een villa, links en rechts van het bollenbedrijf. Deze villa’s hadden de namen “Rutsbo” en “Somalo”. De namen hadden betrekking op de echtgenotes.
Op een oude foto van ongeveer 1925 ziet men tussen de villa’s nog een boerderijachtige woning met daarnaast een hal. Omstreeks 1930 verdween dit en werd de huidige hal met kantoor aan de voorzijde gebouwd door architect Leen Tol, die ook de villa’s eerder had ontworpen.
Als je nu deze gebouwen nader bestudeert herken je de hand van “de meester”. Zo ziet men in de villa’s hetzelfde soort glas-in-lood op enkele plaatsen. Het kantoor van de bollenhal heeft een prachtig plafondraam van glas-in-lood.

De tweede eigenaar werd antiekhandelaar Chris van Damme, die al eerder in Lisse Zuid een bedrijf aan de Heereweg had. Hij woonde toen in villa “Riesenbeck”, op nr. 331. Daarachter lag het bedrijf. Deze villa is intussen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Zelf woonde hij met zijn vrouw de laatste jaren in het kantoor van de bollenhal. Deze hal stond vol met antiek. Zo was daar een speciale ruimte met antiek zilver. Een andere ruimte was gevuld met antiek porselein. Hij had antiekvaklui in dienst die beschadigd antiek konden restaureren. De hal diende als een soort museum. Achter de hal waren modernere hallen gevuld met nog te restaureren antiek. Hij heeft me verteld dat hij veel antiek kocht in Duitsland. Hij exporteerde ook veel naar Amerika. Een aantal jaren geleden is hij aan kanker overleden. Zijn zoon heeft het bedrijf niet voortgezet.
In het begin heb ik samen met een ontwikkelaar diverse plannen opgezet met als uitgangspunt de hal te beschermen. Uiteindelijk wisten wij Hillgate Properties te interesseren voor dit plan. Daartoe is een project tot stand gekomen waarbij de bollenhal is omgevormd tot zo’n 27 appartementen. Daarbij komen zo’n 58 woningen gebouwd in de dertiger jaren stijl. Aan de voorzijde blijft de sfeer van vroeger zo veel mogelijk in tact. De renovatie van de bollenhal was geen eenvoudige zaak. De berekeningen van de constructie waren er niet. Dit moest via een herberekening tot stand worden gebracht. Aan de bovenhal zijn alleen aan de zijgevels aanpassingen gedaan. De ramen zijn i.v.m. de lichttoelaatbaarheid vergroot. Ook zijn balkons aangebracht. Binnen zijn de overlopen rondom de vide verkleind.
Na het schoonmaken van de buitengevel is een fraai stuk metselwerk zichtbaar geworden. Binnen zijn er verschillende appartementen gemaakt.

Nieuwbouw twee-onder-eenkapwoningen met op de achtergrond Rutsbo met daarachter de Heereweg,. Rechts is het Van der Vlugtpark. Foto Hillgate Properties

De nieuwbouw bestaat uit twee losstaande kleinschalige appartementengebouwen waar in elk 12 woningen zijn ondergebracht.  Verder zijn er vier vrijstaande woningen gebrouwd aan de achterzijde die aan een waterplas zijn gelegen. Achter de bollenhal zijn 12 eengezinswoningen gebouwd. Aan de linker zijde liggen twee-onder-een-kapwoningen die deels aan een sloot liggen (zuidzijde). Het betreft hier 18 woningen van twee verschillende typen. De bereikbaarheid geschiedt door twee in- en uitritten. Op het terrein is tegen de waterplas een speeltuintje aangelegd. Kortom een prachtig project met de nodige uitstraling. Aan dit project is meegewerkt door Hildate Properties als ontwikkelaar, Jorissen Simonetti als architect bollenschuur, PBV Architecten voor de nieuwbouw, F.N.D. voor de constructies, Fa. Bakker voor de bouw. De verkoop is door Romeyn gedaan.

Van boerderij met koeien via melkhandel naar restaurants

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 7 – Hart voor Historie: Kanaalstraat 22 en 22a
Uit het Witte Weekblad van 29 augustus 2007

Grootmoeder Hulsbosch op de melkkar. Op de achtergrond is te zien de wagenschuur, die in de nabije toekomst uit het Lisser straatbeeld verdwijnt. (Foto: familiearchief – Theo Hulsbosch)

LISSE – Beeldbepalend dorpsgezicht in het centrum is de combinatie van de adressen Kanaalstraat 22 en 22a. De karakteristieke boerderij ter hoogte van de Wagenstraat was vele jaren het woonhuis annex bedrijfspand van melkboer Hulsbosch. Thans zijn hierin de restaurants Vrouw Holle en La Fontana gevestigd. Ondanks meerdere grote verbouwingen zijn beide restauranthouders erin geslaagd de authentieke sfeer te behouden.

Samen met zijn compagnon Mickey Yazide runt Eric Braspenning het Italiaans restaurant La Fontana. Hij weet zich nog goed het moment te herinneren dat zij de winterboerderij in gebruik wilden nemen: ‘Aanvankelijk zou een ander bedrijf zich op deze locatie vestigen. Met de verbouwingswerkzaamheden was al begonnen, maar die zijn uiteindelijk niet doorgegaan. Vervolgens was het aan ons de voormalige koeienstal met woongedeelte tot restaurant om te turnen.’

Boerderijsfeer
‘Besloten werd de authentieke boerderijsfeer te behouden. Dit heeft ons veel waardering opgeleverd.

De uitvoering werd in 1991 zelfs beloond met de erepenning van de Vereniging Oud Lisse.’ De boerderij is nog steeds in bezit van de familie Hulsbosch, die bijna een eeuw op deze locatie woonachtig was. Theo Hulsbosch is een van de vijf kinderen die deel uit maken van de derde generatie die er is opgegroeid. Hoe oud de boerderij precies is, weet hij niet. De Vereniging Oud Lisse achterhaalde in de gemeentelijke archieven wel, dat ene Van der Vlugt het pand in 1812 kocht van weduwe Van Klaveren. Volgens Hulsbosch was er ooit een timmerbedrijf gevestigd. ‘Mijn overgrootvader had een boerderij op de plaats van het oude postkantoor; waar nu De Madelief wordt gebouwd.
Zijn zoon vestigde zich in de Kanaalstraat, het gedeelte dat vroeger Broek Steeg werd genoemd.
Het complex omvat onder meer een zomer- en wintergedeelte, hooiberg, karnruimte en wagenschuur. De koeienstal bevond zich in de winterboerderij, dat aan de voorzijde een woonhuis kende. Tot 1984 woonden hier twee tantes van Hulsbosch. Zelf woonde hij met zijn ouders en de rest van de familie in de zomerboerderij, waar thans Vrouw Holle in is gevestigd.
De melkwinkel bevond zich hier ook; de toegang was rechts aan de zijkant. Een paar oude melkbussen zijn nog stille getuigen. In de karnruimte aan de voorzijde, met rieten dak, duwde een paard de karnstok voort.
Het achtergedeelte, met hooiberg, wagenschuur en opstallen, is onlangs verkocht aan Bouwbedrijf Castien, dat hiervoor bouwplannen heeft.

Verandering
‘Ten tijde van mijn grootvader was de boerderij een melkveebedrijf. Hierin kwam verandering, toen mijn vader, Jaap Hulsbosch, in het kader van saneringswetgeving, een keuze moest maken: veebedrijf of melkhandel. Het feit dat er steeds minder grasland in de directe nabijheid voorhanden was om de koeien te laten grazen, gaf de doorslag om verder te gaan als melkhandel. Tot 1970 heeft mijn vader – aanvankelijk met paard en wagen, later met een elektrische melkwagen – menig Lisser in de wijk van melk en melkproducten voorzien. Zeven dagen in de week, dus ook op zondag, gebeurde het dat iemand achterom nog even wat melk kwam halen.’

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

‘Ze hadden onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis’

 

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 6 – Hart voor Historie: Grachtweg 1a
Uit het Witte Weekblad van 22 augustus 2007

De Grachtweg in 1885, gezien vanuit het oosten. Links Grachtweg 1a. (Foto: archief VOL)

LISSE – Grachtweg la is te typeren als een pand dat er dankzij particulier initiatief nog staat. De huidige bewoners, Erik Plantenberg en zijn gezin, zijn erin geslaagd het voormalige kaaspakhuis van bouwval te redden. De geschiedenis van Grachtweg la gaat terug tot de zestiende eeuw. Het pand is waarschijnlijk rond 1743 gebouwd door ene Warbout Jurriaanse Vreeburg, ter vervanging van een tot woonhuis omgebouwde schuur.
Plantenberg vertelt, dat zijn woning veel bewoners heeft gekend: ‘Een van hen was Pieter Hendrik Koppenschaar, die hier met zijn gezin leefde. In de gemeentelijke archieven heeft de Lisser historicus Rob Pex kunnen achterhalen, dat deze man in 1838 door burgemeester en wethouders werd aangesteld als bode, aanplakker en omroeper. Een fragment van een affiche uit die periode heb ik tussen de balken aangetroffen. Mogelijk was dit door Koppenschaar in een kier gestopt om de tocht te weren. Uiteraard heb ik het bewaard.’

Kaasstellingen
Rond 1907 komt het pand in bezit van Cornelis Langeveld. Deze richt het woonhuis in als kaaspakhuis. Plantenberg weet nog goed dat, toen hij het pand in 1986 kocht, de kaasstellingen nog aanwezig waren. ‘In het souterrain, waar onze keuken een plekje heeft gevonden, werden de kazen geschraapt. Daarachter bevond zich een geisoleerde ruimte voor het koel houden van de boter. Het naastgelegen pand, waarin thans makelaar Chantal Lefeber is gevestigd, bood ruimte aan een kaaswinkel. Tot het eind van de negentiende eeuw werd het kaasbedrijf voortgezet door Jaap en Theo Langeveld, de jongere generatie. Dit waren overigens twee heldhaftige heren. In de oorlog hadden ze onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis. Nota bene direct onder de neus van de Duitsers, die zich een hoofdkwartier hadden verschaft in de tegenover gelegen oude pastorie!’
Maar Grachtweg la kent meer geheimen. Voor het creëren van meer ruimte besloot Plantenberg, nadat hij bet bestaande gedeelte had gerestaureerd, in dezelfde bouwstijl achter het woonhuis een deel bij te bouwen van oude bouwmaterialen, die hijzelf bijeen had gescharreld. Bij het graven, dat eraan vooraf ging, stuitte hij op de oude beerput. Hierin trof de huidige eigenaar diverse pijpen en scherven van aardewerk en glas aan. Archeologisch onderzoek wees later uit, dat het merendeel van de vondsten afkomstig was uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Sluikbegraving
Korte tijd daarna deed Plantenberg opnieuw een vondst, maar deze was luguber. Hij stuitte op een skelet. Als voormalig fysiotherapeut herkende hij hierin menselijke resten. Nader onderzoek wees uit, dat het hier een zogenaamde sluikbegraving betrof van nog voor de Wet op de lijkbezorging. In de zestiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat mensen die geen geld hadden op eigen erf werden begraven. Een kerkelijke begraving was dan te duur. Evengoed kan het een zelfmoord of een niet-christen betreffen, omdat deze doden niet mochten werden begraven in ‘gewijde’ grond. Hoewel Plantenberg het graag had gewild, hebben onderzoekers het ware verhaal achter de sluikbegraving niet kunnen achterhalen.

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Cultuurhistorische waarde vaak groter dan monumentale belang

Wethouder Mesman geeft een uitgebreid interview over zijn ideeën over een groot aantal oude gebouwen en situaties

door Sjaak Smakman.

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 2, april 2007

Wethouder Guus Mesman over het monumentenbeleid

Guus Mesman (PvdA) is bijna een jaar wethouder met monumentenbeleid in zijn portefeuille. Met onze verslaggever praat hij vrijuit over het Hofje, het oude Schooltje op het Vierkant, het CNBgebouw en het behoud van een evenementenhal. Of is het wellicht meer haalbaar het parkeerterrein bij Hoogvliet te overkappen?

Niet alleen Ruimtelijke ordening is zijn werkterrein. Hij doet ook het monumentenbeleid. ‘Persoonlijk vind ik het heel jammer dat ik als monumentenwethouder gelijk wat moest laten slopen. Kanaalstraat 44! Dat was niet wat deze wethouder voor ogen stond’.

Wat trof je aan bij je aantreden?
‘We hebben een beleid in verandering. Naar aanleiding van Kanaalstraat 44 hebben we geconstateerd dat de redengevende beschrijvingen niet in orde zijn. Op dat moment is gezegd: die moet voor alle monumenten opnieuw gemaakt worden. Tegelijkertijd hebben we gezegd: we gaan opnieuw door heel Lisse: wat hebben we aan monumenten geregistreerd, zijn er panden die er bij moeten en zijn er nog die er ook af zouden kunnen?’

Hoe ver is het daar nu mee?
‘Daar is de Stichtingt Dorp, stad en land mee bezig. Van de hofjeswoningen is nu net een redengevende omschrijving binnen waarin staat dat het Hofje monumentwaardig is. Oók als het op zichzelf staat en geen onderdeel is van een ensemble.’

En de rest van de monumenten?
‘De rest moet ik nog krijgen. De monumentencommissie kan daarna advies uitbrengen. Ik verwacht dat we dit jaar nog een nieuwe monumentenlijst kunnen vaststellen. En bij alles komt ook een goede redengevende beschrijving.’

Zodat de ellende zoals met Kanaalstraat 44 wordt voorkomen?
‘Ja. Wij hadden beweerd dat sigarenmagazijn Juliana zo’n bijzonder interieur had, terwijl dat er niet meer in zat. Dat kwam doordat er niemand echt langs was gegaan! Nu zal elk pand echt bezocht worden en van binnen en van buiten bekeken.’

Monumentenbeleid en geld staan vaak op gespannen voet met elkaar. Kanaalstraat 44 bezweek onder dreiging van een claim van de projectontwikkelaar, de openbare school aan de Heereweg en de CNB-hallen sneuvelen waarschijnlijk om de zelfde reden?
“Van Kanaalstraat 44 hebben we als politiek geoordeeld dat we het ons niet konden veroorloven voor één pand een exorbitant bedrag neer te leggen. Er zijn meer zaken die voor de gemeenschap belangrijk zijn. Een belangenafweging dus.
De reden dat we ons zo hebben ingezet voor de CNB-hallen, is niet zozeer de monumentale waarde, maar de cultuurhistorische waarde. En dan niet van het geveltje, maar van wat zich daar achter allemaal heeft afgespeeld. Bij de CNB is gezegd: van het hoofdgebouw willen we een cultureel centrum maken. Dan blijft de gevel behouden en als je achter die gevel kijkt: daar is niets monumentaals aan.”

En bij de veilingzaal geldt: die bankjes die zo bijzonder zijn, die gaan er uit.
‘Daar is discussie over. De een zegt: je moet ze laten staan. De ander zegt: met een andere indeling is wel wat mogelijk.’

Achter de gevel blijft er dus niets over.
‘Van die zaal moeten we nog maar eens bekijken of dat wel zo handig is. Er zit bijvoorbeeld ook nog geen lift in dat gebouw. Als je de voorste bankjes weg haalt, dan krijg je wel ruimte om het podium te vergroten. Maar ja, je hebt ook nog coulissen nodig.’

Een oude veilinghal zou toch wel in te passen in het monumentenbeleid?
‘Daar heb je gelijk in. We zouden kunnen zeggen: we laten zo’n veilinghal staan en daar kun je ook wat zinnigs mee doen.’

Wil Veldhoven, Fred Broersen en Proper Stok zijn met een plan gekomen. Is dit niet het moment voor hen om de grote woorden waar te maken?
‘Dat kan, maar dan heb je toch nog het probleem van het parkeren, dat ze in hun oorspronkelijke plan hebben laten liggen. We hebben ze gevraagd: hoe los je dat parkeren op? Henri Stol heeft later voor ons nog een studie gemaakt en hij kwam toen met het idee om in de hal die evenementenhal zou moeten worden, een vloer aan te brengen waaronder geparkeerd kan worden en waarop de evenementen dan plaats vinden. Dat was de goedkoopste manier, maar dat kost wel 1,8 miljoen euro meer voor 84 parkeerplaatsen. Dat is relatief goedkoop, maar als je die evenementenhal na drie jaar moet afbreken omdat het niet blijkt te lopen, ben je wel 1,8 miljoen kwijt!
Dat zou zonde zijn. Het verhaal was ook: dat parkeren is nu ook geen probleem, de gemeenschap accepteert op zo’n dag dat er wat parkeeroverlast is. Dat is wel zo als het gaat om een handjevol evenementen. Maar als je een evenementenhal gaat exploiteren, dan moet je wel proberen elk weekend een evenement te hebben anders hoef je daar geen hal voor te laten staan. En je kunt niet elk weekend zeggen: de gemeenschap vindt het wel goed.’

EVENEMENTENHAL
ONHAALBAAR?
OPLOSSING:
PARKEERPLEIN
HOOGVLIET
OVERKAPPEN

Het viel niet op te lossen in de Hobaho?
‘Wel als je daar extra parkeerplaatsen gaat maken. Maar die moeten ook betaald worden. Provast zegt ook: wij kunnen alles best onder de grond stoppen, maar er moet wel betaald worden. Je kunt niet alles op het bordje van Provast of Joop Zwetsloot schuiven. Dat gaat gewoon niet.’

Heeft het je niet verbaasd dat het CDA daar zo makkelijk mee akkoord ging?
‘Dat ging niet makkelijk, hoor, het was een heel groot pijnpunt. Fred Broersen is natuurlijk een prominente CDA’er en die heeft zich het vuur ervoor uit de sloffen gelopen. Tot op het einde toe hebben we als college ook gezegd: we nemen de uitdaging op ons. We kijken hoeveel evenementen er worden gehouden en we kijken waar we die onder kunnen brengen. Keukenhof heeft ook al eens aangeboden om een grote tent neer te zetten bij het kasteel. Maar voor de eerste de beste rommelmarkt die nu niet in de CNB werd gehouden, werd meteen een andere plaats gevonden. Dus voor kleinschaliger evenementen zijn best oplossingen te vinden. Als we straks de doorsteek maken, krijg je op het parkeerterrein achter de Hoogvliet een soort binnenplaatsje. Voor het zelfde geld zeg je: we zetten daar een kapconstructie overheen waar je wat kleinschaliger dingen kunt onderbrengen. Dat vind ik ook een belangrijk signaal naar de Lissese gemeenschap.’

Het schooltje tegenover het Gemeentehuis. Dat is nog uit 1885 en dus nog monumentaler dan de CNB-hallen.
‘Maar het ligt wel heel onhandig. Vandaar dat we ook wel speculeren op de creativiteit van projectontwikkelaars. Daarom is het ook handig dat we er een prijsvraag van maken, dan kunnen we zeggen: jullie kunnen extra punten verdienen door het schooltje in het plan op te nemen of in elk geval een deel van het schooltje. Alleen de gevel bijvoorbeeld als onderdeel van een groter geheel. Er zijn landelijk voorbeelden genoeg waaruit blijkt dat dat heel mooi mogelijk is. Maar daar zit natuurlijk weer een prijskaartje aan.
In feite vind ik dat van het CNB gebouw ook. We zeggen: het gaat om de cultuurhistorische waarde van het gebouw! Wat gebeurde daar? Dan heb ik ook zoiets van: dat zou een gevel kunnen zijn die je heel fraai in zou kunnen pakken. Dan maak je er toch iets moderns van. Als je in Haarlem kijkt naar de schouwburg, met die glazen wanden waardoor je iets ouds ziet schemeren, dat is schitterend!’

Laten we nog even kijken naar Kanaalstraat 44 en het Hofje. De diakonie wil nu een op een of andere manier schadeloos worden gesteld als het Hofje moet blijven staan. Hebben ze daar geen gelijk in?
‘Dat weet ik niet.’

Laten we zeggen dat ze redelijke argumenten hebben.
‘Dat ben ik met je eens, maar dat is wat anders. Ik geef onmiddellijk toe dat de directe omgeving de monumentwaardigheid van het Hofje aantast. Het wordt er ook niet leuker op om daar in een huisje te zitten, maar dat geldt ook voor elk ander plan dat de Diakonie daar zou willen ontwikkelen. En verder hebben we net een redengevende omschrijving binnen die zegt dat het Hofje nog altijd monumentwaardig is.’

Maar hebben ze dan geen recht op een schadevergoeding?
‘Het is niet zo dat de Diakonie het Hofje heeft gekocht en dat wij er een monument van hebben gemaakt. Het was al heel lang het bezit van de Diakonie en toen het een monument werd, hebben ze geen bezwaar gemaakt. Nu willen ze het slopen. Maar ze hadden toch niet in alle redelijkheid kunnen verwachten dat er een sloopvergunning gegeven zou worden?

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Molen vijftig jaar op Keukenhof

De molen op Keukenhof is 50 jaar. Het is sinds 2004 een rijksmonument. Het is in 1892 gebouwd in Groningen. In 1957 in het geheel ontmanteld en op keukenhof weer opgebouwd.

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 2, april 2007

Nieuwsflitsen

Eén van de jongste monumenten op het landgoed Keukenhof is de molen die zich op het terrein van de bloemententoonstelling bevindt. Het is niet zozeer het jongste monument in jaren, maar wel wat het predikaat ‘monumentaal’ betreft, want pas sinds 2004 is de molen opgenomen op de Rijks Monumentenlijst. Het is ook een zeer bekende molen en wellicht het meest gefotografeerde exemplaar ter wereld, want vanaf het moment dat de molen op Keukenhof verrees, hebben honderdduizenden mensen het monument bezichtigd en beklommen, om vanaf de omloop de omliggende bloembollenvelden en Keukenhof te bekijken. Het betreft een zogenoemde Stellingmolen, die in 1892 werd gebouwd en oorspronkelijk dienst deed als watermolen in de Rozenburgpolder in Groningen. De molen werd aan Keukenhof geschonken door de Holland Amerika Lijn, in 1957 geheel ontmanteld en op het tentoonstellingsterrein opnieuw opgebouwd, waar hij op 4 april in gebruik werd genomen. Dat is dus op 4 april van dit jaar precies vijftig jaar geleden! Een reden voor Keukenhof om daar bij stil te staan, niet in het minst omdat dit ‘jubileum’ valt in het Jaar van de molen, 2007.

Monumentale bollenschuren

Vijftig eigenaren van waardevolle bollenschuren hebben van de projectgroep ‘Behoud en Herbestemming Bollenschuren’ een schildje ontvangen om op hun schuur te schroeven.

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 1, januari 2007

Nieuwsflitsen

Vijftig eigenaren van waardevolle bollenschuren hebben van de projectgroep ‘Behoud en Herbestemming Bollenschuren’ een schildje ontvangen om op hun schuur te schroeven. Met dat blauw-witte bordje waarop in grote letters de woorden ‘Monumentale Bollenschuur’ staan, hoopt men meer aandacht te krijgen voor het behoud van deze in het bollenlandschap beeldbepalende elementen. De vijftig maken deel uit van de Regionale Collectie Bollenschuren, in totaal honderd stuks die bouwkundig en cultuurhistorisch waardevol zijn.